20.03.00 Flora & Fauna

6 Vrijstellingen beschermde soorten Basisverordening

Dit hoofdstuk behandelt de vrijstellingen van de verboden in de Ffw, artikel 13 voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten die zijn genoemd in de bijlagen van de Basisverordening.

Aan de hand van een stappenplan stelt u eerst vast of het een specimen van een dier- of plantensoort betreft waarop de Basisverordening van toepassing is en het een beschermde inheemse of uitheemse soort is.

Het volgende hoofdstuk van dit voorschrift behandelt de vrijstellingen voor de overige beschermde dier- en plantensoorten.

Naar boven

6.1 Overzicht vrijstellingen

De behandeling heeft alleen betrekking op de vrijstellingen van verboden waarmee de Douane bij uitvoering van haar taak te maken krijgt.

Naar boven

6.1.1 Besluit vrijstelling

Voor producten van aangewezen beschermde inheemse diersoorten die zijn genoemd in de bijlagen van de Basisverordening is vrijstelling mogelijk van het verbod op het binnen en buiten Nederland brengen, het vervoeren en het voorhanden hebben binnen Nederland ( Besluit vrijstelling, artikel 11).

Voldoen aan vrijstellingsbepalingen

Om in aanmerking te komen voor vrijstelling moet de houder voldoen aan de bepalingen in de Regeling vrijstelling.

Naar boven

6.1.2 Regeling vrijstelling

Er is vrijstelling mogelijk van het verbod op het binnen en buiten Nederland brengen, het vervoeren en/of het voorhanden hebben binnen Nederland bij ( Regeling Vrijstelling):

Voldoen aan vrijstellingsbepalingen

De vrijstellingen gelden als is voldaan aan de bepalingen in de Regeling vrijstelling, de Basisverordening en de Uitvoeringsverordening. Voor bijna alle vrijstellingen is overlegging van een Cites-document vereist. Het hoofdstuk ‘ Vergunningen, certificaten, kennisgevingen en etiketten’ behandelt de bepalingen die van toepassing zijn op de aanvraag, afgifte, vorm, inhoud, overlegging en geldigheid en het gebruik van de Cites-documenten.

Op (producten van) dieren kan veterinaire wetgeving van toepassing zijn; op (producten van) planten kan fytosanitaire of kwaliteitswetgeving van toepassing zijn.

Naar boven

6.2 Binnenbrengen in Gemeenschap met bestemming Nederland

Voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening is vrijstelling mogelijk van het verbod op het:

  • binnen het grondgebied van Nederland brengen (Regeling vrijstelling, artikel 3, lid 1)

  • vervoer naar de plaats van bestemming na binnenbrengen in Nederland (Regeling vrijstelling, artikel 3, lid 2)

De vrijstelling is van toepassing op specimens uit een derde land die op het grondgebied van de Gemeenschap worden binnengebracht en bestemd zijn voor Nederland.

Voorwaarden vrijstelling binnenbrengen

De vrijstelling van het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen, is van toepassing op specimens van beschermde inheemse diersoorten, inheemse plantensoorten en uitheemse dier- of plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening en geldt als:

  • de specimens de Gemeenschap binnenkomen op een aangewezen douanekantoor

  • op dat kantoor de vereiste Cites-documenten zijn overgelegd voor soorten genoemd in bijlage A, B, C of D (Basisverordening, artikel 4)

  • die documenten voldoen aan de gestelde voorwaarden en bepalingen

Binnenbrengen via een andere lidstaat

De vrijstelling van het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen, is ook van toepassing als specimens in een andere lidstaat de Gemeenschap binnenkomen en voor Nederland zijn bestemd. In dat geval moeten de vereiste Cites-documenten zijn overgelegd op een aangewezen douanekantoor in die lidstaat.

