Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

13.00.00 Het in het vrije verkeer brengen

2 Het in het vrije verkeer brengen: de formaliteiten en AGS

2.1 Algemeen

Voor het doen van een douaneaangifte voor het brengen in het vrije verkeer kennen we vier mogelijkheden, waaronder de elektronische aangifte.

( artikel 59 lid 1 en artikel 61 letter b CDW )

Gelet op het feit dat de elektronische aangifte de meest voortkomende vorm van aangifte doen is wordt in de volgende paragrafen deze vorm van aangifte doen beschreven. Voor het doen van een schriftelijke, een mondelinge aangifte en het doen van een aangifte door enige andere handeling wordt verwezen naar Hoofdstuk 5 van dit onderdeel van het Handboek.

Let op!

De artikelen 62 t/m 76 CDW die in de volgende paragrafen worden gebruikt, zijn primair geschreven voor het doen van een schriftelijke aangifte. Deze artikelen zijn echter mutatis mutandis van toepassing op de elektronische, de mondelinge en aangifte door enige andere handeling.

Dit betekent ook dat veel begrippen en wettelijke bepalingen die worden beschreven en toegepast bij een elektronische aangifte, onverkort van toepassing zijn bij het doen van aangiften op andere wijze.

( artikel 77 lid 1 CDW )

De wijze waarop deze aangifte moet worden gedaan en de werkzaamheden die de Douane hierbij verricht zijn opgenomen in onderdeel 12.00.00 van dit Handboek.

Hieronder zijn specifieke bepalingen opgenomen voor de douaneregeling in het vrije verkeer brengen.

Naar boven

2.1.1 Het aangiftesysteem AGS en DTV

Als de aangifte elektronisch wordt gedaan, moet dit gebeuren in het aangiftesysteem AGS. Dit systeem is het Nederlandse aangiftesysteem voor o.a. het doen voor aangiften voor het in het vrije verkeer brengen.

Voor het gebruik van het aangiftesysteem is een vergunning vereist.

( Artikel 4 bis TVo CDW en artikel 1:11 ADR )

Aan AGS zit het systeem DTV gekoppeld, het systeem Douane Tarief Voorziening. Dit systeem controleert de juistheid en bestaanbaarheid van de opgegeven goederencode in de aangifte, koppelt hier de eventuele maatregelen aan, bepaalt het juiste tarief en berekent de douaneschuld.

Ook voor aangevers is dit systeem te gebruiken om goederencodes op te zoeken, de op goederen van toepassing zijnde maatregelen te bepalen en het verschuldigde recht te berekenen. De aangever kan een voorlopige berekening laten maken door het systeem.

Ook is via dit systeem informatie te verkrijgen over tariefpreferenties en tariefcontingenten en kunnen de actuele wisselkoersen worden geraadpleegd.

In AGS dient de aangever zelf zijn aangifte te voorzien van een zogenaamd "Functional reference number ", welk nummer voor iedere ingediende aangifte uniek moet zijn. Dit nummer wordt vervolgens ook in alle retourberichten vanuit AGS vermeld.

Het systeem AGS genereert vervolgens een aangiftenummer of MRN- nummer, bestaande uit jaar, landcode en 14 posities.

Een elektronische aangifte voor in het vrije verkeer brengen kan worden verstuurd naar vier aangewezen aangiftepunten.

  • Aangiftepunt 0432 voor kantoor Schiphol;

  • Aangiftepunt 0396 voor kantoor Rotterdam;

  • Aangiftepunt 0144 voor kantoor Eindhoven;

  • Aangiftepunt 0155 voor kantoor Eindhoven, De aangiftepunten 144 en 155 mogen alleen worden gebruikt voor de aangiften door aangewezen koeriersbedrijven en PostNL

In AGS wordt de mogelijkheid aan aangevers geboden via elektronisch berichtenverkeer over individuele aanvaarde aangiften met de douane te communiceren. Een aangever kan bijvoorbeeld:

  • Het aanbrengen van de goederen bij een voorafaangifte via elektronisch wegaan de douane melden;

  • Het elektronisch vragen van een wijziging van zijn aangifte o.g.v. artikel 65CDW;

  • Het elektronisch vragen om ongeldig making van de aangifte als de goederennog niet zijn vrijgegeven.

