Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

9.00.00 Douanewaarde van goederen

1 Douanewaarde

1.1 Achtergronden van de douanewaarde

De douanewaarde is de waarde voor de toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief. Deze waarde vormt de maatstaf van heffing waarmee u de douanerechten kunt berekenen. Douanerechten die worden berekend over een waarde, worden ook wel ad valorem-rechten genoemd. Het is noodzakelijk de waarde als maatstaf van heffing nauwkeurig te omschrijven om te voorkomen dat importeurs in gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. De regels waarmee de waarde in de Europese Gemeenschap wordt vastgesteld, zijn gebaseerd op artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT). Dit artikel gaat over de belastbare invoerwaarde van de goederen oftewel de douanewaarde.

In de jaren 1973-1979 zijn in Genève multilaterale handelsbesprekingen gevoerd om te komen tot een vermindering van de belemmeringen die er voor de internationale handel in goederen bestaan. De besprekingen hebben geleid tot de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel. De multilaterale handelsbesprekingen die in het kader van de Uruguay-ronde in de jaren '80 en '90 hebben plaatsgevonden, hebben geleid tot de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994. In deze overeenkomst is in vergelijking met de vorige overeenkomst in principe geen wijziging gekomen in de uitgangspunten en de methoden waarop de douanewaarde van goederen moet worden vastgesteld. De nieuwe overeenkomst wordt aangeduid met GATT-code of kortweg met Code.

De doelstelling van de GATT-code is de verwezenlijking van een wereldwijd systeem van waarde-vaststelling. Het systeem beoogt te voldoen aan de volgende eisen:

  • Het moet hanteerbaar zijn.

  • Het moet evenwichtig zijn.

  • Het moet uniform zijn.

  • Het moet neutraal zijn.

Met andere woorden: het systeem moet aansluiten bij de commerciële realiteit. Ook moet met het systeem vooraf nauwkeurig kunnen worden vastgesteld wat de douanerechten zijn die moeten worden betaald. Deze bepalingen mogen niet worden misbruikt voor andere doeleinden, bijvoorbeeld om dumping te bestrijden. Het uitgangspunt van de Code is als volgt omschreven:

  1. "De grondslag voor de berekening van de douanewaarde van de goederen behoort te zijn, zoveel als mogelijk is, de transactiewaarde van de goederen waarvan de waarde wordt vastgesteld. Als aan de invoer geen transactiewaarde ten grondslag ligt, worden andere methoden gebruikt."

De Europese Gemeenschap heeft de GATT-code aanvaard en deze op 1 juli 1980 geïntroduceerd. De overeenkomst heeft echter geen rechtstreekse werking. De verdragsluitende partijen moeten zelf de overeenkomst opnemen in hun nationale of communautaire wetgeving. De GATT-code is verwerkt in het Douanewetboek van de Unie (DWU), de Uitvoeringsverordening (UVo.DWU) en de Gedelegeerde Verordening (GVo.DWU):

  • (artikel 69 tot en met 76, Hoofdstuk 3, Titel II van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie;

  • artikel 127 tot en met artikel 146, Hoofdstuk 3, Titel II van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015;

  • artikel 71, Hoofdstuk 2, Titel II van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015).

Let op!

In dit onderdeel Douanewaarde van het Handboek Douane wordt verwezen naar de Unie - en nationale wet- en regelgeving, maar ook regelmatig naar jurisprudentie. De hiervoor bedoelde wet- en regelgeving is opgenomen in het boekwerk Wetgeving Douane. De jurisprudentie is geplaatst op DouaneNet, onder Werkgebieden, Landelijke Taken, Landelijk Waardeteam (LWT), jurisprudentie. Ook zijn daar enkele praktische aanwijzingen opgenomen, zoals stroomschema’s, modelcontroleprogramma en ambtelijke werkzaamheden. (http://douanenet/Startpagina/LandelijkeTaken/Landelijk Waardeteam LWT.aspx).

Deze bronnen kunt u bij uw werkzaamheden nader raadplegen.