Voorwaarden vrijstelling vervoer na binnenbrengen

De vrijstelling van het verbod op het vervoer na het binnenbrengen in Nederland naar de plaats van bestemming die op de vergunning is genoemd, is van toepassing op specimens van:

De vrijstelling geldt als:

  • de specimens legaal de Gemeenschap zijn binnengekomen (Regeling vrijstelling artikel 3, lid 2)

en

  • wordt aangetoond met:

    • de door de Douane behandelde ‘kopie voor de houder’ van de invoervergunning (het gele formulier 2)

      of

    • het ‘origineel’ van het Certificaat voor reizende tentoonstellingen (het gele formulier 1) en het door de Douane behandelde witte vervolgblad

      of

    • het ‘origineel’ van het Certificaat van persoonlijke eigendom (het witte formulier 1) en het door de Douane behandelde witte vervolgblad

      of

    • het ‘origineel’ van het door de Douane behandelde Certificaat van monsterzending (het witte formulier 1).

Voor het vervoer van specimens van beschermde uitheemse dier- en plantensoorten genoemd in bijlagen B, C of D van de Basisverordening geldt de uitzondering op het verbod tot vervoer van de Ffw, artikel 13, lid 4. Die is alleen van toepassing als de specimens aantoonbaar legaal Nederland zijn binnengekomen.

Naar boven

6.2.1 Vereiste Cites-documenten soorten bijlage A en B

Om in aanmerking te komen voor vrijstelling van het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van specimens van beschermde inheemse diersoorten, inheemse plantensoorten en uitheemse dier- of plantensoorten genoemd in bijlage A of B van de Basisverordening, is vereist:

  • een invoervergunning (vooraf afgegeven door het Cites-bureau van de Dienst Regelingen) die voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen

en

  • het origineel, het witte formulier 1, of de kopie (geen fotokopie!) voor de houder, het gele formulier 2, van een uitvoervergunning of een wederuitvoercertificaat (afgegeven in het land van uitvoer of wederuitvoer) die of dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen

of

In plaats van deze documenten is ook mogelijk:

  • Een Certificaat voor reizende tentoonstelling (Travelling Exhibition Certificate of TEC) dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen. Dit certificaat kan dienen voor specimens die deel uitmaken van reizende tentoonstellingen.

  • Een Certificaat van persoonlijke eigendom (Personal Ownership Certificate of PET) dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen. Dit certificaat kan dienen voor levende dieren die rechtmatig eigendom zijn van een natuurlijk persoon en om persoonlijke niet-commerciële reden worden gehouden.

  • een Certificaat van monsterverzameling dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen. Dit certificaat kan dienen voor een monsterverzameling van dode specimens van in gevangenschap geboren en gefokte diersoorten of kunstmatig gekweekte plantensoorten als de verzameling wordt begeleid door een carnet ATA.

Naar boven

6.2.2 Vereiste Cites-documenten soorten bijlage C

Om in aanmerking te komen voor vrijstelling van het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van specimens van beschermde inheemse diersoorten, inheemse plantensoorten en uitheemse dier- of plantensoorten genoemd in bijlage C van de Basisverordening, is vereist:

  • een kennisgeving van invoer (een door de belanghebbende zelf ingevuld formulier) die voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen

en

  • voor specimens die uit een land komen dat bij de betreffende soort in bijlage C is vermeld: het origineel (het witte formulier 1) of de kopie voor de houder (het gele formulier 2) van een uitvoervergunning (afgegeven in het land van uitvoer) die of dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen

of

  • voor specimens die uit een land komen dat niet bij de betreffende soort in bijlage C is vermeld: het origineel (het witte formulier 1) of de kopie voor de houder (het gele formulier 2) van een uitvoervergunning of een wederuitvoercertificaat of een certificaat van oorsprong (afgegeven in het land van uitvoer of wederuitvoer) die of dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen

of

In plaats van deze documenten is ook mogelijk:

  • Een Certificaat voor reizende tentoonstelling (Travelling Exhibition Certificate of TEC) dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen. Dit certificaat kan dienen voor specimens die deel uitmaken van reizende tentoonstellingen.

  • Een Certificaat van persoonlijke eigendom (Personal Ownership Certificate of PET) dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen. Dit certificaat kan dienen voor levende dieren die rechtmatig eigendom zijn van een natuurlijk persoon en om persoonlijke niet-commerciële reden worden gehouden.

  • een Certificaat van monsterverzameling dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen. Dit certificaat kan dienen voor een monsterverzameling van dode specimens van in gevangenschap geboren en gefokte diersoorten of kunstmatig gekweekte plantensoorten als de verzameling wordt begeleid door een carnet ATA.

