Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

20.01.00 Restituties

3 Restituties bij uitvoer uit de Unie

3.1 Recht op restitutie

Het recht op restitutie bij uitvoer uit de Unie ontstaat:

  • Bij het verlaten van het douanegebied van de Unie, als voor alle derde landen dezelfde restitutievoet geldt.

  • Bij invoer in een bepaald derde land, wanneer voor dit land een gedifferentieerde restitutievoet geldt.

Regels voor de betaling van restitutie vindt u in de artikelen 25, 27 en 28 van Restitutieverordening 1216/2009. Is ten onrechte restitutie betaald? Lees onder artikel 4, lid 3 van Verordening 2988/95 wat dan de regels zijn.

Let op!

Neemt u een monster uit een zending? Dit heeft geen gevolg voor het nettogewicht van deze zending. Er wordt ook restitutie betaald voor het deel van de zending dat u gebruikt voor monstername (artikel 7, lid 1, Verordening (EG) nr. 612/2009).

Naar boven

3.2 Uitvoercertificaat

Om restitutie te kunnen krijgen moet de exporteur een uitvoercertificaat overleggen. De gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen voor certificaten staan in Verordening (EG) nr. 376/2008. In andere communautaire bepalingen kunnen specifieke bepalingen voor certificaten staan.

De exporteur hoeft geen uitvoercertificaat te overleggen in de volgende gevallen:

  • bij ’goederen’, dit zijn industriële landbouwproducten of Non-annex I goederen, deze staan in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 578/2010.

  • in de in Verordening (EG) nr. 612/2009, artikel 4, opgesomde gevallen .Dit betreft zendingen waarbij de uitgevoerde hoeveelheden per aangifte ten uitvoer kleiner of gelijk zijn aan de in bijlage II, deel III bij Verordening (EG) nr. 376/2008 vermelde hoeveelheden

  • zendingen die:
    • kleiner zijn dan 5.000 kg in de sector granen en die worden uitgevoerd met de maandstaatprocedure (zie paragraaf 4.3)

    • kleiner zijn dan 500 kg in de overige sectoren en die worden uitgevoerd met de maandstaatprocedure (zie paragraaf 4.3)

  • leveranties voor de bevoorrading van :
    • zeeschepen, marine- en hulpschepen, die de vlag van een lidstaat voeren en in volle zee opereren

    • boor- of productieplatforms, inclusief de installaties voor dienstverlening, die zich binnen het gebied van het Europees continentaal plat of het continentaal plat van het niet-Europese deel van de Unie bevinden, maar buiten een zone van 3 mijl vanaf de basislijn waarvan voor de afbakening van de territoriale wateren van een lidstaat wordt uitgegaan

    • luchtvaartuigen die worden ingezet op internationale lijnen, inclusief intracommunautaire lijnen

  • leveranties aan internationale organisaties die in de Unie gevestigd zijn- leveranties aan strijdkrachten die op het grondgebied van een lidstaat zijn gestationeerd maar niet tot die lidstaat behoren

  • leveranties van producten voor voedselhulp in derde landen en die bestemd zijn voor binnen de Unie gelegen opslagruimten van internationale organisaties die in humanitaire hulp gespecialiseerd zijn

  • producten die worden ingeslagen in een bevoorradingsdepot

  • leveranties aan Helgoland

(artikel 4, lid 1, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Let op!

In het Gebruikstarief Douane staat per goederencode aangegeven of er een uitvoercertificaat bij de aangifte moet worden overgelegd.

Een uitvoercertificaat met vaststelling vooraf van de restitutie is geldig voor de producten die zijn genoemd in vak 16 van het certificaat. Het uitvoercertificaat is ook geldig voor de uitvoer van producten die onder andere productcodes vallen dan die in vak 16 van het certificaat zijn vermeld, als:

  • De producten behoren tot dezelfde categorie  als de producten in vak 16. ‘Categorie’ is hier bedoeld als in artikel 13 Verordening (EG) nr. 376/2008 (de certificatenverordening).

  • De producten behoren tot dezelfde productgroep als de producten in vak 16 Voor productgroepen zie artikel 3 van Verordening EU nr. 578/2010

Alle codes van de productgroep of categorie moeten in vak 22 van het uitvoercertificaat staan. Deze codes worden dan voorafgegaan door de vermelding: ‘Productgroep als bedoeld in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 612/2009’.

Controleert u een certificaat? Neem contact op met het RVO.nl in de volgende gevallen:

  • certificaten zijn afgegeven in het buitenland , en

  • u hebt vragen over het certificaat en weet niet of het geldig is of volledig is ingevuld

Naar boven

3.3 Dag van uitvoer

De dag van uitvoer is de dag waarop de Douane de aangifte aanvaardt. Deze dag bepaalt:

  • de hoogte van de restitutie als deze niet vooraf werd vastgesteld

  • de aanpassingen van de restitutie als deze vooraf werd vastgesteld

  • de vaststelling van hoeveelheid, aard en kenmerken van het uitgevoerde product

(artikel 5, lid 1, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Naar boven

3.4 Restitutieaanvraag

In de restitutieaanvraag staan de gegevens voor de berekening van de restitutie. De eisen voor producten en goederen verschillen. Daarom worden deze apart behandeld.

Naar boven

3.4.1 Gegevens die bij een aanvraag om restitutie voor producten moeten worden verstrekt

Controleert u aangiften met landbouwproducten? In de aangifte moet het volgende staan:

  • de omschrijving van de producten volgens de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties

  • de code van de restitutienomenclatuur

  • de samenstelling van de producten als dit nodig is voor de berekening van de restitutie

  • de netto hoeveelheid van de producten

  • de aanvraag van restitutie in vak 44 staat ‘ja’ als de exporteur restitutie wil

  • de productschapsgoederencode in deelvak PGC van vak 31Deze code vindt u in het Gebruikstarief Douane.

  • het nummer van het uitvoercertificaat

  • in voorkomende gevallen de vermelding: ‘in depot bij productschap’

  • de hoogte van de restitutie in vak 44 (artikel 9 Verordening (EG) nr. 612/2009)

  • de nummers van de attesten bij uitvoer van vlees van volwassen mannelijke runderen

Controleer of de exporteur verklaringen over handelskwaliteit moet vermelden.

Naar boven

3.4.2 Gegevens die bij een aanvraag om restitutie voor goederen moeten worden verstrekt

‘Goederen’ zijn de industriële landbouwproducten. De restitutie wordt verleend voor de producten die in het eindproduct aanwezig zijn en de producten die bij het productieproces verloren zijn gegaan. De informatie hierover moet op grond van artikel 5, lid 4, letter b, Verordening (EG) nr. 612/2009 in de aanvraag van restitutie worden vermeld. Afhankelijk van de situatie worden de volgende gegevens gevraagd:

  • algemene gegevens (artikel 45, lid 1 Verordening (EU) nr. 578/2010)

  • gegevens als er andere goederen zijn verwerkt in het eindproduct (artikel 45, lid 2 Verordening (EU) nr. 578/2010)

  • gegevens bij onder controlestelling van de productie (artikel 46 Verordening (EU) nr. 578/2010)

  • gegevens als de samenstelling van de goederen niet bekend is (artikel 47 Verordening (EU) nr. 578/2010)

  • gegevens voor goederen vermeld in artikel 48 Verordening (EU) nr. 578/2010

Algemene gegevens

Controleert u aangiften met industriële landbouwproducten? In de aangifte moeten de volgende algemene gegevens staan:

  • de hoeveelheid basisproducten waarvoor restitutie wordt gevraagd

  • de hoeveelheid producten die zijn verkregen uit basisproducten en waarvoor restitutie wordt gevraagd

  • de hoeveelheid producten die op grond van werkelijk bij de vervaardiging van de uit te voeren goederen - inclusief de eventuele verwerkingsverliezen - zijn gebruikt

  • een verwijzing naar de hoeveelheden zoals deze in voor de uit te voeren goederen zijn bepaald

  • in het deelvak PGC van vak 31: de productschapsgoederencode, die is opgenomen in het Gebruikstarief Douane

  • het nummer van het uitvoercertificaat en als dit het geval is: "in depot bij productschap"

  • in vak 44: of al dan niet restitutie wordt gevraagd en of al dan niet een voorschot wordt verlangd

  • in vak 44: de restitutievoet die geldt op de dag van vaststelling vooraf, of wanneer deze niet vooraf is vastgesteld de restitutievoet in EUR die de afgelopen 12 maanden van toepassing is geweest (artikel 9 Verordening (EG) nr. 612/2009)

Deze gegevens moet de exporteur in de aanvraag tot restitutie vermelden als hij restitutie wenst voor de werkelijk verbruikte grondstoffen (dus inclusief de eventuele verwerkingsverliezen).

