20.00.00 Uitvoer

5 Douanekantoor van uitgang

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de uitvoerprocedure op het douanekantoor van uitgang verloopt.

Achtereenvolgens worden behandeld:

  • douanekantoor van uitgang (paragraaf 5.1.1);

  • uitzonderingen op de algemene regel (paragraaf 5.1.2);

  • exemplaar nr.3 van het Enig Document/UGD (paragraaf 5.2.1);

  • Administratief geleidedocument (paragraaf 5.2.2);

  • Enkele vervoersovereenkomst (paragraaf 5.2.3);

  • uitvoer in gedeelten (paragraaf 5.3.1);

  • minderbevinding (paragraaf 5.3.2);

  • meerbevinding (paragraaf 5.3.3);

  • bevinding van andere goederen (paragraaf 5.3.4);

  • behandelen handels- of administratief bescheid (paragraaf 5.3.5);

  • afwijkende documenten en stempels (paragraaf 5.3.6);

  • bescheiden voor teruggaaf omzetbelasting (paragraaf 5.3.7);

  • niet volgen besteming uitvoer (paragraaf 5.3.8);

  • teruggave bescheiden (paragraaf 5.4);

  • bewijs van uitvoer cq uitgang (paragraaf 5.5).

Naar boven

5.1 Algemeen

Goederen die worden uitgevoerd, moeten altijd worden aangebracht bij een zogenaamd douanekantoor van uitgang. Dat is het door de douaneautoriteiten overeenkomstig de douanewetgeving aangewezen douanekantoor waar goederen moeten worden aangebracht voordat zij het douanegebied van de Gemeenschap verlaten en waar zij onderworpen zijn aan douanecontroles welke verband houden met de uitgangsformaliteiten en aan passende, op een risicoanalyse gebaseerde controle.
(artikel 4, lid 4quinquies CDW)

Voordat goederen mogen worden uitgevoerd, moet de exporteur deze onder de douaneregeling uitvoer brengen. Hij moet daarvoor een aangifte ten uitvoer indienen. Dit doet hij bij het douanekantoor van uitvoer. De goederen moeten dan nog naar de grens van de Gemeenschap worden vervoerd voordat zij werkelijk uitgevoerd worden. Bij de grens moeten zij worden aangeboden bij het douanekantoor van uitgang.

Naar boven

5.1.1 Douanekantoor van uitgang: algemene regel

Als algemene regel geldt dat het douanekantoor van uitgang het laatste kantoor is waarlangs de goederen komen als ze het douanegebied van de Gemeenschap verlaten.
(artikel 793, lid 2 TVo. CDW)

De kantoren die in Nederland aan de buitengrens van de Gemeenschap liggen, kunt u vinden in artikel 6:1 en Bijlage III en IV Algemene douaneregeling.

Naar boven

5.1.2 Uitzonderingen op de algemene regel

In een aantal gevallen wordt afgeweken van de algemene regel en zijn ook andere kantoren douanekantoren van uitgang. Dit is het geval voor:

  • goederen die per pijpleiding vertrekken en voor elektrische energie;

  • goederen die in het kader van een enkele overeenkomst voor vervoer uit het douanegebied van de Gemeenschap ten laste worden genomen door een spoorwegmaatschappij, TNT-Post, een luchtvaart- of scheepvaartmaatschappij;

  • goederen die door expresskoeriersdiensten door de lucht worden uitgevoerd.

Voor goederen die per pijpleidingen vertrekken en voor elektrische energie worden douanekantoren aangewezen. De aangifte ten uitvoer voor deze goederen dient volgens de bepalingen van de normale procedure te worden ingediend bij het bevoegde douanekantoor van uitvoer.
Het douanekantoor van uitvoer is in deze situaties tevens kantoor van uitgang.
(artikel 793, lid 2, letter a TVo. CDW)

Voor goederen die in het kader van een enkele overeenkomst voor vervoer per spoor, per post, door de lucht of over zee het douanegebied verlaten, is het douanekantoor van uitgang het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de goederen door de een spoorwegmaatschappij, TNT Post, een luchtvaart- of scheepvaartmaatschappij ten laste worden genomen mits de aangever of zijn vertegenwoordiger verzoekt dat de formaliteiten bij het douanekantoor van uitgang bij dit kantoor worden vervuld.
(artikel 793, lid 2, letter b TVo. CDW)

Voorbeelden

Een luchtvaartmaatschappij sluit een overeenkomst om goederen te vervoeren van Venlo naar New York. De goederen worden in Venlo door de maatschappij overgenomen. Het is daarbij niet van belang dat de goederen eerst door de luchtvaartmaatschappij of, in opdracht van deze maatschappij, door een derde over de weg van Venlo naar Schiphol worden vervoerd: het voor Venlo bevoegde douanekantoor van uitvoer is, op verzoek van de aangever, (ook) het bevoegde douanekantoor van uitgang.

Een scheepvaartonderneming in Rotterdam neemt goederen over voor het vervoer naar een derde land, en de goederen zullen daarbij via Antwerpen het douanegebied van de Gemeenschap verlaten. In dit geval is het voor Rotterdam bevoegde douanekantoor van uitvoer, op verzoek van de aangever, (ook) het bevoegde douanekantoor van uitgang. Het is niet van belang hoe de goederen van Rotterdam naar Antwerpen worden vervoerd (auto, lichter), als dit vervoer maar plaatsvindt in het kader van die ene enkele vervoersovereenkomst.

De Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft besloten de hiervoor genoemde bepaling uit te breiden met expresskoeriersdiensten, voor zover de goederen de Gemeenschap door de lucht zullen verlaten.

Deze uitbreiding houdt in dat de expresskoeriersdiensten die niet over een eigen luchtvaartmaatschappij beschikken, gelijk gesteld worden met luchtvaartmaatschappijen. Voor de expresskoeriersdiensten die wel over een eigen luchtvaartmaatschappij beschikken, gold de gelijkstelling al.

Naar boven

5.2 Procedures en ambtelijke werkzaamheden

In deze paragraaf wordt de procedure bij het douanekantoor van uitgang beschreven. Deze procedure hangt af van het document waarmee de goederen naar het douanekantoor van uitgang zijn gebracht om te worden uitgevoerd:

  • exemplaar nummer 3 van de aangifte ten uitvoer/UGD (paragraaf 5.2.1);

  • administratief geleidedocument (paragraaf 5.2.2);

  • vervoersdocumenten (paragraaf 5.2.3).