Naar boven

6.2.3 Vereiste Cites-documenten soorten bijlage D

Om in aanmerking te komen voor vrijstelling van het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van specimens van beschermde inheemse diersoorten, inheemse plantensoorten en uitheemse dier- of plantensoorten genoemd in bijlage D van de Basisverordening, is een kennisgeving van invoer (een door belanghebbende zelf ingevuld formulier) vereist die voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen.

Naar boven

6.3 Binnenbrengen met bestemming andere EU-lidstaat

Voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening is vrijstelling mogelijk van het verbod op het:

  • binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen (Regeling vrijstelling, artikel 4, lid 1)

  • vervoer naar de grens na binnenbrengen in Nederland (Regeling vrijstelling, artikel 4, lid 2)

De vrijstelling is van toepassing op specimens uit een derde land die op het grondgebied van de Gemeenschap worden binnengebracht en bestemd zijn voor een andere lidstaat Nederland.

Voorwaarden vrijstelling binnenbrengen

De voorwaarden die van toepassing zijn op de vrijstelling bij binnen het grondgebied van Nederland brengen, komen overeen met de voorwaarden bij binnenbrengen van specimens met bestemming Nederland. De invoervergunning voor soorten genoemd in bijlage A of B van de Basisverordening moet zijn afgegeven door de lidstaat van bestemming.

Voorwaarden vrijstelling vervoer na binnenbrengen

De voorwaarden die van toepassing zijn op de vrijstelling voor vervoer naar de grens na binnenbrengen in Nederland komen overeen met de voorwaarden bij vervoer na binnenbrengen van specimens met bestemming Nederland.

Naar boven

6.4 Doorvoer

Voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening is vrijstelling mogelijk van het verbod op doorvoer: het binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen en het vervoeren van specimens die vanuit een derde land zijn verzonden en via Nederland naar een ander derde land gaan (Regeling vrijstelling, artikel 6).

Voorwaarden vrijstelling

De vrijstelling geldt als:

  • er sprake is van doorvoer in de zin van de Basisverordening: het vervoeren van specimens tussen twee punten buiten de Gemeenschap via het grondgebied van de Gemeenschap, naar een met name genoemde consignataris en zonder andere onderbrekingen van de reis dan die welke bij deze vorm van vervoer onvermijdelijk zijn (Basisverordening, artikel 2, letter v)

  • de specimens de Gemeenschap binnenkomen op een aangewezen douanekantoor

  • de belanghebbende een geldige uitvoervergunning of geldig wederuitvoercertificaat, afgegeven in het derde land van uitvoer of wederuitvoer, kan overleggen (Basisverordening, artikel 7, lid 2) voor:

    • alle specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A van de Basisverordening

      en

    • de specimens van beschermde dier- en plantensoorten in bijlage B van de Basisverordening met de toevoeging (I) of (II)

  • in de vergunning of het certificaat een derde land als bestemming is vermeld

Bij de doorvoer van andere specimens genoemd in bijlage B van de Basisverordening en voor specimens genoemd in bijlage C of D van de Basisverordening, is de overlegging van Cites-documenten niet vereist.

Naar boven

6.5 Vervoer in Nederland

Voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening is vrijstelling mogelijk van het verbod op het vervoer in Nederland.

Voorwaarde vrijstelling

De vrijstelling geldt als de belanghebbende aan kan tonen dat de specimens legaal binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht of verkregen (Regeling vrijstelling, artikel 16, lid 1).

Voorwaarde vrijstelling levende specimens bijlage A

Voor het vervoer in Nederland en intracommunautair verkeer binnen de Gemeenschap van levende specimens van soorten genoemd in bijlage A van de Basisverordening is toestemming nodig (Basisverordening, artikel 9) van een Cites Management Autoriteit van één van de lidstaten (in Nederland het Cites-bureau van de Dienst Regelingen) De toestemming blijkt uit een afgegeven EU-Cites-certificaat.

Een toestemming is niet nodig als een levend dier voor een urgente veterinaire behandeling moet worden vervoerd en daarna rechtstreeks wordt teruggebracht naar de plaats waar het zich mag bevinden (Basisverordening artikel 9, lid 3).

