Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

18.00.00 Tijdelijke invoer

33 Bijlage 5 Bijzondere kentekenbewijzen

Onder bijzondere kentekenbewijzen worden in deze bijlage de kentekenbewijzen in de series BN of GN verstaan. Deze kentekenbewijzen worden afgegeven voor motorrijtuigen die worden betrokken uit een douane-entrepot dan wel een ruimte voor tijdelijke opslag, voor plaatsing onder de douaneregeling tijdelijke invoer op grond van artikel 4:9 Algemene douaneregeling.

Afgifte van bijzondere kentekenbewijzen

Bijzondere kentekenbewijzen worden afgegeven door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). De RDW kan dit echter pas doen als de Belastingdienst/Centrale Administratie (B/CA) het bewijs, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, namens de Minister van Financiën heeft afgegeven.

De Belastingdienst/Centrale Administratie (B/CA) geeft dit bewijs af door het aanvraagformulier RDW 137 van de vereiste aantekeningen te voorzien.

Als een belanghebbende een motorrijtuig wil betrekken waarvoor op grond van artikel 4:9 Algemene douaneregeling een bijzonder kenteken is vereist, moet hij een schriftelijk verzoek indienen bij de Belastingdienst/Centrale Administratie (B/CA). Afhankelijk van de situatie moet hij daarvoor een van de volgende formulieren gebruiken:

Situatie

Formulier

Er is sprake van overbrenging van de normale verblijfplaats vanuit Nederland naar een ander land buiten het douanegebied van de Gemeenschap.

De belanghebbende heeft zijn normale verblijfplaats buiten het douanegebied van de Gemeenschap en zal tijdelijk in de Gemeenschap verblijven (de belanghebbende is toerist).

Bijlage 3

De belanghebbende heeft zijn normale verblijfplaats buiten het douanegebied van de Gemeenschap en zal tijdelijk in de Gemeenschap verblijven (de belanghebbende is toerist).

Bijlage 4 (Engelstalige versie van het formulier in bijlage 3)

Bij zijn verzoek moet de belanghebbende de volgende bescheiden voegen:

  • een bescheid waaruit blijkt dat hij zijn normale verblijfplaats buiten het douanegebied van de Gemeenschap heeft, of zijn normale verblijfplaats vanuit Nederland naar een ander land buiten het douanegebied van de Gemeenschap gaat overbrengen

  • het aanvraagformulier RDW 137

  • als het om een ongebruikt personenvoertuig gaat: het opnamerapport van de douane

Als de vrijstelling wordt verleend, wordt het aanvraagformulier RDW 137 op de Belastingdienst/Centrale Administratie (B/CA) van de vereiste aantekeningen voorzien.

Regeling Versnelde afgifte BN-/GN-kentekenbewijzen

Bij de toepassing van de regeling Versnelde afgifte BN-/GN-kentekenbewijzen mag het bewijs, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, namens de Minister van Financiën worden afgegeven door de inspecteur in wiens ambtsgebied het douane-entrepot is gelegen waarvan de beheerder tot de regeling is toegelaten. Het bijzondere kentekenbewijs bestaat in dit geval uit een deel I en een deel II.
Voor de regeling Versnelde afgifte BN-/GN-kentekenbewijzen gelden de volgende voorwaarden:

  • De regeling Versnelde afgifte BN-/GN-kentekenbewijzen mag alleen worden toegepast bij ongebruikte personenvoertuigen die door de RDW als type zijn goedgekeurd. Aan deze categorieën personenvoertuigen heeft de RDW dan een zogenaamd typegoedkeuringsnummer toegekend.

