Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

15.50.00 Douane-entrepots

2 Typen douane-entrepots, entreposeur en entrepositaris

Douane-entrepots worden onderverdeeld in :

  • publieke douane-entrepots (bestemd voor opslag van goederen door iedereen)

  • particuliere douane-entrepots (bestemd voor opslag van goederen door de beheerder/vergunninghouder van het douane-entrepot)

De Toepassingsverordening CDW maakt een verdere onderverdeling:

Type douane-entrepot

Omschrijving

Type A

Publiek douane-entrepot waarin iedereen zijn goederen kan opslaan en waarbij de beheerder van dat entrepot verantwoordelijk is.

Type B

Publiek douane-entrepot waarin iedereen zijn goederen kan opslaan en waarbij de entrepositaris verantwoordelijk is. Het controlekantoor bewaart de aangiften tot plaatsing bij wijze van voorraadadministratie. De plaats van het entrepot is goedgekeurd.

Type C

Particulier douane-entrepot waarin alleen goederen mogen worden opgeslagen door de beheerder van het entrepot; het is niet nodig dat hij ook de eigenaar van de goederen is. De verantwoordelijkheid ligt bij de entreposeur. Een goedgekeurde voorraadadministratie is vereist. De entreposeur houdt de voorraadadministratie bij. De plaats van het entrepot is goedgekeurd.

Type D

Particulier douane-entrepot waarin alleen goederen mogen worden opgeslagen door de beheerder van het entrepot; het is niet nodig dat hij ook de eigenaar van de goederen is. De verantwoordelijkheid ligt bij de entreposeur. Een goedgekeurde voorraadadministratie is vereist. De entreposeur houdt de voorraadadministratie bij. Anders dan bij de andere douane-entrepots het geval is, wordt de belasting over de goederen bij dit douane-entrepot in principe berekend op basis van de goederengegevens op het tijdstip van de plaatsing in het douane-entrepot. De aangifte in het vrije verkeer brengen moet worden gedaan met gebruikmaking van de domiciliëringsprocedure. De plaats van het entrepot is goedgekeurd.

Type E

Particulier douane-entrepot waarin alleen goederen mogen worden opgeslagen door de beheerder van het entrepot; het is niet nodig dat hij ook de eigenaar van de goederen is. De verantwoordelijkheid ligt bij de entreposeur. Een goedgekeurde voorraadadministratie is vereist. Dit douane-entrepot voldoet aan hoge eisen voor administratie en administratieve organisatie. De entreposeur houdt de voorraadadministratie bij. Een bijzonderheid is dat het douane-entrepot type E niet beperkt is tot een bepaalde goedgekeurde plaats of ruimte.

Type F

Publiek douane-entrepot waarin iedereen goederen mag opslaan; dit type entrepot beheert de Douane zelf.

De types A en F komen in Nederland niet voor. Deze worden dan ook in dit onderdeel niet verder besproken.

Entreposeur en entrepositaris

De entreposeur is de persoon aan wie de vergunning verleend is om het douane-entrepot te beheren.

De entrepositaris is de persoon die:

  • verantwoordelijk is voor het nakomen van de verplichtingen die voortkomen uit de plaatsing van de goederen onder de regeling

  • de aangifte tot plaatsing indient.

Bij een publieke douane-entrepots (type B) mag iedereen goederen opslaan. Hier is het dus mogelijk dat de entreposeur een andere persoon is dan de entrepositaris. De entrepositaris blijft verantwoordelijk voor het nakomen van de verplichtingen die voortkomen uit de plaatsing van de goederen onder de regeling .
Bij de particuliere douane-entrepots (types C, D en E) is de entreposeur ook altijd de entrepositaris. Bij een particulier douane-entrepot mag namelijk alleen de vergunninghouder goederen opslaan in het douane-entrepot.
(artikelen 101 CDW, artikelen 525 tot en met 535 TVo. CDW)

Naar boven

2.1 Types douane-entrepot in Nederland

Douane-entrepot type B:

Opslag in douane-entrepots type B gebeurt meestal om vervoerstechnische redenen. Er wordt een korte periode overbrugd die nodig is om voor de goederen een nadere douanebestemming te kiezen. Deze mogelijkheid van opslag is vooral van belang voor stuwadoors-, expeditie- en transportbedrijven die zelf niet in bezit zijn van een vergunning douane-entrepot. Ook bulkopslag en veterinaire opslag vinden plaats in een douane-entrepot type B.