De Douane houdt geen toezicht op specimens die zich in het vrije verkeer van de Gemeenschap bevinden. Dat is een taak van de AID en de politie. Bij een redelijk vermoeden van een strafbaar feit ten aanzien van specimen die zich in het vrije verkeer bevinden, kan de BFC-er wel besluiten om aangifte te doen en de AID in te schakelen.

Naar boven

6.6 Intracommunautair verkeer

Voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening is vrijstelling mogelijk van het verbod op het binnen en buiten Nederlands grondgebied brengen bij intracommunautair verkeer (Regeling vrijstelling, artikel 7).

Voorwaarde vrijstelling

De vrijstelling geldt als de belanghebbende aan kan tonen dat de specimens legaal zijn verkregen volgens de in de lidstaat geldende wetgeving.

Voorwaarde vrijstelling levende specimens bijlage A

Voor het intracommunautair verkeer binnen de Gemeenschap van levende specimens van soorten genoemd in bijlage A van de Basisverordening is toestemming nodig (Basisverordening, artikel 9) van een Cites Management Autoriteit van één van de lidstaten (in Nederland het Cites-bureau van de Dienst Regelingen). De toestemming blijkt uit een afgegeven EU-Cites-certificaat.

Naar boven

6.7 Uitvoer en wederuitvoer

Voor specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening is bij uitvoer en wederuitvoer vrijstelling mogelijk van het verbod op het:

  • binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen (Regeling vrijstelling, artikel 8, lid 1, 2 en 4)

  • vervoer in Nederland met het oog op de uitvoer of wederuitvoer (Regeling vrijstelling, artikel 8, lid 3 en 4)

De vrijstelling is van toepassing op specimens die vanuit Nederland of vanuit een andere lidstaat via Nederland buiten het grondgebied van de Gemeenschap worden gebracht.

Voorwaarden vrijstelling uitvoer of wederuitvoer

De vrijstelling van het verbod op het binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen bij uitvoer en wederuitvoer is van toepassing op specimens van beschermde inheemse diersoorten, inheemse plantensoorten en uitheemse dier- of plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening. De vrijstelling geldt als:

  • de formaliteiten voor uitvoer of wederuitvoer van de specimens worden vervuld op een aangewezen douanekantoor

  • (vooraf) op dat kantoor de vereiste Cites-documenten zijn overgelegd voor specimens van soorten genoemd in bijlagen A, B of C van de Basisverordening

en

  • die documenten voldoen aan de gestelde voorwaarden en bepalingen

Vereiste Cites-documenten soorten bijlage A, B en C

Om in aanmerking te komen voor vrijstelling van het verbod op het binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen van specimens van soorten genoemd in bijlagen A, B of C van de Basisverordening (Basisverordening, artikel 5, lid 1 en lid 4) is vereist:

  • Bij uitvoer of wederuitvoer uit Nederland: een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat die of dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen.

  • Bij uitvoer of wederuitvoer vanuit een andere lidstaat via Nederland: een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat die/dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen.

In plaats van deze documenten is ook mogelijk:

  • Een Certificaat voor reizende tentoonstelling (Travelling Exhibition Certificate of TEC) dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen. Dit certificaat kan dienen voor specimens die deel uitmaken van reizende tentoonstellingen.

  • Een Certificaat van persoonlijke eigendom (Personal Ownership Certificate of PET) dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen. Dit certificaat kan dienen voor levende dieren die rechtmatig eigendom zijn van een natuurlijk persoon en om persoonlijke niet-commerciële reden worden gehouden.

  • een Certificaat van monsterverzameling dat voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalingen. Dit certificaat kan dienen voor een monsterverzameling van dode specimens van in gevangenschap geboren en gefokte diersoorten of kunstmatig gekweekte plantensoorten als de verzameling wordt begeleid door een carnet ATA.

Fytosanitair certificaat voor kunstmatig gekweekte planten

Voor bepaalde kunstmatig gekweekte planten van soorten genoemd in bijlage A, B of C van de Basisverordening mag Nederland als uitvoervergunning een fytosanitair certificaat gebruiken (Basisverordening, artikel 7, lid 1 letter b). Het fytosanitair certificaat wordt afgegeven door de Plantenziektekundige Dienst (PD) of namens de PD door de KCB (Kwaliteits Controle Bureau).

