Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

6.00.00 Douanetarief en financiële maatregelen

6 Financiële maatregelen bij in- en uitvoer

De Europese Unie heeft in de kaders van de handels-, landbouw-, visserij- en ook de industriepolitiek financiële maatregelen vastgesteld voor de invoer en/of de uitvoer van goederen. Deze zijn voor een deel gebaseerd op de overeenkomsten die de Europese Unie in het kader van de Wereld Handels Organisatie heeft gesloten. Voor een ander deel zijn die gebaseerd op de overeenkomsten die de Europese Unie met landen of groepen van landen heeft gesloten of die de Europese Unie eenzijdig voor landen of groepen van landen heeft vastgesteld.

In artikel 56 DWU staat hierover:

De verschuldigde invoer- en uitvoerrechten zijn gebaseerd op het gemeenschappelijk douanetarief.

Naar boven

6.1 Invoerrecht

Onder "invoerrecht " wordt het volgende verstaan:

  • het douanerecht dat bij de invoer van goederen is verschuldigd.

(artikel 5, punt 20, DWU)

Onder rechten bij invoer worden naast rechten bij invoer ook verstaan invoerrechten.

(artikel 1:3, lid 1, Algemene douanewet)

Invoerrechten of rechten bij invoer worden geheven op grond van het DWU en de Algemene douanewet. Het doel van de invoerrechten of de rechten bij invoer is inkomsten te verwerven voor de Europese Unie. Dit aspect is in de loop van de tijd in belang afgenomen en is verschoven naar het aspect van bescherming van de handel, de landbouw, de visserij en de industrie in de Europese Unie. Bij niet-EU-landen is het belang van het verwerven van inkomsten gelijk gebleven of nauwelijks veranderd. De invoerrechten of de rechten bij invoer die in Nederland worden geheven, worden afgedragen aan de Europese Unie; dit zijn de zogenoemde eigen middelen van de Europese Unie.

De invoerrechten van het Gemeenschappelijk douanetarief worden door de Raad en het Parlement van de Europese Unie vastgesteld. In het Gemeenschappelijk douanetarief zijn de "normale" invoerrechten opgenomen, dat wil zeggen de invoerrechten die in het kader van de Wereld Handels Organisatie zijn overeengekomen. Deze invoerrechten gelden, tenzij er “speciale” invoerrechten zijn vastgesteld (zoals autonome schorsingen, tariefpreferenties en gunstige tariefbehandelingen). Deze invoerrechten gelden in plaats van de normale invoerrechten en zijn opgenomen in het Gemeenschappelijk douanetarief. Deze speciale invoerrechten kunnen worden beperkt tot bepaalde hoeveelheden in zgn. tariefcontingenten of zgn. tariefplafonds. Deze speciale invoerrechten hebben als doel bijdragen te leveren aan het faciliteren en reguleren van de markten in de Europese Unie.

Als invoerrechten worden ook aangemerkt antidumpingrechten en compenserende rechten. Deze rechten worden ingesteld als onderzoek van de Commissie uitwijst, dat bedrijven in derde landen goederen op de markt brengen onder een bepaald prijsniveau (kostprijs). Door het zogenoemde dumpen ontstaat schade voor de bedrijfstak in de Europese Unie. Van compenserende rechten is sprake als de lagere prijs het gevolg is van subsidie van overheden die is verleend aan bedrijven in derde landen. Door het subsidiëren ontstaat schade voor de bedrijfstak van de Europese Unie. De antidumpingrechten en de compenserend rechten dienen voor de bescherming van de industriële markten en dienen voor de regulering van deze markten in de Europese Unie. Zie hiervoor onderdeel 01.02.00 van dit handboek.

In het kader van het landbouwbeleid en het visserijbeleid van de Europese Unie worden invoerrechten of aanvullende invoerrechten ingesteld. Deze rechten dienen voor de bescherming van de landbouwmarkten en visserijmarkten en dienen voor de regulering van deze markten in de Europese Unie. Zie hiervoor onderdeel 13.01.00 van dit handboek.

Alle invoerrechten die de Europese Unie heeft ingesteld , zijn opgenomen in het Gemeenschappelijk douanetarief (Verordening (EEG) nr. 2658/87). De invoerrechten van het Gemeenschappelijk douanetarief zijn gekoppeld aan de omschrijving van de goederen en de goederencodes van de Gecombineerde nomenclatuur (Verordening (EEG) nr. 2658/87).

In de Gecombineerde nomenclatuur zijn voetnoten opgenomen nadere aanwijzingen gegeven zoals “artikel 210 DWU, artikel 254 DWU, artikel 239 GVo.DWU of artikel 258 UVo.DWU – vergunning Bijzondere bestemming”.

Naar boven

6.2 Uitvoerrecht

Onder "uitvoerrecht " wordt het volgende verstaan:

  • het douanerecht dat bij de uitvoer van goederen is verschuldigd.

(artikel 5, punt 21, DWU)

De wettelijke bepalingen over de rechten bij invoer van de Algemene douanewet zijn van overeenkomstige toepassing verklaard voor de rechten bij uitvoer. Momenteel zijn er geen rechten bij uitvoer of uitvoerrechten ingesteld.(artikel 1:3, lid 6, Algemene douanewet)

Naar boven

6.3 Heffingsgrondslag

Bij de heffingsgrondslagen van de invoerrechten zijn de volgende elementen van belang:

  • belastbaar feit

  • object van heffing

  • maatstaf van heffing

  • tarief bij invoer.

Het belastbaar feit is aangegeven in onder andere artikel 77 DWU. Volgens dit artikel ontstaat een douaneschuld “… indien aan invoerrechten onderworpen niet-Uniegoederen onder een van de volgende douaneregelingen worden geplaatst: a) in het vrije verkeer brengen, ook onder de voorschriften inzake bijzondere bestemming …”. Het belastbare feit hier is dus “… goederen in het vrije verkeer brengen …”.

In artikel 77 DWU is ook het object van de heffing beschreven: “… aan invoerrechten onderworpen niet-Uniegoederen …”. Hieronder vallen ook goederen waarvoor bij invoer een “nulrecht” is ingesteld.

De maatstaf van heffing kan onder meer zijn:

  • douanewaarde of prijs (franco-grensprijs of cif-grensprijs)

  • hoeveelheid (kilogram, liter, enz.)

  • gehalte (alcohol-volumegehalte, enz.)

  • oppervlakte (vierkante meters, enz.)

  • combinaties van deze elementen.

Het tarief bij invoer is het tarief bedoeld bij de invoerrechten zoals in artikel 5, punt 20, DWU en in artikel 56 DWU.

Indien de invoerrechten zijn uitgedrukt in een percentage van de douanewaarde is sprake van “ad valoremrechten” of “waarderechten”. De invoerrechten kunnen ook worden geheven over de hoeveelheid, gehalte, enz. In dat geval worden de invoerrechten “specifieke rechten” genoemd. Hierbij wordt een bepaald bedrag geheven per eenheid (hoeveelheid, gehalte, oppervlakte, enz.). Soms worden beide soorten invoerrechten bij dezelfde soort goederen gebruikt.