  • Tot de regeling mogen uitsluitend beheerders van douane-entrepots worden toegelaten die:

    1. zelf importeurs/fabrikanten zijn en zelf zijn toegelaten tot de regeling Versnelde afgifte kentekenbewijzen

    2. de personenvoertuigen betrekken van importeurs/fabrikanten die zijn toegelaten tot de regeling Versnelde afgifte kentekenbewijzen

  • De importeur/fabrikant of de beheerder van een douane-entrepot bestelt bij de RDW de benodigde aantallen blanco kentekenbewijsformulieren, die hij tegen vooruitbetaling van de verschuldigde kosten krijgt. Het kentekenbewijsformulier bestaat uit een set van een origineel en vier kopiebladen. Al deze bladen van het kentekenbewijsformulier zijn voorzien van eenzelfde formuliernummer. Op het formulier moet de importeur/fabrikant of de beheerder van het douane-entrepot de technische omschrijving van het personenvoertuig vermelden. Het origineel wordt te zijner tijd deel I van het kentekenbewijs.

Bij het invullen van kentekenbewijsformulieren moet de importeur/fabrikant of de beheerder van een douane-entrepot rekening houden met het volgende:

  • Hij moet het kentekenbewijsformulier met het laagste formuliernummer het eerst gebruiken en direct daarna de set met het volgende formuliernummer, zonder een of meer formuliernummers over te slaan.

  • Hij moet het formulier invullen overeenkomstig het model dat bij de typekeuring is vastgesteld en eventueel gegeven nadere aanwijzingen invullen.

  • Hij mag niets doorhalen, wijzigen (radering) enzovoort, omdat het kentekenbewijs dan niet geldig kan worden gemaakt. Exemplaren die fout zijn ingevuld of waarin doorhalingen zijn aangebracht, moet hij aan de RDW terugzenden.

Als de importeur/fabrikant of de beheerder van een douane-entrepot de voorzijde van het formulier heeft ingevuld, moet hij het laatste (vierde) kopieblad verwijderen. Dit blad is voor zijn administratie bestemd.

Het derde kopieblad heeft voor de regeling Versnelde afgifte BN-/GN-kentekenbewijzen geen betekenis en kan daarom worden verwijderd en vernietigd.

Op het tweede kopieblad moet de importeur/fabrikant onder de woorden "stempel importeur" een afdruk van zijn firmastempel zetten. Als het kentekenbewijsformulier door de beheerder van een douane-entrepot is ingevuld die geen importeur/fabrikant is, dan moet deze beheerder hier een afdruk van zijn firmastempel zetten. Op die plek moet ook de handtekening komen van degene die door de importeur/fabrikant (of de beheerder) met de behandeling van de kentekenbewijsformulieren is belast. Verder moeten zowel de importeur/fabrikant als de beheerder van een douane-entrepot op het kentekenbewijsformulier de beheerder van het douane-entrepot vermelden van waaruit het personenvoertuig zal worden betrokken. Dit moet gebeuren op de manier zoals door de RDW is aangegeven.

Aan het tweede kopieblad van het kentekenbewijsformulier moet de importeur/fabrikant een verklaring hechten waaruit blijkt dat:

  • het een BN-/GN-kentekenbewijsformulier betreft

  • het personenvoertuig is of zal worden overgebracht naar het douane-entrepot van waaruit het personenvoertuig zal worden betrokken

Let op!

Als de importeur/fabrikant zelf de beheerder van het douane-entrepot is, en het personenvoertuig dus niet hoeft te worden overgebracht, moet de importeur/fabrikant verklaren dat het personenvoertuig zich in zijn douane-entrepot bevindt.

Verder moet deze verklaring de volgende gegevens bevatten:


- het adres van de beheerder van de douane-entrepot
- het adres van de inspecteur in wiens ambtsgebied het douane-entrepot is gelegen

De importeur/fabrikant of de beheerder van een douane-entrepot biedt het origineel en de eerste twee kopiebladen van het kentekenbewijsformulier ter behandeling aan aan de inspecteur in wiens ambtsgebied het douane-entrepot van waaruit het personenvoertuig zal worden betrokken, is gelegen of aan de ambtenaar die de inspecteur heeft aangewezen.


