12.00.00 Plaatsing van goederen onder een douaneregeling

12 Plaatsingsprocedures bij douaneregelingen

In dit hoofdstuk vindt u een beschrijving van plaatsingsprocedures onder (economische) douaneregelingen.

Naar boven

12.1 Algemeen

Om goederen onder een douaneregeling te plaatsen is een douaneaangifte nodig. De aangever geeft aan onder welke regeling hij de goederen wil plaatsen. In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het aangifteproces. In dit hoofdstuk zijn de plaatsingsprocedures onder enkele (economische) regelingen beschreven. Tevens is in dit hoofdstuk ingegaan op een aantal onderwerpen, bescheiden die bij de plaatsing onder een regeling van belang zijn.

Naar boven

12.2 Procedures, ambtelijke werkzaamheden

Deze paragraaf behandelt de aanvaardings-, vrijgaveprocedure bij plaatsing onder een douaneregeling. Naast een aantal basisbegrippen worden de aanvaardings-, vrijgaveprocedures voor een aantal douaneregelingen beschreven. Ook wordt de procedure beschreven van het aanvragen van een zogenaamde vergunning op aangifte.

Naar boven

12.2.1 Algemeen

In deze paragraaf vindt u de volgende onderwerpen:

  • bijzondere verplichtingen;

  • wijze van aangeven;

  • kantoor van plaatsing, kantoor van aanzuivering;

  • gegevens in de aangifte.

Bijzondere verplichtingen

Als de aanvaarding van een aangifte bijzondere verplichtingen voor een bepaalde persoon met zich meebrengt, mag de aangifte slechts door deze persoon of voor diens rekening worden gedaan.
(artikel 64, lid 2, letter a, CDW)

De aanvaarding van de aangifte voor een douaneregeling voor plaatsing onder één van de volgende douaneregelingen brengt bijzondere verplichtingen (vergunning) voor een bepaalde persoon in casu de vergunninghouder met zich mee:

  • de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem);

  • de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem);

  • de regeling behandeling onder douanetoezicht;

  • de regeling passieve veredeling (met voorafgaande invoer);

  • de regeling tijdelijke invoer;

  • de regeling vrije verkeer met toepassing van een bijzondere bestemming;

  • de regeling douane-entrepot type B;

  • regeling douane-entepot type C, D of E;

  • regeling vrije verkeer met toepassing van een douanevrijstelling.

Als bijzondere verplichtingen van de vergunninghouder kan verder het volgende worden genoemd:

  • het plaatsen voor goederen onder de regeling;

  • de verplichting tot het houden van een administratie;

  • de verplichting tot het handhaven van de identiteit;

  • de verplichting van het stellen van zekerheid;

  • de verplichting van het bereiken van een nieuwe toegestane douanebestemming;

  • de verplichting van het naleven van termijnen;

  • de verplichting van het naleven van aanzuiveringstermijnen;

  • de verplichting van het overleggen van een aanzuiveringsafrekening;

  • de verplichting van het indienen van een verzoek om terugbetaling;

  • de verplichting van het bereiken van een bijzondere bestemming;

  • het verlenen van vrijstelling van rechten bij invoer en/of belastingen;

  • de verplichting van het niet vervreemden;

  • de verplichting tot het (doen) betalen van douaneschuld;

  • de verplichting tot het (doen) betalen van compenserende interest.

In de volgende onderdelen van dit Handboek is nader ingegaan op de hiervoor bedoelde douaneregelingen waarbij ook is ingegaan op de bijzondere verplichtingen:

  • Bijzondere bestemmingen, nummer 6.10.00;

  • Douane-entrepot, nummer 15.00.00;

  • Actieve veredeling, nummer 16.00.00;

  • Behandeling onder douanetoezicht, nummer 17.00.00;

  • Tijdelijke invoer, nummer 18.00.00;

  • Passieve veredeling, nummer 19.00.00;

  • Douanevrijstellingen, nummer 24.00.00.

In artikel 64, lid 2, letter a, CDW is bepaald dat een douaneaangifte voor een douaneregeling die bijzondere verplichtingen voor een bepaalde persoon met zich meebrengt ook voor rekening van die persoon mag worden gedaan. Dan wordt gesproken van vertegenwoordiging. Uit de aangifte blijkt of de vergunninghouder zelf de aangifte doet of dat hij zich daarin laat vertegenwoordigen. Het geautomatiseerde aangiftebehandelingssysteem Douane Sagitta Invoer is ingericht op het aangeven in (directe) vertegenwoordiging. Voor een nadere uiteenzetting wat vertegenwoordiging inhoudt, onder welke voorwaarden dit mogelijk is, wordt verwezen naar onderdeel Recht van vertegenwoordiging, nummer 2.00.00 van dit Handboek.

Let op:
De aanvaarding van een douaneaangifte tot plaatsing onder de regeling passieve veredeling, van een douaneaangifte tot aanzuivering (uitvoer) van de regeling actieve veredeling (terugbetaling) brengt voor de vergunninghouder bijzondere verplichtingen met zich mee. Deze aangifte mag dus slechts door de vergunninghouder of voor diens rekening worden gedaan. Omdat het geautomatiseerde aangiftebehandelingssysteem Douane Sagitta Uitvoer nog niet is ingericht op het aangeven in (directe) vertegenwoordiging blijft het voorlopig toegestaan dat naast de vergunninghouder ook een douaneagent op eigen naam, voor eigen rekening een aangifte tot plaatsing onder de regeling passieve veredeling, een aangifte tot aanzuivering (uitvoer) van de regeling actieve veredeling (terugbetaling) doet.

Wijze van aangeven

In artikel 59 CDW, volgende, artikel 77 CDW, artikel 198 en artikel 222 TVo. CDW is aangegeven op welke manieren, onder welke voorwaarden de aangifte tot plaatsing onder de douaneregelingen brengen in het vrije verkeer (met bijzondere bestemming of douanevrijstelling), actieve veredeling (schorsing, terugbetaling), behandeling onder douanetoezicht, passieve veredeling, tijdelijke invoer, douane-entrepot type B, C, D of E kan worden gedaan.
De aangifte tot plaatsing onder de regeling volgens de normale procedure gebeurt schriftelijk of elektronisch.
(zie ook artikel 2:11, bijlage VI Algemene douaneregeling)

Let op:
In tegenstelling tot de overige douaneregelingen wordt plaatsing onder de regeling passieve veredeling gedaan overeenkomstig de bepalingen voor de aangifte ten uitvoer. Zie hiervoor de artikelen 161 en volgende CDW,artikel 788 en volgende TVo. CDW, dit Handboek, onderdeel uitvoer, nummer 20.00.00.
(zie ook artikel 589, lid 1, TVo. CDW)

Kantoor van plaatsing, kantoor van aanzuivering bij economische douaneregelingen

De aangifte tot plaatsing onder, aanzuivering van een economische douaneregeling moet worden ingediend bij een van de in de vergunning genoemde kantoren van plaatsing, aanzuivering.
(artikel 496, letter f, TVo. CDW)

De aanwijzing van het kantoor kan eventueel worden gewijzigd door het controlekantoor of door het kantoor waar de formaliteiten daadwerkelijk worden gedaan. Dit laatstbedoelde kantoor verstrekt informatie over deze wijziging aan het controlekantoor. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de aangifte tot plaatsing of aanzuivering.
(artikel 510 TVo. CDW)

Voorwaarden bij de aanwijzing van andere kantoren zijn dat de regelmatigheid van de handelingen, de controle, het douanetoezicht gewaarborgd zijn. Plaatsing onder, aanzuivering van de regeling in een andere EU-lidstaat is slechts mogelijk als de betrokken lidstaten daarover vooraf afspraken hebben gemaakt in het kader van een grensoverschrijdende vergunning.
( zie artikel 500 TVo. CDW)

Als een controlekantoor één of meer kantoren van plaatsing, aanzuivering toestaat, draagt het er zorg voor dat aan dat/die kantoor/kantoren vooraf de volgende stukken worden toegezonden:

  • een kopie van de vergunning;

  • een kopie van het controleprogramma.

Het/de kantoor/kantoren worden daardoor ingelicht. Zo nodig moeten ten behoeve van de controlewerkzaamheden nadere afspraken worden gemaakt tussen de betreffende douanekantoren.
De adressen van het controlekantoor, het/de kantoor/kantoren van plaatsing, aanzuivering moeten in de vergunning zijn vermeld (zie bijlage 67 TVo. CDW).

