20.03.00 Flora & Fauna

6 Vrijstellingen beschermde soorten Basisverordening

Dit hoofdstuk behandelt de vrijstellingen van de verboden van artikel 13 Ffw voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten

Naar boven

6.1 Overzicht vrijstellingen

De behandeling heeft alleen betrekking op de vrijstellingen van verboden waarmee de Douane bij uitvoering van haar taak te maken krijgt.

Naar boven

6.1.1 Besluit vrijstelling

Dit besluit is gebaseerd op artikel 75 lid 1 Ffw. Het biedt de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen van de verboden in de Ffw, artikelen 8 tot en met 16. De vrijstellingen hebben in het algemeen betrekking op inheemse dier- en plantensoorten die gekweekt en gefokt zijn. Dit moet aangetoond worden. Gekweekte vogels, van in Europa voorkomende soorten, moeten voorzien zijn van een naadloos gesloten en passende pootring. In de praktijk heeft de Douane niet veel met deze vrijstellingen te maken.

Naar boven

6.1.2 Regeling vrijstelling

Er is vrijstelling mogelijk van het verbod op het binnen en buiten Nederland brengen, het vervoeren en/of het voorhanden hebben binnen Nederland bij (Regeling Vrijstelling):

het binnen- en buiten Nederland brengen van specimens bestemd voor wetenschappelijke instellingen

Mogelijke vrijstellingen op het verbod van art 13 FFW.

Vrijstelling

Basisverordening

Uitvoeringsvo.

Regeling vrijstelling

Binnenbrengen met bestemming Nederland

Art. 4 lid 2 en 3

 

Art.3

Binnenbrengen met bestemming EU

Art. 4 lid 2, 3 of 4

 

Art.4

Doorvoer

Art. 7 lid 2

 

Art.6

Vervoer

Art. 9

 

Art.16

Intracommunautair vervoer

   

Art.7

Uitvoer en wederuitvoer

Art. 5 lid 1 en 4

 

Art.8

- fytosanitair certificaat

 

Art. 8 lid 6 en 7

 

Persoonlijke bezittingen en huisraad

Art. 7 lid 3

Art. 57 of 58

Art.9

Wetenschappelijke instellingen

Art. 7 lid 4

Art. 22

Art.18

Voldoen aan vrijstellingsbepalingen

De vrijstellingen gelden als is voldaan aan de bepalingen in de Regeling vrijstelling, de Basisverordening en de Uitvoeringsverordening. Voor bijna alle vrijstellingen is overlegging van een (Cites) document vereist. Het hoofdstuk "Vergunningen, certificaten, kennisgevingen en etiketten" behandelt de bepalingen die van toepassing zijn op de aanvraag, afgifte, vorm, inhoud, overlegging en geldigheid en het gebruik van de (Cites) documenten.

Op (producten van) dieren kan veterinaire wetgeving van toepassing zijn; op (producten van) planten kan fytosanitaire en/of kwaliteitswetgeving van toepassing zijn. Zie ook paragraaf 12.8 samenloop met andere wetgeving.

Naar boven

6.2 Binnenbrengen met bestemming Nederland

Voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening is vrijstelling mogelijk van het verbod op het:

  • binnen het grondgebied van Nederland brengen (Regeling vrijstelling, artikel 3, lid 1)

  • vervoer naar de plaats van bestemming na binnenbrengen in Nederland (Regeling vrijstelling, artikel 3, lid 2).

Voorwaarden vrijstelling binnenbrengen

De vrijstelling van het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen, is van toepassing op specimens van beschermde inheemse diersoorten, inheemse plantensoorten en uitheemse dier- of plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening en geldt als:

  • de specimens de Unie binnenkomen op een aangewezen douanekantoor (Basisverordening, artikel 12)

  • op dat kantoor de vereiste (Cites) documenten zijn overgelegd voor soorten genoemd in bijlage A, B,C of D (Basisverordening, artikel 4)

die (Cites) documenten voldoen aan de gestelde voorwaarden en bepalingen.

