Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

32.00.00 Bezwaar en beroep

2 De bezwaarprocedure

Inleiding
Wanneer een belastingplichtige het niet eens is met een tot hem gerichte beschikking die voortvloeit uit douanewetgeving dan kan hij daartegen bezwaar maken. In dit hoofdstuk vindt u de bezwaarprocedure.

Naar boven

2.1 Algemeen

In deze paragraaf worden de hoofdregels van de bezwaarprocedure behandeld.

Achtereenvolgens komen aan de orde:

  1. 2.1.1. beschikkingen waartegen bezwaar mogelijk is;

  2. 2.1.2. wie kan een bezwaarschrift indienen?;

  3. 2.1.3. bij wie is bezwaar mogelijk?;

  4. 2.1.4. binnen welke termijn is bezwaar mogelijk?;

  5. 2.1.5. aan welke formele eisen moet een bezwaarschrift voldoen?;

  6. 2.1.6. rechtstreeks beroep;

  7. 2.1.7. horen belanghebbende;

  8. 2.1.8. eenheid van beleid en uitvoering;

  9. 2.1.9. de uitspraak.

Naar boven

2.1.1 Beschikkingen waartegen bezwaar mogelijk is

De mogelijkheid van bezwaar volgens het DWU

In het vorige hoofdstuk is al aangegeven dat op grond van artikel 44 DWU iedere persoon het recht heeft beroep in twee fasen in te stellen tegen beschikkingen van de douaneautoriteiten.

  • die betrekking hebben op de toepassing van de douanewetgeving en

  • die hem rechtstreeks en individueel raken.

Met douanewetgeving worden het DWU en alle daarbij behorende Unierechtelijke en nationale uitvoeringsbepalingen bedoeld (artikel 5 punt 2 DWU). Het begrip beschikking is in artikel 5, punt 39 DWU gedefinieerd als:

"elke beslissing welke verband houdt met de douanewetgeving die door een douaneautoriteit over een bepaald geval wordt genomen en die voor de betrokken persoon of betrokken personen rechtsgevolgen heeft."

Op grond van artikel 44 DWU zou dan ook al bezwaar mogelijk zijn tegen alle hier bedoelde beschikkingen.

Voor bezwaar vatbare beschikkingen

Het beschikkingsbegrip in het DWU wijkt af van het beschikkingsbegrip van de Algemene wet bestuursrecht. Het DWU kent ook mondelinge beschikkingen of beschikkingen die door een handeling van de inspecteur worden genomen. In de Algemene wet bestuursrecht wordt onder beschikking verstaan: "een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan. Omdat onder "besluit" wordt verstaan "een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling", is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht altijd een schriftelijk genomen beslissing.

Artikel 1:18, lid 1 van de Algemene douanewet bepaalt nu dat een beschikking in de zin van het DWU gelijkgesteld wordt met een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor worden in principe alle bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht die van toepassing zijn en die zien op beschikkingen van toepassing op beschikkingen in de zin van het DWU. Zie voor een meer uitgebreide beschrijving van het onderwerp beschikking onderdeel 3.00.00 van dit Handboek.

Artikel 8:2, lid 2 van de Algemene douanewet bepaalt dat voor de overeenkomstige toepassing van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) sprake is van een voor bezwaar vatbare beschikking indien het gaat om een beschikking als bedoeld in het DWU of een beschikking die is genomen op grond van de Algemene douanewet. Specifiek voor een uitnodiging tot betaling bepaalt artikel 8:2, lid 3, Algemene douanewet dat voor de overeenkomstige toepassing van hoofdstuk V Algemene wet inzake rijksbelastingen deze wordt aangemerkt als belastingaanslag of een aanslag.

Artikel 8:2 Algemene douanewet regelt niet het recht om bezwaar en beroep in te stellen, maar dient om een correcte aansluiting te verkrijgen met de genoemde bepalingen uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Deze koppelbepaling is noodzakelijk aangezien de Awr slechts in de mogelijkheid voorziet bezwaar te maken tegen een belastingaanslag of een bij wetsduiding aangeduide voor bezwaar vatbare beschikking.

In de Algemene douanewet komt bijna geen ander bestuursorgaan meer voor dan de inspecteur of de ontvanger. In wettelijke bepalingen komen behalve de begrippen inspecteur of ontvanger ook de begrippen douaneautoriteit, bevoegde autoriteit of douane of douanedienst voor. Artikel 1, lid 3, letter c van de Algemene douanewet bepaalt dat ook onder deze begrippen wordt verstaan de inspecteur dan wel de ontvanger.
Wanneer bij een bepaling in de Unie wetgeving geen functionaris is aangewezen maar de bepaling in de lijdende vorm is gesteld zoals bijvoorbeeld het geval is in artikel 28 DWU moet worden aangenomen dat de beslissing door de douaneautoriteit, dus veelal de inspecteur is genomen tenzij uit de context blijkt dat dit niet het geval kan zijn.

De Algemene douanewet opent de mogelijkheid om functionarissen die niet ressorteren onder de rijksbelastingdienst voor de uitvoering van een nader omschreven taak aan te wijzen als inspecteur of ontvanger. Dit onderdeel van het Handboek Douane heeft echter alleen betrekking op bezwaar en beroep tegen beschikkingen die door de douane zijn afgegeven.

Bezwaarschrift tegen meerdere beschikkingen

Op grond van artikel 8:2 Algemene douanewet juncto artikel 24a Algemene wet inzake rijksbelastingen kan tegen meerdere beschikkingen één bezwaarschrift ingediend worden.

Naar boven

2.1.2 Wie kan een bezwaarschrift indienen

Belanghebbende

Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen op grond van artikel 8:1 Algemene wet bestuursrecht. Op grond van artikel 7:1 Algemene wet bestuursrecht moet degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep op een administratieve rechter in te stellen eerst bezwaar maken bij het bestuursorgaan dat de beslissing genomen heeft.