Naar boven

6.4 Schorsing invoerrechten wapens, militaire uitrusting en andere militaire goederen - certificaat

De invoerrechten zijn geschorst voor wapens en militaire uitrusting die door of namens de autoriteiten van de militaire organisaties van de lidstaten van de Europese Unie in het vrije verkeer worden gebracht. Deze goederen moeten als volgt worden gebruikt:

  • door of namens de strijdkrachten van een lidstaat van de Europese Unie;

  • individueel of in samenwerking met andere staten voor het verdedigen van de territoriale integriteit van de lidstaat van de Europese Unie;

  • individueel of in samenwerking met andere staten voor het deelnemen aan internationale vredeshandhavings- of steunverleningsoperaties; of

  • voor andere militaire doeleinden, zoals de bescherming van de onderdanen van de Europese Unie tegen sociale of militaire onrust.

(artikelen 1 en 2, lid 1, en bijlage I van Verordening (EG) nr. 150/2003)

De schorsing van de invoerrechten geldt ook voor de volgende goederen:

  • delen, componenten en subassemblages om te worden verwerkt in of aangebracht aan de goederen opgenomen in de bijlagen I en II;

  • delen, componenten en subassemblages daarvan;

  • delen, componenten en subassemblages die dienen voor het herstellen, in goede staat brengen of onderhouden daarvan; of

  • goederen die worden gebruikt bij de opleidingen of bij het testen van de goederen opgenomen in de bijlagen I en II.

(artikel 2, lid 2, en bijlagen I en II van Verordening (EG) nr. 150/2003)

Deze goederen zijn onderworpen aan de voorwaarden voor het eindgebruik zoals bedoeld in de artikelen 210 en 254 DWU, het artikel 239 GVo.DWU of het artikel 258 UVo.DWU. De goederen blijven onder douanetoezicht tot drie jaren na het tijdstip van het brengen in het vrije verkeer.(artikel 2, lid 3, Verordening (EG) nr. 150/2003)

Gebruik van de goederen van de bijlage I van de Verordening (EG) nr. 150/2003 voor opleidingsdoeleinden of tijdelijk gebruik van deze goederen in het gebied van de Europese Unie door strijdkrachten of andere eenheden voor civiele doeleinden in verband met onvoorziene rampen of natuurrampen worden geacht geen schending te zijn van het hiervoor bedoelde eindgebruik. (artikel 2, lid 4, Verordening (EG) nr. 150/2003)

Bij de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer wordt een certificaat gebruikt van het model van de bijlage III van de Verordening (EG) nr. 150/2003 dat is afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van de Europese Unie van de strijdkrachten waarvoor de goederen zijn bestemd. De goederen moeten aan de Douane worden aangeboden. In voorkomend geval kan bij het brengen in het vrije verkeer worden volstaan met het gebruik van het certificaat zonder dat een aangifte voor het brengen in het vrije verkeer wordt gedaan. (artikel 3 en bijlage III, Verordening (EG) nr. 150/2003)

In verband met de militaire geheimhouding kunnen het certificaat en de goederen worden voorgelegd aan andere autoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie dan de Douane. In dat geval zendt de autoriteit die het certificaat heeft afgegeven voor 31 januari en 31 juli van elk jaar een overzicht aan de Douane van de goederen die in het vrije verkeer worden gebracht. Dit halfjaarlijkse overzicht bevat informatie over de aantallen, nummers en datums van de certificaten, datums van het brengen in het vrije verkeer, de totale waarde en het totale gewicht van de goederen. (artikel 3, leden 2 tot en met 4, Verordening (EG) nr. 150/2003)

Indien binnen de drie jaren van het douanetoezicht het gebruik wordt verlegd wordt daarvan mededeling gedaan aan de autoriteit die het certificaat heeft afgegeven en aan de Douane. (artikel 4 Verordening (EG) nr. 150/2003)

Procedures en ambtelijke werkzaamheden

De ambtelijke werkzaamheden wat betreft het in het vrije verkeer brengen van wapens, militaire uitrusting en andere militaire goederen voor het Nederlandse ministerie van Defensie zijn belegd bij de Belastingdienst/Douane Groningen . Bedrijven die een contract hebben met het ministerie van Defensie en de met defensie belaste autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie kunnen een aangifte voor het brengen in het vrije verkeer doen met een certificaat. In dat geval moet een kopie van het certificaat worden doorgezonden naar de afgevende instantie.

Bij het verlenen van schorsing van invoerrechten voor wapens, militaire uitrusting en andere militaire goederen handelt u als volgt.

  1. Stel vast of een geldig door bevoegde autoriteit afgegeven certificaat voor wapens, militaire uitrusting en andere militaire goederen is bijgevoegd.

  2. Stel vast of sprake is van goederen genoemd in bijlage I en II bij de verordening en of de juiste goederencodes zijn gebruikt.

Let op!

Het certificaat hoeft slechts te worden overgelegd als de Douane daarom verzoekt. Deze bescheiden worden in de administratie van de aangever en/of zijn vertegenwoordiger bewaard.

Naar boven

6.5 Schorsing invoerrechten goederen burgerluchtvaart - luchtwaardigheidscertificaat

De invoerrechten kunnen worden geschorst voor goederen van de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het Gemeenschappelijk douanetarief voor zover die worden aangebracht aan of gebruikt in burgerluchtvaartuigen en voor zover daarvoor een luchtwaardigheidscertificaat is afgegeven door een bevoegde luchtvaartinstantie van een lidstaat van de Europese Unie of door de luchtvaartautoriteiten van een derde land.(artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1147/2002)

Bij het indienen van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer moet het luchtwaardigheidscertificaat beschikbaar zijn bij de aangever of zijn vertegenwoordiger. Indien het origineel niet beschikbaar is (bijvoorbeeld omdat het origineel in handen blijft van het buitenlands erkende bedrijf) kan worden volstaan met de handelsfactuur of een aanvullend document waarin een verklaring van het erkende bedrijf is vermeld. In de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer moeten de van toepassing zijnde codes uit het Codeboek Douane, onderdeel Invoer, zijn vermeld. (zie hiervoor www.douane.nl)(artikel 2 en bijlage, punten A en B van Verordening (EG) nr. 1147/2002)

Indien er gegronde twijfel bestaat aan de echtheid van een luchtwaardigheidscerticaat kan een beroep worden gedaan op de deskundigheid van de Inspectie Leefomgeving en Transport, Domein Luchtvaart, info.register@ilent.nl (telefoon: 06-15359870 of 06-15359426).

