10.07.00 Liquide middelen

5 Aangifteplicht voor liquide middelen

5.1 Wat zijn liquide middelen?

Verordening 1889/2005 geeft definities van liquide middelen. De aangifteplicht geldt alleen voor zaken die onder deze definitie van liquide middelen vallen.

Tabel Omschrijvingen liquide middelen

Omschrijving

Voorbeelden

Contant geld

Bankbiljetten en muntstukken die als betaalmiddel in omloop zijn.

Ongeldige valuta zijn geen liquide middelen.

Niet verhandelbare valuta zijn wel liquide middelen, maar daar wordt door Nederlandse banken niet in gehandeld. In de bijlage is een overzicht opgenomen van verhandelbare valuta.

Verhandelbare instrumenten aan toonder

Bijvoorbeeld aandelen en andere geldwaardige papieren die niet op naam staan.

Verhandelbare instrumenten die aan toonder gesteld zijn, geëndosseerd zijn zonder beperking, op naam van een fictieve begunstigde gesteld zijn, of anderszins een zodanige vorm hebben dat de aanspraak erop bij afgifte wordt overgedragen.

Bijvoorbeeld cheques, promessen en betalingsopdrachten. Reischeques die niet op naam zijn gesteld vallen hier niet onder.

Onvolledige instrumenten

Bijvoorbeeld cheques, promessen en betalingsopdrachten die ondertekend zijn, maar niet op naam van een begunstigde gesteld zijn.

Elektronische betaalkaarten, cash cards, prepaid cards etc

Er zijn vele nieuwe betaalmiddelen zoals elektronische betaalkaarten, cash cards, prepaid cards of stored value cards etc. Deze vallen niet onder de definitie liquide middelen. Deze betaalmiddelen zijn veelal traceerbaar en in het bankverkeer zijn voldoende toezichtmaatregelen getroffen om te voorkomen dat deze kaarten worden gebruikt voor witwassen. Voor dit soort kaarten hoeft een natuurlijk persoon dus geen aangifte te doen.

Traveller cheques / Reischeques

De koper van traveller cheques/reischeques moet deze tekenen. De cheque is daarmee niet op naam gesteld maar er staat wel een handtekening op. Bij het innen van de cheque zal een tweede identieke handtekening moeten worden gezet. Veelal zal daarbij ook naar de legitimatie gevraagd worden, waardoor de houder van de cheques op een dusdanige manier wordt geïdentificeerd dat feitelijk geen sprake is van “verhandelbare instrumenten aan toonder”. Verder staat de uitgevende financiële instantie onder toezicht en daarmee ook de koper van de cheques (die daar al dan niet een rekening heeft). Als het bedrag aan gekochte cheques boven een bepaald bedrag gaat, wordt dit gemeld in het kader van de Wet voorkoming witwassen en terrorismefinanciering. Voor traveller cheques/reischeques is dus een afdoende mate van controle aanwezig. Deze cheques vallen daarom niet onder het doel van de verordening en worden uitgezonderd van het toepassingsbereik. Traveller cheques/reischeques vallen dus voor de uitvoering van de douanetaak niet onder de definitie liquide middelen en er behoeft geen aangifte voor te worden gedaan.

Naar boven

5.2 Aangifteplicht natuurlijke personen € 10.000 of meer

De aangifteplicht uit Verordening 1889/2005 is in de Algemene Douanewet opgenomen (Adw, artikel 3:2). De Douane controleert de naleving van die aangifteplicht.

Als een natuurlijke persoon de EU binnenkomt of verlaat en liquide middelen ter waarde van € 10.000 of meer vervoert, moet hij aangifte doen. Deze aangifte moet hij doen in de lidstaat waar hij de EU binnenkomt of verlaat (Adw, artikel 3:2). Hierbij is het niet van belang of:

  • de liquide middelen als handbagage of als ruimbagage worden meegenomen

  • hij de eigenaar is van de liquide middelen

De aangifteplicht geldt dus alleen voor natuurlijke personen. Verordening 1889/2005 is dus niet van toepassing op liquide middelen die de EU binnenkomen of verlaten in een vrachtzending of in post-, pakket-, en koerierszendingen. In die gevallen kan wel het meldrecht van toepassing zijn.

Bedragen onder € 10.000

Een natuurlijk persoon kan (doelbewust) bedragen onder de aangiftegrens van € 10.000 vervoeren. De Douane controleert daarop niet en legt ook geen gegevens daarover vast. In dat geval is het meldrecht ook niet van toepassing. De vervoerder van liquide middelen onder een bedrag van € 10.000 heeft bij binnenkomst of verlaten EU geen aangifteplicht en de Douane geen taak.