Voor de toepassing van deze verordening worden bepaalde goederen die op een voorgeschreven manier zijn bewerkt, gelijk gesteld met andere producten/goederen. Samengevat komt het neer op de volgende gelijkstellingen:

  • aardappelzetmeel met maïs

  • melkwei met wei in poeder

  • melk, room en zuivelproducten van bepaalde GN-codes met melk in poeder of boter

  • gedopte rijst met volwitte rijst

  • rietsuiker en beetwortelsuiker met witte suiker

Let op!

Deze producten worden gelijkgesteld met landbouwproducten wanneer aan bijzondere voorwaarden is voldaan. Artikel 3 Verordening (EU) nr. 578/2010

Gegevens als er andere goederen zijn verwerkt in het eindproduct

Zijn in de uit te voeren goederen ook nog andere goederen verwerkt? Dan moet de exporteur in de aanvraag om restitutie de volgende gegevens vermelden:

  • de hoeveelheid en algemene gegevens van de basisproducten waarmee de (andere) goederen zijn gemaakt

  • de hoeveelheid en algemene gegevens van de verkregen (andere) goederen

  • de hoeveelheid en algemene gegevens van de landbouwproducten waarmee de (andere) goederen gelijkgesteld zijn

Let op!

Gaat het om uitvoer van smeltkaas? Dan mogen naast de EU-grondstoffen ook niet EU grondstoffen worden gebruikt. Er moet dan sprake zijn van actieve veredeling. De exporteur verstrekt dan de volgende gegevens:

  • het nummer van de vergunning actieve veredeling

  • de samenstelling van het eindproduct smeltkaas

  • de gebruikte hoeveelheden EU-grondstoffen

  • de gebruikte hoeveelheden niet EU grondstoffen

  • het nummer of de nummers van de aangiften waarmee deze grondstoffen zijn ingevoerd

Gegevens bij onder controlestelling van de productie (gedeponeerde receptuur)

Wil de exporteur restitutie voor de werkelijk verbruikte grondstoffen? Dan moet hij de productie van de uit te voeren goederen onder controle stellen van de RVO.nl. Hij moet de receptuur van het goed verstrekken aan de RVO.nl. Achteraf controleert Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) de juistheid van de geclaimde restitutie voor de grondstoffen. De RVO.nl geeft voor het onder controle stellen van de productie schriftelijk toestemming.

In de aanvraag van restitutie moet de exporteur de datum en het nummer van de toestemming vermelden. Dit nummer komt in plaats van de gegevens over de soort en samenstelling van de uit te voeren goederen. De goederen mogen onder hun eigen benaming worden aangegeven. De exporteur vermeldt wel de gegevens van andere goederen die zijn verwerkt in de uit te voeren goederen.
(artikel 3:32 Algemene douaneregeling)

Let op!

Geeft de uitslag van een ingesteld monsteronderzoek aanleiding tot toepassing van een andere goederencode van de Gecombineerde Nomenclatuur? Dan moet u bij beëindiging van de verificatie de volledige bevindingen van het douanelaboratorium vermelden. De NVWA gebruikt dit bij de controle op de gedeponeerde receptuur.

Gegevens bij niet onder controle gestelde goederen

Zijn de grondstoffen niet onder controle van de RVO.nl gesteld? Dan kan de restitutie uitsluitend worden verleend voor de in het eindproduct aanwezige grondstoffen.

Gegevens als de samenstelling van de goederen niet bekend is

Vermeldt de exporteur de gegevens zoals die hiervoor zijn beschreven, niet in zijn aanvraag om restitutie? Dan kan hij geen restitutie krijgen, tenzij hij voldoet aan de criteria van artikel 47 van Verordening (EU) nr. 578/2010. Dan moeten de goederen door het douanelaboratorium worden onderzocht. De exporteur draagt de kosten van de uitgevoerde analyses.

De exporteur moet aanvullende gegevens vermelden in zijn aanvraag. Verordening (EU) nr. 578/2010.

(artikel 5, lid 4, letter b, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Naar boven

3.5 Aangifte ten uitvoer

3.5.1 Algemene bepaling

Een aangifte ten uitvoer met aanspraak op restitutie wordt gedaan via Douane Sagitta Uitvoer (DSU).

Wie producten uitvoert en daarbij om restitutie verzoekt, moet een vooraanmelding indienen bij het bevoegde douanekantoor. Deze vooraanmelding moet dezelfde gegevens bevatten als de uitvoeraangifte. De verwachte laadtijd moet ook worden vermeld.

In Nederland is de standaard termijn voor de vooraanmelding twee uur(artikel 5, lid 7 Verordening (EG) nr. 612/2009). Hier kan in uitzonderlijke gevallen van worden afgeweken.

De exporteur moet voordat de goederen voor uitvoer worden geladen, de aangifte ten uitvoer indienen op het douanekantoor dat bevoegd is. Dit is het kantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de goederen worden geladen.

Identificatie landbouwgoederen

Het vervoermiddel waarmee de landbouwgoederen worden vervoerd, wordt door of onder controle van de Douane verzegeld.

(artikel 5, lid 8, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Aangewezen plaats van laden

Aangewezen plaatsen van laden zijn:

  • voor producten die worden uitgevoerd in containers: de plaats waar deze producten in de containers worden geladen

  • voor producten die worden uitgevoerd in bulk of in zakken en producten in kartons, dozen of flessen en dergelijke die niet in containers worden geladen: de plaats waar deze producten worden geladen in het vervoermiddel waarmee zij het douanegebied van de Unie verlaten.
    (artikel 5, lid 7, en 8, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Let op!

Staan in de uitvoeraangifte verschillende goederencodes? Beschouw dan elke code als een afzonderlijke aangifte. Dit houdt in dat u iedere goederencode apart moet beoordelen. (artikel 2, lid 3, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Naar boven

3.5.2 Conformiteitscontrole

Verzegelt de Douane zelf het vervoermiddel? Stel dan visueel vast of de goederen in het vervoermiddel overeenkomen met de aangegeven goederen. Dit is een conformiteitscontrole (artikel 5 lid 8, Verordening (EG) nr. 612/2009).

Zie voor de vermelding van een conformiteitscontrole op het controle-exemplaar T5: Handboek Douane, onderdeel 20.02.00, paragraaf 5.3.2.

Let op!

Is een zending al fysiek gecontroleerd? Dan hoeft u voor deze zending geen conformiteitscontrole te doen.

Naar boven

3.5.3 Gegevens die bij een aangifte ten uitvoer moeten worden verstrekt

Aangiften ten uitvoer moeten worden ingevuld volgens de toelichting in bijlage VI bij de Algemene Douane regeling. Hierbij moeten ook andere aanwijzingen in acht worden genomen (artikel 212 TVo. CDW).

Worden producten en goederen ten uitvoer worden aangeboden met aanspraak op restitutie? Dan moeten in de aangifte ten uitvoer de gegevens worden vermeld die zijn besproken in de paragrafen 3.4.1. en 3.4.2.