In overleg met deze instantie wordt bepaald welke actie moet worden ondernomen. De kosten hiervoor zijn voor rekening van de importeur. Rekening dient te worden gehouden met de verhouding van het voordeel van de schorsing van de invoerrechten tot de kosten voor het inschakelen van deskundigheid.(artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1147/2002)

Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Bij het verlenen van een schorsing van invoerrechten voor goederen van de soort die wordt aangebracht aan of wordt gebruikt in burgerluchtvaartuigen handelt u als volgt.

Stel bij controle vast of de van toepassing zijnde codes uit het Codeboek Douane, onderdeel Invoer zijn vermeld en of het luchtwaardigheidscertificaat of de handelsfactuur is afgegeven.

Voor het luchtwaardigheidscertificaat wordt gebruik gemaakt van de in bijlage 1 tot en met 5 van dit onderdeel opgenomen voorbeelden van de modellen: Authorized Release Certificate (EASA Form 1), JAA Form one, FAA Form 8130-3, TCCA Form One(1) en ANAC Form SEGVOO 003(2). Het model 8110-2 kan met het Certificate of Conformity, in plaats van het model Form 8130-3 worden gebruikt. Bepaalde onderdelen, die onder de ontwerpgoedkeuring (bijvoorbeeld van een model FAA Form 8110-2) vallen, en die worden gebruikt in vliegtuigen met een nettomassa van minder dan 2.000 kg mogen zonder een model FAA Form 8130-3 of een model EASA Form 1 worden gebruikt. Indien een model FAA Form 8110-2 wordt gebezigd, moet per geval worden beoordeeld of het model kan worden geaccepteerd. Hiervoor dient contact te worden opgenomen met de Domein Luchtvaart. De Divisie Luchtvaart bepaalt of het model kan worden geaccepteerd. De verklaring daarover moet bij het brengen in het vrije verkeer beschikbaar zijn bij de aangever of zijn vertegenwoordiger.

(1) Het JAA Form One wordt niet meer afgegeven. Het JAA Form One is gelijkwaardig aan EASA Form 1, en kan nog worden gebruikt, mits niet later afgegeven dan:

  • 28 september 2005 voor nieuwe componenten;

  • 28 november 2004 voor gebruikte componenten in complexe motoraangedreven luchtvaartuigen of in luchtvaartuigen in gebruik voor commercieel vervoer;

  • 28 september 2008 voor gebruikte componenten in overige luchtvaartuigen.

(2) Vooralsnog alleen geldig voor nieuwe componenten.

Let op!

Het luchtwaardigheidscertificaat of de handelsfactuur hoeft slechts te worden overgelegd als de Douane daarom verzoekt. Deze bescheiden worden in de administratie van de aangever en/of zijn vertegenwoordiger bewaard.

Certificates of Conformity worden gebruikt voor leveranciers onder de verantwoordelijkheid van ontvangende erkende bedrijven. Deze certificaten hebben in de regel betrekking op ruwe materialen en verbruiksmaterialen (zoals metaal, kunststof, textielproduct, smeermiddel, lijm, verf, bouten, moeren en afdichtringen). Deze kunnen voor de toepassing van de schorsing van invoerrechten niet worden aanvaard.

  1. Stel vast of sprake is van goederencodes van de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het Gemeenschappelijk douanetarief, van de soort die wordt aangebracht aan of wordt gebruikt in burgerluchtvaartuigen.

Let op!

Indien een vliegtuig in het vrije verkeer wordt gebracht moet ook het luchtwaardigheidscertificaat of de handelsfactuur worden overgelegd.

Naar boven

6.6 Vrijstelling invoerrechten farmaceutische producten

Bij het brengen in het vrije verkeer van de volgende farmaceutische producten zijn de invoerrechten vrijgesteld:

  • de farmaceutische stoffen die bekend staan onder de Chemical Abstracts Service Registry Numbers (CAS RN) en de International Nonproprietary Names (INN) opgenomen in bijlage 3. Dit geldt alleen voor deze farmaceutische stoffen in zuivere vorm. Als andere farmaceutische stoffen daaraan zijn toegevoegd kan geen vrijstelling worden verleend. Zie HvJ zaak C-11/10;

  • zouten, esters en hydraten van de met INN aangeduide stoffen, die verder aangeduid worden door een combinatie van de INN van bijlage 3 (Zie HvJ zaak C-11/10) en de voor- of achtervoegsels van bijlage 4, mits deze stoffen kunnen worden ingedeeld onder dezelfde zescijferige GS-onderverdeling als de corresponderende INN;

  • zouten, esters en hydraten van de met INN aangeduide stoffen, die zijn opgenomen in bijlage 5 en niet kunnen worden ingedeeld onder dezelfde zescijferige GS-onderverdeling als de corresponderende INN;

  • de farmaceutische tussenproducten die in bijlage 6 zijn opgenomen en worden aangeduid met een chemische naam en een CAS RN en die worden gebruikt bij de vervaardiging van farmaceutische producten.

(Verordening (EEG) nr. 2658/87, Eerste deel, Titel II. Bijzondere bepalingen, Punt C, subpunt 1, Bijlagen 3, 4, 5 en 6)

De INN hebben alleen betrekking op de stoffen die zijn beschreven in de lijsten van INN en bekend zijn gemaakt door de Wereld Gezondheids Organisatie.

Indien het aantal door de INN benoemde stoffen minder is dan het aantal stoffen benoemd door de CAS RN, wordt alleen vrijstelling verleend voor de stoffen van INN.

Indien een product van bijlage 3 of bijlage 6 aangeduid wordt met een CAS RN dat overeenstemt met een bepaalde isomeer, wordt de vrijstelling alleen verleend voor dat isomeer.

De dubbele derivaten (zouten, esters en hydraten) van de met INN aangeduide stoffen, die verder aangeduid worden door een combinatie van de INN van bijlage 3 en de voor- of achtervoegsels van bijlage 4 - voor zover deze derivaten kunnen worden ingedeeld onder dezelfde zescijferige GS-onderverdeling als de corresponderende INN - komen in aanmerking voor vrijstelling. Een voorbeeld daarvan is methylalaninaathydrochloride.

Indien een met een INN aangeduide stof van bijlage 3 een zout is (of een ester), komt geen enkel ander zout (of ester) van het zuur dat overeenstemt met de INN in aanmerking voor vrijstelling. Voorbeelden: kaliumoxprenoaat (INN); wel vrijstelling en natriumoxprenoaat; geen vrijstelling. (Verordening (EEG) nr. 2658/87, Eerste deel, Titel II. Bijzondere bepalingen, Punt C, subpunt 2, Bijlagen 3, 4 en 6)

Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Bij het verlenen van de vrijstelling van invoerrechten voor farmaceutische stoffen handelt u als volgt.

Ga na of sprake is van farmaceutische stoffen die bekend staan onder de Chemical Abstracts Service Registry Numbers (CAS RN) en de International Nonproprietary Names (INN) zoals opgenomen in bijlagen 3 tot en met 6 van Verordening (EEG) nr. 2658/87, Eerste deel, Titel II, Bijzondere bepalingen, Punt C, subpunt 1 en subpunt 2.

