Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

16.00.00 Actieve veredeling

19 Bijlage 3. Controle op het gebruik van de douaneregeling equivalentieverkeer voor olijfolie

De lidstaten controleren dat bij equivalentieverkeer bedoeld in de bijlage 74, TVo. CDW aan de hierna genoemde voorwaarden wordt voldaan.

Let op! Verwijzingen naar de bijlage bij Vo. 136/66, moeten worden gelezen als verwijzingen naar bijlage XVI van Vo. 1234/2007.

Onderzoek van de administratie

Handelsbescheiden moeten worden gecontroleerd om de hoeveelheden olie uit de EU en uit derde landen te kunnen volgen. Deze controle moet zodanig zijn dat het aandeel niet-communautaire olie van eerste persing in de totale hoeveelheid uitgevoerde gemengde olie kan worden vastgesteld.

Vóór afgifte van een vergunning moet de voorraadadministratie worden gecontroleerd. Alle administratie met betrekking tot het fabricageproces moet worden gecontroleerd. Met enige regelmaat moet worden vastgesteld of de administratie nog voldoet aan hetgeen hierbij is bevonden.

De vergunninghouder moet de douaneautoriteiten vooraf op de hoogte stellen van be- of verwerkingshandelingen. Deze gegevens moeten op de overeengekomen wijze worden doorgegeven. De Douane moet in staat gesteld worden om een fysieke controle uit te kunnen voeren.

Bemonstering

Aantal monsters

Om de juiste toepassing van de douaneregeling actieve veredeling te kunnen controleren en de gegevens in de administratie te verifiëren, neemt de douane ten minste vier monsters van de olie uit de EU en ten minste vier monsters van de olie uit derde landen. De monsters worden genomen volgens de internationale normen EN ISO 5555 (monsterneming) en EN ISO 661. (verzending van de monsters naar laboratoria en preparatie van monsters voor proefnemingen).

De equivalentie wordt gecontroleerd door op drie momenten monsters te nemen. Bij de plaatsing van de niet-communautaire olie onder de douaneregeling worden daarvan monsters genomen. Bij de veredeling worden monsters genomen van de daarbij gebruikte communautaire olie. Tot slot worden bij de uitvoer monsters genomen van de uitgevoerde olie. De technische kenmerken van de verschillende oliën worden vergeleken.

Twee monsters worden rechtstreeks naar de hierna vermelde laboratoria verzonden. Op het eerste monster wordt de analyse verricht; het tweede monster is bestemd voor een contra-expertise bij onenigheid over de resultaten van de analyse van het eerste monster.

Het derde monster wordt door het douanekantoor onder zodanige omstandigheden bewaard dat het monster bruikbaar is voor een eventuele controle achteraf.

Het vierde monster is bestemd voor het bedrijf, zodat dit over materiaal beschikt dat met de resultaten van de analyse van het eerste monster kan worden vergeleken.

Eventuele extra monsters worden door het douanekantoor onder dezelfde omstandigheden als het derde monster bewaard.

Alle monsters dienen te worden bewaard tot één jaar na de datum van aanzuivering van de douaneregeling actieve veredeling.

Procedure

Op grond van artikel 242 en 243, TVo. CDW dient de ondernemer of diens vertegenwoordiger bij het nemen van de monsters door de douane aanwezig te zijn. De ondernemer dient schriftelijk te verklaren dat de monsters representatief zijn voor de goederen en dat de daarvoor gebruikte methode correct is uitgevoerd.

Laboratorium

De monsters worden voor analyse volgens de daarvoor gegeven procedure in 12.10.00, gestuurd naar:

Belastingdienst/Laboratorium
Postbus 58933
NL-1040 ED Amsterdam
Kingsfordweg 1
NL-1043 GN AMSTERDAM

Aanzuivering van de douaneregeling actieve veredeling

Het resultaat van de analyse wordt meegedeeld aan het douanekantoor dat met de controle van de douaneregeling actieve veredeling is belast. Wanneer de vergelijking van de drie analyseresultaten zoals beschreven onder bemonstering daartoe aanleiding geeft wordt overgegaan tot aanzuivering van de douaneregeling actieve veredeling.

Bewaringstermijn van de documenten

De vergunninghouder moet alle bescheiden m.b.t. het fabricageproces en die betrekking hebben op de douaneregeling actieve veredeling, drie jaar bewaren. Deze bescheiden moeten ter beschikking van de Douane gehouden worden voor een eventuele controle achteraf.