(artikel 5, lid 4, letter b, Verordening (EG) nr. 612/2009 en Verordening (EU) nr. 578/2010).

Naar boven

3.6 Producten onder douanecontrole

Hebt u de aangifte aanvaard? Vanaf dat moment staan de aangegeven goederen onder douanecontrole totdat deze de Europese Unie verlaten. (artikel 5, lid 5, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Let op!

Neemt u een monster uit een zending? Dit leidt niet tot aanpassing van het nettogewicht van deze zending. Er wordt ook restitutie betaald voor het deel van de zending dat u gebruikt voor monstername (artikel 7, lid 1, Verordening (EG) nr. 612/2009). Zie voor meer informatie over monsterneming onderdeel 12.10.00, van dit Handboek.

Naar boven

3.7 Vereenvoudigde aangifte

3.7.1 Schatting nettogewicht

De exporteur mag aangifte doen met een geschat netto gewicht (artikel 5, lid 6 van Verordening (EG) nr. 612/2009).

Schatten mag bij:

  • aangiften ten uitvoer EXA

  • aangiften tot voorfinanciering COA

Er gelden twee voorwaarden:

  • De producten worden uitgevoerd in bulk of in niet-gestandaardiseerde verpakkingen.

  • Het nettogewicht van de partij kan pas worden vastgesteld nadat het transportmiddel geladen is.

Onder niet-gestandaardiseerde verpakkingen worden in dit verband uitsluitend verstaan:

  • levende dieren

  • (halve) karkassen

  • voor- en achtervoeten

  • voorstukken

  • hammen

  • schouders

  • buiken

  • karbonadestrengen

Let op!

Bij niet-gestandaardiseerde verpakkingen moet de aangever wel het juiste aantal colli in de aangifte ten uitvoer vermelden.

Procedure vereenvoudigd aangifte doen met geschat gewicht
  • De aangever moet een vergunning van de Douane hebben (artikel 282 TVo. CDW). Gebruik model 4.091.090 van het Modellenboek Douane als u deze vergunning afgeeft. In de vergunning staat hoe de exporteur het exact geladen gewicht (schriftelijk) moet aantonen.

  • De exporteur vermeldt de geschatte hoeveelheden in de aangifte.

  • De exporteur vermeldt ‘code 6’ in de aangifte bij ‘lopende procedure’. Dit betekent dat hij een vergunning heeft om gewicht te schatten.

  • De exporteur moet een aanvullende aangifte indienen bij het kantoor van uitvoer. Dit moet direct nadat de aangegeven goederen in het vervoermiddel zijn geladen. In de aanvullende aangifte moet de exporteur het exact geladen netto- en brutogewicht aangeven.

  • Bij de aanvullende aangifte levert de exporteur de bewijsstukken die in de vergunning zijn voorgeschreven.

Taak Douane bij vereenvoudigde aangifte met geschat gewicht
  • De Douane vermeldt bij de verificatiebevindingen het geschatte gewicht en het definitieve gewicht. Op basis van deze gegevens kan de RVO.nl de restitutie berekenen. Het productschap past hierbij artikel 5, lid 6, Verordening (EG) nr. 612/2009 toe.

Procedure verzamelaanvraag

Nederland maakt geen gebruik van deze mogelijkheid tot vereenvoudiging. De exporteur doet ieder verzoek om restitutie met een afzonderlijke uitvoeraangifte (artikel 6 Verordening (EG) nr. 612/2009).

Naar boven

3.8 Uitgaan van restitutiegoederen

3.8.1 Algemene bepalingen

Restitutie wordt alleen betaald als de exporteur bewijst dat de producten de Europese Unie in ongewijzigde staat hebben verlaten. Dit moet binnen 60 dagen nadat de Douane de uitvoeraangifte aanvaardt.

Overschrijding van de termijn van zestig dagen 

Wanneer als gevolg van overmacht de producten niet binnen zestig dagen de Unie kunnen verlaten, kan de exporteur bij de RVO.nl vragen om verlenging van de termijn. De RVO.nl kan dan een nieuwe termijn bepalen. (artikel 7, lid 4, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Gelijkstelling met uitgang uit Unie

De bevoorrading van boor- en productieplatforms (inclusief daarbij behorende installaties voor dienstverlening) wordt gelijkgesteld met uitgang uit het douanegebied van de Unie. Ze moeten zich binnen het gebied van het Europees continentaal plat of het continentaal plat van het niet-Europese deel van de Unie bevinden, maar buiten een zone van 3 mijl vanaf de basislijn waarvan voor de afbakening van de territoriale wateren van een lidstaat wordt uitgegaan. Zie paragraaf 4.2 voor de voorwaarden waaraan boor- en productieplatforms moeten voldoen om voor restitutie in aanmerking te komen.

Behandelingen die zijn toegestaan

In afwijking van artikel 7, lid 1 van de Restitutieverordening zijn een aantal behandelingen van de producten toegestaan. Het gaat hier uitsluitend om de volgende behandelingen:

  • invriezen van de producten.

  • herverpakken van de producten

    Bij herverpakken mag de onderverdeling van het product in de Restitutienomenclatuur of in de Gecombineerde Nomenclatuur niet veranderen.

  • aanbrengen of wijzigen van etiketten

    Hierbij mag de onderverdeling van het product in de Restitutienomenclatuur of in de Gecombineerde Nomenclatuur niet veranderen.

De exporteur moet voorafgaand aan deze behandelingen toestemming van de ambtenaar hebben. Na afloop van de behandeling moet de ambtenaar de (eventuele) wijzigingen aan de verpakking van de producten aantekenen op het controle-exemplaar T5 dat bij de producten hoort.

Zijn de goederen ingevroren? Dan moet belanghebbende een nieuw controle-exemplaar T5 overleggen. Op dit nieuwe controle-exemplaar T5 moet hij alle gegevens van het eerste controle-exemplaar T5 overnemen, met uitzondering van de gegevens in de vakken 31 en 33. In vak 31 moet hij de juiste omschrijving vermelden van de bevroren goederen; in vak 33 moet hij de hierbij horende GN-code vermelden. Daarnaast moet hij in vak 106 verwijzen naar het oorspronkelijke controle-exemplaar T5 (dat voor de verse goederen) en de verkregen toestemming tot invriezen.

De Douane plaatst in vak J van het oorspronkelijke controle-exemplaar T5 de volgende tekst: ‘Nieuw controle-exemplaar T5 afgegeven; kopie bijgevoegd’.

Zend het oorspronkelijke controle-exemplaar T5 onmiddellijk terug naar het adres dat in vak B (Terugzenden aan) is vermeld. Voeg hierbij een kopie van het afgegeven nieuwe controle-exemplaar T5.

Op deze manier bestaat er overeenstemming tussen de goederen en het daarbij behorende controle-exemplaar T5 en is de wijziging aan de hand van de controle-exemplaren T5 traceerbaar.

Voor het aanbrengen of wijzigen van etiketten geldt dat de etiketten alleen informatie mogen bevatten die de douaneambtenaren kunnen controleren. Het Ministerie van Economische Zaken heeft hierop echter twee uitzonderingen toegestaan:

  • zogenaamde Halalverklaringen

  • aanpassing van productiedata

De Douane kan toestaan dat de exporteur zogenaamde Halalverklaringen aanbrengt op de producten. De ambtenaar hoeft niet te controleren of het vlees feitelijk Halal is. Verzoekt een exporteur om toestemming voor het aanbrengen van Halalverklaringen? Dan moet de exporteur altijd een vertaling van deze verklaring bij het verzoek sluiten.

Voor het aanbrengen van etiketten op vlees(producten) met daarop een vermelding van een productiedatum mag u het volgende toestaan:

  • aanbrengen van de maand en het jaar waarin de producten geproduceerd zijn

  • aanbrengen van de exacte datum waarop de producten zijn geproduceerd

  • aanbrengen van de oudste productiedatum van de partij, als de partij uit verschillende productiedata bestaat

Let op!
  • Aanbrengen van de hiervoor genoemde productiedata mag u niet toestaan als door het aanbrengen van de productiedatum andere maatregelen worden geschaad. Denk aan het omzeilen van een uitvoerverbod dat is ingesteld voor vlees dat is geproduceerd na een bepaalde datum.