Bij deze laatste twee verzoeken dienen uiteraard de wettelijke eisen te stellen aan deze verzoeken te worden beoordeeld door de douane.

Waar dit noodzakelijk is, wordt in de volgende paragrafen kort een uitleg gegeven over de werking van AGS bij de diverse aspecten en formaliteiten van de aangiften voor het in het vrije verkeer brengen.

Naar boven

2.1.2 De aangever

Voor de douaneregeling in het vrije verkeer brengen geldt dat de aangifte gedaan kan worden door een ieder, die in staat is de goederen aan te brengen aan het douanekantoor en die alle bescheiden kan overleggen noodzakelijk voor de toepassing van de bepalingen die gelden voor de douaneregeling waarvoor de goederen zijn aangegeven.

Er zijn geen bijzondere verplichtingen die ontstaan door de aanvaarding van de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen.

( Artikel 64 lid 1 CDW en artikel 64 lid 2 letter a CDW )

Dit betekent dan ook dat de aangever geen eigenaar van de goederen hoeft te zijn.

Voorbeeld:

Doet een importeur op eigen naam en voor eigen rekening de aangifte, dan krijgt hij binnen het aangiftesysteem AGS de status 1. Naast de eigenlijke importeur kan de aangifte kan dus ook op eigen naam en voor eigen rekening worden gedaan door logistiek dienstverleners, bijvoorbeeld expediteurs. Deze dient dan de goederen bij het douanekantoor te kunnen aanbrengen en over alle benodigde bescheiden te beschikken die de toepassing van de douaneregeling in het vrije verkeer brengen mogelijk maken. Ook deze krijgt dan binnen het aangiftesysteem AGS status 1.

( artikel 4 lid 18 CDW )

Naar boven

2.1.3 Directe vertegenwoordiging

Een logistiek dienstverlener kan de eigenaar of belanghebbende van de goederen ook direct vertegenwoordigen. In dat geval is de eigenaar de aangever en wordt tevens schuldenaar voor de ontstane douaneschuld. Binnen AGS is dan sprake van status 2.

In vak 14 van de aangifte is dan de vertegenwoordiger opgenomen, terwijl in vak 9 de vertegenwoordigde is vermeld. De vertegenwoordigde wordt niet vermeld door de NAW-gegevens, maar door het aan hem toegekende EORI-nummer. Gaat het om een particulier, dan kan het BSN-nummer worden gebruikt.

De aangifte wordt nu in directe vertegenwoordiging gedaan op naam en voor rekening van de vertegenwoordigde.

( Artikel 5 lid 1 en lid 2/ eerste streepje CDW )

Naar boven

2.1.4 Indirecte vertegenwoordiging

Het is ook mogelijk dat de logistieke dienstverlener optreedt als indirect vertegenwoordiger. De indirecte vertegenwoordiger is dan de aangever, hij doet op eigen naam aangifte. We spreken dan binnen AGS van status 3. Zijn naam wordt vermeld in vak 9 van de aangifte.

De vertegenwoordigde is dan de persoon voor wiens rekening de aangever wordt gedaan. Zijn gegevens worden opgenomen in vak 14. De vertegenwoordigde wordt niet vermeld door de NAW-gegevens, maar door het aan hem toegekende EORI-nummer. Gaat het om een particulier, dan kan het BSN-nummer worden gebruikt.

Beide zijn dan aan te merken als schuldenaar en hoofdelijk aansprakelijk voor de ontstane douaneschuld door de aanvaarding van de aangifte.

( artikel 5 lid1 en 5 lid 2/ tweede streepje CDW, artikel 201 lid 3 CDW en artikel 213 CDW)

Let op!

Bij beide bovenstaande vormen van vertegenwoordiging dient de vertegenwoordiger te beschikken over een machtiging van de vertegenwoordigde. De douane kan de overlegging van dit bewijs eisen.

