Bij intracommunautaire prestaties (leveringen en diensten) zowel zelf verricht als afgenomen, gelden voor fiscale eenheden omzetbelasting een aantal regels.
Bij een fiscale eenheid zijn 2 mogelijkheden tot het doen van aangifte omzetbelasting:
Ad 1 Eén aangifte omzetbelasting voor de fiscale eenheid
Bij rubriek 3b van de aangifte omzetbelasting vermeldt u het totaalbedrag van alle intracommunautaire prestaties door de fiscale eenheid. De onderdelen van de fiscale eenheid moeten voor de intracommunautaire prestaties gebruik blijven maken van hun eigen, oorspronkelijke btw-identificatienummer. Als meer onderdelen van de fiscale eenheid intracommunautaire prestaties verrichten onder hun eigen btw-identificatienummer, moet u voor ieder onderdeel afzonderlijk een opgaaf ICP doen. U maakt hiervoor telkens gebruik van de opgaaf ICP in het beveiligde gedeelte van de fiscale eenheid. In rubriek 1 van de opgaaf vermeldt u het btw-identificatienummer van het onderdeel van de fiscale eenheid waarvoor u opgaaf doet.
Let op!
Het totaal van de opgaaf/opgaven ICP van de onderdelen van een fiscale eenheid moet gelijk zijn aan het bedrag dat is ingevuld bij vraag 3b van de aangifte omzetbelasting van de (hele) fiscale eenheid.
Ad 2 De onderdelen van de fiscale eenheid doen zelfstandig aangifte omzetbelasting
Als een onderdeel van een fiscale eenheid er voor kiest zelfstandig aangifte te doen, dan wordt hiervoor een afzonderlijk btw-identificatienummer afgegeven. Dit afzonderlijke nummer is afgeleid van het nummer van de fiscale eenheid. Het verschil zit in de toevoeging. De fiscale eenheid heeft als toevoeging ‘B01’, terwijl het onderdeel de toevoeging ‘B02’ krijgt. Het onderdeel moet een eigen opgaaf ICP invullen. In rubriek 1 vermeldt het onderdeel zijn eigen oorspronkelijke btw-identificatienummer (nummer afgegeven vóór de vorming van de fiscale eenheid) en in de overige rubrieken zijn eigen intracommunautaire prestaties. Het onderdeel behoudt wel zijn oorspronkelijke btw-identificatienummer. Dit oorspronkelijke nummer blijft hij gebruiken bij zijn intracommunautaire transacties en op zijn facturen. Het totaal van de opgaaf ICP van het onderdeel van de fiscale eenheid moet gelijk zijn aan het bedrag dat is ingevuld bij vraag 3b van de aangifte omzetbelasting van dat onderdeel.
Een onderdeel van een fiscale eenheid kan onder zijn eigen naam en btw-identificatienummer goederen en diensten afnemen uit andere EU-landen. Als dit het geval is en als het onderdeel niet zelfstandig aangifte doet, dan moet de fiscale eenheid - naast de vermelding van het totaalbedrag van deze afgenomen prestaties in rubriek 4b van de aangifte omzetbelasting - een apart formulier invullen. In dit formulier ‘⁃Specificatie van intracommunautaire verwervingen en afgenomen intracommunautaire diensten’ moet het totaalbedrag van rubriek 4b van de aangifte omzetbelasting worden gespecificeerd per onderdeel van de fiscale eenheid. Deze specificatie stelt de Belastingdienst in staat de uit andere EU-landen ontvangen informatie te vergelijken met de door de onderdelen afgenomen prestaties. U kunt het formulier hier downloaden.
De specificatie moet u, binnen 1 maand na afloop van elk kalenderkwartaal, versturen naar:
Belastingdienst/Central Liaison Office
Antwoordnummer 469
7600 VB Almelo.
Let op!
Het gaat hier uitsluitend om goederen die het onderdeel intracommunautair verwerft en om afgenomen intracommunautaire diensten.