  • Herverpakken of aanbrengen/wijzigen van etiketten mag niet tot gevolg hebben dat de producten daardoor ogenschijnlijk een andere oorsprong hebben dan de oorsprong die ze feitelijk hebben.

Bewijs verlaten douanegebied Unie: controle-exemplaar T5

Het bewijs dat de producten het douanegebied van de Unie hebben verlaten, wordt geleverd door overlegging van het origineel van het controle-exemplaar T5. Dit moet zijn voorzien van een ambtelijke verklaring over deze uitgang. (artikel 8 Verordening (EG) nr. 612/2009)

De Restitutieverordening is een communautaire bepaling als bedoeld in artikel912bis, lid 2, TVo. CDW. Dit houdt in dat voor de overbrenging van producten van het kantoor van uitvoer naar het kantoor van uitgang, altijd een controle-exemplaar T5 is voorgeschreven. In Nederland wordt geen gebruik gemaakt is van de mogelijkheid van artikel 912bis, lid 5, TVo. CDW.

Naar boven

3.8.2 Bijzondere regels bij uitgaan van goederen

In de volgende gevallen gelden bijzondere regels voor de termijn van uitgang en de staat van de producten bij uitgang:

  • bij uitvoer over zee

  • bij uitvoer over de weg, over de binnenwateren of per spoor

  • bij uitvoer door de lucht (artikel 10, Verordening (EG) nr. 612/2009)

  • bij uitvoer onder de vereenvoudigde regeling douanevervoer per spoor of in grote containers (artikel 11, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Uitgaan over zee

Heeft de Douane op het controle-exemplaar T5 aangetekend dat de goederen zijn uitgegaan? Bij uitgaan over zee mogen de goederen nog 28 dagen in havens van een lidstaat blijven als ze worden overgeladen.

Deze termijn van 28 dagen geldt niet als de producten de laatste haven van het douanegebied van de Unie binnen de termijn van zestig dagen definitief hebben verlaten.

Nederland past artikel 10, lid 1, letter c, Verordening (EG) nr. 612/2009 niet toe.

Uitgaan over de weg, over de binnenwateren of per spoor

Heeft de Douane bij uitvoer over de weg, over de binnenwateren of per spoor, het controle-exemplaar T5 geviseerd voor uitgaan? Dan mogen de producten alleen met het oog op doorvoerhandel nog maximaal 28 dagen in het douanegebied van de Unie worden teruggebracht.

Deze termijn van 28 dagen geldt niet als de producten het douanegebied van de Unie binnen de termijn van zestig dagen definitief hebben verlaten.

Uitgaan door de lucht

Moet de Douane op het controle-exemplaar T5 aantekenen dat de goederen zijn uitgegaan? Dit kan pas als de exporteur een vervoersdocument overlegt met een eindbestemming buiten het douanegebied van de Europese Unie. (artikel 10, lid 3, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Let op!

Bij trucking vindt luchtvervoer geheel of gedeeltelijk over de weg plaats. Is sprake van “trucking”. Dan moet de Douane op het controle-exemplaar T5 aantekenen dat de goederen zijn uitgegaan. Dit moet op de luchthaven waar de producten onder de regeling ‘trucking’ worden gebracht. Controleer de bestemming op het manifest. De bestemming moet een luchthaven zijn in een derde land.

Vereenvoudigd uitgaan per spoor of in grote containers

Worden producten na het vervullen van de uitvoerformaliteiten onder de vereenvoudigde regeling voor communautair douanevervoer per spoor of onder de vereenvoudigde regeling grote containers geplaatst? Dan hoeft voor de betaling van de restitutie het controle-exemplaar T5 niet te worden overgelegd.

Meer informatie over deze vereenvoudigde regelingen vindt u in de artikelen 426 tot en met 442 van de Tvo.CDW.

Worden de producten in Nederland ten uitvoer aangegeven en in Nederland onder de vereenvoudigde regeling gebracht? Dan vermeldt u in de uitvoeraangifte: ‘Heeft het douanegebied van de Unie verlaten onder de regeling vereenvoudigd communautair douanevervoer per spoor of in grote containers.’

Worden de producten in een andere lidstaat ten uitvoer aangegeven en in Nederland onder de vereenvoudigde regeling gebracht? Dan vermeldt u op de achterkant van het controle-exemplaar T5: ‘Uitgang uit het douanegebied van de Gemeenschap onder de regeling vereenvoudigd communautair douanevervoer per spoor of in grote containers’. Vermeld daarbij ook:

  • vervoersdocument

  • type

  • nummer

  • datum waarop de vervoerder het transport aannam

(artikel 11, lid 4, Verordening (EG) nr. 612/2009).

Let op!

Soms nemen spoorwegmaatschappijen het vervoer over van producten naar een plaats buiten het douanegebied van de EU. Er is dan een overeenkomst voor gecombineerd rail-wegvervoer. Gaan goederen vereenvoudigd uit door gecombineerd rail-wegvervoer? Vermeld dan op de achterkant van het controle-exemplaar T5: ‘Uitgang uit het douanegebied van de Gemeenschap per spoor, bij gecombineerd rail/wegvervoer’. Vermeld daarbij ook:

  • vervoersdocument

  • type

  • nummer

  • datum waarop de vervoerder het transport aannam

(bijlage VII van Verordening (EG) nr. 612/2009)

Bij uitvoer per spoor of in grote containers mag het douanekantoor waar de producten onder de regeling zijn gebracht, onder bepaalde voorwaarden een wijziging van de vervoersovereenkomst toestaan waardoor het vervoer binnen de EU eindigt. Bij gecombineerd railwegvervoer hebben de betrokken spoorwegautoriteiten deze bevoegdheid. In beide gevallen geldt als voorwaarde voor de toestemming dat het kantoor van vertrek ermee in stemt. Het kantoor van vertrek staat wijzigingen alleen toe als:

  • de reeds betaalde restitutie is terugbetaald, of

  • de Douane en de RVO.nl maatregelen nemen om te voorkomen dat de restitutie wordt uitbetaald

Is restitutie al wel betaald, maar hebben de producten de Europese Unie niet verlaten binnen de voorgeschreven termijn? Dan informeert de Douane de RVO.nl (artikel 11, lid 5, Verordening (EG) nr. 612/2009).

Naar boven

3.9 Oorsprong van de goederen waarvoor restitutie wordt verleend

3.9.1 Algemene regel

Restituties worden toegekend voor de in artikel 162, lid 1 Verordening (EG) nr. 1234/2007 genoemde producten. Voorwaarde is dat de producten zich in het vrije verkeer bevinden en van communautaire oorsprong zijn. Voor de bepaling van de oorsprong van de producten is de douanestatus van de verpakking niet van belang. (artikel 12 Verordening (EG) nr. 612/2009)

Let op!

Voor de in artikel 162, lid 1, onder a, iii en onder b Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde suikerproducten geldt voor het toekennen van de restituties alleen de voorwaarde dat de goederen zich in het vrije verkeer bevinden.

Naar boven

3.9.2 Aanvullende bepalingen

Voor een aantal sectoren gelden extra regels om in aanmerking te komen voor restitutie.