Onder het maken van bezwaar wordt verstaan: het "gebruik maken van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid, voorziening tegen een besluit te vragen bij het bestuursorgaan dat het besluit genomen heeft" (artikel 1:5 Algemene wet bestuursrecht). Dit houdt in dat als in een wettelijk voorschrift een bevoegdheid beschreven is, iemand die aan de beschrijving voldoet bezwaar kan maken.

Een voorbeeld hiervan is artikel 26 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Daar wordt belanghebbende het recht toegekend om beroep in te stellen tegen bijvoorbeeld een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking. Door de regeling van artikel 8:2, de leden 2 en 3 Algemene douanewet geldt dit ook voor de beschikkingen die op grond van het DWU en de Algemene douanewet zijn genomen en voor uitnodigingen tot betaling.

Het DWU bepaalt echter in artikel 44 lid 1 DWU de kring van personen die gerechtigd zijn bezwaar en beroep in te stellen. Daarom is in artikel 8:1 van de Algemene douanewet artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing verklaard. Hierdoor ontstaat er een - in ieder geval - theoretisch verschil tussen de belanghebbende bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht en de persoon die het recht heeft bezwaar en beroep in te stellen bedoeld in het DWU. In het geval van de Awb wordt een persoon een belanghebbende indien deze rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ingevolge het DWU dient een persoon niet alleen rechtstreeks maar ook individueel te worden geraakt.

In het algemeen is het zo dat degene tot wie de beschikking gericht is, beroep in kan stellen, en dus eerst bezwaar moet maken.

Vertegenwoordiger

Als een persoon bezwaar wil maken hoeft hij dit niet altijd zelf te doen. Hij kan zich laten vertegenwoordigen. U kunt daarbij van de vertegenwoordiger een schriftelijke machtiging verlangen.
(artikel 2:1 Algemene wet bestuursrecht en artikel 1:8 Algemene douanewet)

Weigering vertegenwoordiging

Alleen in uitzonderingsgevallen kunt u de vertegenwoordiging om geldige redenen weigeren (artikel 2:2 Algemene wet bestuursrecht; paragraaf 5 Besluit Fiscaal Bestuursrecht) van het Deze gevallen kunnen zich voordoen bij duidelijke en ernstige ondeskundigheid. Ook valt te denken aan vertegenwoordigers die herhaaldelijk de normale gang van zaken, eventueel onder bedreiging van geweld, verstoren of tegen wie vermoedens bestaan van het begaan van strafbare feiten.

Het besluit tot weigering wordt genomen door de (plv) regiodirecteur namens de algemeen directeur Douane. Van de weigering stelt u de belanghebbende en de vertegenwoordiger onverwijld schriftelijk op de hoogte. De weigering is een Awb-beschikking waartegen bezwaar mogelijk is. Op het bezwaar wordt uitspraak gedaan door de (plv.) regiodirecteur, Daarna staat beroep tegen de uitspraak op bezwaar open bij de rechtbank, sector bestuursrecht. Advocaten kunt u niet als vertegenwoordiger weigeren.
(artikel 2:2 Algemene wet bestuursrecht)

Gevolgen vertegenwoordiging

Het gevolg van vertegenwoordiging is dat het contact tussen de belanghebbende en de Belastingdienst via de vertegenwoordiger loopt. De vertegenwoordiger kan alle bevoegdheden van de belanghebbende uitoefenen voor zover deze binnen de volmacht blijven. De belanghebbende is dan gebonden aan de handelingen van zijn vertegenwoordiger.

Een ander gevolg is dat u alle stukken die betrekking hebben op de zaak, in de bezwaarfase in ieder geval aan de vertegenwoordiger moet toezenden (artikel 6:17 Algemene wet bestuursrecht). Doe dit, om misverstanden te voorkomen, wel op naam van de vertegenwoordigde, per adres van de vertegenwoordiger.

Dit betekent niet dat alle contacten tussen de Belastingdienst en de belanghebbende altijd via de vertegenwoordiger moeten lopen. Het kan voorkomen dat bepaalde informatie alleen door de belanghebbende zelf gegeven kan worden. De vertegenwoordiger wordt echter altijd van de gang van zaken op de hoogte gehouden.

Let op!

Als aan een bezwaar wordt tegemoet gekomen en dit leidt tot een terugbetaling/kwijtschelding, is de beschikking die het systeem Douane Heffing verstuurt de uitspraak op het bezwaarschrift. Deze wordt naar belanghebbende gezonden. De aanvullende motivering stuurt u naar de vertegenwoordiger.

Domiciliekeuze

Wanneer iemand die niet in Nederland woont bezwaar wil maken, bijvoorbeeld een reiziger die tijdelijk in Nederland was of een aangever uit een andere lidstaat, dan moet hij domicilie in Nederland kiezen (artikel 12:2 Algemene douanewet). Dit betekent dat hij een correspondentieadres in Nederland moet opgeven aan de douane zodat alle correspondentie daar naartoe kan worden gestuurd. Hiervoor kan bijvoorbeeld een ambassade opgegeven worden.
Kiest hij ondanks deze verplichting toch geen domicilie in Nederland dan leidt dit overigens nog niet tot niet-ontvankelijkheid. U stuurt uw stukken dan naar het buitenlandse adres, waarbij u belanghebbende er wel schriftelijk op wijst dat het risico van vertraagde ontvangst van die stukken bij belanghebbende ligt.

Naar boven

2.1.3 Bij wie is bezwaar mogelijk

De hoofdregel is dat bezwaar mogelijk is bij het bestuursorgaan dat de beschikking genomen heeft (artikel 1:5 Algemene wet bestuursrecht).

Om de vraag te beantwoorden bij wie bezwaar moet worden ingediend moet altijd eerst nagegaan worden wie de bestreden beschikking genomen heeft.

