De spaargelden mogen voor de volgende verzekeringspremies worden gebruikt:
bepaalde lijfrentepremies
Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
De premies zijn geen pensioenpremies.
De werknemer moet de premies zelf betalen.
De lijfrente mag niet eerder ingaan dan in het vijfde jaar nadat de premies zijn voldaan.
De polis moet deel uitmaken van het vermogen van de werknemer of zijn fiscale partner.
De verzekering is gesloten bij een toegelaten verzekeraar.
premies voor een kapitaalverzekering
Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
De premies zijn geen pensioenpremies.
De verzekering is gesloten door de werknemer of zijn fiscale partner.
De verzekering is gesloten op het leven van de werknemer en/of op het leven van zijn fiscale partner en/of op het leven van zijn kinderen voor wie hij recht heeft op kinderbijslag of die zelf recht hebben op studiefinanciering.
De verzekering is een levensverzekering in de zin van artikel 1, lid 1, onderdeel b van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
De verzekering is gesloten bij een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 1, lid 1, onderdeel g van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
Voor zover het tijdstip van de uitkeringen niet wordt bepaald door het overlijden van de verzekerde, voorziet de verzekering in een looptijd van ten minste 4 jaar.
De polis maakt deel uit van het vermogen van de werknemer of zijn fiscale partner.
pensioenpremies
Vrijwillige bijdragen in een pensioenregeling en premies voor een vrijwillig afgesloten aanvullende pensioenregeling kunnen ten laste van het ingehouden spaargeld worden betaald.
spaarcontract met levensverzekering
Hierbij gelden dezelfde voorwaarden als bij de kapitaalverzekering. Bovendien moet deze verzekering zijn gesloten met een spaarbank, een handelsbank, een landbouwkredietinstelling, een bouwkas, een spaarfonds, een verzekeringsmaatschappij of een daarmee vergelijkbare andere rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.