Naar boven

5.2.1 Exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD

Exemplaar nr, 3 van het Enig document of het geleidedocument UGD moet worden overgelegd bij het douanekantoor van uitgang en de uit te voeren goederen moeten daar worden aangeboden.
(artikel 793, lid 1 TVo. CDW)

Bij het daadwerkelijk uitgaan van de goederen via een in Nederland gelegen douanekantoor van uitgang blijft de controle van goederen waarvan de aangifte reeds in het binnenland is gedaan, beperkt tot een vergelijkingscontrole tussen de goederen en de vermeldingen op exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD waarmee de goederen naar het douanekantoor van uitgang zijn overgebracht.
Ten behoeve van deze controle is het voor de ambtenaren op het douanekantoor van uitgang mogelijk op basis van de aangifte-identificatie de gegevens in het systeem Douane Sagitta Uitvoer te raadplegen.
(artikel 793bis, lid 1 TVo. CDW)

Als goederen met een exemplaar nr 3 van het Enig document/UGD op het douanekantoor van uitgang worden aangebracht, gaat u als volgt te werk:

  1. Controleer of de aangebrachte goederen overeenkomen met de aangegeven goederen.

  2. Controleer of de goederen daadwerkelijk het grondgebied van de Gemeenschap hebben verlaten.

  3. Viseer het exemplaar nummer 3 van het Enig Document/UGD op de daarvoor bestemde plaats op de achterzijde van het formulier, of op een andere hiertoe ingerichte plaats op het formulier;

    • plaats uw handtekening en naamstempel.

    • plaats een afdruk van de metalen dienststempel.

  4. Voor de wijze van teruggave van bescheiden aan de belanghebbende zie paragraaf 5.4. Als de belanghebbende exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD niet terug hoeft te hebben, houdt u het in, tenzij er sprake is van afwijkende bevindingen.

  5. Behandel eventueel overgelegde exemplaren nummer 0/0 op dezelfde manier als exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD.

Let op!

In een enkel geval dient u het extra exemplaar in te sturen naar een derde. Bijvoorbeeld bij uitvoer van auto"s.

(artikel 793bis, lid 2 TVo. CDW)

Naar boven

5.2.2 Administratief geleidedocument

Het AGD begeleidt de goederen naar het kantoor van uitgang, waar de goederen de EU daadwerkelijk verlaten. Daar wordt het exemplaar 3 van het AGD door de Douane behandeld. Op exemplaar 3 van het AGD worden de eventuele geconstateerde verschillen genoteerd en afgetekend voor uitgaan uit de EU. De Douane van het kantoor van uitgang heeft de verplichting het exemplaar 3 van het AGD terug te sturen naar de AGP-houder (afzender) die het AGD heeft opgemaakt ( TVo. CDW, artikel 793quater, lid 2). Dit in tegenstelling tot de aangifte voor uitvoer die na aftekening teruggegeven moet worden aan de degene die het document aanbiedt. De vergunninghouder kan met exemplaar 3 van het AGD bewijzen dat de goederen de EU verlaten hebben.

Als goederen met een exemplaar 3 van het administratief geleidedocument op het douanekantoor van uitgang worden aangebracht, gaat u als volgt te werk:

  • Controleer of de aangebrachte goederen overeenkomen met de aangegeven goederen. (Zie voor meer- en minderbevinding en voor de bevinding van andere goederen de paragrafen 5.3.2, 5.3.3 en 5.3.4. Wat in deze paragrafen is vermeld over exemplaar nummer 3, geldt ook voor het geleidedocument).

  • Controleer of de goederen daadwerkelijk het grondgebied van de EU hebben verlaten.

  • Teken het exemplaar 3 van het geleidedocument af voor uitgaan op de daarvoor bestemde plaats en plaats hierbij:

    • uw handtekening;

    • een afdruk van het metalen dienststempel.

  • Stuur het exemplaar 3 van het geleidedocument terug naar de afzender van de goederen. De Douane van het kantoor van uitgang heeft de verplichting het exemplaar 3 van het AGD terug te sturen naar de AGP-houder (afzender) die het AGD heeft opgemaakt.

(artikel 793quater, lid 2 TVo. CDW)

Naar boven

5.2.3 Enkele vervoersovereenkomst

Als goederen in het kader van één enkele vervoersovereenkomst worden uitgevoerd, gaat u als volgt te werk:

  1. plaats op het vervoersdocument in rood de vermelding "EXPORT". Waarmerk deze vermelding met een afdruk van de metalen dienststempel. Deze vermelding vormt de bevestiging dat de uitvoerformaliteiten voor de in het vervoersdocument omschreven goederen zijn vervuld.
    (artikel 793bis, lid 6 TVo. CDW)

  2. controleer of de goederen de bestemming uitvoer zullen volgen.

  3. behandel exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD zoals in paragraaf 5.2.1. is beschreven.

Wanneer er sprake is van een geregelde lijndienst, kan in de vergunning bepaald zijn dat de vermelding "EXPORT" niet op het vervoersdocument hoeft te worden aangebracht. Dit geldt ook als het gaat om regelmatig rechtstreeks vervoer naar een derde land. De vervoersonderneming moet in dat geval kunnen waarborgen dat de goederen op regelmatige wijze worden uitgevoerd.
(artikel 793bis, lid 6 TVo. CDW)

Indien dit in de vergunning wordt bepaald, worden de betreffende douanekantoren van uitgang op de hoogte gebracht.

Naar boven

5.3 Nadere bepalingen

In deze paragraaf komen de volgende nadere bepalingen aan de orde:

  • uitvoer in gedeelten (paragraaf 5.3.1);

  • minderbevinding (paragraaf 5.3.2);

  • meerbevinding (paragraaf 5.3.3);

  • bevinding van andere goederen (paragraaf 5.3.4);

  • handelsbescheid of administratief bescheid (paragraaf 5.3.5);

  • afwijkende documenten en stempels accepteren (paragraaf 5.3.6);

  • bescheiden voor terugbetaling van omzetbelasting (paragraaf 5.3.7);

  • niet volgen van bestemming uitvoer (paragraaf 5.3.8).

Naar boven

5.3.1 Uitvoer in gedeelten

Bij uitvoer in gedeelten kunnen zich de volgende situaties voordoen:

  • de uitvoer vindt via één douanekantoor van uitgang plaats.

  • de uitvoer vindt via meerdere douanekantoren van uitgang plaats.

  • de uitgang vindt via meerdere kantoren van uitgang plaats en de oorspronkelijke bestemming van de ten uitvoer aangegeven goederen wordt gewijzigd.

Bij uitvoer in gedeelten waarbij de goederen via één douanekantoor van uitgang worden uitgevoerd, gaat u als volgt te werk:

  1. Viseer het exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD alleen voor dat deel van de goederen dat daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Geef hierbij aan om welk deel van de goederen het gaat door vermelding van de aard van de goederen, de hoeveelheid, het aantal colli, de merken en nummers van de colli enzovoorts.
    (artikel 793bis, lid 3 TVo. CDW)

  2. Voor de wijze van teruggave van bescheiden aan de belanghebbende; Zie paragraaf 5.4.

  3. Herhaal bovenstaande stappen totdat ook het laatste deel van de goederen is uitgevoerd.

De houder van het exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD biedt dus elke keer als een deel van de goederen wordt uitgevoerd het exemplaar (weer) aan.