Bij uitnodigingen tot betaling (ter zake van invoer- en uitvoerrechten, antidumpingheffingen en compenserende heffingen en heffingen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en andere belastingen ter zake van de invoer), andere beschikkingen zoals bedoeld in artikel 5, onder 39 DWU en andere beschikkingen genomen op grond van de Algemene douanewet wordt bezwaar gemaakt bij de inspecteur.

(Artikel 8:2 Algemene douanewet juncto artikel 26 Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto artikelen 6:4 en 7:1 Algemene wet bestuursrecht).

Bij antidumpingrechten en compenserende heffingen geldt daarbij de bijzonderheid dat de inspecteur in voorkomend geval kan overleggen met de Minister van Buitenlandse Zaken, Directoraat–generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (voorheen het Ministerie van Economische Zaken). Zie hierover onderdeel 01.02.00, bijlage 2 van dit Handboek.

Bij beschikkingen ten aanzien het uitkeren van landbouwrestituties is de Algemeen directeur Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO.NL) bevoegd. Zie ook onderdeel 20.01.00 van dit Handboek.

Degene die het bezwaarschrift feitelijk behandelt moet een ander zijn dan degene die de oorspronkelijke beslissing genomen heeft. Dit om vooringenomenheid te voorkomen (artikel 7:5, lid 1 en 10:3, lid 3, Algemene wet bestuursrecht).

Naar boven

2.1.4 Binnen welke termijn is bezwaar mogelijk?

Verplichte bezwaarclausule
Op iedere beschikking die voor de aanvrager ongunstig is, moet de bezwaarclausule worden vermeld (artikel 22 lid 7 DWU). Bij de overige beschikkingen waartegen bezwaar open staat, dus ook mondelinge beschikkingen moet melding worden gemaakt van de mogelijkheid tot het maken van bezwaar (artikel 3:45 Algemene wet bestuursrecht. en artikel 1:18 lid 1 van de Algemene douanewet). De belastingplichtige moet immers geïnformeerd worden, hoe en binnen welke termijn hij bezwaar kan indienen. De verschillende bezwaarclausules zijn vermeld in bijlage 1.

Aanvang termijn

De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is zes weken (artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht).
Deze termijn begint in afwijking van artikel 6:8 Algemene wet bestuursrecht, met ingang van de dag na die van dagtekening van het aanslagbiljet of een voor bezwaar vatbare beschikking tenzij de dag van dagtekening voor de dag van bekendmaking ligt (artikel 22j, letter a Algemene wet inzake rijksbelastingen).

Het DWU bepaalt dat een beschikking van kracht wordt vanaf de datum waarop de betrokkene deze ontvangt of geacht wordt deze te hebben ontvangen (artikel 22 lid 4 DWU en artikel 29 DWU. Zie ook paragrafen 1.2.12 en 1.3 van onderdeel 3.00.00 van dit Handboek

Indien artikel 102 lid 2 DWU van het Douanewetboek van de Unie wordt toegepast, wordt de douaneaangifte aangemerkt als een op een aanslagbiljet vermelde uitnodiging tot betaling. De datum van vrijgave van de goederen geldt als dagtekening van het aanslagbiljet en van de vaststelling van de uitnodiging tot betaling (artikel 7:6 lid 5 Algemene douanewet).

Indien een vergunninghouder volgens de procedure, bedoeld in artikel 237 van de Uitvoeringsverordening Douanewetboek van de Unie, gegevens indient over het vastgestelde bedrag aan rechten bij in- en uitvoer, geldt de datum van indiening als dagtekening van het aanslagbiljet en van de vaststelling van de uitnodiging tot betaling (artikel 7:6 lid 6 Algemene douanewet).

Bezwaar per email of fax

De Belastingdienst stelt externe e-mail en fax niet open voor het zenden van formele berichten zoals aanvragen, aangiften, (pro-forma) bezwaarschriften, (pro-forma) verzoeken en ingebrekestellingen. De Belastingdienst zal externe e-mail en fax met dergelijke formele berichten weigeren en niet inhoudelijk in behandeling nemen. Tegen een weigering is geen formeel bezwaar mogelijk. Wel geeft de Belastingdienst de afzender conform artikel 4:5, lid 1, onderdeel b, of artikel 6:6, onderdeel b, van de Awb de mogelijkheid het vormverzuim te herstellen door het bericht binnen een door de inspecteur gestelde termijn via een ander, wel opengesteld, kanaal aan te leveren. Zie paragraaf 6 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht

Bezwaar te vroeg

Hoofdregel is dat een bezwaarschrift dat voor de aanvang van de termijn ontvangen wordt niet-ontvankelijk is. Hierop zijn echter twee uitzonderingen:

  1. de beschikking waartegen het bezwaar zich richt, is al genomen of;

  2. de beschikking is nog niet genomen, maar de indiener kon redelijkerwijs menen dat de beschikking wel genomen was.

U kunt de behandeling van het bezwaarschrift dan aanhouden tot het begin van de termijn, als dat gewenst is. Bijvoorbeeld om extra werk te voorkomen en de beschikking toch zeer binnenkort genomen wordt.
(artikel 6:10 Algemene wet bestuursrecht)

Bezwaar tijdig

Het bezwaarschrift is tijdig ingediend:

  1. als de Belastingdienst het voor het einde van de termijn ontvangt;

  2. als de belanghebbende het voor het einde van de termijn op de post heeft gedaan. Het bezwaarschrift moet dan wel binnen een week na afloop van de termijn ontvangen zijn (artikel 6:9 Algemene wet bestuursrecht).

De wetgever heeft er uitdrukkelijk voor gekozen om een onderscheid te maken tussen bezwaarschriften die belastingplichtige bij een bestuursorgaan afgeeft en bezwaarschriften die per post worden verzonden.
Bij verzending per post kan een bezwaarschrift tot een week na afloop van de termijn nog tijdig zijn, op voorwaarde dat het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd.

Bezwaar te laat

Hoofdregel is dat een bezwaarschrift dat na het verstrijken van de termijn ontvangen is, niet-ontvankelijk is. Echter hierop zijn twee uitzonderingen.