Het niet kunnen overleggen van deze machtiging leidt ertoe dat de vertegenwoordiger wordt geacht de aangifte op eigen naam en voor eigen rekening te hebben gedaan. De aangifte verandert dan van status 2 of 3 naar status 1.

De vertegenwoordiging is nu niet geaccordeerd en de logistieke dienstverlener wordt nu ook de schuldenaar.

( Artikel 5 leden 4 en 5 CDW )

Naar boven

2.1.5 De aanvaarding

Een aangifte die aan alle eisen voldoet, dient door de douane onmiddellijk te worden aanvaard. Van de aanvaarding wordt mededeling gedaan aan de aangever.

In de paragrafen 2.1.3., 2.1.5. en 2.1.6. van onderdeel 12.00.00 van dit Handboek zijn de eisen voor aanvaarding opgenomen.

( Artikel 63 CDW en artikel 203 lid 1 TVo CDW )

De datum van aanvaarding is vervolgens bepalend voor:

  • het ontstaan van de douaneschuld;

  • welke heffingsgrondslagen moeten worden toegepast;

  • welk douanerecht van toepassing is en;

  • of er sprake is van verboden of beperkende maatregelen.

( artikel 67 CDW )

Naar boven

2.1.6 De invulling van de aangifte

De aangifte dient alle vermeldingen te bevatten die nodig zijn voor de bepalingen die gelden voor de douaneregeling waarvoor de goederen worden aangegeven.

(Artikel 62 lid 1 CDW, artikel 212 lid 1 TVo CDW en Bijlage 37 TVo CDW )

Nationaal kunnen deze vermeldingen nog worden aangevuld. Nederland heeft hier gebruik van gemaakt.

( Artikel 2:1 letter g ADW, artikel 2:11 ADR en Bijlage VI ADR )

Naar boven

2.1.7 Bescheiden bij de aangifte

Bij een aangifte voor het vrije verkeer brengen moeten of kunnen in beginsel een aantal bescheiden worden overgelegd om de aangifte te kunnen aanvaarden.

( Artikel 62 lid 2 CDW ).

Deze bescheiden dienen ter onderbouwing van beweringen in de aangifte, zoals over de oorsprong, de douanewaarde, de goederensoort, het gewicht etc.

Bij een aangifte voor het in het vrije verkeer brengen moeten of kunnen de volgende bescheiden worden overgelegd:

  • De factuur

  • De DV.1

  • De documenten die vereist zijn voor de toepassing van een preferentiële tariefregeling of van iedere andere van de normale voorschriften afwijkende regeling die op de aangegeven goederen van toepassing is

  • Alle andere bescheiden die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de bepalingen voor het in het vrije verkeer brengen

  • Paklijst

Naar boven
2.1.7.1 De factuur.

Dit bescheid moet altijd bij het doen een aangifte in het vrije verkeer aanwezig en op aanvraag worden overlegd. Een factuur is een bescheid dat een specificatie inhoudt van de geleverde goederen. Het bevat tenminste de volgende punten:

  • naam, adres en woonplaatsgegevens van de verkoper

  • naam, adres en, woonplaatsgegevens van de koper

  • gegevens over de goederen: hoeveelheid, prijs, kwaliteit en leveringsvoorwaarden en betalingscondities

Naar boven
2.1.7.2 Een D.V.1.

Dit bescheid moet in de in de wetgeving opgenomen gevallen worden overlegd, om de in de aangifte vermelde douanewaarde te kunnen onderbouwen. Een D.V.1 is een formulier voor de opgave van gegevens betreffende de douanewaarde van de goederen. Bij een elektronische aangifte wordt ook de D.V.1 elektronisch aangeleverd. (artikelen 178 en volgende TVo. CDW)

Als een aangever verzoekt om een berekening van de douanewaarde door het aangiftesysteem AGS, dan moet de DV 1 volledig worden ingevuld.

Naar boven
2.1.7.3 De documenten die vereist zijn voor de toepassing van een preferentiële tariefregeling of van iedere andere van de normale voorschriften afwijkende regeling die op de aangegeven goederen van toepassing is.