Let op:
Bij de regeling douane-entrepot type B is het controlekantoor tevens kantoor van plaatsing, kantoor van aanzuivering. Binnen dit kantoor worden zowel de werkzaamheden voor de aanvaarding van de plaatsings-, aanzuiveringsaangiften als de werkzaamheden voor toezicht, controle in verband met de opslag in dat type douane-entrepot gedaan.
(artikel 496, letters e, f, g, TVo. CDW)

Gegevens in de aangifte

De aangiften tot plaatsing moeten behalve dat wat uit andere hoofde is vereist, bevatten:

  1. de (handels)naam, het adres van de aangever of in voorkomend geval van de entrepositaris;

  2. de (handels)naam, het adres van de direct vertegenwoordiger als de aangever gebruik maakt van de mogelijkheid van directe vertegenwoordiging;

  3. de benaming van de goederen, zoals in de vergunning is omschreven;

  4. de vermelding of er gebruik wordt gemaakt van de modaliteit van equivalentie- of uitwisselingsverkeer, zo ja, of dat met of zonder voorafgaande in- of uitvoer plaatsvindt;

  5. het adres waar het douane-entrepot van het type B, C, D of E is gevestigd.

(zie artikel 2:11, bijlage VI Algemene douaneregeling)

Naar boven

12.2.2 Aanvaardingsprocedure van een aangifte met bijzondere verplichtingen

In deze paragraaf is de aanvaardingsprocedure beschreven die met het geautomatiseerde aangiftebehandelingssysteem Douane Sagitta Invoer plaatsvindt ten aanzien van douaneaangiften waaruit bijzondere verplichtingen voortvloeien.

Als Douane Sagitta Invoer een aangifte ontvangt waaruit bijzondere verplichtingen voortvloeien, verricht het systeem een aantal controles voordat het de aangifte aanvaardt.

Bij plaatsing onder een douaneregeling waaruit bijzondere verplichtingen voortvloeien kunnen zich 3 situaties voordoen:

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, registratie in KIS;

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, geen registratie in KIS;

  • in de aangifte wordt (middels een bijzondere vermelding in vak 44 van het Enig document) verzocht om de afgifte van een vergunning (zogenaamde vergunning op aangifte).

Allereerst controleert Douane Sagitta Invoer op basis van de gevraagde regeling of er in KIS op naam van de aangever een voor die regeling geldige vergunningcode bestaat. Als dit het geval is dan wordt de aangifte aanvaard, en als er geen andere redenen voor controle zijn, direct administratief afgedaan. Op het plaatsingskantoor vindt geen verdere controle plaats.

Als Douane Sagitta Invoer in KIS het douanenummer van de aangever niet aantreft of onder dat nummer geen geldige vergunningcode van de gevraagde regeling aantreft, gaat het systeem na of in vak 44 van de aangifte de bijzondere vermelding is opgenomen waarmee wordt verzocht om afgifte van een vergunning op aangifte. Als dit het geval is dan wordt de aangifte aanvaard, volgt de procedure van afgifte van de vergunning op de aangifte. Voor deze procedure wordt verwezen naar paragraaf 12.2.12.

Als Douane Sagitta Invoer in KIS geen douanenummer van de aangever of onder dat nummer geen geldige vergunningcode van de gevraagde regeling aantreft, evenmin in vak 44 de bijzondere vermelding waarmee wordt verzocht om afgifte van een vergunning op aangifte, gaat het systeem na of in de aangifte een vergunningcode wordt genoemd die past bij de gevraagde regeling. Als dit het geval is, wordt de aangifte aanvaard, als wegvoeringsverhinderend aangemerkt.

Als een douaneagent een aangifte indient als direct vertegenwoordiger, in de aangifte aangeeft dat hij zekerheid wil stellen voor de douaneschuld moet hij in het bezit zijn van een akte van borgtocht plus (zie dit Handboek, onderdeel Zekerheid voor het bedrag van de douaneschuld, nummer 27.00.00). Bij de aanvaardingscontroles in Sagitta Douane Invoer wordt dit in KIS gecontroleerd. Heeft de douaneagent geen akte van borgtocht plus, maar de aangifte voldoet wel aan de overige aanvaardingscontroles, wordt de aangifte als een contante aangifte (wegvoeringsverhinderend) geregistreerd.

In alle andere gevallen wordt de aangifte niet aanvaard.

Naar boven

12.2.3 Aanvaardings-, vrijgaveprocedure bij plaatsing onder de regeling actieve veredeling -schorsingssysteem

In deze paragraaf leest u over de procedure van plaatsing onder de regeling actieve veredeling met het schorsingssysteem.

Bij plaatsing onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) kunnen zich 3 situaties voordoen:

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, registratie in KIS;

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, geen registratie in KIS;

  • in de aangifte wordt middels een bijzondere vermelding in vak 44 van het Enig document verzocht om de afgifte van een vergunning op aangifte.

Aan de hand van de gevraagde regeling gaat het geautomatiseerde aangiftebehandelingssysteem Douane Sagitta Invoer na in KIS of onder het douanenummer van de aangever een voor die regeling geldige vergunningcode is opgenomen. Als dit het geval is, wordt de aangifte aanvaard, wordt deze, als er geen andere redenen voor controle zijn, direct administratief afgedaan. Het systeem geeft de goederen vrij. Op het plaatsingskantoor vindt geen verdere controle plaats, ook niet ten aanzien van de zekerheid want deze is immers reeds geregeld bij de afgifte van de vergunning. De zekerheid is gesteld door de vergunninghouder.

Als Douane Sagitta Invoer in KIS geen douanenummer van de aangever of onder het douanenummer geen geldige vergunningcode actieve veredeling (schorsingssysteem) vindt maar wél in vak 44 van de aangifte de bescheidcode van de vergunning actieve veredeling (schorsingssysteem) aantreft, wordt de aangifte wel aanvaard, maar geselecteerd als wegvoeringsverhinderend.
Een situatie als hiervoor beschreven kan zich voordoen bij een grensoverschrijdende vergunning actieve veredeling want een buitenlandse vergunninghouder is niet in KIS geregistreerd, tenzij hij hierom heeft verzocht. Ook door produktschappen verleende vergunningen actieve veredeling worden niet in KIS opgenomen.

Als de aangifte is geselecteerd als wegvoeringsverhinderend handelt de behandelend ambtenaar als volgt:

  • hij beoordeelt of de vergunning moet worden overgelegd. Overlegging wordt in ieder geval geëist als de douane niet bekend is met de inhoud van de vergunning. Met het oog op volgende aangiften houdt de behandelaar een afschrift van de vergunning achter;

  • hij beoordeelt of het kantoor in de vergunning is vermeld als plaatsingskantoor;

  • hij controleert of aan de overige voorwaarden van de vergunning wordt voldaan;

  • bij een door een produktschap verleende vergunning controleert hij of er zekerheid is gesteld (bij een elektronische aangifte op basis van het formulier zekerheid produktschap (invoer), bij een schriftelijke aangifte op basis van de aantekening zekerheid op het L/F formulier);

  • hij geeft de goederen vrij.

Voor de procedure van plaatsing waarbij in de aangifte wordt verzocht om afgifte van een vergunning actieve veredeling wordt verwezen naar paragraaf 11.2.12.

In bijlage 7a is een schematische weergave van de plaatsings-, aanzuiveringsprocedure bij actieve veredeling opgenomen.

In dit Handboek, onderdeel Actieve veredeling, nummer 16.00.00 is nader ingegaan op de economische douaneregeling actieve veredeling. In dat onderdeel vindt u ook nadere informatie over bescheiden die bij plaatsing onder, aanzuivering van de regeling actieve veredeling worden gebruikt zoals inlichtingenbladen.

Naar boven

12.2.4 Aanvaardings-, vrijgaveprocedure bij plaatsing onder de regeling actieve veredeling - terugbetaling

In deze paragraaf leest u over de procedure van plaatsing onder de regeling actieve veredeling met het terugbetalingssysteem.
Bij plaatsing onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) kunnen zich 3 situaties voordoen:

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, registratie in KIS;

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, geen registratie in KIS;

  • in de aangifte wordt middels een bijzondere vermelding in vak 44 van het Enig document verzocht om de afgifte van een vergunning op aangifte.

Aan de hand van de gevraagde regeling gaat het geautomatiseerde aangiftebehandelingssysteem Douane Sagitta Invoer na in KIS of onder het douanenummer van de aangever een voor die regeling geldige vergunningcode is opgenomen. Als dit het geval is, wordt de aangifte aanvaard, wordt deze, als er geen andere redenen voor controle zijn, direct administratief afgedaan. Het systeem geeft de goederen vrij. Op het plaatsingskantoor vindt geen verdere controle plaats, ook niet ten aanzien van de zekerheid want deze is immers reeds geregeld. De zekerheid is in het kader van uitstel tot betaling met een maandkrediet gesteld door bijvoorbeeld de vergunninghouder actieve veredeling terugbetalingssysteem.