Bij uitvoer in gedeelten via meerdere kantoren van uitgang moet de aanbrenger een verzoek bij het douanekantoor van uitgang indienen tot splitsing van de aangifte ten uitvoer. Bij de behandeling van het verzoek wordt een kopie van het exemplaar nummer 3/UGD gemaakt voor dat deel van de goederen dat via een ander douanekantoor van uitgang zal uitgaan. Bij meerdere andere kantoren worden meerdere kopieën gemaakt. De beheerder moet bij de uitvoer van de goederen het originele exemplaar nummer 3/UGD aan het oorspronkelijke douanekantoor van uitgang overleggen en de kopie(ën) aan het andere kantoor (de andere kantoren) van uitgang.

Bij uitvoer in gedeelten waarbij de goederen via meerdere kantoren van uitgang worden uitgevoerd, gaat u als volgt te werk:

  1. Geef op het originele exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD aan hoeveel kopieën zijn gemaakt en om welke goederen het gaat (aard van de goederen, hoeveelheid, aantal colli, merken en nummers van de colli enzovoorts).

  2. Waarmerk deze vermelding door het plaatsen van:

    • een afdruk van de metalen dienststempel;

    • uw handtekening;

    • een afdruk van uw naamstempel.

  3. Viseer het originele exemplaar nummer 3 van het Enig Document/UGD voor het uitgaan van de goederen. Voor de wijze van teruggave van bescheiden aan de belanghebbende. Zie paragraaf 5.4.

De op het andere douanekantoor van uitgang overgelegde kopie wordt op dezelfde manier behandeld als het originele exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD.

Bij uitvoer in gedeelten waarbij de goederen via meerdere kantoren van uitgang worden uitgevoerd en de oorspronkelijke bestemming wordt gewijzigd, gaat u als volgt te werk:

  1. Vervang het exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD door kopieën ervan voor elke deelhoeveelheid en bestemming. Waarmerk de wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke aangifte ten uitvoer door:

    • een afdruk van de metalen dienststempel;

    • uw handtekening;

    • een afdruk van uw naamstempel.

  2. Geef op het originele exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD aan hoeveel kopieën zijn gemaakt en om welke goederen het gaat (aard van de goederen, hoeveelheid, aantal colli, merken en nummers van de colli enzovoorts).

  3. Waarmerk deze vermelding door het plaatsen van:

    • een afdruk van de metalen dienststempel;

    • uw handtekening;

    • een afdruk van uw naamstempel.

  4. Viseer de kopie van de aangifte ten uitvoer voor het uitgaan van het gedeelte van de goederen en geef de kopie en het originele exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD terug aan degene die ze u heeft aangeboden. Voor de wijze van teruggave van bescheiden aan de belanghebbende. Zie paragraaf 5.4.

De op het andere douanekantoor van uitgang overgelegde kopie wordt op dezelfde manier behandeld als het originele exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD.

Let op!

Wijziging van bestemming is niet toegestaan voor een aangifte ten uitvoer met aanvraag voor landbouwrestitutie.

In bepaalde situaties is het niet wenselijk om de splitsing door het kantoor van uitgang te laten plaats vinden. De splitsing van de aangifte ten uitvoer kan dan door het kantoor van uitvoer worden gedaan. Een voorbeeld van zo'n situatie is de uitvoer in gedeelten via een grote zee- of luchthaven. Indien de splitsing op het kantoor van uitgang zou gebeuren dan is de kans groot dat de uitvoeraangifte niet op tijd bij de aangever wordt terugontvangen om de volgende partij naar het kantoor van uitgang over te brengen. In die situatie wordt het goedgevonden om de splitsing al op het kantoor van uitvoer te laten plaatsvinden.

Bij uitvoer in gedeelten waarbij de splitsing op het kantoor van uitvoer wordt gedaan, gaat u als volgt te werk.

Op het kantoor van uitvoer wordt het originele exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD dat is geverifieerd overgelegd met daarbij uittreksels waarbij in de vakken 31, 35 en 38 de juiste hoeveelheid colli, brutogewicht en nettogewicht zijn vermeld en in vak 44 de vermelding dat het een uittreksel is. Voor het maken van uittreksels kunnen fotokopieën worden gebruikt, maar ook een overeenkomstig het origineel nieuw ingevuld exemplaar van het Enig document. Om problemen in andere lidstaten te voorkomen is het aan te raden om deze laatste methode te hanteren om een uittreksel te vervaardigen.

De aangever heeft de keuze om het originele exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD in één keer te laten vervangen door een aantal uittreksels voor de totale hoeveelheid. Daarnaast kan de aangever er voor kiezen om het originele exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD voor elke deelpartij die vervoerd moet worden af te schrijven.

Opgemerkt wordt nog dat de uittreksels niet geregistreerd worden in Sagitta-uitvoer, ze hetzelfde nummer krijgen als de originele aangifte ten uitvoer aangevuld met een subnummer (bijvoorbeeld een letter of een Romeins cijfer) en de aftekeningen met betrekking tot de verificatie overgenomen worden van de originele aangifte.

Geef op het originele exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD aan hoeveel uittreksels zijn gemaakt en om welke goederen het gaat (aard van de goederen, hoeveelheid, aantal colli, merken en nummers van de colli enzovoorts).

Waarmerk deze vermeldingen met een afdruk van het dienststempel, uw handtekening en naamstempel.

Uit de aftekening op het originele exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD moet duidelijk blijken dat voor de totale hoeveelheid uittreksels zijn afgegeven en dat de uitvoer niet door middel van het originele exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD kan worden aangetoond.

Om de uitvoer van de goederen aan te tonen zal de exporteur in het bezit moeten zijn van alle voor uitvoer afgetekende uittreksels.

Opgemerkt wordt nog dat het originele exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD, na te zijn voorzien van de aantekening over de afgifte van uittreksels, aan de aangever geretourneerd wordt.

Het vervoer van het kantoor van uitvoer naar het kantoor van uitgang vindt plaats op het uittreksel van exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD. Het kantoor van uitgang tekent het verlaten van de EU aan op het uittreksel van exemplaar nr. 3 van het enig document/UGD.

Indien de splitsing betrekking heeft op restitutiegoederen dan zal ook het controle-exemplaar T5 gesplitst moeten worden. Zie voor de splitsing van controle-exemplaren T5 artikel 912sexies TVo. CDW. Dit artikel is uitgewerkt in onderdeel 14.30.00, paragraaf 6.1.1. van dit Handboek.

