Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

10.40.10 Dranken met gedistilleerde en gefermenteerde alcohol

1 Dranken met gedistilleerde én gefermenteerde alcohol

Sinds eind jaren ’90 brengen fabrikanten alcoholhoudende dranken op de markt die zowel gedistilleerde als gefermenteerde alcohol bevatten. Het gaat hierbij om industriële bereidingen die onder andere bestaan uit: water, gedistilleerde alcohol, gefermenteerde alcohol, kleur-, reuk- en smaakstoffen en suiker. In de beginfase ging het vooral om premixen en alcopops, maar al snel ging het veel meer om likeurachtigen (‘likorettes’).

Doordat de Drank- en Horecawet voorschrijft dat dranken die 15% of meer alcohol bevatten uitsluitend door een slijterij mogen worden verkocht, bestaat er in Nederland een omvangrijke markt voor alcoholhoudende dranken die net iets minder dan 15% alcohol bevatten. Het gaat daarbij veelal om zwak alcoholische versies van bekende likeuren, die worden verkocht onder een iets andere naam dan de originele likeur (advocaat wordt bijvoorbeeld verkocht als ‘eierdrank’). Deze ’supermarktlikeuren’ vertonen qua smaak, kleur, presentatie en naamgeving grote gelijkenis met diverse bekende likeuren.

De indeling van deze producten in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) is bepalend voor de accijnstechnische kwalificatie als wijn, tussenproduct of overig alcoholhoudend product. De Wet op de accijns schrijft voor dat indeling moet plaatsvinden in de GN zoals deze gold in 1992. Tot op heden zijn de relevante posten van de GN echter niet ingrijpend gewijzigd, zodat de huidige tekst niet wezenlijk afwijkt van de tekst die gold in 1992.

De verwerkte gefermenteerde alcohol is veelal afkomstig van bier (maltbase) of wijnfermenten (winebase). Deze gegiste fermenten worden in veel gevallen vrijwel volledig ontdaan van alle gistingsbestanddelen door ultrafiltrage of omgekeerde osmose. De kenmerken van de gegiste drank verdwijnen daardoor: wijn ruikt en smaakt niet meer naar wijn, bier verliest haar gele kleur en schuimt niet meer, et cetera. Wat overblijft is een vloeistof die bestaat uit water en ethylalcohol. De Belastingdienst/Douane stelt zich op het standpunt dat een dergelijke vloeistof geen ’drank’ meer is in de zin van post 2203 (bier), 2204 (druivenwijn) of 2206 (fruitwijn).

De douanekamer van het Hof Amsterdam deelt deze zienswijze, zo blijkt uit een uitspraak van 27 maart 2007, nr. 04/3978 DK. Bier dat een ultrafiltratie heeft ondergaan moest ook volgens het Hof worden ingedeeld onder post 2208, als ’ethylalcohol’. Tegen dit oordeel is cassatieberoep ingesteld door de belanghebbende, maar de Hoge Raad heeft op 19-06-2009 (HR 44029) het beroep ongegrond verklaard.

Als een drank is vervaardigd op basis van een gegist ferment dat is ontdaan van vrijwel alle gistingsbestanddelen, dan dient deze drank alleen daarom al te worden ingedeeld onder post 2208. Het is immers onmogelijk om op basis van ethylalcohol een ’gegiste drank’ (bier, druivenwijn of fruitwijn) te vervaardigen.

Ook gefermenteerde alcohol waarin de gistingsbestanddelen nog wél in voldoende mate aanwezig zijn wordt gebruikt als grondstof voor de productie van diverse dranken. Bij de indeling in de GN van dranken die zowel gefermenteerde als gedistilleerde alcohol bevatten, komt men in de praktijk vrijwel nooit toe aan indelingsregel 3b: de afweging aan welke stof een mengsel zijn ’wezenlijk karakter’ ontleent. De vervaardigde dranken zijn veelal geen ’mengsels’ maar ’bereidingen’: geheel nieuwe producten met eigen kenmerken. De GS-toelichting op indelingsregel 2b geeft expliciet aan dat men bereidingen zo mogelijk als zelfstandig goed moet indelen:

X. (…) Mengsels die bereidingen zijn, als zodanig omschreven in een aantekening op een afdeling of hoofdstuk, dan wel in een post, worden ingedeeld met toepassing van regel 1.

Indelingsregel 1 stelt voorop dat voor de indeling wettelijk bepalend zijn: de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. De GN-omschrijving van post 2208 luidt:

Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van minder dan 80 % vol; gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten.

In de bewoordingen van deze post worden likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten dus met name genoemd. Hierdoor moeten vrijwel alle dranken (’bereidingen’) die zowel gefermenteerde als gedistilleerde alcohol bevatten worden ingedeeld onder post 2208. Zie in gelijke zin de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 26 januari 2006 in zaak 04/01084 betreffende Pina Colada, Whisky Cream en Apfel Cocktail, likorettes met een alcoholgehalte van 14,5%. Tegen deze uitspraak is cassatie ingesteld, waarna de Hoge raad prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Hof van Justitie EU. (C-150/08). Het Hof doet daar de volgende uitspraak:
“Dranken op basis van gegiste alcohol, die aanvankelijk strookten met post 2206 van de gecombineerde nomenclatuur in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 2587/91 van de Commissie van 26 juli 1991, waaraan in enige mate gedistilleerde alcohol, water, suikersiroop, aroma's, kleur- en smaakstoffen en - wat enkele daarvan betreft - een roombase zijn toegevoegd, waardoor zij de smaak, de geur en/of het uiterlijk van een uit een bepaalde vrucht of uit een bepaald natuurproduct vervaardigde drank hebben verloren, vallen niet onder post 2206 van de gecombineerde nomenclatuur, maar onder post 2208 daarvan.”

Naast likeurachtige dranken worden ook andersoortige dranken vervaardigd die zowel gefermenteerde als gedistilleerde alcohol bevatten. Dit zijn met name ‘breezer-achtige’ dranken met een veel lager suiker- en alcoholgehalte dan likorettes. Deze dranken worden ingedeeld onder post 2208 omdat zij gedistilleerde alcohol bevatten en daarmee voldoen aan de bewoordingen van post 2208. Indeling onder post 2206 is niet mogelijk omdat deze dranken in geen enkel opzicht (reuk, kleur, smaak en opmaak) het karakter meer hebben van een gegiste drank.

Zodra een drank is ingedeeld in de GN moet vervolgens aan de hand van de Wet op de accijns worden vastgesteld in welke accijnscategorie deze drank valt. Hierbij spelen veelal ook het alcoholpercentage en de aard van de verwerkte alcohol een rol.