Als Douane Sagitta Invoer in KIS geen douanenummer van de aangever of onder het douanenummer geen geldige vergunningcode actieve veredeling (terugbetalingssysteem) vindt maar wél in vak 44 van de aangifte de bescheidcode van de vergunning actieve veredeling (terugbetalingssysteem) aantreft, wordt de aangifte wel aanvaard, maar geselecteerd als wegvoeringsverhinderend.
Een situatie als hiervoor beschreven kan zich voordoen bij een grensoverschrijdende vergunning actieve veredeling want een buitenlandse vergunninghouder is niet in KIS geregistreerd, tenzij hij hierom heeft verzocht.

Als de aangifte is geselecteerd als wegvoeringsverhinderend handelt de behandelend ambtenaar als volgt:

  • hij beoordeelt of de vergunning moet worden overgelegd. Overlegging wordt in ieder geval geëist als de douane niet bekend is met de inhoud van de vergunning. Met het oog op volgende aangiften houdt de behandelaar een afschrift van de vergunning achter;

  • hij beoordeelt of het kantoor in de vergunning is vermeld als plaatsingskantoor;

  • hij controleert of aan de overige voorwaarden van de vergunning wordt voldaan;

  • hij geeft de goederen vrij.

Voor de procedure van plaatsing waarbij in de aangifte wordt verzocht om afgifte van een vergunning actieve veredeling wordt verwezen naar paragraaf 11.2.12.

In bijlage 7a is een schematische weergave van de plaatsings-, aanzuiveringsprocedure bij actieve veredeling opgenomen.

In dit Handboek, onderdeel Actieve veredeling, nummer 16.00.00 is nader ingegaan op de economische douaneregeling actieve veredeling. In dat onderdeel vindt u ook nadere informatie over bescheiden die bij plaatsing onder, aanzuivering van de regeling actieve veredeling worden gebruikt zoals inlichtingenbladen.

Naar boven

12.2.5 Aanvaardings-, vrijgaveprocedure bij plaatsing onder de regeling behandeling onder douanetoezicht

In deze paragraaf leest u over de procedure van plaatsing onder de regeling behandeling onder douanetoezicht.

Bij plaatsing onder de regeling behandeling onder douanetoezicht kunnen zich 3 situaties voordoen:

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, registratie in KIS;

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, geen registratie in KIS;

  • in de aangifte wordt middels een bijzondere vermelding in vak 44 van het Enig document verzocht om de afgifte van een vergunning op aangifte.

Aan de hand van de gevraagde regeling gaat het geautomatiseerde aangiftebehandelingssysteem Douane Sagitta Invoer na in KIS of onder het douanenummer van de aangever een voor die regeling geldige vergunningcode is opgenomen. Als dit het geval is, wordt de aangifte aanvaard, wordt deze, als er geen andere redenen voor controle zijn, direct administratief afgedaan. Het systeem geeft de goederen vrij. Op het plaatsingskantoor vindt geen verdere controle plaats, ook niet ten aanzien van de zekerheid want deze is immers reeds geregeld bij de afgifte van de vergunning. De zekerheid is gesteld door de vergunninghouder.

Als Douane Sagitta Invoer in KIS geen douanenummer van de aangever of onder het douanenummer geen geldige vergunningcode behandeling onder douanetoezicht vindt maar wél in vak 44 van de aangifte de bescheidcode van de vergunning behandeling onder douanetoezicht aantreft, wordt de aangifte wel aanvaard, maar geselecteerd als wegvoeringsverhinderend. Een situatie als hiervoor beschreven kan zich voordoen bij een grensoverschrijdende vergunning behandeling onder douanetoezicht want een buitenlandse vergunninghouder is niet in KIS geregistreerd, tenzij hij hierom heeft verzocht.

Als de aangifte is geselecteerd als wegvoeringsverhinderend handelt de behandelend ambtenaar als volgt:

  • hij beoordeelt of de vergunning moet worden overgelegd. Overlegging wordt in ieder geval geëist als de douane niet bekend is met de inhoud van de vergunning. Met het oog op volgende aangiften houdt de behandelaar een afschrift van de vergunning achter;

  • hij beoordeelt of het kantoor in de vergunning is vermeld als plaatsingskantoor.

  • hij controleert of aan de overige voorwaarden van de vergunning wordt voldaan; hij geeft de goederen vrij.

  • Voor de procedure van plaatsing waarbij in de aangifte wordt verzocht om afgifte van een vergunning behandeling onder douanetoezicht wordt verwezen naar paragraaf 11.2.12.

In bijlage 7a is een schematische weergave van de plaatsings-, aanzuiveringsprocedure bij behandeling onder douanetoezicht opgenomen.

In dit Handboek, onderdeel Behandeling onder douanetoezicht, nummer 17.00.00 is nader ingegaan op de economische douaneregeling behandeling onder douanetoezicht.

Naar boven

12.2.6 Aanvaardings-, vrijgaveprocedure bij aanzuivering van onder de regeling passieve veredeling (met voorafgaande invoer)

In deze paragraaf leest u over de aangifte voor het vrije verkeer in het kader van aanzuivering van de regeling passieve veredeling (met voorafgaand invoer).

Bij plaatsing onder de regeling passieve veredeling (met voorafgaand invoer) kunnen zich 3 situaties voordoen:

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, registratie in KIS;

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, geen registratie in KIS;

  • in de aangifte wordt middels een bijzondere vermelding in vak 44 van het Enig document verzocht om de afgifte van een vergunning op aangifte.

Aan de hand van de gevraagde regeling gaat het geautomatiseerde aangiftebehandelingssysteem Douane Sagitta Invoer na in KIS of onder het douanenummer van de aangever een voor die regeling geldige vergunningcode is opgenomen. Als dit het geval is, wordt de aangifte aanvaard, wordt deze, als er geen andere redenen voor controle zijn, direct administratief afgedaan. Het systeem geeft de goederen vrij. Op het aanzuiveringskantoor vindt geen verdere controle plaats, ook niet ten aanzien van de zekerheid want deze is immers reeds geregeld. De zekerheid is in het kader van uitstel tot betaling met een maandkrediet gesteld door bijvoorbeeld de vergunninghouder passieve veredeling.

Als Douane Sagitta Invoer in KIS geen douanenummer van de aangever of onder het douanenummer geen geldige vergunningcode passieve veredeling (met voorafgaand invoer) vindt maar wél in vak 44 van de aangifte de bescheidcode van de vergunning regeling passieve veredeling (met voorafgaand invoer) aantreft, wordt de aangifte wel aanvaard, maar geselecteerd als wegvoeringsverhinderend.
Een situatie als hiervoor beschreven kan zich voordoen bij een grensoverschrijdende vergunning passieve veredeling want een buitenlandse vergunninghouder is niet in KIS geregistreerd, tenzij hij hierom heeft verzocht.

Als de aangifte is geselecteerd als wegvoeringsverhinderend handelt de behandelend ambtenaar als volgt:

  • hij beoordeelt of de vergunning moet worden overgelegd. Overlegging wordt in ieder geval geëist als de douane niet bekend is met de inhoud van de vergunning. Met het oog op volgende aangiften houdt de behandelaar een afschrift van de vergunning achter.

  • hij beoordeelt of het kantoor in de vergunning is vermeld als kantoor;

  • hij controleert of aan de overige voorwaarden van de vergunning wordt voldaan;

  • hij geeft de goederen vrij.

Voor de procedure van aanzuivering waarbij in de aangifte wordt verzocht om afgifte van een vergunning passieve veredeling wordt verwezen naar paragraaf 11.2.12.

In bijlage 7b is een schematische weergave van de plaatsings-, aanzuiveringsprocedure bij passieve veredeling opgenomen.

In dit Handboek, onderdeel Passieve veredeling, nummer 19.00.00 is nader ingegaan op de economische douaneregeling passieve veredeling. In dat onderdeel vindt u ook nadere informatie over bescheiden die bij plaatsing onder, aanzuivering van de regeling passieve veredeling worden gebruikt zoals inlichtingenbladen, en IDR-Inlichtingenfiches,

Naar boven

12.2.7 Aanvaardings-, vrijgaveprocedure bij plaatsing onder de regeling tijdelijke invoer

In deze paragraaf leest u over de aangifte tot plaatsing onder de regeling tijdelijke invoer.

Bij plaatsing onder de regeling tijdelijke invoer kunnen zich 3 situaties voordoen:

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, registratie in KIS;

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, geen registratie in KIS;

  • in de aangifte wordt middels een bijzondere vermelding in vak 44 van het Enig document verzocht om de afgifte van een vergunning op aangifte.

Aan de hand van de gevraagde regeling gaat het geautomatiseerde aangiftebehandelingssysteem Douane Sagitta Invoer na in KIS of onder het douanenummer van de aangever een voor die regeling geldige vergunningcode is opgenomen. Als dit het geval is, wordt de aangifte aanvaard, wordt deze, als er geen andere redenen voor controle zijn, direct administratief afgedaan. Het systeem geeft de goederen vrij. Op het plaatsingskantoor vindt geen verdere controle plaats, ook niet ten aanzien van de zekerheid want deze is immers reeds geregeld bij de afgifte van de vergunning. De zekerheid is gesteld door de vergunninghouder.

