Ik ben 23 jaar of ouder, maar jonger dan de AOW-leeftijd

Bent u 23 jaar of ouder, maar jonger dan de AOW-leeftijd, en woont u samen met een toeslagpartner of medebewoner? Dan kunt u huurtoeslag krijgen als:

  • uw rekenhuur minimaal € 223,42 en maximaal € 710,68 per maand is
  • het gezamenlijke inkomen maximaal € 30.150 per jaar is
  • u, uw toeslagpartner en medebewoners ieder niet meer dan € 25.000 aan vermogen hebben.

U moet altijd een deel van de huur zelf betalen. Hoeveel dat is, hangt af van uw inkomen. Hoe hoger uw inkomen, hoe meer u zelf moet betalen. U kunt geen huurtoeslag krijgen als uw inkomen te hoog is. 

Wilt u weten of u huurtoeslag kunt krijgen? Maak dan een proefberekening.

Ik heb een toeslagpartner of medebewoner met de AOW-leeftijd

Hebt u een toeslagpartner of medebewoner die op 1 januari 2017 de AOW-leeftijd heeft? Dan gelden dezelfde grenzen als wanneer u zelf de AOW-leeftijd hebt. Kijk hiervoor bij Ik heb de AOW-leeftijd.

Ik heb niet het hele jaar een toeslagpartner of medebewoner

Hebt u maar voor een deel van het jaar een toeslagpartner of medebewoner? Dan hoeft u zijn vermogen niet mee te rekenen.

Een deel van uw inkomen en vermogen telt soms niet mee

Sommige van uw inkomsten tellen niet mee voor de huurtoeslag. Ook van uw vermogen hoeft u een bepaald deel niet mee te tellen. Het gaat dan om bijzonder inkomen of bijzonder vermogen.

Ik heb thuiswonende kinderen met inkomen

Hebt u, uw toeslagpartner of uw medebewoner een (pleeg)kind dat jonger is dan 23 jaar? Dan tellen wij € 4.788 van het inkomen van dit kind niet mee bij het berekenen van uw huurtoeslag. Dit noemen wij een vrijstelling. Studiefinanciering telt niet als inkomen.

Vraagt u huurtoeslag aan? Geef dan wel het hele inkomen van uw kind door. Wij houden automatisch rekening met deze vrijstelling.

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.