Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

10.50.20 Minerale olien - Wet voorraadvorming aardolieproducten

3 De voorraadheffing

3.1 Belastbare producten en belastbaar feit

Op grond van artikel 26, eerste lid WVA wordt een heffing geheven onder de naam voorraadheffing van bepaalde aardolieproducten. Deze voorraadheffing wordt op grond van artikel 27, eerste lid, van de WVA geheven van:

  • lichte olie

  • halfzware olie en gasolie

  • vloeibaar gemaakt petroleumgas

Op grond van artikel 27, tweede lid, van de WVA wordt onder deze producten verstaan hetgeen artikel 26 en 28 van de WA hieronder wordt verstaan, dus bijvoorbeeld ook biobrandstoffen waarvoor de gelijkwaardige brandstof een van de bovengenoemde producten is.

Op grond van artikel 26, tweede lid, van de WVA wordt de voorraadheffing vanwege de Minister van Financiën door de Rijksbelastingdienst geheven en ingevorderd als ware het een accijns. Dit betekent dat indien op grond van de WA sprake is van uitslag tot verbruik, en er accijns geheven moet worden, er tevens sprake is van een belastbaar feit op grond van de WVA.

In onderdeel 20.10.00, Belastbare feiten accijns, van dit Handboek wordt hierop nader ingegaan.

Naar boven

3.2 De belastingplichtige

De voorraadheffing wordt vanwege de Minister van Financiën door de Rijksbelastingdienst geheven en ingevorderd als ware het een accijns. Dit betekent dat degene die de accijns is verschuldigd, ook de voorraadheffing verschuldigd is. Daarbij wordt aangesloten bij artikel 51 van de WA. Dit kan bijvoorbeeld de vergunninghouder van de AGP zijn, maar ook de geregistreerde geadresseerde. Ook is degene die bij de invoer van minerale oliën verantwoordelijk is voor de betaling van de accijns op grond van artikel 62 van de WA de voorraadheffing verschuldigd.

Naar boven

3.3 Tarief en maatstaf van heffing

In artikel 27, eerste lid, van de WVA zijn ook de maatstaf van heffing en het tarief opgenomen. De maatstaf van heffing geeft de grondslag aan waarop het tarief moet worden toegepast.

Het tarief van de voorraadheffing geldt voor lichte olie, halfzware olie en gasolie per 1.000 liter bij een temperatuur van 15 graden Celsius en voor vloeibaar gemaakt petroleumgas per 1.000 kilogram.

De historische en actuele tarieven zijn opgenomen in de Tarievenlijst accijns en verbruiksbelasting en gepubliceerd op internet (www.douane.nl).

Naar boven

3.4 Tijdstip verschuldigdheid

Het tijdstip van verschuldigdheid is het tijdstip waarop de accijns ter zake van die brandstoffen verschuldigd wordt. Daarbij wordt aangesloten bij artikel 52 van de WA. Als sprake is van uitslag tot verbruik vanwege de invoer van accijnsgoederen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, letter d van de WA wordt aangesloten bij de douanewetgeving (WA, artikel 62).

Naar boven

3.5 Heffing, inning en controle

De voorraadheffing is gekoppeld aan de heffing van de accijns. De heffing en de inning evenals de controle hierop is - voor zover het minerale oliën betreft - opgedragen aan Belastingdienst/Douane.

In onderdeel 20.20.00, Heffing en voldoening accijns, van dit Handboek wordt hierop nader ingegaan.

Naar boven

3.6 Aangifte

De voorraadheffing die verschuldigd is, moet worden voldaan op de aangifte waarop de accijns wordt betaald of zou moeten worden betaald.

Naar boven

3.7 Vrijstellingen en teruggaaf

Vrijstelling en teruggaaf van voorraadheffing wordt verleend in de gevallen waarin op grond van de WA vrijstelling of volledige teruggaaf van accijns wordt verleend. Een gedeeltelijke teruggaaf van accijns kan nooit leiden tot een teruggaaf van voorraadheffing zoals bijvoorbeeld de teruggaaf van artikel 71d, 71e, 71g en 71i van de WA. De WVA voorziet niet in afzonderlijke vrijstellings- en teruggaafbepalingen.

Vrijstellingen minerale oliën worden behandeld in het onderdeel 50.10.00 Minerale oliën - Vrijstellingen, van dit Handboek.

Teruggaven minerale oliën worden behandeld in het onderdeel 50.20.00, Minerale oliën - Teruggaven, van dit Handboek.

Naar boven