Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

3.00.00 Beschikkingen voor de toepassing van de douanewetgeving

1 Beschikkingen voor de toepassing van de douanewetgeving

Dit hoofdstuk behandelt:

  • het begrip ‘beschikkingen’;

  • de totstandkoming van een beschikking;

  • de ambtshalve beschikking;

  • beheer van beschikkingen naar aanleiding van aanvragen;

  • de intrekking of wijziging van een gunstige beschikking.

Bij de behandeling wordt uitgegaan van het DWU, de GVo.DWU en de UVo.DWU. Waar nodig wordt een verbinding gelegd met de Algemene wet bestuursrecht. De specifieke bepalingen die per beschikking kunnen variëren, zijn in de betreffende onderdelen van dit Handboek opgenomen. Zo kent bijvoorbeeld de aanvraag voor een AEO-status een van de algemene regels afwijkende termijn (artikel 28 GVo.DWU).

Let op!

Waar in dit hoofdstuk gesproken wordt over schriftelijke aanvragen en schriftelijke beschikkingen, worden zowel de papieren als de elektronische versie bedoeld.

Let op!

Het DWU gaat uit van elektronische communicatie met belanghebbende. Diverse systemen (waaronder Customs Decisions) gaan dit ondersteunen. In de periode tot het moment van het in werking treden van deze systemen is er een uitzondering op dit uitgangspunt en mag gebruik gemaakt worden van de vóór 1 mei 2016 gehanteerde werkwijze. Voor beschikkingen houdt dit in, dat met belanghebbende op die wijze wordt gecommuniceerd, zoals dit ook al vóór 1 mei 2016 plaatsvond. Fasegewijs zullen nieuwe elektronische systemen het bestaande berichtenverkeer gaan vervangen.

Voor een aantal aanvragen voor een beschikking zijn er al nieuwe elektronische systemen beschikbaar. Zo moet de aanvraag voor een grensoverschrijdende vergunning met gebruikmaking van het EU Trader Portal gedaan worden. De aanvraag voor een AEO-vergunning of een Bindende Tariefinlichting wordt met het EU Customs Trader Portal gedaan.

Naar boven

1.1 Het begrip "beschikking"

Het begrip "beschikking" heeft in het DWU een ruime betekenis: elke beslissing welke verband houdt met de douanewetgeving die door een douaneautoriteit over een bepaald geval wordt genomen en die voor de betrokken persoon of betrokken personen rechtsgevolgen heeft. Het aantal beschikkingen en de soorten beschikkingen zijn dan ook legio.
(artikel 5, lid 39 DWU)

Niet alleen het DWU, de GVo.DWU en de UVo.DWU, maar ook de Algemene douanewet en de Algemene wet bestuursrecht bevatten bepalingen over de totstandkoming van beschikkingen. De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht komen voor een groot deel overeen met de DWU-bepalingen. De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht zien echter uitsluitend op schriftelijke beschikkingen. Bovendien besteedt de Algemene wet bestuursrecht niet of nauwelijks aandacht aan het geven van beschikkingen anders dan op aanvraag (verzoek), iets wat op douane- en fiscaal gebied juist veel voorkomt, met name de ambtshalve beschikkingen. De reikwijdte van de DWU-bepalingen met betrekking tot de beschikking is groter, omdat in de DWU meer specifiekere bepalingen zijn opgenomen.

De Algemene douanewet zorgt via een koppelbepaling dat beschikkingen in de zin van het DWU en beschikkingen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht gelijk worden gesteld (artikel 1:18, lid 1 Algemene douanewet). Ook wordt in de Algemene douanewet een aantal bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot beschikkingen niet van toepassing verklaard, omdat het DWU daar al in voorziet (zie bijvoorbeeld artikel 1:18, lid 6, 9, 10 en 11 van de Algemene Douanewet).

Naar boven

1.2 De totstandkoming van een beschikking

Er kan wel of geen aanvraag voorafgaan aan een te nemen beschikking. Onder een aanvraag wordt in dit verband verstaan een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen. Als er geen aanvraag aan de beschikking voorafgaat, is er sprake van een ambtshalve beschikking.

Beschikkingen op aanvraag

Voorbeelden van beschikkingen op aanvraag zijn:

  • het verlenen van een vergunning voor het toepassen van een bijzondere regeling;

    (artikel 211 DWU);

  • de vergunning voor toestemming tot het indienen van een douaneaangifte in de vorm van inschrijving in de administratie;

  • het verzoek tot ontheffen van de verplichting tot het aanbrengen;

    (artikel 182, lid 1 en 3 DWU).

Ambtshalve beschikkingen

Voorbeelden van een ambtshalve beschikking zijn:

Naar boven

1.2.1 Beschikkingen op aanvraag, de vorm van de aanvraag: mondeling/schriftelijk

De vorm van de aanvraag kan verschillen. Soms neemt het DWU genoegen met een mondeling verzoek, veelal moet de aanvraag schriftelijk worden gedaan. In weer andere gevallen laat het DWU het in het midden (zie bijvoorbeeld de artikelen 173 en 174 DWU: "verzoek tot wijzigen respectievelijk ongeldig verklaren van een aangifte". De Algemene wet bestuursrecht gaat ervan uit dat de aanvraag als regel schriftelijk wordt ingediend (artikel 4:1 Algemene wet bestuursrecht). Dit is echter anders, aldus genoemd artikel, indien "bij wettelijk voorschrift anders is bepaald". Het DWU is zo'n wettelijk voorschrift.

In de gevallen waarin een schriftelijke aanvraag is voorgeschreven, is de vorm waarin de aanvraag moet worden gedaan soms vrij. De belanghebbende zou dus kunnen kiezen voor bijvoorbeeld een brief of een verzoek op de aangifte of op een factuur. In andere gevallen moet de elektronische aanvraag worden ingediend volgens de specificaties die in de Bijlage A van de GVo.DWU en UVo.DWU zijn voorgeschreven, bijvoorbeeld bij de aanvraag voor een vergunning voor een douane-entrepot.

Let op!

Bij zowel een schriftelijke als een elektronische aanvraag is Bijlage A van Gvo.DWU voor de inhoud van de aanvraag van toepassing.