Naar boven

6.7 Gunstige tariefbehandeling; producten voor schepen en boor- en werkeilanden

De invoerrechten worden geschorst voor de producten bestemd voor de bouw, de reparatie, het onderhoud, de verbouwing en de uitrusting van de in Verordening (EG) nr. 2658/87, Eerste deel, Titel II, Bijzondere bepalingen, punt A, subpunten 1 tot en met 3 vermelde schepen, boor- en werkeilanden.

De schorsing van de invoerrechten geldt voor de volgende producten:

  • de producten bestemd voor de bouw, de reparatie, het onderhoud, de verbouwing en de uitrusting van de volgende boor- en werkeilanden:

    1. onderverdeling GN 8430 49. Deze boor- en werkeilanden moeten in of buiten de territoriale zee van de lidstaten van de Gemeenschap op de zeebodem zijn of worden geplaatst;

    2. onderverdeling GN 8905 20. Deze boor- of werkeilanden kunnen al dan niet op de zeebodem worden geplaatst;

  • de producten zoals brandstoffen, smeermiddelen en gassen noodzakelijk voor de werking van de machines en toestellen die niet permanent op de boor- en werkeilanden worden gebruikt en geen integrerend deel daarvan uitmaken, maar die wel aan boord daarvan worden gebruikt voor de bouw, de reparatie, het onderhoud, de verbouwing en de uitrusting van de boor- en werkeilanden;

  • de buizen, pijpen, kabels en verbindingsstukken daarvoor die de boor- en werkeilanden met de vaste wal verbinden.

Onder “uitrusting” wordt verstaan producten die kunnen worden gebruikt voor de uitrusting en inrichting van schepen en boor- en werkeilanden. Daarbij wordt rekening gehouden met de typen van deze schepen en deze boor- en werkeilanden.(artikelen 210 en 254 DWU, het artikel 239 GVo.DWU of het artikel 258 UVo.DWU)

Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Bij het controleren van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer inzake producten voor schepen en boor- en werkeilanden gaat u als volgt te werk:

Ga na of de producten (waar onder brandstoffen, smeermiddelen, gassen, buizen, pijpen, kabels en verbindingsstukken) inderdaad worden gebruikt voor de bouw, de reparatie, het onderhoud, de verbouwing en de uitrusting van de schepen en de boor- en werkeilanden.

Bij deze gunstige tariefbehandeling is een vergunning bijzondere bestemming vereist.

Naar boven

6.8 Gunstige tariefbehandeling; burgerluchtvaartuigen en producten voor burgerluchtvaartuigen

De invoerrechten worden niet geheven bij de volgende producten:

  • burgerluchtvaartuigen;

  • aangewezen producten bestemd om te worden gebruikt in burgerluchtvaartuigen of toestellen bestemd om te worden gebruikt voor vliegoefeningen in de burgerluchtvaart om daarin of daaraan bij de bouw, de reparatie, het onderhoud, de gedeeltelijke vernieuwing, de wijziging en de verbouwing te worden opgenomen of verwerkt;

  • toestellen voor vliegoefeningen op de grond en delen daarvan bestemd voor de burgerluchtvaart.

Het betreft daarbij uitsluitend goederen die vallen onder de posten en onderverdelingen die worden vermeld in Verordening (EEG) nr. 2658/87, Eerste deel, Titel II, Bijzondere bepalingen, punt B, subpunt 5.

Burgerluchtvaartuigen zijn andere luchtvaartuigen dan die door militaire en soortgelijke organisaties in de lidstaten worden gebruikt en militaire of soortgelijke kentekens dragen.

(artikelen 210 en 254 DWU, het artikel 239 GVo.DWU of het artikel 258 UVo.DWU)

Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Bij het controleren van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer inzake burgerluchtvaartuigen en producten voor burgerluchtvaartuigen gaat u als volgt te werk:

Ga na of sprake is van burgerluchtvaartuigen en of de producten worden gebruikt voor de bouw, de reparatie, het onderhoud, de gedeeltelijke vernieuwing, de wijziging en de verbouwing van de burgerluchtvaartuigen. Hieronder worden ook toestellen voor vliegoefeningen in de burgerluchtvaart begrepen.

Het gebruik als burgerluchtvaartuig wordt aangetoond met een bewijs van inschrijving in een officieel register voor burgerluchtvaartuigen dat voor het brengen in het vrije verkeer is afgegeven of dat na het brengen in vrije verkeer wordt afgegeven. In het eerste geval kan het bewijs worden overgelegd bij het indienen van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer en in het tweede geval kan het bewijs na het indienen van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer worden overgelegd. In het eerste geval moet een ontheffing worden verleend voor het vervullen van de invoerformaliteiten. Deze ontheffing wordt aangevraagd bij de directeur van Belastingdienst/Douane Schiphol Cargo. De registratie van burgerluchtvaartuigen wordt in Nederland uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport. Bij deze registratie wordt een code gebruikt die bestaat uit de letters “PH” en een aantal cijfers.(Wet luchtvaart 1992, Besluit luchtvaartuigen 2008, Regeling douaneformaliteiten luchtvaartuigen 2008)

Bij deze gunstige tariefbehandeling is een vergunning bijzondere bestemming vereist. Dit geldt niet voor de luchtvaartuigen omschreven in GN-onderverdelingen 8802 11, 8802 12, 8802 20, 8802 30 en 8802 40 (hefschroefvliegtuigen, vliegtuigen en andere luchtvaartuigen) voor zover deze als burgerluchtvaartuigen geldig zijn ingeschreven in een lidstaat of een derde land zoals is voorgeschreven in het Verdrag inzake internationale burgerluchtvaart van 7 december 1944 en voor zover in de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer naar het betreffende bewijs van inschrijving wordt verwezen. (Verordening (EEG) nr. 2658/87, Eerste deel, Titel II, Bijzondere bepalingen, punt B, subpunt 6).

Naar boven

6.9 Gunstige tariefbehandeling; producten die voor of na het in het vrije verkeer brengen door denatureren voor consumptie ongeschikt worden gemaakt

Producten die voor of na het in het vrije verkeer brengen door denatureren voor consumptie ongeschikt worden gemaakt, komen in aanmerking voor een gunstige tariefbehandeling. U vindt deze producten en de bijbehorende GN-codes in Verordening (EEG) nr. 2658/87, Eerste deel, Titel II, Bijzondere bepalingen, punt F, subpunten 1 en 2 en bijlage 8. De producten moeten ongeschikt worden gemaakt voor menselijke consumptie met de denatureringsmiddelen en in de hoeveelheden die in deze bijlage zijn opgenomen. Het denatureren moet zodanig gebeuren, dat de bestanddelen (het te denatureren product en het denatureringsmiddel) een homogeen mengsel vormen en de bestanddelen daarvan niet meer op lonende wijze kunnen worden afgescheiden.

