20.03.00 Flora & Fauna

8 Vergunningen, certificaten, kennisgevingen en etiketten

8.1 Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de Cites-documenten en andere documenten die worden gebruikt voor beschermde inheemse of uitheemse dieren of planten, producten van die dieren of planten en eieren of nesten van de dieren.

Naar boven

8.1.1 Cites-documenten voor beschermde soorten Basisverordening

Cites-documenten worden gebruikt bij vrijstellingen voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten, genoemd in de bijlagen A, B, C of D van de Basisverordening. Dit kan zijn een:

U vindt informatie over:

  • het doel waarvoor het Cites-document wordt gebruikt

  • afgifte en gebruik

  • de formulieren en de technische voorschriften

  • de geldigheidsduur

  • verlies van geldigheid

  • bij de Douane te overleggen formulieren

  • overige relevante bepalingen

Instructies hoe u de Cites-documenten moet behandelen, vindt u in het onderdeel Aangiftebehandeling of het onderdeel Fysiek toezicht.

Inzending Cites-documenten

Documenten die na behandeling door de Douane bestemd zijn voor een Cites Management Autoriteit worden altijd gezonden aan het Cites-bureau van de Dienst Regelingen. De Dienst Regelingen zorgt voor de doorzending naar de Cites Management Autoriteiten van andere EU-lidstaten of derde landen (Uitvoeringsverordening, artikel 45).

Naar boven

8.1.2 Documenten voor overige beschermde soorten

Certificaat voor vrijstelling pelzen

Voor het met vrijstelling binnenbrengen in Nederland uit aangewezen derde land van pelzen en goederen die pelzen of delen daarvan bevatten van bepaalde beschermde pelsdieren die niet zijn genoemd in de bijlagen van de Basisverordening, is een certificaat vereist.

Het certificaat moet (Verordening 35/97, artikel 2):

  • overeenkomen met het model in de Bijlage bij Verordening 35/97, afmeting A4 formaat en kleur wit

  • zijn gedrukt en ingevuld in één van de officiële talen van de Gemeenschap (indien nodig kan een vertaling in een andere taal van de Gemeenschap worden geëist)

  • zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit

Geen documenten voor andere vrijstellingen

De vrijstellingen voor andere beschermde inheemse of uitheemse dieren of planten, producten van die dieren of planten en eieren of nesten van die dieren van soorten niet genoemd in de bijlagen van de Basisverordening gelden, als wordt voldaan aan de vrijstellingsbepalingen. Die worden toegelicht bij de betreffende vrijstelling. Er zijn geen specifieke documenten vereist in die vrijstellingsbepalingen.

Ontheffingen

De minister van LNV kan ontheffing verlenen van de verboden in de Ffw, artikel 13 voor beschermde inheemse of uitheemse dieren of planten, producten van die dieren of planten en eieren of nesten van die dieren van soorten niet genoemd in de bijlagen van de Basisverordening. De ontheffing wordt namens de minister verleend door de Dienst Regelingen. Een voorbeeld is opgenomen in bijlage II.

Naar boven

8.2 Invoervergunning

Doel

De invoervergunning dient om aan te tonen dat specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A of B van de Basisverordening legaal de Gemeenschap worden binnengebracht met bestemming Nederland of andere lidstaat (Basisverordening, artikel 4).

Afgifte invoervergunning

De invoervergunning moet vóór het binnenbrengen in de Gemeenschap zijn afgegeven door een Cites Management Autoriteit van een van de lidstaten (in Nederland het Cites-bureau van de Dienst Regelingen). Dat geeft die autoriteit de gelegenheid om vooraf te bepalen of de regels die gelden bij de bescherming van bedreigde specimens worden nageleefd (Uitvoeringsverordening, artikel 13).

De invoervergunning is in de hele Gemeenschap geldig (Basisverordening artikel 11). Wel zijn er nationale strengere regels mogelijk.

In uitzonderlijke gevallen kan een Cites Management Autoriteit een invoervergunning afgeven met terugwerkende kracht (Uitvoeringsverordening, artikel 15). Bij aankomst van de specimens moet de invoerder de bevoegde autoriteit in kennis stellen van de redenen van het ontbreken van de vergunning. Deze mogelijkheid geldt ook voor specimens die behoren tot persoonlijke bezittingen of huisraad als een vergissing is begaan, geen poging is gedaan om bedrog te plegen en de invoer verder in overeenstemming is met de wetgeving. De Cites Management Autoriteit beoordeelt of er sprake is van een uitzonderlijk geval en de invoerder dan wel de invoer voldoet aan de voorwaarden voor het afgeven met terugwerkende kracht. De autoriteit vermeldt op de vergunning (vak 23) dat die met terugwerkende kracht is afgegeven en de reden van deze afgifte.

Overleggen Cites-documenten derde land

De belanghebbende moet een op de specimens betrekking hebbende, in een derde land afgegeven, geldige uitvoervergunning, geldig wederuitvoercertificaat of geldig fytosanitair certificaat overleggen bij aanvraag van de invoervergunning of bij het binnenbrengen in de Gemeenschap. De Cites Management Autoriteit of de Douane controleert aan de hand van deze documenten of de specimens legaal zijn (weder)uitgevoerd uit een derde land. Als de Cites Management Autoriteit deze controle uitvoert bij afgifte van de invoervergunning, tekent ze dat aan in vak 24 van de invoervergunning.

Model vergunning

De invoervergunning moet overeenkomen met het in de Uitvoeringsverordening, bijlage I opgenomen model (Uitvoeringsverordening, artikel 2). Naast de rubrieken met de vereiste gegevens mogen er ook nog rubrieken met voor nationale doeleinden bestemde gegevens op de vergunning staan (Uitvoeringsverordening, artikel 2).