Naar boven

1.2.2 De informatie bij de aanvraag

Welke informatie (gegevens en bescheiden) moet bij de aanvraag worden verstrekt? Artikel 22, lid 1 DWU is daar duidelijk in: "de aanvrager verstrekt alle inlichtingen die het de bevoegde douaneautoriteiten mogelijk maken om een beschikking af te geven". Voor de meeste aanvragen wordt deze regel nader uitgewerkt. In Bijlage A bij de GVo.DWU is bijvoorbeeld aangegeven wat in een aanvraag voor een beschikking, die ziet op een bijzondere regeling, moet worden vermeld.

Als een speciaal aanvraagformulier is voorgeschreven, is het duidelijk welke gegevens moeten worden vermeld. Als de te verstrekken informatie niet nader is gespecificeerd, zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld welke informatie nodig is om de beschikking te kunnen afgegeven.

Naar boven

1.2.3 Aanvaarding van de aanvraag

U beoordeelt onverwijld, doch uiterlijk binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag voor een beschikking of aan de voorwaarden voor aanvaarding van de aanvraag is voldaan (artikel 22, lid 2 DWU).

Die voorwaarden zijn de volgende (artikel 11 GVo.DWU):

  1. indien van toepassing; de aanvrager beschikt over een EORI-nummer;

  2. indien van toepassing; de aanvrager is gevestigd in het douanegebied van de Unie;

  3. de aanvraag is ingediend bij de bevoegde douaneautoriteiten; de bevoegde douaneautoriteit is de autoriteit van de plaats waar de hoofdadministratie voor douanedoeleinden van de aanvrager zich bevindt of waar deze toegankelijk is, en waar op zijn minst een deel van de activiteiten die onder de beschikking moeten vallen, zal worden uitgevoerd (artikel 22, lid 1, derde alinea DWU). Wanneer de bevoegde autoriteit niet op die manier kan worden bepaald, wordt de aanvraag ingediend bij de autoriteiten waar de hoofdadministratie van de aanvrager wordt gehouden of toegankelijk is, zodat administratieve controle mogelijk is. Onder hoofdadministratie wordt in dit geval verstaan de boeken en bescheiden die het voor de douaneautoriteit mogelijk maken om aan de hand daarvan de beschikking te nemen (artikel 12 GVo.DWU);

  4. er is geen sprake van een aanvraag voor hetzelfde doel als een vorige beschikking waarvan de aanvrager de houder was en die nietig is verklaard of is ingetrokken, omdat de aanvrager niet aan een verplichting van die beschikking heeft voldaan. Deze voorwaarde geldt voor de duur van 1 jaar na het nietig verklaren of intrekken van de vorige beschikking. Die termijn wordt verlengd tot 3 jaar in geval van toepassing van artikel 27, lid 1 DWU, (nietig verklaren) of indien sprake is van een aanvraag tot de status van geautoriseerd marktdeelnemer ex artikel 38 DWU (artikel 11, lid 2 Gvo.DWU);

  5. verder moet de aanvraag alle informatie bevatten die voor het nemen van de beschikking noodzakelijk is (art 22, lid 2 DWU).

Als de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor aanvaarding, stelt u de aanvrager binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag voor een beschikking daarvan in kennis.

Wanneer de aanvraag is aanvaard, is de datum van aanvaarding van die aanvraag de datum waarop alle vereiste informatie door de douaneautoriteit is ontvangen overeenkomstig artikel 22, lid 2 DWU jo. artikel 12, lid 1, Uvo.DWU.

Voorbeelden datum van aanvaarding:

  • de aanvraag wordt op 1 maart door de douane ontvangen.
    Op 17 maart wordt de brief van aanvaarding aan de aanvrager verzonden. De datum van aanvaarding is 1 maart, omdat op die datum alle vereiste informatie door de douane is ontvangen;

  • de aanvraag wordt op 1 maart door de douane ontvangen.
    Bij de aanvraag ontbreekt informatie. Op 17 maart vraagt de douane aan de aanvrager om aanvullende informatie. De aanvrager verstrekt de informatie en deze informatie wordt op 3 april door de douane ontvangen. De datum van aanvaarding is 3 april.

Als de bij de aanvraag overgelegde informatie ontoereikend is om de aanvraag te aanvaarden, kunt u de aanvraag natuurlijk (nog) niet inwilligen. In dat geval kunt u de aanvrager vragen om aanvullende informatie. In dat geval geeft u de aanvrager daarvoor een nieuwe termijn (artikel 12, lid 2 UVo.DWU) van ten hoogste 30 dagen waarbinnen de aanvrager die informatie moet verstrekken. De in artikel 22, lid 2 van het DWU vastgestelde aanvaardingstermijn wordt met dezelfde duur verlengd.

Heeft u binnen die gestelde termijn geen volledige aanvraag ontvangen, dan stuurt u de belanghebbende de mededeling dat u de aanvraag niet kunt aanvaarden, omdat deze niet volledig is. In deze mededeling neemt u geen bezwaarclausule op. De mededeling is namelijk geen beschikking, waartegen bezwaar mogelijk is. Ook hoeft er geen voornemen tot afwijzing van de aanvraag aan de aanvrager te worden gezonden. Het recht om te worden gehoord (artikel 22, lid 6 DWU) is immers op deze mededeling niet van toepassing (artikel 10, letter a GVo.DWU).

Let op!

Wanneer de belanghebbende na 30 dagen geen bericht heeft ontvangen dat de aanvraag is aanvaard of niet is aanvaard, wordt deze automatisch geacht aanvaard te zijn en dient verder in behandeling te worden genomen. De datum van aanvaarding is in dat geval de datum van ontvangst van de aanvraag of de datum van ontvangst van aanvullende informatie, indien de douaneautoriteit deze informatie heeft gevraagd (artikel 12, lid 3 UVo.DWU).

Naar boven

1.2.4 Nemen van de beschikking

Voordat u de beschikking verleent, moet u verifiëren of aan alle voorwaarden en criteria voor de desbetreffende beschikking is voldaan.