Naar boven

1.2 Andere waarden en prijzen

Bij het plaatsen van goederen onder de douaneregeling “in het vrije verkeer brengen” moet, afhankelijk van de omstandigheden, vaak ook een andere waarde of prijs dan de douanewaarde worden aangegeven. Soms is een vermelding vereist voor de berekening van bepaalde douanerechten en/of belastingen. In andere gevallen is een vermelding in de aangifte nodig voor andere doeleinden, zoals voor de statistiek of de controle van invoerprijzen die in het kader van antidumpingmaatregelen, antisubsidiemaatregelen of landbouwmaatregelen moeten worden nageleefd. De meest voorkomende waarden en prijzen die moeten worden vermeld, zijn:

  • de douanewaarde voor de omzetbelasting;

  • de statistische waarde;

  • de invoerprijs in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

  • de prijs franco-grens Gemeenschap, niet ingeklaard in het kader van antidumpingheffingen of antisubsidiemaatregelen.

Deze waarden en prijzen zijn opgenomen in de geldende regelingen. Deze regelingen staan in principe geheel los van de bepalingen van de douanewaarde. In enkele gevallen is echter vastgesteld dat de bepalingen van de douanewaarde op dezelfde manier moeten worden toegepast. In bijlage 1 kunt u lezen hoe u deze waarden en prijzen voor de omzetbelasting en de statistiek vaststelt. De vaststelling van de invoerprijs in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de prijs-franco-grens, niet ingeklaard in het kader van de antidumpingheffingen of antisubsidiemaatregelen en de waarde bij vrijstellingen zijn opgenomen in de onderdelen van het Handboek Douane die over die maatregelen gaan.

Naar boven

1.3 Systeem en methoden

De GATT-code kent zes verschillende methoden voor de bepaling van de douanewaarde. Deze zijn:

  1. transactiewaarde van ingevoerde goederen (artikel 1);

  2. transactiewaarde van identieke goederen (artikel 2);

  3. transactiewaarde van soortgelijke goederen (artikel 3);

  4. terugrekenmethode (aftrekmethode) (artikel 5);

  5. berekende waarde (kostprijs plus methode) (artikel 6);

  6. redelijke middelen (fall-backmethode) (artikel 7).

Deze methoden vindt u uitgewerkt in het DWU en de UVo.DWU.
(artikelen 70 en 74 DWU; artikelen 127 tot en met 134 en de artikelen 139 tot en met 144 UVo.DWU)

Aangezien in de meeste gevallen voor de verzending van goederen een verkoopovereenkomst is afgesloten, zal doorgaans de transactiewaarde-methode van ingevoerde goederen kunnen worden toegepast.

De methoden voor het vaststellen van de douanewaarde hebben een hiërarchische volgorde. Als het niet mogelijk is de douanewaarde vast te stellen met de transactiewaarde-methode van de ingevoerde goederen, moet u achtereenvolgens toepassen:

  • de transactiewaarde-methode van de identieke goederen;

  • de transactiewaarde-methode van de soortgelijke goederen;

  • de aftrekmethode; 1)

  • de methode van de berekende waarde; 1)

  • de fall-backmethode (redelijke middelen).

1) Op verzoek van de aangever kan de volgorde van deze twee methoden worden omgekeerd. (artikel 74, lid 1, DWU)

Hierbij gaat u door tot u de eerste methode bereikt op grond waarvan de douanewaarde wel kan worden vastgesteld.

De methoden voor de bepaling van de douanewaarde worden hierna kort omschreven.

1. Transactiewaarde van de ingevoerde goederen

De douanewaarde van de ingevoerde goederen is de transactiewaarde van die goederen. Dat wil zeggen: de werkelijk voor de goederen betaalde of te betalen prijs bij verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie (artikel 70 DWU).

De prijs dient u mogelijk te verhogen met de volgende kosten of waarden:

  • kosten van bemiddeling met uitzondering van inkoopcommissie;

  • kosten van verpakkingsmiddelen en verpakken;

  • waarde van goederen en diensten die de koper gratis of voor een verminderd bedrag heeft geleverd;

  • royalty's en licentierechten die door de koper worden betaald voor de ingevoerde goederen op basis van een voorwaarde van de verkoop;

  • waarde van opbrengsten (winsten) bij verdere distributie die de verkoper ten goede komt;

  • kosten van vervoer en verzekering en andere kosten die verband houden met het vervoer tot aan het douanegebied van de Unie.