Deze bescheiden moeten alleen worden overlegd als de aangever aanspraak maakt op het preferentiële tarief.

Voor de toepassing van preferentiële tariefregelingen worden in het handelsverkeer verschillende documenten (certificaten) gebruikt. Dit zijn bijvoorbeeld een certificaat betreffende goederenverkeer EUR.1, een formulier EUR.MED, een certificaat van oorsprong Formulier A, een certificaat ATR.

Ook bij autonome schorsingsregelingen moeten soms certificaten worden overgelegd. Een dergelijk schorsingsmaatregel voorziet in een verlaging of vrijstelling van de rechten bij invoer. Een voorbeeld van een dergelijk certificaat is het Echtheidscertificaat rundvlees.

Bovendien kunnen bepaalde goederen door hun aard of bijzondere bestemming in aanmerking komen voor een gunstige tariefbehandeling. Toepassing van een dergelijke gunstige tariefbehandeling is vaak afhankelijk van de overlegging van certificaten.

Naar boven
2.1.7.4 Alle andere bescheiden die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de bepalingen voor het in het vrije verkeer brengen.

Deze stukken dienen om aan te tonen dat aan de nationale of EU- voorwaarden is voldaan. Bijvoorbeeld een grenspassagecertificaat waaruit blijkt dat levende dieren en bepaalde veterinaire producten bij het binnenbrengen zijn aangemeld en bij de keuring in orde zijn bevonden. Ook vallen hier invoervergunning onder afgegeven door de CDIU, waarvan de vrijgave van de goederen afhankelijk is.

In een aantal gevallen communiceert het aangiftesysteem AGS rechtstreeks met de elektronische systemen van de afgevende instanties. Deze communicatie vindt plaats voordat de aangifte door AGS wordt aanvaard. Blijkt bij deze communicatie dat het vereiste bescheid niet bestaat of dat een ontoereikende hoeveelheid ter beschikking staat, wordt de aangifte niet verder gestuurd naar het aangiftesysteem AGS. De aangever krijgt hiervan bericht.

( Zie verder paragraaf 2.1.7. van onderdeel 12.00.00 van dit Handboek. )

Naar boven
2.1.7.5 Een paklijst.

Wanneer eenzelfde soort goederen in verscheidene colli wordt aangeboden, kan de Douane eisen dat een paklijst of een gelijkwaardig bescheid wordt overgelegd, waarin de inhoud van ieder collo is vermeld.

Voor alle bescheiden staat een code in de Toelichting Enig document. Nationaal zijn deze codes opgenomen in het Codeboek Douane.

(artikel 218 lid 1 Tvo.CDW)

Naast de bovenstaande bescheiden waarvan de aanvaarding van de aangifte afhankelijk is kan zijn, kan een controlerend ambtenaar in het kader van een controle andere bescheiden opvragen, zoals koopcontracten, betalingsbewijzen en uittreksel uit bankafschriften.

( artikel 68 letter a CDW ).

Alle door de douane opgevraagde bescheiden moeten via een landelijke e-mailpostbus bij de douane worden ingediend.

Let op!

Het is op dit nog niet mogelijk deze bescheiden direct of op verzoek van de douane in het systeem AGS te uploaden. Deze mogelijkheid zal in de toekomst wellicht mogelijk worden. Op dit moment kan wel de DV 1 langs elektronische weg bij de douane worden ingediend.

Naar boven

2.1.8 Niet hoeven overleggen bescheiden bij doen aangifte

De communautaire wetgeving maakt het mogelijk dat, indien een aangifte elektronisch wordt gedaan, de bescheiden niet samen met de aangifte hoeven te worden overlegd aan de douane. Dit staat bekend als de zogenaamde “papierloze aangifte”.( artikel 224 TVo CDW )

De Nederlandse douane heeft dit uitgewerkt voor het in het vrije verkeer brengen. Concreet betekent dit dat bepaalde bescheiden niet hoeven te worden getoond op het moment van aanvaarden van de aangifte.