Naar boven

1.2.5 Raadpleging andere douaneautoriteiten

Wanneer een beschikkingsbevoegde douaneautoriteit een douaneautoriteit van een andere betrokken lidstaat moet raadplegen over de vervulling van de vereiste voorwaarden en criteria om een gunstige beschikking te nemen, vindt deze raadpleging plaats binnen de voor de betreffende beschikking voorgeschreven termijn. De beschikkingsbevoegde douaneautoriteit stelt een raadplegingstermijn vast die aanvangt vanaf de datum waarop deze douaneautoriteit de voorwaarden en criteria meedeelt die door de geraadpleegde douaneautoriteit moeten worden onderzocht. (artikel 14, lid 1 UVo.DWU).

Als u (als geraadpleegde douaneautoriteit) tijdens het raadplegingsonderzoek vaststelt dat de aanvrager niet aan een of meer van de voorwaarden of criteria voor het nemen van een positieve beschikking kan voldoen, moet u aan de verzoekende douaneautoriteit adviseren de aanvraag voor een beschikking af te wijzen.

Let op!

Wanneer u (als geraadpleegde douaneautoriteit) niet binnen de voor de betrokken beslissing gestelde termijn reageert, wordt geacht aan de voorwaarden en criteria te zijn voldaan. Uiteraard is dit ook het geval als u (als beschikkingsbevoegde douaneautoriteit) niet tijdig bericht krijgt van de geraadpleegde douaneautoriteit (artikel 14, lid 3, UVo.DWU).

Een raadplegingstermijn kan door de douaneautoriteit die op de aanvraag zal beslissen, worden verlengd in de volgende gevallen:

  1. wanneer de geraadpleegde douaneautoriteit aangeeft door de aard van de te verrichten onderzoeken meer tijd nodig te hebben;

  2. wanneer de aanvrager aanpassingen uitvoert om te voldoen aan de voorwaarden voor het honoreren van zijn aanvraag en deze getoetst moeten worden bij de geraadpleegde douaneautoriteit.

De raadplegingsprocedure kan ook worden toegepast bij de herziening (herbeoordeling) van een beschikking en bij het toezicht op een beschikking (artikel 14, lid 4 Uvo.DWU).

De verlengde raadplegingstermijn verlengt de totale termijn voor het behandelen van de aanvraag (de beschikkingstermijn) (artikel 13, lid 3 GVo.DWU). De aanvrager moet hierover schriftelijk worden geïnformeerd.

Naar boven

1.2.6 Vorm van de beschikking

Een beschikking op een schriftelijke aanvraag deelt u schriftelijk aan de aanvrager mee.

Bij een mondeling verzoek geldt deze eis niet. De beschikking kan dus mondeling zijn, tenzij in de douanewetgeving of bijvoorbeeld in dit Handboek de schriftelijke vorm is voorgeschreven.

(artikel 1:18, lid 5 Algemene douanewet)

De schriftelijke beschikking wordt door de inspecteur (of ontvanger) van de beschikkende douaneautoriteit ondertekend.

Tenzij in de douanewetgeving anders is bepaald, is de beschikking onbeperkt geldig (artikel 22, lid 5 DWU).

Naar boven

1.2.7 Termijn

Een beschikking moet zo spoedig mogelijk worden genomen. Wat hieronder moet worden verstaan, wordt voor mondelinge beschikkingen niet verder uitgewerkt. Vaak zult u dat soort beschikkingen direct, ofwel in zeer korte tijd, nemen.

Bij beschikkingen na een schriftelijke aanvraag gelden de termijnen van artikel 22, lid 3 DWU, tenzij daarvan in bijzondere bepalingen wordt afgeweken.

Die algemene bepalingen zijn als volgt:

U verleent een beschikking en deelt deze aan de aanvrager onverwijld en uiterlijk 120 dagen nadat de aanvraag is aanvaard mee, tenzij anders is bepaald.

Indien u de termijn voor het verlenen van een beschikking niet kunt naleven, stelt u de aanvrager daarvan in kennis vóór het verstrijken van die termijn, met opgave van de redenen en van de nieuwe termijn die u nodig acht om een beschikking af te geven. Tenzij anders is bepaald, is die nieuwe termijn niet langer dan 30 dagen.

U kunt de termijn voor het verlenen van een beschikking ook verlengen, indien de aanvrager daarom verzoekt voor het uitvoeren van aanpassingen teneinde aan de voorwaarden en criteria te voldoen. De aanvrager informeert u over de aanpassingen en de aanvullende termijn die noodzakelijk is om de aanpassingen uit te voeren. U neemt een besluit over de verlenging.

Wanneer u na het aanvaarden van de aanvraag nadere informatie nodig heeft, stelt u de aanvrager daarvan schriftelijk op de hoogte en geeft u de aanvrager hiervoor een nieuwe termijn die maximaal 30 dagen mag zijn (artikel 13, lid 1 GVo.DWU). Verder wordt de termijn verlengd, wanneer een raadplegingsprocedure wordt toegepast (zie paragraaf 1.2.5).

In geval van ernstige vermoedens van een inbreuk op de douanewetgeving en de douane verricht een onderzoek op deze gronden, wordt de beschikkingstermijn verlengd met de tijd die nodig is om dat onderzoek te voltooien. Deze verlenging mag niet meer dan 9 maanden bedragen (artikel 13, lid 4 GVo.DWU). In principe wordt de belanghebbende over deze termijnverlenging geïnformeerd, tenzij dit het lopende onderzoek in gevaar zou brengen. Voordat u de belanghebbende informeert, stemt u dit af met de boete-fraudecoördinator van uw regiokantoor.

Naar boven

1.2.8 Beschikking op schriftelijke aanvraag te laat

Wanneer de wettelijke termijn is verstreken en de belanghebbende nog geen beslissing op zijn aanvraag heeft ontvangen, terwijl hij ook geen in kennisstelling van een verlenging van die termijn van u heeft ontvangen in de zin van artikel 22, lid 3 DWU, kan hij gebruik maken van de dwangsomregeling.
(artikel 4:17 Algemene wet bestuursrecht)

Op grond van deze bepaling kan de belanghebbende aanspraak maken op een dwangsom voor elke dag dat u in gebreke bent, met een maximum van 42 dagen.

