Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

20.02.00 Aangiften ten uitvoer landbouwgoederen

2 Aanvaarding van de aangifte ten uitvoer met aanvraag Restitutie

2.1 Bijzonderheden bij aangiften ten uitvoer met aanvraag restitutie

In de aangifte ten uitvoer met aanspraak op restitutie moeten een aantal aanvullende gegevens worden vermeld voor de berekening van de restitutie:

  • de omschrijving van de goederen volgens de restitutienomenclatuur (vak 31);

  • de netto hoeveelheid of de meeteenheid die van belang is voor de berekening van de restitutie (vak 38 of 31). U kunt hierover meer lezen in deze paragraaf, onder "Vooraanmelding en plaats van indiening";

  • de samenstelling van de goederen of een verwijzing naar de receptuur, wanneer dit van belang is voor de restitutieberekening (vak 31 of 44). Deze vermelding kan in een aantal gevallen ook in een vereenvoudigde vorm plaatsvinden. Zie voor meer informatie hierover paragraaf 2.1.3;

  • de productcode/restitutiecode (vak 33);

  • de vermeldingen die voortvloeien uit de vele voetnoten op de restitutienomenclatuur (vak 31). In het DTV (Douane Tarief Voorziening) zijn per goederencode de bedoelde vermeldingen opgenomen.

  • het nummer van het uitvoercertificaat, als dat bij de zending wordt overgelegd (vak 44);

  • de restitutievoet (vak 44);

  • de bijzondere vermeldingen die in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij de maandstaatprocedure en bij proviandering via bevoorradingsdepots) in vak 44 moeten worden geplaatst. U kunt hierover meer lezen in paragraaf 2.4.3 en in paragraaf 2.1.3, onder "Bijzondere vermeldingen bij proviandering van bevoorradingsdepots".

Daarnaast is van belang:

  • dag van uitvoer;

  • vooraanmelding en plaats van indiening aangifte ten uitvoer;

  • kenmerken, nummers en plaatsaanduiding van goederen;

  • overige bescheiden.

Dag van uitvoer

Het vaststellen van de juiste dag van uitvoer is bij aangiften ten uitvoer met aanspraak op restitutie van belang voor het vaststellen van het recht op restitutie. Ga na of de goederen op het moment van de inlevering van het aangifteformulier op de aangegeven plaats aanwezig zijn.

Vooraanmelding en plaats van indiening aangifte ten uitvoer

Op grond van de Restitutieverordening moet de aangifte ten uitvoer met aanspraak op restitutie voldoen aan de volgende eisen:

  • De aangever moet het bevoegde douanekantoor vooraf binnen de voor hem vastgestelde termijn in kennis stellen dat de voor uitvoer bestemde producten zullen worden geladen. Hij moet in deze vooraanmelding aangeven wat het verwachte begintijdstip en eindtijdstip van het laden is.

  • De aangever moet de aangifte ten uitvoer indienen op het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de goederen worden geladen voor uitvoer.

(artikel 5, lid 7 Verordening (EG) nr. 612/2009)

Afwijkingen van artikel 5, lid 7 van Vo. (EG) nr. 612/2009 vormen een verhoogd risico en kunnen aanleiding zijn tot het instellen van een fysieke controle. Verordening (EG) nr. 1276/2008.

In Nederland worden geen vooraanmeldingen geëist die 24 uur voorafgaand aan het laden van de goederen aan het bevoegde douanekantoor moeten worden toegezonden.

Naar boven

2.2 Kenmerken, nummers en plaatsaanduiding van goederen

De aangifte mag worden aanvaard als aan de volgende eisen is voldaan:

  • De aangever moet de merken en nummers die op de verpakking van de uit te voeren partijen zijn vermeld, volledig noteren in het vak "goederenomschrijving".

  • De aangever moet de plaats waar de te laden goederen zich bevinden, nauwkeurig vermelden.

Let op!

De door de aangever opgegeven locatie kan de specifieke opslaglocatie van de goederen in de loods zijn (bijvoorbeeld: Loods C, Rij 15, Vak 5, begane grond). Ook kan een locatie zijn aangewezen, zoals een vaste zone op het laadperron of toegestaan zoals een laadlocatie bij een productiebedrijf. In deze gevallen mag deze locatie in de werkafspraken behorende bij de vergunning domiciliëringsprocedure (Uitvoer) worden benoemd en hoeft dan niet steeds in de aangiften te worden vermeld.

Overige bescheiden en verklaringen

Bij de aangifte ten uitvoer met aanvraag restitutie moeten afhankelijk van de goederensoort ook nog andere bescheiden worden overgelegd. Naast de bescheiden die op grond van gezondheids- of kwaliteitsregelingen moeten worden overgelegd en die hier niet worden besproken, zijn dit onder meer de volgende bescheiden:

Bescheid

Toelichting

Uitvoercertificaten

Zie voor meer gedetailleerde gegevens onderdeel 20.03.00, Uitvoercertificaten landbouwgoederen van dit Handboek.

