Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

14.45.00 Vereenvoudigingen douanevervoer regeling Toegelaten afzender en Toegelaten geadresseerde

2 Het aanvragen en afgeven van een vergunning

In dit hoofdstuk wordt de procedure beschreven voor het aanvragen en afgeven van een Vergunning toegelaten afzender of toegelaten geadresseerde voor communautair douanevervoer.

Naar boven

2.1 Aanvragen van een vergunning

2.1.1 Inleiding

De belanghebbende moet zijn gevestigd in de EU om in aanmerking te komen van de status toegelaten afzender of toegelaten geadresseerde.

(artikel 373 lid 1 letter a TVo.CDW)

De belanghebbende moet een Vergunning toegelaten afzender of toegelaten geadresseerde aanvragen bij de inspecteur van het ambtsgebied (douanekantoor) waar de belanghebbende is gevestigd.

(artikel 375 TVo. CDW)

De Vergunning toegelaten afzender mag worden verleend als de aangever over een vergunning beschikt in het kader van zee-, spoor- of luchtvereenvoudigingen voor het gebruik van andere aangifteformulieren als aangifte voor communautair douanevervoer. Dit betekent dat in plaats van een aangifte via Transit gebruik wordt gemaakt van bedrijfsbescheiden.

Artikel 76 lid 4 CDW en artikel 372 lid 1 letter f TVo. CDW

Voorbeeld 1:

Een luchtvaartmaatschappij heeft een vergunning voor de niveau 1- procedure, waarbij het manifest wordt gebruikt als aangifte voor de regeling douanevervoer. Dit manifest moet, samen met de goederen, zowel bij vertrek als bij aankomst bij de douane worden aangeboden.

De luchtvaartmaatschappij kan nu zowel de vergunning toegelaten afzender en toegelaten geadresseerde aanvragen om het logistieke proces te stroomlijnen.

Voorbeeld 2:

Een houder van de Vergunning toegelaten geadresseerde wil in zijn vergunning een locatie opnemen die ligt op een industrieterrein met een directe spooraansluiting.

In de aanvraag tot wijziging vermeldt hij dat hij ook goederen in ontvangst wenst te nemen die worden vervoerd met vrachtbrieven CIM die worden gebruikt als aangifte voor douanevervoer. Het bedrijf heeft echter geen vergunning tot het gebruik van vereenvoudigingen in het spoorvervoer. Het verzoek zal worden afgewezen.

Deze aanvraagformulieren zijn opgenomen op de internetsite van de Douane: www.douane.nl.

De vergunningaanvraag moet door belanghebbende volledig en juist zijn ingevuld en zijn gedateerd en ondertekend.

(artikel 374 TVo. CDW)

Naar boven

2.1.2 Het bevoegde douanekantoor

De ingevulde aanvraagformulieren voor de Vergunningen toegelaten afzender of toegelaten geadresseerde worden ingediend bij het douanekantoor waar de hoofdadministratie van de aanvrager is gevestigd.

Artikel 375 lid 1 TVo. CDW

Voordat een vergunninghouder gebruik kan maken van de Vergunning toegelaten afzender of toegelaten geadresseerde moeten er voor de aanvaardingscontrole in het systeem Transit bepaalde gegevens beschikbaar worden gesteld.

Deze gegevens worden door het systeem Transit uit het klanten informatie systeem gehaald. Het is daarom van groot belang dat de aanvrager in de vergunningaanvraag de juiste postcodes en huisnummers heeft vermeld van de locaties waarvoor hij zijn vergunning wil gebruiken (zie paragraaf 2.6).

Naar boven

2.1.3 Eisen locaties

De locaties die in aanmerking komen voor de vergunningen toegelaten afzender en toegelaten geadresseerde moeten, gelet op de werkzaamheden die de ambtenaren daar verrichten, voldoen aan de volgende eisen:

  • er zijn voldoende voorzieningen aanwezig om een adequate douanecontrole te kunnen uitoefenen (bijvoorbeeld aanwezigheid van laad- en lospersoneel, weeginstallatie en een heftruck). Dit betekent dat parkeerterreinen en dergelijke veelal niet in aanmerking zullen komen voor goedkeuring als locatie

  • de ambtenaren en de personen die hen begeleiden moeten er veilig en onder aanvaardbare omstandigheden, conform de regels van de Arbeidsomstandighedenwet, hun werkzaamheden verrichten

  • de vergunninghouder is beschikkingsbevoegd over de locatie. Beschikkingsbevoegd houdt in dat de vergunninghouder een vervoermiddel met lading kan aanbrengen en over de goederen kan beschikken, en voor controle aan de Douane kan aanbieden.