Voordat de belanghebbende een beroep op de dwangsomregeling kan doen, moet belanghebbende u eerst schriftelijk "ingebreke stellen". U heeft dan nog twee weken de tijd om de gevraagde beslissing alsnog te nemen, zonder dat de dwangsomregeling van toepassing wordt.

(artikel 4:17, lid 3 Algemene wet bestuursrecht)

Hoe ziet een ingebrekestelling er uit?

De ingebrekestelling kan heel veel vormen hebben. De enige voorwaarde die de wet stelt, is dat sprake moet zijn van een schriftelijk stuk (een brief of een formulier). Daarbij moet uit de bewoordingen wel blijken dat u in gebreke wordt gesteld en het moet duidelijk zijn op welk te nemen besluit de ingebrekestelling betrekking heeft.

Wat te doen met een ingebrekestelling?

  1. registreer de binnenkomst van de ingebrekestelling en zorg dat deze datum ook duidelijk op het stuk is aangegeven;

  2. stuur het stuk zo snel mogelijk naar degene binnen de regio die de ingebrekestellingen behandelt. Neem in geval van twijfel contact op met de klachtbehandelaar of de regionale vaco formeel recht binnen uw regio.

De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23 per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35 per dag en de overige dagen € 45 per dag.

Op het toekennen van een dwangsom bestaan overigens wel enkele uitzonderingen. Zo is geen dwangsom verschuldigd wanneer:

  • u onredelijk laat in gebreke bent gesteld; of daarvan sprake is zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden;

  • de aanvrager geen belanghebbende is;

  • de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.

(artikel 4:17, lid 6 Algemene wet bestuursrecht)

Naast de dwangsomregeling heeft belanghebbende de mogelijkheid om tegen het niet tijdig nemen van het besluit rechtstreeks beroep in te stellen bij de rechtbank. Zie voor meer informatie over het rechtstreeks beroep van dit Handboek.

Naar boven

1.2.9 Het recht om gehoord te worden

Voordat een voor de aanvrager ongunstige beschikking wordt verleend, delen de douaneautoriteiten hem mee op welke gronden zij voornemens zijn hun beschikking te baseren. De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld zijn standpunt kenbaar te maken binnen een specifieke termijn, die aanvangt op de datum waarop hij die mededeling van het voornemen van de ongunstige beschikking ontvangt of wordt geacht die te hebben ontvangen. Na het verstrijken van deze termijn neemt u de beschikking en deelt u deze beschikking aan de aanvrager mee (artikel 22, lid 6 DWU).

Dit is het recht om te worden gehoord. In de jurisprudentie wordt dit vaak het recht op verdediging genoemd.

De standaardtermijn bedraagt 30 dagen (artikel 8, lid 1 GVo.DWU). Daarop is er wel een uitzondering:

  • wanneer de beoogde beschikking ziet op het resultaat van een controle van goederen waar geen summiere aangifte, aangifte tijdelijke opslag, aangifte tot wederuitvoer of douaneaangifte was gedaan kan iemand zijn zienswijze kenbaar maken binnen 24 uur (artikel 8, lid 2 GVo. DWU).

In de volgende gevallen hoeft echter niet te worden gehoord:

  1. indien het een BTI- of BOI-beschikking betreft;

  2. indien de toekenning van een tariefcontingent wordt geweigerd wanneer het vastgestelde volume van het tariefcontingent is bereikt, als bedoeld in artikel 56, lid 4 eerste alinea, DWU;

  3. indien de aard of de omvang van een gevaar voor de veiligheid van de Unie en haar ingezetenen, de gezondheid van mens, dier of plant, het milieu of de consument daartoe aanleiding geeft;

  4. indien de beschikking strekt tot uitvoering van een andere beschikking waarbij het recht om te worden gehoord al is toegepast;

  5. indien dit een onderzoek met het oog op de bestrijding van fraude zou belemmeren;

  6. wanneer de aanvraag niet voldoet aan de vereisten om aanvaard te worden in de zin van artikel 22, lid 2 DWU en artikel 11 GVo.DWU;

  7. wanneer de douaneautoriteiten de persoon die de summiere aangifte bij binnenbrengen heeft ingediend, meedelen dat de goederen niet mogen worden geladen in het geval van containervervoer over zee en van luchtverkeer;

  8. wanneer de beschikking betrekking heeft op een mededeling van een besluit van de Commissie aan de aanvrager zoals bedoeld in artikel 116, lid 3 van het DWU;

  9. wanneer een EORI nummer ongeldig wordt verklaard.

(artikel 22, lid 6 DWU en artikel 10 GVo.DWU).

Let op!

Hoe gaan wij om met het versturen van het voornemen ex artikel 22, lid 6 van het DWU, wanneer belanghebbende zelf om een negatieve beschikking verzoekt? Bijvoorbeeld: belanghebbende verzoekt om het opleggen van een UTB.

Ook wanneer een belanghebbende zelf verzoekt om bijvoorbeeld het opleggen van een UTB, wordt contact opgenomen met de belanghebbende.

1. Wanneer het verzoek van belanghebbende wordt gehonoreerd, kan het contact tussen douanemedewerker en belanghebbende telefonisch verlopen.

2. Wanneer door de Douane wordt afgeweken van het ingediende verzoek, dient het contact schriftelijk te verlopen.

Maak bij telefonisch contact altijd een gespreksnotitie van de reactie, leg vast met wie is gesproken en bevestig de telefonische reactie schriftelijk naar de belanghebbende.

In principe wordt de mededeling van het voorgenomen besluit gedaan door middel van een apart bericht volgens hetzelfde middel waarmee het oorspronkelijke bericht is verstuurd. Wanneer sprake is van verificatie van een aangifte of van een controle, mag de mededeling ook in een andere dan de elektronische vorm gebeuren (artikel 9 GVO.DWU).

De standaard mededeling omvat in ieder geval:

  • een verwijzing naar de documenten en informatie waarop de douaneautoriteiten hun beschikking willen baseren;

  • een aanduiding van de termijn die de aanvrager krijgt om te reageren. Deze termijn vangt aan op de datum dat de aanvrager de mededeling heeft ontvangen of geacht wordt deze ontvangen te hebben;

  • de mededeling dat de belanghebbende het recht heeft om alle bescheiden en informatie in te zien.