Binnenbrengen via een andere lidstaat

De vrijstelling van het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen, is ook van toepassing als specimens in een andere lidstaat de Unie binnenkomen en voor Nederland zijn bestemd. In dat geval moeten de vereiste (Cites) documenten zijn overgelegd op een aangewezen douanekantoor in die lidstaat.

Voorwaarden vrijstelling vervoer na binnenbrengen

  • Voor uitheemse en inheemse soorten uit bijlage A geldt een vrijstelling van het verbod op het vervoeren als de specimens legaal de EU zijn binnengekomen (Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten artikel 3, lid 2 Ffw). De vrijstelling wordt aangetoond met het gele exemplaar, voor belanghebbende, van de invoervergunning.

  • Voor inheemse soorten uit bijlagen B, C en D geldt een vrijstelling van het verbod op het vervoeren als de specimens legaal de EU zijn binnengekomen (Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten artikel 3, lid 2 Ffw).

  • Voor het overbrengen van uitheemse soorten uit bijlagen B, C en D is geen vrijstelling nodig. In artikel 13, lid 4 Ffw is het verbod op het vervoer al opgeheven.

Naar boven

6.2.1 Vereiste (Cites) documenten soorten bijlage A en B

Om in aanmerking te komen voor vrijstelling van het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van specimens van beschermde inheemse en uitheemse dier- of plantensoorten genoemd in bijlage A of B van de Basisverordening, is vereist:

In plaats van deze (Cites) documenten is het ook mogelijk een van de onderstaande (Cites) documenten te overleggen:

  • Een Certificaat voor reizende tentoonstelling (Travelling Exhibition Certificate of TEC). Dit certificaat kan dienen voor specimens die deel uitmaken van reizende tentoonstellingen.

  • Een Certificaat van persoonlijke eigendom (Personal Ownership Certificate of PET). Dit certificaat kan dienen voor levende dieren die rechtmatig eigendom zijn van een natuurlijk persoon en om persoonlijke niet-commerciële reden worden gehouden.

  • Een Certificaat van monsterverzameling. Dit certificaat kan dienen voor een monsterverzameling van dode specimens van in gevangenschap geboren en gefokte diersoorten of kunstmatig gekweekte plantensoorten als de verzameling wordt begeleid door een carnet ATA.

Voor alle (Cites) documenten geldt dat deze moeten voldoen aan de daarvoor gestelde voorwaarden en bepalingen.

Naar boven

6.2.2 Vereiste (Cites) documenten soorten bijlage C

Om in aanmerking te komen voor vrijstelling van het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van specimens van beschermde inheemse diersoorten, inheemse plantensoorten en uitheemse dier- of plantensoorten genoemd in bijlage C van de Basisverordening, is vereist:

In plaats van deze (Cites) documenten kan ook een Certificaat voor reizende tentoonstelling, een Certificaat van persoonlijke eigendom of een Certificaat van monsterverzameling als de verzameling wordt begeleid door een carnet ATA, worden overgelegd.

Naar boven

6.2.3 Vereiste (Cites) documenten soorten bijlage D

Om in aanmerking te komen voor vrijstelling van het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van specimens van beschermde inheemse en uitheemse dier- of plantensoorten genoemd in bijlage D van de Basisverordening, is alleen een kennisgeving van invoer vereist. Een kennisgeving van invoer wordt door de belanghebbende zelf ingevuld.

Naar boven

6.3 Binnenbrengen met bestemming andere EU-lidstaat

Voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlagen van de Basisverordening is vrijstelling mogelijk van het verbod op het:

  • binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen (Regeling vrijstelling, artikel 4, lid 1)

  • vervoer naar de grens met een andere lidstaat na binnenbrengen in Nederland (Regeling vrijstelling, artikel 4, lid 2).

De vrijstelling is van toepassing op specimens uit een derde land die in Nederland het grondgebied van de Unie worden binnengebracht en bestemd zijn voor een andere lidstaat.