Voorwaarden vrijstelling vervoer vóór uitvoer of wederuitvoer

Er zijn Cites-documenten vereist om in aanmerking te komen voor vrijstelling van het verbod op het vervoer met het oog op de uitvoer of wederuitvoer van specimens van:

Hiervoor kunnen de Cites-documenten dienen die zijn vereist voor de uitvoer of de wederuitvoer (Regeling vrijstelling, artikel 8, lid 3).

Voor het vervoer van specimens van beschermde uitheemse dier- en plantensoorten genoemd in bijlagen B of C van de Basisverordening geldt de uitzondering op het verbod tot vervoer van de Ffw, artikel 13 lid 4. Die is alleen van toepassing als de specimens aantoonbaar legaal Nederland zijn binnengekomen.

Geen Cites-documenten soorten bijlage D

Er zijn geen Cites-documenten vereist voor de uitvoer of de wederuitvoer en het vervoer van specimens van soorten genoemd in bijlage D van de Basisverordening. (Regeling vrijstelling, artikel 8, lid 4).

Naar boven

6.8 Persoonlijke bezittingen of huisraad

Alleen voor dode specimens van beschermde inheemse en uitheemse dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening, die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen, is vrijstelling mogelijk van het verbod op het (Vrijstellingsregeling, artikel 9):

Definitie persoonlijke bezittingen of huisraad

Onder ‘persoonlijke bezittingen of huisraad’ vallen: dode specimens alsmede delen en producten daarvan die een particulier toebehoren en die deel uitmaken van zijn gewone persoonlijke bezittingen of daartoe bestemd zijn (Basisverordening, artikel 2, letter j).

Vrijstelling persoonlijke bezittingen of huisraad niet mogelijk

De vrijstelling voor persoonlijke bezittingen en huisraad is niet van toepassing:

  • voor levende dieren en planten

  • dode specimens die wel onder persoonlijke bezittingen en huisraad vallen maar niet voldoen aan de bepalingen in de Toepassingsverordening, artikel 57 of artikel 58

Voor deze specimens is alleen vrijstelling mogelijk als wordt voldaan aan de voorwaarden die gelden voor de vrijstelling:

Naar boven

6.8.1 Binnenbrengen en vervoer persoonlijke bezittingen of huisraad

Algemene voorwaarden vrijstelling

De vrijstelling van het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen en het vervoer binnen Nederland (Vrijstellingsregeling, artikel 9) voor dode specimens (met inbegrip van jachttrofeeën) die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen geldt als de specimens:

  • de Gemeenschap binnenkomen op een aangewezen douanekantoor;

  • voldoen aan de algemene bepalingen (Uitvoeringsverordening artikel 57). Zij:

    • mogen niet met commerciële bedoelingen de Gemeenschap worden binnengebracht of vervoerd

      en moeten

    • deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers uit derde landen

      of

    • deel uitmaken van persoonlijke bezittingen van natuurlijke personen die, komende vanuit een derde land, verhuizen naar de EU

      of

    • jachttrofeeën zijn die door een reiziger zijn verworven en op een latere datum worden ingevoerd Voor jachttrofeeën geldt dat deze door de reiziger zelf moeten zijn bejaagd. Als iemand in een derde land gaat jagen, mag hij het dier dat hij zelf gejaagd heeft als persoonlijke bezitting of huisraad mee terugnemen.

Specifieke bepalingen vrijstelling dode specimens bijlage A

Als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden geldt de vrijstelling voor dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A van de Basisverordening die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen voor:

Geen vrijstelling dode specimens bijlage A eerste keer binnenbrengen

De vrijstelling als persoonlijke bezittingen of huisraad is niet mogelijk voor dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A van de Basisverordening die (Uitvoeringsverordening, artikel 57, lid 2):

In deze gevallen is alleen vrijstelling mogelijk als wordt voldaan aan de voorwaarden die gelden bij het binnenbrengen in de Gemeenschap met bestemming Nederland of een andere lidstaat.

Specifieke bepalingen vrijstelling dode specimens bijlage B

Als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden geldt vrijstelling voor dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage B van de Basisverordening die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen:

  • Voor reizigers en bemanningsleden van vliegtuigen en schepen die geacht worden hun normale verblijfplaats niet in de Gemeenschap te hebben zijn geen Cites-documenten vereist.