  1. De betrokkene treft redelijkerwijs geen verwijt dat het bezwaar te laat is aangekomen; hij beroept zich op artikel 6:11 Algemene wet bestuursrecht.

  2. Het bezwaarschrift was eerder tijdig binnengekomen bij een onbevoegd bestuursorgaan. In dat geval is het tijdstip van indiening bij dat bestuursorgaan bepalend, behalve als er sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. (artikel 6:15 Algemene wet bestuursrecht)

Wordt het bezwaarschrift wel ingediend bij de Belastingdienst maar niet bij het juiste (regio)kantoor dan wordt de datum van binnenkomst bij dat andere kantoor altijd als datum van binnenkomst aangehouden.

Termijnen zijn van openbare orde

Als het bezwaarschrift te laat is ontvangen en bovenstaande uitzonderingen niet van toepassing zijn zal het bezwaar niet-ontvankelijk moeten worden verklaard en wordt het zover mogelijk (ambtshalve) in behandeling genomen. Zou het bezwaar bij termijnoverschrijding toch als ontvankelijk worden behandeld, dan zal de rechter het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaren (Zie bijvoorbeeld HR 20 september 2002 (Nr. 37 200) BNB 2002/366 en Gerechtshof Amsterdam 11 maart 2015, kenmerk 14/00345)

Niet-ontvankelijk bezwaarschrift dat een verzoek om terugbetaling omvat

Wanneer een bezwaarschrift niet-ontvankelijk is maar ertoe strekt dat het bedrag aan invoerrechten of uitvoerrechten geheel of gedeeltelijk zou moeten worden kwijtgescholden dan wel worden terugbetaald, omdat sprake is van één van de situaties genoemd in de artikelen 117, 119 of 120 van het DWU, toetst u het bezwaarschrift ambtshalve aan artikel 116 lid 4 DWU). Dit artikel bepaalt dat een terugbetaling respectievelijk kwijtschelding ook op eigen initiatief plaats kan vinden bij toepassing van de art. 117, 119 en 120 DWU. In dat geval ligt hier dus geen formeel verzoek (aanvraag) van belanghebbende aan ten grondslag.

Voorwaarde is wel dat de douaneautoriteiten vast kunnen stellen dat van een situatie, bedoeld in artikel 117, 119 of 120 DWU sprake is en dat zij in staat zijn om de beschikking te geven.

Dat betekent dat minimaal de gegevens die nodig zijn voor de beschikking, zoals vastgesteld in artikel 6 DWU juncto artikel 2 en bijlage A van GVo.DWU Bijlage A, kolom 4c en Titel VIII GVo.DWU) aanwezig moeten zijn om tot terugbetaling/kwijtschelding over te kunnen gaan. Een uitzondering vormt gegevenselement VIII/9 (de vermelding van de rechtsgrondslag); artikel 116(4) DWU vormt de rechtsgrondslag voor het ambtshalve beoordelen en is daarmee een gegeven.

Wanneer niet alle gegevens die nodig zijn voor de beschikking aanwezig zijn, wordt de casus niet ambtshalve getoetst. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de Douane zelf de relevante gegevens in haar bestanden gaat zoeken, wanneer een onvolledige casus wordt voorgelegd. De ambtshalve toets mag immers niet een methode zijn om de gegevensvereisten van een regulier verzoek om terugbetaling/kwijtschelding te omzeilen.

Wordt naar aanleiding van een niet-ontvankelijk bezwaarschrift door de bezwaarbehandelaar geconstateerd dat niet alle gegevens voorhanden zijn die het mogelijk maken om al dan niet ambtshalve tot terugbetaling/kwijtschelding over te gaan, dan wordt het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard zonder vermelding van de ambtshalve toets. De uitspraak op bezwaar luidt: niet-ontvankelijk. De uitspraak wordt voorzien van een beroepsclausule. Intern wordt in het bezwaardossier vastgelegd dat er is geconstateerd dat de gegevens onvoldoende zijn voor een ambtshalve beoordeling of er plaats is voor terugbetaling/kwijtschelding.

Wordt naar aanleiding van een niet-ontvankelijk bezwaarschrift geconstateerd dat de gegevens die noodzakelijk zijn voor de beschikking, bedoeld in artikel 6 DWU juncto artikel 2 en bijlage A van GVo.DWU Bijlage A, kolom 4c en Titel VIII GVo.DWU) aanwezig zijn, dan kan belanghebbende, gelet op het bovenstaande, wellicht in aanmerking komen voor een (al dan niet gedeeltelijke) ambtshalve terugbetaling/kwijtschelding. Is dat het geval dan wordt het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard (met beroepsclausule) waarbij in de uitspraak op bezwaar ook wordt opgemerkt dat de zaak ambtshalve wordt beoordeeld. Verwezen wordt naar een aparte beschikking die belanghebbende hierover zal ontvangen Zie voor de voorwaarden voor terugbetaling/kwijtschelding verder onderdeel 31.00.00 van dit Handboek.

Naar boven

2.1.5 Aan welke formele eisen moet een bezwaarschrift voldoen?

Het bezwaarschrift moet aan de twee onderstaande eisen voldoen.

  1. Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend, en tenminste bevatten:

    • naam en adres van de indiener;

    • de dagtekening;

    • de gronden van het bezwaar;

    • een omschrijving en/of een afschrift van de beschikking waartegen het bezwaar gericht is.

    Aan de motivering van het bezwaarschrift mogen geen al te hoge eisen worden gesteld. (HR 25 juli 2000, nr. 34990 BNB 2000/333)

  2. Indien het bezwaarschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar noodzakelijk is moet de indiener zorgdragen voor een vertaling. (artikel 6:5 Algemene wet bestuursrecht).

    Let op!

    Bij een niet-gemotiveerde beschikking hoeft belanghebbende zijn bezwaar niet te motiveren (HR 8 maart 2002, nr. 34993; BNB 2002/224).