Over te leggen formulieren

De volledige vergunning bestaat uit 5 formulieren (Uitvoeringsverordening, artikel 3). De invoerder (vak 3 op de vergunning) of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger moet 2 formulieren (behandeld door een Cites Management Autoriteit van een lidstaat) overleggen op het douanekantoor van binnenkomst in de Gemeenschap (Uitvoeringsverordening, artikel 22):

  • het origineel (het witte formulier 1) met op de voorzijde een geguillocheerde grijze onderdruk die elke met behulp van chemische of mechanische middelen aangebrachte vervalsing zichtbaar maakt

  • de kopie voor de houder (het gele formulier 2) In het vak ‘vergunning/certificaat’ is voor ‘invoer’ een kruis gezet.

Bijlage bij de vergunning

Een invoervergunning kan dienen voor een zending met meerdere soorten als aan de vergunning een bijlage is gehecht (Uitvoeringsverordening, artikel 6). Op de vergunning moet het aantal bladzijden van de bijlage staan. Elke bladzijde van de bijlage moet zijn voorzien van:

  • het nummer van de vergunning en de datum van afgifte

  • het stempel of de zegel en de handtekening van de Cites Management autoriteit die de vergunning heeft afgegeven

Voor iedere soort moeten de volgens vak 8 tot en met 22 van de vergunning vereiste gegevens in de bijlage zijn vermeld. Er moet voor iedere soort een vak zijn voor het vermelden door de Douane van de werkelijk ingevoerde hoeveelheid en (bij een vergunning voor levende dieren) het aantal dode dieren bij aankomst.

De formulieren voor de bijlage hebben dezelfde kleur als de betreffende formulieren van de vergunning.

Taal

De vergunning moet zijn gedrukt en ingevuld in één van de officiële talen van de Gemeenschap. Als dat nodig is, moet er een vertaling in één van de officiële werktalen van de Cites-overeenkomst zijn bijgevoegd (Uitvoeringsverordening, artikel 3). De werktalen zijn: Engels, Frans en Spaans.

Invulling

De vergunning moet zijn ingevuld in machineschrift. Doorhalingen en overschrijvingen moeten zijn gewaarmerkt met het stempel en de handtekening van de Cites Management Autoriteit die de vergunning heeft afgegeven (Uitvoeringsverordening, artikel 4).

Eén vergunning per zending / éénmalig gebruik

Voor elke zending is een aparte invoergunning vereist ook als meerdere zendingen als deel van één vracht gelijktijdig de Gemeenschap binnenkomen. Een vergunning mag niet meerdere keren worden gebruikt. Wanneer minder specimens worden ingevoerd dan het aantal dat op de vergunning staat, vermeldt de Douane dit in vak 27. Het is niet toegestaan om het restant van de vergunning voor een volgende zending te gebruiken (Uitvoeringsverordening, artikel 9).

Geldigheidsduur

De vergunning is maximaal twaalf maanden geldig. In vak 2 van de invoervergunning is de laatste dag van geldigheid vermeld. (Uitvoeringsverordening, artikel 10).

Verlies geldigheid vergunning

Een invoervergunning is niet meer geldig als een Cites Management Autoriteit van een lidstaat heeft vastgesteld dat de vergunning ten onrechte is afgegeven. De specimens waarvoor de vergunning is afgeven, worden in beslag genomen (Basisverordening, artikel 11).

Verlies geldigheid kopie vergunning

De kopie voor de houder van een gebruikte invoervergunning verliest zijn geldigheid als (Uitvoeringsverordening, artikel 11) daarop vermelde:

  • levende specimens zijn gestorven

  • levende dieren zijn ontsnapt of vrijgelaten

  • specimens zijn vernietigd

  • gegevens over de invoerder, de plaats waar levende specimen van soorten genoemd in de Basisverordening bijlage A worden gehouden en de omschrijving van de specimens niet meer overeenstemmen met de werkelijkheid

Merktekens

Voor specimens van bepaalde aangewezen beschermde diersoorten wordt een invoervergunning alleen afgegeven als ze op de voorgeschreven wijze zijn gemerkt. De Cites management autoriteit die de vergunning afgeeft, moet de gegevens over het merken op de vergunning vermelden ( Uitvoeringsverordening, artikel 64, 66 en 68).

Naar boven

8.3 Uitvoervergunning

Doel

De uitvoervergunning dient om:

  • Bij uitvoer van specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B of C van de Basisverordening het legale buiten de Gemeenschap brengen aan te tonen (Basisverordening artikel 5).

  • Bij binnenbrengen in de Gemeenschap met bestemming Nederland of een andere lidstaat aan te tonen dat deze specimens legaal uit een derde land zijn uitgevoerd (Basisverordening artikel 4).

Afgifte uitvoervergunning

Bij uitvoer uit de Gemeenschap moet de uitvoervergunning vóór het vervullen van de douaneformaliteiten zijn afgegeven door een Cites Management Autoriteit van een lidstaat (in Nederland het Cites-bureau van de Dienst Regelingen). Dat geeft die autoriteit de gelegenheid om vooraf te bepalen of de regels die gelden bij de bescherming van bedreigde specimens worden nageleefd (Uitvoeringsverordening, artikel 13).

De vergunning is in de hele Gemeenschap geldig (Basisverordening, artikel 11).

In uitzonderlijke gevallen kan een Cites Management Autoriteit voor bepaalde specimen een uitvoervergunning afgeven met terugwerkende kracht (Uitvoeringsverordening, artikel 15). Vóór vertrek van de specimens moet de uitvoerder de bevoegde autoriteit in kennis stellen van de redenen van het ontbreken van de vergunning. Deze mogelijkheid geldt ook voor specimens die behoren tot persoonlijke bezittingen of huisraad als een vergissing is begaan, geen poging is gedaan om bedrog te plegen en de uitvoer verder in overeenstemming is met de wetgeving. De Cites Management Autoriteit beoordeelt of er sprake is van een uitzonderlijk geval en de uitvoerder dan wel de uitvoer voldoet aan de voorwaarden voor het afgeven met terugwerkende kracht. De autoriteit vermeldt op de vergunning (vak 23) dat die met terugwerkende kracht is afgegeven en de reden van deze afgifte.