Voorwaarden vrijstelling binnenbrengen

De voorwaarden die van toepassing zijn op de vrijstelling bij binnen het grondgebied van Nederland brengen, komen overeen met de voorwaarden bij binnenbrengen van specimens met bestemming Nederland. De invoervergunning moet zijn afgegeven door de aangewezen autoriteit van de lidstaat van bestemming.

Voorwaarden vrijstelling vervoer na binnenbrengen

De voorwaarden die van toepassing zijn op de vrijstelling voor vervoer naar de grens met een andere lidstaat na binnenbrengen in Nederland komen overeen met de voorwaarden bij vervoer na binnenbrengen van specimens met bestemming Nederland.

Naar boven

6.4 Doorvoer

Voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlagen van de Basisverordening is vrijstelling mogelijk van het verbod op doorvoer: het binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen en het vervoeren van specimens die vanuit een derde land zijn verzonden en via Nederland naar een ander derde land gaan (Regeling vrijstelling, artikel 6).

Voorwaarden vrijstelling

De vrijstelling geldt als:

  • er sprake is van doorvoer in de zin van de Basisverordening: het vervoeren van specimens tussen twee punten buiten de Unie via het grondgebied van de Unie, naar een met name genoemde consignataris en zonder andere onderbrekingen van de reis dan die welke bij deze vorm van vervoer onvermijdelijk zijn (Basisverordening, artikel 2, letter v)

  • de specimens de Unie binnenkomen op een aangewezen douanekantoor (Basisverordening, artikel 12)

  • de belanghebbende een geldige uitvoervergunning of geldig wederuitvoercertificaat, afgegeven in het derde land van uitvoer of wederuitvoer, kan overleggen (Basisverordening, artikel 7, lid 2) voor:

    • specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A van de Basisverordening
      of

    • voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten in bijlage B van de Basisverordening met de toevoeging (I) of (II)

  • in de vergunning of het certificaat een derde land als bestemming is vermeld.

Bij de doorvoer van specimens genoemd in bijlage B van de Basisverordening zonder de toevoeging (II) en voor specimens genoemd in bijlage C of D van de Basisverordening, is de overlegging van (Cites) documenten niet vereist.

Naar boven

6.5 Vervoer in Nederland

Voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlagen van de Basisverordening is vrijstelling mogelijk van het verbod op het vervoer in Nederland.

De Douane houdt geen toezicht op specimens die zich in het vrije verkeer van de Unie bevinden. Dat is een taak van de NVWA en de politie. Bij een redelijk vermoeden van een strafbaar feit ten aanzien van specimens die zich in het vrije verkeer bevinden, kan de BFC-CA-er besluiten om te melden bij de NVWA of aangifte te doen.

Naar boven

6.6 Uitvoer en wederuitvoer

Voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlagen van de Basisverordening is bij uitvoer en wederuitvoer vrijstelling mogelijk van het verbod op het:

  • binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen (Regeling vrijstelling, artikel 8, lid 1, 2 en 4).

  • vervoer in Nederland met het oog op de uitvoer of wederuitvoer (Regeling vrijstelling, artikel 8, lid 3 en 4).

De vrijstelling is van toepassing op specimens die vanuit Nederland of vanuit een andere lidstaat via Nederland buiten het grondgebied van de Unie worden gebracht.

Voorwaarden vrijstelling uitvoer of wederuitvoer

De vrijstelling van het verbod op het binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen bij uitvoer en wederuitvoer is van toepassing op specimens genoemd in de bijlagen van de Basisverordening van beschermde inheemse diersoorten, inheemse plantensoorten en uitheemse dier- of plantensoorten. De vrijstelling geldt als:

  • de formaliteiten voor uitvoer of wederuitvoer van de specimens worden vervuld op een aangewezen douanekantoor

  • (vooraf) op dat kantoor de vereiste (Cites) documenten zijn overgelegd voor specimens van soorten genoemd in bijlagen A, B of C van de Basisverordening.