Als een bezwaarschrift niet voldoet aan één van de vormvereisten als bedoeld in artikel 6:6 van de Awb, dan geeft de inspecteur de indiener vier weken de gelegenheid dat verzuim te herstellen.

Mocht het verzuim niet binnen die vier weken hersteld zijn, dan krijgt de indiener van de inspecteur nog een termijn van twee weken. Daarbij deelt de inspecteur mee dat hij het bezwaarschrift op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk zal verklaren als het verzuim niet binnen de termijn wordt aangevuld (paragraaf 8, de leden 1 en 2 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht).

De termijn voor het herstellen van een verzuim schort de behandelingstermijn op wanneer het bezwaarschrift niet in behandeling kan worden genomen. Geeft u bijvoorbeeld vier weken voor het herstellen van een verzuim dan stopt de termijn voor behandeling op het moment dat u die termijn geeft en gaat pas weer lopen als het verzuim hersteld is of de termijn ongebruikt verstreken is. Geef dit ook expliciet aan in de brief waarin u belanghebbende de nieuwe termijn geeft voor het herstellen van het verzuim (artikel 7:10, lid 2, Algemene wet bestuursrecht).

Naar boven

2.1.6 Rechtstreeks beroep

Verzoek in het bezwaarschrift

Wanneer belanghebbende van mening is dat een bezwaarprocedure geen toegevoegde waarde heeft, kan hij verzoeken om rechtstreeks beroep te mogen instellen. Dit verzoek moet in zijn bezwaarschrift zijn opgenomen.

De beoordeling

De mogelijkheid van "rechtstreeks beroep" is bedoeld voor relatief uitzonderlijke gevallen.
De hoofdregel is en blijft dat de bezwaarschriftprocedure moet worden gevolgd alvorens in beroep kan worden gegaan bij de rechter.

Op het verzoek wordt niet beslist door de medewerker die het bestreden besluit genomen heeft.

Alvorens op het verzoek wordt beslist, vindt een collegiale toetsing plaats door de regionaal vaktechnisch coördinator formeel recht.

De beslissing

U moet eerst beslissen of de zaak geschikt is voor rechtstreeks beroep. De zaak is alleen dan geschikt voor rechtstreeks beroep als in de primaire fase een zodanig uitputtende gedachtenwisseling tussen inspecteur en belanghebbende heeft plaatsgevonden, dat de bezwaarprocedure daaraan weinig of niets meer kan toevoegen, terwijl ook vaststaat dat het besluit nog altijd in geschil is. Vooral het feitencomplex moet nauwkeurig zijn vastgesteld, omdat door de inspecteur geen feitenonderzoek meer kan worden gedaan als de zaak onder de rechter is. Hetzelfde geldt voor de situatie waarin een besluit nauw samenhangt met een besluit waartegen al beroep is ingesteld.

De zaak is in ieder geval niet geschikt voor rechtstreeks beroep als – in meerpartijengeschillen – niet alle indieners van een bezwaarschrift om het overslaan van de bezwaarprocedure hebben verzocht.

Afwijzing

Er is één wettelijke grond waarop rechtstreeks beroep moet worden geweigerd:

  • als tegen het besluit een ander bezwaarschrift is ingediend waarin een zelfde verzoek ontbreekt, tenzij dat andere bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is.

Wanneer het verzoek wordt afgewezen, moet u de normale bezwaarprocedure volgen. Als de belanghebbende naar aanleiding van zijn bezwaarschrift wordt gehoord, dan moet de afwijzende beslissing uiterlijk tegelijkertijd met de uitnodiging voor de hoorzitting aan de verzoeker bekend worden gemaakt.

Toestemming

Als de inspecteur instemt met het verzoek om rechtstreeks beroep te mogen instellen, zendt hij het bezwaarschrift, met daarop aangetekend de dagtekening van ontvangst, onverwijld door aan de bevoegde rechter. (artikel 7:1a Algemene wet Bestuursrecht en paragraaf 2.1.2 van het Besluit Beroep in Belastingzaken).

Terugverwijzing

De rechter wijst de zaak terug als u kennelijk ten onrechte met het verzoek heeft ingestemd. De rechter beoordeelt of in een zaak ten onrechte de toegevoegde waarde van de bezwaarprocedure is miskend.
Tegen deze terugverwijzing is geen hoger beroep of cassatie mogelijk.
De termijn om op een bezwaarschrift te beslissen in geval van terugverwijzing door de rechtbank is niet korter dan in de overige gevallen. Dan geldt namelijk ook de beslistermijn van artikel 7:10, maar dan te rekenen vanaf de datum van de uitspraak van de rechtbank (artikel 8:54a, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).

Rechtstreeks beroep bij niet tijdig beslissen

Een bijzondere vorm van rechtstreeks beroep is aan de orde wanneer een belanghebbende in beroep wil gaan tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op een verzoek of het doen van een uitspraak op een bezwaarschrift. Hij hoeft dan niet eerst een bezwaarschrift in te dienen tegen het niet tijdig beslissen, maar kan rechtstreeks in beroep gaan. Wel moet hij het bestuursorgaan veelal eerst in gebreke stellen.
Zie voor het rechtstreeks beroep bij niet tijdig beslissen verder paragraaf 7.2 van dit onderdeel van dit Handboek.

Naar boven

2.1.7 Vermindering repeterende bezwaarschriften

Klantafspraken maken

Als er éénmaal een bezwaarschrift of beroepschrift is ingediend dat zich richt op een bepaald onderdeel van een aangifte (bijv. de tariefindeling of de waarde) dan zal de belanghebbende óók bezwaar maken tegen alle volgende aangiften waarin hetzelfde geschilpunt zich voordoet. Dat kunnen heel veel aangiften zijn. Noch de aangever, noch de douane heeft belang bij een grote stapel identieke bezwaarschriften. Daarom is het vaak verstandig om afspraken te maken met de aangever ter voorkoming of ter vermindering van het aantal "dubbele" bezwaarschriften. Deze afspraken moeten schriftelijk worden vastgelegd. Deze schriftelijke vastlegging wordt van een dagtekening voorzien en door zowel de inspecteur als door belanghebbende ondertekend. De afspraak wordt gemaakt door de bezwaarbehandelaar omdat deze kan overzien wat in het concrete geval de beste optie is (let op: soms kan een geschil landelijk spelen).

