Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

24.00.00 Douanevrijstellingen

2 Begrippen

In dit hoofdstuk worden aanwijzingen gegeven over de reikwijdte van de algemene en bijzondere communautaire begrippen die in het kader van douanevrijstellingen worden gebruikt.

Naar boven

2.1 Verordening (EEG) nr. 2913/92 (CDW) en Verordening (EG) nr. 1186/2009

De Raad van de Europese Gemeenschappen is bevoegd in het vaststellen van de gevallen waarin vanwege bijzondere omstandigheden vrijstelling van rechten bij invoer kan worden verleend.
(artikel 184 Verordening (EEG) nr. 2913/92 )

In Verordening (EG) nr. 1186/2009 heeft de Raad de gevallen vastgesteld waarin onder beperkingen en voorwaarden vrijstelling van rechten bij invoer kan worden verleend. In deze gevallen wordt geacht sprake te zijn van bijzondere omstandigheden.
(artikel 1 Verordening (EG) nr. 1186/2009)

In Uitvoeringsverordening (EU) nr. 80/2012, Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1224/2011, Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1225/2011 en Verordening (EEG) nr. 3915/88 heeft de Commissie nadere uitwerkingen voorgeschreven.

De termen van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (CDW) en Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie (TVo. CDW) hebben dezelfde betekenis, als dezelfde termen die in Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad en de hiervoor genoemde uitvoeringsverordeningen van de Commissie worden gebruikt.

Naar boven

2.2 Begrippen Verordening (EG) nr. 1186/2009

In Verordening (EG) nr. 1186/2009 worden enkele bijzondere begrippen gehanteerd. Onder deze begrippen wordt het volgende verstaan:

  • "rechten bij invoer", de volgende rechten die bij invoer kunnen worden geheven:

    • douanerechten en heffingen van gelijke werking, en

    • belastingen in het kader van het gemeenschappelijke landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen voor goederen die door verwerking van landbouwproducten zijn verkregen;
      (artikel 2, lid 1, letter a, Verordening (EG) nr. 1186/2009)

Als heffingen van gelijke werking als het douanerecht worden de antidumpingheffing en de compenserende heffing aangemerkt.

  • "persoonlijke goederen": goederen die zijn bestemd voor het persoonlijk gebruik door belanghebbende of door zijn (gezins)huishouding. Dit zijn in het bijzonder:

    • roerende goederen en voorwerpen

    • vervoermiddelen voor particulier gebruik; fietsen en motorfietsen, personenauto's, aanhangwagens, kampeerwagens, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen. Vervoermiddelen die zowel voor beroepsdoeleinden als voor particuliere doeleinden worden gebruikt, kunnen ook als persoonlijke goederen worden aangemerkt (Arrest Hof van Justitie van 17 maart 2005, zaak C-170/03 (Feron-arrest)

    • huishoudelijke voorraden die overeenkomen met een normaal huishoudelijk gebruik

    • kleine huisdieren en rijdieren, en

    • draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten die de belanghebbende nodig heeft voor de uitoefening van zijn beroep
      Persoonlijke goederen mogen door hun aard of hoeveelheid geen commerciële bijbedoelingen laten blijken.
      (artikel 2, lid 1, letter c, Verordening (EG) nr. 1186/2009).

  • "roerende goederen en voorwerpen": persoonlijke voorwerpen, huishoudlinnen en goederen voor meubilering of uitrusting die zijn bestemd voor persoonlijk gebruik door belanghebbende of door zijn (gezins)huishouding;
    (artikel 2, lid 1, letter d, Verordening (EG) nr. 1186/2009)

  • "alcoholische producten": producten die onder de posten 2203 tot en met 2208 van de gecombineerde nomenclatuur worden ingedeeld. Hieronder kunnen onder andere worden begrepen: bier, wijn, aperitieven, gedistilleerde dranken, likeuren en andere alcoholhoudende dranken. Zie voor de nadere reikwijdte van deze posten de toelichtingen die in boekwerk Heffingen bij invoer, deel III zijn opgenomen;
    (artikel 2, lid 1, letter e, Verordening (EG) nr. 1186/2009)

  • "derde landen": landen die niet behoren tot het douanegebied van de Gemeenschap.
    (artikel 2, lid 2, Verordening (EG) nr. 1186/2009)

  • “intrinsieke waarde”: intrinsieke waarde is de waarde van de goederen als zodanig, zonder kosten, zoals die inzake vervoer, verzekering en bemiddeling. Dergelijke kosten maken geen deel uit van de intrinsieke waarde.

    Als de grenzen voor het verkrijgen van vrijstellingen zijn overschreden en de douanewaarde moet worden vastgesteld, moeten de bepalingen voor het vaststellen van de douanewaarde worden toegepast.

Naar boven