Model vergunning

De uitvoervergunning moet overeenkomen met het in de Uitvoeringsverordening, bijlage I opgenomen model (Uitvoeringsverordening, artikel 2). Naast de rubrieken met de volgens het model vereiste gegevens mogen er ook nog rubrieken met voor nationale doeleinden bestemde gegevens op de vergunning staan (Uitvoeringsverordening, artikel 2).

Te overleggen formulieren

De volledige vergunning bestaat uit 5 formulieren (Uitvoeringsverordening, artikel 3). De uitvoerder (vak 1 op de vergunning) of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger moet 3 formulieren (behandeld door een Cites Management Autoriteit van een lidstaat) overleggen op het douanekantoor waar de formaliteiten voor uitvoer uit de Gemeenschap worden vervuld (Uitvoeringsverordening, artikel 27):

  • het origineel (het witte formulier 1) met op de voorzijde een geguillocheerde grijze onderdruk die elke met behulp van chemische of mechanische middelen aangebrachte vervalsing zichtbaar maakt

  • de kopie voor de houder (het gele formulier 2)

  • de kopie voor terugzending door de Douane aan de administratieve instantie van afgifte (het lichtgroene formulier 3) In het vak ‘vergunning/certificaat’ is voor ‘uitvoer’ een kruis gezet.

Geldigheidsduur

Een in de Gemeenschap afgegeven vergunning is maximaal zes maanden geldig (Uitvoeringsverordening, artikel 10). In vak 2 van de uitvoervergunning is de laatste dag van geldigheid vermeld.

Merktekens

Voor specimens van bepaalde aangewezen beschermde diersoorten wordt een uitvoervergunning alleen afgegeven als ze op de voorgeschreven wijze zijn gemerkt. De Cites management autoriteit die de vergunning afgeeft, moet de gegevens over het merking op de vergunning vermelden ( Uitvoeringsverordening, artikel 65, 66 en 68).

Overige voorwaarden

De bepalingen die van toepassing zijn op de taal, de invulling, een te gebruiken bijlage, een vergunning per zending / éénmalig gebruik en verlies van de geldigheid komen overeen met de bepalingen die gelden voor de invoergunning.

Voorwaarden uitvoervergunning afgegeven in derde land

Als een uitvoervergunning wordt gebruikt om de legale uitvoer uit een derde land aan te tonen, moet:

  • de vergunning zijn afgegeven door de Cites Management Autoriteit van het derde land van uitvoer (Basisverordening, artikel 4)

  • de vergunning zijn afgegeven vóór de uitvoer uit het derde land (Uitvoeringsverordening, artikel 14)

  • op het tijdstip van binnenbrengen in de Gemeenschap de uitvoer uit het derde land hebben plaatsgevonden voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de uitvoervergunning (Uitvoeringsverordening, artikel 14)

  • de uitvoervergunning maximaal zes maanden voor het binnenbrengen in de Gemeenschap zijn afgegeven (Uitvoeringsverordening, artikel 14)

  • de omschrijving van de soort, de wetenschappelijke naam en het doel van de transactie op in een derde land afgegeven uitvoervergunning overeenkomen met deze gegevens op de betreffende invoervergunning (Uitvoeringsverordening, artikel 7)

  • de invulling van in een derde land afgegeven uitvoervergunning en een daaraan gehechte bijlage voldoen aan de voorwaarden die gelden voor een invoergunning (Uitvoeringsverordening, artikel 7)

  • een vergunning met oorsprongscode ‘O’ (vak 13):

    • betrekking op preovereenkomstspecimens

    • de datum van verwerving van de specimens vermelden of vermelden dat de specimens voor een bepaalde datum zijn verworven (Uitvoeringsverordening, artikel 7)

Naar boven

8.4 Wederuitvoercertificaat

Doel

Het wederuitvoercertificaat dient om:

  • bij wederuitvoer van specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B of C van de Basisverordening het legale buiten de Gemeenschap brengen aan te tonen (Basisverordening artikel 5)

  • bij binnenbrengen in de Gemeenschap met bestemming Nederland of een andere lidstaat aan te tonen dat deze specimens legaal uit een derde land zijn wederuitgevoerd (Basisverordening artikel 4)

Voorwaarden

De bepalingen die van toepassing zijn op de afgifte van het wederuitvoercertificaat, het te gebruiken model, de te overleggen formulieren en de geldigheidsduur komen overeen met de bepalingen die gelden voor de uitvoergunning. (Lees voor uitvoerder: wederuitvoerder en voor uitvoer: wederuitvoer.) Op het formulier is in het vak ‘vergunning/certificaat’ voor ‘wederuitvoer’ een kruis gezet.

De bepalingen die van toepassing zijn op de taal, de invulling, een te gebruiken bijlage, een vergunning per zending / éénmalig gebruik en verlies van de geldigheid komen overeen met de bepalingen die gelden voor de invoergunning.

Merktekens

Voor specimens van bepaalde aangewezen beschermde diersoorten wordt een wederuitvoercertificaat alleen afgegeven als de oorspronkelijke merktekens nog intact zijn. De Cites management autoriteit die de vergunning afgeeft, moet de gegevens over het merking op de vergunning vermelden ( Uitvoeringsverordening, artikel 65, 66 en 68).

Voorwaarden wederuitvoercertificaat afgegeven in derde land

De bepalingen die van toepassing zijn op een wederuitvoercertificaat dat wordt gebruikt om de legale wederuitvoer uit een derde land aan te tonen komen overeen met de bepalingen die gelden voor een uitvoergunning afgegeven in een derde land.

Op een in een derde land afgegeven wederuitvoercertificaat moeten de gegevens zijn vermeld van de uitvoervergunning of het wederuitvoercertificaat die of dat is overgelegd bij invoer in dat land (Uitvoeringsverordening, artikel 7). Als deze gegevens er niet staan moet daar een aanvaardbare verklaring voor zijn.

Naar boven

8.5 Kennisgeving van invoer

Doel

De kennisgeving van invoer is een document dat dient om aan te tonen dat specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage C of D van de Basisverordening legaal de Gemeenschap worden binnengebracht met bestemming Nederland of een andere lidstaat (Basisverordening, artikel 4).

