Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

27.00.00 Zekerheidsstelling voor een mogelijke of bestaande douaneschuld

1 Inleiding

In een aantal wettelijke bepalingen staat vermeld dat er zekerheid moet of kan worden gesteld. De Belastingdienst probeert met het stellen van zekerheid de financiële risico's, die zij loopt, zoveel mogelijk te beperken.

Bij de Belastingdienst/Douane komt het stellen van zekerheid voornamelijk voor bij belastingen die verschuldigd zijn of kunnen worden op grond van Unierechtelijke en/of nationale bepalingen (bijvoorbeeld invoerrechten en accijnzen).

Er kan bijvoorbeeld ook zekerheid worden gevraagd bij het verlenen van een vergunning voor fiscaal vertegenwoordiger voor de omzetbelasting (artikel 24c, lid 3, letter d Uitvoeringsbesluit OB 1968). Deze zekerheid wordt gesteld bij de ontvanger van de Belastingdienst.

Ook kan de ontvanger zekerheid vragen bij het verlenen van uitstel van betaling.

Zoals u ziet, hoeft er niet altijd een schuld te zijn waarvoor zekerheid gesteld kan worden. Alleen al het verrichten van bepaalde handelingen waaruit een douaneschuld kan ontstaan, is voldoende om iemand zekerheid te laten stellen.

Het DWU kent buiten de verplichte zekerheid ook de mogelijkheid van facultatieve zekerheid.
(artikel 91 DWU)

In dit onderdeel wordt geen onderscheid gemaakt tussen verplichte en facultatieve zekerheid.

Naar boven

1.1 Inspecteur en ontvanger

In artikel 5, onder punt 1 van het DWU wordt gesproken over (douane)autoriteiten die voor de toepassing van de douanewetgeving bevoegd zijn. In artikel 1:3, lid 1, onderdeel d, van de Algemene douanewet staat vermeld dat onder de douaneautoriteiten wordt verstaan: de inspecteur of ontvanger.
In datzelfde artikel, lid 1, onderdeel c wordt hieronder verstaan de functionaris die met de toepassing van deze wet is belast en als zodanig bij regeling nader is aangewezen.

In artikel 1:4 van de Algemene douaneregeling en artikel 5, lid 1 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 is opgenomen dat de algemeen directeur Douane is aangewezen als inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c van de Algemene douanewet, artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in artikel 2, eerste lid, onderdeel i van de Invorderingswet 1990.

De ambtenaren zijn bevoegd indien en voor zover hen bij mandaat taken zijn toebedeeld door de inspecteur/ontvanger (de algemeen directeur Douane).

Naar boven

1.2 Toedeling van klanten

De algemene regel is dat toedeling van klanten aan de douaneregio’s zal plaatsvinden op basis van de postcode van hun vestigingsplaats.

Bepalend hiervoor is de plaats (gemeente) van waaruit de dagelijkse leiding en hoofdadministratie van de onderneming worden gevoerd.

Naar boven

1.3 Eenmalige of doorlopende zekerheid

Het is mogelijk dat er een eenmalige of doorlopende zekerheid wordt gesteld. In onderstaande tabel ziet u een uitleg van de begrippen.

Begrip

Betekenis

Bijzonderheden

Doorlopende zekerheid

Dit is een zekerheid voor twee of meer transacties, aangiften of douaneregelingen.

(artikel 89,lid 5 DWU)

  • Hiervoor is een vergunning doorlopende zekerheid vereist die wordt verleend door de betrokken douaneregio.

  • De zekerheid moet altijd vooraf worden gesteld bij douaneregio Groningen.

Eenmalige zekerheid

Dit is een zekerheid die wordt gesteld voor een bepaalde gebeurtenis.

  • De schuld kan nauwkeurig worden vastgesteld.

  • De zekerheid moet worden gesteld voordat de aangifte geldig wordt gemaakt.

Naar boven

1.4 Toepassingsgebieden zekerheid

De verplichting tot het stellen van zekerheid is voornamelijk geregeld in artikel 89 tot en met 100 van het DWU, artikel 81 tot en met 84 van de GVo DWU en artikel 147 tot en met 158 van de UVo DWU.

Ook in de Wet op de accijns en de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken is een aantal artikelen opgenomen over het stellen van zekerheid. Deze beschrijven het afdekken van financiële risico's bij de productie en handel in accijnsgoederen. Zie voor meer informatie over de zekerheid bij accijnzen en verbruiksbelasting de accijns en verbruiksbelasting voorschriften/regelgeving of paragraaf 3.2.8 van dit onderdeel.

Er zijn heffingen die op eenzelfde wijze worden geheven als accijns. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Wet belastingen op milieugrondslag (WBM). Zo valt de kolenbelasting onder het regime van de WBM. Voor deze heffing worden de zekerheidsbepalingen van de Wet op de accijns toegepast.

Daarnaast moet op grond van artikel 11:13 van Algemene douanewet een zekerheid worden geëist voor het vrijgeven van inbeslag genomen goederen.

Als er sprake is van accijns en verbruiksbelastingen bij invoer, moeten de zekerheidsbepalingen van het DWU, de GVo DWU en UVo DWU worden toegepast.

Let op!

Als er in dit onderdeel wordt gesproken over douaneschuld dan wordt hiermee bedoeld alle belastingen die bij invoer verschuldigd zijn of kunnen worden. Op grond van nationale wetgeving worden, ingeval een douaneschuld in Nederland ontstaat, namelijk naast in- en uitvoerrechten (artikel 5, punt 20 en punt 21, DWU) ook verschuldigd:

  • accijnzen;

  • verbruiksbelastingen;

  • omzetbelasting;

  • kolenbelasting.

Naar boven