Wat er precies met de belanghebbende wordt afgesproken kan van geval tot geval verschillen. De keuze die wordt gemaakt hangt af van het geschil en soms ook van het aantal belanghebbenden. Enkele mogelijke afspraken die gemaakt zouden kunnen worden (niet limitatief):

  • Belanghebbende spaart zijn bezwaren op, bijvoorbeeld per maand. Artikel 24a AWR maakt het mogelijk om één bezwaarschrift in te dienen tegen meerdere aanslagen of beschikkingen. Dit kan ook een niet-gemotiveerd (pro forma) bezwaarschrift zijn. Voordeel van deze afspraak is dat de omvang van het geschil door u te volgen is, terwijl het aantal bezwaarschriften toch beperkt blijft. Wel blijft u bezwaarschriften ontvangen, die administratief verwerkt moeten worden (boeken, ontvangstbevestiging, etc.) en waarop u op enig moment uitspraak zult moeten doen. Dat kan te zijner tijd eventueel in één geschrift voor alle bezwaarschriften (artikel 25, lid 4, AWR).

  • Belanghebbende dient nog wel telkens een bezwaarschrift in (onder verwijzing naar de procedure die al loopt over het zelfde geschilpunt) maar motiveert deze bezwaarschriften niet. Voordeel van het toch laten indienen van deze pro forma bezwaarschriften is dat de omvang van het geschil, zowel het aantal betrokken aangiften als het financiële belang, door de bezwaarbehandelaar te volgen is. Wel blijft u bezwaarschriften ontvangen, die administratief verwerkt moeten worden (boeken, ontvangstbevestiging, etc) en waarop u op enig moment uitspraak zult moeten doen. Dat kan te zijner tijd eventueel in één geschrift op alle bezwaarschriften (artikel 25, lid 4, AWR).

Zie ook paragraaf 10 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht.

Te regelen punten in de afspraken

Het is belangrijk om in de te maken afspraken steeds de volgende punten duidelijk vast te leggen.

  1. Geef het doel van de regeling aan: bijv. het voorkomen van herhaalde, identieke bezwaarschriften door af te spreken dat over één geval zal worden geprocedeerd, of simpelweg het aanhouden van bezwaarschriften omdat er al een bezwaarschrift/beroepschrift in behandeling is met hetzelfde geschilpunt.

  2. In de afspraken moet altijd duidelijk worden vastgelegd dat de douane de uitspraak op bezwaar alleen dán zal volgen voor latere aangiften wanneer in de uitspraak op bezwaar een inhoudelijk oordeel wordt geveld over het geschilpunt. Anders loopt de douane het risico dat zij tot terugbetaling is gehouden omdat het bezwaar is toegewezen, terwijl de toewijzing op heel andere gronden heeft plaatsgevonden (bijvoorbeeld een formeel gebrek, belanghebbende kan niet als schuldenaar aangemerkt worden).

  3. Een duidelijke omschrijving van het geschil, bijv. een indelingsgeschil over hartslagmeters zonder klokfunctie zijnde andere ontvangsttoestellen…..; Tariccode…..; op de factuur omschreven als …., artikel nummer….

Naar boven

2.1.8 Uitstel van betaling

Bezwaar heeft ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking in principe geen schorsende werking (artikel 44 DWU). Bij een financiële beschikking kan de ontvanger onder voorwaarden veelal wel uitstel van betaling verlenen.

Naar boven

2.1.9 Horen belanghebbende

Op grond van artikel 7:2 Algemene wet bestuursrecht stelt een bestuursorgaan, voordat het op het bezwaar beslist, belanghebbende in de gelegenheid om te worden gehoord.
In artikel 25, lid 1, Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt hierop een uitzondering gemaakt. Daar staat dat belanghebbende op zijn verzoek gehoord wordt.

Het initiatief voor het horen van een belanghebbende ligt echter bij de inspecteur (conform artikel 7:2 van de Awb en in afwijking van artikel 25, lid 1, van de AWR).

Als de belanghebbende niet binnen een door de inspecteur gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht om gehoord te worden, kan de inspecteur afzien van het horen (zie artikel 7:3, letter d, van de Awb). De inspecteur maakt hiervan melding in de uitspraak op bezwaar. Zo nodig verifieert de inspecteur of de belanghebbende de uitnodiging om gehoord te worden ontvangen heeft.

(zie ook paragraaf 9 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht)

Wie hoort?

Op grond van artikel 7:5 Algemene wet bestuursrecht mag degene die het oorspronkelijke besluit genomen heeft belanghebbende niet horen. Als het horen door meer personen gebeurt mag deze persoon wel aanwezig zijn, maar niet de leiding hebben. Nemen aan het horen meer personen deel, dan mag de meerderheid van die personen niet bij de oorspronkelijke besluitvorming betrokken zijn geweest.
In artikel 25, lid 2, Algemene wet inzake rijksbelastingen is hier op een uitzondering gemaakt. Daar staat dat in uitzonderingsgevallen het horen wel mag geschieden door degene die het oorspronkelijke besluit genomen heeft. Zo'n uitzonderingsgeval doet zich voor als belanghebbende uitdrukkelijk verzoekt om behandeling door dezelfde ambtenaar.

Doel van het horen

Het is van groot belang om in de bezwaarfase de feiten goed op een rij te krijgen om te komen tot een goede heroverweging van de oorspronkelijke beslissing. Het horen heeft dan ook twee redenen:

  • U kunt een goed gefundeerde beslissing nemen.