(Artikel 8, lid 1 UVo.DWU)

In geval van een verificatie of een controle kan de mededeling, in afwijking van de standaard mededeling, ook worden gedaan binnen dit proces, als het gaat om:

  • de resultaten van de verificatie naar aanleiding van een fysieke opname;

  • de resultaten van de verificatie van de douaneaangifte zoals bedoeld in artikel 191 DWU;

  • de resultaten van een controle achteraf in de zin van artikel 48 DWU, wanneer de

    goederen zich nog onder douanetoezicht bevinden;

  • de resultaten van de verificatie van het bewijs van Unie-status, de aanvraag van die status en het verlenen van die status;

  • de afgifte van een bewijs van oorsprong door de douaneautoriteiten;

  • het resultaat van de controle van goederen waar geen summiere aangifte, aangifte tijdelijke opslag, wederuitvoer aangifte of douaneaangifte was gedaan.

In die gevallen geven de douaneautoriteiten de belanghebbende de keuze:

  • om zijn mening direct kenbaar te maken via hetzelfde middel waarmee hij de mededeling gekregen heeft, of

  • om te vragen om een standaard mededeling in de zin van artikel 8 UVo.DWU (tenzij sprake is van het resultaat van de controle van goederen waar geen summiere aangifte, aangifte tijdelijke opslag, aangifte tot wederuitvoer of douaneaangifte is ingediend).

(Artikel 9, lid 2 UVo.DWU)

Kiest belanghebbende er voor zijn standpunt direct kenbaar te maken, leg deze reactie dan goed vast en neem deze reactie op in het dossier (artikel 9, lid 3 UVo.DWU).

Wanneer de termijn voor het reageren is verstreken en de douaneautoriteiten niets hebben vernomen van de belanghebbende, nemen zij de beschikking. Wanneer de belanghebbende vóór het verstrijken van de termijn reageert, mogen de douaneautoriteiten de beschikking nemen, tenzij de belanghebbende heeft aangegeven nog meer tijd nodig te hebben om nader zijn standpunt uiteen te zetten (artikel 8, lid 2 UVo.DWU).

Naar boven

1.2.10 Motivering

Het DWU eist dat u afwijzende beschikkingen altijd motiveert. U vermeldt dan de gronden waarop de beslissing is gebaseerd en de relevante bepalingen. Hetzelfde geldt voor andere schriftelijke beschikkingen die ongunstige gevolgen hebben voor degenen tot wie zij zijn gericht (artikel 22, lid 7 DWU).

Voor de overige gevallen eist het DWU geen motivering. Op grond van het bovenstaande hoeft u dus als regel geen motivering toe te voegen als de aanvraag wordt toegekend. In zo'n geval zal de behoefte aan een motivering ook niet snel aanwezig zijn. Mocht de aanvrager alsnog, om wat voor redenen dan ook, om motivering verzoeken, dan moet u aan dit verzoek voldoen.

Naar boven

1.2.11 Vermelding van bezwaar/beroepsmogelijkheid in schriftelijke beschikking

Artikel 44 DWU bepaalt dat tegen iedere beschikking die betrekking heeft op de toepassing van de douanewetgeving en die de belanghebbende rechtstreeks en individueel raakt, beroep moet kunnen worden ingesteld bij de rechter. Daarom is in artikel 22, lid 7 DWU bepaald dat in een ongunstige beschikking de mogelijkheid van beroep moet worden vermeld.

Op grond van artikel 22, lid 7 DWU moet u daarom in een schriftelijke beschikking steeds een bezwaarclausule opnemen. De tekst hiervan vindt u in onderdeel 32.00.00, bijlage 1, van dit Handboek.

Overigens kan een belanghebbende ook tegen een mondelinge beschikking bezwaar maken. Mocht dat voor de bezwaarprocedure noodzakelijk zijn, dan kan belanghebbende op grond van artikel 22 DWU altijd om een schriftelijke beschikking vragen.

Tegen de uitspraak op het bezwaarschrift is altijd beroep mogelijk bij de rechtbank (of in een enkel geval het College van Beroep voor het bedrijfsleven). Zie voor meer informatie over bezwaar en beroep onderdeel 32.00.00 van dit Handboek.

Naar boven

1.2.12 Beschikkingen onmiddellijk uitvoerbaar

Een beschikking wordt van kracht op de datum waarop de aanvrager deze ontvangt of wordt geacht te hebben ontvangen. De douane moet als verzender van de beschikking aantonen dat de beschikking door de aanvrager is ontvangen. Bij elektronisch verzonden beschikkingen of mondelinge beschikkingen zijn het moment van verzending en het moment van aankomst gelijk. Wanneer een beschikking per post wordt verzonden, wordt ervan uitgegaan dat de aanvrager dit uiterlijk 7 dagen na deze verzending heeft ontvangen.

Vanaf die datum is de beschikking onmiddellijk uitvoerbaar. Dit betekent dat de uitvoering ervan niet kan worden gestopt door het instellen van bezwaar of beroep tegen de beschikking.
(artikel 22, lid 4 DWU).

Er zijn enkele uitzonderingen op de directe uitvoerbaarheid van de beschikking (artikel 14 GVo.DWU), te weten:

  1. wanneer de aanvrager hierom verzoekt en de beschikking een gunstig effect zal hebben voor de aanvrager; in dit geval wordt het besluit van kracht met ingang van de door de aanvrager gevraagde datum onder voorwaarde dat dit na de datum is waarop deze van toepassing zou zijn als het beschikking direct uitvoerbaar zou zijn ( artikel 22, lid 4 DWU);

  2. wanneer een eerdere beschikking met een beperkte geldigheidsduur is afgegeven en het doel van de nieuwe beschikking uitsluitend is om de geldigheid daarvan te verlengen; in dit geval zal de beschikking ingaan op de dag na het verstrijken van de geldigheidsduur van de vorige beschikking;

  3. wanneer het effect van de beschikking afhankelijk is van de voltooiing van bepaalde formaliteiten door de aanvrager; in dit geval wordt de beschikking van kracht op de dag waarop de aanvrager de kennisgeving van de bevoegde douaneautoriteit ontvangt of wordt geacht te hebben ontvangen waarin staat dat de formaliteiten naar behoren zijn voltooid.