Vereiste (Cites) documenten soorten bijlage A, B en C

Om in aanmerking te komen voor vrijstelling van het verbod op het binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen van specimens genoemd in bijlagen A, B of C van de Basisverordening (Basisverordening, artikel 5, lid 1 en lid 4) is vereist:

  • Bij uitvoer of wederuitvoer uit Nederland: een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat die of dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen.

  • Bij uitvoer of wederuitvoer vanuit een andere lidstaat via Nederland: een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat die/dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen.

  • Een fytosanitair certificaat dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen (uitvoeringsverordening art 17).

In plaats van deze (Cites) documenten is ook mogelijk:

Een Certificaat voor reizende tentoonstelling, een Certificaat van persoonlijke eigendom of een Certificaat van monsterverzameling.

Voorwaarden vrijstelling vervoer vóór uitvoer of wederuitvoer

Er zijn (Cites) documenten vereist om in aanmerking te komen voor vrijstelling van het verbod op het vervoer met het oog op de uitvoer of wederuitvoer van specimens van:

  • beschermde dier- of plantensoorten genoemd in bijlage A van de Basisverordening

  • beschermde inheemse dier- en plantensoorten genoemd in bijlagen B of C van de Basisverordening

  • beschermde uitheemse diersoorten die worden genoemd in bijlage 3 van de Regeling aanwijzing (let op dat goede link is).

Hiervoor dienen (Cites) documenten die zijn vereist voor de uitvoer of de wederuitvoer (Regeling vrijstelling, artikel 8, lid 3).

Voor het vervoer van specimens van beschermde uitheemse dier- en plantensoorten genoemd in bijlagen B of C van de Basisverordening geldt de uitzondering op het verbod tot vervoer van de Ffw, artikel 13 lid 4.

Geen (Cites) documenten soorten bijlage D

Er zijn geen (Cites) documenten vereist voor de uitvoer of de wederuitvoer en het vervoer van specimens van soorten genoemd in bijlage D van de Basisverordening (Regeling vrijstelling, artikel 8, lid 4).

Naar boven

6.7 Persoonlijke bezittingen of huisraad

Voor dode specimens genoemd in de bijlagen van de Basisverordening, die tot de persoonlijke bezittingen of huisraad behoren, is vrijstelling mogelijk van het verbod op het:

(Vrijstellingsregeling, artikel 9)

Voorwaarde vrijstelling persoonlijke bezittingen of huisraad

De vrijstelling voor persoonlijke bezittingen en huisraad is alleen van toepassing indien wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsverordening, artikel 57 of artikel 58.

Naar boven

6.7.1 Binnenbrengen en vervoer persoonlijke bezittingen of huisraad

Algemene voorwaarden vrijstelling

De vrijstelling van het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen en het vervoer binnen Nederland voor dode specimens (met inbegrip van jachttrofeeën) die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen geldt als de specimens:

  • de Unie binnenkomen op een aangewezen douanekantoor;

  • voldoen aan de algemene bepalingen (Uitvoeringsverordening artikel 57).
    De specimens:

    • mogen niet met commerciële bedoelingen de Unie worden binnengebracht of vervoerd
      en moeten

    • deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers uit derde landen
      of

    • deel uitmaken van persoonlijke bezittingen van natuurlijke personen die, komende vanuit een derde land, verhuizen naar de EU
      of

    • jachttrofeeën zijn die door een reiziger zijn verworven en op een latere datum worden ingevoerd.
      Voor jachttrofeeën geldt dat deze door de reiziger zelf moeten zijn bejaagd. Als iemand in een derde land gaat jagen, mag hij het dier dat hij zelf gejaagd heeft als persoonlijke bezitting of huisraad mee terugnemen, of indien het specimen bijvoorbeeld nog moet worden geprepareerd later onder de vrijstelling van artikel 9 Regeling vrijstelling invoeren.