  • De belanghebbende krijgt de gelegenheid zijn standpunt nogmaals mondeling toe te lichten.

Afzien van het horen

U kunt van het horen afzien als:

  1. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is;

  2. het bezwaar kennelijk ongegrond is;

  3. de belanghebbende heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord;

  4. de belanghebbende niet binnen een door u gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht om te worden gehoord. Zo nodig verifieert u of de belanghebbende de uitnodiging om te worden gehoord heeft ontvangen;

  5. volledig aan het bezwaar tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.


    (artikel 7:3 Algemene wet bestuursrecht en paragraaf 9 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht.

Hoe moet gehoord worden?

Een hoorgesprek kan niet telefonisch worden gevoerd. Wel kan het zo zijn dat belanghebbende na telefonisch contact met de inspecteur van mening is dat hij zijn zaak voldoende heeft toegelicht en afziet van een hoorgesprek (paragraaf 9 Besluit Fiscaal Bestuursrecht )

Inzien stukken

Belanghebbende krijgt voordat hij gehoord wordt, tenminste - indien nodig - een week voor het horen, de gelegenheid de stukken die betrekking hebben op de zaak, in te zien.
Bij de oproeping wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage liggen. Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschrift verkrijgen. (artikel 7:4 Algemene wet bestuursrecht)

Verslag van het horen

Degene die de belanghebbende gehoord heeft, maakt een verslag van het horen, dagtekent en ondertekent het verslag. Hij stuurt vervolgens een kopie van het verslag naar de belanghebbende of zijn vertegenwoordiger. Belanghebbende krijgt de gelegenheid te reageren op het verslag.

Als de belanghebbende het niet eens is met de inhoud van het verslag, kan hij u hierover inlichten. Maak hiervan een aantekening in het verslag.
Belanghebbende kan geen formeel bezwaar indienen tegen het verslag.

Intrekking van het bezwaarschrift

Belanghebbende kan zijn bezwaar schriftelijk intrekken. Ook kan hij dit tijdens het horen mondeling doen (artikel 6:21 Algemene wet bestuursrecht). Als hij dit doet legt u dit vast in het verslag.

Nieuwe feiten

Als ná het horen nieuwe feiten aan de dag komen die van groot belang zijn voor de zaak, stelt u de belanghebbende hiervan op de hoogte. Als hij daarom verzoekt, hoort u de belanghebbende opnieuw.

Naar boven

2.1.10 Eenheid van beleid en uitvoering

U beoordeelt het bezwaar.

Bij de beoordeling van het bezwaar kijkt u of sprake is van een rechtsvraag zoals bedoeld in paragraaf 2 Besluit Fiscaal Bestuursrecht. Als het geschil een rechtsvraag blijkt te bevatten die ten onrechte nog niet aan het Landelijk Kantoor Douane of de desbetreffende Coördinatiegroep is voorgelegd dan legt u de rechtsvraag alsnog onverwijld voor aan het Landelijk Kantoor Douane of die Coördinatiegroep.

Naar boven

2.1.11 De uitspraak

Wanneer voldoende gegevens verzameld zijn om het bezwaarschrift zorgvuldig te beoordelen doet u een uitspraak. Bij het doen van de uitspraak zijn een aantal zaken van belang die in deze paragraaf worden besproken te weten;

  • één uitspraak op één bezwaarschrift;

  • termijn voor het doen van een uitspraak;

  • mogelijke uitspraken;

  • inhoud van de uitspraak;

  • motivering van de uitspraak.

Eén uitspraak op één bezwaarschrift

U kunt slechts één uitspraak doen op één bezwaarschrift. Het is niet mogelijk een eenmaal gedane uitspraak in te trekken en te laten volgen door een nieuwe uitspraak. Daarnaast kan één uitspraak slechts betrekking hebben op één bezwaarschrift. Het is niet mogelijk om één uitspraak te doen op meer dan één bezwaarschrift.
Wel kunnen meerdere uitspraken in één geschrift worden vervat, mits de daaraan ten grondslag liggende bezwaren samenhangende zaken of besluiten betreffen (artikel 25, lid 4, Algemene wet inzake rijksbelastingen).

Termijn voor het doen van de uitspraak
  • binnen 6 weken

Hoofdregel is dat de uitspraak moet worden gedaan binnen 6 weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken (artikel 7:10, lid 1, Algemene wet bestuursrecht).
In beginsel moeten alle bezwaarschriften binnen zes weken worden afgedaan (uiteraard exclusief opschortingstermijnen).

  • opschorting

De termijn wordt opgeschort wanneer belanghebbende een verzuim moet herstellen. De termijn stopt dan met lopen met ingang van de dag dat u belanghebbende een termijn geeft om het verzuim te herstellen. De termijn begint weer te lopen wanneer belanghebbende het verzuim heeft hersteld of wanneer die termijn voor herstel ongebruikt is verstreken (Artikel 7:10 Algemene wet bestuursrecht).

Naast de opschorting in geval van vormverzuimen kent de Algemene wet bestuursrecht nog enkele andere redenen die tot opschorting van de termijn kunnen leiden. Deze zijn opgenomen in artikel 7:14 en 4:15 Algemene wet bestuursrecht. Het gaat om de volgende gevallen:

  • voor het doen van de uitspraak op bezwaar is noodzakelijke informatie aan een buitenlandse instantie gevraagd, In dat geval wordt de termijn opgeschort tot de dag waarop u deze informatie heeft ontvangen of verder uitstel niet meer redelijk is.

  • zolang de vertraging aan de belanghebbende kan worden toegerekend. De situatie kan zich voordoen dat u niet tijdig zal kunnen beslissen omdat de belanghebbende enkele dagen voor afloop van de beslistermijn nog omvangrijke pakketten nadere gegevens opstuurt, of omdat belanghebbende zelf bij herhaling om uitstel van een hoorzitting of om nader onderzoek heeft gevraagd en u daarmee heeft ingestemd.