Bij het verlenen van de vergunning wordt getoetst of de daarin op te nemen locatie(s) voldoet aan de eisen. Dit geldt ook wanneer na afgifte van de vergunning wordt verzocht om uitbreiding met één of meer locaties.

Vanwege de bijzondere vervoersmodaliteit kan bij vervoer over water en het spoor voor de goedkeuring als TA- en TG-locatie in beperkte mate van bovenstaande eisen worden afgeweken.

In de vergunning worden de aangewezen locaties vermeld met postcode en huisnummer, aangevuld met straat- en plaatsnaam. Uitzondering hierop zijn de boeien en spoorwegemplacementen, die krijgen een fictieve postcode en de locatie wordt omschreven.

Naar boven

2.1.4 Mogelijkheden bij een vergunning voor bedrijven met meerdere vestigingen

Een aangever mag via één aansluiting (X400-adres) op basis van één Vergunning elektronisch aangeven douanevervoer, berichten vanuit verschillende vestigingen versturen en ontvangen in het systeem Transit voor goederen die zich bevinden op in de vergunning aangewezen locaties.

Voordeel van die situatie is dat het bedrijf maar één aansluiting behoeft en niet voor elke vestiging de vergunningen elektronisch aangeven en toegelaten afzender en/ of geadresseerde hoeft aan te vragen.

Naar boven

2.2 Voorwaarden verlenen van een vergunning

2.2.1 Algemene voorwaarden

Voor het verkrijgen van de Vergunning toegelaten afzender of toegelaten geadresseerde moet de belanghebbende aan een aantal algemene eisen voldoen. Deze eisen zijn van toepassing op alle vereenvoudigde procedures binnen de regeling douanevervoer.

Enkele van de algemene voorwaarden betreffen de doelmatige en doeltreffende controleerbaarheid. Als een vergunning wordt aangevraagd voor gebruik met meerdere aangewezen locaties, is een dergelijke controle slechts mogelijk als ook voor het vervullen van de voorafgaande en opvolgende aangifteformaliteiten, maximaal gebruik wordt gemaakt van de vereenvoudigde en/of elektronische aangiftesystemen die de Douane beschikbaar heeft.

artikel 372 TVo. CDW)

Een uitgebreide beschrijving van die algemene voorwaarden is opgenomen in onderdeel 14.40.00 van dit Handboek.

Identiteitsmaatregelen

Een houder van de Vergunning toegelaten afzender moet voor de verzegeling van vervoermiddelen goedgekeurde verzegelingen gebruiken.

Naar boven

2.2.2 Specifieke voorwaarden voor de Vergunning toegelaten afzender

Een Vergunning toegelaten afzender mag pas worden verleend als de aanvrager beschikt over een Vergunning doorlopende zekerheid of ontheffing van zekerheid.

De voorwaarden voor het verkrijgen van deze vergunning zijn opgenomen in onderdeel 14.41.00 van dit Handboek.

(Artikel 92 lid 1 en 2 CDW en artikel 398 TVo. CDW)

Specifieke voorwaarden over de verzegeling vindt u in onderdeel 14.43.00 Vereenvoudigingsmaatregen; Verzegelingen van een bijzonder model van dit Handboek.

(artikel 399, letter c, TVo. CDW)

Naar boven

2.2.3 Administratieve eisen bij de Vergunning toegelaten afzender

De administratie van de vergunninghouder moet zo zijn ingericht dat aan de hand daarvan op eenvoudige wijze verband kan worden gelegd tussen de gegevens van de goederen in de aangifte voor douanevervoer en de gegevens in de betreffende vrachtbrieven, kopiefacturen en dergelijke. Het gaat hier vooral om gegevens over het aantal en de soort van de colli en de soort en de hoeveelheid van de goederen.