Attestenvlees

De exporteur moet de bijzondere restitutie voor het attestenvlees aanvragen in de lidstaat waar het mannelijke rund is geslacht en uitgebeend.Dit blijkt uit het attest. Ook de douaneformaliteiten moeten worden vervuld in de lidstaat waar de dieren zijn geslacht. (Verordening (EG) nr. 433/2007 en Verordening (EG) nr.1359/2007)

Door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen (ILP)

In Artikel 8, lid 1 van Verordening (EG) nr. 1216/2009 staat dat voor de productie van de uit te voeren Non Anex I producten benodigde basisgrondstoffen die van herkomst zijn uit de EU (artikel 23, lid 2 Verdrag), restitutie kan worden verleend. Deze restitutie wordt verleend overeenkomstig de regels in de basisverordeningen voor deze basisgrondstoffen. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 3.9.4.

Naar boven

3.9.3 Aantonen communautaire oorsprong

De exporteur moet de oorsprong van de producten vermelden in de uitvoeraangifte. (artikel 12, lid 3, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Voor de toekenning van de restitutie zijn producten van communautaire oorsprong als ze volgens artikel 23 of artikel 24 van het CDW:

  • geheel en al zijn verkregen in de Unie

  • in de EU hun laatste ingrijpende bewerking of verwerking hebben ondergaan

(artikel 12, lid 2, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Naar boven

3.9.4 Samengestelde producten en oorsprongscriteria

Bij uitvoer van samengestelde producten moet per bestanddeel beoordeeld worden of dit aan de oorsprongscriteria voldoet.

De restitutie wordt ook toegekend als de bestanddelen waarvoor de restitutie wordt gevraagd, voldoen aan de algemene oorsprongsregel, maar daar nu niet meer aan voldoen omdat zij zijn verwerkt in andere producten. (artikel 12, lid 4, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Naar boven

3.10 Restitutie bij mengsels van hoofdstuk 2, 10 of 11 van de Gecombineerde Nomenclatuur

Voor mengsels van hoofdstuk 2, 10 of 11 van de Gecombineerde Nomenclatuur gelden bijzondere restitutieregels.

Bepaalt een bestanddeel ten minste 90% van het gewicht van deze mengsels? Dan geldt de restitutie voor dit bestanddeel voor het hele product. Is dit niet zo? Dan geldt de restitutie van het bestanddeel waarvoor de restitutie het laagst is.

Wordt geen restitutie verleend voor 1 van de bestanddelen? Dan wordt voor het hele product geen restitutie betaald.

Voorbeeld

Een mengsel van vlees wordt ten uitvoer aangegeven. Het mengsel bestaat voor 80% uit vlees zonder been van goederencode 0201 3000 9100 en voor 20% uit vliesvlees van goederencode 0206 2999 0000. Omdat voor restitutiecode 0206 2999 0000 geen restitutie is vastgesteld, bestaat voor de hele partij geen recht op restitutie.

De samenstelling van het mengsel moet worden vermeld in de aangifte waarmee de restitutie wordt aangevraagd. (artikel 5, lid 4 Verordening (EG) nr. 612/2009)

Voor de berekening van de restituties voor assortimenten en werken wordt elk bestanddeel als een afzonderlijk product gezien.

Voorgaande regels zijn niet van toepassing voor mengsels, assortimenten en werken waarvoor een specifieke berekeningsregeling is vastgesteld. (artikel 13 Verordening (EG) nr. 612/2009)

“Nul” restitutie is ook restitutie en niet hetzelfde als “geen” restitutie. (artikel 14 Verordening (EG) nr. 612/2009)

Naar boven

3.11 Gedifferentieerde restitutie

3.11.1 Definitie

Er is sprake van een gedifferentieerde restitutie als de hoogte van de restitutie afhankelijk is van de bestemming van het product. (artikel 15 Verordening (EG) nr. 612/2009)

Naar boven

3.11.2 Voorwaarden voor gedifferentieerde restitutie

De RVO.nl betaalt deze restitutie pas als aan een aantal voorwaarden is voldaan.

Het product moet binnen 12 maanden na de aanvaarding van de aangifte ten uitvoer in ongewijzigde staat zijn:

  • ingevoerd in het derde land of in een van de derde landen waarvoor de restitutie is vastgesteld, of

  • gelost in een perifere restitutiezone waarvoor de restitutie geldt

    (artikel 16, lid 1, letters a en b Verordening (EG) nr. 612/2009)

Het bewijs van invoer in het derde land

De exporteur levert bij de RVO.nl het bewijs dat het product binnen de voorgeschreven termijn van 12 maanden in het derde land is ingevoerd door één van de documenten genoemd in (artikel 17, lid 1, letters a en b Verordening (EG) nr. 612/2009) te overleggen.

De controle op deze voorwaarden wordt uitgevoerd door de RVO.nl, de Douane heeft hierin geen taak.

Invoer binnen 12 maanden

Het product wordt geacht te zijn ingevoerd in het derde land wanneer de douaneformaliteiten bij invoer in het derde land zijn vervuld. (artikel 16, lid 3, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Afwijkende bewijsvoering graanproducten

Voor bepaalde zendingen graanproducten geldt een afwijkende procedure om te bewijzen dat de goederen zijn ingevoerd in een derde land.

Het gaat hierbij om zendingen graanproducten van tenminste 1.500 ton waarvoor:

  • de restitutie is vastgesteld in het kader van een inschrijving

  • het bewijs wordt geleverd dat het graan het douanegebied van de Unie in een zeewaardig vaartuig heeft verlaten

Bij toepassing hiervan vermeldt de exporteur op de aangifte ten uitvoer en het controle-exemplaar T5 de volgende clausule: ’Uitvoer van graan over zee. Verordening (EU) nr. 234/2010, artikel 12’.

Uitzondering overleggen invoerbewijs in derde land

De lidstaten kunnen de exporteur onder voorwaarden van de verplichting ontslaan om de bewijzen van invoer in het derde land, bij de RVO.nl te overleggen. (artikel 24, leden 1 en 2 Verordening (EG) nr. 612/2009)

Naar boven

3.12 Misbruik maken van de restitutieregels

Voor het geval er sprake is van oneigenlijke toepassing van de regels is in artikel 27 van de Restitutieverordening de anti­carrouselbepaling opgenomen. Hierin staat dat de restitutie in bepaalde situaties of voor bepaalde producten alleen wordt betaald, als de exporteur aanvullende bewijzen levert voor de uiteindelijke bestemming van de producten. Daarnaast wordt in een aantal gevallen nadat de restitutie al is betaald, de betaling als ten onrechte beschouwd.

Bij een carrousel krijgt een exporteur meerdere malen restitutie voor hetzelfde product. Na uitvoer en bewerking in een derde land worden de producten weer ingevoerd. In de Europese Unie wordt het product teruggebracht in de oorspronkelijke staat en opnieuw met restitutie uitgevoerd.

Naar boven

3.13 Gevallen waarin geen restitutie wordt verleend

3.13.1 Ontbreken van gezonde handelskwaliteit

Restituties worden niet verleend voor producten die op de dag dat de uitvoeraangifte wordt aanvaard, geen gezonde handelskwaliteit hebben.

Producten zijn van gezonde handelskwaliteit als ze in normale omstandigheden onder de op de restitutieaanvraag vermelde omschrijving op het grondgebied van de Unie in de handel kunnen worden gebracht.

Als de producten bestemd zijn voor menselijke consumptie, moeten ze ook voor menselijke consumptie geschikt zijn. Of de producten hieraan voldoen, wordt onderzocht aan de hand van in de Unie geldende normen en gebruiken.

Voor bepaalde goederen gelden aanvullende eisen.