Als Douane Sagitta Invoer in KIS geen douanenummer van de aangever of onder het douanenummer geen geldige vergunningcode tijdelijke invoer vindt maar wél in vak 44 van de aangifte de bescheidcode van de vergunning tijdelijke invoer aantreft, wordt de aangifte wel aanvaard, maar geselecteerd als wegvoeringsverhinderend.
Een situatie als hiervoor beschreven kan zich voordoen bij een grensoverschrijdende vergunning tijdelijke invoer want een buitenlandse vergunninghouder is niet in KIS geregistreerd, tenzij hij hierom heeft verzocht.

Als de aangifte is geselecteerd als wegvoeringsverhinderend handelt de behandelend ambtenaar als volgt:

  • hij beoordeelt of de vergunning moet worden overgelegd. Overlegging wordt in ieder geval geëist als de douane niet bekend is met de inhoud van de vergunning. Met het oog op volgende aangiften houdt de behandelaar een afschrift van de vergunning achter;

  • hij beoordeelt of het kantoor in de vergunning is vermeld als plaatsingskantoor;

  • hij controleert of aan de overige voorwaarden van de vergunning wordt voldaan;

  • hij geeft de goederen vrij.

Voor de procedure van plaatsing waarbij in de aangifte wordt verzocht om afgifte van een vergunning tijdelijke invoer wordt verwezen naar paragraaf 11.2.12.

In bijlage 7c is een schematische weergave van de plaatsings-, aanzuiveringsprocedure tijdelijke invoer opgenomen.
In dit Handboek,onderdeel Tijdelijke invoer, nummer 18.00.00 is nader ingegaan op de economische douaneregeling tijdelijke invoer. In dat onderdeel vindt u ook nadere informatie over bescheiden die bij plaatsing onder, aanzuivering van de regeling tijdelijke invoer worden gebruikt zoals inlichtingenbladen. Ook is aldaar ingegaan op het gebruik van het carnet ATA, het carnet CPD China - Taiwan.

Let op:
Bij de regeling tijdelijke invoer kan de plaatsingsaangifte mondeling of door een voorgeschreven handeling worden gedaan. Dit is een uitbreiding. Het blijft mogelijk om een schriftelijke of elektronische aangifte te gebruiken.

Mondelinge aangifte of aangifte door een voorgeschreven handeling bij plaatsing

Het plaatsen van de volgende goederen onder de regeling tijdelijke invoer kan mondeling of door een voorgeschreven handeling worden gedaan:

  • laadborden;

  • containers;

  • vervoermiddelen. Ingeval van niet-geregistreerde wegvoertuigen kan de aangifte worden gedaan met een triptiek of carnet de passage, douane dat is afgegeven onder aansprakelijkheid van een vereniging die is aangesloten bij de Alliance Internationale de Tourisme of de Federation Internationale Automibile (zie paragraaf 39.7.2.1 van het onderdeel Tijdelijke Invoer van dit Handboek, nummer 18.00.00).;

  • persoonlijke bezittingen, goederen voor sportdoeleinden;

  • welzijnsgoederen voor zeelieden;

(artikel 229, lid 1, en artikel 232, lid 1, TVo. CDW)

Let op:
Ten aanzien van vervoermiddelen, persoonlijke bezittingen, goederen voor sportdoeleinden kan een normale schriftelijke of electronische aangifte worden geëist als een aanzienlijk bedrag aan rechten bij invoer kan worden verschuldigd, het risico bestaat dat niet aan de voorwaarden zal worden voldaan (zie paragraaf 36.1.2 van het onderdeel Tijdelijke Invoer van dit Handboek, nummer 18.00.00).
(artikel 579 TVo. CDW)

Uitsluitend mondelinge aangifte bij plaatsing

De volgende goederen kunnen met een mondelinge aangifte onder de regeling tijdelijke invoer worden geplaatst:

  • levende dieren;

  • materiaal, voertuigen, uitrusting voor radio-, televisieproducties of -rapportages van een persoon die buiten het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd;

  • beroepsuitrusting van artsen voor het verlenen van zorg aan zieken die moeten worden behandeld in het kader van orgaantransplantaties;

  • gevulde verpakkingen die leeg of gevuld worden wederuitgevoerd voor zover die zijn voorzien van herkenningstekens of andere identificatiemiddelen van een persoon die buiten het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd;

  • andere goederen voor zover dat kan worden toegestaan gelet op aard, karakter van de goederen, het gebruik daarvan.

(artikel 229, lid 1, TVo. CDW)

Let op:
Bij de regeling tijdelijke invoer kan de aanzuiveringsaangifte (bestemming wederuitvoer) mondeling of door een voorgeschreven handeling worden gedaan. Dit is een uitbreiding. Het blijft mogelijk om een schriftelijke of elektronische aangifte te gebruiken.

Mondelinge aangifte of aangifte door een voorgeschreven handeling bij aanzuivering (bestemming wederuitvoer)

Het aanzuivering (bestemming wederuitvoer) van de regeling tijdelijke invoer ingeval van de volgende goederen kan mondeling of door een voorgeschreven handeling worden gedaan:

  • laadborden;

  • containers;

  • vervoermiddelen. Ingeval van niet-geregistreerde wegvoertuigen kan de aangifte worden gedaan met een triptiek of carnet de passage, douane dat is afgegeven onder aansprakelijkheid van een vereniging die is aangesloten bij de Alliance Internationale de Tourisme of de Federation Internationale Automibile ((zie paragraaf 39.7.2.2 van het onderdeel 18.00.00 van dit Handboek);

  • persoonlijke bezittingen, goederen voor sportdoeleinden;

  • welzijnsgoederen voor zeelieden.

(artikel 229, lid 2, en artikel 232, lid 2, TVo. CDW)

Uitsluitend mondelinge aangifte bij aanzuivering (bestemming wederuitvoer)

Het aanzuivering (bestemming wederuitvoer) van de regeling tijdelijke invoer ingeval van de volgende goederen kan mondeling worden gedaan:

  • levende dieren;

  • materiaal, voertuigen, uitrusting voor radio-, televisieproducties of -rapportages van een persoon die buiten het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd;

  • beroepsuitrusting van artsen voor het verlenen van zorg aan zieken die moeten worden behandeld in het kader van orgaantransplantaties;

  • gevulde verpakkingen die leeg of gevuld worden wederuitgevoerd voor zover die zijn voorzien van herkenningstekens of andere identificatiemiddelen van een persoon die buiten het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd;

  • andere goederen voor zover dat kan worden toegestaan gelet op aard, karakter van de goederen, het gebruik daarvan.

(artikel 229, lid 2, TVo. CDW)

Naar boven

12.2.8 Aanvaardings-, vrijgaveprocedure bij plaatsing onder de regeling vrije verkeer met toepassing van een bijzondere bestemming

In deze paragraaf leest u over de procedure van plaatsing onder de regeling vrije verkeer met toepassing van een bijzondere bestemming.

Bij plaatsing in het vrije verkeer brengen met toepassing van een bijzondere bestemming kunnen zich 3 situaties voordoen:

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, registratie in KIS;

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, geen registratie in KIS;

  • in de aangifte wordt middels een bijzondere vermelding in vak 44 van het Enig document verzocht om de afgifte van een vergunning op aangifte.

Aan de hand van de gevraagde regeling gaat het geautomatiseerde aangiftebehandelingssysteem Douane Sagitta Invoer na in KIS of onder het douanenummer van de aangever een voor die regeling geldige vergunningcode is opgenomen. Als dit het geval is, wordt de aangifte aanvaard, wordt deze, als er geen andere redenen voor controle zijn, direct administratief afgedaan. Het systeem geeft de goederen vrij. Op het plaatsingskantoor vindt geen verdere controle plaats, ook niet ten aanzien van de zekerheid want deze is immers reeds geregeld bij de afgifte van de vergunning. De zekerheid is gesteld door de vergunninghouder.

Als Douane Sagitta Invoer in KIS geen douanenummer van de aangever of onder het douanenummer geen geldige vergunningcode in het vrije verkeer brengen met toepassing van een bijzondere bestemming vindt maar wél in vak 44 van de aangifte de bescheidcode van de vergunning in het vrije verkeer brengen met toepassing van een bijzondere bestemming aantreft, wordt de aangifte wel aanvaard, maar geselecteerd als wegvoeringsverhinderend.
Een situatie als hiervoor beschreven kan zich voordoen bij een grensoverschrijdende vergunning bijzondere bestemming want een buitenlandse vergunninghouder is niet in KIS geregistreerd, tenzij hij hierom heeft verzocht.