De denatureringsmiddelen zijn in principe bindend. Dit geldt ook voor de hoeveelheden van de denatureringsmiddelen die minimaal moeten worden gebruikt om te denatureren. De lijst van de te denatureren producten en de te gebruiken denatureringsmiddelen is in communautair verband vastgesteld, met als doel om gelijkheid bij de toepassing van de Gecombineerde nomenclatuur te bereiken.

Let op!

Andere denatureringsmiddelen mogen uitsluitend worden gebruikt met toestemming van Belastingdienst/Douane Rotterdam, Team Bindende Tarief Inlichtingen. Er moet een verzoek hiertoe worden ingediend bij dat team, welk team dat verzoek vervolgens voorlegt aan de Europese Commissie.

Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Als het denatureren in Nederland plaatsvindt, moet de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer worden gedaan bij het douanekantoor van de plaats van het bedrijf waar het denatureren zal plaatsvinden.

Als u de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer inzake producten die worden gedenatureerd moet controleren, gaat u als volgt te werk:

  1. Controleer of de goederen hetzij in een derde land, hetzij in Nederland onder ambtelijk toezicht op de voorgeschreven wijze zijn gedenatureerd.

  2. Controleer of de goederen niet meer voor menselijke consumptie geschikt zijn en ook niet daarvoor geschikt kunnen worden gemaakt.

  3. Stel steekproefsgewijs en bij twijfel een monsteronderzoek in naar de aard en samenstelling van de te denatureren goederen, de denatureringsmiddelen en de gedenatureerde producten.

Bij deze gunstige tariefbehandeling is geen vergunning bijzondere bestemming vereist.

Naar boven

6.10 Gunstige tariefbehandeling, zaaigoed

Zaaigoed komt in aanmerking voor een gunstige tariefbehandeling. Deze moeten daadwerkelijk de specifieke eigenschappen bezitten om als zaaigoederen te kunnen worden gebruikt. In communautair verband zijn voorwaarden en bepalingen vastgesteld. Hierbij is aansluiting gezocht bij de richtlijnen van de Raad over het verhandelen:

  • voor zaaidoeleinden bestemde suikermaïs, spelt, maïshybriden, rijst en sorghohybriden; (Richtlijn 66/402/EEG)

  • voor pootaardappelen;(Richtlijn 2002/56/EG)

  • voor zaaidoeleinden bestemde oliehoudende zaden en vruchten. (Richtlijn 2002/57/EG)

Suikermaïs, spelt, maïshybriden, rijst, sorghohybriden en oliehoudende zaden en vruchten, van de soorten die niet onder de werkingssfeer van de landbouwwetgeving vallen, komen in aanmerking voor de gunstige tariefbehandeling vanwege de aard van het product, als zij zonder enige twijfel voor zaaidoeleinden zijn bestemd. Verordening (EEG) nr. 2658/87, Eerste deel, Titel II, Bijzondere bepalingen, punt F, subpunten 1 en 3.

Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Bij het controleren van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer inzake zaaigoederen gaat u als volgt te werk:

Ga na of de goederen inderdaad voor zaaidoeleinden bestemde suikermaïs, spelt, maïshybriden, rijst, sorghohybriden of oliehoudende zaden en vruchten of pootaardappelen zijn.

Controleer dit aan de hand van de volgende bijzonderheden:

Pootaardappelen:

  1. de colli, waarin de pootaardappelen zijn verpakt, dienen door een officiële instantie van een aanduiding (etiket of label) te zijn voorzien en te zijn gesloten.

  2. het etiket (of label) vermeldt:

    1. de juiste benaming (soort en variëteit), alsmede de kalibrering in millimeters van de pootaardappelen;

    2. de streek waar de aardappelen zijn geteeld.

  3. de kleur van het etiket (of label) is wit voorzover het basispootgoed betreft en blauw voor zover het gecertificeerd pootgoed betreft.

Maïshybriden:

  1. de colli, waarin de maïshybriden zijn verpakt, zijn in de regel door een officiële instantie van een aanduiding (etiket of label) voorzien.

  2. het etiket (of label) vermeldt:

    1. de benaming (ingeteelde stam);

    2. categorie (basiszaad of gecertificeerd zaad);

    3. de vermelding hybriden;

    4. producerend land.

Spelt:

  1. de colli, waarin de zaden zijn verpakt, zijn in de regel door een officiële instantie van een aanduiding (etiket of label) voorzien.

  2. het etiket (of label) vermeldt:

    1. de benaming;

    2. categorie (basiszaad of gecertificeerd zaad);

    3. producerend land.

Oliehoudende zaden en vruchten:

  1. de colli, waarin deze zaden en vruchten zijn verpakt, zijn door een officiële instantie van een aanduiding (etiket of label) voorzien.

  2. het etiket (of label) vermeldt:

    1. datum van de officiële sluiting;

    2. producerend land;

    3. opgegeven netto- of brutogewicht of opgegeven aantal zuivere zaden en de benaming.

Bij deze gunstige tariefbehandeling is geen vergunning bijzondere bestemming vereist.

Naar boven

6.11 Gunstige tariefbehandeling; builgaas

Builgaas, niet-geconfectioneerd, komt in aanmerking voor een gunstige tariefbehandeling als het weefsel is voorzien van voorgeschreven niet-uitwisbare merktekens, waaruit blijkt dat het voor het builen of soortgelijke industriële doeleinden is bestemd.

Het merkteken bestaat onder andere uit een rechthoek met twee diagonalen die met regelmatige tussenruimten in de beide randen van het weefsel is aangebracht.(Verordening (EEG) nr. 2658/87, Eerste deel, Titel II, Bijzondere bepalingen, Punt F, subpunten 1 en 4)

Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Als het aanbrengen van merktekens in Nederland plaatsvindt, moet de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer worden gedaan bij het douanekantoor van de plaats van het bedrijf waar het aanbrengen van de merktekens zal plaatsvinden.

Bij het controleren van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer inzake builgaas gaat u als volgt te werk:

  • Ga na of de indeling onder onderverdeling 5911 20 00 terecht is. De goederen moeten hetzij in een derde land, hetzij in Nederland op de voorgeschreven wijze zijn voorzien van merktekens.

Bij deze gunstige tariefbehandeling is geen vergunning bijzondere bestemming vereist.

Naar boven

6.12 Gunstige tariefbehandeling; goederen waarvoor een certificaat moet worden overgelegd

Bepaalde soorten druiven voor tafelgebruik, tabak en nitraat komen in aanmerking voor een gunstige tariefbehandeling als er voorgeschreven certificaten van echtheid of kwaliteit worden overgelegd. In de tabel hierna is dat nader aangegeven.

In Verordening (EEG) nr. 2658/87, Eerste deel, Titel II, Bijzondere bepalingen, punt F, subpunten 1 en 5 en bijlage 9 zijn modellen van de certificaten opgenomen. Het gaat om de volgende certificaten:

  • certificaat van echtheid (druiven voor tafelgebruik);

  • certificaat van echtheid (tabak);

  • certificaat van kwaliteit (nitraat).