Daardoor zijn douane-entrepots type B vooral gevestigd in internationale zeehavens. Er vindt zowel opslag plaats van de EU binnengekomen goederen als van goederen die de EU verlaten.
De entreposeur hoeft bij douane-entrepot type B geen voorraadadministratie te voeren waarop mede het douanetoezicht is gebaseerd. In plaats daarvan bewaart de Douane bij wijze van voorraadadministratie de aangiften tot plaatsing van de goederen in douane-entrepot.
(artikel 528 TVo. CDW)

Douane-entrepots type C, D en E:

Opslag in douane-entrepots type C, D en E vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de entreposeur, die tevens entrepositaris is. Hij hoeft niet de eigenaar te zijn van de opgeslagen goederen. De opslagredenen zijn uiteenlopend, zoals vervoersopslag, voorraadvorming, distributie, speculatie etc.

In de zee- en luchthavens gaat het bij daar gevestigde douane-entrepots type C dikwijls om opslag voor een korte tijd in afwachting van de nieuwe toegestane douanebestemming. Het gaat niet alleen om de EU binnengekomen goederen, maar ook de opslag van uitgaande goederen.

Bij de opslag in douane-entrepots type D en E worden de goederen opgeslagen voor distributie, voorraadvorming en speculatie. Veelal is de entreposeur/ entrepositaris ook eigenaar van de goederen.

Voor douane-entrepots type C, D en E is een voorraadadministratie wettelijk vereist. Deze moet door de entreposeur worden bijgehouden. Zie hierover paragraaf 2.2.5. Juistheid, tijdigheid en volledigheid van de registraties daarin zijn voor de Douane van essentieel belang en een belangrijke eis voor vergunningverlening.
(artikelen 528 tot en met 530 TVo. CDW)

Vereenvoudigde regelingen en procedures

Het niveau van de voorraadadministratie is ook bepalend of vereenvoudigde regelingen of procedures bij een douane-entrepot toepasbaar zijn en zo ja, welke dat zijn. Bij douane-entrepots gaat het in het bijzonder om:

  • procedures voor het doen van een domiciliëringsprocedure bij de plaatsing onder en/of beëindiging van de douane-entrepotregeling (onderdeel 12.50.00 dit Handboek).

In de communautaire wetgeving staat elke regeling of procedure op zichzelf. De Douane moet afzonderlijk vaststellen of een door belanghebbende gevraagde vereenvoudigde regeling of vereenvoudigde procedure voldoende gewaarborgd is zoals de:

  • regelingen voor toegelaten afzender en toegelaten geadresseerde (begin en eind van het douanevervoer, onderdeel 14.45.00 van dit Handboek);

In een douane-entrepot kunnen de goederen tijdens de opslag bepaalde behandelingen ondergaan. Dat kan zijn in het kader van:

  • de gebruikelijke behandelingen zoals beschreven in hoofdstuk 7

  • de regeling Actieve veredeling (onderdeel 16.00.00 van dit Handboek)

  • de regeling Behandeling onder douanetoezicht (onderdeel 17.00.00 van dit Handboek)

Let op!

Bij de laatste twee douaneregelingen bevinden de goederen zich niet meer onder de regeling douane-entrepot. De regeling douane-entrepot wordt opgevolgd door één van beide schorsende regelingen.
(artikelen 106, 109 CDW; artikel 531, bijlage 72 TVo. CDW)

Ook is het mogelijk dat bij de niet-communautaire goederen in het douane-entrepot opslag plaats vindt van goederen met een communautaire douanestatus. Dit kan als voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden. De uitwerking van deze mogelijkheid vindt u in hoofdstuk 3 en 8
(artikelen 98, 106 CDW; artikel 534 TVo. CDW)

Naar boven

2.2 Voorwaarden voor douane-entrepot

Omdat het douane-entrepot een economische douaneregeling is, is voor het oprichten en beheren van een douane-entrepot een vergunning van de inspecteur vereist. In Nederland is dat de inspecteur van het douanekantoor waar de belanghebbende gevestigd is of zich zal vestigen.
(artikelen 85, 100 CDW)

De Douane beoordeelt of een belanghebbende in aanmerking komt voor de door hem gevraagde douane-entrepotvergunning. Ook beoordeelt de Douane welke waarborgen daarbij nodig zijn.

