Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

12.00.00 Plaatsing van goederen onder een douaneregeling

8 Vrijgave

Dit hoofdstuk behandelt de vrijgave. Paragraaf 8.2 maakt onderscheid tussen de vrijgave bij aangiften aangebracht in Sagitta, aangiften niet aangebracht in Sagitta.

Naar boven

8.1 Algemeen

De definitie van vrijgave van goederen vindt u in artikel 4, lid 20, CDW. Het is een actie van de Douane. De Douane stellen de goederen ter beschikking voor de doeleinden van de douaneregeling waaronder zij geplaatst zijn.

Naar boven

8.1.1 Verbods- of beperkende maatregelen

De goederen kunnen niet vrijgegeven worden als er verbods- of beperkende maatregelen van toepassing zijn.
( artikel 73, lid 1, CDW)

U kunt hierbij denken aan de VGEM voorschriften. Deze kunnen de vrijgave van de goederen verhinderen. Bedreigde uitheemse dier-, plantensoorten mogen bijvoorbeeld alleen met een vergunning binnengebracht worden. Voor deze en andere niet-fiscale douanetaken: zie het Handboek VGEM.

Naar boven

8.2 Procedures, ambtelijke werkzaamheden

De goederen worden vrijgegeven als:

  • de verificatie van de aangifte is beëindigd

  • de verificatie van de aangifte is aangehouden

  • de aangifte administratief is afgedaan
    In AGS wordt de beëindiging van de verificatie aangeduid als een definitief douanestandpunt en aangehouden verificatie als een aangehouden douanestandpunt.

De verificatie van een aangifte kan aangehouden worden als de goederen niet meer aanwezig hoeven te zijn voor de verificatie.
(artikel 73 CDW)

Er zijn diverse situaties waarin dit het geval is, bijvoorbeeld in geval van:

  • een monsteronderzoek door het Laboratorium

  • een waarde-onderzoek

  • een onvolledige aangifte

  • opvraag van gegevens of bescheiden door de Douane bij verificatie

  • voorlopige anti-dumpingheffing

Alle goederen die op een aangifte staan, worden tegelijkertijd vrijgegeven. Soms omvat een aangifte meerdere artikelen (volgnummers). In zo'n geval wordt elk artikel door het CDW als een aparte aangifte beschouwd. De goederen kunnen dus volgens het CDW ook per artikelnummer apart vrijgegeven worden.
( artikel 73, lid 2, CDW)

Van de mogelijkheid om goederen per artikel vrij te geven, wordt in Nederland geen gebruik gemaakt.

Voordat u de goederen vrijgeeft, moet u zich ervan overtuigen dat de verschuldigde belasting is betaald of dat daarvoor zekerheid is gesteld.
( artikel 74 CDW)

We kunnen hierbij twee procedures onderscheiden:

  • elektronische aangiften

  • overige aangiften

Verdere uitwerking van de vrijgave vindt u in de onderdelen van dit Handboek waar deze douaneregelingen in detail worden uitgewerkt.

Naar boven

8.3 Nadere regels

8.3.1 Maatregelen bij niet-vrijgave of verzuim wegvoering

De Douane kan bestuursdwang toepassen als:

  • de goederen niet konden worden vrijgegeven

  • de goederen na vrijgave niet binnen een redelijke termijn zijn weggevoerd

Bij het toepassen van bestuursdwang kunt u denken aan inbewaringneming, verkoop of vernietiging (artikel 1:31 Algemene douanewet). Inbewaringneming moet worden onderscheiden van inbeslagneming. Artikel 1:37 Algemene douanewet geeft aan welke zaken in beslag genomen kunnen worden.

Artikel 75 CDW geeft vier redenen die bij niet-vrijgave tot dwangmaatregelen kunnen leiden. Deze zijn:

  • de fysieke controle van de goederen kon niet binnen de gestelde termijnen worden begonnen of voortgezet, dit is aan de aangever te wijten

  • de vereiste bescheiden worden niet overgelegd

  • de belasting wordt niet betaald of er wordt geen zekerheid gesteld

  • er zijn verbods- of beperkende maatregelen

Soms moet eerst een termijn vastgesteld worden voordat dwangmaatregelen kunnen worden toegepast. Dit geldt voor het niet overleggen van de bescheiden. Blijft de aangever in gebreke, dan wordt de aangifte buiten werking gesteld. Ondanks de buitenwerkingstelling kan de aangever bekeurd worden. Dit kan uiteraard alleen als hij de wettelijke regels heeft overtreden.
(artikel 250, leden 1, 2 TVo. CDW, artikel 66, lid 3 CDW).

Ook als de aangever de belasting niet betaalt of geen zekerheid stelt, moet u een termijn vaststellen. Binnen deze termijn moet de aangever betalen of zekerheid stellen. Doet hij dit niet, dan kunnen er vier dingen gebeuren:

  • de aangever verzoekt om buitenwerkingstelling

  • de goederen worden wederuitgevoerd

  • de goederen worden vernietigd

  • de goederen worden verkocht door de Douane

Naar boven

8.3.2 Toestemming tot wegvoering

Volgens artikel 47 CDW mogen goederen niet worden weggevoerd zonder uw toestemming. Overtreding van deze bepaling is strafbaar.

Naar boven

8.3.3 Verder toezicht

Vrijgave betekent niet dat de aangever alles mag doen, laten met de goederen wat hij wil. Alleen na vrijgave voor het vrije verkeer is dit meestal het geval. Is er echter sprake van een bijzondere bestemming, dan blijven de goederen onder douanetoezicht (artikel 82 CDW). Ook bij de andere douaneregelingen gelden allerlei nadere verplichtingen.

Zo moeten goederen die onder de regeling douanevervoer zijn geplaatst, worden aangebracht bij een kantoor van bestemming. Dit moet binnen de vervoerstermijn. Goederen die tijdelijk ingevoerd zijn, moeten weer uitgevoerd worden.

Hoe het verdere toezicht wordt uitgeoefend, vindt u in de onderdelen van dit Handboek waar deze douaneregelingen in detail worden uitgewerkt.

Naar boven