Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

10.50.00 Minerale olien - Algemeen

5 Onderscheid minerale oliën voor bepaling tarieven

5.1 Tariefbepaling op basis GN-code (WA, artikel 26)

Artikel 26 van de WA maakt voor de toepassing van de accijnstarieven onderscheid tussen de verschillende soorten minerale oliën. De opsomming van de diverse categorieën minerale oliën is in overeenstemming met de systematiek van de Energiebelastingrichtlijn 2003/96/EG, bijlage I, die voor de onderverdeling van de soorten minerale oliën aansluit bij de GN-codes waartoe de producten behoren. Artikel 1a, lid 1, letter m van de WA bepaalt dat dit de GN-codes zijn die op 1 januari 2018 golden voor de minerale oliën.

Aan de hand van de opsomming van de desbetreffende onderverdelingen kan worden vastgesteld of voor het desbetreffende product al dan niet een tarief is vastgesteld.

Let op!

Ook al zijn in artikel 25, lid 1, van de WA producten aangemerkt als minerale oliën, dan wil dit niet zeggen dat ze in artikel 26 van de WA zijn opgenomen voor de toepassing van het tarief. Daarnaast zijn de GN-codes in artikel 25, lid 1, in de meeste gevallen op 4-cijferig niveau, terwijl artikel 26 uitgaat van 8 cijfers.

Producten zonder minimumtarief

Voor producten zonder minimumtarief in de Energiebelastingrichtlijn geldt toch een minimumtarief als de energieproducten bestemd zijn voor gebruik, worden aangeboden voor verkoop of worden gebruikt als motor- of verwarmingsbrandstof.

Voor die producten geldt het minimumtarief van een gelijkwaardige motor- of verwarmingsbrandstof (Energiebelastingrichtlijn, artikel 2, lid 3).

Naar boven

5.2 Onderscheid voor tarief

Voor de toepassing van het tarief worden minerale oliën in artikel 26 van de WA onderscheiden in:

  • lichte olie

  • halfzware olie

  • gasolie

  • zware stookolie

  • vloeibaar gemaakt petroleumgas

  • methaan

Naar boven

5.2.1 Lichte olie

Ingevolge artikel 26, lid 2, van de WA wordt lichte olie onderscheiden in gelode lichte olie en ongelode lichte olie.

Onder gelode lichte olie worden verstaan de producten van GN-codes 2710 12 31, 2710 12 51 en 2710 12 59.

Onder ongelode lichte olie worden verstaan de producten van GN-codes 2710 12 41, 2710 12 45 en 2710 12 49.

In de praktijk staan de belangrijkste lichte oliën beter bekend als benzine. De GN-code 2710 12 31 betreft vliegtuigbenzine. Deze bevat nog steeds lood om het octaangetal (research octane number: RON) op 100 te krijgen. Bij een laag octaangetal kan de motor soms gaan 'pingelen'. In Nederland hebben de meeste benzines voor andere dan vliegtuigmotoren een octaangetal van 95 of 98. Om het gewenste octaangetal te verkrijgen wordt aan deze benzines in plaats van lood meestal ETBE toegevoegd. Deze ongelode benzines vallen onder de GN-codes 2710 12 45 met een octaangehalte van 95 en 2710 12 49 met een octaangehalte van 98. GN-code 2710 12 41 betreft ongelode benzine met een octaangetal kleiner dan 95. Deze wordt in Nederland nagenoeg niet gebruikt, maar kan hier wel worden geproduceerd voor andere landen.

De GN-codes 2710 12 51 en 2710 12 59 betreffen gelode motorbenzines, andere dan vliegtuigbenzine. Ook deze benzines worden in Nederland nagenoeg niet gebruikt (soms nog voor oldtimers of de racesport).

Naar boven

5.2.2 Halfzware olie

Ingevolge artikel 26, lid 3 van de WA wordt onder halfzware olie verstaan de producten van GN-codes 2710 19 21 en 2710 19 25.

In de praktijk is de belangrijkste halfzware olie beter bekend als petroleum of kerosine.

GN-code 2710 19 21 betreft kerosine als reactiemotorbrandstof. Deze wordt veelal gebruikt als motorbrandstof voor vliegtuigen met straalmotoren en de grotere vliegtuigen met propellormotoren. In de handel wordt hiervoor vaak de naam Jet A1 gebruikt.

GN-code 2710 19 25 betreft de overige kerosine, meestal verkocht onder de benaming petroleum.

Naar boven

5.2.3 Gasolie

Ingevolge artikel 26, lid 4, van de WA wordt onder gasolie verstaan de producten van GN-code GN-codes 2710 19 43 tot en met 2710 19 48 en 2710 20 11 tot en met 2710 20 19. In de praktijk is de belangrijkste gasolie beter bekend als diesel of huisbrandolie.

Deze GN-codes betreffen zowel de gasolie die bestemd is om te worden gebruikt als motorbrandstof, als de gasolie die bestemd is voor ander gebruik.

Naar boven

5.2.4 Zware stookolie

Ingevolge artikel 26, lid 5, van de WA wordt onder zware stookolie verstaan de producten van GN-codes 2710 19 62 tot en met 2710 19 68 en 2710 20 31 tot en met 2710 20 39.Zware stookolie betreft niet als lichte olie, als halfzware olie of als gasolie aan te merken minerale olie. Zware stookolie wordt veel gebruikt als motorbrandstof voor met name zeeschepen.

Naar boven

5.2.5 Vloeibaar gemaakt petroleumgas

Ingevolge artikel 26, lid 6, van de WA wordt onder vloeibaar gemaakt petroleumgas verstaan de producten van GN-codes 2711 12 11 tot en met 2711 19 00.

Deze codes omvatten alle vloeibaar gemaakte gasvormige koolwaterstoffen (met uitzondering van aardgas), zoals methaan, propaan, butaan, ethyleen, propyleen, butyleen en butadieen.

De Engelstalige afkorting voor vloeibaar gemaakt petroleumgas is LPG (Liquefied Petroleum Gas). In Nederland wordt de benaming LPG echter meestal gebruikt als synoniem voor autogas. Autogas is doorgaans een mengsel van vloeibaar gemaakt propaan en butaan.

Naar boven

5.2.6 Methaan

Ingevolge artikel 26, lid 7, van de WA wordt onder methaan verstaan de producten van GN-code 2711 29 00.

Deze code betreft alle niet vloeibaar gemaakte gasvormige koolwaterstoffen, met uitzondering van aardgas.
NB: Vloeibaar gemaakt methaan, GN-code 2711 19 00, wordt voor de toepassing van het tarief dus niet aangemerkt als methaan maar als vloeibaar gemaakt petroleumgas. Vloeibaar gemaakte koolwaterstoffen worden behandeld in onderdeel 3.2.5.

Naar boven