Let op!

Het vervoer van restitutiegoederen naar het kantoor van uitgang moet onder verzegeling plaatsvinden. Vermeld op zowel het uittreksel van de uitvoeraangifte als op het gesplitste controle-exemplaar T5 in vak D de identiteitsmaatregelen (verzegeling) die op het vervoermiddel is aangebracht. Het kantoor van uitgang tekent het verlaten van de EU aan op zowel het uittreksel van exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD als op het gesplitste controle-exemplaar T5. Zie ook onderdeel 14.30.00, hoofdstuk 3 van dit Handboek.

Naar boven

5.3.2 Minderbevinding

Als u bij de controle constateert dat er minder goederen worden aangebracht dan er zijn aangegeven, gaat u als volgt te werk:

  1. Maak bij het viseren voor het uitgaan van de goederen op de achterzijde van het exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD melding van de minderbevinding (aard van de goederen, hoeveelheid, aantal colli, merken en nummers van de colli enzovoorts).
    (artikel 793bis, lid 5, eerste alinea TVo. CDW)

  2. Stel het douanekantoor van uitvoer schriftelijk in kennis van het bevonden tekort. Vermeld in de kennisgeving:
    "Mededeling als bedoeld in artikel 793bis, lid 5, eerste alinea, Verordening (EEG) nr. 2454/93."

  3. Voeg bij de kennisgeving een kopie van het betreffende exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD.

Naar boven

5.3.3 Meerbevinding

Als u bij de controle constateert dat er meer goederen worden aangebracht dan er zijn aangegeven, gaat u als volgt te werk:

  1. Meld de exporteur dat hij voor de meer bevonden goederen een extra aangifte ten uitvoer moet doen. Behandel deze extra aangifte op de normale manier. U kunt de goederen vrijgeven voor uitvoer nadat de uitvoerformaliteiten voor de meer bevonden goederen zijn vervuld.
    (artikel 793bis, lid 5, tweede alinea TVo. CDW)

  2. Maak bij het viseren voor het uitgaan van de goederen op de achterzijde van het oorspronkelijke exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD aantekening van de meerbevinding en de extra aangifte.

  3. Stel het douanekantoor van uitvoer schriftelijk in kennis van de meerbevinding en de extra aangifte. Vermeld in de kennisgeving:
    "Mededeling als bedoeld in artikel 793bis, lid 5, tweede alinea, Verordening (EEG) nr. 2454/93".

  4. Voeg bij de kennisgeving een kopie van het oorspronkelijke exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD en een kopie van het exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD van de extra aangifte.

Naar boven

5.3.4 Bevinding van andere goederen

Als u bij de controle constateert dat er andere goederen worden aangebracht dan er zijn aangegeven, gaat u als volgt te werk:

  1. Meld de exporteur dat hij voor de goederen opnieuw een aangifte ten uitvoer moet doen. Behandel deze nieuwe aangifte op de normale manier.

  2. Viseer exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD van de oorspronkelijke aangifte niet. Maak op de achterzijde van dit exemplaar wel aantekening van uw bevinding en de nieuwe aangifte.

  3. Stel het douanekantoor van uitvoer schriftelijk in kennis van de bevinding van andere goederen en de nieuwe aangifte. Vermeld in de kennisgeving:
    "Mededeling als bedoeld in artikel 793\bis, lid 5, derde alinea, Verordening (EEG) nr. 2454/93."

  4. Voeg bij de kennisgeving het oorspronkelijke exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD en een kopie van exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD van de nieuwe aangifte.

Let op!

Het douanekantoor van uitvoer moet bij bevinding van andere goederen de oorspronkelijke aangifte ten uitvoer buiten werking stellen in Sagitta-uitvoer.

Naar boven

5.3.5 Handelsbescheid of administratief bescheid behandelen

In het kader van de vereenvoudigde procedures "Vereenvoudigde aangifte" en "Domiciliëringsprocedure-uitvoer" kan de inspecteur toestaan dat in plaats van de voorgeschreven exemplaren van het formulier Enig document/UGD gebruik wordt gemaakt van een handelsbescheid of administratief bescheid, bijvoorbeeld een factuur. Zie voor meer informatie over dit onderwerp onderdeel 12.50.00 van dit Handboek.

De gebruikte bescheiden worden op het douanekantoor van uitgang op dezelfde manier behandeld als de exemplaren nr. 3 van het Enig document/UGD.

Naar boven

5.3.6 Afwijkende documenten en stempels accepteren

In plaats van het exemplaar nummer 3 van het formulier Enig document/UGD mag u enkele afwijkende documenten en enkele afwijkend gewaarmerkte exemplaren nummer 3 accepteren.

Afwijkende documenten

Er bestaat geen bezwaar tegen de acceptatie van de volgende documenten als vervanging van het exemplaar nummer 3 van het formulier Enig document/UGD:

  • door Sagitta-uitvoer vervaardigde documenten. Zie bijlage 3;

  • door het Deense geautomatiseerde douanesysteem vervaardigde documenten. Zie bijlage 4;

  • door het Zweedse geautomatiseerde douanesysteem vervaardigde documenten. Zie bijlage 5;

  • door het geautomatiseerde douanesysteem van het Verenigd Koninkrijk vervaardigde documenten. Zie bijlage 6;

  • door het Franse geautomatiseerde douanesysteem (Delta) vervaardigde documenten. Zie bijlage 7;

  • door het Maltese geautomatiseerde douanesysteem vervaardigde documenten. Zie bijlage 8.

Als aangevers hun aangifte ten uitvoer elektronisch indienen in Sagitta-uitvoer, maakt Sagitta-uitvoer bij de toestemming tot vertrek automatisch een print die dienst doet als exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD. De rubrieken stemmen overeen met die van het formulier Enig document. Een voorbeeld van dit document is in bijlage 2a opgenomen.

Het gaat om een afdruk van een document die is gemaakt door het geautomatiseerde systeem voor het doen van uitvoeraangifte. Op dit document is in een aantal talen de vermelding "Aangifte ten uitvoer" opgenomen. De letters en nummers van de rubrieken in het document stemmen overeen met die van het formulier Enig document. Het document is voorzien van een aantekening van de Douane van de lidstaat over de vrijgave voor uitvoer of het is door de exporteur zelf afgegeven in het kader van een aan hem verleende vergunning domiciliëringsprocedure-uitvoer.