Natuurlijke persoon en transitoverkeer

De aangever moet aangifte voor liquide middelen doen in die lidstaat waar hij met de liquide middelen de EU binnenkomt of verlaat (Verordening 1889/2005, artikel 3, lid 1). De aangifteplicht geldt dus ook voor de transferreiziger die de EU binnenkomt en direct weer verlaat. In dat geval maakt de aangever op het aangifteformulier in vak 1 een keuze voor binnenkomen of verlaten. Bij controle van een transito reiziger kunnen zich verschillende situaties voordoen. Meer informatie vindt u in het onderdeel Transit en aangifteverplichting.

Liquide middelen gaan niet van boord vliegtuig of vaartuig

De aangifteplicht geldt formeel wel, maar er wordt geen aangifte geëist als de natuurlijke persoon de EU binnenkomt en verlaat maar het vliegtuig of vaartuig:

  • niet met de liquide middelen verlaat

  • wel met de liquide middelen verlaat, maar zich in een volledig van andere reizigers afgesloten transferruimte bevindt

Voor de aangifteplicht zijn de volgende situaties van belang:

Routevoorbeeld

Aangifte

EU - NL - NEU

Rome via Schiphol naar India

De aangifte voor liquide middelen moet in Nederland worden gedaan bij het daadwerkelijk overstappen (verlaten van het vliegtuig).

NEU-NL-NEU

Washington via Schiphol naar Moskou

De aangifte voor liquide middelen moet in Nederland worden gedaan bij het daadwerkelijk overstappen. Op de aangifte is vak 1 ingevuld met de keuze voor binnenkomen of verlaten.

NEU-NL-NEU

Washington via Schiphol en Rome naar Athene naar Moskou

De aangifte voor liquide middelen moet in Nederland worden gedaan bij het daadwerkelijk overstappen (binnenkomen). In Athene wordt aangifte worden gedaan voor verlaten EU.

NEU-NL-EU

Washington via Schiphol naar Rome

De aangifte voor liquide middelen moet in Nederland worden gedaan bij het daadwerkelijk overstappen (verlaten van vliegtuig).

NEU-EU-NL

Washington via Parijs naar Schiphol

De aangifte voor liquide middelen moet in Frankrijk/Parijs worden gedaan. In Nederland vindt controle plaats op ruimbagage en kan worden gecontroleerd of daadwerkelijk aangifte is gedaan in Parijs omdat daar de EU is binnengekomen.

Grondgebied EU

De verordening 1889/2005 is van toepassing op liquide middelen die de EU binnenkomen of verlaten. De EU omvat de volgende gebieden:

Grondgebied EU

     

België

Spanje (2)

Luxemburg

Finland (6)

Denemarken

Frankrijk (3)

Nederland

Zweden

Duitsland (1)

Italië (4)

Oostenrijk

Verenigd Koninkrijk (7)

Estland

Litouwen

Slowakije

Roemenië

Griekenland

Ierland

Portugal (5)

Cyprus (8)

Hongarije

Malta

Slovenië

Bulgarije

Tsjechië

Letland

Polen

 
1. Inclusief Helgoland en Büsingen
2. Inclusief de Canarische Eilanden (Lanzarote, Fuerteventura, Gran Canaria, Tenerife, Gomera, Hierro en La Palma), de Balearen (Mallorca, Menorca, Formentera en Ibiza) en Ceuta en Melila
3. Inclusief de Franse overzeese departementen Martinique, Guadeloupe, Guyana, Réunion en Mayotte, Saint-Martin en Saint-Barthélémy.
4. Inclusief Livigno, Campione en het meer van Lugano
5. Inclusief de Azoren en Madeira
6. Inclusief Ålandseilanden
7. Inclusief Gibraltar
8. Alleen Grieks deel van Cyprus

Alle andere gebieden en landen zijn voor de toepassing van Verordening 1889/2005 ‘derde landen’. De aangifteplicht geldt dus wanneer het vervoer plaats vindt van of naar deze gebieden. Deze gebieden zijn onder andere:

Voorbeelden derde landen

Andorra

 

San Marino

Liechtenstein

Faeröer en Groenland

Kanaaleilanden

het eiland Man

Anguilla

Monaco

Kaaimaneilanden

Nederlandse Antillen,

Falklandeilanden

Vaticaanstad

Aruba

Montserrat

Pitcairneilanden

Naar boven

5.3 De aangifte

De aangifte bevat gegevens over:

  • aangever

  • eigenaar liquide middelen

  • beoogde ontvanger liquide middelen

  • bedrag en aard liquide middelen

  • herkomst en beoogd gebruik liquide middelen

  • - transportroute en vervoermiddel

Verplicht gebruik vastgesteld aangifteformulier (EU model)

In de EU is geen verplicht model aangifteformulier wettelijk voorgeschreven. Net als Nederland gebruiken bijna alle lidstaten het voorgestelde EU aangifteformulier (zie bijlage). Voor de aangifte in Nederland is dit aangifteformulier voorgeschreven in de Adr (Adr, artikel 5:1, lid 1).