Deze werkwijze wordt toegestaan voor de factuur, de DV1. het preferentiële certificaat van oorsprong, niet preferentiële oorsprongsbescheiden, door de Belastingdienst/Centrale Dienst Invoer, Uitvoer (B/CDIU)afgegeven invoervergunningen en toezichtdocumenten.

Bij de DV1 moet opgemerkt worden dat deze gegevens over het algemeen niet meer op papier worden aangeleverd maar dat ze zijn opgenomen in de elektronische aangifte ten invoer.

Voor de invoervergunningen, die door B/CDIU worden afgegeven, geldt dat AGS voor de aanvaarding van een aangifte automatisch controleert of de opgegeven vergunning bestaat en of er nog voldoende saldo openstaat op die vergunning om de aangegeven partij af te kunnen schrijven.

Als de aangifte wordt geselecteerd voor controle is het overleggen van de bescheiden op aanvraag van de douane wel vereist. De aangever krijgt hiervan bericht, het zogenaamde DMSCTL- bericht.

De door de douane opgevraagde elektronische bescheiden worden ook elektronisch gearchiveerd.

(artikel 77 lid 2 CDW)

Naar boven

2.1.9 Het vervullen van verdere formaliteiten

Naast het moeten doen van een aangifte zijn er nog enkele andere formaliteiten.

Het gaat hier om het in acht nemen van nationale of EU voorwaarden op het gebied van het EU landbouwbeleid, de handelspolitiek (onder andere maatregelen van toezicht of vrijwaringsmaatregelen, kwantitatieve beperkingen, invoerverboden), veterinaire en fytosanitaire maatregelen en maatregelen in het kader van de volksgezondheid, de milieuwetgeving, de openbare orde en verkeer en veiligheid.

Dit betekent veelal het overleggen van vergunningen, certificaten en/ of ontheffingen. Deze bescheiden moeten door een code in de aangifte worden vermeld en worden door AGS bij de aanvaardingscontrole gecontroleerd. Het niet hebben van een of meer van deze bescheiden leidt tot het niet aanvaarden van de aangifte.

Een verdere controle op juistheid, geldigheid, juiste afgevende autoriteit etc. vindt in voorkomende gevallen plaats bij een controle van de aangifte. De douane kan dan vragen deze bescheiden te overleggen.

( Artikel 58 lid 2 CDW en artikel 68 CDW )

De regelgeving op deze terreinen vindt u in dit Handboek, onderdeel 13.01.00 en het Handboek VGEM

Voor alle bescheiden staat een code in de Toelichting Enig document. Nationaal zijn deze codes opgenomen in het Codeboek Douane < link naar http://belastingnet.belastingdienst.nl/csag/static/html/intro.html>.

Naar boven

2.1.10 Wijziging van de aangifte

De aangever mag na de aanvaarding van de aangifte verzoeken om een of meer vermeldingen in de aangifte te wijzigen. Hij kan hiertoe een verzoek doen via het aangiftesysteem AGS.

( artikel 65 CDW )

Deze wijziging moeten zien op schrijffouten en fouten die zijn gemaakt bij het overnemen van gegevens in de aangifte van bijvoorbeeld bescheiden als de factuur. De wijziging mag nooit tot gevolg hebben dat de aangifte betrekking gaat hebben op andere goederen dan die waar zij oorspronkelijk betrekking op had, omdat door een wijziging de door de aanvaarding ontstane douaneschuld niet te niet gaat.

Andere eisen aan de wijziging zijn dat de douane aan de aangever al hun voornemen hebben kenbaar gemaakt de goederen aan een onderzoek te onderwerpen, al hebben geconstateerd dat de betrokken vermeldingen onjuist zijn of de goederen al hebben vrijgegeven.

In het laatste geval kan een aangever een beroep doen op de mogelijkheden om een verzoek om teruggaaf of kwijtschelding in te dienen, dan wel in bezwaar te gaan tegen zijn eigen aangifte.