Stamboekcertificaten

Deze certificaten zijn voorgeschreven bij de uitvoer van fokdieren van zuiver ras als bijzondere voorwaarde om voor restitutie in aanmerking te komen.

Attesten

Deze attesten zijn voorgeschreven bij de uitvoer van vlees van volwassen, mannelijke runderen als voorwaarde om voor een bijzondere (hogere) restitutie in aanmerking te komen. Zie voor meer gedetailleerde gegevens paragraaf 3.15 van onderdeel 20.01.00, Restituties, van dit Handboek.

Verklaring

Voor bepaalde producten in de sector varkensvlees moet de aangever een aparte verklaring stellen in de aangifte ten uitvoer. Bij bereidingen en conserven van de goederencodes 1601 0091, 1601 0099, 1602 4110, 1602 4210 en 1602 4919 moet het volgende worden vermeld:

"Goederen voldoen aan Verordening (EG) nr. 903/2008".

Vereenvoudigde aangifte bij de uitvoer van industriële landbouwproducten

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) heeft aan verschillende exporterende bedrijven toestemming verleend om in de aangifte ten uitvoer de vermelding van de samenstelling, het gehalte of de hoedanigheid van de uit te voeren producten weg te laten. artikel 3:32 Algemene douaneregeling.

In de aangifte ten uitvoer hoeft dan alleen de soort goederen onder hun eigen benaming te worden vermeld.

Deze vereenvoudigde aangiften kunnen worden aanvaard wanneer de aangever daarop de datum en het nummer van de door de RVO.nl verleende toestemming heeft vermeld.

Bijzondere vermeldingen bij proviandering van bevoorradingsdepots

Hoewel Verordening (EG) nr. 612/2009 bepalingen over het bevoorradingsdepots bevat, bestaan deze niet meer sinds het van kracht worden van Verordening (EU) nr. 952/2013, het Douanewetboek van de Unie (kortweg DWU). Aan deze bepalingen kan dan ook geen uitvoering meer gegeven worden.

Naar boven

2.3 Uitzonderingen

De uitzonderingen worden in het onderdeel 20.01.00 hoofdstuk 4 van dit Handboek besproken.

Aangifte ten uitvoer bij leveringen aan bijzondere bestemmingen binnen de Gemeenschap

Sommige leveringen van landbouwproducten aan bijzondere bestemmingen binnen de Gemeenschap worden gelijkgesteld aan uitvoer naar derde landen. Er moet dan een aangifte ten uitvoer worden gedaan.

Het gaat om de volgende leveringen:

  • leveringen met aanspraak op restitutie;

  • leveringen in het kader van veredelingsverkeer;

  • leveringen van interventiegoederen.

(artikel 33 Verordening (EG) nr. 612/2009)

“Regeling geschatte gewichten”

Wanneer de aangever een vergunning voor het doen van een vereenvoudigde aangifte van de Douane heeft kan hij met een onvolledige aangifte voor het nettogewicht werken, artikel 166 e.v., DWU.

Dit kan in de volgende gevallen:

  • De goederen worden uitgevoerd in bulk of in niet-gestandaardiseerde verpakkingen.

  • Het nettogewicht van de uitgaande partij kan pas worden vastgesteld nadat het transportmiddel geladen is.

Onder niet-gestandaardiseerde verpakkingen worden in dit verband uitsluitend verstaan:

  • levende dieren;

  • (halve) karkassen;

  • voor- en achtervoeten;

  • voorstukken;

  • hammen;

  • schouders;

  • buiken en karbonadestrengen.

Bij niet-gestandaardiseerde verpakkingen moet de aangever wel het juiste aantal colli in de aangifte vermelden.

  • De aangever moet in de aangifte vermelden:

    "Toepassing procedure geschatte gewichten"

De aangever moet direct nadat de aangegeven goederen in het vervoermiddel zijn geladen, in een aanvullende aangifte het exacte geladen netto- en brutogewicht aangeven. De nadere voorwaarden staan in de vergunning.

artikel 5, lid 6 Verordening (EG) nr. 612/2009

Bijzondere vermeldingen bij maandstaatprocedure

Bij rechtstreekse proviandering van schepen of vliegtuigen kan de maandstaatprocedure worden toegepast. Zie ook paragraaf 4.3 van onderdeel 20.01.00, Uitvoerrestituties van dit Handboek.

De aangever vermeldt dan in vak 44:

  • "Bestemd voor boordproviand";

  • de naam en de vlag van het zee-, marine- of hulpschip;

  • het registratienummer van het luchtvaartuig, boor- of productieplatform.

Naar boven