  • Bij de eerste keer binnenbrengen in de Gemeenschap door een persoon die zich gaat vestigen in de Gemeenschap zijn geen Cites-documenten vereist.

  • Bij de eerste keer binnenbrengen in de Gemeenschap door een gewoonlijk in de Gemeenschap verblijvende persoon geldt de vrijstelling als belanghebbende het origineel en een kopie voor de houder van een in een derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat overlegt (Uitvoeringsverordening, artikel 57, lid 3).

  • Bij het opnieuw binnenbrengen in de Gemeenschap door een gewoonlijk in de Gemeenschap verblijvende persoon geldt de vrijstelling als de belanghebbende een van de volgende Cites-documenten overlegt (Uitvoeringsverordening, artikel 57, lid 4):

Bij de eerste keer binnenbrengen of opnieuw binnenbrengen in de Gemeenschap door een gewoonlijk in de Gemeenschap verblijvende persoon is de overlegging van Cites-documenten niet vereist voor:

  • maximaal 125 gram kaviaar van steursoorten (Acipenseriformes spp.) per persoon in recipiënten die individueel zijn gemerkt met niet-herbruikbare etiketten

  • ten hoogste drie ‘rainsticks’ van Cactacea spp. (cactussen) per persoon

  • ten hoogste vier dode, bewerkte specimens van Crocodylia spp. per persoon (kaaimannen, krokodillen en alligators) met uitzondering van vlees en jachttrofeeën

  • ten hoogste drie schelpen van Strombus gigas (karko of roze vleugelhoorn) per persoon

  • ten hoogste vier dode specimens van Hippocampus (zeepaardjes) per persoon

  • ten hoogste drie specimens schelpen van Tridacnidae (doopvontschelpen) per persoon, in totaal niet meer dan 3 kg, waarbij een specimen één intacte schelp of twee bij elkaar passende helften kan omvatten

Vrijstelling dode specimens Bijlagen C en D

Als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden geldt vrijstelling voor dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage C of D van de Basisverordening die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen. Er zijn geen Cites-documenten vereist. De vrijstelling geldt voor iedere reiziger ongeacht zijn of haar normale verblijfplaats.

Normale verblijfplaats bemanningslid schip

Een bemanningslid met een niet-EU-nationaliteit die meer dan 185 dagen per jaar aan boord verblijft van een onder een vlag van een lidstaat van de Gemeenschap varend schip, wordt aangemerkt als een ‘gewoonlijk in de Gemeenschap verblijvend persoon’.

Tabel overzicht vrijstelling persoonlijke bezittingen en huisraad

Alleen van toepassing voor dode specimen van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening die:

 

Reiziger met normale verblijfplaats in Gemeenschap

Vestiging van normale verblijfplaats in Gemeenschap

Reiziger met normale verblijfplaats niet in Gemeenschap

       

Levende dieren en planten

Vrijstelling niet van toepassing

Vrijstelling niet van toepassing

Vrijstelling niet van toepassing

Dode specimens Bijlage A

Eerste keer binnenbrengen in de Gemeenschap: vrijstelling niet van toepassing.

Opnieuw binnenbrengen in de Gemeenschap

Vrijstelling met:

  • door Douane geviseerde "kopie voor houder" van eerder gebruikte communautaire invoer- of uitvoervergunning;

  • kopie van in derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat;

  • een bewijsdat de specimens in de Gemeenschap zijn verworven.

Eerste keer binnenbrengen in de Gemeenschap: vrijstelling niet van toepassing.

Vrijstelling: geen Cites-documenten vereist

Dode specimens Bijlage B:

  • 125 gram kaviaar

  • drie ‘rainsticks’ van cactussen

  • vier bewerkte specimens van kaaiman, krokodil of alligator

  • drie schelpen van karko of roze vleugelhoorn

  • vier dode specimens van zeepaardjes

  • drie specimens schelpen van doopvontschelpen

Vrijstelling: geen Cites-documenten vereist

Vrijstelling: geen Cites-documenten vereist

Vrijstelling: geen Cites-documenten vereist

Dode specimens Bijlage B overige

Eerste keer binnenbrengen in de Gemeenschap: vrijstelling met origineel en kopie van in derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat

Opnieuw binnenbrengen in de Gemeenschap

Vrijstelling met:

  • door Douane geviseerde "kopie voor houder" van eerder gebruikte communautaire invoer- of uitvoervergunning;

  • kopie van in derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat;

  • een bewijsdat de specimens in de Gemeenschap zijn verworven.