( artikel 236 CDW en artikel 243 CDW )

Een verzoek om wijziging van de aangifte moet altijd door de douane worden beoordeeld.

Naar boven

2.1.11 Het ongeldig maken van een aangifte

Een aangever kan aan de douane verzoeken een aanvaarde aangifte ongeldig te maken. Waar bij een wijziging van de aangifte een of meer vermeldingen in de aangifte worden gewijzigd, wordt door het ongeldig maken van de aangifte alle ontstane verplichtingen voor de aangever teniet gedaan, inclusief de door aanvaarding ontstane douaneschuld.

Hij kan dit verzoek doen via het aangiftesysteem AGS. Er zijn twee mogelijkheden:

Naar boven
2.1.11.1 Ongeldig maken voor vrijgave

- De goederen zijn door vergissing voor de in de aangifte genoemde douaneregeling aangegeven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een aangifte voor het in het vrije verkeer brengen, terwijl de goederen eigenlijk onder de douaneregeling Actieve Veredeling onder schorsing hadden moeten worden geplaatst. Eis is dan wel dat er op moment van de aangifte in het vrije verkeer brengen een vergunning was voor deze economische schorsende regeling.

- Een aangever kan een aangifte voor het in het vrije verkeer brengen hebben gedaan, terwijl in de aangifte aanspraak had moeten worden gemaakt op een gehele op gedeeltelijke vrijstelling van rechten omdat de goederen passief veredeld zijn.

- Er zijn bijzondere omstandigheden, waardoor plaatsing onder de gevraagde douaneregeling niet meer gerechtvaardigd is. Deze omstandigheden zijn bijvoorbeeld de ondeugdelijkheid van de goederen, een verkeerde levering of het bedorven zijn van de goederen.

( artikel 66 lid 1 en 2 CDW )

Let op!

Het feit dat een douaneschuld hoger uitvalt dan de aangever zelf had berekend op het moment van het indienen van de aangifte, is geen bijzondere omstandigheid.

Een correctie door de douane, zoals het veranderen van de douanewaarde of het bevinden van een andere tariefpost, die tot een hogere douaneschuld leiden zijn dus geen bijzondere omstandigheden.

Ook het feit dat een gevraagde tariefpreferentie niet kan worden toegepast of een aanvraag tariefcontingent niet of slecht gedeeltelijk wordt toegewezen, is geen bijzondere omstandigheid.

Doordat het ongeldig verklaren aan strikte wettelijke regels gebonden is, dient elk verzoek door de douane te worden beoordeeld.

Naar boven
2.1.11.2 Ongeldig making na vrijgave

Wordt er een verzoek gedaan tot ongeldig verklaring na de vrijgave van de goederen, dan wordt dit verzoek niet meer gedaan via communicatie met het aangiftesysteem AGS. De aangever moet hiervoor een afzonderlijk verzoek doen, onder overlegging van alle relevante bewijsstukken.

Het gaat hier dan om gevallen dat duidelijk sprake is van fouten door de aangever gemaakt bij het doen van de aangifte, zoals het kiezen voor de verkeerde douaneregeling, die dan ook ten onrechte heeft geleid tot het ontstaan van een douaneschuld, zoals kiezen voor het in het vrije verkeer brengen, terwijl de goederen geplaatst hadden moeten worden onder de douaneregeling Tijdelijke Invoer.

( artikel 66 lid 2 CDW en artikel 251 TVo CDW )

Dit verzoek tot ongeldig maken dient binnen drie maanden na aanvaarding van de ( onjuiste ) aangifte te worden gedaan, waarbij een belangrijke eis is dat de goederen na de vrijgave niet gebruikt zijn op een wijze als toegestaan onder de juiste douaneregeling.

Zijn bijvoorbeeld goederen na de vrijgave voor het in het vrije verkeer brengen verwerkt tot een ander product, terwijl onder de juiste douaneregeling Actieve veredeling onder schorsing alleen reparatie was toegestaan, dan kan de ongeldigverklaring niet meer worden toegestaan.