Geen toestemming Cites Management Autoriteit

De belanghebbende vult de vereiste gegevens in op de kennisgeving van invoer. Voor het binnenbrengen in de Gemeenschap van deze specimens en gebruik van de kennisgeving is geen toestemming nodig van een Cites Management Autoriteit.

Overleggen Cites uitvoerdocumenten

Voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de Basisverordening, bijlage C moet de belanghebbende een op de specimens betrekking hebbende, in een derde land afgegeven, geldige uitvoeringvergunning, geldig wederuitvoercertificaat of geldig certificaat van oorsprong overleggen (Basisverordening artikel 4). Bij het binnenbrengen in de Gemeenschap controleert de Douane aan de hand van deze documenten of de specimens legaal zijn (weder)uitgevoerd uit een derde land.

Model kennisgeving

De kennisgeving van invoer moet overeenkomen met het in de Uitvoeringsverordening, bijlage II opgenomen model (Uitvoeringsverordening, artikel 2). Naast de rubrieken met de volgens het model vereiste gegevens mogen er ook nog rubrieken met voor nationale doeleinden bestemde gegevens op de vergunning staan. Er mag een serienummer op de kennisgeving staan (Uitvoeringsverordening, artikel 2).

Te overleggen formulieren

De kennisgeving bestaat uit 2 formulieren:

  • het origineel (het witte formulier 1)

  • de kopie voor de invoerder (het gele formulier 2)

De invoerder of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger moet beide formulieren overleggen op het douanekantoor van binnenkomst in de Gemeenschap (Uitvoeringsverordening, artikel 22).

Geldigheidsduur

Er is geen geldigheidsduur van toepassing. De daadwerkelijke datum van binnenbrengen/invoer moet zijn ingevuld in vak 3 van de kennisgeving.

Overige voorwaarden

Voor de formulieren moet het voorgeschreven A4-formaat papier worden gebruikt (Uitvoeringsverordening, artikel 3). De bepalingen die van toepassing zijn op de taal, de invulling, een te gebruiken bijlage, een vergunning per zending / éénmalig gebruik komen overeen met de bepalingen die gelden voor de invoergunning. Doorhalingen en overschrijvingen mogen ook worden gewaarmerkt met het stempel en de handtekening van het douanekantoor van invoer (Uitvoeringsverordening, artikel 4, lid 2).

Naar boven

8.6 Certificaat van oorsprong

Doel

Bij binnenbrengen in de Gemeenschap van specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage C van de Basisverordening met bestemming Nederland of een andere lidstaat kan het certificaat van oorsprong dienen om (Basisverordening, artikel 4):

  • de legale uitvoer uit een derde land aan te tonen als dat land niet is genoemd bij de betreffende soort in bijlage C

  • de legale wederuitvoer aan te tonen uit een derde land

In het internationale handelsverkeer wordt het certificaat gebruikt voor het aantonen van de legale uitvoer van specimens van beschermde dier- en plantensoorten die zijn opgenomen in Appendix III van de Cites-overeenkomst. In de Basisverordening staan deze soorten in bijlage C en D.

Afgifte certificaat

Het certificaat moet zijn afgegeven door de nationale administratieve instantie die bevoegd is Cites-documenten af te geven in het derde land (Regeling vrijstelling artikel 1, lid 3, letter a).

Bij uitvoer of wederuitvoer uit de Gemeenschap van specimens van een dier- of plantensoort genoemd in bijlage C van de Basisverordening is een uitvoervergunning of wederuitvoervergunning vereist (Basisverordening, artikel 5). Voor de uitvoer of wederuitvoer uit de Gemeenschap van een dier- of plantensoort genoemd in bijlage D van de Basisverordening zijn geen Cites-documenten nodig. Bij uitvoer of wederuitvoer uit de Gemeenschap wordt dus geen Certificaat van oorsprong afgegeven!

Geldigheidsduur certificaat van oorsprong afgegeven in derde land

Als een certificaat van oorsprong wordt gebruikt om de legale uitvoer of wederuitvoer uit een derde land aan te tonen, moet op het tijdstip van binnenbrengen in de Gemeenschap (Uitvoeringsverordening, artikel 14):

  • de uitvoer of wederuitvoer uit het derde land hebben plaatsgevonden voor het verstrijken van de geldigheidsduur van het certificaat van oorsprong

  • het certificaat van oorsprong maximaal 12 maanden voor het binnenbrengen in de Gemeenschap zijn afgegeven

Nieuw model

Het model voor de in- en uitvoervergunning en het wederuitvoercertificaat (Uitvoeringsverordening, bijlage I) mag - op basis van afspraken bij de Cites-overeenkomst - worden gebruikt als oorsprongscertificaat. In het vak vergunning/certificaat wordt het vierde hokje aangekruist en de vermelding ‘certificaat van oorsprong’ geplaatst. Het certificaat moet in dit geval zijn afgegeven door de bevoegde Cites Management Autoriteit uit het derde land van oorsprong. Een derde land maakt dus gebruik van een EU-model!

Naar boven

8.7 Certificaat voor reizende tentoonstellingen (TEC)

Doel

Het ‘certificaat voor reizende tentoonstelling (Uitvoeringsverordening artikel 30). Het certificaat is bedoeld om veelvuldige grensoverschrijdingen van dit soort tentoonstellingen te vereenvoudigen. Het certificaat kan dienen voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B of C van de Basisverordening als (Uitvoeringsverordening artikel 31):

Het certificaat voor reizende tentoonstellingen wordt ook Travelling Exhibition Certificate of TEC-certificate genoemd.

Afgifte certificaat

De Cites Management Autoriteiten van de lidstaten (in Nederland het Cites-bureau van de Dienst Regelingen) kunnen certificaten afgeven voor reizende tentoonstellingen (Uitvoeringsverordening, artikel 32):

  • die van oorsprong uit de Gemeenschap komen

  • die van oorsprong uit een derde land komen

Als de reizende tentoonstelling van oorsprong uit een derde land komt, moet het certificaat dat in een lidstaat is afgegeven, vergezeld gaan van het origineel van een certificaat voor reizende tentoonstellingen dat is afgegeven door een Cites Management Autoriteit in het derde land (Uitvoeringsverordening, artikel 33).