Specifieke bepalingen vrijstelling dode specimens bijlage A

Als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden geldt de vrijstelling voor dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A van de Basisverordening die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen voor:

  • Reizigers en bemanningsleden van vliegtuigen en schepen, die geacht worden hun normale verblijfplaats niet in de Unie te hebben. Er is alleen een uitvoervergunning van het land buiten de Unie nodig als nationale wetgeving van dat land het vereist. De controle op deze eis wordt door het land van uitvoer gedaan.

  • Het opnieuw binnenbrengen (wederinvoer) in de Unie door een gewoonlijk in de Unie verblijvende persoon. De vrijstelling geldt als belanghebbende één van de volgende (Cites) documenten overlegt (Uitvoeringsverordening, artikel 57, lid 4):

    • een door de Douane in de Unie geviseerde "kopie voor de houder" van een eerder gebruikte communautaire invoervergunning of uitvoervergunning.
      of

    • een (door de Douane in een derde land geviseerde) kopie van in een derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat.
      of

    • een bewijs dat de specimens in de Unie zijn verworven (bijvoorbeeld een factuur of een ontvangstbevestiging).
      of

    • een invoervergunning (afgegeven door het EU-land van bestemming).

Geen vrijstelling dode specimens bijlage A eerste keer binnenbrengen

De vrijstelling als persoonlijke bezittingen of huisraad is niet mogelijk voor dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A van de Basisverordening, die (Uitvoeringsverordening, artikel 57, lid 2) voor de eerste keer worden binnengebracht in de Unie door een gewoonlijk in de Unie verblijvende persoon of een persoon die zich daar gaat vestigen.

In deze gevallen moeten een uitvoervergunning en een invoervergunning worden overgelegd.

Specifieke bepalingen vrijstelling dode specimens bijlage B

Als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden geldt vrijstelling voor dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage B van de Basisverordening die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen:

  • Voor reizigers en bemanningsleden van vliegtuigen en schepen die geacht worden hun normale verblijfplaats niet in de Unie te hebben zijn geen (Cites) documenten vereist. Dit geldt zolang de specimens niet worden gebruikt voor commerciële doeleinden of cadeau worden gegeven en zolang de specimens in de persoonlijke bagage worden vervoerd. Er is alleen een uitvoervergunning van het land buiten de EU nodig als nationale wetgeving van dat land dit vereist. De controle op deze eis wordt door het land van uitvoer gedaan.

  • Bij de eerste keer binnenbrengen in de Unie door een persoon die zich gaat vestigen in de Unie is een uitvoervergunning afgegeven door het land van oorsprong van het specimen nodig.

  • Bij de eerste keer binnenbrengen in de Unie door een gewoonlijk in de Unie verblijvende persoon geldt de vrijstelling als belanghebbende het origineel en een kopie voor de houder van een in een derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat overlegt (Uitvoeringsverordening, artikel 57, lid 3).

  • Bij het opnieuw binnenbrengen in de Unie door een gewoonlijk in de Unie verblijvende persoon geldt de vrijstelling als de belanghebbende één van de volgende (Cites) documenten overlegt (Uitvoeringsverordening, artikel 57, lid 4):

    • een door de Douane in de Unie geviseerde "kopie voor de houder" van een eerder gebruikte communautaire invoervergunning of uitvoervergunning

    • een (bij eerder binnenbrengen door de Douane geviseerde) kopie voor de houder van een in een derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat

    • een bewijs dat de specimens in de Unie zijn verworven.