Vrijstelling: geen Cites-documenten vereist

Vrijstelling: geen Cites-documenten vereist

Dode specimen Bijlage C en D

Vrijstelling: geen Cites-documenten vereist

Vrijstelling: geen Cites-documenten vereist

Vrijstelling: geen Cites-documenten vereist

Naar boven

6.8.2 Uitvoer en wederuitvoer persoonlijke bezittingen of huisraad

Algemene voorwaarden vrijstelling

De vrijstelling van het verbod op het vervoer en het buiten het grondgebied van Nederland brengen (Vrijstellingsregeling, artikel 9) voor dode specimens (met inbegrip van jachttrofeeën) die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen geldt als:

  • De specimens bij een aangewezen douanekantoor worden aangebracht voor het vervullen van de formaliteiten voor uitvoer of wederuitvoer.

  • De specimens voldoen aan de bepalingen in de Uitvoeringsverordening artikel 58. Zij:

    • mogen niet met commerciële bedoelingen worden vervoerd of buiten de Gemeenschap worden gebracht

      en moeten

    • deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers die naar een derde land gaan

      of

    • deel uitmaken van persoonlijke bezittingen van natuurlijke personen die, komende vanuit de Gemeenschap, verhuizen naar een derde land

Voor jachttrofeeën van een beschermde diersoort genoemd in bijlage A of B van de Basisverordening is alleen vrijstelling mogelijk bij wederuitvoer en als wordt voldaan aan de specifieke bepalingen.

Geen vrijstelling uitvoer dode specimen bijlage A en B

De vrijstelling als persoonlijke bezittingen of huisraad is niet mogelijk bij uitvoer van dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A en B van de Basisverordening (Uitvoeringsverordening, artikel 58, lid 2). In deze gevallen is alleen vrijstelling mogelijk als wordt voldaan aan de voorwaarden die gelden bij uitvoer of wederuitvoer uit de Gemeenschap. Voor bepaalde producten van soorten genoemd in bijlage B van de Basisverordening is vrijstelling als persoonlijke bezittingen of huisraad wel mogelijk.

Specifieke bepalingen vrijstelling wederuitvoer dode specimens bijlage A

Als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden geldt vrijstelling voor dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten (inclusief jachttrofeeën) genoemd in bijlage A van de Basisverordening die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen bij wederuitvoer door een:

Specifieke bepalingen vrijstelling wederuitvoer dode specimens bijlage B

Als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden geldt vrijstelling voor dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten (inclusief jachttrofeeën) genoemd in bijlage B van de Basisverordening die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen bij wederuitvoer door een:

Specifieke bepalingen vrijstelling uitvoer en wederuitvoer bepaalde producten bijlage B

Als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden en de specimens onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen, geldt vrijstelling voor:

  • maximaal 125 gram kaviaar van steursoorten (Acipenseriformes spp.) per persoon in recipiënten die individueel zijn gemerkt met niet-herbruikbare etiketten

  • ten hoogste drie ‘rainsticks’ van Cactacea spp. (cactussen) per persoon

  • ten hoogste vier dode, bewerkte specimens van Crocodylia spp. (kaaimannen, krokodillen en alligators) per persoon (met uitzondering van vlees en jachttrofeeën)

  • ten hoogste drie schelpen van Strombus gigas (karko of roze vleugelhoorn) per persoon

  • ten hoogste vier dode specimens van Hippocampus (zeepaardjes) per persoon

  • ten hoogste drie specimens schelpen van Tridacnidae (doopvontschelpen) per persoon, in totaal niet meer dan 3 kg, waarbij een specimen één intacte schelp of twee bij elkaar passende helften kan omvatten

De vrijstelling geldt bij uitvoer en wederuitvoer. Er zijn geen Cites-documenten vereist. De vrijstelling geldt voor iedere reiziger ongeacht de normale verblijfplaats.