Uitzondering op de algemene kwaliteitseisen

Moeten de uitgevoerde producten in het land van bestemming,op grond van de wetgeving die in dat derde land is voorgeschreven, voldoen aan bijzondere voorwaarden die niet in overeenstemming zijn met in de Unie geldende normen of gebruiken? Dankan onder bepaalde voorwaarden toch restitutie voor deze producten worden verleend. Het gaat hier met name om gezondheidsbepalingen of hygiënische bepalingen die kunnen afwijken van de wetgeving die binnen de Unie geldt. Als de exporteur aanspraak op deze uitzondering wil maken, dan moet hij op verzoek van de bevoegde autoriteit aantonen dat de producten voldoen aan de in het land van bestemming voorgeschreven voorwaarden. In Nederland is de RVO.nl de bevoegde autoriteit. (artikel 28, lid 1, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Betaling van de restitutie

De RVO.nl kan nadat de producten het grondgebied hebben verlaten alvast een deel van de restitutie uit laten betalen. Dit deel wordt echter niet betaald als:

  • carrousselverkeer van toepassing is zoals bedoeld in artikel 27 van de Restitutieverordening

  • het product als gevolg van een verborgen gebrek dat later tot uiting komt, niet meer van gezonde handelskwaliteit is

  • het product niet meer aan de eindverbruiker kan worden verkocht, omdat de uiterste datum waarop het product mag worden verbruikt en de datum van uitvoer te dicht bij elkaar liggen

  • het product het maximaal toelaatbare niveau van radioactiviteit overschrijdt

(artikel 28, lid 2, Verordening (EG) nr. 612/2009)

Let op!

Wanneer u één van de hiervoor genoemde situaties vaststelt, moet u dit vermelden bij de verificatiebevindingen van de aangifte ten uitvoer. De RVO.nl beslist of de restitutie betaald kan worden. U moet alle bewijsstukken archiveren in het controledossier.

Verklaring over de gezonde handelskwaliteit

Voor bepaalde producten moet de exporteur een speciale vermelding over de handelskwaliteit opnemen op de aangifte ten uitvoer. Deze staan in de goederenomschrijving bij de Restitutienomenclatuur of in de voetnoten daarbij en in het Gebruikstarief Douane.

Voorbeelden

Voor bepaalde producten in de sector varkensvlees, bereidingen en conserven van de GN-posten 1601 0091, 1601 0099, 1602 4110, 1602 4210 en 1602 4919 moet de exporteur in vak 44 van de uitvoeraangifte de volgende verklaring opnemen: ’Goederen voldoen aan Verordening (EG) nr. 903/2008’

Verordening (EG) nr. 1187/2009 garandeert een uniforme werkwijze binnen de lidstaten voor de beoordeling van gezonde handelskwaliteit bij zuivelproducten. In de Verordening staat dat zuivelproducten waarvoor restitutie wordt aangevraagd, moeten zijn voorzien van het keurmerk van Verordening (EG) nr. 853/2004 (ovaaltje).Zie ook onderdeel HD 20.02.00, paragraaf 3.3.9.

Naar boven

3.13.2 Uitvoerheffing of uitvoerbelasting

Bij de uitvoer van producten met een uitvoerheffing of uitvoerbelasting , die vooraf is vastgesteld of in het kader van een inschrijving is bepaald, wordt geen restitutie verleend.

Wordt een samengesteld product uitgevoerd? Is voor één of meer bestanddelen van dit product een uitvoerheffing of uitvoerbelasting vastgesteld? Dan wordt voor dit bestanddeel of deze bestanddelen geen restitutie verleend. (artikel 29 Verordening (EG) nr. 612/2009)

Naar boven

3.13.3 Verkopen aan boord van schepen

Worden producten aan boord van schepen verkocht of uitgedeeld die aansluitend weer in de Unie kunnen worden binnengebracht met gebruikmaking van reizigersvrijstellingen? Dan wordt geen restitutie verleend. (artikel 30 Verordening (EG) nr. 612/2009)

Naar boven

3.14 Voorschot op de restitutie bij uitvoer

Zodra de uitvoeraangifte is aanvaard, kan de RVO.nl het restitutiebedrag aan de exporteur voorschieten. De exporteur moet hier een verzoek voor doen bij de RVO.nl. In de electronische aangifte ten uitvoer geeft de aangever bij “voorschot”, “Ja” aan. De exporteur moet vooraf zekerheid stellen bij de RVO.nl. Toepassing van deze procedure geeft de exporteur een financieringsvoordeel. (artikel 31 Verordening (EG) nr. 612/2009 en artikel 3:19 Algemene douaneregeling)

Naar boven

3.14.1 Terugvordering voorschot

Is het uitbetaalde voorschot hoger dan het bedrag dat als restitutie moet worden uitgekeerd? Dan vordert de RVO.nl het verschil tussen deze twee bedragen bij de exporteur in.
(artikel 32 Verordening (EG) nr. 612/2009)

Naar boven

3.15 Restitutie voor vlees van volwassen mannelijke runderen

Op grond van de Verordening (EG) nr. 433/2007 en Verordening (EG) nr.1359/2007 kan een bijzondere (hogere) restitutie worden verleend voor de uitvoer van vlees van volwassen mannelijke runderen. In Nederland is aan deze beide verordeningen nader uitvoering gegeven in de Regeling bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees van 11 december 2006.

Bijzondere restitutie is mogelijk voor 2 categorieën vlees.

  • vers of gekoeld vlees

  • technische delen

Vers of gekoeld vlees heeft de vorm van:

  • hele of halve dieren

  • compensated quarters

  • voorvoeten of achtervoeten

Zie voor de definitie van deze delen: de aanvullende aantekening (GN) nummer 1 op hoofdstuk 2 van het Geïntegreerde Gebruikstarief.

Technische delen staan in bijlage 1 en bijlage 2 van de ‘Regeling bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees’ van 11 december 2006. De delen mogen geen been bevatten en moeten afkomstig zijn van verse of gekoelde achtervoeten met een mager vleesaandeel van minstens 55%.

Een combinatie van delen is toegestaan, mits de delen die worden gecombineerd op een natuurlijke manier met elkaar verbonden blijven. Andere delen (zoals beenderen, pezen, kraakbeen, stukken vet en andere afvallen) komen niet voor restitutie in aanmerking.

Technische delen die door uitbening zijn verkregen, moeten individueel zijn verpakt. Onder individuele verpakking wordt verstaan dat elk deelstuk volledig omwikkeld is met een verpakkingsmiddel. In elke individuele verpakking mag maar één deelstuk zitten. Bijzondere restitutie wordt verleend voor de uitvoer uit de Unie. Onder uitvoer wordt in dit geval ook begrepen:

  • het bereiken van een bijzondere bestemming als bedoeld in artikel 33 van de Restitutieverordening (zie hoofdstuk 4)

  • de opslag in onder het stelsel van douane-entrepots door middel van een verklaring van inslag Verordening (EG) Nr. 1741/2006. Deze optie geldt alleen voor UITGEBEEND attestvlees, dus niet voor karkassen, compensated quarters, voorvoeten en achtervoeten.

Let op!

De inslag in een bevoorradingsdepot geeft geen recht op de bijzondere restitutie.

Voorwaarde voor verkrijgen bijzondere restitutie

Om in aanmerking te komen voor de bijzondere restitutie moet bij de RVO.nl het bewijs worden geleverd dat het vlees afkomstig is van volwassen mannelijke runderen die in Nederland zijn geslacht.

Volwassen mannelijke runderen zijn mannelijke runderen met een levend gewicht van meer dan 300 kg of, wanneer het levend gewicht niet kan worden vastgesteld, met een geslacht gewicht van ten minste 150 kg. Ook voor kalveren die aan de gewichtseis voldoen, bestaat recht op restitutie.

Op grond van het gewichtscriterium moet vlees op het moment van verlading voldoen aan de in bijlage 3 opgenomen minimumgewichten.

Het bewijs dat is voldaan aan de hiervoor genoemde eisen wordt geleverd door overlegging van een attest waarvan de modellen verschillen al naar gelang de categorie vlees. Het attest wordt afgegeven door een ambtenaar van de NVWA.