De belangrijkste elementen voor die beoordeling zijn:

  • de persoon van de aanvrager (zie paragraaf 2.2.1)

  • de economische behoefte aan douane-entrepotopslag (zie paragraaf 2.2.2)

  • het douanetoezicht per type douane-entrepot (zie paragraaf 2.2.3)

  • de soort(en) van de goederen voor het douane-entrepot (zie paragraaf 2.2.4)

  • de fiscale en niet-fiscale belangen die met de goederen verband houden

  • het niveau van de administratie en de administratieve organisatie van het douane-entrepotbedrijf (zie paragraaf 2.2.5)

Als de vergunninghouder de AEO status heeft zijn elementen bij de afgifte van het certificaat beoordeeld. Deze elementen hoeven niet meer te worden herbeoordeeld bij de afgifte van de vergunning zie onderdeel 2.50.00 van dit Handboek.
(artikel 14bis Tvo. CDW)

Naar boven

2.2.1 Persoon van de aanvrager

In paragraaf 6.1 van onderdeel 15.00.00 van dit Handboek staat wie u een vergunning kunt verlenen. Een vergunning voor een douane-entrepot kan verleend worden aan de persoon die het douane-entrepot beheert.
Wat moet worden verstaan onder het begrip “beheer van een douane-entrepot”? In Bijlage 1 wordt het begrip uitgelegd en worden een aantal voorbeelden gegeven.

Naar boven

2.2.2 Economische behoefte

Een vergunning voor douane-entrepot wordt alleen verleend als een voldoende economische behoefte daaraan wordt aangetoond. Die behoefte moet de aanvrager aantonen bij het indienen van de vergunningaanvraag. Het douane-entrepot moet in hoofdzaak bestemd zijn voor opslag van goederen, behandeling van de opgeslagen goederen mag slechts van ondergeschikt belang zijn.

Bij zijn beoordeling moet de inspecteur meewegen dat douanetoezicht en controle kunnen worden uitgeoefend zonder dat de Douane daarvoor buitensporig hoge administratieve kosten moet maken.
(artikel 100 CDW, artikel 527 TVo. CDW)

Naar boven

2.2.3 Douanetoezicht per type douane-entrepot

Het douanetoezicht vereist dat bij elk douane-entrepot voldoende controles door de Douane kunnen worden gedaan, zoals (deel-)inventarisaties en controles bij in- en uitslag van goederen en in voorkomend geval toezicht op het gebruik van regelingen voor toegelaten geadresseerde en toegelaten afzender. Toekenning van een bepaald type douane-entrepot moet passen bij de wijze waarop het toezicht kan en moet worden uitgeoefend:

  • vooral fysiek toezicht of

  • deels fysiek en deels administratief toezicht of

  • voornamelijk administratief toezicht met slechts beperkt fysieke toezicht.

(artikel 527, derde lid, TVo. CDW)

De AEO status van de vergunninghouder heeft gevolgen voor het geheel aan controlemaatregelen, zie onderdeel 2.50.00 van dit Handboek.

Douane-entrepots type B, C en D

Deze douane-entrepots bestaan uit een of meer daarvoor aangewezen en goedgekeurde gebouwen, lokalen of andere afgebakende ruimten, zoals opslagtanks, silo's, terreinen. De vergunning douane-entrepot geldt uitsluitend voor de aangewezen locatie.

In elk geval moeten de lokalen of andere plaatsen die als douane-entrepot type B, C of D zijn goedgekeurd bij de vergunningverlening en nauwkeurig zijn beschreven.
(artikel 526 TVo. CDW)

Een plaats die door de Douane is goedgekeurd als ruimte voor tijdelijke opslag, kan ook worden goedgekeurd als douane-entrepot. Zie verder paragraaf 2.3.2.
(artikel 526 TVo. CDW)

Douane-entrepot type E

Het douane-entrepot type E bestaat uit één of meerdere locaties (gebouwen, ruimten, terreinen, silo’s etc.) die met name benoemd zijn. Deze locaties hoeven niet goedgekeurd te worden door de Douane, maar zijn wel aan douanetoezicht onderworpen. De locaties zijn worden opgenomen in de vergunning. Voor dit douane-entrepot geldt als de plaats van vestiging de plaats waar de hoofdadministratie van de entreposeur gevoerd wordt.

