Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

13.01.00 Bijzondere bepalingen bij invoer van landbouwgoederen

3 Aangifte en verificatie

3.1 Algemeen

3.1.1 Aangifte tot het brengen in het vrije verkeer van landbouwgoederen

Bij de invoer van landbouwgoederen moeten de gebruikelijke douaneprocedures worden gevolgd.

In bepaalde gevallen moeten bij de invoer van landbouwgoederen daarnaast in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid nog andere documenten worden overgelegd. Deze documenten zijn:

Document

Toelichting

Bescheiden als gevolg van gezondheids- of kwaliteitsregelingen

De bescheiden als gevolg van gezondheids- of kwaliteitsregelingen worden hier niet besproken. Kijk hiervoor in het Handboek VGEM.

Invoercertificaten

Zie voor informatie over de invoercertificaten onderdeel 13.02.00, Invoercertificaten landbouwgoederen, van dit Handboek.

Stamboekcertificaten, gezondheidscertificaten en verklaringen van de importeur

Deze bescheiden moeten worden overgelegd bij de invoer van fokrunderen van zuiver ras. Zie voor meer informatie onderdeel 6.10.00, Bijzondere bestemmingen, van dit Handboek.

Afstammingsbewijzen

De afstammingsbewijzen moeten worden overgelegd bij de invoer van stieren, koeien en vaarzen van bepaalde bergrassen, die niet bestemd zijn voor de slacht. Zie voor meer informatie onderdeel 6.10.00, Bijzondere bestemmingen, van dit Handboek.

Naar boven

3.1.2 Preferenties en tariefcontingenten

Tussen de EU en bepaalde derde landen en groepen van derde landen zijn overeenkomsten gesloten om de invoer van verschillende landbouwgoederen toe te staan tegen preferentiële tarieven. Deze verlaging van rechten is meestal wel gebonden aan maximale hoeveelheden die in een bepaalde periode mogen worden ingevoerd (contingenten). Het beheer van deze tariefmaatregelen vindt op twee manieren plaats:

  • met behulp van de douaneaangifte. Dit is de procedure van artikel 308bis TVO.

  • met invoercertificaten.

Voor de controle op de herkomst van de goederen wordt gebruikgemaakt van herkomst- en oorsprongsbewijzen.

Invoercertificaten

Voor invoercertificaten geldt:

  • Wanneer de aangever aanspraak maakt op een verlaagd recht of een nulrecht op grond van een contingent, dan blijkt dit uit het invoercertificaat dat bij de aangifte tot het brengen in het vrije verkeer wordt overgelegd. Op het certificaat staat dan vermeld wat de op te leggen heffing voor de betreffende zending is.

  • In vak 24 van het invoercertificaat is de volgende vermelding aangebracht (of een vergelijkbare verklaring in een andere officiële taal van de Unie):

    "Preferentiële regeling van toepassing voor de in de vakken 17 en 18 vermelde hoeveelheid".

    Let op!

    Dit geldt niet als in de IGMO-verordening iets anders is voorgeschreven.

  • In vak 19 van het invoercertificaat kan een hoeveelheid goederen zijn aangegeven die mag worden ingevoerd met gebruikmaking van de tolerantie. Dit is meestal 5% van de totale hoeveelheid van het certificaat. Voor deze aangegeven hoeveelheid goederen wordt het preferentiële tarief niet verleend, maar moet het normale derdelandentarief worden toegepast.
    ( artikel 48 Verordening (EG) nr. 376/2008)

Naar boven

3.1.3 Invoercertificaten controleren

Geeft de aangever landbouwgoederen aan waarbij hij aanspraak wil maken op een verlaagd recht of een nulrecht op grond van een contingent? Dan moet hij bij de aangifte tot het brengen in het vrije verkeer in het algemeen een invoercertificaat overleggen. In dit certificaat is de op te leggen heffing voor de betreffende zending vermeld.

U gaat als volgt te werk:

  1. Controleer de geldigheidsduur van het invoercertificaat. Als het invoercertificaat wordt gebruikt voor het beheer van een communautair tariefcontingent, mag de geldigheidsduur van het invoercertificaat niet langer zijn dan de periode van toepassing van het contingent.

  2. Controleer of de hoeveelheid goederen die is beschreven in de aangifte tot het brengen in het vrije verkeer kleiner is dan - of gelijk is aan - de hoeveelheid die is vermeld in vak 18 van het invoercertificaat.

  3. Als de hoeveelheid goederen die is beschreven in de aangifte tot het brengen in het vrije verkeer, groter is dan de hoeveelheid die is vermeld in vak 18 van het invoercertificaat, controleer dan of:

    • in vak 19 van het invoercertificaat een tolerantie is vermeld;

    • het meerdere binnen deze tolerantie valt.

    Alleen als dit het geval is, kan het meerdere worden ingevoerd met dit invoercertificaat. Pas voor deze hoeveelheid goederen niet het preferentiële tarief toe, maar het normale derdelandentarief.
    ( artikel 48 Verordening (EG) nr. 376/2008)

  4. Als in vak 19 het cijfer "0" is ingevuld, zijn er twee mogelijkheden:

    1. Het cijfer "0" is ingevuld om een van de volgende redenen:

      • Het betrokken product kan niet buiten het contingent om worden ingevoerd.

      • Voor de afgifte van een invoercertificaat voor het betrokken product gelden bijzondere voorwaarden.

      In dit geval is geen tolerantie toegestaan. Als er meer goederen tot het brengen in het vrije verkeer worden aangeboden dan waarvoor het certificaat geldt, dan geldt voor dit meerdere een invoerverbod. Geef deze meerdere goederen alleen voor invoer vrij als hiervoor een ander invoercertificaat wordt overgelegd dat geldig is op de dag van aanvaarding van de aangifte.

    2. Het cijfer "0" is ingevuld, omdat er voor de invoer van het product geen invoercertificaat verplicht is (het certificaat wordt alleen gebruikt om een preferentiële regeling voor dit product te beheren).

      Als er in dit geval meer goederen tot het brengen in het vrije verkeer worden aangeboden dan waarvoor het certificaat geldt, geef deze meerdere goederen dan vrij voor invoer onder oplegging van het algemene derdelandentarief.

Let op!

Als voor deze meerdere goederen een ander invoercertificaat wordt overgelegd dat geldig is op de dag van aanvaarding van de aangifte, dan kan dit meerdere ook tegen het preferentiële tarief worden ingevoerd.