In de bijlage is ook aangegeven welke instanties belast zijn met de afgifte van de certificaten, welke eisen daaraan zijn gesteld en hoe de certificaten moeten worden behandeld.

Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Bij het controleren van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer inzake druiven voor tafelgebruik, tabak en nitraat gaat u als volgt te werk:

  1. Controleer of van de goederen de voorgeschreven certificaten van echtheid of kwaliteit zijn bijgevoegd en overeenkomstig de aanwijzingen zijn ingevuld.

  2. Controleer of het certificaat ook geldig is afgegeven. Het is alleen geldig als het is geviseerd door een instantie die met de afgifte is belast.

  3. volgende gegevens moeten zijn ingevuld:

    1. plaats van afgifte;

    2. datum van afgifte;

    3. stempel van de bevoegde instantie;

    4. handtekening van de tot ondertekening bevoegde persoon of personen.

Als u twijfelt aan de echtheid en/of de juistheid van een certificaat, neemt u contact op met het Landelijk Team Oorsprong.

Bij deze gunstige tariefbehandeling is geen vergunning bijzondere bestemming vereist.

Naar boven

6.13 Gunstige tariefbehandeling; fokpaarden van zuiver ras

Paarden kunnen alleen als fokpaarden van zuiver ras worden ingedeeld in de gecombineerde nomenclatuur bedoeld bij Verordening (EEG) nr. Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (Uittreksel)2658/87 als de paarden zijn geregistreerd zoals in artikel 2 van Richtlijn 90/427/EEG is aangegeven (GN-code 0101 2100). Bij de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer moeten de volgende bescheiden worden overgelegd:

  • stamboek- of fokkerijcertificaat zoals is voorgeschreven in Beschikking 93/623/EEG, en

  • document waaruit blijkt dat zij in een stamboek in de Gemeenschap zullen worden ingeschreven of geregistreerd.

Onder "stamboek" wordt verstaan: een boek, register, kaartsysteem of andere informatiedrager,

  • bijgehouden door een officieel erkende organisatie of vereniging van veefokkers, en

  • waarin de raszuivere fokdieren van een bepaald ras worden ingeschreven of geregistreerd met vermelding van hun voorgeslacht.

Een lijst met officieel erkende organisaties en verenigingen voor het afgeven van stamboekverklaringen is opgenomen op de website www.rvo.nl (zie bijlage 7).(artikelen 210 en 254 DWU, het artikel 239 GVo.DWU of het artikel 258 UVo.DWU)

Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Bij het controleren van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer inzake fokpaarden van zuiver ras gaat u als volgt te werk.

  • Ga na of de fokpaarden van zuiver ras zijn en slechts dienen voor het fokken.

  • Controleer of dit is aangetoond aan de hand van een stamboek- en fokkerijcertificaat tot vaststelling van het identificatiedocument (paspoort) dat geregistreerde paardachtigen moet vergezellen en zij vergezeld gaan van een document volgens het in bijlage VIII opgenomen model, waaruit blijkt dat zij in een stamboek van de Gemeenschap zullen worden ingeschreven of geregistreerd.

Bij deze gunstige tariefregeling is geen vergunning bijzondere bestemming vereist.

Naar boven

6.14 Gunstige tariefbehandeling; fokvarkens van zuiver ras

Varkens kunnen alleen als fokvarkens van zuiver ras worden ingedeeld in de gecombineerde nomenclatuur bedoeld bij Verordening (EEG) nr. Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (Uittreksel)2658/87 als de varkens zijn geregistreerd zoals in artikel 1 van Richtlijn 88/661/EEG is aangegeven (GN-code 0103 1000). Bij de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer moeten de volgende bescheiden worden overgelegd:

  • stamboek- of fokkerijcertificaat zoals is voorgeschreven in Beschikking 2006/139/EG, en

  • document waaruit blijkt dat zij in een stamboek in de Gemeenschap zullen worden ingeschreven of geregistreerd.

Onder "stamboek" wordt verstaan: een boek, register, kaartsysteem of andere informatiedrager,

  • bijgehouden door een officiëel erkende organisatie of vereniging van veefokkers, en

  • waarin de raszuivere fokdieren van een bepaald ras worden ingeschreven of geregistreerd met vermelding van hun voorgeslacht.

Een lijst met officieel erkende organisaties en verenigingen voor het afgeven van stamboekverklaringen is opgenomen op de website www.rvo.nl (zie bijlage 7).(artikelen 210 en 254 DWU, het artikel 239 GVo.DWU of het artikel 258 UVo.DWU)

Procedures en ambtelijke werkzaamheden

Bij het controleren van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer inzake fokvarkens van zuiver ras gaat u als volgt te werk.

  • Ga na of de fokvarkens van zuiver ras zijn en slechts dienen voor het fokken.

  • Controleer of dit is aangetoond aan de hand van een stamboek- en fokkerijcertificaat, voor zover dit certificaat is ondertekend door een erkende instantie in derde landen en zij vergezeld gaan van een document volgens het in bijlage VIII opgenomen model, waaruit blijkt dat zij in een stamboek van de Gemeenschap zullen worden ingeschreven of geregistreerd.

Bij deze gunstige tariefregeling is geen vergunning bijzondere bestemming vereist.

Naar boven

6.15 Tariefcontingenten

6.15.1 Algemeen

De Europese Unie heeft autonome tariefcontingenten vastgesteld voor een groot aantal producten. Vaak zijn dit grondstoffen en halffabricaten waaraan een tekort is in de Europese Unie. Soms moeten de goederen een voorgeschreven bestemming volgen en is een vergunning Bijzondere Bestemming vereist. Voor deze goederen zijn hoeveelheden en perioden vastgesteld waarvoor verlaagde of nulrecht rechten kunnen worden toegepast.

Daarnaast heeft de Europese Unie met een aantal derde-landen handels- of associatieovereenkomsten gesloten welke voorzien in verlaagde of nulrechten. Dit kan ook in de vorm van tariefcontingenten. Veelal moeten bewijzen van preferentiële oorsprong uit betreffende landen worden overgelegd.

Naar boven

6.15.2 Beheer

De meeste tariefcontingenten van de Unie worden beheerd door het DG-Belastingen en Douane-unie van de Commissie (DG-TAXUD), in samenwerking met de douanediensten van de lidstaten (op basis van het beginsel "wie eerst komt, eerst maalt").

Een aantal tariefcontingenten wordt echter beheerd door DG Landbouw en Plattelandsontwikkeling (DG-AGRI) door middel van een systeem van invoercertificaten.

Dit onderdeel heeft uitsluitend betrekking op de door DG-TAXUD beheerde tariefcontingenten.

DG-TAXUD verzamelt de aanvragen en terugboekingen van alle lidstaten.