Als u het kentekenbewijsformulier (origineel en kopiebladen 1 en 2) ter behandeling krijgt aangeboden, gaat u als volgt te werk:


  1. Ga na of de invulling van het kentekenbewijsformulier voldoet aan de volgende voorwaarden:
    • De soort, het merk, het type en het chassisnummer van het personenvoertuig stemmen overeen met de vermeldingen in het kentekenbewijsformulier.

    • Er komen geen wijzigingen, raderingen en dergelijke voor op het kentekenbewijsformulier.


      Er zijn nu twee mogelijkheden:
  1. Het kentekenbewijsformulier voldoet niet aan de voorwaarden. Geef het kentekenbewijsformulier in dit geval terug aan de importeur/fabrikant en vraag hem een nieuw exemplaar in te leveren.

  2. Het kentekenbewijsformulier voldoet wel aan de voorwaarden. Ga in dit geval verder met de behandeling van het kentekenbewijsformulier.

Let op!

Zorg ervoor dat de resterende bladen (origineel en kopiebladen 1 en 2) van het formulier aan elkaar bevestigd blijven.

  1. Plaats op de achterzijde van het tweede kopieblad, in het vak "Stempel Douane" een afdruk van de metalen dienststempel.

  2. Vermeld de datum van behandeling van het kentekenbewijsformulier.

  3. Plaats uw paraaf.

  4. Vermeld naast de afdruk van de metalen dienststempel de letters "BN/GN".

  5. Vermeld de volgende gegevens van de aangifte waarmee het personenvoertuig werd opgeslagen in het douane-entrepot:

    • de voertuigsoort

    • de dagtekening van de aangifte

    • de plaats van aangifte

    • het volgnummer van de aangifte

  6. Teken het behandelde kentekenbewijsformulier aan in het register.

  7. Zend het behandelde kentekenbewijsformulier (origineel en kopiebladen 1 en 2) op de dag van behandeling, in een briefomslag met de letters "BN/GN", aan de RDW, Skagerrak 10, 9642 CZ Veendam.

De RDW voorziet het tweede kopieblad van het kentekenbewijsformulier van een stempelafdruk "afschrift" en stuurt dit kopieblad naar de beheerder van het douane-entrepot van waaruit het personenvoertuig wordt betrokken (hierna te noemen: de beheerder). De RDW houdt het eerste kopieblad. De beheerder brengt vervolgens kentekenplaten op het personenvoertuig aan, die overeenkomen met het BN/GN-nummer van de RDW.

Zend aan de RDW deel I van het kentekenbewijs (was origineel van het kentekenbewijsformulier) rechtstreeks aan de desbetreffende inspecteur.

Degene die een personenvoertuig voor plaatsing onder de douaneregeling tijdelijke invoer uit een douane-entrepot wil betrekken (hierna te noemen: de toerist), moet een verzoek indienen bij de betreffende inspecteur. Daarbij moet hij de volgende bescheiden overleggen:
  • het afschrift van deel I van het kentekenbewijs, dat de RDW aan de beheerder heeft gezonden

  • een aanvraagformulier voor afgifte van deel II van een kentekenbewijs dat hij persoonlijk heeft ingevuld en ondertekend. Op de plaats waar het adres moet worden ingevuld, vermeldt de toerist zijn eigen adres, dat buiten het douanegebied van de Gemeenschap moet zijn gelegen. Op de achterzijde van het aanvraagformulier moet de toerist zijn tijdelijke adres in Nederland vermelden

  • een ingevuld en ondertekend verzoek om toestemming tot plaatsing onder de douaneregeling tijdelijke invoer van een motorrijtuig en de daarbij behorende bescheiden; op het verzoek moeten ook het merk, het type, het chassisnummer en het BN/GN-nummer van het personenvoertuig zijn vermeld

  • bescheiden waaruit blijkt dat de toerist zijn normale verblijfplaats buiten het douanegebied van de Gemeenschap heeft

    Als u beslist om een toerist op zijn verzoek toestemming te verlenen tot het betrekken van een personenvoertuig voor plaatsing onder de douaneregeling tijdelijke invoer, gaat u als volgt te werk:
  1. Teken uw beslissing aan op het verzoek om toestemming tot het plaatsen onder de douaneregeling tijdelijke invoer van het personenvoertuig.