Aanvaarding aangifteformulier alleen gelijk aan model

U aanvaardt alleen ingediende aangifteformulieren die (nagenoeg) overeenkomen met het in Nederland gebruikte aangifteformulier. Er zijn kleine afwijkingen toegestaan in de lay-out maar de inhoud van de vakken is gelijk. Wanneer het aangifteformulier niet overeenkomt, verstrekt u een Nederlands- of Engelstalig aangifteformulier aan de aangever.

Hulp bij aangifte

De Douane verleent hulp bij het invullen van de aangifte. Denk hierbij aan situaties waarin de aangever bijvoorbeeld de toegestane taal niet machtig is, of bij een (visuele) handicap. De aangever moet wel zelf het aangifteformulier ondertekenen. Op de aangiftepunten zijn geplastificeerde aangifteformulieren in diverse Europese talen, Chinees en Arabisch beschikbaar. Deze kunnen als hulpmiddel worden gebruikt voor de aangever.

Vertegenwoordiging

De natuurlijke persoon die de liquide middelen vervoert, kan zich bij het invullen van de aangifte door een derde laten bijstaan. De ondertekening van de aangifte moet in principe gebeuren door de natuurlijke persoon die de liquide middelen vervoert.

Hoofdregel is dat de aangifte moet worden gedaan door de vervoerder (Verordening 1889/2005, artikel 3, lid 1). Vertegenwoordiging door een ander is alleen toegestaan als die ander een schriftelijke machtiging heeft, waaruit blijkt dat hij is gemachtigd om namens de aangever de aangifte te doen (Awb, artikel 2:1).

Verder kent het civiele recht een aantal vormen van wettelijke vertegenwoordiging die van toepassing zijn. De wettelijke vertegenwoordiging betreft dan:

  • een minderjarige

  • een onder curatele gestelde

  • in staat van faillissement verklaarde

  • een onder bewind gestelde

Bij nagezonden reizigersbagage is vertegenwoordiging ook toegestaan.

Bewaartermijn aangiften

Alle aangifteformulieren worden volgens de gebruikelijke procedures bewaard en gearchiveerd. De normale bewaartermijn is vijf jaar. Aangiften waarbij een onregelmatigheid (code 2,3 en 5 ) is geconstateerd worden zeven jaar bewaard.

Naar boven

5.3.1 Taal van aangifte

U aanvaardt aangifteformulieren die overeenkomen met het EU-model en ingevuld zijn in het Nederlands, Frans, Duits of Engels. Van de aangifte in een andere taal moet door de aangever een vertaling ingeleverd worden of een nieuwe aangifte worden gedaan op het Nederlandse aangifteformulier in één van de vier genoemde talen.

Naar boven

5.3.2 Bijzondere natuurlijke personen en aangifteplicht

Voor diplomaten gelden de instructies opgenomen in het Handboek Douane. Als u twijfelt of een natuurlijke persoon terecht een beroep doet op zijn diplomatieke status of verschoningsrecht, neemt u contact op met de BFC-er.

Personen die een geestelijk ambt bekleden, notarissen en advocaten zijn op grond van hun geheimhoudingsplicht niet verplicht gegevens of inlichtingen van derden (cliënten) te verstrekken. Zij zijn wel verplicht gegevens en inlichtingen te verstrekken over zichzelf. Voor deze beroepsgroepen geldt ook de aangifteplicht voor liquide middelen. Zij moeten duidelijk aangeven dat zij geen eigenaar zijn van de liquide middelen.

Het kan echter zijn dat zij op grond van hun geheimhoudingsplicht jegens hun cliënten bepaalde gegevens of inlichtingen niet verstrekken. Dit moet per geval worden beoordeeld. Als u twijfelt of een natuurlijke persoon terecht een beroep doet op zijn diplomatieke status of geheimhoudingsplicht, neemt u contact op met de BFC-er.

Naar boven

5.3.3 Vakken op aangifteformulier voor Douane

  • vak: referentiekenmerk:

    • dit is een uniek aangiftenummer en wordt door de applicatie liquide middelen gegeven nadat de basisgegevens zijn ingevuld. U vermeldt dit nummer op de aangifte.

De volgende vakken op het aangifteformulier vult u na de globale controle of de diepgaande controle in:

  • vak: handtekening en stempel bevoegde autoriteit

    • Plaats hier uw handtekening en uw naam.

    • Vermeldt uw SAP-nummer.

    • Plaats een douanestempel.