De Commissie wijst, in chronologische volgorde van aanvaarding van de douaneaangiften en de resterende saldo’s van het tariefcontingent, voor elk tariefcontingent hoeveelheden toe op basis van de ontvangen aanvragen om dat tariefcontingent.

De toewijzingen worden verwerkt in het systeem Quota. Het saldo van het tariefcontingent wordt bijgewerkt.

In Nederland is het Landelijk Team Maatregelen (LTM), onderdeel van de Belastingdienst/Douane Centrale Processen (DCP) verantwoordelijk voor de aanvragen en terugboekingen van de tariefcontingenten.

Wijzigingen, zoals het saldo en de status (open, kritiek of gesloten) van de tariefcontingenten worden beheerd in DTV.

In DTV vinden de volgende handelingen plaats:

  • het ontvangen, opvoeren en verzenden van de aanvragen;

  • het verwerken van de ontvangen toewijzingsbestanden;

  • het terugboeken van de ontvangen toewijzingen.

Aanvragen ontvangen vóór 12.00 uur worden dezelfde dag opgevoerd en ingediend bij de Commissie. Aanvragen die na 12.00 uur worden ontvangen, worden de eerstvolgende werkdag door de Commissie verwerkt.

Toewijzingen van de handmatig opgevoerde aanvragen (voornamelijk aanvullende aangiften GPA en verzoeken om terugbetaling en bezwaarschriften) worden door LTM via een mail aan de behandelend ambtenaar gemeld.

LTM is bereikbaar via telefoonnummer (088) 156 66 32 (of (088) 156 66 55 Nationale Helpdesk Douane) en via het mailadres DCP Quota Apeldoorn_Postbus.

Het verloop van de contingenten kan worden gevolgd op “ Opzoeking van tariefcontingenten ” van DG-TAXUD.

Naar boven

6.15.3 Aanvraag tariefcontingent

Bij de invoeraangifte kan de aangever een aanvraag doen voor toepassing van een tariefcontingent. De aanvraag dient voor een verlaagd tarief of nulrecht van het invoerrecht, niet een antidumpingrecht, een compenserend recht of een belasting in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid. De aanvraag voor de toepassing van een tariefcontingent dient voor elke aangifteregel apart te worden ingediend.

De lidstaten dienen de aanvragen voor de tariefcontingenten in bij DG-TAXUD (Commissie). De aanvragen en toewijzingen worden bij de Commissie beheerd. De volgorde van behandelingen is afhankelijk van de datum van de aanvaarding van de aangifte.

De Commissie wijst normaal elke werkdag hoeveelheden uit de tariefcontingenten toe, behalve op feestdagen van de EU te Brussel en op zaterdagen en zondagen. De Commissie verricht ook een toewijzing op twee werkdagen tussen 27 en 30 december.

De eerste toewijzing voor verzoeken tot opneming die betrekking hebben op aangiften die door de douane in het begin van het jaar zijn aanvaard, geschiedt op de vierde werkdag in de Commissie na 4 januari.

Indien 4 januari echter op een zaterdag valt, zal de toewijzing gebeuren op 3 januari. Indien 3 januari op een zaterdag valt, zal de toewijzing gebeuren op 2 januari. In die toewijzing worden alle niet beantwoorde aanvragen in aanmerking genomen die betrekking hebben op aangiften voor het vrije verkeer die in het voorgaande jaar zijn aanvaard en die aan de Commissie zijn meegedeeld.

Indien de aangever voldoet aan alle voorwaarden (o.a. het overleggen van het preferentieel bescheid) en het saldo toereikend is, wijst de Commissie de aanvraag toe.

Wanneer de som van de hoeveelheden van alle aanvragen voor het toepassen van een tariefcontingent voor aangiften die op dezelfde datum zijn aanvaard groter is dan het resterende saldo van het tariefcontingent, wijst de Commissie de hoeveelheden voor deze aanvragen toe in evenredigheid met de aangevraagde hoeveelheden.

(artikelen 49 t/m 54 UVo. DWU)

Naar boven

6.15.4 Aangiftesysteem AGS

Aan de hand van gegevens van de AGS-aangifte wordt een aanvraag van een tariefcontingent automatisch aangemaakt en gezonden naar het aanvraagsysteem DTV/Quota. DTV/Quota stuurt de aanvragen door aan de Commissie. Na twee werkdagen wordt de toewijzing ontvangen in DTV/Quota en direct gezonden naar AGS.

Afhankelijk van de toegewezen hoeveelheid vindt de afhandeling van de aangifte plaats:

  • toewijzing van de totaal aangevraagde hoeveelheid; de aangifte wordt automatisch afgedaan;

  • toewijzing van een gedeelte van de aangevraagde hoeveelheid; de aangifte wordt automatisch gesplitst in 2 aangiften, waarvan de ene betrekking heeft op de toegewezen hoeveelheid met toepassing van het verlaagd- of nulrecht en de ander op de hoeveelheid die niet in aanmerking komt voor het tariefcontingent met toepassing van het algemeen geldend invoerrecht;

  • geen toewijzing, ook wel nultoewijzing genoemd; de aangifte wordt automatisch afgedaan zonder toepassing van het tariefcontingent en met toepassing van het algemeen geldend invoerrecht.

Onvolledige aangifte

Wanneer een vereenvoudigde aangifte wordt ingediend voor het in het vrije verkeer brengen van goederen die aan een tariefcontingent zijn onderworpen, en dit contingent wordt beheerd met inachtneming van de chronologische volgorde van de aanvaarding van douaneaangiften, kan de aangever uitsluitend wanneer de vereiste gegevens ofwel in de vereenvoudigde aangifte, ofwel in een aanvullende aangifte beschikbaar zijn, verzoeken om gebruik te mogen maken van het tariefcontingent.

In deze gevallen wordt het tariefcontingent pas aangevraagd ná het overleggen van het preferentiële bescheid. In de praktijk zal dat betekenen dat de aangever de identificatie van het bescheid zal toevoegen aan de onvolledige aangifte. Hierna zal de afhandeling van de aanvraag tariefcontingent op dezelfde wijze plaatsvinden als bij de standaard aangifte.

(artikel 223 UVo.DWU)

Naar boven

6.15.5 Aangiftesysteem GPA

Aangevers die gebruik maken van de aanvullende aangifte GPA dienen in het bezit te zijn van de vergunning “inschrijving in de administratie”. Op grond van deze vergunning is de aangever bevoegd om aangifte te doen via de inschrijving van de goederen in de bedrijfsadministratie. Binnen een met de Douane afgesproken termijn, dient de aangever een aanvullende aangifte in bij de Douane..

De vergunninghouder kan, op het moment van inschrijving van de goederen in de bedrijfsadministratie, om een aanvraag van een tariefcontingent verzoeken bij de Douane. Echter alle vereiste gegevens (dus ook het preferentieel bescheid) dienen aanwezig en beschikbaar te zijn in de bedrijfsadministratie.