Een ongeldigverklaring leidt ertoe dat de douanerechten kunnen worden terugbetaald/ kwijtgescholden en dat de goederen hun communautaire status verliezen. De aangever moet een verzoek om teruggaaf/ kwijtschelding indienen.

( artikel 237 CDW en artikel 83 letter a CDW )

Let op!

Door het ongeldig maken van de aangifte verliezen de goederen de communautaire status en dienen dus z.s.m. onder de juiste douaneregeling te worden geplaatst door het doen van een aangifte voor deze douaneregeling.

Naar boven

2.1.12 Geen splitsing van de aangifte door de douane

Het kan voorkomen dat tijdens een controle op een aanvaarde aangifte:

  • naast de aangeven goederensoort nog een andere goederensoort wordt bevonden, vallende onder een andere indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur, bijvoorbeeld 300 houten beelden aangegeven, bevonden 300 houten beelden en 50 beelden van gips;

  • in de hoeveelheid aangeven goederen onder een bepaalde tariefpost in de Gecombineerde Nomenclatuur, nog andere goederen vallende onder een andere tariefpost worden bevonden, bijvoorbeeld 300 houten beelden aangegeven, bevonden 200 houten beelden en 100 gipsen beelden.

In het eerste geval wordt aan de aangever gevraagd een aangifte te doen voor 50 beelden van gips, terwijl in het tweede geval de aanvaarde aangifte wordt gecorrigeerd naar 200 houten beelden en voor de 100 gipsen beelden wordt de aangever gevraagd een nieuwe aangifte te doen.

Het is niet mogelijk voor de controlerende ambtenaar om een zelf een splitsing in de aanvaarde aangifte te maken. Het doen van een aangifte is in AGS nadrukkelijk belegd bij de aangever en niet bij de douane.

( artikel 68 a en letter b CDW )

Naar boven

2.1.13 De Voorafaangifte

Voor het kunnen aanvaarden van een aangifte voor het in het vrije verkeer brengen is het aanbrengen van de goederen bij de douane een vereiste.

( artikel 63 CDW )

De communautaire wetgever heeft de mogelijkheid geboden om al een aangifte te doen voordat de goederen bij de douane zijn aangebracht. Op deze manier kan een aangever zijn logistiek proces versnellen dan wel inspelen op een komende tariefwijziging. Deze aangifte noemen we de voorafaangifte.

( artikel 201 lid 2 TVo CDW )

Wordt een voorafaangifte in het systeem AGS gedaan, dan wordt deze nog niet aanvaard. Wel kan al een controleselectie op de aangifte plaatsvinden om te bepalen of een controle na het aanbrengen van de goederen dient plaats te vinden. AEO- gecertificeerde bedrijven worden direct geïnformeerd over het selectieresultaat. Andere bedrijven ontvangen het selectieresultaat pas nadat de goederen daadwerkelijk zijn aangebracht.

De aangifte wordt pas aanvaard als de goederen, binnen zeven dagen na het doen van de voorafaangifte, bij de douane worden aangebracht. De aangever kan hiertoe zijn aangifte door een elektronisch bericht in AGS aanvullen. Dit bericht dan dient een ander "Functional Reference Number" te krijgen dan het oorspronkelijke bericht.

De eventuele controle door de douane kan nu, doordat de goederen zijn aangebracht, plaatsvinden.

Wordt, binnen de termijn van zeven dagen, geen melding gedaan dat de goederen zijn aangebracht, wordt de aangifte automatisch uit het systeem AGS verwijderd. Dit heeft voor de aangever geen verdere gevolgen.

Let op!

Het is niet mogelijk voor de douane of de aangever om de termijn van zeven dagen te verlengen.

( artikel 201 lid 2 TVo CDW, artikel 2:1 letter g ADW en artikel 2:9 ADR )

De voorafaangifte mag niet worden verward met de mogelijkheid de ENS, verplicht bij binnenkomst, te vervangen door een aangifte voor een douaneregeling. Deze mogelijkheid binnen het proces binnenbrengen is en wordt niet opgenomen in de modaliteiten van AGS

( artikel 36 quater lid 1 CDW ).