Afwijkende stempels

Er bestaat geen bezwaar tegen de acceptatie van de volgende gewaarmerkte exemplaren nummer 3 van het formulier Enig document/UGD:

  • door het Franse geautomatiseerde douanesysteem gewaarmerkte exemplaren nummer 3. Zie bijlage 9;

  • door het Belgische geautomatiseerde douanesysteem gewaarmerkte exemplaren nummer 3. Zie bijlage 10;

  • door het Spaanse geautomatiseerde douanesysteem gewaarmerkte exemplaren nummer 3;

  • door het geautomatiseerde douanesysteem van het Verenigd Koninkrijk gewaarmerkte exemplaren nummer 3.

Het gaat om afdrukken die in de lidstaten door het geautomatiseerde systeem van de Douane zijn vervaardigd. In vak A is, in plaats van een afdruk van de douanestempel of van de speciale stempel die is voorgeschreven bij de toepassing van de domiciliëringsprocedure-uitvoer, een door het systeem afgedrukte tekst vermeld. In geval van Spanje ontbreken het visum van de Douane in vak A en de handtekening van de aangever in vak 54. Ter vervanging hiervan staat in vak D de vermelding:

"DECLARACION REALIZADA POR EDI. ART. 4BIS R.CEE 2454/93".

Naar boven

5.3.7 Bescheiden aanspraak op terugbetaling van omzetbelasting

In deze paragraaf wordt ingegaan op de aftekening van bescheiden waarmee de uitvoer wordt aangetoond van goederen waarvoor aanspraak wordt gemaakt op terugbetaling van de omzetbelasting. Besproken wordt de aftekening voor uitvoer op het douanekantoor van uitgang van de volgende bescheiden:

  • certificaat van uitvoer (OB 63);

  • bescheid voor door reizigers uit te voeren goederen;

  • Frans bescheid voor belastingvrije aankopen.

Certificaat van uitvoer (OB 63)

Voor de aftekening van een certificaat van uitvoer als bedoeld in artikel 22 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 (het zogenaamde formulier OB 63), gelden de volgende richtlijnen:

"Lichamen, zoals bijvoorbeeld gemeenten en diverse stichtingen en verenigingen kunnen terugbetaling krijgen van de op die goederen drukkende omzetbelasting. Dit kan wanneer zij goederen in ongebruikte staat uitvoeren of opslaan in entrepot in het kader van hun menslievende, liefdadige of opvoedkundige werk buiten de Gemeenschap, Om aanspraak te kunnen maken op die terugbetaling moeten zij bij het verzoek om terugbetaling een voor uitvoer afgetekend certificaat van uitvoer (OB 63) overleggen, tenzij zij van deze verplichting zijn ontheven."
(artikel 22 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968)

U vindt het formulier OB 63 in bijlage 11.

Als u op het douanekantoor van uitgang belast bent met de afhandeling van een certificaat van uitvoer (OB 63), gaat u als volgt te werk:

  1. Stel vast of de volgende gegevens op het certificaat zijn vermeld:

    • een per kalenderjaar doorlopend volgnummer;

    • de naam en het adres van het lichaam;

    • een nauwkeurige omschrijving van de soort en de hoeveelheid de goederen.

  2. Teken na conformbevinding het certificaat voor uitvoer (OB 63) af voor het uitgaan van de goederen uit de Gemeenschap.

  3. Zend het afgetekende certificaat aan het op de adreszijde vermelde adres.

Bescheid voor door reizigers uit te voeren goederen

Voor goederen die worden uitgevoerd in de persoonlijke bagage van reizigers die hun normale verblijfplaats in een derde land hebben, of aan kunnen tonen dat zij zich vóór het einde van de derde maand na aanschaf in een derde land zullen vestigen, kan de leverancier onder voorwaarden aanspraak maken op het nultarief. Onder derde land wordt in deze verstaan een land dat niet behoort tot het fiscale gebied in de zin van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006, de BTW-Richtlijn. De reiziger moet de goederen uiterlijk aan het einde van de derde maand na de maand van aankoop uitvoeren.

In onderdeel 1.00.00, paragraaf 2.2.1. van dit Handboek, vindt u een uitgebreide beschrijving en een overzicht van het fiscale gebied van de Gemeenschap.

Let op!

De totale waarde van de op de factuur vermelde goederen, inclusief de omzetbelasting en eventuele andere belastingen, moet hoger zijn dan € 50. De samengestelde waarde van meerdere goederen mag slechts worden gebruikt indien al deze goederen zijn vermeld op dezelfde factuur van dezelfde belastingplichtige die de goederen aan dezelfde afnemer levert.
(artikel 48 Verordening (EU) nr. 282/2011)

De leverancier moet de toepasselijkheid van het nultarief onder meer kunnen aantonen door overlegging van een voor uitvoer van de goederen afgetekende factuur, kopiefactuur of een daarmee gelijk te stellen bescheid.
(artikel 23a Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968)

Bij de aftekening is de taak van de ambtenaar op het douanekantoor van uitgang beperkt tot het vaststellen van de feiten waarop de inspecteur die de toepasselijkheid van het nultarief op de levering moet beoordelen, geen zicht heeft.

Als u op het douanekantoor van uitgang belast bent met de afhandeling van een bescheid voor door reizigers uit te voeren goederen, gaat u als volgt te werk:

  1. Stel vast of:

    • de op de factuur vermelde koper zijn normale verbijfplaats in een derde land heeft (vaststelling aan de hand van een legitimatiebewijs);

    • de koper het goed in zijn persoonlijke bagage mee naar een derde land voert of aan kunnen tonen dat zij zich vóór het einde van de derde maand na aanschaf in een derde land zullen vestigen;

    • de totale waarde van de op de factuur vermelde goederen, inclusief de omzetbelasting en eventuele andere belastingen, hoger is dan €50. De samengestelde waarde van meerdere goederen mag slechts worden gebruikt indien al deze goederen zijn vermeld op dezelfde factuur van dezelfde belastingplichtige die de goederen aan dezelfde afnemer levert.

  2. Teken na conformbevinding de factuur, de kopiefactuur of het daarmee gelijk te stellen bescheid voor uitvoer af.

  3. Geef de afgetekende factuur, kopiefactuur of het daarmee gelijk te stellen bescheid aan de reiziger terug.

Let op!

Als u twijfelt aan de betrouwbaarheid van de factuur, aan de juistheid van de daarop vermelde bedragen, aan het ondernemerschap van de leverancier of als u eraan twijfelt of het goed in het kader van een onderneming is geleverd, tekent u de factuur toch af. Stel de bevoegde inspecteur wel op de hoogte van uw twijfel.