Als de aangifte is geselecteerd als wegvoeringsverhinderend handelt de behandelend ambtenaar als volgt:

  • hij beoordeelt of de vergunning moet worden overgelegd. Overlegging wordt in ieder geval geëist als de douane niet bekend is met de inhoud van de vergunning. Met het oog op volgende aangiften houdt de behandelaar een afschrift van de vergunning achter.

  • hij beoordeelt of het kantoor in de vergunning is vermeld als plaatsingskantoor;

  • hij controleert of aan de overige voorwaarden van de vergunning wordt voldaan;

  • hij geeft de goederen vrij.

Voor de procedure van plaatsing waarbij in de aangifte wordt verzocht om afgifte van een vergunning bijzondere bestemming wordt verwezen naar paragraaf 11.2.12.

In bijlage 7d is een schematische weergave van de plaatsings-, aanzuiveringsprocedure bijzondere bestemming opgenomen.

In dit Handboek, onderdeel Bijzondere bestemmingen, nummer 6.10.00 is nader ingegaan op de regeling brengen in het vrije verkeer met bijzondere bestemmingen.

Naar boven

12.2.9 Aanvaardings-, vrijgaveprocedure bij plaatsing onder de regeling douane-entrepot type B

In deze paragraaf leest u over de procedure van plaatsing c.q. inslag van goederen onder het stelsel van douane-entrepots van het type B.
De communautaire wetgeving gebruikt de term "plaatsing onder de regeling" of "plaatsing onder het stelsel" van douane-entrepots. Deze begrippen omvatten ook het Nederlandse begrip "inslag" in douane-entrepots.
Een douane-entrepot type B is een publiek douane-entrepot. In tegenstelling tot de andere entrepottypen zoals typen C, E die wij in Nederland kennen, ligt de verantwoordelijkheid bij plaatsing onder het stelsel van het douane-entrepot type B bij de entrepositaris (en niet bij de entreposeur). Vanwege het bijzondere karakter wordt de plaatsingsprocedure onder het stelsel van een douane-entrepot type B afzonderlijk behandeld.
(artikelen 101, 102 CDW)

Bij plaatsing onder onder het stelsel van het douane-entrepot type B kunnen zich 2 situaties voordoen:

  • de aangever beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, registratie in KIS (de entrepositaris is tevens entreposeur);

  • de aangever beschikt niet over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, geen registratie in KIS (de entrepositaris is niet tevens entreposeur).

Aan de hand van de gevraagde regeling gaat het geautomatiseerde aangiftebehandelingssysteem Douane Sagitta Invoer na in KIS of onder het douanenummer van de aangever een voor die regeling geldige vergunningcode is opgenomen. Als de entrepositaris tevens entreposeur is wordt de aangifte aanvaard. Douane Sagitta Invoer selecteert de aangifte als wegvoeringsverhinderend om het bescheid ten behoeve van afhandeling te kunnen maken. Dit bescheid is nodig voor de door de douane te voeren voorraadadministratie.

Nu de aangifte is geselecteerd als wegvoeringsverhinderend handelt de behandelend ambtenaar als volgt:

  • hij draagt zorg voor het printen van het bescheid ten behoeve van afhandeling;

  • hij zendt het bescheid ten behoeve van afhandeling aan het controlekantoor voor de te voeren voorraadadministratie;

  • hij geeft de goederen vrij.

Op het plaatsingskantoor vindt geen verdere controle plaats, ook niet ten aanzien van de zekerheid want deze is immers reeds geregeld bij de afgifte van de vergunning. De zekerheid is gesteld door de vergunninghouder.

Als de entrepositaris niet tevens entreposeur is, treft Douane Sagitta Invoer in KIS onder het douanenummer van de aangever geen geldige vergunningcode douane-entrepot type B aan. Is in vak 44 van de plaatsingsaangifte de bescheidcode, het nummer van een vergunning douane-entrepot type B opgenomen, dan wordt de aangifte wel door Douane Sagitta Invoer aanvaard, maar ook nu weer geselecteerd als wegvoeringsverhinderend.

De behandelend ambtenaar handelt als volgt:

  • hij beoordeelt op basis van vak 49 van de aangifte of de vergunning moet worden overgelegd. Overlegging wordt in ieder geval geëist als de douane niet bekend is met de inhoud van de vergunning. Met het oog op volgende aangiften houdt de behandelaar een afschrift van de vergunning achter;

  • hij beoordeelt of het kantoor in de vergunning is vermeld als plaatsingskantoor;

  • hij controleert of aan de overige voorwaarden van de vergunning wordt voldaan;

  • hij controleert in KIS of er voldoende documentzekerheid is gesteld, als dit niet het geval is dat er alsnog zekerheid gesteld moet worden. De zekerheid wordt gesteld door de entrepositaris;

  • hij draagt zorg voor het printen van het bescheid ten behoeve van afhandeling;

  • hij zendt het bescheid ten behoeve van afhandeling aan het controlekantoor voor de te voeren voorraadadministratie;

  • hij geeft de goederen vrij.

In alle overige gevallen wordt de plaatsingsaangifte niet door Douane Sagitta Invoer aanvaard.

In bijlage 7e is een schematische weergave van de plaatsings-, aanzuiveringsprocedure douane-entrepot type B opgenomen.

In dit Handboek, onderdeel Douane-entrepots, nummer 15.00.00 is nader ingegaan op de economische douaneregeling douane-entrepot. In dat onderdeel vindt u ook nadere informatie over bescheiden die bij de regeling douane-entrepot worden gebruikt zoals inlichtingenbladen.

Let op:
Indien goederen met een T-document of TIR-carnet onder het stelsel van douane-entrepot type B worden geplaatst, moet de entrepositaris hierop een verzoek tot plaatsing hebben gesteld, ingevuld, ondertekend. Dit verzoek luidt als volgt:

"Ondergetekende, ....................... verzoekt de in dit document omschreven goederen te mogen plaatsen onder het douane-entrepot type B van: ..................., identificatienummer ........................".

Door de ondertekening bevinden de goederen zich onder het stelsel, eindigt de aansprakelijkheid van de vorige titularis van het document.

Naar boven

12.2.10 Aanvaardings-, vrijgaveprocedure bij plaatsing onder de regeling douane-entrepot types C, D, E

In deze paragraaf leest u over de procedure van plaatsing c.q. inslag van goederen onder het stelsel van douane-entrepots van de types C, D, E.
De communautaire wetgeving gebruikt de term "plaatsing onder de regeling" of "plaatsing onder het stelsel" van douane-entrepots. Deze begrippen omvatten ook het Nederlandse begrip "inslag" in douane-entrepots.
De douane-entrepot types C, D, E zijn particuliere douane-entrepots. De verantwoordelijkheid bij plaatsing onder het stelsel van deze douane-entrepot types ligt bij de entreposeur.

Bij plaatsing onder de regeling douane-entrepot type C, D of E kunnen zich 2 situaties voordoen:

  • de aangever beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, registratie in KIS;

  • de aangever beschikt over een vergunning op model van bijlage 67 TVo. CDW, geen registratie in KIS.

Aan de hand van de gevraagde regeling gaat het geautomatiseerde aangiftebehandelingssysteem Douane Sagitta Invoer na in KIS of onder het douanenummer van de aangever een voor die regeling geldige vergunningcode is opgenomen. Als dit het geval is, wordt de aangifte aanvaard, wordt deze, als er geen andere redenen voor controle zijn, direct administratief afgedaan. Het systeem geeft de goederen vrij. Op het plaatsingskantoor vindt geen verdere controle plaats, ook niet ten aanzien van de zekerheid want deze is immers reeds geregeld bij de afgifte van de vergunning. De zekerheid is gesteld door de vergunninghouder.

Als Douane Sagitta Invoer in KIS geen douanenummer van de aangever of onder het douanenummer geen geldige vergunningcode douane-entrepot type C, D of E vindt maar wél in vak 44 van de aangifte de bescheidcode van de vergunning douane-entrepot C, D of E aantreft, wordt de aangifte wel aanvaard, maar geselecteerd als wegvoeringsverhinderend.
Een situatie als hiervoor beschreven kan zich voordoen bij een grensoverschrijdende vergunning douane-entrepot want een buitenlandse vergunninghouder is niet in KIS geregistreerd, tenzij hij hierom heeft verzocht.

Als de aangifte is geselecteerd als wegvoeringsverhinderend handelt de behandelend ambtenaar als volgt:

  • hij beoordeelt of de vergunning moet worden overgelegd. Overlegging wordt in ieder geval geëist als de douane niet bekend is met de inhoud van de vergunning. Met het oog op volgende aangiften houdt de behandelaar een afschrift van de vergunning achter;

  • hij beoordeelt of het kantoor in de vergunning is vermeld als plaatsingskantoor;

  • hij controleert of aan de overige voorwaarden van de vergunning wordt voldaan;

  • hij geeft de goederen vrij.