Type douane-entrepot

 

B

Dit douane-entrepottype kan alleen worden toegestaan op plaatsen waar een douanekantoor is gevestigd. Deze beperking is nodig omdat bij dit douane-entrepot het fysieke douanetoezicht een belangrijk deel is van het controlesysteem, daar het toezicht zich niet baseert op een goedgekeurde voorraadadministratie. De aangiften tot plaatsing in het douane-entrepot en tot beëindiging van de opslag worden per individuele zending gedaan.

C

Vestiging van douane-entrepot type C is in principe overal mogelijk. Of de Douane moet overgaan tot fysieke controles bij in- en uitslag en in welke mate, hangt af van het niveau van de administratie en administratieve organisatie van de aanvrager.

Is sprake van een beperkte administratie waarbij goederensoorten, hoeveelheden en waarden slechts oppervlakkig of soms geheel niet bekend en dus ook niet door het bedrijf heen te volgen zijn?

Dan zal er meestal, net als bij douane-entrepots type B, in belangrijke mate aanvullend fysiek toezicht nodig zijn. Bij dit administratieniveau is het doen van vereenvoudigde aangiften niet mogelijk maar moeten aangiften tot plaatsing in het douane-entrepot en tot beëindiging van de opslag per individuele zending via de standaardprocedure worden gedaan.

Heeft de aanvrager echter een uitgebreide administratie, waarbij de goederensoorten, hoeveelheden en waarden door het douane-entrepotbedrijf heen te volgen zijn, dan hoeven fysieke controles veel minder frequent te worden uitgevoerd.

Is sprake van vereenvoudigde procedures bij het plaatsen en/of beëindigen van de regeling, dan moet het bedrijf ook een administratieve organisatie hebben die daarvoor voldoende waarborgen biedt. Is sprake van vereenvoudigde procedures bij het plaatsen en/of beëindigen van de regeling, dan moet het bedrijf ook een administratieve organisatie hebben die daarvoor voldoende waarborgen bied.

D

Vestiging van douane-entrepot type D is in principe overal mogelijk. Voor dit douane-entrepottype gelden zware eisen aan de administratie en de administratieve organisatie. Deze moet zodanig zijn dat die voldoende waarborgen biedt voor de vergunning voor de vereenvoudiging van de aangiften bij plaatsing en beëindiging. Het bijzondere van dit douane-entrepottype zit in het tijdstip dat bepalend is voor de berekening van de rechten bij invoer. Waar bij alle andere douane-entrepottypen de rechten bepaald worden naar de waarde, de aard en de hoeveelheid van de goederen op het tijdstip van beëindiging van de douane-entrepotopslag, is dit bij type D het tijdstip van de plaatsing van de goederen in het douane-entrepot. Deze systematiek kan overigens ook voorkomen bij douane-entrepot type E. Zie daarover paragraaf 2.2.6.

E

Vestiging van een douane-entrepot type E is in principe overal mogelijk. De vestigingsplaats is de plaats waar de hoofdadministratie van de entreposeur gevestigd is. Het douane-entrepot type E onderscheidt zich van de andere douane-entrepottypen onder andere doordat het een douane-entrepot is waarbij de douanecontrole vooral gebaseerd is op de administratie van de entreposeur. De administratie en administratieve organisatie moeten van hoog niveau zijn en het bedrijf moet functiescheidingen en interne beheersingsmaatregelen kennen. De aangiften kunnen volgens de vereenvoudigde procedure worden gedaan. De plaatsen waar de douane-entrepotgoederen mogen worden opgeslagen moeten in de douane-entrepotvergunning zijn vastgelegd zodat de Douane ook daar controles en (deel-)inventarisaties kan uitvoeren. In de administratie moet blijken welke douane-entrepotgoederen zich op welke plaatsen bevinden. Ook alle andere voor de Douane van belang zijnde gegevens moeten uit de administratie blijken.

Bij douane-entrepot type E geldt nog als bijzonderheid dat in aangiften voor het vrije verkeer voor de vaststelling van de waarde, de aard en de hoeveelheid van goederen een van type E afwijkend tijdstip kan worden gekozen. Zie daarover verder in paragraaf 2.2.5.

Naar boven

2.2.4 Goederensoort(en)

De communautaire wetgeving gaat er van uit dat douane-entrepots bestemd zijn voor opslag van niet-communautaire goederen. Bijkomstig is ook opslag van andere goederen mogelijk.

Voor douane-entrepottypen B, C, D en E is opslag van de volgende goederensoorten mogelijk:

  1. niet-communautaire goederen

  2. communautaire accijnsgoederen bestemd voor bevoorrading van schepen en luchtvaartuigen

  3. communautaire accijnsgoederen, die voor uitvoer zijn vrijgegeven en die in afwachting zijn van het verlaten van de Gemeenschap kunnen in een douane- entrepot type B of C worden opgeslagen.