Controle door de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit

Vlees moet voordat het bij het slachthuis in het vervoermiddel wordt geladen (ofwel met bestemming uitvoer, ofwel met bestemming uitsnijderij) bij de NVWA ter identificatie worden aangemeld. De ambtenaar van de NVWA controleert, brengt merken aan op het vlees en houdt toezicht bij inlading. Na de inlading wordt het vervoermiddel door de ambtenaar van de NVWA verzegeld. De ambtenaar van de NVWA geeft een attest af als bewijs dat het vlees afkomstig is van volwassen mannelijke runderen. Er zijn drie soorten attesten:

  • vlees afkomstig van volwassen mannelijke runderen (vlees met been) (zie bijlage 1 Verordening (EG) 433/2007)

  • uitgebeend vlees van voorvoeten van volwassen mannelijke runderen

  • uitgebeend vlees van achtervoeten van volwassen mannelijke runderen

Voor elke partij afkomstig van een slachthuis wordt een afzonderlijk attest opgemaakt.

In het vervoermiddel mogen verschillende partijen (afkomstig van verschillende slachthuizen/uitsnijderijen) samen worden geladen.

Ontheffingen

Wijken technische delen af van de omschrijving in bijlage 1? Dan kan de RVO.nl een ontheffing geven (artikel 17 tweede lid van de Regeling bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees).

Aangifte ten uitvoer

De aangifte ten uitvoer moet worden gedaan in de lidstaat waarin het attest is afgegeven. Bij het doen van de aangifte ten uitvoer moet het attest worden overgelegd. Worden de producten onder het stelsel van douane-entrepots geplaatst met een verklaring van inslag? Dan moet het attest worden overgelegd bij het plaatsen van de goederen. Het nummer van elk overgelegd attest moet worden vermeld in het vak bescheiden van de elektronische aangifte.

Zonder attest bestaat geen recht op restitutie, maar is uitvoer wel toegestaan.

De Douane vermeldt in vak 11 van het attest voor uitgebeend vlees:

  • nummer van de uitvoeraangifte

  • datum van de uitvoeraangifte, of

  • nummer en datum van de verklaring van inslag

Zo nodig vermeldt u deze gegevens op de achterzijde van het attest. Waarmerk in dit geval het attest.

Vermindering restitutie karkassen en achterspannen

Lichte karkassen en achterspannen van volwassen runderen worden vaak aangeboden met daaraan vastzittende organen. Voor deze organen bestaat geen recht op restitutie. De NVWA vermeldt het gewicht zonder organen in het attest.

De ambtenaar van de NVWA vermeldt op de weeglijst:

  • of de lever of nieren nog vastzitten aan het karkas of de achtervoeten

  • het nettogewicht, na toepassing van artikel 1, derde lid, van Verordening (EG) Nr. 433/2007

De ambtenaar van de NVWA vermeldt het nettogewicht waarvoor restitutie kan worden aangevraagd in het daartoe bestemde vak van het identificatieattest. De exporteur bewaart de weeglijst samen met een kopie van het identificatieattest. (Artikel 5 vijfde lid van de Regeling bijzonder restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees)

Inzending attesten

De attesten worden op de gebruikelijke manier naar de RVO.nl gezonden. Worden voor de totale hoeveelheid vlees waarop een attest betrekking heeft, meerdere aangiften ten uitvoer gedaan? Dan wordt het attest pas ingezonden na aanvaarding van de laatste aangifte ten uitvoer. Dit als bewijs voor de uitvoer van de totale partij.

Ook bij rechtstreekse proviandering van zeeschepen wordt het attest rechtstreeks aan de RVO.nl toegezonden. Belanghebbende gebruikt dan de zogenaamde ‘staat proviandering’ om de restitutie aan te vragen.

Naar boven

3.16 Plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots d.m.v. door verklaring van inslag

Algemeen

Uitgebeend attestenvlees van de GN- codes 0201 30 00 9100 en 0201 30 00 9100 mag onder het stelsel van Douane -entrepots worden geplaatst. Wanneer dit voorafgaat aan het uitgaan kan de bijzondere restitutie ook worden betaald.

(artikel 1 Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Voor plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots gelden een aantal eisen. Deze eisen gaan over:

  • toestemming vooraf van de Douane

  • bijhouden van een geautomatiseerd gegevensbestand

  • verklaring van inslag

  • te overleggen bescheiden

  • maximaal aantal documenten toegestaan per zending

  • gegevens in de verklaring van inslag

  • toezenden verklaring van inslag aan RVO.nl

    fysieke controle bij inslag in het entrepot

  • opslagtermijn

  • handelingen tijdens de opslag

  • controles tijdens de opslag

  • uitvoerformaliteiten

Toestemming

De exporteur mag deze regeling pas gebruiken nadat de Douane toestemming heeft gegeven. De exporteur moet eerst schriftelijk verklaren:

  • dat hij een geautomatiseerd gegevensbestand bijhoudt van de producten die hij onder deze regeling opslaat

  • dat alleen in Nederland wordt opgeslagen; op plaatsen waarvoor toestemming is verleend

De Douane controleert vooraf of en hoe het gegevensbestand werkt.

De douane moet altijd toegang hebben tot het gegevensbestand. In de toestemming staat beschreven hoe u toegang heeft.

Wanneer op meerdere locaties wordt opgeslagen moet toestemming worden verleend voor elke locatie. Voor elke locatie moet een gegevensbestand worden bijgehouden.

(artikel 3, lid 2, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

De klantmanager of het behandelteam van de exporteur, verleent de toestemming schriftelijk door afgifte van een vergunning.

Wanneer de toestemming is afgegeven stuurt u een afschrift naar de RVO.nl.

Bijhouden van een geautomatiseerd gegevensbestand

Wanneer bij een ander dan de exporteur wordt opgeslagen mag het gegevensbestand worden bijgehouden door deze derde. De exporteur blijft verantwoordelijk.

Het gegevensbestand dient om het vlees te kunnen traceren. Hiervoor is het vlees in de uitbeeninrichting van een unieke identificatie voorzien voordat het ingeslagen werd.

De identificatie bestaat uit:

  • een uniek nummer

  • de productiedatum van het vlees

  • het nummer van het attest dat bij het vlees hoort

  • het aantal dozen per soort verkregen deelstuk, met een vermelding van het nettogewicht van het vlees

    Dit gewicht is bij inslag in het douane-entrepot vastgesteld

(artikel 5 Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Het gegevensbestand moet actueel zijn en de in- en uitslag weergeven op de dag van inlevering van:

  • verklaring van inslag

  • de uitvoeraangifte

Verklaring van inslag

Als een exporteur goederen onder deze regeling wil opslaan in een douane-entrepot dient hij een verklaring van inslag in bij de Douane.

(artikel 4, lid 1, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Deze verklaring van inslag wordt ingediend via DSU. Het registratienummer wordt in vak A afgedrukt. De behandeling is gelijk aan die van uitvoeraangiften.

In vak 1 moet de aangiftesoort COA worden vermeld en in vak 37 de regelingcode 7600.

In de schriftelijke toestemming staat hoe de exporteur de Douane informeert over de opname van in- en uitslagen in het gegevensbestand.

(artikel 6 Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Met de verklaring van inslag worden de producten overeenkomstig artikel 4, leden 13 en 14, CDW onder douanecontrole geplaatst. De producten blijven onder douanecontrole totdat zij het douanegebied van de Unie verlaten of een voorgeschreven bestemming bereiken.

Te overleggen bescheiden

Bij de verklaring van inslag moet de exporteur overleggen:

  • het attest voor uitgebeend vlees

    Dit is het attest dat is voorgeschreven bij de uitvoer van vlees van volwassen mannelijke runderen als de exporteur bijzondere (hogere) restitutie wil.

  • exemplaar nummer 1 van het geldige uitvoercertificaat

(artikel 4, lid 1, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Gebruik verklaringen van inslag en attesten

Per uitbeningsverrichting (artikel 2, letter d, Verordening (EG) nr. 1741/2006) mogen ten hoogste twee verklaringen van inslag worden aanvaard. Een verklaring van inslag mag slechts betrekking hebben op ten hoogste twee attesten voor uitgebeend vlees.