Certificaat voor levende of dode specimens

Bij levende dieren is voor ieder dier een apart certificaat vereist. Bij een reizende tentoonstelling van verschillende dode specimens mogen bepaalde vereiste gegevens (vak 8 tot en met 18 van het certificaat) op een inventarisblad staan (Uitvoeringsverordening artikel 30).

Model certificaat en vervolgblad

Het certificaat voor reizende tentoonstellingen moet overeenkomen met het in de Uitvoeringsverordening, bijlage III opgenomen model (Uitvoeringsverordening, artikel 2). Naast de rubrieken met de volgens het model vereiste gegevens mogen er ook nog rubrieken met voor nationale doeleinden bestemde gegevens op het certificaat staan.

Aan het certificaat moet een vervolgblad zijn gehecht. Dat blad dient voor het aantekenen van de overschrijdingen van de buitengrens van de Gemeenschap door de Douane. Het is een verplicht onderdeel van het certificaat (Uitvoeringsverordening, artikel 30). Het formulier voor het vervolgblad moet overeenkomen met het in de Uitvoeringsverordening, bijlage IV opgenomen model (Uitvoeringsverordening, artikel 2). De kleur van het vervolgblad is wit (Uitvoeringsverordening, artikel 3).

Te overleggen formulieren

Het volledige certificaat bestaat uit 3 formulieren (Uitvoeringsverordening, artikel 3). De houder of zijn gevolmachtigde moet het origineel van het certificaat (het gele formulier 1) behandeld door een Cites Management Autoriteit van een lidstaat en het origineel en een kopie van het vervolgblad overleggen op een aangewezen douanekantoor bij het binnen of buiten de Gemeenschap brengen (Uitvoeringsverordening, artikel 35). Het origineel is op de voorzijde voorzien van een geguillocheerde grijze onderdruk die elke met behulp van chemische of mechanische middelen aangebrachte vervalsing zichtbaar maakt.

Als de reizende tentoonstelling van oorsprong uit een derde land komt, moet de houder of zijn gevolmachtigde ook het origineel van het in het derde land afgegeven certificaat en vervolgblad overleggen.

Geldigheidsduur

Een in de Gemeenschap afgegeven certificaat voor reizende tentoonstellingen is maximaal 3 jaar geldig (Uitvoeringsverordening, artikel 10). In vak 2 van het certificaat is de laatste dag van geldigheid vermeld.

Verlies geldigheid

Een certificaat voor reizende tentoonstellingen is niet meer geldig als een Cites Management Autoriteit van een lidstaat heeft vastgesteld dat het certificaat ten onrechte is afgegeven. De specimens waarvoor het certificaat is afgeven, worden in beslag genomen (Basisverordening artikel 11).

Het certificaat verliest zijn geldigheid als (Uitvoeringsverordening, artikel 10):

  • het specimen wordt verkocht, verloren, vernietigd of gestolen

  • als het eigendom op enige andere wijze wordt overgedragen

  • een levend specimen sterft, ontsnapt of in de natuur wordt vrijgelaten

Merktekens

Aan de hand van identificatiekenmerken moet het mogelijk zijn vast te stellen of het certificaat voor de betreffende specimen is afgegeven. Levende dieren moeten zijn voorzien van een uniek en permanent merkteken (Uitvoeringsverordening artikel 33 en 66):

  • vogels met een individueel gemerkte naadloze gesloten pootring of door middel van een fraudebestendige microchiptransponder

  • andere levende gewervelde dieren door middel van een fraudebestendige microchiptransponder, een ring, manchet, label, tatoeage, een soortgelijk identificatiemiddel met een uniek nummer of op een andere passende wijze

Overige voorwaarden

De bepalingen die van toepassing zijn op de taal en de invulling komen overeen met de bepalingen die gelden voor de invoergunning.

Naar boven

8.8 Certificaat van persoonlijk eigendom (PET)

Doel

Het ‘certificaat voor reizende tentoonstellingen’ dient om het legale binnen of buiten Nederland en/of de Gemeenschap brengen aan te tonen van een reizende tentoonstelling (Uitvoeringsverordening artikel 30). Het certificaat is bedoeld om veelvuldige grensoverschrijdingen van dit soort tentoonstellingen te vereenvoudigen. Het certificaat kan dienen voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B of C van de Basisverordening als (Uitvoeringsverordening artikel 31):

Het certificaat wordt ook ‘Personal Ownership Certificate’ of ‘PET-certificate’ genoemd.

Afgifte certificaat

De Cites Management Autoriteiten van de lidstaten (in Nederland het Cites-bureau van de Dienst Regelingen) kunnen aan de rechtmatige eigenaar certificaten afgeven voor levende dieren die persoonlijk eigendom zijn en (Uitvoeringsverordening, artikel 39):

  • van oorsprong uit de Gemeenschap komen

  • vanuit een derde land worden ingevoerd

Als er een vergissing is begaan, er geen sprake is van bedrog en verder wordt voldaan aan de wetgeving, dan kan een Cites Management Autoriteit in uitzonderlijke gevallen voor bepaalde specimen een certificaat van persoonlijk eigendom afgeven met terugwerkende kracht (Uitvoeringsverordening, artikel 15). Bij aankomst of vóór vertrek van de specimens moet de belanghebbende de bevoegde autoriteit in kennis stellen van de redenen van het ontbreken van het certificaat. De Cites Management Autoriteit beoordeelt of er sprake is van een uitzonderlijk geval en wordt voldaan aan de voorwaarden voor het afgeven met terugwerkende kracht. De autoriteit vermeldt op het certificaat (vak 23) dat het met terugwerkende kracht is afgegeven en de reden van deze afgifte.

Als het dier uit een derde land komt, moet het certificaat dat in een lidstaat is afgegeven, vergezeld gaan van het origineel van een certificaat van persoonlijk eigendom dat is afgegeven door een Cites Management Autoriteit in het derde land (Uitvoeringsverordening, artikel 40).