Bij het binnenbrengen in de Unie door een gewoonlijk in de Unie verblijvende persoon is de overlegging van (Cites) documenten niet vereist voor (artikel 57 lid 5 Uitvoeringsverordening):

  • maximaal 125 gram kaviaar van steursoorten (Acipenseriformes spp.) per persoon in recipiënten die individueel zijn gemerkt met niet-herbruikbare etiketten

  • ten hoogste drie "rainsticks" van Cactacea spp. (cactussen) per persoon

  • ten hoogste vier dode, bewerkte specimens van Crocodylia spp. per persoon (kaaimannen, krokodillen en alligators) met uitzondering van vlees en jachttrofeeën

  • ten hoogste drie schelpen van Strombus gigas (karko of roze vleugelhoorn) per persoon

  • ten hoogste vier dode specimens van Hippocampus (zeepaardjes) per persoon

  • ten hoogste drie specimens schelpen van Tridacnidae (doopvontschelpen) per persoon, in totaal niet meer dan 3 kg, waarbij een specimen één intacte schelp of twee bij elkaar passende helften kan omvatten.

Vrijstelling dode specimens Bijlagen C en D

Als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden geldt vrijstelling voor dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage C of D van de Basisverordening die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen. Er zijn geen (Cites) documenten vereist. De vrijstelling geldt voor iedere reiziger ongeacht de normale verblijfplaats.

Normale verblijfplaats bemanningslid schip

Een bemanningslid met een niet-EU-nationaliteit die meer dan 185 dagen per jaar aan boord verblijft van een onder een vlag van een lidstaat van de Unie varend schip, wordt aangemerkt als een "gewoonlijk in de Unie verblijvend persoon".

Tabel overzicht vrijstelling persoonlijke bezittingen en huisraad

Alleen van toepassing voor dode specimen van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlagen van de Basisverordening die:

Levende dieren en planten

Reiziger met normale verblijfplaats in Unie

Vestiging van normale verblijfplaats in Unie

Reiziger met normale verblijfplaats niet in Unie

Dode specimens Bijlage A

Eerste keer binnen-brengen in de Unie: vrijstelling niet van toepassing.

Opnieuw binnen-brengen in de Unie.

Vrijstelling met:

  • door Douane geviseerde “kopie voor houder” van eerder gebruikte communautaire invoer- of uitvoer-vergunning of

  • kopie van in derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoer-certificaat of

  • een bewijs dat de specimens in de Unie zijn verwor-ven.

Eerste keer binnen-brengen in de Unie: vrijstelling niet van toepassing.

Vrijstelling: uitvoerver-gunning van land buiten EU nodig als nationale wetgeving daar dat eist, anders geen documenten.

Dode specimens Bijlage B:

  • 125 gram kaviaar

  • drie "rainsticks" van cactussen

  • vier bewerkte specimens van kaaiman, krokodil of alligator

  • drie schelpen van karko of roze vleugelhoorn

  • vier dode specimens van zeepaardjes

  • drie specimens schelpen van doopvontschelpen, max 3 kg, 2 passende helften is een specimen.

Vrijstelling: geen (Cites) documenten vereist

Vrijstelling: geen (Cites) documenten vereist

Vrijstelling: geen (Cites) documenten vereist

Dode specimens Bijlage B overige

Eerste keer binnen-brengen in de Unie: vrijstelling met origineel en kopie van in derde land afgegeven uitvoer-vergunning of wederuit-voercertificaat

Opnieuw binnen-brengen in de Unie

Vrijstelling met:

  • door Douane geviseerde “kopie voor houder” van eerder gebruikte communautaire invoer- of uitvoer-vergunning of

  • kopie van in derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoer-certificaat of

  • een bewijs dat de specimens in de Unie zijn verwor-ven.

Vrijstelling: uitvoerver-gunning afgegeven door land van oorsprong specimen

Vrijstelling: uitvoerver-gunning van land buiten EU nodig als nationale wetgeving daar dat eist, anders geen documenten

Dode specimen Bijlage C en D

Vrijstelling: geen (Cites) documenten vereist

Vrijstelling: geen (Cites) documenten vereist

Vrijstelling: geen (Cites) documenten vereist

Met name bij reizigers met normale verblijfplaats niet in de Unie bestaan veel misverstanden. Bij deze reizigers geldt dat zij géén invoervergunning nodig hebben voor persoonlijke bezittingen of huisraad van specimens die op bijlage A of B staan. Dit geldt zolang de specimens niet worden gebruikt voor commerciële doeleinden of cadeau worden gegeven en zolang de specimens in de persoonlijke bagage worden vervoerd. Er is alleen een uitvoervergunning van het land buiten de Unie nodig als de nationale wetgeving van dat land dit vereist.