(artikel 4, lid 2, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Gegevens in de verklaring van inslag

In de verklaring van inslag staat:

  • de aanvaardingsdatum

  • het nummer van ieder attest

  • een verwijzing naar het aantal dozen per type uitsnijding, de identificatie en het gewicht

Er moet eenvoudig een relatie gelegd kunnen worden tussen het vlees en de attesten.

De exporteur vermeldt de aanvaardingsdatum, het gewicht van het vlees en het registratienummer van de verklaring van inslag in de vakken 10 en 11 van het attest.

(artikel 4, lid 3, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Toezenden verklaringen van inslag aan de RVO.nl

De Douane stuurt de verklaringen van inslag en de volledig afgeschreven attesten naar de RVO.nl.

(artikel 4, lid 4, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

De Douane geeft het exemplaar nummer 1 van het uitvoercertificaat na afschrijving en goedkeuring terug aan de exporteur.

(artikel 4, lid 5, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

De aard, de hoeveelheid en de kenmerken van de goederen op de datum van aanvaarding van de verklaring van inslag bepalen de betaling van restitutie.

(artikel 4, lid 7, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Fysieke controle bij inslag in het entrepot

De douane gebruikt een risicoanalyse waarbij de criteria van Verordening (EG) 1276/2008 gelden. Dit betekent dat de Douane minimaal 2% van de aanvaarde verklaringen van inslag mag controleren in plaats van minimaal 5%.

(artikel 4, lid 8, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Opslagtermijn

De producten mogen 4 maanden worden opgeslagen onder het stelsel van douane-entrepots. De termijn loopt vanaf de datum van aanvaarding van verklaring van inslag.

(artikel 7, lid 1, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Als de termijn wordt overschreden of als de producten aan het douanetoezicht worden onttrokken, wordt de hoeveelheid beschouwd als niet te zijn uitgevoerd.

De RVO.nl bewaakt de termijn.

(artikel 7, lid 2, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Handelingen tijdens de opslag

Tijdens de opslag mag het vlees:

  • worden voorzien van nieuwe etiketten

  • worden bevroren

  • worden herverpakt

Dit mag alleen als:

  • de individuele verpakking van elk stuk vlees niet wordt aangetast of gewijzigd

  • de relatie met het originele etiket in stand blijft zodat het vlees kan worden gevolgd

Elke handeling moet worden opgenomen in het gegevensbestand met een verwijzing naar de opslagaangiften en de bij het vlees behorende attesten.

(artikel 8, lid 1, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Natuurlijke gewichtsverliezen hebben geen invloed op de vaststelling van de restitutie. Schade aan de producten is geen natuurlijk gewichtsverlies.

(artikel 8, lid 2, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Controles tijdens de opslag

De douane moet tenminste twee maal per kalenderjaar een onaangekondigde controle uitvoeren op de inhoud en de werking van het gegevensbestand. Ook moet minimaal 5% van het vlees dat op de dag van controle is opgeslagen, worden gecontroleerd. Deze controle bestaat uit:

  • het selecteren van een opgeslagen hoeveelheid vlees en controleren of dit vlees is opgenomen in het gegevensbestand

  • het selecteren een in het gegevensbestand opgenomen hoeveelheid vlees en controleren of dit vlees zich in het douane-entrepot bevindt

Van elke controle maakt u een controleverslag. Dit verslag archiveert u in het controledossier van de exporteur. De exporteur krijgt een afschrift van het openbare deel van het controleverslag.

(artikel 11, lid 1, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Van elke controle stuurt de klantmanager of het behandelteam een bericht naar de RVO.nl. Wanneer de uitslag van de controle conform was, kunt u de RVO.nl een brief zenden waarin staat dat gecontroleerd is en dat de uitslag conform is. Is de uitslag ‘niet-conform’? Stuur dan een afschrift van het openbare deel van het controlerapport aan de RVO.nl.

Vermoedt de RVO.nl een risico of een onregelmatigheid ? Dan kan ze de Douane vragen een extra controle uit te voeren. De RVO.nl stelt deze vraag aan de klantmanager of het behandelteam van de exporteur.

(artikel 11, lid 2, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Uitvoerformaliteiten

De exporteur beëindigt de opslag door aan de goederen de bestemming uitvoer te geven.

In de aangifte ten uitvoer vermeldt de exporteur:

  • het nummer van de verklaring van inslag

  • de hoeveelheden die per verklaring van inslag worden uitgevoerd

(artikel 9, lid 1, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

De uitvoeraangifte moet worden ingediend voor de laatste dag van de opslagtermijn.

(artikel 9, lid 2, Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Intrekking van de toestemming na vaststelling onregelmatigheden

Stelt de ambtenaar een verschil vast tussen de aanwezige voorraad en de voorraad in het gegevensbestand? Dan schorst de douane de toestemming tenminste drie maanden. De schorsing gaat in op de dag dat het verschil is vastgesteld. Gedurende de schorsing mag de exporteur geen vlees met toepassing van deze verordening in het douane-entrepot opslaan.

De Douane schorst pas nadat alle betrokkenen zijn gehoord. Dit zijn de exporteur, het Ministerie van Economische Zaken, en de RVO.nl.

De schorsing wordt schriftelijk meegedeeld. De ambtenaar stuurt een afschrift van de brief naar de RVO.nl.

De schorsing is een voor bezwaar en beroep vatbare beschikking. Het beroep moet plaatsvinden bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.

De Douane schorst de toestemming niet in de volgende gevallen:

  • Een onregelmatigheid is een gevolg van overmacht

  • De onregelmatigheid betreft minder dan 1% van de gecontroleerde producten. De onregelmatigheid moet dan ook een gevolg zijn van een eenvoudige administratieve fout.

Bij herhaling kan de douane de toestemming definitief intrekken.

(artikel 12 Verordening (EG) nr. 1741/2006)

Wat is overmacht?

Dit is niet scherp aan te geven. De Europese Commissie heeft in Mededeling C(88) 1696 aangegeven wat zij van overmacht denkt:

  • Overmacht is een uitzondering op de algemene regel en moet daarom restrictief worden uitgelegd en toegepast.

  • Overmacht is geen algemeen rechtsbeginsel. In bijzondere gevallen geldt voor overmacht het evenredigheidsbeginsel. Dit beginsel is beschreven in de rechtspraak van het Hof.

  • Overmacht moet worden bewezen.

Beroept een exporteur zicht op overmacht? Dan moet de klantmanager via de afdeling Vaktechniek van het Landelijk kantoor contact opnemen met het Ministerie van Economische Zaken.

Naar boven

3.17 Uitvoerrestituties voor bepaalde rundvleesconserven

Bepaalde rundvleesconserven komen voor uitvoerrestitutie in aanmerking als zij zijn vervaardigd onder toezicht van de douane. (Verordening (EG) nr. 1731/2006 van de Commissie). In Nederland wordt geen gebruik gemaakt van deze regeling.

Vraagt een bedrijf om toepassing van deze regeling? Dan moet u het verzoek voorleggen aan de afdeling vaktechniek van het landelijk kantoor.

Naar boven

3.18 Voortijdige afhandeling formaliteiten

Als producten opnieuw worden uitgevoerd, kan in bepaalde gevallen restitutie worden verleend.

Restitutie wordt alleen verleend als:

  • er géén terugbetaling of kwijtschelding van de betaalde rechten is

  • er is voldaan aan de voorwaarden voor de toekenning van restitutie

In artikel 883, TVo. CDW staat dat de douaneformaliteiten worden vervuld voordat een beslissing is genomen op het verzoek om kwijtschelding of terugbetaling van de verschuldigde rechten bij invoer.

Worden de producten met de toepassing van de procedure van artikel 883 TVo. CDW uitgevoerd? Dan moet in de aangifte ten uitvoer verwezen worden naar deze procedure.

(artikel 44 Verordening (EG) nr. 612/2009)

Naar boven