Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

31.00.00 Terugbetaling en kwijtschelding

7 Terugbetaling op grond van artikel 116, lid 1, tweede alinea DWU

In hoofdstuk 2 staan de algemene procedure en de ambtelijke werkzaamheden voor een verzoek om terugbetaling. In dit hoofdstuk staat informatie die specifiek betrekking heeft op verzoeken om terugbetaling die betrekking hebben op artikel 116, lid 1, tweede alinea DWU.

Naar boven

7.1 Algemeen

Artikel 116, lid 1, Tweede alinea DWU geeft de mogelijkheid terugbetaling te verlenen wanneer een douane-aangifte ongeldig wordt gemaakt en de rechten zijn betaald.
De ongeldigmaking van de aangifte wanneer de goederen zijn vrijegegeven is geregeld in artikel 148 GVo.DWU. Zie voor meer informatie onderdeel 12.00.00 van dit Handboek.

Na vrijgave van de goederen kan de aangifte in bepaalde gevallen ongeldig worden gemaakt. Voor de terugbetaling zijn de volgende gevallen van belang:

  1. Verkeerde douaneregeling:
    Goederen zijn bij vergissing aangegeven voor een douaneregeling waarbij een douaneschuld bij invoer is ontstaan in plaats van voor een andere douaneregeling.

  2. Verkeerde goederen:
    Goederen zijn bij vergissing aangegeven in de plaats van andere goederen waarbij een douaneschuld bij invoer is ontstaan

  3. Retourzending overeenkomsten op afstand:
    Goederen verkocht in het kader van een overeenkomst op afstand zijn in het vrije verkeer gebracht en worden teruggezonden.

In deze gevallen moeten, naast het ongeldig maken van de oorspronkelijke aangifte, een aantal voorwaarden zijn vervuld bedoeld om de gevolgen zoveel mogelijk ongedaan te maken.

De volgende onderwerpen komen hierna aan bod:

  • terugbetaling bij verkeerde douaneregeling;

  • terugbetaling bij verkeerde goederen;

  • terugbetaling bij retourzendingen overeenkomsten op afstand;

  • vrijstelling bij verzoek om terugbetaling;

  • termijn voor indiening voor het verzoek om terugbetaling.

Naar boven

7.1.1 Verkeerde douaneregeling

Goederen kunnen bij vergissing zijn aangegeven voor een douaneregeling waarbij een douaneschuld is ontstaan terwijl ze onder een andere douaneregeling (als bedoeld in artikel 5, lid 16, DWU) hadden moeten worden geplaatst. In dat geval kan een verzoek om terugbetaling worden gehonoreerd wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. De goederen zijn niet gebruikt op een wijze die onverenigbaar is met de douaneregeling waaronder zij zouden zijn aangegeven als de vergissing niet was gebeurd;

  2. De goederen waarop het verzoek betrekking heeft zijn dezelfde goederen als de goederen die per vergissing voor de verkeerde douaneregeling zijn aangegeven.

  3. Op het moment van de onjuiste aangifte was voldaan aan de voorwaarden om de goederen onder de douaneregeling te plaatsen waarvoor zij zouden zijn aangegeven als de vergissing niet was gebeurd.

    De Tariefcommissie heeft nadere uitleg gegeven aan het begrip "bij vergissing aangeven terwijl ze voor een andere douaneregeling waren bestemd":

    Een kraanauto was bedoeld voor wederuitvoer en had daarom moeten worden aangegeven ten invoer met voorwaardelijke vrijstelling (tijdelijke invoer). De importeur liet de auto echter aangeven ten invoer tot verbruik met betaling van rechten omdat hij zo snel mogelijk over de auto wilde beschikken. Later werd terugbetaling gevraagd omdat er sprake zou zijn van een vergissing.

    Volgens de Tariefcommissie was er geen sprake van een vergissing. Om van een vergissing te kunnen spreken is nodig dat op het moment van de foutieve aangifte vaststond dat in feite een aangifte met andere bestemming beoogd was. De importeur had om commerciële redenen bewust de keus gemaakt de goederen te doen aangeven tot verbruik. Hij heeft geen recht op terugbetaling.
    (Uitspraak Tariefcommissie d.d. 9-12-1994, nr. 13223)

    • Er is een douaneaangifte ingediend voor de douaneregeling waaronder de goederen zouden zijn aangegeven als de vergissing niet was gebeurd. Het bewijs dat de goederen onder de douaneregeling zijn gebracht, wordt geleverd door: het overleggen van alle bewijsstukken en gegevens met betrekking tot de aanvaarde nieuwe aangifte.