(artikel 373 lid 2 TVo. CDW)

De Toegelaten afzender moet een administratie voeren waaruit blijkt wat de voorafgaande douaneregeling is. Daaruit moet ook blijken wie de aangever is van de voorafgaande regeling, het nummer en de overige identificatiemaatregelen van die voorafgaande regeling.

Anderzijds moet de persoon die aansprakelijk is voor de voorafgaande douaneregeling, bijvoorbeeld de beheerder van een entrepot, een verwijzing naar de opvolgende douaneregeling in zijn administratie opnemen en tenminste beschikken over een kopie van de opvolgende aangifte voor douanevervoer (Begeleidingsdocument). De houder van de Vergunning toegelaten afzender moet in die gevallen daarom een kopie van het begeleidingsdocument te verstrekken aan de entrepothouder. De entrepothouder kan daarmee de regelmatige beëindiging van die douaneregeling aantonen.

Per aangifte voor communautair douanevervoer genereert Transit een Movement Reference Number (MRN). Per MRN wordt een apart dossier gemaakt. In dit dossier moeten de gegevens worden opgenomen die zijn gebruikt om de aangifte voor communautair douanevervoer op te stellen. Dit dossier dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:

  • verwijzing naar de voorafgaande regeling, bijvoorbeeld de bootnaam en het nummer van de summiere aangifte, het nummer van de voorafgaande uitvoeraangifte of het vergunningnummer, de n.a.w-gegevens en het dossier- / referentienummer waaronder een zending in een entrepot geplaatst is geweest;

  • een kopie van het begeleidingsdocument dan wel, bij een schriftelijke aangifte, een kopie van het exemplaar 1 of van het vervoersdocument dat voor bepaalde vervoersmodaliteiten als aangifte T is gebruikt);

  • voldoende gegevens om in geval van niet-zuivering de heffingsgrondslagen vast te kunnen stellen, bijvoorbeeld een (kopie van de) factuur;

  • een kopie van het vrachtbescheid, bijvoorbeeld de CMR, waarmee de goederen zijn weggevoerd;

  • een verwijzing naar het nummer van de gebruikte bedrijfsverzegeling;

  • de opdracht tot het maken van de aangifte voor douanevervoer.

De dossiers van de vergunninghouder moeten doorlopend genummerd zijn en zullen op overzichtelijke wijze toegankelijk moeten zijn voor controle door de bevoegde douaneautoriteiten.

Naar boven

2.2.4 Administratieve eisen bij de Vergunning toegelaten geadresseerde

De administratie van de vergunninghouder moet zodanig zijn ingericht dat verband kan worden gelegd tussen de aangiften, de goederenbeweging, de opvolgende douanebestemming/-regeling en de voorraadadministratie.

373 lid 2 Tvo CDW

Per zending die met een aangifte voor douanevervoer is ontvangen wordt een dossier gemaakt. Dit dossier dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:

  • verwijzing naar de opvolgende regeling, bijvoorbeeld het nummer en de gegevens van de aangever van een opvolgende aangifte voor het vrije verkeer of het vergunningnummer, de n.a.w-gegevens en het dossier- / referentienummer waaronder een zending in een entrepot is geplaatst;

  • een kopie van het begeleidingsdocument waarmee de goederen zijn aangebracht (in voorkomend geval, een kopie van het vervoersdocument dat voor bepaalde vervoersmodaliteiten als aangifte communautair douanevervoer is gebruikt);

  • voldoende gegevens om in geval van niet-zuivering de heffingsgrondslagen vast te kunnen stellen, bijvoorbeeld een (kopie van de) factuur;

  • een kopie van het vrachtbescheid, bijvoorbeeld de CMR, waarmee de goederen zijn aangebracht;

  • de uitslag van de bevindingen bij het in ontvangst nemen en lossen van de goederen;

  • de opdracht tot in ontvangst nemen van de aangifte en de goederen.