Vrijstelling dode specimens Bijlagen C en D

Als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden geldt bij uitvoer of wederuitvoer vrijstelling voor dode specimens van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage C of D van de Basisverordening die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen. Er zijn geen Cites-documenten vereist. De vrijstelling geldt voor iedere reiziger ongeacht zijn of haar normale verblijfplaats.

Tabel overzicht vrijstelling persoonlijke bezittingen en huisraad

Alleen van toepassing voor dode specimen genoemd in bijlagen A, B, C of D van de Basisverordening:

 

Reiziger met normale verblijfplaats in Gemeenschap

Reiziger met normale verblijfplaats niet in Gemeenschap

     

Levende dieren en planten

Vrijstelling niet van toepassing

Vrijstelling niet van toepassing

Dode specimen Bijlage A

Uitvoer

Vrijstelling niet van toepassing

Wederuitvoer

Vrijstelling met:

  • door Douane geviseerde "kopie voor de houder" van eerder gebruikte communautaire invoer- of uitvoervergunning;

  • kopie van in derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat;

    of

  • een bewijs dat de specimens in de EU werden verworven.

Uitvoer

Vrijstelling niet van toepassing

Wederuitvoer

Vrijstelling:

  • geen Cites-documenten vereist

Dode specimens Bijlage B:

  • 125 gram kaviaar

  • drie ‘rainsticks’ van cactussen

  • vier bewerkte specimens van kaaiman, krokodil of alligator

  • drie schelpen van karko of roze vleugelhoorn

  • vier dode specimens van zeepaardjes

  • drie specimens schelpen van doopvontschelpen

Uitvoer en wederuitvoer

Vrijstelling, geen Cites-documenten vereist

Uitvoer en wederuitvoer

Vrijstelling, geen Cites-documenten vereist

Dode specimens Bijlage B overige

Uitvoer

Vrijstelling niet van toepassing

Wederuitvoer

Vrijstelling met;

  • door Douane geviseerde "kopie voor de houder" van eerder gebruikte communautaire invoer- of uitvoervergunning;

  • kopie van in derde land afgegeven uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat;

    of

  • een bewijs dat de specimens in de EU werden verworven.

Uitvoer

Vrijstelling niet van toepassing

Wederuitvoer

Vrijstelling: geen Cites-documenten vereist

Dode specimens Bijlage C en D

Uitvoer en wederuitvoer

Vrijstelling: geen Cites-documenten vereist

Uitvoer en wederuitvoer

Vrijstelling: geen Cites-documenten vereist

Naar boven

6.9 Specimens voor wetenschappelijke instellingen

Vrijstelling

Er is vrijstelling mogelijk van het verbod op het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen, vervoeren en onder zich hebben van specimens voor wetenschappelijk onderzoek van beschermde dier- en plantensoorten genoemd in bijlage A, B, C of D van de Basisverordening (Regeling vrijstelling, artikel 18). Dit betreft specimens uit herbaria en andere geconserveerde, gedroogde of ingesloten specimens uit musea en levende planten. De vrijstelling is van toepassing:

  • bij het binnenbrengen van deze specimens uit een derde land op het grondgebied van de Gemeenschap met bestemming Nederland of een andere lidstaat

  • de uitvoer of wederuitvoer van deze specimens uit de Gemeenschap

Voorwaarden vrijstelling

De vrijstelling geldt als (Basisverordening, artikel 7, lid 4 en Uitvoeringsverordening, artikel 52):

  • de specimens de Gemeenschap binnenkomen op een aangewezen douanekantoor

  • de formaliteiten voor uitvoer of wederuitvoer van de specimens worden vervuld op een aangewezen douanekantoor

  • het gaat om uitlening, schenking of uitwisseling voor niet-commerciële doeleinden tussen wetenschapmensen en wetenschappelijke instellingen die zijn ingeschreven bij een Cites management autoriteit

  • de specimens zijn voorzien van een:

    • etiket voor wetenschappelijk materiaal’ dat voldoet aan de bepalingen in de Uitvoeringsverordening

      of

    • een gelijksoortig etiket afgegeven of goedgekeurd door een administratieve instantie van een derde land

Naar boven