    (artikel 38 Uitvoeringsbesluit Accijns, letter b)

    Bij deze vorm van opslag worden de accijnsgoederen niet geacht zich te bevinden onder het stelsel van douane- entrepots. Let hierbij indien van toepassing op de regels met betrekking tot gezamenlijke opslag.
    (artikel 106 lid 1 letter a en lid 2 CDW en artikel 534 Tvo. CDW)

  4. Het is ook mogelijk dat een vergunninghouder van het douane-entrepot type E en C zijn entrepotruimten ook gebruikt voor de opslag van communautaire accijnsgoederen. De ruimten van het entrepot zijn ook aangewezen als accijnsgoederenplaats.

  5. andere goederen uit het vrije verkeer die worden opgeslagen om de ruimte zo economisch mogelijk te benutten. Hiervoor gelden voorwaarden. Over deze opslag handelt hoofdstuk 3. De douanestatus van deze goederen verandert door de entrepotopslag niet

  6. landbouwgoederen uitsluitend onder de daarvoor genoemde voorwaarden en beperkingen. Deze vindt u in “Wetgeving Douane Landbouw”.

Let op!

Vinden de handelingen van de douaneregelingen actieve veredeling en behandeling onder douanetoezicht plaats in de ruimte van het douane-entrepot zonder dat de goederen zich onder het stelstel bevinden? Dan past u de bepalingen toe van deze douaneregelingen, onderdeel 16.00.00 en 17.00.00 van dit Handboek.
(artikel 106 CDW; artikel 529 en 530 TVo. CDW; 4:6 Algemene douaneregeling, artikel 38 en 39 Uitvoeringsbesluit accijns)

In hoofdstuk 3 van dit onderdeel staat een verdere uitwerking.

Naar boven

2.2.5 Administratie en administratieve organisatie

Voor de douanecontrole en het douanetoezicht hecht de Douane grote waarde aan de administratie en administratieve organisatie van de entreposeur. Deze zijn mede bepalend voor welk type douane-entrepot een vergunning kan worden verleend.

Voor de administratie van een douane-entrepot gelden de algemene eisen zoals opgenomen in onderdeel 15.00.00 van dit Handboek. Daarnaast gelden de hierna opgenomen specifieke eisen.

Voor douane-entrepot type D

Bij douane-entrepot type D moeten de volgende heffingsgrondslagen bij inslag worden vastgelegd in de administratie:

  • soort(en) goederen (specifiek omschreven)

  • hoeveelheid (aantal stuks, kilo’s, liters of andere volgens het gebruikstarief toe te passen maatstaven)

  • waarde van de goederen

  • oorsprong van de goederen

Deze heffingsgrondslagen worden gebruikt in de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen ter beëindiging van de regeling douane-entrepot.
(artikel 112, lid 3, CDW en artikel 525 TVo. CDW)

Let op!

De GN-code volgens het gebruikstarief wordt niet vastgelegd bij inslag omdat bij uitslag deze goederencode niet meer zou kunnen bestaan. Daarom hoort de GN-code niet tot de heffingsgrondslagen die bij inslag worden vastgelegd in de administratie.

Let op!

Als bij in het vrije verkeer brengen geen gebruik wordt gemaakt van de heffingsgrondslagen (vastgesteld) bij inslag en de gevraagde heffingsgrondslagen kunnen niet zonder daadwerkelijk onderzoek van de goederen niet worden gecontroleerd, dan kan de domiciliëringsprocedure niet worden toegepast. Er moet dan aangifte worden gedaan in de normale procedure.
(artikel 278 lid 3 letter c TVo.CDW)

Deze regeling voor de vaststelling van de heffingsgrondslagen op het tijdstip van de plaatsing maakt het een entreposeur mogelijk om de voor zijn bedrijf meest zekere weg te kiezen. Dit kan bijvoorbeeld nuttig zijn bij goederen met sterk wisselende waarden, goederen die langdurig in opslag zijn, seizoenartikelen, en dergelijke.