In alle overige gevallen wordt de plaatsingsaangifte niet door Douane Sagitta Invoer aanvaard.

In bijlage 7f is een schematische weergave van de plaatsings-, aanzuiveringsprocedure douane-entrepot types C, D, E opgenomen.

In dit Handboek, onderdeel Douane-entrepots, nummer 15.00.00 is nader ingegaan op de economische douaneregeling douane-entrepot. In dat onderdeel vindt u ook nadere informatie over bescheiden die bij de regeling douane-entrepot worden gebruikt zoals inlichtingenbladen.

Naar boven

12.2.11 Aanvaardings-, vrijgaveprocedure bij plaatsing onder de regeling vrije verkeer met toepassing van een douanevrijstelling

In deze paragraaf leest u over de procedure van plaatsing onder de regeling vrije verkeer met toepassing van een douanevrijstelling.

Vergunningen vrije verkeer met toepassing van douanevrijstellingen worden niet geregistreerd in KIS. Bij plaatsing onder de regeling vrije verkeer met toepassing van een douanevrijstelling kan zich daarom slechts 1 situatie voordoen:

  • de vergunninghouder beschikt over een vergunning op een voorgeschreven model, geen registratie in KIS.

Omdat een vergunning vrije verkeer met toepassing van een douanevrijstelling niet in KIS wordt geregistreerd, vindt Douane Sagitta Invoer in KIS geen douanenummer van de aangever of onder het douanenummer geen geldige vergunningcode vrije verkeer met toepassing van een douanevrijstelling. Omdat in vak 44 van de aangifte wel de bescheidcode van de vergunning vrije verkeer met toepassing van een douanevrijstelling wordt aangetroffen, wordt de aangifte aanvaard, maar geselecteerd als wegvoeringsverhinderend.

Nu de aangifte is geselecteerd als wegvoeringsverhinderend handelt de behandelend ambtenaar als volgt:

  • hij beoordeelt of de vergunning moet worden overgelegd. Overlegging wordt in ieder geval geëist als de douane niet bekend is met de inhoud van de vergunning. Met het oog op eventueel volgende aangiften houdt de behandelaar een afschrift van de vergunning achter;

  • hij beoordeelt of het kantoor in de vergunning is vermeld als plaatsingskantoor;

  • hij controleert of aan de overige voorwaarden van de vergunning wordt voldaan;

  • hij beoordeelt in voorkomend geval of er zekerheid gesteld moet worden. Zekerheid moet worden gesteld door de vergunninghouder;

  • hij geeft de goederen vrij.

In bijlage 7g is een schematische weergave van de plaatsings-, aanzuiveringsprocedure douanevrijstelling opgenomen.

In dit Handboek, onderdeel Douanevrijstellingen, nummer 24.00.00 is nader ingegaan op de regeling brengen in het vrije verkeer met douanevrijstellingen. In dat onderdeel vindt u ook nadere informatie over bescheiden die bij plaatsing onder de regeling worden gebruikt.

Naar boven

12.2.12 Vergunningaanvraag, -afgifte op aangifte

In deze paragraaf vindt u de procedure met betrekking tot plaatsing, aanzuivering in de gevallen waarin een vergunning voor een douaneregeling wordt aangevraagd op de aangifte waarmee de goederen onder de betreffende regeling worden geplaatst (hierna: vergunning op aangifte).

De volgende onderwerpen zijn in deze paragraaf opgenomen:

  • voor welke douaneregelingen om een vergunning op aangifte kan worden verzocht;

  • wie om een vergunning op aangifte kan verzoeken;

  • welke voorwaarden gelden voor het afgeven van een vergunning op afgifte;

  • op welke wijze moet worden verzocht om een vergunning op aangifte;

  • de procedure van aanvaarding van de aangifte, afgifte van de vergunning;

  • het plaatsingskantoor;

  • het Klant Informatie Systeem (KIS);

  • het controlekantoor;

  • de geldigheidsduur vergunningen;

  • de terugwerkende kracht van een vergunning;

  • het wijzigen of verlengen van een vergunning;

  • de hoofdboekhouding, boekhouding, administratie;

  • de aanzuiveringstermijn;

  • beëindiging van de regeling, verplichtingen van de aangever/vergunninghouder;

  • procedures, werkzaamheden van het controlekantoor.

Douaneregelingen waarbij om een vergunning op aangifte kan worden verzocht

Voor de volgende douaneregelingen kan om een vergunning op aangifte worden verzocht:

  • actieve veredeling (schorsingssysteem, terugbetalingssysteem);

  • behandeling onder douanetoezicht;

  • tijdelijke invoer;

  • passieve veredeling;

  • vrije verkeer met bijzondere bestemming.

(artikel 497, lid 3 en artikel 292, lid 3 TVo. CDW)

Tenzij één van de bovenstaande douaneregelingen specifiek wordt genoemd, duidt de in deze paragraaf gehanteerde term "regeling" op alle hiervoor genoemde douaneregelingen.

Wie om een vergunning op aangifte kan verzoeken

Een vergunning op aangifte kan alleen worden verzocht door of namens de persoon die:

  • de veredeling verricht of laat verrichten (actieve veredeling);

  • de behandeling verricht of laat verrichten (behandeling onder douanetoezicht);

  • de goederen gebruikt of laat gebruiken (tijdelijke invoer);

  • de veredeling laat verrichten (passieve veredeling), of

  • aan de goederen de bijzondere bestemming geeft (bijzondere bestemming).

(artikelen 116, 132, 138 en 147 CDW, artikel 293 TVo. CDW)

De aanvrager (beoogde vergunninghouder) moet in het douanegebied van de Gemeenschap zijn gevestigd. In het geval van tijdelijke invoer kan de vergunning ook worden aangevraagd door een persoon die buiten de Gemeenschap is gevestigd.

Voorwaarden voor vergunningafgifte

Voor de afgifte van een vergunning op aangifte gelden de volgende algemene voorwaarden:

  • De vergunninghouder moet alle noodzakelijke waarborgen bieden voor een goed verloop van de handelingen;

  • De douane-autoriteiten moeten toezicht, controle kunnen uitoefenen op de regeling zonder dat administratieve maatregelen moeten worden genomen die niet in verhouding staan tot de economische behoeften.

(artikel 86 CDW, artikel 293 TVo. CDW)

In de vergunning worden de nadere voorwaarden voor het gebruik van de betreffende regeling opgenomen, de verplichting voor de vergunninghouder om de douane mededeling te doen van elk feit dat zich na afgifte van de vergunning voordoet, dat gevolgen kan hebben voor de handhaving of de inhoud van de vergunning.
(artikel 87 CDW, artikel 293 TVo. CDW)

Er kan zekerheid worden geëist als waarborg voor de betaling van de douaneschuld die ter zake van de goederen eventueel kan ontstaan. Bij vergunningen op aangifte wordt altijd zekerheid geëist.
(artikel 88 CDW, artikel 293 TVo. CDW)

Verzoek om een vergunning op aangifte

Voor een verzoek om een vergunning op aangifte gelden de volgende voorwaarden, bepalingen:

  • het verzoek kan slechts worden ingediend als aan de economische voorwaarden of aan de economische doeleinden wordt voldaan;

  • een vergunning wordt aangevraagd door middel van het doen van een schriftelijke of elektronische aangifte die voldoet aan alle eisen die aan een aangifte worden gesteld voor het plaatsen volgens de normale procedure onder de gewenste regeling;

  • er moet zijn voldaan aan de voorwaarden die gelden voor de afgifte van de vergunning;

  • in het vak bijzondere vermeldingen van de aangifte moet de "code 00100", "vereenvoudigde aanvraag vergunning" zijn opgenomen;

  • in geval van een electronische aangifte moet in het aangiftebericht de gewenste geldigheidsduur (aanzuiveringstermijn) van de vergunning zijn vermeld (maximaal 3 posities). De gewenste termijn moet worden vermeld in weken. In een schriftelijke aangifte moet in vak 44 de bijzondere vermelding code 97006 worden opgenomen, tevens de gewenste geldigheidsduur;

  • de aanvrager of diens vertegenwoordiger moet van de internetsite van de Douane (www.douane.nl) de "Opgave Aanvullende gegevens, voorwaarden bij aanvraag vergunning op aangifte" downloaden, invullen. Afhankelijk van de gevraagde regeling is een opgave beschikbaar voor een vergunning voor een economische douaneregeling, een vergunning vrije verkeer met een bijzondere bestemming. De opgave hoeft niet bij de aangifte te worden overgelegd, maar moet in de administratie worden bewaard, op eerste verzoek van de douane worden overgelegd. Het model van de Opgave voor aanvraag van een vergunning economische douaneregelingen op aangifte is opgenomen in bijlage 8a, het model van de Opgave voor de aanvraag van een vergunning bijzondere bestemming op aangifte in bijlage 8b.