Aan faciliterende ondernemers is toestemming verleend een zogenoemd chequesysteem toe te passen. In plaats van een factuur, kopiefactuur of soortgelijk bescheid verstrekken deze leveranciers bij verkoop van goederen een cheque waarop de gegevens van de goederen zijn vermeld. Als deze cheques met de goederen worden aangeboden, tekent u deze na conformbevinding aan de achterzijde af voor uitvoer en geeft u ze aan de reiziger terug. Op uw verzoek moet de reiziger inzage geven in de bescheiden die op de aankoop van de goederen betrekking hebben. Niet of niet volledig ingevulde cheques neemt u niet in behandeling. Hetzelfde geldt voor cheques waarop de omschrijving van de goederen afwijkt van de aangeboden goederen. De niet in behandeling genomen cheques geeft u aan de reiziger terug.

Frans bescheid voor belastingvrije aankopen

De Franse douaneadministratie heeft verzocht bescheiden te viseren die in Frankrijk zijn afgegeven en die dienen om aan te tonen dat goederen door toeristen zijn gekocht met vrijstelling van omzetbelasting.

De mogelijkheid om aankopen te doen met vrijstelling van omzetbelasting wordt in Frankrijk verleend aan personen die hun vaste verblijfplaats buiten de Gemeenschap hebben en die niet langer dan zes maanden in Frankrijk verblijven.

De aankopen moeten voor persoonlijk gebruik zijn en door de reiziger zelf in zijn bagage of in zijn vervoermiddel buiten de Gemeenschap worden gebracht.

Het bescheid - "Bordereau de vente" genoemd - wordt in viervoud opgemaakt door de verkoper van de goederen. Hij moet nauwkeurig de aard van de artikelen en het aantal omschrijven, zodat de Douane ze kan identificeren. De waarde van de goederen die in een winkel zijn gekocht, moet ten minste € 305 (inclusief alle belastingen) bedragen.

De reiziger moet het "Bordereau de vente" bij het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap bij het douanekantoor van uitgang laten viseren. Een model van het "Bordereau de vente" is als bijlage 12 opgenomen.

Met een Frans bescheid voor belastingvrije aankopen ("Bordereau de vente") gaat u als volgt te werk:

  1. Stel vast of:

    • de koper het goed in zijn persoonlijke bagage buiten de Gemeenschap brengt;

    • het goed binnen zes maanden na de dag van aankoop bij het douanekantoor wordt aangebracht.

  2. Plaats na controlebevinding uw handtekening en een afdruk van de metalen dienststempel in vak C van alle exemplaren van het bescheid;

  3. Geef alle exemplaren van het bescheid aan de reiziger terug.

Naar boven

5.3.8 Niet volgen van de bestemming uitvoer

Als voor uitvoer vrijgegeven goederen het douanegebied van de Gemeenschap niet verlaten, maar een andere bestemming binnen de Gemeenschap hebben gekregen, moet de aangever het douanekantoor van uitvoer daarvan onmiddellijk in kennis stellen. Hij moet het exemplaar nummer 3 van het Enig document/UGD teruggeven aan dat kantoor.
(artikel 792bis, lid 1 TVo. CDW)

Het douanekantoor van uitvoer stelt de aangifte ten uitvoer buiten werking in Sagitta-uitvoer. Als de aangifte ten uitvoer al was afgewerkt in Sagitta-uitvoer, stelt het douanekantoor van uitvoer het Centraal Bureau voor de Statistiek in Heerlen schriftelijk in kennis van het feit dat van de uitvoer is afgezien. Bij de kennisgeving wordt een kopie gevoegd van het terugontvangen exemplaar nummer 3 van het Enig document/UGD.

Naar boven

5.4 Teruggave bescheiden

Onder voorwaarde dat de aangever op het douanebescheid op enige wijze de wens te kennen heeft gegeven dat hij het douanebescheid wenst terug te krijgen, geeft de Douane het bescheid na aftekening terug aan de persoon die het heeft overgelegd. Afhankelijk van de douanetechnische situatie aan het kantoor van uitgang, kan dit de chauffeur zijn die de goederen heeft aangebracht, een lokale vertegenwoordiger van de belanghebbende of een afhandelingsmaatschappij.
(artikel 793bis, lid 2 TVo. CDW)

Ook is het mogelijk dat de douane bescheiden rechtstreeks teruggezonden worden aan belanghebbenden, wanneer deze bescheiden bij het aanbieden aan de Douane van het kantoor van uitgang vergezeld gaan van een retourenvelop die:

  • is voorzien van een volledige adressering, die een relatie heeft met vermeldingen in de aangifte; en

  • is gefrankeerd.

Let op

De Douane controleert niet of een envelop is voorzien van juiste (Nederlandse) frankering. Dit heeft tot gevolg dat onvolledig of onjuist gefrankeerde enveloppen ook ter post worden bezorgd.
De Douane gaat er van uit dat de posterijen een verzendplicht terzake hebben en dat die dergelijke enveloppen zullen aanbieden aan geadresseerde tegen betaling van de ontbrekende porto. Zijn de enveloppen niet gefrankeerd, dan worden ze niet ter post bezorgd.

In de volgende paragrafen worden de mogelijke werkwijzen in een aantal situaties besproken. Het betreft:

  • Verlaten douanegebied over zee en de goederen worden aangebracht bij een ruimte voor tijdelijke opslag (RTO) (paragraaf 5.4.1);

  • Verlaten douanegebied over zee en de goederen worden aangebracht bij de locatie van een douane-entrepot type B (paragraaf 5.4.2);

  • Verlaten douanegebied door de lucht (paragraaf 5.4.3).

Naar boven

5.4.1 Verlaten douanegbied over zee en de goederen worden aangebracht bij een ruimte voor tijdelijke opslag (RTO)

Douanebescheiden worden bij inslag, na eventuele controle, door de Douane afgetekend en

  • wanneer daarbij een gefrankeerde envelop is overgelegd voorzien van een adressering welke een relatie heeft met de vermeldingen in de aangifte, ongeacht of de douanebescheiden zijn voorzien van de aantekening "RET-EXP", code 30400 of enige gelijkluidende aantekening, aan het einde van de dag via de externe post teruggezonden;

  • wanneer daarbij geen of een ongefrankeerde envelop is overgelegd en de douanebescheiden zijn voorzien van de aantekening "RET-EXP", code 30400 of enige gelijkduidende aantekening, direct teruggegeven aan de persoon die deze bij de Douane heeft aangeboden (chauffeur, terminalmedewerker, etc.). Is die persoon niet meer aanwezig, dan worden de bescheiden aan de terminalbeheerder verstrekt;

  • wanneer daarbij geen of een ongefrankeerde envelop is overgelegd en de douanebescheiden zijn niet voorzien van de aantekening "RET-EXP", code 30400 of enige gelijkduidende aantekening, niet teruggegeven.