  • Vak ‘Bestemd voor bevoegde autoriteiten’

1 Vak ‘vastlegging’

Dit vak is van belang voor statistische informatie. Met het invullen van dit vak wordt vastgelegd hoeveel aangiften regulier zijn gedaan en hoe vaak de aangiftegegevens zijn opgenomen (vastgelegd) als gevolg van een douanecontrole. In dit laatste geval is dus de aangifteverplichting geschonden (geen aangifte/onjuiste aangifte/onvolledige aangifte). U kruist altijd één van de twee mogelijkheden aan.

  • Kruis NEEN aan als een reguliere aangifte is gedaan.

  • Kruis JA aan als geen/onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan.

2 Vak ‘Boete’

U vult hier altijd één van de twee mogelijkheden in.

  • Kruis JA aan als een FSB is/wordt opgelegd.

  • Kruis NEEN aan als geen FSB is/wordt opgelegd.

3 Vak ‘Bedrag van de boete’
  • Vermeld hier het DFB nummer en niet het bedrag.

4 Codes:

Vermeld één van de volgende codes:

  • Code 1: diepgaande controle zonder onregelmatigheid

  • Code 2: diepgaande controle met onregelmatigheid: geen aangifte

  • Code 3: diepgaande controle met onregelmatigheid: onjuiste of onvolledige aangifte

  • Code 4: inbewaringneming

  • Code 5: witwasvermoeden

  • Code 6: vermoeden terrorismefinanciering

  • SEC: vermeldt het woord ‘SEC’ wanneer de controle liquide middelen het gevolg is geweest van een melding van de security

Er kunnen diverse combinaties van codes worden gebruikt.

5 Overige vermeldingen:
  • Als tijdens de globale controle door de aangever een verbetering is gemaakt op een ander aangifteformulier: geef het vak aan waarop deze verbetering betrekking heeft.

  • Als tijdens de diepgaande controle ambtshalve door u een verbetering of aanvulling is gemaakt op een blanco aangifteformulier: geef het vak aan waarvoor dit heeft plaatsgevonden.

Voorbeelden invullen code
  • Er is aangifte gedaan en op basis van een controleopdracht (bijvoorbeeld steekproef) wordt diepgaande controle uitgevoerd. Als daarbij geen bijzonderheden worden vastgesteld, noteert u code 1 en u kruist bij ‘vastlegging’ vak NEEN aan.

    • Wanneer in dit geval een vermoeden van witwassen bestaat, noteert u naast code 1 ook code 5.

  • Tijdens de globale controle constateert u dat de aangifte onvolledig is en wordt deze niet aangevuld. U voert een diepgaande controle uit (uitgangspunt: onvolledige aangifte) die geen vermoeden van witwassen oplevert. U vermeldt dan code 3 en u kruist bij ‘vastlegging’ vak JA aan

    • Wanneer in dit geval wel een vermoeden van witwassen bestaat, noteert u ook naast code 3 ook code 5.

  • Zelfde situatie maar na de diepgaande controle worden de liquide middelen in bewaring genomen. U vermeldt dan code 3 en code 4 in het vak 'opmerkingen' en kruist u bij ‘vastlegging’ vak JA aan.

  • Er wordt geen aangifte gedaan en u treft bij een controle € 30.000 aan. U voert een diepgaande controle uit waarbij een redelijk vermoeden van witwassen ontstaat. U vermeldt dan code 2 en code 5 in het vak 'opmerkingen' en u kruist bij ‘vastlegging’ vak JA aan.

  • U krijgt een melding van security dat bij een reiziger een groot bedrag aan liquide middelen is aangetroffen. U gaat erheen voor controle:

    • Als het meer dan € 10.000 betreft en er is geen aangifte gedaan, voert u een diepgaande controle uit:

      • geen vermoeden witwassen; noteer code SEC en code 2 en kruis bij ‘vastlegging’ vak JA aan.

      • vermoeden van witwassen; noteer code SEC en code 2 en 5; kruis bij ‘vastlegging’ vak JA aan.

Naar boven

5.3.4 Verstrekken gewaarmerkt afschrift aangifte

De Douane verstrekt de aangever een gewaarmerkt afschrift van de aangifte. Het waarmerken van een afschrift van de aangifte vindt plaats door daarop een douanestempel te plaatsen. De aangever kan daarmee bewijzen dat hij aangifte heeft gedaan voor het daarop vermelde bedrag aan liquide middelen.

Als een aanvulling of verbetering heeft plaatsgevonden op een nieuw aangifteformulier wordt ook daarvan een gewaarmerkt afschrift verstrekt.

Voor aangiften die zien op het binnenkomen in en het verlaten van de EU over zee geldt een afwijkende procedure.

Wanneer verstrekken gewaarmerkt afschrift?

U verstrekt aan de aangever altijd een gewaarmerkt afschrift van de aangifte als:

  • na globale controle de aangifte conform is

  • na diepgaande controle en daarbij geen vermoeden van witwassen bestaat

U verstrekt geen gewaarmerkt afschrift van de aangifte als:

Naar boven