Naar boven

1.3 Ambtshalve beschikkingen

Indien de douaneautoriteit op eigen initiatief (dus niet op aanvraag) een beschikking vaststelt, is sprake van een ambtshalve beschikking. De regelgeving voor een aanvraag van een beschikking zoals deze is opgenomen in artikel 22, leden 1 tot en met 3 DWU geldt niet voor een ambtshalve beschikking.

Op grond van artikel 29 DWU geldt de regelgeving voor een aanvraag van een beschikking voor een ambtshalve beschikking echter wel ten aanzien van:

  • het van kracht worden van de beschikking (artikel 22, lid 4 DWU);

  • de onbeperkte geldigheid van de beschikking (artikel 22, lid 5 DWU);

  • het recht om te worden gehoord (artikel 22, lid 6 DWU);

  • de motivering van de beschikking en de vermelding van de bezwaarmogelijkheid (artikel 22, lid 7 DWU);

  • de mogelijkheid van de douaneautoriteit de beschikking op elk moment nietig te verklaren, te wijzigen of in te trekken indien zij niet in overeenstemming is met de douanewetgeving (artikel 23, lid 3 DWU);

  • de geldigheid binnen de gehele Unie (artikel 26 DWU);

  • de nietigverklaring van een gunstige beschikking (artikel 27 DWU);

  • de intrekking en wijziging van een gunstige beschikking (artikel 28 DWU).

Naar boven

1.4 Beheer van beschikkingen naar aanleiding van aanvragen

De beschikking op aanvraag, bijvoorbeeld een vergunning voor een bijzondere regeling, brengt voor de houder van die beschikking veelal verplichtingen met zich mee. De houder van de beschikking moet deze verplichtingen nakomen (artikel 23, lid 1 DWU).

Tijdens de looptijd van de beschikking kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen die van invloed zijn op de continuïteit of de inhoud van de beschikking.

De houder van de beschikking heeft de plicht voorvallen direct aan de Douane te melden (artikel 23, lid 2 DWU). Daarnaast kunt u zelf bij controle vaststellen of de houder van de beschikking nog aan de voorwaarden en criteria van de beschikking voldoet en of de verplichtingen worden nagekomen (artikel 23, lid 5 DWU). Ook andere (douane-)autoriteiten kunnen feiten en omstandigheden vaststellen die van invloed zijn op de beschikking. Tot slot kan de wetgeving wijzigen met gevolgen voor de bestaande beschikking.

Wanneer de houder van de beschikking aangeeft dat zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die van invloed zijn op de continuïteit of inhoud van de beschikking of u heeft dit zelf vastgesteld, dan moet de beschikking worden herzien (herbeoordeeld) of worden geschorst. Herziening van de beschikking kan leiden tot het in stand houden van de beschikking, nietigverklaring van de beschikking, wijziging van de beschikking of intrekking van de beschikking. In de paragrafen 1.5.1 en 1.5.2. wordt daar nader op ingegaan.

U gaat over tot schorsing van de beschikking in plaats van nietigverklaring, intrekking of wijziging wanneer:

  • u van oordeel bent dat er voldoende redenen zijn om de beschikking nietig te verklaren, in te trekken of te wijzigen, maar u nog niet over alle nodige elementen voor die nietigverklaring, intrekking of wijziging beschikt;

  • u van oordeel bent dat de voorwaarden voor de beschikking niet zijn vervuld of dat de houder van de beschikking de verplichtingen uit hoofde van die beschikking niet nakomt, en het passend is dat de houder van de beschikking de tijd krijgt om maatregelen te treffen ter waarborging van de naleving van de voorwaarden of van de verplichtingen;

  • de houder van de beschikking om de schorsing verzoekt omdat hij tijdelijk niet in staat is aan de voorwaarden voor de beschikking te voldoen of de verplichtingen uit hoofde van die beschikking na te komen.

(artikel 16, lid 1 GVo.DWU)

Voordat u een voor een persoon gunstige beschikking (anders dan op zijn eigen verzoek) schorst, kan het zijn dat deze persoon daar bedenkingen tegen heeft. In die gevallen is het recht om gehoord te worden zoals bedoeld in artikel 22, lid 6 DWU van overeenkomstige toepassing. Zie voor de uitwerking en voorwaarden daarvan paragraaf 1.2.9.

De schorsingsbeschikking zelf is een voor bezwaar vatbare beschikking waarin een bezwaarclausule moet worden opgenomen.

Let op!

Een schorsing van een beschikking kan ingrijpend voor de belanghebbende zijn. Er moet dan ook altijd voorafgaande afstemming plaatsvinden met het Douane Landelijk Kantoor. De regionale vaco formeel recht of de regiocontactpersoon AEO begeleidt u hierbij.

Naar boven

1.4.1 Schorsing vanwege lopend onderzoek

Wanneer een beschikking wordt geschorst, omdat u van mening bent dat er voldoende redenen zijn om de beschikking nietig te verklaren, in te trekken of te wijzigen, maar u nog niet over alle nodige elementen voor die nietigverklaring, intrekking of wijziging beschikt, stelt u de termijn van de schorsing vast op basis van de termijn die nodig is om de benodigde informatie te verkrijgen en deelt u deze termijn schriftelijk mee aan de houder van de beschikking. Deze termijn mag niet langer zijn dan 30 dagen, tenzij het vermoeden bestaat dat sprake is van ernstige of herhaalde overtredingen van de douanewetgeving of belastingvoorschriften in de zin van artikel 39, onder a, DWU. In dat geval blijft de schorsing van kracht totdat is vastgesteld of sprake is ernstige of herhaalde overtredingen begaan door de houder van de beschikking, of de persoon die aan het hoofd staat van het bedrijf, of die zeggenschap heeft over de leiding ervan of de persoon die verantwoordelijk is voor douanezaken in het bedrijf dat houder is van de desbetreffende beschikking (artikel 17, lid 1 GVo.DWU). Er moet dus sprake zijn van een onherroepelijke uitspraak met betrekking tot de ernstige overtreding of herhaalde overtredingen van de douanewetgeving of de belastingvoorschriften.