Naar boven

5.4.2 Verlaten douanegebied over zee en aanbrengen bij een douane-entrepot type B

Ingeval goederen worden aangebracht bij de locatie van een entrepot type B, worden alle douanebescheiden pas bij de Douane ingeleverd nadat de goederen in het uitgaande schip zijn geladen en het schip de haven heeft verlaten. De douanebescheiden worden volgens eenzelfde sortering teruggegeven als genoemd in paragraaf 5.4.1, zij het dat de persoon die de douanebescheiden bij de Douane heeft aangeboden hierbij steeds de cargadoor is.

Ingeval het kantoor van uitgang Rotterdam betreft, worden die douanebescheiden bij de Douane ingeleverd door de zogenaamde hoofdcargadoor, dit is de cargadoor die de uitklaring van het betreffende schip heeft verzorgd. Alle manifesten van de uitgaande schepen worden vervolgens met alle bijbehorende douanebescheiden naar een administratieve verwerkingseenheid in Heerlen gezonden.

Nadat door de medewerkers van dat kantoor is gecontroleerd of de aangegeven goederen op de uitgaande manifesten zijn vermeld, worden de vereiste aftekeningen voor uitgaan geplaatst op de douanebescheiden.

De douanebescheiden worden:

  1. wanneer daarbij een gefrankeerde envelop is overgelegd, voorzien van een adressering welke een relatie heeft met de vermeldingen in de aangifte, ongeacht of de douanebescheiden zijn voorzien van de aantekening "RET-EXP", code 30400 of enige gelijkluidende aantekening aan het einde van de dag via de externe post teruggezonden;

  2. wanneer daarbij geen of een ongefrankeerde envelop is gevoegd en het betreft:

    • exemplaren 3, wegvoeringsbescheiden Sagitta Uitvoer of vereenvoudigde (handels)bescheiden van aangiften ten uitvoer EX-1 zonder "RET-EXP", code 30400 of enige gelijkduidende aantekening, niet teruggezonden;

    • exemplaren 3 van aangiften ten uitvoer EX met "RET-EXP", code 30400 of enige gelijkduidende aantekening;

    • en in vak 50 is een tussenpersoon vermeld die is gevestigd binnen het ambtsgebied van het douanekantoor van uitgang, rechtstreeks naar die tussenpersoon gestuurd;

    • en in vak 50 is geen tussenpersoon vermeld of de aldaar vermelde persoon is gevestigd buiten het ambtsgebied van het douanekantoor van uitgang, teruggezonden aan de hoofdcargadoor;

    • teruggezonden aan de aangever die is vermeld in vak 14, wanneer deze is gevestigd binnen het ambtsgebied van het douanekantoor van uitgang, tenzij uitdrukkelijk een ander terugzendadres is vermeld van een tussenpersoon die is gevestigd in dat ambtsgebied. In dat geval ontvangt die tussenpersoon het formulier;

    • wegvoeringsbescheiden Sagitta Uitvoer EX met "RET-EXP", code 30400 of enige gelijkduidende aantekening;

    • teruggezonden aan de aangever die is vermeld in vak 14, wanneer deze is gevestigd binnen het ambtsgebied van het douanekantoor van uitgang, tenzij uitdrukkelijk een ander terugzendadres is vermeld van een tussenpersoon die is gevestigd in dat ambtsgebied. In dat geval ontvangt die tussenpersoon het formulier;

    • teruggezonden aan de hoofdcargadoor in overige gevallen;

    • exemplaren 3 of wegvoeringsbescheiden Sagitta Uitvoer van aangiften ten uitvoer EX of van aangiften voor de douanebestemming wederuitvoer EX, ongeacht of de clausule "RET-EXP", code 30400 of enige gelijkluidende aantekening is vermeld, teruggezonden aan de exporteur die is vermeld in vak 2 van de aangifte of, indien dit vak niet is ingevuld, aan de aangever die is vermeld in vak 14;

    • vereenvoudigde (handels)bescheiden van aangiften ten uitvoer EX of van aangiften voor de douanebestemming wederuitvoer EX-3, teruggegeven aan de hoofdcargadoor, tenzij uitdrukkelijk een ander terugzendadres is vermeld van een tussenpersoon die is gevestigd binnen het ambtsgebied van het douanekantoor van uitgang. In dat geval ontvangt die tussenpersoon het formulier;

    • administratief geleidedocumenten voor accijnsgoederen, dan wordt exemplaar 3 naar de afzender (AGP-houder) gestuurd. Exemplaren 4 van deze documenten worden gearchiveerd.

Aangifteformulieren EX:

Bij aangiften ten uitvoer EX wordt vorenstaande verzendprocedure gevolgd, ongeacht de reden van terugvragen van het formulier, dus ook wanneer het formulier moet dienen voor teruggave van accijnzen of verbruiksbelastingen. De Douane is in de massaliteit van het proces namelijk niet in staat om aan de hand van goederenomschrijvingen of op andere wijze vast te stellen of douanebescheiden nog voor bijzondere doeleinden moeten dienen.

Controle-exemplaren T5:

Gezien het financiële belang worden controle-exemplaren T5 in alle gevallen, ongeacht of de goederen zijn aangebracht bij een locatie die is goedgekeurd als ruimte voor tijdelijke opslag, door de hoofdcargadoor ingeleverd bij de Douane met het uitgaande manifest. De Douane stuurt die altijd naar het competente productschap, tenzij het betreft uitgaan via de Rotterdamse haven. Alsdan worden de formulieren altijd naar de administratieve afdeling in Heerlen gestuurd. De controle-exemplaren worden afgezonderd van andere douanebescheiden ingeleverd, zodanig dat de Douane deze snel en eenvoudig kan onderkennen. De controle-exemplaren worden steeds met voorrang behandeld. Nadat de nodige manifestvergelijkingen zijn verricht en de vereiste aftekeningen zijn geplaatst, stuurt de administratieve afdeling de controle-exemplaren rechtstreeks naar het competente productschap.

Naar boven

5.4.3 Verlaten douanegebied door de lucht

Goederen die voor uitvoer zijn vrijgegeven worden aangeleverd bij een afhandelaar van de luchtvaartmaatschappij bij het kantoor van uitgang die de goederen buiten het douanegebied van de EU zal brengen. De goederen bevinden zich alsdan in een inrichting die in gebruik is als een ruimte voor tijdelijke opslag. De bijbehorende douanebescheiden houdt de afhandelaar achter tot het moment van inladen in het uitgaande luchtvaartuig. De afhandelaar verzorgt namens de luchtvaartmaatschappij de aangifte tot uitklaring van het vliegtuig met de goederen. Hij doet die aangifte door het inleveren van het luchtvaartmanifest met de douanebescheiden.

Na vergelijking van de gegevens op de douanebescheiden met de data op het luchtvaartmanifest plaatst de Douane de vereiste aftekeningen.

