Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

15.50.00 Douane-entrepots

8 Gezamenlijke opslag

8.1 Algemeen

Gezamenlijke opslag is de opslag in hetzelfde douane-entrepot van goederen die gelijksoortig zijn maar waarvan de douanestatus verschilt. Met douanestatus wordt bedoeld of sprake is van niet-communautaire goederen dan wel van communautaire goederen.
(artikel 4 CDW)

De communautaire wetgeving maakt gezamenlijke opslag in douane-entrepots mogelijk onder voorwaarde dat het douanetoezicht niet in het gedrang komt.
(artikel 106 CDW; artikel 534 TVo. CDW)

Gezamenlijke opslag kan voorkomen in de volgende gevallen:

  • communautaire goederen en de niet-communautaire goederen zijn van elkaar te onderscheiden (voorbeeld communautaire koffiebekers en niet-communautaire fietsen)
    (artikel 534 lid 1 TVo.CDW)

  • communautaire goederen en de niet-communautaire goederen zijn niet van elkaar te onderscheiden.
    (artikel 534 lid 2 TVo.CDW)

In alle gevallen moeten de gegevens over de gezamenlijke opslag in de voorraadadministratie van het entrepot zijn vermeld zodat controle op de douanestatus van de aanwezige goederen mogelijk is.
(artikel 529 TVo. CDW)

Naar boven

8.2 Niet van elkaar te onderscheiden communautaire en niet-communautaire goederen

Massagoederen of bulkgoederen zoals chemicaliën, vloeistoffen, gassen, granen, enzovoort worden veelal opgeslagen in bijzondere opslagmiddelen, zoals opslagtanks en silo's.

Bij normale bedrijfsvoering is het bij bepaalde goederenstromen niet altijd mogelijk is om te allen tijde de status te onderscheiden. Door deze en andere redenen (onder andere milieu, energievoorziening en energiebesparing) hebben de wetgever voor deze goederen de gezamenlijke opslag mogelijk gemaakt.

Doordat communautaire goederen en niet communautaire goederen in dezelfde tank zijn opgeslagen is het niet meer mogelijk om de douanestatus van elke afzonderlijke druppel of korrel vast te stellen. Bij die opslag wordt daarom de douanestatus verbonden aan de hoeveelheid goederen zoals zij voorkomen in de administratie van het entrepot. Vereist is bij deze opslag dat het gaat om gelijkwaardige goederen.
(artikel 534, lid 2 en 3 TVo. CDW)

Naar boven

8.2.1 Gelijkwaardige goederen

De gezamenlijke opslag is alleen toegestaan als de goederen gelijkwaardig zijn. Hiervoor stellen de wettelijke bepalingen de volgende voorwaarden:

  1. de goederen vallen onder dezelfde onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur; en

  2. de goederen hebben dezelfde handelskwaliteit en technische kenmerken.

De vermenging van de partijen goederen is onder deze omstandigheden in beginsel niet bezwaarlijk.

Er kunnen wel bijzondere bepalingen zijn die gezamenlijke opslag verhinderen of waar gezamenlijke opslag een mogelijke fiscaal recht zou doorkruisen. Voorbeeld: preferentiële bepalingen die alleen toepasbaar zijn op een specifieke partij goederen.

In zo’n geval zou de preferentie verloren kunnen gaan ondanks de gelijkwaardigheid van goederen.
artikel 534 TVo. CDW

Naar boven

8.2.2 Olie en olieproducten

Ook voor de gezamenlijke opslag in entrepot van olie en olieproducten geldt de eis van gelijkwaardigheid. Vanwege de grote verscheidenheid van goederen in deze sector is voor gelijkwaardigheid aansluiting gezocht bij de in het handelsverkeer gebruikelijke elementen. Het betreft de benamingen, kwaliteitsnormen en technische kenmerken van deze goederen. De aldus verkregen criteria zijn verwerkt in de GN-code, opgenomen in de gecombineerde nomenclatuur van de EG.

