Heffen en innen van rijksbelastingen zijn traditioneel twee van de kerntaken van de Belastingdienst. De fiscale processen die daarbij een rol spelen, zijn door ontwikkelingen in de maatschappij en in de organisatie van de Belastingdienst voortdurend aan verandering onderhevig. De laatste jaren staan vooral in het teken van veranderingen door technologische innovaties. Zowel particulieren als ondernemers doen in toenemende mate elektronisch aangifte. In 2005 werd de basis gelegd voor de invoering van de nieuwe elektronische loonaangifte en voor de verwerking van de aanvragen voor de huur-, zorg- en kinderopvangtoeslag. In 2006 werd in het kader van het programma Andere Overheid ook gewerkt aan weer een nieuwe ontwikkeling: de Basisregistratie Inkomen (BRI).
Per 1 januari 2006 heft en int de Belastingdienst behalve de loonbelasting en premies volksverzekeringen ook de premies werknemersverzekeringen. Om dit te bewerkstelligen werd in 2006 een nieuwe elektronische aangifte ontwikkeld. Voortaan moeten werkgevers of hun intermediairs de loonaangifte indienen via de speciaal daarvoor ontwikkelde ‘poort’ (een soort elektronisch postkantoor). In januari 2006 kwamen de eerste loonaangiften op deze manier binnen.
Bij de invoering deden zich enkele problemen voor. Een deel van de werkgevers – met name kleine - slaagde er niet in om langs elektronische weg aangifte te doen. Ook de Belastingdienst had te maken met tegenslag: het elektronische systeem kon ongeveer 35.000 van de aangiften niet verwerken. Om deze moeilijkheden te verhelpen heeft de Belastingdienst het internetformulier en het verwerkingssysteem aangepast. Een ander euvel was dat veel indieners (40.000) ten onrechte geen ontvangstbevestiging kregen na het versturen van de aangifte. Toegezegd was dat dit binnen twee minuten na verzending zou gebeuren. Ook dit is inmiddels opgelost. Ondanks deze startproblemen konden de meeste werkgevers en andere inhoudingsplichtigen de loonaangifte tijdig doen. Ook de afdracht van de loonheffingen is vrijwel vlekkeloos verlopen.
Het gehele jaar 2006 was er intensief contact met markpartijen als werkgevers, administratiekantoren, salarisbureaus, softwareontwikkelaars en accountants. Door dit constructieve overleg kon de Belastingdienst de aanloopproblemen relatief snel en effectief verhelpen. Bij de invoering van de nieuwe loonaangifte is ook de samenwerking tussen UWV en de Belastingdienst goed verlopen.
Op 1 januari 2006 werd de nieuwe Zorgverzekeringswet (Zvw) ingevoerd. Op basis van de gegevens van de Belastingdienst betalen verzekeringsplichtigen voortaan, via hun werkgever of via een aanslag, een vaste premie en een inkomensafhankelijke bijdrage.
Over het algemeen heeft de uitvoering van deze belangrijke nieuwe taak van de Belastingdienst niet tot problemen geleid. Dat gold wel voor de inkomensafhankelijke bijdrage die ouderen moeten betalen. Veel 65-plussers betaalden te veel omdat hun bijdrage én over hun AOW, én/of over hun VUT- of pensioenuitkering wordt ingehouden. De hiervoor ingerichte systemen van de Belastingdienst maakten het alleen mogelijk het teveel betaalde achteraf, in 2007, te restitueren. De Staatssecretaris van Financiën heeft daarop voor deze groep een voorschotregeling voorgesteld, gebaseerd op de gegevens van 2005. Zo ontvingen ongeveer 170.000 ouderen vóór 1 september 2006 hun te veel betaalde bijdrage terug in de vorm van een voorschot.
In het kader van het programma Andere Overheid werkt de Belastingdienst mee aan het realiseren van een krachtige overheid, die én de samenleving centraal stelt én slagvaardig is. Voor de Belastingdienst heeft dat onder andere gevolgen voor de manier waarop de organisatie omgaat met de verzamelde informatie over het inkomen van burgers. De Belastingdienst wil deze informatie beter en sneller toegankelijk maken voor andere overheidsinstanties - zoals de Informatiebeheergroep -, de zorgsector en intern voor Belastingdienst/Toeslagen. Tegelijkertijd wil de Belastingdienst er samen met andere overheidsinstanties voor zorgen dat de burger minder dan voorheen wordt lastiggevallen met vragen over zijn inkomen. Eén keer vragen zou genoeg moeten zijn. Want: het gemak is voor de burger, de last voor de overheid.
Om dit doel te bereiken heeft de Belastingdienst dit jaar ingestemd met het ontwikkelen van de Basisregistratie Inkomen (BRI). Basisregistraties vormen een unieke bron van essentiële, authentieke gegevens. In het bestuurlijke verkeer met burgers is de overheid verplicht deze bij haar bekende gegevens te gebruiken, zodat de burger ze niet telkens opnieuw hoeft te verstrekken. Zo leiden basisregistraties tot betere dienstverlening aan de burger, tegen lagere uitvoeringskosten. Daarnaast verminderen ze de administratieve lastendruk voor burgers en bedrijven en verbeteren ze de wetshandhaving.
De Basisregistratie Inkomen is één van de dertien basisregistraties die de overheid gaat ontwikkelen. Het wetsvoorstel voor de invoering ervan is in 2006 naar de Tweede Kamer gestuurd. Bij goedkeuring streeft de Belastingdienst ernaar de Basisregistratie Inkomen in 2009 te introduceren.


Woonplaats: Dordrecht
Leeftijd: 47
Beroep: Deputy senior vice president
Burgerlijke staat: gehuwd
Douaneklant en belastingplichtige