  • zolang u door overmacht niet in staat bent uitspraak op bezwaar te doen. Hiervan zal niet snel sprake zijn. Het moet gaan om een zeer uitzonderlijke situatie die buiten uw eigen invloedsfeer ligt. Het zou zich bijvoorbeeld voor kunnen doen wanneer uw kantoor door brand is verwoest.

In geval van overmacht deelt u zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de belanghebbende(n) mee dat de beslistermijn is opgeschort, en ook binnen welke termijn de uitspraak wel tegemoet kan worden gezien.

Indien de opschorting eindigt, stelt u belanghebbende(n) daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte, onder vermelding van de termijn binnen welke de uitspraak op bezwaar alsnog wordt gegeven.

  • binnen 12 weken

Wanneer de uitspraak niet binnen zes weken gedaan kan worden dient u belanghebbende daarvan voor het verstrijken van die termijn schriftelijk op de hoogte te stellen onder vermelding van de redenen voor de vertraging. U kunt de termijn waarbinnen de uitspraak moet worden gedaan verdagen met een periode van ten hoogste 6 weken (artikel 7:10, lid 3 Algemene wet bestuursrecht).

  • verlenging

Nadat de termijn van 12 weken is verstreken is verder uitstel mogelijk voor zover de indiener van het bezwaarschrift daarmee heeft ingestemd en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad of ermee instemmen (artikel 7:10, lid 4 Algemene wet bestuursrecht).
Vóór het verstrijken van de termijn van twaalf weken stemt u dit uitstel met de belanghebbende(n) af en legt dit vervolgens schriftelijk in een brief aan belanghebbende vast, waarbij u ook de reden voor het uitstel aangeeft. U verzoekt belanghebbende(n) een getekend exemplaar van deze afspraak aan u terug te zenden.

Ook is uitstel mogelijk voor zover dit nodig is in verband met de naleving van wettelijke procedurevoorschriften. Een voorbeeld van zo’n wettelijk voorschrift is artikel 7:9 Algemene wet bestuursrecht. Tijdens of na afloop van de hoorzitting kunnen nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden bekend worden die van groot belang kunnen zijn voor de uitspraak op bezwaar. In dat geval wordt belanghebbende in de gelegenheid gesteld hierover (opnieuw) te worden gehoord. Daardoor kan de termijn in gevaar komen. In zo’n geval maakt artikel 7:10, lid 4 onderdeel c Algemene wet bestuursrecht verder uitstel mogelijk.
Vóór het verstrijken van de termijn van twaalf weken stemt u dit uitstel met de belanghebbende(n) af en legt dit vervolgens schriftelijk in een brief aan belanghebbende(n) vast, waarbij u ook de reden voor het uitstel aangeeft.

Mogelijke uitspraken

De volgende uitspraken op een bezwaarschrift zijn mogelijk, te weten:

  1. Niet-ontvankelijk verklaren.

  2. Afwijzen.

  3. (Gedeeltelijk) Toewijzen.

1. Niet-ontvankelijk verklaren
Hoe u tot niet-ontvankelijk verklaring komt wordt besproken in paragraaf 2.2.2. Wanneer u een bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaart kleven er formele gebreken aan het bezwaarschrift. Dit kunnen de volgende gebreken zijn:

  • tegen de beslissing is geen bezwaar mogelijk (zie paragraaf 2.1.1);

  • het bezwaarschrift is ingediend door een onbevoegde persoon (zie paragraaf 2.1.2);

  • het bezwaarschrift is niet tijdig ingediend (zie paragraaf 2.1.4);

  • het bezwaarschrift voldoet niet aan de formele eisen van artikel 6:5 Algemene wet bestuursrecht (zie paragraaf 2.1.5).

Wanneer u een bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaart komt u in principe niet aan de inhoudelijke beoordeling van het bezwaarschrift toe. Toch kijkt u of er redenen zijn om ambtshalve aan het bezwaar tegemoet te komen, bijvoorbeeld door terugbetaling te verlenen. Zie voor de voorwaarden ook hetgeen hierover onder paragraaf 2.1.4 is opgemerkt.

2. Afwijzen
U wijst een bezwaarschrift af wanneer de inhoudelijke beoordeling daartoe aanleiding geeft. Wanneer u een bezwaarschrift gaat afwijzen neemt u altijd eerst contact op met belanghebbende.

3. (Gedeeltelijk) Toewijzen
U wijst een bezwaarschrift (eventueel gedeeltelijk) toe wanneer de inhoudelijke beoordeling daarvoor aanleiding geeft. U herroept daarbij de bestreden beschikking en neemt voor zover nodig in plaats daarvan een nieuwe beschikking (artikel 7:11 Algemene wet bestuursrecht).

Inhoud van de uitspraak
motivering

Hoofdregel is dat de uitspraak op een deugdelijke motivering dient te berusten die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld (artikel 7:12 Algemene wet bestuursrecht). Naast de gronden waarop de uitspraak berust vermeldt u altijd het betreffende wetsartikel.

geheimhoudingsplicht

In de uitspraak verwijst u niet naar het standpunt van een coördinatiegroep, mededelingen, brieven of andere niet algemeen gepubliceerde informatie. Verder houdt u rekening met de geheimhoudingsplicht.
(artikel 12 DWU en artikel 1:5 Algemene douanewet).

ondertekening

De uitspraak dagtekent u en ondertekent u namens het bevoegde bestuursorgaan. De bevoegdheid tot het doen van een uitspraak op een bezwaarschrift ligt bij de inspecteur.
(artikel 1:3, lid 1, letter c, Algemene douanewet)

beroepsclausule

Vermeld altijd de beroepsclausule zoals opgenomen in bijlage 1.
(artikel 22 lid 7 DWU, artikel 1:5 Algemene douanewet en artikel 6:23 Algemene wet bestuursrecht)

Naar boven