Model certificaat en vervolgblad

Het certificaat van persoonlijk eigendom moet overeenkomen met het in de Uitvoeringsverordening, bijlage I opgenomen model (Uitvoeringsverordening, artikel 2). Naast de rubrieken met de volgens het model vereiste gegevens mogen er ook nog rubrieken met voor nationale doeleinden bestemde gegevens op de vergunning staan (Uitvoeringsverordening, artikel 2). Het volledige certificaat bestaat uit 5 formulieren (Uitvoeringsverordening, artikel 3).

Aan het certificaat moet een vervolgblad zijn gehecht. Dat blad dient voor het aantekenen van de overschrijdingen van de buitengrens van de Gemeenschap. Het is een verplicht onderdeel van het certificaat (Uitvoeringsverordening, artikel 37). Het formulier voor het vervolgblad moet overeenkomen met het in de Uitvoeringsverordening, bijlage IV opgenomen model (Uitvoeringsverordening, artikel 2). De kleur van het vervolgblad is wit.

Over te leggen formulieren

De houder - de rechtmatige eigenaar van het dier - moet het origineel van het certificaat (het witte formulier 1) behandeld door een Cites Management Autoriteit van een lidstaat en het origineel en een kopie van het vervolgblad overleggen op een aangewezen douanekantoor bij het binnen of buiten de Gemeenschap brengen (Uitvoeringsverordening, artikel 42). Het origineel van het certificaat is op de voorzijde voorzien van een geguillocheerde grijze onderdruk die elke met behulp van chemische of mechanische middelen aangebrachte vervalsing zichtbaar maakt.

Als het dier van oorsprong uit een derde land komt, moet de houder ook het origineel van een in het derde land afgegeven certificaat en vervolgblad overleggen (Uitvoeringsverordening artikel 42).

Overige voorwaarden

De bepalingen die van toepassing zijn op de taal en de invulling komen overeen met de bepalingen die gelden voor de invoergunning.

De bepalingen die van toepassing zijn op de geldigheidsduur en het verlies van de geldigheid komen overeen met de bepalingen die gelden voor het certificaat voor reizende tentoonstellingen.

Overige voorwaarden voor het gebruik van het certificaat:

  • het dier moet het rechtmatig eigendom zijn van een natuurlijk persoon (Uitvoeringsverordening, artikel 37)

  • het dier wordt meegenomen zonder enig commercieel oogmerk (Uitvoeringsverordening, artikel 37 en 40)

  • het dier moet zijn voorzien van een uniek en permanent merkteken (Uitvoeringsverordening, artikel 40 en 66):

    • vogels met een individueel gemerkte naadloze gesloten pootring of doormiddel van een fraudebestendige microchiptransponder

    • andere levende gewervelde dieren doormiddel van een fraudebestendige microchiptransponder, een ring, manchet, label, tatoeage, een soortgelijk identieficatiemiddel met een uniek nummer of op een andere passende wijze

  • de rechtmatige eigenaar moet het dier vergezellen (Uitvoeringsverordening, artikel 38)

  • de rechtmatige eigenaar moet het origineel van het certificaat bewaren (Uitvoeringsverordening, artikel 39)

  • het certificaat is niet overdraagbaar (Uitvoeringsverordening, artikel 39)

  • als het dier sterft, wordt gestolen, vernietigd of verloren, of als het wordt verkocht of op andere wijze wordt vervreemd, moet de houder het certificaat direct naar de Cites Management Autoriteit van afgifte sturen (Uitvoeringsverordening, artikel 10)

  • het vervolgblad bij het certificaat moet voor elke grensoverschrijding zijn afgetekend en gestempeld door de Douane (Uitvoeringsverordening, artikel 42)

Naar boven

8.9 Certificaat van monsterverzameling

Doel

Het ‘certificaat van monsterverzameling’ dient om het legale binnen of buiten Nederland en/of de Gemeenschap brengen aan te tonen van monsterverzamelingen (Uitvoeringsverordening, artikel 44 bis). Het certificaat is bedoeld om veelvuldige grensoverschrijdingen van monsterverzamelingen te vereenvoudigen. Het certificaat mag worden gebruikt voor beschermde soorten genoemd in bijlage A, B of C van de Basisverordening voor zover het betreft dode specimens van:

  • in gevangenschap geboren en gefokte diersoorten

  • kunstmatig gekweekte plantensoorten

Onder voorwaarde dat de monsterverzameling wordt begeleid door een geldig carnet ATA kan het certificaat dienen als (Uitvoeringsverordening, artikel 44 ter):

  • invoervergunning bij binnenbrengen in de Gemeenschap met bestemming Nederland of een andere lidstaat

  • uitvoervergunning en wederuitvoercertificaat bij uitvoer of wederuitvoer uit de Gemeenschap

  • certificaat om de vertoning van de specimens voor commerciële doeleinden mogelijk te maken (Basisverordening, artikel 8, lid 3)

Afgifte certificaat

De Cites Management Autoriteiten van de lidstaten (in Nederland het Cites-bureau van de Dienst Regelingen) kunnen certificaten afgeven voor monsterverzamelingen (Uitvoeringsverordening, artikel 44 quater):

  • die van oorsprong uit de Gemeenschap komen

  • die van oorsprong uit een derde land komen.

Voor een monsterverzameling uit een derde land geven de autoriteiten van de lidstaten een certificaat af na overlegging van het origineel van een soortgelijk certificaat van monsterverzameling dat is afgegeven door een Cites Management Autoriteit in het derde land (Uitvoeringsverordening, artikel 44 quater).

Model certificaat

Het certificaat van monsterverzameling moet overeenkomen met het in de Uitvoeringsverordening, bijlage I opgenomen model (Uitvoeringsverordening, artikel 2). Naast de rubrieken met de volgens het model vereiste gegevens mogen er op het certificaat ook nog rubrieken staan met voor nationale doeleinden bestemde gegevens. Het volledige certificaat bestaat uit 5 formulieren (Uitvoeringsverordening, artikel 3). In het vak ‘vergunning/certificaat’ is voor ‘overige’ een kruis gezet en de aanduiding ‘monsterverzameling’.

