Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

110.00.15 Kaderovereenkomst inzake de samenwerking tussen de VROM-Inspectie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het Directoraat-Generaal Belastingdienst van het Ministerie van Financien

1 Kaderovereenkomst inzake de samenwerking tussen de VROM-Inspectie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het Directoraat-Generaal Belastingdienst van het Ministerie van Financiën

De Directeur-Generaal Belastingdienst van het Ministerie van Financiën en de Inspecteur-Generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

overwegende,

dat de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verantwoordelijk is voor het beleid, de uitvoering en de handhaving van de in de bijlagen bij deze kaderovereenkomst opgenomen wettelijke regelingen (hierna te noemen de regelingen);

dat op basis van het mandaat van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de VROM-Inspectie is belast met de bepaling van het handhavingsbeleid en de handhaving van deze regelingen en voor de handhaving van deze regelingen samenwerkt met andere handhavingsdiensten, die naast de VROM-Inspectie als toezichthouder voor de betreffende regelingen zijn aangewezen;

dat voor de Belastingdienst geldt dat de samenwerking met andere overheidsdiensten, in casu de VROM-Inspectie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bijdraagt aan het vervullen van haar kerntaken, dat wil zeggen het toezicht op en handhaving van de naleving van fiscale wetgeving en douaneverplichtingen, alsmede de naleving van de niet-fiscale douanewetgeving;

dat samenwerking eveneens kan voortvloeien uit specifieke verantwoordelijkheden van de Minister van Financiën of specifieke projecten waarbij raakvlakken aanwezig zijn met beleidsterreinen van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

dat om gestalte te kunnen geven aan de verantwoordelijkheid voor een goede uitvoering van taken in onderling overleg tussen de VROM-Inspectie en de Belastingdienst afspraken moeten worden gemaakt omtrent de samenwerking en de inhoud, prioriteit, intensiteit en kwaliteit van de te verrichten werkzaamheden;

dat daarnaast afgesproken moet worden welke informatie over de werkzaamheden periodiek wordt uitgewisseld teneinde zicht te houden op de uitvoering en het resultaat van de werkzaamheden zodat tijdig bijsturing van het beleid en/of de uitvoering kan plaatsvinden.

zijn het volgende overeengekomen:

Naar boven

1.1 Artikel 1 Doelstelling

De Directeur-Generaal Belastingdienst en de Inspecteur-Generaal VROM (hierna te noemen de partijen) sluiten deze kaderovereenkomst ter verwezenlijking van de volgende doelstellingen:

Naar boven

1.1.1

De VROM-Inspectie draagt in overleg met de Belastingdienst zorg voor een adequate aansturing van de Belastingdienst ten aanzien van de werkzaamheden, voortvloeiend uit de in de bijlagen bij deze kaderovereenkomst genoemde regelingen.
De Belastingdienst draagt in overleg met de VROM-Inspectie zorg voor een adequate uitvoering van de aan haar opgedragen werkzaamheden en terugkoppeling van de resultaten daarvan.

Naar boven

1.2 Artikel 2. Structuur

1.2.1

In deze kaderovereenkomst worden algemene afspraken gemaakt over de samenwerking en worden kaders gegeven voor de inhoud van de in artikel 1 bedoelde bijlagen.

Naar boven

1.2.2

Per regeling of samenhangend cluster van regelingen worden nadere afspraken gemaakt in de bijlagen bij deze kaderovereenkomst. Toevoeging, verwijdering of wijziging van bijlagen geschiedt in overleg tussen en door ondertekening van de bijlage door de directeur Strategie en Beleid of het clusterhoofd Beleidsontwikkeling en Communicatie van de VROM-Inspectie en de vakbaas van het managementteam van de verantwoordelijke belastingdienst- of douaneregio.

Naar boven

1.3 Artikel 3. Inhoud van de nadere afspraken in de bijlage

1.3.1

De elementen die in de bijlagen aan de orde komen zijn:

  • Aanduiding van de regelgeving en van de toezichttaak en bevoegdheden van de Belastingdienst

  • De wijze van taakuitvoering (handhaving en afhandeling van overtredingen)

  • De planning, evaluatie en verantwoording

  • Informatie-uitwisseling en scholing

  • Overleg en contactpersonen

Naar boven

1.4 Artikel 4. Ontwikkeling en projecten

1.4.1

Partijen werken, in daartoe aanleiding gevende gevallen, samen ter bevordering van ontwikkeling van nieuwe werkwijzen en ter vermindering van administratieve lasten bij het bedrijfsleven.

Naar boven

1.4.2

Partijen informeren elkaar over specifieke projecten in relatie tot de bedoelde wetgeving en maken afspraken over de gewenste samenwerking daarin.

Naar boven

1.5 Artikel 5. Werkvoorschriften

1.5.1

De Belastingdienst draagt zorg voor het, in overeenstemming met de VROM-Inspectie, vastleggen van de door zijn medewerkers te volgen procedures in werkvoorschriften.

Naar boven

1.5.2

De VROM-Inspectie verleent medeparaaf op deze werkvoorschriften.

