Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

6.00.00 Douanetarief en financiële maatregelen

3 Geharmoniseerd Systeem

Het Geharmoniseerd Systeem (GS) van de Wereld Douane Organisatie, is de basis van de gecombineerde nomenclatuur. Het GS is een nomenclatuur die wereldwijd wordt gebruikt.

Bij het opstellen van het GS is nadrukkelijk rekening gehouden met de wensen van de handel en het bedrijfsleven voor vervoer en statistiek. Een vaste goederencode is bij het overschrijden van grenzen en bij het afhandelen van douaneformaliteiten immers belangrijk voor allerlei doeleinden (douane, statistiek, handel etcetera) en zorgt ervoor dat belanghebbenden over de hele wereld weten welke goederen er met een bepaalde code bedoeld worden. Dit is ook van belang bij tariefonderhandelingen als de GATT-onderhandelingen (bijvoorbeeld de zogenoemde Uruguay-ronde). De GATT (General Agreement on Tariffs and Trade) is per 1 januari 1995 opgevolgd door de Wereldhandelsorganisatie (WHO) of World Trade Organization (WTO). Het Geharmoniseerd Systeem wordt inmiddels gebruikt bij meer dan 90% van de wereldhandel.

Naar boven

3.1 Indeling Geharmoniseerd Systeem

Het Geharmoniseerd Systeem is als volgt gestructureerd:

Onderdeel

Toelichting

Regels voor de toepassing

Dit zijn indelingsregels.

Afdelingen (21)

Een afdeling bestaat uit een aantal hoofdstukken en omvat een bepaalde groep goederen (afdeling I omvat bijvoorbeeld "levende dieren en producten van het dierenrijk").

Hoofdstukken (97)

Een aantal hoofdstukken vormt een afdeling. Afdeling I is bijvoorbeeld verder onderverdeeld in 5 hoofdstukken, van "levende dieren" (hoofdstuk 1) tot en met "andere producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen" (hoofdstuk 5).

Posten

Posten zijn onderverdelingen van hoofdstukken. In hoofdstuk 1 (levende dieren) luidt post 01.01 bijvoorbeeld "Levende paarden, ezels, muildieren en muilezels". Post 01.05 omvat "levend pluimvee".

Onderverdelingen op posten

Onderverdelingen zijn nadere uitsplitsingen van de post. Bij post 01.05 (levend pluimvee) zijn bijvoorbeeld met inachtneming van bepaalde gewichtsgrenzen (de eerste onderverdelingen) nadere onderverdelingen opgenomen voor "hanen en kippen", "kalkoenen" en "ander".

De opzet en structuur van het Geharmoniseerd Systeem kan in het kort als volgt worden weergegeven:

Hoofdstuk

Omschrijving

1 - 5

Dieren en producten van dierlijke oorsprong

6 - 14

Planten en producten daarvan

15 - 24

Oliën en dergelijke, bereid voedsel, drank en tabak

25 - 40

Delfstoffen, aardolie, producten van de chemische industrie en aanverwante industrie, kunststof en rubber

41 - 49

Leder, hout, papier en producten daarvan

50 - 67

Textiel, kleding en kledingtoebehoren

68 - 83

Steen, keramiek, glas, metalen en metaalwaren

84 - 89

Machines, elektronica en vervoermiddelen

90 - 92

Optische apparatuur en instrumenten

93 - 97

Diverse artikelen, bijvoorbeeld wapens, meubilair, speelgoed en kunst

Binnen de afdelingen en hoofdstukken is in principe de gang van grondstof naar eindproduct gevolgd. De volgorde binnen bijvoorbeeld hoofdstuk 18, Cacao en bereidingen daarvan, is:

Post

Omschrijving

18.01

Cacaobonen (grondstof)

18.02

Cacaodoppen enzovoort (afval)

18.03

Cacaopasta (halffabricaat)

18.04

Cacaoboter (halffabricaat)

18.05

Cacaopoeder (eindproduct)

18.06

Chocolade enzovoort (eindproduct)

Naar boven

3.2 Codering

De posten zijn voorzien van een viercijferige code. De eerste twee cijfers duiden het hoofdstuk aan waar deze post deel van uitmaakt. De laatste twee cijfers geven de plaats aan binnen dit hoofdstuk. Deze posten zijn meestal weer onderverdeeld. Bij deze onderverdeling wordt het niveau door streepjes aangegeven. De onderverdelingen op het eerste niveau onder de post worden aangeduid met één streepje, de onderverdelingen daaronder met twee streepjes. Een niveau met twee strepen is dus altijd een onderverdeling van een niveau met één streep.

De onderverdelingen van een post op het laagste niveau hebben daarnaast een code die bestaat uit zes cijfers.

Voorbeeld

01.01

Levende paarden, ezels, muildieren en muilezels:

 

- paarden:

 

0101 21 00

- - fokdieren van zuiver ras (1)

0101 29

- - andere:

0101 29 10

- - - slachtpaarden (2)

0101 29 90

- - - andere

0101 30 00

- ezels

0101 90 00

- andere

In dit voorbeeld bestaat de post uit drie hoofdniveaus, namelijk "fokdieren van zuiver ras" en "andere". Dit zijn zogenaamde eenstreepsniveaus.

De toevoeging “1)” aan de omschrijving “fokdieren van zuiver ras” (code 0101 21 00) betekent dat de indeling onder deze onderverdeling aan bepaalde voorwaarden is onderworpen. Onderverdelingen waarop een voetnoot is geplaatst worden soms ook wel aangeduid als “bestemmingsposten”. De procedures die daarvoor moeten worden gevolgd komen in dit onderdeel niet aan de orde maar in de onderdelen Algemene bepalingen bijzondere regelingen nr. 15.00.00 en Bijzondere bestemmingen nr. 17.00.00 van dit handboek.”

In post 01.01 komen alle paarden die geen "fokdieren van zuiver ras" zijn, onder de onderverdeling "andere" 01.01 29 verder onderverdeeld in slachtpaarden en andere.

Let op!

Bij de toepassing van de nomenclatuur mag u alleen niveaus van gelijke waarde met elkaar vergelijken. Niveaus van gelijke waarde zijn, voor het GS in dit voorbeeld, de eenstreepsniveaus "paarden", "ezels" en "andere". U moet een raszuivere ezel dan ook indelen onder het tweede eenstreepsniveau "ezels". De onderverdeling "fokdieren van zuiver ras" is op tweestreepsniveau opgenomen en is een uitsplitsing van het hogere eenstreepsniveau. In dit geval heeft het hogere niveau betrekking op "paarden" toepassing van indelingsregel 6 (zie paragraaf 5.10).

Naar boven