Aan douane-entrepots type D is de domiciliëringsprocedure voor het brengen van de goederen in het vrije verkeer verbonden.
(artikel 525 TVo. CDW)

Voor douane-entrepot type E

In principe worden de heffingsgrondslagen toegepast zoals die gelden op het moment van beëindiging van de regeling. De entreposeur kan bij dit douane-entrepot ook kiezen voor de vaststelling van deze elementen op het tijdstip van de plaatsing in het douane-entrepot zoals bij een douane-entrepot type D. Deze keuze moet in de vergunning douane-entrepot zijn vastgelegd. De entreposeur kan bij het in het vrije verkeer brengen alsnog kiezen voor de grondslagen bij het ontstaan van de douaneschuld op het moment dat de goederen in het vrije verkeer worden gebracht.

De keuze kan verband houden met onder andere schommeling van koersen, tariefwijzigingen, prijzen op de wereldmarkt. Toestemming voor deze keuzemogelijkheid moet in de vergunning zijn verleend.
(artikel 112, lid 3, CDW, artikel 525, lid 3, TVo. CDW)

Bewaarplicht

In paragraaf 9 van onderdeel 5.00.00 van dit Handboek staan de regels over de bewaarplicht van de administratie.

Naar boven

2.2.6 Procedure goedkeuring vergunning

Naast de in hoofdstuk 6 van onderdeel 15.00.00 van dit Handboek genoemde voorwaarden voor de verlenen van de vergunning, is in dit onderdeel een aantal aanvullende voorwaarden opgenomen.

Hiervoor moeten nog de volgende acties worden ondernomen:

a. de locatie moet worden getoetst of voldoen aan de technische eisen voor goedkeuring

b. er moet een proces-verbaal van situatie, of bouwtekening worden opgesteld.

Ad a. Technische eisen voor goedkeuring

Een door de Douane af te sluiten douane-entrepot moet voldoen aan strenge eisen van ligging, bouw, inrichting en afscheiding van andere percelen.

Voor een niet-ambtelijk gesloten douane-entrepot hoeft de Douane dergelijke zware technische eisen niet te stellen.

Type douane-entrepot

Gegevens

Technische eisen

B, C en D

Een douane-entrepot type B, C of D is een door de Douane goedgekeurd gebouw, lokaal of andere afgebakende ruimte.

In beginsel zijn deze douane-entrepots niet gesloten.

De eis van goedkeuring door de Douane houdt verband met:

  1. de controleerbaarheid: fysieke controle en inventarisatie van de goederen moet op eenvoudige wijze mogelijk zijn; daarom moeten de goederen zich binnen de als douane-entrepot goedgekeurde locatie bevinden;

  2. de ambtelijke bevoegdheden bij visitatie.
    (artikel 526 TVo. CDW; artikel 1:23 tot en met 1:28 Algemene douanewet)

De aanvrager moet bij de aanvraag een beschrijving met situatietekening van het douane-entrepot inleveren. Het precieze adres moet daarin zijn genoemd. Ook moet hij daarbij aangeven met vermelding van de kadastrale aanduiding welk perceel als douane-entrepot zal gaan dienen.

Het kan voorkomen dat een douane-entrepot type B is aangevraagd voor goederen waarvoor bijzonder douanetoezicht nodig is.

Voorbeeld: Niet-EU-waardige veterinaire of fytosanitaire goederen

Op grond van de bijzondere wetgeving kan de opslag van dergelijke goederen alleen zijn toegestaan onder douanesluiting. Als de aanvrager dergelijke goederen wil opslaan in het douane-entrepot, moet hij een deugdelijke douanesluiting mogelijk maken. In dat geval zullen voor het douane-entrepot dezelfde technische eisen moeten gelden als voor vrije entrepots. Die eisen vindt u in onderdeel 21.00.00 van dit Handboek.

E

Dit douane-entrepottype bestaat uit één of meer locaties (gebouwen, terreinen, etc)

Voor de locaties van het douane-entrepot gelden geen technische eisen voor goedkeuring. De locaties zijn wel aan douanetoezicht onderworpen en moeten in de vergunning worden opgenomen. Uit de administratie van de entreposeur moet blijken op welke plaats de goederen zich bevinden. De goedkeuring bij type E geldt voor de administratie en de administratieve organisatie. Die goedkeuring kan alleen worden gegeven door het controlekantoor.