Naar boven

2.2 Bepalingen in de vergunningen

Naar boven

2.2.5 Vrijgave en reactietijd

Vrijgave van de goederen
Toegelaten afzender:

U mag de zending pas laden en wegvoeren nadat de Douane daarvoor toestemming heeft gegeven. U ontvangt deze toestemming door het bericht IE029.

Toegelaten geadresseerde:

Als voor het vervoer van de ontvangen goederen elektronisch aangifte is gedaan, verzendt u een bericht IE007 van aankomst. Nadat u een bericht IE043 heeft ontvangen, mogen de goederen worden gelost. Daarbij geldt echter de voorwaarde dat er voor de goederen een aangifte, mededeling of kennisgeving voor tijdelijke opslag of douanebestemming is gedaan.

Reactietijd:

In de vergunning is een reactietijd opgenomen. De reactietijd is de tijd die ingaat na het doen van de aangifte of het melden van de aankomst van de goederen. Het is de tijd die de Douane nodig heeft om een controle te plannen, voor te bereiden, om op de plaats van fysieke controle te komen en de controle aan te vangen. Deze reactietijd is standaard 120 minuten. Heeft de Douane niet gereageerd of is de Douane niet langs geweest binnen de reactietijd en heeft de Toegelaten afzender / Toegelaten geadresseerde nog geen elektronisch bericht ontvangen? Dan moet de vergunninghouder contact opnemen met het bevoegde douanekantoor. De Douane zal alsnog een controle instellen of via Transit de vergunninghouder alsnog toestemming tot laden of lossen verlenen.

(artikel 399 letter b TVo CDW en artikel 407 lid 2 TVo. CDW)

Naar boven

2.2.6 Vermelden van gegevens over kennisgeven en inleveren bescheiden

In de individuele voorwaarden bij de vergunning worden de gegevens vermeld van het douanekantoor waar kennisgevingen moeten worden gedaan of formulieren moeten worden ingeleverd. Daarbij wordt de wijze vermeld waarop de kennisgeving moet worden gedaan. Ook wordt de reactietijd vermeld.

In de individuele voorwaarden bij de vergunning hoeven geen adresgegevens van douanekantoren van vertrek en bestemming te worden opgenomen. De kantoorgegevens van douanekantoren zijn gepubliceerd op www.douane.nl.

Naar boven

2.2.7 Gebruik van goedgekeurde verzegelingen

In een Vergunning toegelaten afzender wordt in principe toestemming voor zelfverzegeling verleend. Dat betekent dat de houder van de Vergunning toegelaten afzender is gehouden zelf de nodige identiteitswaarborgen aan te brengen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan in de vergunning worden bepaald dat de Douane de verzegeling aanbrengt. Kan in dat geval een douaneverzegeling niet meer in Transit worden geregistreerd, dan vermeldt de Douane deze op het begeleidingsdocument.

In de Vergunning toegelaten afzender is opgenomen dat de vergunninghouder de vervoermiddelen of de colli zelf moet verzegelen. De vergunninghouder hoeft dat niet te doen als de goederen door een nauwkeurige omschrijving in de aangifte of door eventuele andere identificatiemaatregelen kunnen worden geïdentificeerd. De Douane moet in dat geval aan de hand van de omschrijving de soort en hoeveelheid goederen gemakkelijk kunnen controleren.

(artikel 357 TVo. CDW)

In de Vergunning toegelaten afzender zijn de goedgekeurde verzegelmiddelen opgenomen. De vergunninghouder moet alle nodige maatregelen treffen om de goedgekeurde verzegelmiddelen veilig te bewaren.

Een houder van de Vergunning toegelaten afzender moet voor de verzegeling van vervoermiddelen goedgekeurde verzegelingen gebruiken. Deze overlegt hij bij de aanvraag voor de vergunning. De procedure voor het beoordelen van die bedrijfsverzegelingen is opgenomen in onderdeel 14.43.00 van dit Handboek. Voor de zelfverzegeling heeft de Toegelaten afzender geen aparte Vergunning gebruik verzegeling van een bijzonder model nodig. Die toestemming wordt namelijk verleend in de Vergunning toegelaten afzender.

