Voor personen die arbeid verrichten en een aanmerkelijk belang in uw vennootschap of coöperatie hebben, of die vermogen aan uw vennootschap of coöperatie beschikbaar stellen, geldt de gebruikelijkloonregeling. Soms geldt voor hen ook een fictief loon.
Iemand is aandeelhouder met een aanmerkelijk belang als hij, al dan niet met zijn partner:
Voor een aanmerkelijkbelanghouder geldt de gebruikelijkloonregeling.
De gebruikelijkloonregeling geldt ook voor een werknemer die:
Voor deze regeling kan de partner van de aanmerkelijkbelanghouder zijn:
De gebruikelijkloonregeling houdt het volgende in:
Als u aannemelijk kunt maken dat een lager loon gebruikelijk is, wordt het loon gesteld op dat lagere loon. De aanmerkelijkbelanghouder kan dit ook zelf aannemelijk maken. Daarbij moet u een vergelijking maken met soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt.
Krijgt een aanmerkelijk belanghouder geen loon voor zijn werkzaamheden en is zijn gebruikelijk loon niet hoger dan € 5.000, dan hoeft u vanaf 1 januari 2010 voor hem geen loonheffingen over dat gebruikelijke loon te betalen. Betaalt u wel loon - ook al is dat lager dan € 5.000 - dan moet u wel loonheffingen betalen. De grens van € 5.000 geldt voor alle werkzaamheden van de aanmerkelijk belanghouder: de grens wordt niet per onderneming getoetst.
Als bij deze soortgelijke dienstbetrekkingen een hoger loon gebruikelijk is, wordt het loon gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:
Als u (of de aanmerkelijkbelanghouder) echter aannemelijk kunt maken dat dit bedrag toch lager moet zijn, dan mag u het loon stellen op dit lagere bedrag.
Voor de partner of het kind van de aanmerkelijkbelanghouder die vermogen beschikbaar heeft gesteld, geldt de gebruikelijkloonregeling op dezelfde manier.
Let op!
Bij de bepaling van het gebruikelijk loon gaat het om het begrip 'loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen’ (kolom 14 van de loonstaat). Dit loon is dus inclusief de bijtelling van het voordeel van een ter beschikking gestelde personenauto of bestelauto, en eventueel de vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en ná toepassing van de wettelijke vrijstellingen, zoals de vrijstelling van een inleg in een levensloopregeling. Deelname aan een levensloopregeling kan dus gevolgen hebben voor de toepassing van de gebruikelijkloonregeling.
Zie ook: Bijdrage werkgever.
Een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang is soms wel en soms niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Bijvoorbeeld: een directeur-grootaandeelhouder is wel een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang, maar is niet verzekerd. Als de aandeelhouder met een aanmerkelijk belang wél verzekerd is, geldt de gebruikelijkloonregeling ook voor de premies werknemersverzekeringen.
Hebt u te maken met de gebruikelijkloonregeling en is uw omzet gedaald door de economische crisis? Dan mag u, zonder ons daarvoor om toestemming te vragen, het gebruikelijk loon in 2009 en 2010 lager vaststellen als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
U berekent dit lagere gebruikelijk loon als volgt:
Hierbij geldt: A = het gebruikelijk loon over 2008, B = de omzet over het 1e kalenderhalfjaar van 2009, C = de omzet over het 1e kalenderhalfjaar van 2008, D = de omzet over het 1e kalenderhalfjaar van 2010
U mag nog steeds aannemelijk maken dat het gebruikelijk loon lager moet zijn dan het loon volgens deze berekening. Bij twijfel of in bijzondere situaties kunt u contact opnemen met uw belastingkantoor.
De gebruikelijkloonregeling bepaalt de hoogte van het loon dat de hiervoor genoemde werknemers geacht worden te ontvangen. Als u wel loon hebt uitbetaald, maar minder dan het gebruikelijke loon, moet u het verschil als loon in uw administratie verwerken en daarover loonheffingen berekenen. Dat verschil is het zogenoemde fictieve loon: u hebt het niet daadwerkelijk uitbetaald.
Als u helemaal geen loon hebt uitbetaald, geldt voor de werknemer met een aanmerkelijk belang dat u het gebruikelijke loon volledig als fictief loon moet aanmerken.