Let op!

De kosten of waarden kunnen alleen worden toegevoegd als deze niet in de werkelijk betaalde of te betalen prijs zijn inbegrepen.
(artikel 71 DWU)

De prijs kunt u verlagen met de volgende kosten of waarden, voor zover de bedragen bij de prijs zijn inbegrepen:

  • kosten van het vervoer in het douanegebied van de Unie;

  • kosten van constructiewerkzaamheden, installatie, montage, onderhoud of technische bijstand die na de binnenkomst in de Unie zijn verricht;

  • rente die bij de aankoop van de goederen verschuldigd is uit een financieringsovereenkomst;

  • kosten voor verkrijging van het recht van verveelvoudiging van de in de Unie ingevoerde goederen;

  • inkoopcommissies;

  • rechten bij invoer en andere belastingen die bij invoer of verkoop in de Unie worden geheven.

(artikel 72 DWU)

2. Transactiewaarde van de identieke goederen

De douanewaarde van de ingevoerde goederen is de transactiewaarde van identieke goederen. Dat wil zeggen de prijs van identieke goederen die op (nagenoeg) hetzelfde tijdstip zijn uitgevoerd naar het douanegebied van de Unie als de te waarderen goederen. De douanewaarde die volgens deze methode wordt vastgesteld, is een overeenkomstig de vorige methode eerder vastgestelde transactiewaarde van identieke goederen (artikel 74, lid 2, letter a, DWU). Identieke goederen zijn goederen die in hetzelfde land zijn geproduceerd als de ingevoerde goederen en die in alle opzichten hetzelfde zijn voor wat betreft:

  • de materiële kenmerken;

  • de kwaliteit;

  • de reputatie.

Kleine verschillen in uiterlijk (bijvoorbeeld de kleur) zijn acceptabel.
(artikel 1, lid 2, onder 4, UVo.DWU)

3. Transactiewaarde van de soortgelijke goederen

De douanewaarde van de ingevoerde goederen is de transactiewaarde van soortgelijke goederen. Dat wil zeggen de prijs van soortgelijke goederen die op (nagenoeg) hetzelfde tijdstip zijn uitgevoerd naar het douanegebied van de Unie als de te waarderen goederen. De douanewaarde die volgens deze methode wordt vastgesteld is een overeenkomstig de eerste methode eerder vastgestelde transactiewaarde van soortgelijke goederen (artikel 74, lid 2, letter b, DWU).

Soortgelijke goederen zijn goederen die in hetzelfde land zijn geproduceerd als de ingevoerde goederen en die niet in alle opzichten gelijk zijn maar gelijke kenmerken vertonen en gelijksoortige bestanddelen bevatten waardoor ze dezelfde functie hebben en in de handel uitwisselbaar zijn. Daarbij spelen onder meer de kwaliteit, de reputatie en het handelsmerk een rol.
(artikel 1, lid 2, onder 14 UVo.DWU)

4. Aftrekmethode (terugrekenmethode)

Uitgangspunt bij deze methode is de prijs waartegen de ingevoerde, identieke of soortgelijke goederen op of omstreeks het tijdstip van het in vrije verkeer brengen van de ingevoerde goederen, in de grootste samengevoegde hoeveelheid, worden verkocht in de Unie aan personen die niet met de verkoper zijn verbonden (artikel 74, lid 2, letter c, DWU).

Deze prijs kan worden verminderd met:

  • de gebruikelijke commissies of opslagen voor winst en algemene kosten;

  • de gebruikelijke kosten van vervoer en verzekering en aanverwante kosten in de Unie;

  • de rechten bij invoer en belastingen die bij invoer of bij verkoop in de Unie moeten worden voldaan.