Naar boven

1.6 Artikel 6. Planning, financiën en control

1.6.1

De handhavingsprioriteiten worden jaarlijks door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer vastgesteld en vormen het accent voor de jaarplandoelstellingen van de Belastingdienst op de betreffende onderwerpen. Partijen bepalen op basis hiervan zo mogelijk voor 1 oktober maar uiterlijk 1 december van het lopende kalenderjaar in onderling overleg de jaarplandoelstellingen voor het daarop volgende kalenderjaar. De Belastingdienst rapporteert periodiek landelijk en voor zover relevant per organisatorisch onderdeel omtrent de voortgang van de in het kader van de regelingen uitgevoerde werkzaamheden op de wijze zoals nader in de bijlagen is omschreven.

Naar boven

1.6.2

De eventuele kosten van hetgeen door middel van deze kaderovereenkomst beoogd wordt te regelen worden als volgt over de partijen verdeeld tenzij in de bijlage anders is bepaald:

  • personeelskosten: aan partijen ieder voor haar eigen medewerkers;

  • materieelkosten: aan partijen ieder voor de eigen bedrijfsvoering;

  • opleiding: partijen zullen voor hun aandeel in de ontwikkeling van lesmateriaal en het leveren van docenten elkaar geen kosten in rekening brengen;

  • bijzondere kosten: in voorkomend geval worden bijzondere kosten, dat zijn kosten die uitgaan boven een reguliere taakuitoefening, door partijen jaarlijks nader bepaald en verdeeld.

Naar boven

1.6.3

Partijen dragen zorg voor een betrouwbare en volledige vastlegging van de ingestelde controles en de bereikte resultaten.

Naar boven

1.7 Artikel 7. Overleg en informatie-uitwisseling

1.7.1

Het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer draagt er zorg voor dat het Ministerie van Financiën in een zo vroeg mogelijk stadium wordt geïnformeerd over de totstandkoming, de wijziging of het intrekken van nationale en internationale wetgeving op het terrein van de regelingen in de bijlagen, indien en voor zover er sprake is van betrokkenheid van de Belastingdienst dan wel indien er een relatie is met fiscale- of douanewetgeving. Voor het Ministerie van Financiën treedt de Directie Douane en Verbruiksbelastingen van het Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken hiertoe coördinerend op.

Naar boven

1.7.2

De uitwisseling van informatie, verantwoordingsinformatie en informatie ten behoeve van risicoanalyse tussen de partijen vindt plaats op basis van hetgeen per regeling of cluster van regelingen hierover in deze kaderovereenkomst en de bijlagen is opgenomen.

Naar boven

1.7.3

Het beantwoorden van rechtsvragen en het verstrekken van informatie over de interpretatie van wet- en regelgeving door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer vindt plaats aan Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling. Aanwijzingen van de VROM-Inspectie aan de Belastingdienst omtrent het toezicht op de regelingen worden gericht aan het verantwoordelijke regiokantoor. Dit draagt er zorg voor dat de informatie ter beschikking komt van de met de uitvoering belaste ambtenaren. Een en ander laat onverlet de rechtstreekse uitwisseling van informatie tussen de medewerkers van de VROM-Inspectie en onderdelen van de Belastingdienst voorzover het gaat om individuele gevallen of bijzondere projecten.

Naar boven

1.7.4

Indien één der partijen een verzoek ontvangt in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur dat mede betrekking heeft op informatie verkregen van de andere partij vindt afdoening van dat verzoek, voorzover betrekking hebbend op die informatie, plaats in overeenstemming met die andere partij.

Naar boven

1.8 Artikel 8. Voorlichting en contacten met de media

1.8.1

Voor het voorlichten van publiek en bedrijfsleven, zowel ter introductie van nieuwe wet- en regelgeving als gericht op specifieke omstandigheden is ieder van de partijen voor zijn wet- en regelgeving verantwoordelijk.

Naar boven

1.8.2

Voor zover er voorlichtingsactiviteiten en contacten met de media worden onderhouden over hetgeen in deze kaderovereenkomst wordt geregeld, vindt afstemming plaats tussen de persvoorlichter van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de persvoorlichter van het Ministerie van Financiën voordat met de media in contact wordt getreden.

Naar boven

1.9 Artikel 9. Inwerkingtreding, looptijd en overgangsbepaling

1.9.1

Deze kaderovereenkomst treedt in werking op 1 april 2009 en wordt voor onbepaalde tijd aangegaan. De op 1 april 2004 ondertekende kaderovereenkomst wordt met de ondertekening van deze overeenkomst beëindigd.

Naar boven

1.9.2

Elke partij kan de overeenkomst met inachtneming van een opzegtermijn van één maand schriftelijk opzeggen, onder opgaaf van de reden die aan de opzegging ten grondslag ligt.

Naar boven

1.9.3

De VROM-Inspectie en de Belastingdienst zullen gezamenlijk de tekst van deze kaderovereenkomst en het functioneren van de samenwerking volgens de bijlagen jaarlijks evalueren.

Naar boven

1.9.4

Aanpassing van deze kaderovereenkomst en van de bijbehorende bijlagen kan plaatsvinden op ieder tijdstip, zodra partijen daaromtrent overeenstemming hebben bereikt.

Den Haag,

De Directeur-Generaal Belastingdienst,

drs. M.A. Ruys

De Inspecteur-Generaal VROM,

dr. ir. H. Paul

Naar boven