Te overleggen formulieren bij eerste gebruik certificaat

Als een monsterverzameling die van oorsprong uit de Gemeenschap komt voor de eerste keer wordt uitgevoerd met een carnet ATA moet de houder (vak 1 op het certificaat) of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger de volgende formulieren (behandeld door een Cites Management Autoriteit van een lidstaat) overleggen op een aangewezen douanekantoor (Uitvoeringsverordening, artikel 44 septies):

  • het origineel (het witte formulier 1) met op de voorzijde een geguillocheerde grijze onderdruk die elke met behulp van chemische of mechanische middelen aangebrachte vervalsing zichtbaar maakt en een kopie van het origineel

  • de kopie voor de houder (het gele formulier 2)

  • de kopie voor terugzending door de Douane aan de administratieve instantie van afgifte (het lichtgroene formulier 3)

De houder of zijn vertegenwoordiger moet deze formulieren (behandeld door een Cites Management Autoriteit van een lidstaat) ook overleggen op een aangewezen douanekantoor voor een monsterverzameling die van oorsprong uit een derde land komt en voor de eerste keer de Gemeenschap binnenkomt met een carnet ATA.

Te overleggen formulieren bij volgend gebruik certificaat

De houder of zijn vertegenwoordiger moet het origineel van het certificaat (behandeld door een Cites Management Autoriteit van een lidstaat en de Douane) en een kopie van het origineel overleggen op een aangewezen douanekantoor (Uitvoeringsverordening, artikel 44 septies):

  • bij het weer invoeren van een monsterverzameling die van oorsprong uit de Gemeenschap komt

  • bij het opnieuw uitvoeren van een monsterverzameling die van oorsprong uit de Gemeenschap komt

  • bij het wederuitvoeren van een monsterverzameling die van oorsprong uit een derde land komt

  • bij het opnieuw binnen de Gemeenschap brengen van een monsterverzameling die van oorsprong uit een derde land komt

Deze mogelijkheden zijn alleen van toepassing als de monsterverzameling wordt begeleid door het carnet ATA dat is gebruikt bij de eerste uitvoer uit de Gemeenschap of bij het eerste binnenbrengen in de Gemeenschap.

Geldigheidsduur

Het certificaat van monsterverzameling is maximaal 6 maanden geldig (Uitvoeringsverordening, artikel 10). In vak 2 van het certificaat is de laatste dag van geldigheid vermeld. De datum waarop de geldigheidsduur afloopt, mag de geldigheidsduur van het carnet ATA niet overschrijden.

Overige voorwaarden

De bepalingen die van toepassing zijn op de taal, de invulling, een te gebruiken bijlage, verlies van de geldigheid komen overeen met de bepalingen die gelden voor de invoergunning. Overige voorwaarden voor het gebruik van het certificaat (Uitvoeringsverordening, artikel 44 quinquies):

  • het certificaat is niet overdraagbaar

  • de specimens mogen niet worden verkocht of op een andere wijze worden overgedragen terwijl ze zich buiten het grondgebied bevinden van de staat die het certificaat heeft afgegeven

  • een monsterzending van oorsprong uit een lidstaat mag worden gebruikt in de landen die in vak 23 van het certificaat of in een bijlage zijn vermeld

  • een door een lidstaat afgegeven certificaat voor een monsterzending van oorsprong uit een lidstaat is alleen geldig samen met het origineel van een soortgelijk certificaat van monsterverzameling dat is afgegeven door een Cites Management Autoriteit in het derde land

Naar boven

8.10 Etiket voor wetenschappelijk materiaal

Doel

Het ‘etiket voor wetenschappelijk materiaal’ dient om het legale binnen of buiten Nederland en/of de Gemeenschap brengen aan te tonen van herbariumspecimens, geconserveerde, gedroogde of ingesloten museumspecimens of levend plantenmateriaal bestemd voor wetenschappelijk onderzoek (Uitvoeringsverordening, artikel 52). Het etiket kan worden gebruikt voor dit soort specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening (Basisverordening, artikel 7).

Model etiket

Het etiket moet overeenkomen met het in de Uitvoeringsverordening, bijlage VI opgenomen model (Uitvoeringsverordening, artikel 2). Het etiket is enkelvoudig en de kleur is wit. Voor het etiket moet het voorgeschreven papier worden gebruikt (Uitvoeringsverordening, artikel 3). De bepalingen die van toepassing zijn op de taal en de invulling komen overeen met de bepalingen die gelden voor de invoergunning.

Voorwaarden gebruik etiket

Het gebruik van het etiket is mogelijk als (Uitvoeringsverordening, artikel 52):

  • Het gaat om uitlening, schenking of uitwisseling tussen wetenschappers en/of wetenschappelijke instellingen voor het verrichten van niet commerciële wetenschappelijke onderzoeken.

  • De wetenschappers en wetenschappelijke instellingen door een administratieve instantie van de lidstaat waar zij zijn gevestigd als zodanig zijn ingeschreven. De inschrijving blijkt uit een registratienummer dat bestaat uit 5 tekens. De eerste twee tekens worden gevormd door de ISO-landencode voor de betrokken lidstaat, gevolgd door een uniek nummer van drie cijfers.

De wetenschapper of wetenschappelijke instelling moet onmiddellijk na gebruik van een etiket een strook van het etiket inzenden aan de Cites Management Autoriteit van de lidstaat.