Als op (nagenoeg) hetzelfde tijdstip van invoer geen verkoop plaatsvindt, wordt uitgegaan van de prijs bij verkoop van de ingevoerde, identieke of soortgelijke goederen binnen negentig dagen na invoer onder vermindering van de hiervoor bedoelde bedragen. Als geen verkoop van de ingevoerde goederen plaatsvindt in de staat waarin zij zich bevonden op het moment van invoer, kan op verzoek van de aangever worden uitgegaan van de prijs bij verkoop van de be- of verwerkte ingevoerde goederen (niet van identieke of soortgelijke goederen) onder aftrek van de hiervoor bedoelde bedragen en de door de be- of verwerking ontstane meerwaarde.
(artikel 142 UVo.DWU)

In hoofdstuk 7 kunt u verder lezen hoe u de douanewaarde van de ingevoerde goederen vaststelt met deze methode. In dat hoofdstuk vindt u ook met welke vereenvoudigingen de douanewaarde van groenten en fruit kan worden vastgesteld. Een vereenvoudiging bestaat uit het gebruik van eenheidsprijzen voor bepaalde groente- en fruitsoorten, gepubliceerd door de Commissie. Een andere vereenvoudiging bestaat uit de mogelijkheid tot het gebruik van forfaits voor het vaststellen van de in mindering te brengen elementen bij de toepassing van de aftrekmethode.

5. Methode van de berekende waarde (kostprijs plus methode)

De douanewaarde van de ingevoerde goederen wordt met deze methode gebaseerd op de kosten of de waarde waartegen de ingevoerde goederen in het land van voortbrenging worden vervaardigd. De berekende waarde bestaat uit de som van:

  • de kosten of de waarde van materialen, vervaardiging of eventuele andere bij de voortbrenging verrichte be- of verwerkingen;

  • een bedrag voor winst en bedrijfskosten dat bij dergelijke verkopen voor uitvoer naar de Unie gebruikelijk is;

  • de kosten van vervoer, verzekeringen en van handelingen tijdens het vervoer tot aan het douanegebied van de Unie.

(artikel 74, lid 2, letter d, DWU en artikel 143 UVo.DWU)

6. Fall-backmethode (redelijke middelen)

De douanewaarde van de ingevoerde goederen wordt met deze laatste methode gebaseerd op de redelijke middelen die in overeenstemming zijn met de uitgangspunten van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATTen artikel VII van de GATT. De douanewaarde wordt zoveel mogelijk vastgesteld op basis van eerder vastgestelde douanewaarden. Het gebruik van deze methode betekent dat de vijf voorafgaande methoden moeten worden beoordeeld, maar met een redelijke soepelheid. De douanewaarde met redelijke middelen mag niet worden vastgesteld op basis van willekeurige waarden of met behulp van de prijs bij een verkoop voor uitvoer naar een ander land dan de Unie.
(artikel 74, lid 3, DWU en artikel 144 UVo.DWU)

Naar boven

1.4 Tijdstippen

Voor de berekening van de douanewaarde is in de wettelijke bepalingen geen tijdstip genoemd waarop de verkoop moet zijn afgesloten van de goederen die voor het vrije verkeer worden aangegeven.
(DWU, UVo.DWU en GVo. DWU)

Dit houdt in dat voor de transactiewaarde-methode van de ingevoerde goederen de transactiewaarde moet worden aanvaard, ongeacht het tijdstip waarop het verkoopcontract is gesloten. Uiteraard moet aan alle gestelde voorwaarden zijn voldaan. Het verkoopcontract moet echter wel zijn afgesloten vóór het moment dat de aangifte ‘in het vrije verkeer brengen’ voor de goederen wordt aanvaard.

Het "(nagenoeg) hetzelfde tijdstip" van de zogenaamde testwaarden houdt uitsluitend verband met het tijdstip waarop de goederen voor het vrije verkeer zijn aangegeven. (artikel 134, lid 2, UVo.DWU)

Het tijdstip waarop de identieke of soortgelijke goederen zijn verkocht voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie is evenmin van belang bij het gebruik van de transactiewaarde-methode van de identieke goederen en soortgelijke goederen. Van belang is het tijdstip waarop de goederen zijn uitgevoerd.
(artikel 74, lid 2, letters a en b, DWU)

Voor het omrekenen van vreemde munteenheden is het tijdstip van het bepalen van de douanewaarde bepalend.
(artikel 53 DWU)

Naar boven

1.5 Alleenvertegenwoordiger

Een alleenvertegenwoordiger (andere benamingen zijn ook mogelijk) kunt u beschouwen als een verbonden koper als hij op één of meer van de volgende manieren is verbonden met zijn leverancier:

  • Zij zijn functionaris of directeur in de onderneming van de andere persoon.