Naar boven

2.3 Afgifte van de vergunning

De Vergunningen toegelaten afzender en/of toegelaten geadresseerde worden verleend door de inspecteur in wiens ambtsgebied de aanvrager is gevestigd.

(artikel 375 lid 1 TVo. CDW)

Het nummer van de af te geven Vergunning toegelaten afzender of Vergunning toegelaten geadresseerde wordt verstrekt volgens een eigen nummering van het vergunningverlenende team. Het nummer bestaat uit 13 posities, met de volgende opbouw:

  • posities 1 en 2 bestaan uit de letters NL;

  • posities 3 tot en met 6 bestaan uit code voor Douane Nederland: 0074;

  • posities 7 tot en met 13 bestaan uit een doorlopend volgnummer.

Naar boven

2.4 Administratieve verwerking in het Klant Informatie Systeem

2.4.1 Registratie KIS

Voordat de vergunning wordt verstrekt aan de aangever, worden de gegevens in Klant Informatie Systeem (KIS) vastgelegd. De gegevens die in KIS zijn geregistreerd, worden beschikbaar gesteld voor het aangiftesysteem Transit. De systemen worden daartoe aan elkaar gekoppeld. Daarmee herkent het systeem de aangevers- en vergunninggegevens van de persoon die berichtenverkeer uitwisselt. Nadat de vergunning is verleend stuurt de Douane deze naar de houder van de Vergunning toegelaten afzender / geadresseerde. Een houder van de Vergunning toegelaten afzender / geadresseerde kan alleen maar het vertrek / de aankomst van de goederen melden met Transit, als de Vergunningen toegelaten afzender / geadresseerde in het Klant Informatie Systeem (KIS) is / zijn geregistreerd. Is een vergunning niet in KIS geregistreerd? Dan worden de data voor toepassing van vereenvoudigde procedures door het systeem geweigerd.

Naar boven

2.5 Wijzigingen en intrekken van een verleende vergunning

2.5.1 Wijzigen vergunning

Als de gegevens na de afgifte van de vergunning veranderen of niet meer juist zijn, moet de vergunninghouder de Douane verzoeken om de vergunning aan te passen. Een verandering kan gevolgen hebben voor de handhaving of de inhoud van de vergunning, bijvoorbeeld als locaties worden toegevoegd, verwijderd of gewijzigd.

Als een vergunning wordt gewijzigd, worden geen afzonderlijke wijzigingsbeschikkingen verzonden, maar wordt periodiek een volledig nieuwe vergunning verstrekt met voorwaarden en bepalingen. Individuele voorwaarden en andere regelingen worden in de vergunning onder het kopje "individuele voorwaarden" verwerkt. Daarvoor worden geen aanvulbladen en of -brieven gebruikt. Wanneer bijvoorbeeld een uitbreiding van de aangewezen locaties wordt aangevraagd, worden de nieuwe locaties in de vergunning zelf toegevoegd en, met het vermelden van het bevoegde aangiftepunt, verwerkt in de voorwaarden en bepalingen. Vergunningen met voorwaarden en bepalingen worden vervolgens periodiek volledig opnieuw verstrekt.

(artikel 377 TVo. CDW)

Naar boven

2.5.2 Intrekken vergunning

De vergunning wordt ingetrokken als:

  • de vergunning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens, terwijl de aanvrager zich daarvan bewust was of had moeten zijn;

  • niet wordt voldaan aan de voorwaarden van de vergunning;

  • de vergunninghouder niet aan zijn verplichtingen voldoet;

  • de vergunninghouder de belasting- en/of douanewetgeving ernstig of herhaaldelijk heeft overtreden;

  • de Vergunning doorlopende zekerheid of ontheffing zekerheidstelling wordt ingetrokken (Dit is enkel van toepassing bij de Vergunning toegelaten afzender);

  • de Vergunning elektronisch aangeven douanevervoer wordt ingetrokken;

  • de applicatie die in gebruik is bij de vergunninghouder om elektronisch aangifte te doen na een proefperiode niet is goedgekeurd.
    (artikel 9 lid 1 CDW en artikel 10 lid 1 CDW)

Naar boven