Naar boven

8.11 Certificaat voor diverse doeleinden

Doel

In bepaalde gevallen kan een certificaat worden gebruikt om de legaliteit aan te tonen van specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening (Basisverordening artikel 10). Het certificaat kan onder andere dienen als (Uitvoeringsverordening, artikel 47, 48, 49):

  • een toestemming voor het vervoer van levende specimens van een soort uit bijlage A in de lidstaten van de Gemeenschap

  • bewijs dat specimens aan de natuur zijn ontrokken overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van oorsprong

  • bewijs dat specimens zijn verkregen of zijn binnengebracht in de Gemeenschap overeenkomstig de van toepassing zijnde wetgeving ter bescherming van de soort

  • bewijs dat specimens zijn binnengebracht in de Gemeenschap overeenkomstig de bepalingen van de Basisverordening, Verordening 3626/82 of de Cites-overeenkomst

  • bewijs dat specimen zijn (verkregen) of binnengebracht in de Gemeenschap voor de inwerkingtreding van (bijlage I van), (bijlage C1 van) Verordening 3626/82 of (bijlage A van) de Basisverordening

Het certificaat wordt ook gebruikt voor andere doeleinden maar die zijn voor de taak van de Douane niet van belang.

Afgifte certificaat

Een Cites Management Autoriteit van een van de lidstaten (in Nederland het Cites-bureau van de Dienst Regelingen) kan op verzoek van een belanghebbende een certificaat afgeven. Het certificaat is in de gehele Gemeenschap geldig en alleen bestemd voor gebruik in de Gemeenschap.

Model certificaat

Het certificaat moet overeenkomen met het in de Uitvoeringsverordening, bijlage V opgenomen model (Uitvoeringsverordening, artikel 2). Naast de rubrieken met de volgens het model vereiste gegevens mogen er ook nog rubrieken met voor nationale doeleinden bestemde gegevens op het formulier staan (Uitvoeringsverordening, artikel 2). De lidstaten mogen bepalen dat in de vakken 18 en 19 in plaats van een voorgedrukte tekst alleen de desbetreffende verklaring en/of vergunning wordt aangebracht.

Over te leggen formulieren

Het volledige certificaat bestaat uit 3 formulieren (Uitvoeringsverordening, artikel 3). De houder moet het origineel van het certificaat (het gele formulier 1) behandeld door een Cites Management Autoriteit van een lidstaat overleggen als hij de legaliteit moet aantonen. Het origineel van het certificaat is op de voorzijde voorzien van een geguillocheerde grijze onderdruk die elke met behulp van chemische of mechanische middelen aangebrachte vervalsing zichtbaar maakt.

Verlies geldigheid

Een certificaat is niet meer geldig als een Cites Management Autoriteit van een lidstaat heeft vastgesteld dat het certificaat ten onrechte is afgegeven. De specimens waarvoor het certificaat is afgeven, worden in beslag genomen (Basisverordening artikel 11).

Een certificaat verliest zijn geldigheid als (Uitvoeringsverordening, artikel 11):

  • een levend specimen sterft, ontsnapt of in de natuur wordt vrijgelaten;

  • een specimen is vernietigd

  • de omschrijving van specimens niet meer overeenstemt met het certificaat

  • de verblijfplaats van een levend specimen genoemd in bijlage A van de Basisverordening niet meer overeenstemt met het certificaat

Overige voorwaarden

De bepalingen die van toepassing zijn op de taal, de invulling en een te gebruiken bijlage komen overeen met de bepalingen die gelden voor de invoergunning.

Naar boven

8.12 Fytosanitair certificaat

Doel

Een aantal landen mag een fytosanitair certificaat als uitvoervergunning gebruiken voor:

  • kunstmatig gekweekte planten genoemd in bijlage B of C van de Basisverordening (Appendix II van de Cites-overeenkomst)

  • kunstmatig gekweekte hybride planten genoemd in bijlage A van de Basisverordening, niet voorzien van een annotatie (Appendix I van de Cites-overeenkomst)

Buiten de Gemeenschap gaat het om:

  • Zwitserland

  • Canada

  • de Koreaanse Republiek (Zuid-Korea)

  • Singapore

Binnen de Gemeenschap gaat het om:

  • België

  • Denemarken

  • Duitsland

  • Italië

  • Luxemburg

  • Nederland

  • Zweden

Het certificaat kan als uitvoervergunning dienen voor de in Nederland kunstmatig gekweekte soorten:

  • cactaceae: alle soorten van de Appendix II van de Cites overeenkomst

  • cycadaceae: alleen de Cycas revoluta van de Appendix II

  • euphorbiaceae: alle succulente soorten van de Appendix II

  • liliaceae: alle Aloësoorten van de Appendix II

  • nepenthaceae: alle Nepenthessoorten van de Appendix II

  • orchidaceae: alle soorten van de Appendix II en alle Paphiopedilum hybriden

  • sarraceniaceae: alle Sarraceniasoorten van de Appendix II

Afgifte in lidstaat uitvoer

Als uitvoer uit een lidstaat die bevoegd is tot gebruik van het fytosanitair certificaat plaatsvindt via een andere bevoegde lidstaat moet in de eerste lidstaat het certificaat zijn afgeven. Als dat niet is gebeurd, moet in de tweede lidstaat een Cites-uitvoervergunning worden gebruikt.

Voorbeeld: een zending gekweekte hybride planten uit Italië wordt via Nederland uitgevoerd naar een derde land. In Italië is geen fytosanitair certificaat voor de zending afgegeven. In Nederland is nu een Cites-uitvoervergunning vereist.

In Nederland is de Plantenziektekundige Dienst, of de KCB (Kwaliteits Controle Bureau) namens de PD, bevoegd tot het afgeven van een fytosanitair certificaat voor de uitvoer van in Nederland gekweekte planten.

Model

Raadpleeg hiervoor het voorschrift Fytosanitair. (bijlage 1 en 2 voor Nederlandse modellen).

Geldigheidsduur

Internationale regel is dat de zending waarvoor een fytosanitair certificaat is afgegeven binnen 14 dagen moet zijn uitgevoerd.

Overige voorwaarden

Op het certificaat moet het aantal specimens en de aard van de specimens staan en het certificaat moet zijn voorzien van de vermelding: ‘Artificially propagated plants as defined by CITES’ (kunstmatig gekweekte planten overeenkomstig de Cites-definitie). Zonder deze vermelding, aangebracht met een stempel, zegel of andere specifieke wijze, is het certificaat niet geldig als Cites-uitvoervergunning (Uitvoeringsverordening, artikel 17)!

Naar boven