Ad b. Proces-verbaal van situatie, bouwtekening

Bij douane-entrepots is nodig dat het volgende precies vast ligt:

  • op welke locatie een douane-entrepot gevestigd is

  • wat de omvang van het douane-entrepot is

Het belang daarvan is tweeërlei:

  1. Het is nodig ten behoeve van de inventarisatie als controlemiddel.

  2. De wet geeft de Douane speciale bevoegdheden voor het betreden en visiteren van de gebouwen, lokalen en dergelijke die als douane-entrepot zijn aangewezen.
    (Artikel 1:24 en 1:26 Algemene Douanewet)

Een door de Douane af te sluiten douane-entrepot moet voldoen aan strenge eisen van ligging, bouw, inrichting en afscheiding van andere percelen. Hiervoor moet een proces verbaal van situatie worden opgemaakt.

Voor een niet-ambtelijk gesloten douane-entrepot hoeft de Douane dergelijke zware technische eisen niet te stellen. Hiervoor kan dan worden volstaan met een bouwtekening die in het vergunningdossier wordt opgenomen.

Bij een douane-entrepot type E is geen bouwtekening of het opmaken van een proces verbaal van de situatie nodig. Bij het douane-entrepot type E is geen sprake van goedgekeurde plaatsen, maar van opslaginrichtingen (artikel 98, lid 3 CDW en artikel 525, lid 2, letter b TVo. CDW). In de vergunning douane-entrepot type E moeten wel de locaties van opslaginrichtingen met de adresgegevens nauwkeurig worden opgenomen (zie bijlage 67, punt 19 TVo. CDW)

Naar boven

2.3 Nadere bepalingen

2.3.1 Detailverkoop vanuit douane-entrepot

Het is niet toegestaan in de gebouwen, lokalen en ruimten van het douane-entrepot goederen te verkopen aan particulieren (detailverkoop).

Deze beperking is van toepassing op alle douane-entrepottypen, met inbegrip van het stelsel van douane-entrepot type E.
(artikel 527 TVo. CDW)

Deze bepaling geldt niet voor:

  1. verkoop aan reizigers in het internationale verkeer (denk hierbij aan de taxfree winkels)

  2. verkoop in het kader van diplomatieke en consulaire overeenkomsten (denk hierbij aan consulaten, ambassades en aan daaraan verbonden personen met diplomatieke status)

  3. verkoop aan de volgende internationale organisaties en leden daarvan zoals vermeld in bijlage 18 van de Algemene douaneregeling

  4. verkoop aan de NAVO-strijdkrachten

Let op!

Postorderverkoop en zogenaamde internetverkopen waarbij de goederen vanuit douane-entrepot verstuurd worden naar de koper vanuit een douane-entrepot worden niet aangemerkt als detailverkoop in gebouwen, lokalen en dergelijke van het douane-entrepot, en zijn dus toegestaan.

Naar boven

2.3.2 Combinatie van douane-entrepot met ruimte tijdelijke opslag

Een plaats waarvoor een vergunning is verleend als ruimte voor tijdelijke opslag, kan ook worden goedgekeurd als douane-entrepot type B, C of D. Dezelfde ruimte is dan aangewezen als ruimte voor tijdelijke opslag en als douane-entrepot.
(artikel 526 TVo. CDW) Ook is het mogelijk dat de ruimte voor tijdelijke opslag wordt aangewezen als opslagplaats voor een douane-entrepot type E. Hiervoor zijn twee afzonderlijke vergunningen nodig.

Verder moet rekening worden gehouden met het volgende:

  1. De Douane moet steeds op doelmatige wijze (administratie, inslagdocumenten) kunnen vaststellen onder welk douaneregime de opgeslagen goederen zich bevinden. Op verzoek moet worden aangetoond welke goederen onder welk douaneregime horen. In beide vergunningen moet deze voorwaarde zijn opgenomen

  2. Bij in- of uitslag van goederen moet uit de begeleidende aangiften of andere bescheiden altijd blijken of het gaat om goederen in tijdelijke opslag of om goederen in een douane-entrepot.

Het is niet noodzakelijk dat goederen in verband met de overgang van tijdelijke opslag naar de douane-entrepotopslag bij deze situatie daadwerkelijk worden verplaatst. Voorwaarde is ook bij deze overgang dat vast staat welke goederen onder welk regime horen. Hierbij is vermelding van de identiteitskenmerken van de goederen in de administratie van de entreposeur voor de Douane van essentieel belang.

Geen combinatie van verschillende douane-entrepottypen

In hetzelfde lokaal of dezelfde ruimte is het niet toegestaan om douane-entrepottypen B, C of D te combineren als deze ruimten niet duidelijk zijn gescheiden. Een ruimte kan slecht in één douane-entrepot vergunning B, C of D als goedgekeurde ruimte worden opgenomen. Bijvoorbeeld opslag van goederen die onder type B horen, kan dus niet voorkomen in de ruimte van een douane-entrepot type C.