  • Zij worden door de wettelijke bepalingen erkend als in zaken verbonden.

  • Zij zijn werkgever en werknemer.

  • Een derde partij bezit, heeft zeggenschap over of houdt direct of indirect 5% of meer van het stemgerechtigde uitstaande kapitaal of aandelen van beiden (hetzij rechtstreeks of zijdelings).

  • Eén van hen heeft direct of indirect zeggenschap over de ander.

  • Een derde persoon heeft direct of indirect zeggenschap over beiden.

  • Beiden hebben direct of indirect zeggenschap over een derde persoon.

  • Zij behoren tot dezelfde familie.
    (artikel 127, lid 1, UVo.DWU)

Als de alleenvertegenwoordiger niet verder met zijn leverancier is verbonden dan gebruikelijk het geval is en de gebruikelijke bepalingen van een alleenvertegenwoordigerscontract, kunt u aannemen dat de leverancier geen zeggenschap heeft over de alleenvertegenwoordiger.

Voorbeeld

Een fabrikant in een derde land vervaardigt speciale motorvoertuigen. De fabrikant stelt in een algehele handelsovereenkomst een nieuw opgerichte onderneming aan als exclusieve distributeur in de Unie.

In de handelsovereenkomst wordt het volgende vastgelegd:

  • de fabrikant verleent het exclusieve recht aan de distributeur/importeur de voertuigen te distribueren en te verkopen in de Unie;

  • de fabrikant en de importeur bepalen jaarlijks de adviesprijs voor de wederverkoop van de voertuigen in de Unie op basis van ontwikkelingen van de markt;

  • de fabrikant en de importeur onderhandelen over de aankoopprijs van de voertuigen voor de importeur op basis van de overeengekomen adviesprijs voor de wederverkoop waarbij de importeur een hoeveelheidskorting verkrijgt bij orders van meer dan één voertuig, en

  • de importeur handelt voor eigen rekening/risico en de fabrikant verricht geen terugbetalingen of vergoedt geen verliezen van de importeur.

De handelsovereenkomst kan in overeenstemming worden geacht te zijn met de algehele handelspraktijk.

De importeur verkoopt twee motorvoertuigen aan een dealer in de Unie en koopt vervolgens zelf twee voertuigen van de fabrikant. De voertuigen zijn door de fabrikant vervaardigd en verscheept naar de importeur voor verdere afhandeling. De fabrikant factureert de importeur een bepaald bedrag voor de motorvoertuigen waarbij rekening wordt gehouden met de korting.
De leveringsvoorwaarden luiden FCA-haven van uitvoer, met betaling door middel van een kredietbrief aan toonder tegen overlegging van de bill of lading. De kosten van vervoer en verzekering tot het bedrijf van de importeur zijn voor rekening van de importeur.

De importeur brengt de dealer de voertuigen in rekening met het verzoek om betaling. De verkoopvoorwaarden zijn af-terrein van het bedrijf van de importeur; betaling binnen 30 dagen na aflevering.

Onderzoek van de handelsovereenkomst en de handelwijze van de fabrikant en de importeur heeft aangetoond dat de importeur een onafhankelijke rechtspersoon is die aanspraak maakt op de motorvoertuigen en het risico aanvaardt in het FCA-stadium. De importeur aanvaardt ook het risico van wanbetaling van de dealer.

Er is derhalve sprake van een transactie waarbij de fabrikant en de importeur kunnen worden aangemerkt als verkoper respectievelijk koper. De fabrikant en de importeur zijn niet verbonden, ook niet in die zin dat de fabrikant direct of indirect zeggenschap heeft over de importeur c.q. wettelijk of feitelijk in staat is jegens de importeur dwang of leiding uit te oefenen.
(artikel 127 , lid 1, letter e, UVo.DWU)

De verschillende elementen van de handelsovereenkomst behelzen geen voorwaarden of beperkingen zoals is bedoeld in artikel 70, lid 3 DWU.

Of deze transactie gebruikt moet worden voor het vaststellen van de douanewaarde wordt hier buiten beschouwing gelaten.

Naar boven