Vervolgens worden de douanebescheiden:

  • wanneer daarbij een gefrankeerde envelop is overgelegd, voorzien van een adressering welke een relatie heeft met de vermeldingen in de aangifte, ongeacht of de douanebescheiden zijn voorzien van de aantekening "RET-EXP", code 30400 of enige gelijkluidende aantekening aan het einde van de dag via de externe post teruggezonden;

  • wanneer daarbij geen of een ongefrankeerde envelop is overgelegd en de douanebescheiden zijn voorzien van de aantekening "RET-EXP", code 30400 of enige gelijkduidende aantekening, teruggegeven aan de afhandelaar die deze bij de Douane heeft aangeboden;

  • wanneer daarbij geen of een ongefrankeerde envelop is overgelegd en de douanebescheiden zijn niet voorzien van de aantekening "RET-EXP", code 30400 of enige gelijkduidende aantekening, niet teruggegeven.

Naar boven

5.5 Bewijs van uitvoer c.q. uitgang

Het douanekantoor van uitvoer kan de exporteur vragen het bewijs te leveren dat de goederen het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten.
(artikel 792ter TVo. CDW)

Deze paragraaf gaat in op de wijze waarop het bereiken van de bestemming uitvoer of daadwerkelijke uitgang kan worden aangetoond, in geval de belanghebbende niet beschikt over een hiervoor afgetekende aangifte ten uitvoer. De wijze waarop het daadwerkelijk uitgaan kan worden aangetoond is omschreven in deze paragraaf als "alternatief bewijs".
Van belang is te weten dat diverse soorten goederen onder meerdere regimes kunnen vallen, bijvoorbeeld het accijnsregime en het regime voor de omzetbelasting.

In veel gevallen heeft de exporteur of een andere betrokken partij er belang bij dat de uitgang van de aangegeven goederen uit de Gemeenschap of het bereiken van de bestemming uitvoer van de aangegeven goederen is aan te tonen of blijkt uit bepaalde boeken en bescheiden. Deze laatste dienen eventueel te zijn voorzien van aantekeningen en/of stempels van aangewezen (douane)diensten. In veel gevallen dient het voor uitgang of uitvoer afgetekende exemplaar nr. 3 van het Enig document/UGD om aan te tonen dat de aangegeven goederen inderdaad zijn uitgegaan of de bestemming uitvoer hebben bereikt.

Voor uitgang of uitvoer afgetekende aangifte

Het principe is dat het douanekantoor van uitgang deze uitgang uit de Gemeenschap vastlegt op de aangifte ten uitvoer. Het bereiken van de bestemming uitvoer kan, afhankelijk van de feitelijke situatie ook op andere plaatsen en door anderen dan het kantoor van uitgang worden vastgelegd op de aangifte ten uitvoer. In deze paragraaf wordt op de te onderscheiden mogelijkheden niet ingegaan. Voor de diverse procedures om de uitgang of uitvoer op de aangifte vast te leggen, wordt verwezen naar hoofdstuk 5.
Via de vermedling "RET-EXP" of de code 30400 geeft de exporteur te kennen exemplaar nr. 3 van het Enig document terug te willen krijgen. Na aftekening van dit exemplaar geeft de douane het terug aan de persoon die het aan dat douanekantoor heeft overgelegd of in voorkomend geval aan een tussenpersoon. Voor deze procedure wordt verwezen naar
paragraaf 5.4.

Accijnsgoederen

(Gereserveerd)

Verbruiksbelastingen

(Gereserveerd)

Beëindigen economische douaneregelingen

De economische douaneregelingen tijdelijke invoer, behandeling onder douane toezicht en actieve veredeling schorsingssysteem worden beëindigd als aan de invoergoederen of de behandelde goederen c.q. de veredelingsproducten een nieuw toegestane douanebestemming wordt gegeven. De economische douaneregeling actieve veredeling terugbetalingssysteem wordt beëindigd als aan de invoergoederen of de veredelingsproducten de douanebestemming uitvoer wordt gegeven.

Als alternatief bewijs heeft belanghebbende de keuze uit de twee hieronder vermelde mogelijkheden:

  1. A.

    • het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkte kopie van de aangifte ten (weder)uitvoer van de invoergoederen of veredelingsproducten uit het douanegebied van de Gemeenschap; en

    • een verklaring van het douanekantoor waarlangs de invoergoederen of veredelingsproducten het douanegebied van de Gemeenschap daadwerkelijk hebben verlaten.
      Ingeval een dergelijke verklaring niet kan worden overgelegd, kan als bewijs van uitgang uit het douanegebied van de Gemeenschap worden gebruikt:

      • hetzij een verklaring van het douanekantoor dat de aankomst van de invoergoederen of veredelingsproducten in het derde land van bestemming heeft vastgesteld;

      • hetzij het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkte kopie van de douaneaangifte van de invoergoederen of veredelingsproducten in het derde land van bestemming.

  2. en B.

    De administratieve documenten en de handelsbescheiden aan de hand waarvan kan worden nagegaan of de invoergoederen of veredelingsproducten die uit het douanegebied van Gemeenschap zijn (weder)uitgevoerd, dezelfde zijn als die welke voor de desbetreffende douaneregeling werden aangegeven, te weten:

    • het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkte kopie van de aangifte voor de genoemde regeling; en

    • voor zover noodzakelijk, administratieve bescheiden (zoals handelscontracten, handelsfacturen, vervoersbescheiden, gezondsheidscertificaten, kwaliteitscertificaten), die waren gevoegd bij enerzijds de aangifte van de genoemde regeling en anderzijds de aangifte ten (weder)uitvoer uit het douanegebied van de Gemeenschap of de douaneaangifte in het derde land van bestemming.

(Besluiten van 29 juli 2003, nr. CPP2003/1833-1836M)

Omzetbelasting

De aanspraak op toepassing van het tarief van nihil voor goederen welke door een ondernemer worden uitgevoerd uit de Gemeeenschap of welke door de ondernemer worden gebracht onder het stelsel van douane-entrepots op basis van artikel 98, lid 1, letter b CDW, geldt slechts, indien de toepasselijkheid van dat tarief blijkt uit boeken en bescheiden.
(artikel 12 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968)

Toepassing van deze bepaling is beschreven in paragraaf 1.4.6. Aantonen van de uitvoer, van het Voorschrift inzake de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende tabel II.

Naar boven

5.6 Uitzonderingen

In dit hoofdstuk zijn geen uitzonderingen opgenomen.

Naar boven

5.7 Strafbepalingen

Strafbaar met een geldboete van de derde categorie is degene die in strijd met de wettelijke bepalingen:

  • goederen waarvoor geen aangifte ten uitvoer is gedaan, buiten het douanegebied van de Gemeenschap voert.

(artikel 10:2 Algemene douanewet)

Naar boven