Wanneer het verzoek om gebruik te mogen maken van een tariefcontingent dat wordt beheerd met inachtneming van de chronologische volgorde van de douaneaangiften zijn aanvaard, in een aanvullende aangifte wordt gedaan, kan dit verzoek pas worden behandeld wanneer de aanvullende aangifte is ingediend. Voor de toewijzing van het tariefcontingent wordt echter rekening gehouden met de datum waarop de goederen in de administratie van de aangever zijn ingeschreven. (artikel 223 UVo.DWU)

Let op!

De aangever kan in afwijking hiervan een aanvraag voor een tariefcontingent ook indienen op de datum van inschrijving van de goederen in de bedrijfsadministratie.(artikel 236,lid 3, UVo.DWU)

Nadat de Douane (behandelaar) het verzoek van de aangever heeft ontvangen wordt de volgende procedure gevolgd:

  1. De behandelaar controleert de juistheid en de volledigheid van het verzoek, vult de aanvraag van het tariefcontingent aan en zendt deze via mail naar LTM, DCP Quota Apeldoorn_Postbus. Let op: Voor het aanvragen van tariefcontingenten worden standaardformulieren gebruikt. Een enkele aanvraag via het WORD-formulier. Worden meerdere aanvragen tegelijk gedaan dan dient gebruik te worden gemaakt van het EXCEL-formulier. Beide formulieren zijn als bijlagen nrs. 8 en 9 opgenomen.

  2. Ontvangst van de aanvraag van het tariefcontingent of aanvragen van het tariefcontingent door LTM

  3. LTM kent een uniek machtigingsnummer toe aan de aanvraag van het tariefcontingent, voert de aanvraag op in DTV/Quota en verzendt om 13.00 uur de aanvraag naar de Commissie.

  4. LTM ontvangt op werkdagen van de Commissie in een overzicht de toewijzingen in DTV/Quota. De ontvangen formulieren worden aangevuld met de informatie over de toewijzing zoals het machtigingsnummer, de datum van toewijzing, de toegewezen hoeveelheid en het toegewezen percentage van de aangevraagde hoeveelheid. Let op: Een aanvraag kan geheel of gedeeltelijk worden toegewezen. Ook is het mogelijk dat het tariefcontingent is geblokkeerd of uitgeput. Bij het opheffen van de blokkering of uitputting van het tariefcontingent wordt de einddatum van de blokkering of uitputting vermeld Is een tariefcontingent geblokkeerd of uitgeput, dan wordt de datum van de blokkering of uitputting vermeld op de aanvraag.

  5. LTM stuurt per mail het formulier terug naar de behandelaar.

  6. De behandelaar licht de vergunninghouder in over het al dan niet toewijzen van het tariefcontingent en welke hoeveelheid is toegewezen.

  7. De behandelaar vermeldt het ontvangen machtigingsnummer in de aanvullende aangifte.Bij een nultoewijzing of gedeeltelijke toewijzing verricht de behandelaar de boeking van de douaneschuld.(artikel 77 DWU).

  8. Alle gegevens die betrekking hebben op de aanvraag van het tariefcontingent worden gearchiveerd in het dossier van de aanvullende aangifte.

Naar boven

6.15.6 Terugbetaling, bezwaar en beroep

Aangevers dienen een verzoek tot terugbetaling of een bezwaarschrift in bij de afdeling terugbetaling, bezwaar- en beroep van de Douane. Zij doen daarbij ook een aanvraag voor een tariefcontingent. De aanvraag kan alleen worden gedaan als alle vereiste gegevens (dus ook het preferentieel bescheid) voor dat verzoek aanwezig en beschikbaar zijn voor de Douane. Nadat de Douane het verzoek van de aangever heeft ontvangen wordt de volgende procedure gevolgd:

  1. De behandelaar controleert de juistheid en de volledigheid van het verzoek, vult de aanvraag van het tariefcontingent aan en zendt deze via mail naar LTM, DCP Quota Apeldoorn_Postbus. Let op: Voor het aanvragen van tariefcontingenten worden standaardformulieren gebruikt. Een enkele aanvraag via het WORD-formulier. Worden meerdere aanvragen tegelijk gedaan dan dient gebruik te worden gemaakt van het EXCEL-formulier. De formulieren zijn als bijlagen 10 tot en met 12 opgenomen.

  2. Ontvangst van de aanvraag van het tariefcontingent door LTM

  3. LTM voert de aanvraag van het tariefcontingent op in DTV/Quota en verzendt om 13.00 uur de aanvraag naar de Commissie.

  4. LTM ontvangt op werkdagen van de Commissie in een overzicht de toewijzingen in DTV/Quota. De ontvangen formulieren worden aangevuld met de informatie over de toewijzing zoals het machtigingsnummer, de datum van toewijzing, de toegewezen hoeveelheid en het toegewezen percentage van de aangevraagde hoeveelheid. Let op: Een aanvraag kan geheel of gedeeltelijk worden toegewezen. Ook is het mogelijk dat het tariefcontingent is geblokkeerd of uitgeput. Bij het opheffen van de blokkering of uitputting van het tariefcontingent wordt de einddatum van de blokkering of uitputting vermeld. Is een tarief contingent geblokkeerd of uitgeput, dan wordt de datum van de blokkering of uitputting vermeld op de aanvraag.

  5. LTM stuurt per mail het formulier terug naar de behandelaar.

  6. De behandelaar verwerkt de toewijzing in het verzoek tot terugbetaling of in het bezwaarschrift.

  7. De behandelaar informeert de aangever over de beslissing van de teruggaaf of het bezwaar.

Naar boven

6.15.7 Terugboeking

Als door een controle van de Douane blijkt dat een aangever ten onrechte gebruik heeft gemaakt van een tariefcontingent, dient de toegewezen hoeveelheid te worden teruggeboekt. De volgende procedure dient daarvoor te worden gevolgd:

  1. De behandelaar vult het verzoek tot terugboeking met de gehele toegewezen hoeveelheid of een gedeelte van de toegewezen hoeveelheid en zendt deze via mail naar LTM, DCP Quota Apeldoorn_Postbus.Let op: Voor het terugboeken van een tariefcontingent worden standaardformulieren gebruikt. De formulieren zijn als bijlagen 13 tot en met 15 opgenomen.

  2. Ontvangst van de terugboeking van het tariefcontingent door LTM

  3. LTM voert de terugboeking van het tariefcontingent op in DTV/Quota en verzendt om 13.00 uur de terugboeking naar de Commissie.

  4. LTM ontvangt op werkdagen van de Commissie een kennisgeving in DTV/Quota dat de terugboeking is verwerkt.

  5. LTM stuurt per mail het formulier terug naar de behandelaar. Hierin wordt de “Datum van toewijzing terugboeking” vermeld.

  6. Alle gegevens die betrekking hebben op de terugboeking van het tariefcontingent worden gearchiveerd in het dossier van de bijbehorende aangifte.

Naar boven