Voor de gezamenlijke opslag kunnen als gelijkwaardig worden beschouwd de producten die onder dezelfde GN-code zijn in te delen.

Voor bepaalde soorten aardoliën en producten daarvan gelden aanvullende criteria. Deze staan in bijlage 3.

De opslag van deze goederen vindt plaats in opslagtanks. Meestal zijn de tanks onderling met elkaar verbonden. Bij deze goederensoorten is voor de vaststelling van de douanestatus de begrenzing van de tanklocatie bepalend. Bij deze opslag is het mogelijk om gelijkwaardige partijen uit de diverse tanks met elkaar te verwisselen onder voorwaarde dat het gaat om goederen van dezelfde eigenaar, die zich bevinden op dezelfde locatie. De belanghebbende moet de douanestatus kunnen aantonen. Er kan voor deze verwisseling dus niet vooruitgelopen worden op de komst van goederen die elders zijn of nog onderweg zijn.

De locatie moet in dit verband een afgesloten werkgebied zijn. Dit gebied kan bestaan uit een of meer aaneengesloten kadastrale percelen die in gebruik zijn bij dezelfde vergunninghouder. Als door dit werkgebied een openbare weg loopt, is dat geen belemmering voor het aanmerken als één locatie.

In verband met de eis dat de goederen gelijkwaardig moeten zijn, is vastgesteld welke soorten aardolie en aardolieproducten voor de gezamenlijke opslag als gelijkwaardig worden aangemerkt. Zie hiervoor bijlage 3.

Naar boven

8.2.3 Toerekening douanestatus massagoederen

Bij de uitslag moet de entreposeur of de entrepositaris aangeven met welke douanestatus een hoeveelheid goederen wordt uitgeslagen. Die hoeveelheid kan niet groter zijn dan de hoeveelheid goederen met die douanestatus die zich in het entrepot bevindt op het tijdstip van de aanzuivering. De voorraadadministratie moet een juiste toepassing van deze regel waarborgen.
(artikel 534 TVo. CDW)

Voorbeeld
In een tank is opgeslagen 10.000 liter niet-communautaire zwavelzuur en 5.000 liter communautair zwavelzuur. Bij de uitslag uit de tank kan dan voor maximaal 5.000 liter zwavelzuur aanspraak worden gemaakt op de communautaire status.

Verschillen
Bij toepassing van gezamenlijke opslag kunnen verschillen zijn ontstaan. Dat kan bijvoorbeeld doordat goederen verloren gaan of verdampen. In dat geval wordt het verlies van de niet-communautaire goederen vastgesteld en erkend in verhouding tot de totaal opgeslagen hoeveelheden op het tijdstip van het verlies. De toerekening vindt dus verhoudingsgewijs plaats.
(artikel 534 TVo. CDW)

Naar boven

8.3 Toestemming gezamenlijke opslag

Voor de gezamenlijke opslag moet de entreposeur toestemming hebben gekregen van de Douane. De doorlopende toestemming kan in de vergunning douane-entrepot zijn opgenomen (vak 22). Betreft het een eenmalig verzoek, dan moet de entreposeur daarvoor een schriftelijk verzoek in tweevoud bij het controlekantoor indienen. Het verzoek moet alle bijzonderheden bevatten die voor het douanetoezicht van belang zijn.
(artikel 106 CDW; artikelen 529, 534 TVo. CDW)

De gegevens die het verzoek moet bevatten zijn ten minste:

  • de soort van de goederen met vermelding van de GN-code

  • de hoeveelheid (colli, aantal stuks, kg, liters, meters, enzovoort)

  • de identiteitsgegevens (merken en nummers op de goederen of op hun verpakkingen)

  • de locatie van de goederen in het entrepot

Afhankelijk van de omstandigheden kan een toestemming worden verleend of worden geweigerd (bijvoorbeeld bij onaanvaardbare fiscale of niet-fiscale risico's).

Naar boven