De schorsing van de beschikking eindigt:

  • omdat de schorsing wordt herroepen, omdat er geen redenen zijn om de beschikking nietig te verklaren, in te trekken of te wijzigen in welk geval de schorsing eindigt op de datum van herroeping;

  • omdat de geschorste beschikking wordt nietig verklaard, ingetrokken of gewijzigd, in welk geval de schorsing eindigt op de datum van nietigverklaring, intrekking of wijziging;

  • bij het verstrijken van de duur van de schorsing.

(artikel 18 GVo DWU)

U stelt de houder van de beschikking schriftelijk op de hoogte van het einde van de schorsing.

Naar boven

1.4.2 Schorsing ter verkrijging van nieuwe waarborgen of op verzoek van de houder

In de volgende gevallen moet de houder van de beschikking u in kennis stellen van de maatregelen die hij zal nemen om te waarborgen dat de voorwaarden of de verplichtingen zullen worden nageleefd en van de tijd die hij nodig heeft om deze maatregelen te nemen:

  1. u bent van oordeel dat de voorwaarden voor de beschikking niet zijn vervuld of dat de houder van de beschikking de verplichtingen uit hoofde van die beschikking niet nakomt, en het is passend dat de houder van de beschikking de tijd krijgt om maatregelen te treffen ter waarborging van de naleving van de voorwaarden of van de verplichtingen;

  2. de houder van de beschikking verzoekt om de schorsing omdat hij tijdelijk niet in staat is aan de voorwaarden voor de beschikking te voldoen of de verplichtingen uit hoofde van die beschikking na te komen.

(artikel 16, lid 2 GVo.DWU)

U stelt een termijn vast waarop de houder van de beschikking aan de voorwaarden en verplichtingen van de beschikking (weer) moet voldoen. U deelt deze termijn schriftelijk mee aan de houder van de beschikking.

Verlenging van deze termijn is mogelijk:

  • op verzoek van de houder van de beschikking: in voorkomend geval;

  • door u: wanneer u extra tijd nodig heeft om na te gaan of de door de houder van de beschikking getroffen maatregelen de naleving van de voorwaarden of van de verplichtingen waarborgen. Deze verlenging mag niet meer dan 30 dagen bedragen;

  • indien noodzakelijk: de verlenging duurt totdat de beschikking tot nietigverklaring, intrekking of wijziging van kracht wordt.

(Artikel 17, lid 2 en 3 GVo)

De schorsing van een beschikking eindigt:

  • wanneer de schorsing wordt herroepen, omdat de houder van de beschikking, ten genoegen van de beschikkingsbevoegde douaneautoriteit, de nodige maatregelen heeft genomen om de naleving van de voorwaarden voor de beschikking of van de verplichtingen uit hoofde van die beschikking te waarborgen, in welk geval de schorsing eindigt op de datum van herroeping;

  • wanneer de geschorste beschikking wordt nietig verklaard, ingetrokken of gewijzigd, in welk geval de schorsing eindigt op de datum van nietigverklaring, intrekking of wijziging;

  • bij het verstrijken van de duur van de schorsing.

(artikel 18 GVo.DWU)

U stelt de houder van de beschikking schriftelijk op de hoogte van het einde van de schorsing.

Na het verstrijken van de duur van de schorsing, wordt de beschikking ingetrokken wanneer de houder van de beschikking binnen de bepaalde termijn niet de noodzakelijke maatregelen neemt om aan de voorwaarden in de beschikking te voldoen, of er niet in slaagt om de verplichtingen uit hoofde van deze beschikking na te komen. Zie verder paragraaf 1.5.

(artikel 15 UVo.DWU)

Let op!

Er moet een voornemen tot intrekking (recht om te worden gehoord) aan de intrekkingsbeschikking voorafgaan. Zie verder voor het recht op om gehoord te worden paragraaf 1.2.9.

Naar boven

1.5 De intrekking of wijziging van een gunstige beschikking

Er kunnen beschikkingen worden afgegeven, maar er kunnen ook beschikkingen worden ingetrokken. Daarnaast kunnen beschikkingen ook worden gewijzigd.

Er zijn twee mogelijkheden voor intrekking van een beschikking op aanvraag in het DWU opgenomen:

  • nietigverklaring (artikel 27 DWU). Zie paragraaf 1.5.1;

  • intrekking (artikel 28 DWU). Zie paragraaf 1.5.2.

Daarnaast kan een gunstige beschikking ook worden gewijzigd. Zie paragraaf 1.5.2.

Naar boven

1.5.1 Intrekking met terugwerkende kracht (nietig verklaren)

Nietigverklaring van een gunstige beschikking houdt in, dat deze beschikking ongeldig wordt verklaard. De beschikking wordt geacht nooit te hebben bestaan. De nietigverklaring van de gunstige beschikking gebeurt door middel van intrekking met terugwerkende kracht.

Om een beschikking met terugwerkende kracht te mogen intrekken, moet aan drie voorwaarden zijn voldaan. Deze voorwaarden zijn:

  1. de beschikking werd genomen op grond van onjuiste of onvolledige gegevens;

  2. de verzoeker was op de hoogte van deze onjuistheid of onvolledigheid of had dit moeten weten;

  3. de beschikking had op grond van de juiste en volledige gegevens niet kunnen worden genomen (artikel 27, lid 1 DWU).

Zoals altijd bij zulke algemeen geformuleerde normen het geval is, moet u steeds per situatie en aan de hand van de omstandigheden beoordelen of aan elk van deze voorwaarden is voldaan. Vragen die hierbij spelen zijn bijvoorbeeld:

  • is het onjuiste of ontbrekende gegeven werkelijk noodzakelijk (als het gegeven met zoveel woorden wettelijk is voorgeschreven, dan is het natuurlijk een noodzakelijk gegeven);

  • wat voor persoon is de belanghebbende; een douane-expediteur of een ervaren importeur of exporteur kent de wetgeving beter dan een "beginneling".

Dit vereist een nauwkeurige afweging van alle factoren. De gevolgen van intrekking met terugwerkende kracht zijn immers heel ingrijpend.