(artikel 499, artikel 292 TVo. CDW).

Procedure van aanvaarding, vergunningafgifte

Douane Sagitta Invoer selecteert een aangifte waarop wordt verzocht om afgifte van een vergunning als wegvoeringsverhinderend. De verifiërend ambtenaar beoordeelt ten eerste of het een vergunning betreft die op aangifte kan worden aangevraagd.
(artikelen 292 en 497 TVo. CDW)

Vervolgens beoordeelt de ambtenaar of de aangifte voldoende gegevens bevat om te kunnen beoordelen of de vergunning kan worden verleend. Als hij van oordeel is dat dit niet het geval is, dan vraagt hij de aangever of diens vertegenwoordiger om de "Opgave Aanvullende gegevens, voorwaarden bij aanvraag vergunning op aangifte" te overleggen (zie bijlages 8a, 8b).

Daarna beoordeelt de ambtenaar of de vergunning kan worden verleend, of de identiteit van de goederen in voldoende mate kan worden vastgesteld, kan worden behouden, of het verloop van de regeling kan worden gecontroleerd. De wijze waarop de identiteit wordt gehandhaafd, wordt opgenomen in de opgave, bijvoorbeeld aan de hand van:

  • volgnummers of fabricagenummers;

  • loodjes, zegels, stempels of andere merktekens;

  • inlichtingbladen INF;

  • monsters, stalen, tekeningen of technische beschrijvingen;

  • analyses;

  • andere identificatiemiddelen zoals handelsbescheiden, administratieve bescheiden c.q. de administratie.

Alvorens de goederen vrij te geven, beoordeelt de ambtenaar of voldoende zekerheid is gesteld, of de zekerheid voldoende dekking biedt voor de gevraagde regeling. Wordt de zekerheid bijvoorbeeld gesteld door een derde persoon - bijvoorbeeld de douaneagent - , dan dient deze te beschikken over een akte van borgtocht plus (zie dit Handboek, onderdeel Zekerheid voor het bedrag van de douaneschuld, nr. 27.00.00).

De vergunning wordt verleend op het moment dat de goederen worden vrijgegeven.
Als wordt geoordeeld dat de vergunning niet kan worden verleend, dan wordt de aangifte buiten werking gesteld. De mededeling buitenwerkingstelling is een voor bezwaar vatbare beschikking.

Plaatsingskantoor

Het kantoor van aangifte wordt aangemerkt als plaatsingskantoor.

Klant Informatie Systeem (KIS)

Vergunningen op aangifte worden niet geregistreerd in KIS. Het toezicht op de regeling wordt verricht door het controlelantoor.

Controlekantoor

In alle gevallen dat een vergunning wordt afgegeven op aangifte is het controlekantoor Belastingdienst/Douane Zuid/afdeling Zuivering te Heerlen. Dat kantoor zorgt voor toezicht, controle op de voortgang, de aanzuivering van de regeling dan wel het bereiken van de bijzondere bestemming.
Het controlekantoor ontvangt de databestanden van de aangiften voor goederen die via Douane Sagitta Invoer zijn vrijgegeven voor zover daarop vergunningen op aangifte zijn verleend.
Het bewaken van de termijnen van deze vergunningen wordt verricht op basis van registratie van de volgende gegevens in het programma "Zuivering":

  • aangiftenummer;

  • datum vrijgave goederen;

  • datum einde geldigheid.

Geldigheidsduur vergunningen

De geldigheidsduur van de vergunning vangt aan op het tijdstip dat de vergunning is afgegeven.
In het geval van een vergunning op aangifte is de datum van afgifte de datum waarop de goederen door de douane zijn vrijgegeven. De geldigheidsduur van een vergunning op aangifte eindigt op de laatste dag van de aanzuiveringstermijn dan wel de laatste dag waarop goederen hun bijzondere bestemming hebben bereikt.

Terugwerkende kracht vergunningen

De bepalingen voor verlening van vergunningen met terugwerkende kracht zijn in principe niet van toepassing op een vergunning op aangifte. Een vergunning op aangifte wordt niet met terugwerkende kracht verleend.
(artikel 508 en artikel 294 TVo. CDW)

Wijzigen of verlengen vergunningen

Een vergunning op aangifte kan worden verlengd of gewijzigd. Een verzoek daartoe moet worden ingediend bij het controlekantoor.
Op een dergelijk verzoek wordt een beslissing genomen in de vorm van een voor bezwaar vatbare beschikking. Een beslissing kan betrekking hebben op het weigeren, verlenen, intrekken, wijzigen of verlengen van een vergunning.
(artikel 6 CDW)

Hoofdboekhouding, boekhouding, administratie

Om toezicht, controle op het verloop van de regeling te waarborgen , moet de vergunninghouder een boekhouding of administratie bijhouden. Een inventarisatie van de goederen die onder de regeling zijn geplaatst, kan worden geëist.
Onder boekhouding wordt verstaan de commerciële, fiscale of andere boekhoudkundige gegevens welke gegevens moeten worden bijgehouden door de vergunninghouder.
Een administratie is een verzameling informatie, gegevens aan de hand waarvan de bedrijfshandelingen, het verloop van de regeling kunnen worden gecontroleerd. Een administratie kan op elke vorm van een drager worden gevoerd. Een boekhouding kan gelijk worden gesteld aan de hiervoor bedoelde administratie.
(artikelen 496 en 291 TVo. CDW)

De administratie bevat de volgende gegevens:

  • de gegevens in de plaatsingsaangifte;

  • de gegevens in de aangifte(n) tot aanzuivering;

  • de datum, verwijzingen naar andere douanedocumenten, documenten die betrekking hebben op het plaatsen, aanzuiveren;

  • de aard van veredeling, behandeling, gebruik of bijzondere bestemming;

  • opbrengstpercentages of de manier waarop deze worden berekend;

  • de gegevens voor het volgen van de goederen, waaronder de plaats waar deze zich bevinden, en de gegevens over het eventueel overbrengen, overdragen, en

  • de handelsomschrijving of technische beschrijving aan de hand waarvan de goederen kunnen worden geïdentificeerd.

(artikelen 515, 516 en 293 TVo. CDW)

Aanzuiveringstermijn

Uiterlijk op de laatste dag van de geldigheidsduur van een vergunning op aangifte moeten de onder een regeling geplaatste goederen overeenkomstig deze regeling zijn gebezigd of moeten zij de bijzondere bestemming hebben bereikt. Op die laatste dag van de geldigheid van de vergunning moet de regeling zijn beëindigd.

Beëindiging van een regeling, verplichtingen van de aangever/vergunninghouder

Een regeling wordt beeïndigd door aan de goederen een nieuwe toegestane douanebestemming te geven of door een bijzondere bestemming te bereiken. De in de plaatsingsaangifte vermelde goederen moeten dus uiterlijk op de laatste dag van de aanzuiveringstermijn zijn wederuitgevoerd, een andere toegestane douanebestemming hebben gekregen of de bijzondere bestemming hebben gevolgd.

De aangever/vergunninghouder moet binnen 30 dagen na afloop van de geldigheidsduur bij het controlekantoor een origineel exemplaar overleggen van de aangifte die heeft gediend voor de nieuwe douanebestemming of het aantonen van het bereiken van de bijzondere bestemming. Daarbij moet een kopie van het aanvullend formulier als hiervoor bedoeld worden gevoegd.
In het geval van een vergunning actieve veredeling (schorsingssysteem) of behandeling onder douanetoezicht moet de aangever/vergunninghouder uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de aanzuiveringstermijn een aanzuiveringsafrekening indienen bij het controlekantoor. In het geval van een vergunning actieve veredeling (terugbetalingssysteem) moet de aangever/vergunninghouder uiterlijk zes maanden na het verstrijken van de aanzuiveringstermijn een verzoek om terugbetaling indienen bij het controlekantoor.
In bijzondere omstandigheden kan deze termijn worden verlengd, zelfs nadat de aanzuiveringstermijn is verstreken.
(artikel 521 TVo. CDW)

De aanzuiveringsafrekening, het verzoek om terugbetaling mogen bestaan uit het originele exemplaar van de aangifte die heeft gediend voor de nieuwe douanebestemming. In deze aangifte moet zijn verwezen naar de plaatsingsaangifte. Daarnaast moet een kopie van de "Opgave Aanvullende gegevens, voorwaarden bij aanvraag vergunning op aangifte" worden overgelegd.(Zie bijlage 8a, 8b)

Let op:
Ten aanzien van een vergunning op aangifte wordt in principe geen globalisatie toegestaan.
Indien de vergunninghouder niet beschikt over originele bewijsstukken, kan alternatief bewijs worden overgelegd als bewijs van beëindiging van de regeling. De procedure voor afgifte van alternatief bewijs is vermeld in dit Handboek, onderdeel Uitvoer, nummer 20.00.00.