    Het kan voorkomen dat goederen niet meer onder de bedoelde douaneregeling kunnen worden gebracht omdat zij zonder douanetoezicht zijn uitgevoerd of vernietigd. Onder bepaalde voorwaarden kan toch terugbetaling worden verleend op grond van artikel 116, lid 1, letter d DWU jo. artikel 180 UVo.DWU. (Zie voor de voorwaarden paragraaf 6.1.2 van dit onderdeel van het Handboek.)

U kunt bij het beoordelen van de voorwaarden genoemd onder b en c bijvoorbeeld gebruik maken van facturen of andere bescheiden die betrekking hebben op de koop en de levering van die goederen.

Naar boven

7.1.2 Verkeerde goederen

Goederen kunnen per vergissing worden aangegeven voor een douaneregeling waarbij een douaneschuld ontstaat terwijl in feite andere goederen hadden moeten worden aangegeven. In dit geval kan een verzoek om terugbetaling worden gehonoreerd als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. De bij vergissing aangegeven goederen zijn niet gebruikt op een andere wijze dan is toegestaan in hun oorspronkelijke staat en zij zijn opnieuw in hun oorspronkelijke staat gebracht;

  2. Hetzelfde douanekantoor is bevoegd voor de bij vergissing aangegeven goederen en de goederen die de aangever had willen aangeven;

  3. De goederen worden aangegeven voor dezelfde douaneregeling als de bij vergissing aangewezen goederen.

(artikel 148, lid 2 GVo.DWU)

Het bewijs voor de voorwaarde onder c kan worden geleverd door overleggen van alle bewijsstukken en gegevens met betrekking tot de aanvaarde nieuwe aangifte.

Naar boven

7.1.3 Retourzendingen overeenkomsten op afstand

Goederen die zijn verkocht in het kader van een overeenkomst op afstand kunnen, nadat zij in het vrije verkeer zijn gebracht, worden teruggezonden naar de leverancier. Onder een “overeenkomst op afstand” wordt verstaan: iedere overeenkomst die tussen de handelaar en de consument wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van handelaar en consument en waarbij, tot op en met inbegrip van het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand. Te denken valt met name aan internetverkopen. In dat geval kan een verzoek om terugbetaling worden toegestaan wanneer aan de volgende voorwaarde is voldaan:

  1. De goederen zijn uitgevoerd om te worden teruggezonden naar het adres van de oorspronkelijke leverancier of een ander door de leverancier opgegeven adres.

  2. De uitgevoerde goederen waarop het verzoek betrekking heeft zijn dezelfde goederen als de goederen die werden ingevoerd.

(artikel 148, lid 3 GVo.DWU)

Het bewijs dat de goederen zijn uitgevoerd kan worden geleverd door overleggen van alle bewijsstukken en gegevens met betrekking tot de aanvaarde aangifte ten uitvoer.

Naar boven

7.1.4 Vrijstelling

Bij een verzoek om terugbetaling kan worden gevraagd om alsnog een vrijstelling te verlenen.

U kunt dit verzoek inwilligen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. De vergunning tot vrijstelling is aangevraagd voor de invoer.

  2. De vrijstelling zou ook bij invoer zijn verleend. Daarvoor is vereist dat bij of voor de invoer aan alle voorwaarden of formaliteiten is voldaan die nodig zijn om de vrijstelling te krijgen.

  3. Alle voorwaarden en formaliteiten die van wezenlijk belang zijn moeten op het moment van indiening van het verzoek al zijn vervuld, of achteraf nog kunnen worden nagekomen. In het algemeen moeten deze voorwaarden na de invoer worden nagekomen.

  4. De goederen zijn met dezelfde bestemming ingevoerd als waarvoor de vrijstelling was gevraagd.

Naar boven

7.1.5 Termijn indiening verzoek om terugbetaling

Een verzoek om terugbetaling en ongeldigmaking van de aangifte gebaseerd op artikel 116, lid 1, laatste alinea DWU moet worden ingediend binnen 90 dagen na aanvaarding van de aangifte die ongeldig is verklaard (artikel 121, lid 1, onderdeel c DWU jo artikel 148 GVo.DWU).

Het verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard als het te laat is ingediend.

Naar boven