  2. Plaats op het verzoek om toestemming tot plaatsing onder de douaneregeling tijdelijke invoer de vermelding "Vrijstelling van rechten bij invoer, omzetbelasting en belasting van personenauto's en motorrijwielen onder voorwaarde van wederuitvoer". Plaats deze vermelding ook op het aanvraagformulier voor afgifte van deel II van het kentekenbewijs tot afgifte van deel II van het kentekenbewijs.

  3. Plaats bij elke vermelding een afdruk van een dienststempel en uw paraaf.

  4. Geef de volgende bescheiden aan de toerist terug:

    • het afschrift van deel I van het kentekenbewijs;

    • het aanvraagformulier voor afgifte van deel II van het kentekenbewijs;

    • de bescheiden waaruit blijkt dat de toerist zijn normale verblijfplaats buiten het douanegebied van de Gemeenschap heeft;

    • het bij u berustende deel I van het kentekenbewijs.

  5. Deel de toerist mee wat hij vervolgens moet doen:

    • Hij moet op het postkantoor deel III van het kentekenbewijs op zijn naam laten stellen en wachten op de afgifte van deel I van het kentekenbewijs.

    • Hij moet op het postkantoor de motorrijtuigenbelasting betalen, tenzij hij de motorrijtuigenbelasting over een korter tijdvak dan drie maanden wil betalen. In dat geval moet hij zich wenden tot de ontvanger.

    • Hij moet zich met het kentekenbewijs dat door de ambtenaren van het postkantoor is afgegeven (deel I en II), een geldig WA-verzekeringsbewijs en een kwitantie van betaalde motorrijtuigenbelasting melden bij de ambtenaren die zijn belast met het toezicht op het douane-entrepot.

U bent belast met het toezicht op het douane-entrepot en een toerist meldt zich met het kentekenbewijs deel I en II, een geldig WA-verzekeringsbewijs en een kwitantie van betaalde motorrijtuigenbelasting. U gaat dan als volgt te werk:
  1. Voorzie deel II van het kentekenbewijs aan de binnenzijde van de woorden "Overschrijving op andere eigenaar verboden".

  2. Voorzie deel I van het kentekenbewijs, onder de datum van afgifte, in rood van de woorden "Geldig gedurende zes maanden na afgifte" en aan de rechterzijde van een rode stempelafdruk van de laatste twee cijfers van het jaartal waarin de geldigheidsduur van het kentekenbewijs verloopt.

  3. Voorzie deel I van het kentekenbewijs aan de achterzijde, onder het vak "Bijzonderheden", van een stempelafdruk met de aanduiding "Vrijstelling van rechten bij invoer, omzetbelasting en belasting op personenauto's en motorrijwielen onder voorwaarde van wederuitvoer".

  4. Vergelijk de bescheiden met de kenmerken van het personenvoertuig en sla het personenvoertuig vervolgens uit het douane-entrepot uit.


    Met de regeling Versnelde afgifte BN/GN-kentekenbewijzen kunnen al bekentekende personenvoertuigen in een douane-entrepot worden opgeslagen, zodat ze snel aan een buitenlandse toerist kunnen worden afgeleverd. Als blijkt dat zo'n personenvoertuig dat van een bijzonder kenteken is voorzien, niet in het kader van deze regeling aan een toerist zal worden verkocht, levert de beheerder het afschrift van deel I van het kentekenbewijs in bij de inspecteur, onder vermelding van de reden waarom er geen gebruik is gemaakt van het kentekenbewijs. De inspecteur stuurt dit afschrift samen met het deel I van het kentekenbewijs aangetekend naar de RDW (ter attentie van de Ambtenaar Voorraadadministratie), onder vermelding van de reden waarom er geen gebruik is gemaakt van het kentekenbewijs.