Als u vaststelt dat aan de voorwaarden voor intrekking met terugwerkende kracht is voldaan, dan bent u verplicht de beschikking in te trekken, en wel met terugwerkende kracht. U heeft dus niet de bevoegdheid om, bijvoorbeeld om redenen van billijkheid, hiervan af te wijken.

U moet een beschikking met terugwerkende kracht intrekken (nietig verklaren) wanneer u haar ten onrechte heeft genomen, omdat u niet over de juiste informatie beschikte. Met andere woorden: de beschikking had - achteraf gezien - nooit mogen worden gegeven.

Intrekking met terugwerkende kracht betekent dat wat in de beschikking is bepaald (bijvoorbeeld de toepassing van een douaneregeling) geacht wordt nooit te hebben gegolden. Alles wat op grond van de beschikking is verricht, verliest daardoor met terugwerkende kracht zijn geldigheid en wordt geacht nooit te hebben plaatsgevonden. Wat een en ander vervolgens voor praktische consequenties heeft, moet per geval worden bekeken. Als bijvoorbeeld een vergunning Actieve veredeling met terugwerkende kracht wordt ingetrokken, zullen de goederen alsnog onder een andere douaneregeling moeten worden geplaatst waaronder zij dan worden geacht van meet af aan te hebben gevallen.

Let op!

De intrekking, wijziging of schorsing van een gunstige beschikking heeft geen gevolgen voor goederen die, op het tijdstip waarop de intrekking, wijziging of schorsing van kracht wordt, uit hoofde van de ingetrokken, gewijzigde of geschorste beschikking al onder een douaneregeling of in tijdelijke opslag zijn geplaatst en zich nog steeds onder die regeling bevinden (artikel 30 DWU).

Artikel 30 DWU is niet van toepassing op intrekking met terugwerkende kracht. Deze werkt immers terug tot het tijdstip van afgifte van de beschikking (zie ook paragraaf 1.5.2).

Zie voor de wijze van mededelen van de intrekking met terugwerkende kracht paragraaf 1.5.3.

Naar boven

1.5.2 Intrekking of wijziging zonder terugwerkende kracht

Een beschikking moet u ook intrekken (maar dan zonder terugwerkende kracht) als een van de volgende situaties zich voordoet:

  1. er was, achteraf gezien, niet voldaan aan een voorwaarde voor het verlenen van de beschikking, zonder dat er sprake is van een situatie als in paragraaf 1.5.1 beschreven;

  2. er wordt niet meer voldaan aan een voorwaarde waaronder de beschikking was genomen;

  3. de houder van de beschikking verzoekt zelf om intrekking.

In plaats van intrekking van de beschikking heeft u ook de mogelijkheid de beschikking te wijzigen. Hiermee kan de beschikking in stand blijven, nadat ze is aangepast aan de nieuwe situatie. Per geval moet u dan ook steeds bekijken, zo nodig in overleg met de belanghebbende, of er aanleiding is om te kiezen voor het minder ingrijpende "wapen" van de wijziging in plaats van de intrekking.

Let op!

In geval van mogelijke wijziging van de beschikking moet wel worden beoordeeld of door de nieuwe situatie nog wel wordt voldaan aan de voorwaarden voor de beschikking. Indien dit niet het geval is, zal artikel 16, lid 1, onder b, Gvo. DWU, van toepassing zijn.

De intrekking (of wijziging) van een beschikking wordt van kracht op de datum waarop de aanvrager deze ontvangt of wordt geacht deze te hebben ontvangen.
(artikel 28, lid 4 jo 22, lid 4 DWU)

U heeft de bevoegdheid om de intrekking of wijziging op een latere datum (doch uiterlijk binnen één jaar) te laten ingaan. Dit moet echter beperkt blijven tot uitzonderlijke gevallen en voor zover de rechtmatige belangen van degene tot wie de beschikking is gericht, dit vereisen. Per geval moet worden bekeken of zich zo'n situatie voordoet.

De intrekking geldt niet voor goederen die op grond van de beschikking (vergunning) reeds onder een douaneregeling waren geplaatst. Een vergunning actieve veredeling of een vergunning douane-entrepot bijvoorbeeld blijft na intrekking van de beschikking gelden voor de goederen die zich op het moment van intrekking van de vergunning onder de douaneregeling bevonden.
(artikel 30 DWU)

Zie voor de wijze van mededelen van de intrekking met terugwerkende kracht paragraaf 1.5.3.

Naar boven

1.5.3 Bekendmaking van de intrekking of de wijziging

Voordat u een voor een persoon gunstige beschikking (anders dan op zijn eigen verzoek) intrekt of wijzigt, kan het zijn dat deze persoon daar bedenkingen tegen heeft. In die gevallen is het recht om gehoord te worden zoals bedoeld in artikel 22, lid 6 DWU van overeenkomstige toepassing. Zie voor de uitwerking en voorwaarden daarvan paragraaf 1.2.9.

De intrekking of wijziging van een beschikking mag u uitsluitend bekendmaken aan de houder van de beschikking. Eventuele andere belanghebbenden mag u hieromtrent niet informeren. In dit kader wordt verwezen naar het beroepsgeheim, zoals dit is opgenomen in artikel 12, lid 1 DWU.

Het DWU geeft geen voorschriften met betrekking tot de vorm van de wijziging of intrekking van de beschikking. Houdt u zich daarom aan de volgende voorschriften:

  • wijziging van een schriftelijke beschikking doet u schriftelijk; bovendien moet u de wijziging motiveren als deze nadelig is voor belanghebbende;

  • intrekking van een schriftelijke beschikking doet u ook schriftelijk; bovendien moet u de intrekking motiveren;

  • wijziging van een mondelinge beschikking kunt u als regel mondeling doen.

Let op!

De wijziging of intrekking van een voor bezwaar vatbare beschikking is op zich ook weer een beschikking die voor bezwaar vatbaar is.

Let op!

Een intrekking van een beschikking kan ingrijpend voor de belanghebbende zijn. Er moet dan ook altijd voorafgaande afstemming plaatsvinden met het Douane Landelijk Kantoor. De regionale vaco formeel recht of de regiocontactpersoon AEO begeleidt u hierbij.

Naar boven