Naar boven

6.7.2 Uitvoer en wederuitvoer persoonlijke bezittingen of huisraad

Algemene voorwaarden vrijstelling

  • De vrijstelling van het verbod op het vervoer en het buiten het grondgebied van Nederland brengen (Vrijstellingsregeling, artikel 9) voor dode specimens (met inbegrip van jachttrofeeën) die als persoonlijke bezittingen of huisraad worden (weder)uitgevoerd geldt als de specimens voldoen aan de bepalingen in de Uitvoeringsverordening artikel 58. Zij:

  • mogen niet met commerciële bedoelingen worden vervoerd of buiten de Unie worden gebracht
    en moeten

  • deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers die naar een derde land gaan
    of

  • deel uitmaken van persoonlijke bezittingen van natuurlijke personen die, komende vanuit de Unie, verhuizen naar een derde land.

Geen vrijstelling uitvoer dode specimen bijlage A en B

De vrijstelling voor persoonlijke bezittingen of huisraad is niet mogelijk bij uitvoer van dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A en B van de Basisverordening (Uitvoeringsverordening, artikel 58, lid 2). In deze gevallen is alleen vrijstelling mogelijk als wordt voldaan aan de voorwaarden die gelden bij uitvoer of wederuitvoer uit de Unie.

Specifieke bepalingen vrijstelling wederuitvoer dode specimens bijlage A en B

Als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden geldt vrijstelling voor dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten (inclusief jachttrofeeën) genoemd in bijlage A en B van de Basisverordening die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen bij wederuitvoer door een:

  • gewoonlijk in de Unie verblijvend persoon.
    De vrijstelling geldt als de belanghebbende één van de volgende (Cites) documenten overlegt:

    • een door de Douane geviseerde "kopie voor de houder" van een eerder gebruikte communautaire invoervergunning of uitvoervergunning
      of

    • een (door de Douane bij de eerste keer binnenbrengen geviseerde) kopie voor de houder van een in een derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat
      of

    • een bewijs dat de specimens in de EU werden verworven. Als bewijs kunnen onder meer een factuur of een ontvangstbewijs dienen

  • gewoonlijk niet in de Unie verblijvend persoon, deze heeft alleen een uitvoervergunning van het land buiten de Unie nodig als de nationale wetgeving aldaar dat vereist. De controle op deze eis wordt door het land van uitvoer gedaan.

Specifieke bepalingen vrijstelling uitvoer en wederuitvoer bepaalde producten bijlage B

Als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden en de specimens onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen, geldt vrijstelling voor:

  • maximaal 125 gram kaviaar van steursoorten (Acipenseriformes spp.) per persoon in recipiënten die individueel zijn gemerkt met niet-herbruikbare etiketten

  • ten hoogste drie "rainsticks" van Cactacea spp. (cactussen) per persoon

  • ten hoogste vier dode, bewerkte specimens van Crocodylia spp. (kaaimannen, krokodillen en alligators) per persoon (met uitzondering van vlees en jachttrofeeën)

  • ten hoogste drie schelpen van Strombus gigas (karko of roze vleugelhoorn) per persoon

  • ten hoogste vier dode specimens van Hippocampus (zeepaardjes) per persoon

  • ten hoogste drie specimens schelpen van Tridacnidae (doopvontschelpen) per persoon, in totaal niet meer dan 3 kg, waarbij een specimen één intacte schelp of twee bij elkaar passende helften kan omvatten.

Vrijstelling dode specimens Bijlagen C en D

Als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden geldt bij uitvoer of wederuitvoer vrijstelling voor dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage C of D van de Basisverordening die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen. Er zijn geen (Cites) documenten vereist.