Als in hetzelfde lokaal of dezelfde ruimte de douane-entrepots duidelijk van elkaar zijn gescheiden is het mogelijk om de ruimte op te delen in bijvoorbeeld een entrepot C van bedrijf X en een entrepot C van bedrijf Y. De douane-entrepots moeten duidelijk afgebakend zijn en door de Douane zijn goedgekeurd. Ieder bedrijf heeft zijn eigen douane-entrepot administratie.

Een ruimte of lokaal dat is goedgekeurd als douane-entrepot van het type B,C of D, kan worden aangewezen als locatie van een douane-entrepot type E. Hierbij is het niet nodig dat de locatie van het type E fysiek wordt afgebakend. Wel zal uit de administratie van het douane-entrepot duidelijk moeten blijken onder welke regeling de goederen liggen opgeslagen.
(artikel 526 TVo. CDW)

Naar boven

2.3.3 Bevoorradingsdepot

De communautaire wettelijke bepalingen maken de aanwezigheid mogelijk in douane-entrepots type C, D en E van een zogeheten bevoorradingsdepot. Deze opslag is er op gericht om in het internationale verkeer booreilanden, schepen en luchtvaartuigen in het internationale verkeer te bevoorraden. Het gaat dan over goederen uit het vrije verkeer van de EU-lidstaten waarvoor al landbouwrestitutie is verleend in verband met de bestemming die de goederen zullen krijgen. De restitutie is dan uitbetaald alsof de uitvoer van de goederen reeds heeft plaats gevonden. Om die reden mogen zij niet meer in het vrije verkeer van de EU terugkomen want dan zou de voorgeschoten restitutie immers ten onrechte zijn uitbetaald. De douanestatus van de goederen verandert door de plaatsing in het douane-entrepot niet; het blijven ook onder het douane-entrepotregiem: communautaire goederen.
(artikelen 98, lid 1, letter b, CDW; 526 en 810 TVo. CDW)

Voor een bevoorradingsdepot is als zodanig erkenning nodig van de Douane en van de Medewindsorganisatie productschappen waar de erkenning is aangevraagd. De aanvrager van die erkenning moet waarborgen dat hij op regelmatige wijze gebruik zal maken van de depotgoederen voor de aangewezen bestemmingen. De Douane geeft de erkenning pas af na een voldoende bevinden van de bedrijfsadministratie. De afgifte vindt plaats na overleg met de Medewindsorganisatie productschappen. Voor het toezicht op bevoorradingsdepots is de NVWA (Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit) de hoofdverantwoordelijke.
(Verordening (EG) nr. 612/2009)

De Douane heeft ten aanzien van de bevoorradingsdepots een aanvullende controletaak. In onderdeel 20.01.00 (paragraaf 4.2 tot en met 4.6) van dit Handboek, vindt u de mogelijke gevallen en procedures bij de plaatsing in en de uitslag van goederen uit een bevoorradingsdepot dat gevestigd is binnen een douane-entrepot type C, D of E. Bij de uitslag uit het douane-entrepot moet desgevraagd de depothouder aantonen dat het uitslag is van goederen van het bevoorradingsdepot. Dit doet hij door middel van het controle-exemplaar T5 dat bij uitslag van de goederen aanwezig moet zijn.

Vermis in bevoorradingsdepot

Omdat de plaatsing in het bevoorradingsdepot binnen douane-entrepot C, D of E geen verandering brengt in de douanestatus van depotgoederen, zij zijn en blijven immers communautaire goederen, is er bij vermis van deze goederen geen verschuldigdheid van de douanerechten en heffingen bij invoer. Wel zou er sprake kunnen zijn van ten onrechte verleende restitutie(s) en wellicht ook van ten onrechte afschrijving van de omzetbelasting op die goederen. Voor wat betreft de controle op de restitutie is de NVWA de verantwoordelijke instantie. Deze controleert aan de hand van de boekhouding van de depothouder. Voor de omzetbelasting is de Belastingdienst belast met de controle. Daarom moet het controlekantoor in geval van vermis bij het bevoorradingsdepot een renseignement zenden aan het Belastingkantoor dat bevoegd is over de locatie waar het bevoorradingsdepot is gevestigd.

Naar boven