Procedures, werkzaamheden van het controlekantoor

Het controlekantoor is belast met het toezicht, de controle op het tijdig beëindigen van een regeling dan wel het bereiken van een bijzondere bestemming alsmede met de behandeling van daarmee in relatie staande aanzuiveringsafrekeningen, verzoeken om terugbetaling
(artikel 521 TVo. CDW).

Toezicht, controle vindt plaats op basis van het ingediende origineel van de aangifte(n) die heeft (hebben) gediend voor de nieuwe toegestane douanebestemming of het bereiken van de bijzondere bestemming, alsmede op basis van de gegevens in de "Opgave Aanvullende gegevens, voorwaarden bij aanvraag vergunning op aangifte".(Zie bijlage 8a, 8b)

De gegevens in de betreffende bescheiden worden vergeleken met de gegevens in de plaatsingsaangifte. Hierbij wordt onder meer gelet op:

  • de volledige, tijdige beëindiging van de regeling;

  • indien van toepassing de identiteit van de goederen.

Indien de bevindingen "conform" zijn, wordt de plaatsingsaangifte beëindigd in het programma "Zuivering".

De plaatsingsaangifte, eventuele andere bescheiden alsmede de kopie van de "Opgave Aanvullende gegevens, voorwaarden bij aanvraag vergunning op aangifte" (Zie bijlage 8a, 8b) worden gearchiveerd.

Eén week na het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning voor de betrokken regeling wordt door het controlekantoor een lijst met aangiftenummers geproduceerd van aangiften waarvan de geldigheidsduur van de vergunning is verlopen.
De aangever/vergunninghouder, wordt vervolgens in kennis gesteld van het aflopen van de geldigheidstermijn door middel van een brief volgens het model van bijlage 9a als het betreft een vergunnning voor een economische douaneregeling, een brief volgens het model van bijlage 9b als het een vergunning voor het gebruik maken van een bijzondere bestemming betreft. In deze brief wordt hij nogmaals op de hoogte gesteld van de door hem na te komen verplichtingen, de eventuele gevolgen als hij ten aanzien van die verplichtingen in gebreke blijft.

Indien een aangifte is ingediend door een direct vertegenwoordiger die als derde zekerheid heeft gesteld, wordt ook deze in kennis gesteld door middel van een brief volgens het model van bijlage 10a als het een vergunning voor een economische douaneregeling betreft, een brief volgens het model van bijlage 10b als het een vergunning voor een bijzondere bestemming betreft.

Als de aangever/vergunninghouder tijdig aantoont dat hij aan de verplichtingen van de vergunning heeft voldaan dan wordt de regeling beëindigd zoals hiervoor beschreven. Ingeval een derde - bijvoorbeeld de douaneagent - zekerheid heeft gesteld, volgens het vorenstaande met een brief als genoemd in bijlagen 10a of 10b is geïnformeerd, ontvangt deze een afloopbericht volgens het model van bijlage 11. Met dit bericht wordt deze derde persoon gemeld dat de gestelde zekerheid kan worden vrijgegeven.

Niet regelmatige beëindiging:

Als niet wordt aangetoond dat een regeling tijdig, regelmatig is beëindigd, wordt als volgt gehandeld:

  1. het controlekantoor zendt aan de aangever/vergunninghouder een uitnodiging tot betaling;

  2. de uitnodiging tot betaling wordt in het systeem Douane Heffing verwerkt;

  3. de bescheiden worden op de gebruikelijke wijze gearchiveerd als het dossier wordt gesloten.

Als blijkt dat niet alle in de plaatsingsaangifte opgenomen goederen tijdig zijn wederuitgevoerd, een andere toegestane douanebestemming hebben gekregen of de bijzondere bestemming hebben bereikt:

  1. zendt het controlekantoor aan de aangever/vergunninghouder een uitnodiging tot betaling voor de invoergoederen waarvoor de regeling niet tijdig is beëindigd;

  2. verwerkt het controlekantoor de uitnodiging tot betaling in het systeem Douane Heffing;

  3. archiveert het controlekantoor de bescheiden op de gebruikelijke wijze.

Naar boven

12.3 Nadere bepalingen

Deze paragraaf bevat een aantal nadere bepalingen die bij de plaatsing van goederen onder een regeling van belang zijn. U treft de volgende onderwerpen aan:

  • Douaneschuld (paragraaf 11.3.1);

  • verboden of beperkingen (paragraaf 11.3.2).

Naar boven

12.3.1 Douaneschuld

Actieve veredeling (schorsingssysteem), behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, douane-entrepots (types B, C, D, E)

Bij plaatsing onder de economische douaneregelingen actieve veredeling (schorsingssysteem), behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, douane-entrepots (types B, C, D, E) worden de rechten bij invoer geschorst, ontstaat er geen douaneschuld. Dit heeft tot gevolg dat bij plaatsing onder deze regelingen geen gebruik kan worden gemaakt van preferentiële tariefmaatregelen, andere tariefmaatregelen, dat bij de plaatsing geen preferentiële of andere certificaten hoeven te worden overgelegd. Een dergelijk certificaat kan echter worden overgelegd om te voorkomen dat de geldigheidsduur verstrijkt. Door een ambtelijk waarmerking (plaatsen van afdruk metalen dienststempel, handtekening, naam, datum) wordt de geldigheidsduur "bevroren". Als op een later moment een douaneschuld ontstaat, kan in principe gebruik worden gemaakt van de preferentiële tariefmaatregelen, dergelijke tariefmaatregelen voor zover aan de voorwaarden daarvan wordt voldaan, het betreffende certificaat wordt overgelegd.
(artikelen 20 en 201 CDW en artikelen 218 en 220 TVo. CDW)

Actieve veredeling (terugbetalingssysteem)

Bij plaatsing onder de economische douaneregeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) worden de rechten bij invoer niet geschorst maar ontstaat er een douaneschuld. Dit heeft tot gevolg dat bij plaatsing onder deze regeling gebruik kan worden gemaakt van preferentiële tariefmaatregelen, andere tariefmaatregelen, dat bij de plaatsing de preferentiële of andere certificaten moeten worden overgelegd.
(artikelen 20 en 201 CDW en artikelen 218 en 220 TVo. CDW)

Bijzondere bestemmingen

Niet-communautaire goederen die in het vrije verkeer worden gebracht met het oog op het volgen van een bijzondere bestemming blijven onder douanetoezicht tot de bestemming is bereikt. De reden van het douanetoezicht is dat aan het gebruik voor een bijzondere bestemming een verlaagd recht of een nulrecht is verbonden. Dit heeft tot gevolg dat bij plaatsing geen gebruik kan worden gemaakt van preferentiële tariefmaatregelen, andere tariefmaatregelen, dat bij de plaatsing geen preferentiële of andere certificaten hoeven te worden overgelegd. Een dergelijk certificaat kan echter worden overgelegd om te voorkomen dat de geldigheidsduur verstrijkt. Door een ambtelijk waarmerking (plaatsen van afdruk metalen dienststempel, handtekening, naam, datum) wordt de geldigheidsduur "bevroren". Als op een later moment een douaneschuld ontstaat, kan in principe gebruik worden gemaakt van de preferentiële tariefmaatregelen, dergelijke tariefmaatregelen voor zover aan de voorwaarden daarvan wordt voldaan, het betreffende certificaat wordt overgelegd.
(artikelen 20, 21, 201 CDW, artikel 218 TVo. CDW)

Naar boven

12.3.2 Verboden of beperkingen

Bij de economische douaneregelingen douane-entrepots, actieve veredeling (schorsingssysteem, terugbetalingssysteem), behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, passieve veredeling, de onderdelen van dit Handboek die betrekking hebben op landbouwaangeleden ,en bij het brengen in het vrije verkeer met toepassing van een bijzondere bestemming of met een douanevrijstelling kunnen verboden of beperkingen moeten worden toegepast. Hieronder worden begrepen maatregelen voor de bescherming van de openbare zedelijkheid, orde, veiligheid, de gezondheid van mensen, dieren, planten, het artistiek, historisch, archeologisch bezit, het industrieel, commercieel eigendom. In voorkomend geval mogen de goederen niet worden vrijgegeven, worden de noodzakelijke maatregelen genomen. Zie hiervoor het boekwerk Wetgeving Veiligheid, Gezondheid, Economie, Milieu, boekwerk Wetgeving Douane (onderdeel Landbouw).
Zie ook hoofdstuk 1 van het onderdeel Plaatsen onder een douaneregeling, nummer 12.00.00 van dit Handboek.
(artikelen 58, 73, 75 CDW en artikel 248, lid 3 TVo. CDW)

Naar boven

12.4 Uitzonderingen

Er zijn in dit hoofdstuk geen uitzonderingen.

Naar boven

12.5 Strafbepalingen

Er zijn in dit hoofdstuk geen strafbepalingen.

Naar boven