Tabel overzicht vrijstelling persoonlijke bezittingen en huisraad

Alleen van toepassing voor dode specimen genoemd in bijlagen A, B, C of D van de Basisverordening:

Levende dieren en planten

Reiziger met normale verblijfplaats in Unie

Reiziger met normale verblijfplaats niet in Unie

Dode specimen Bijlage A

Uitvoer

Vrijstelling niet van toepassing

Wederuitvoer

Vrijstelling met:

  • door Douane geviseerde “kopie voor de houder” van eerder gebruikte communautaire invoer- of uitvoervergunning
    of

  • kopie van in derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat
    of

  • -een bewijs dat de specimens in de EU werden verworven.

Uitvoer

Vrijstelling niet van toepassing

Wederuitvoer

Vrijstelling met oorspronkelijke uitvoervergunning van buiten EU als nationale wetgeving daar dat eist, anders geen documenten

Dode specimens Bijlage B:

  • 125 gram kaviaar

  • drie "rainsticks" van cactussen

  • vier bewerkte specimens van kaaiman, krokodil of alligator

  • drie schelpen van karko of roze vleugelhoorn

  • vier dode specimens van zeepaardjes

  • drie specimens schelpen van doopvontschelpen, max 3 kg, 2 passende helften is een specimen

Uitvoer en wederuitvoer

Vrijstelling, geen (Cites) documenten vereist

Uitvoer en wederuitvoer

Vrijstelling, geen (Cites) documenten vereist

Dode specimens Bijlage B overige

Uitvoer

Vrijstelling niet van toepassing

Wederuitvoer

Vrijstelling met;

  • door Douane geviseerde “kopie voor de houder” van eerder gebruikte communautaire invoer- of uitvoervergunning
    of

  • kopie van in derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat
    of

  • een bewijs dat de specimens in de EU werden verworven.

Uitvoer

Vrijstelling niet van toepassing

Wederuitvoer

Vrijstelling: oorspronkelijke uitvoervergunning uit land buiten EU als wetgeving daar dat vereist, anders geen documenten

Dode specimens Bijlage C en D

Uitvoer en wederuitvoer

Vrijstelling: geen (Cites) documen-ten vereist

Uitvoer en wederuitvoer

Vrijstelling: geen (Cites) documen-ten vereist

Naar boven

6.8 Specimens voor wetenschappelijke instellingen

Vrijstelling

Er is vrijstelling mogelijk van het verbod op het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen, vervoeren en onder zich hebben van specimens voor wetenschappelijk onderzoek van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening (Regeling vrijstelling, artikel 18). Dit betreft specimens uit herbaria en andere geconserveerde, gedroogde of ingesloten specimens uit musea en levende planten.

Let op de samenloop met de fytosanitaire wet- en regelgeving. Voor levende bewortelde planten geldt bijvoorbeeld een

100% keuringsplicht.

Voorwaarden vrijstelling

De vrijstelling geldt als (Basisverordening, artikel 7, lid 4 en Uitvoeringsverordening, artikel 52):

  • de specimens de Unie binnenkomen op een aangewezen douanekantoor

  • de formaliteiten voor uitvoer of wederuitvoer van de specimens worden vervuld op een aangewezen douanekantoor

  • het gaat om uitlening, schenking of uitwisseling voor niet-commerciële doeleinden tussen wetenschapmensen en wetenschappelijke instellingen die zijn ingeschreven bij een Cites management autoriteit

  • de specimens zijn voorzien van een:

    • "etiket voor wetenschappelijk materiaal" dat voldoet aan de bepalingen in de Uitvoeringsverordening
      of

    • een gelijksoortig etiket afgegeven of goedgekeurd door een administratieve instantie van een derde land.

Alle erkende wetenschappelijke instellingen hebben hun eigen code, welke zij op het etiket vermelden.

Naar boven