In box 3 valt uw vermogen. Dit is de waarde van uw bezittingen minus de waarde van uw schulden. Bezittingen zijn onder andere spaargeld, beleggingen en waardevolle goederen. Sommige bezittingen zijn vrijgesteld of vallen in een andere box, bijvoorbeeld een eigen woning die hoofdverblijf is, en aandelen die tot een aanmerkelijk belang behoren. Schulden die niet zijn aangegaan voor de aankoop, het onderhoud of de verbetering van een eigen woning, zijn in het algemeen aftrekbaar van het vermogen in box 3.
Voorbeelden van bezittingen zijn:
Voorbeelden van schulden zijn:
Let op!
Voor schulden geldt een drempel. De 1e € 2.900 van de schulden zijn niet aftrekbaar van het vermogen in box 3. Voor fiscale partners geldt een drempel van € 5.800.
Bepaalde bezittingen en schulden blijven in box 3 buiten beschouwing. Voor meer informatie zie Bezittingen en schulden die niet in box 3 vallen.
Voor iedereen geldt in box 3 een heffingvrij vermogen. Dit is een vast bedrag dat is vrijgesteld van belasting. Het heffingvrije vermogen bedraagt € 20.661 per belastingplichtige. Daarnaast geldt het volgende:
Het vermogen dat niet onder een vrijstelling valt, is de grondslag voor de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen (box 3). Als u een fiscale partner hebt, kunt u het vermogen naar eigen voorkeur verdelen (voor meer informatie zie Fiscale partners). Het vermogen wordt 2 keer per jaar gemeten: op 1 januari en op 31 december. Over het gemiddelde vermogen in een jaar min het heffingvrije vermogen (de zogenoemde rendementsgrondslag) wordt een vast rendement van 4% berekend: het voordeel uit sparen en beleggen. Over dit inkomen bent u 30% belasting verschuldigd.
