Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

13.00.00 Het in het vrije verkeer brengen

4 Bijzondere wettelijke bepalingen

4.1 Verzamelaangifte

In een aangifte voor het in het vrije verkeer brengen moeten de goederen individueel en met een afzonderlijke omschrijving zijn vermeld.

(artikel 57 lid 1 DWU)

Dit kan voor assortimenten van goederen of voor reserveonderdelen die deel uit maken van een grotere zending voor aangevers problemen opleveren.

Een dergelijk situatie doet zich bijvoorbeeld vaak voor bij ramsj- of dumpgoederen, waarbij de bescheiden die betrekking hebben op de zending (bijvoorbeeld koopovereenkomst, paklijst, factuur) onvoldoende gegevens bevatten om de goederen aan te geven naar de onderscheidingen van het tarief.

Let op!

Het gaat hierbij nadrukkelijk om goederen die deel uitmaken van één enkele zending. Een container met 1200 individuele pakketten voor even zoveel geadresseerden, kan niet in zijn geheel op deze wijze worden aangegeven. Dat zijn dus gewoon 1200 zendingen en dus ook 1200 aangiften.

De europese wetgever maakt het voor deze gevallen mogelijk dat de aangever een verzoek doet dat de hele zending wordt aangegeven als de goederen, deel uitmakende van de zending die in de aangifte wordt aangegeven, die aan het hoogste recht bij invoer zijn onderworpen.

(artikel 177 lid 1 DWU.)

Deze vereenvoudiging is niet mogelijk voor goederen waarop verboden of beperkingen van toepassing zijn of voor accijnsgoederen.

Naar boven

4.2 Deelzendingen

4.2.1 Algemeen

In deze paragraaf vindt u bepalingen over het in het vrije verkeer brengen van fabrieksinstallaties, bepaalde machines en bepaalde vervoermaterieel met toepassing van de regeling deelzendingen.

De algemene regel bij het in het vrije verkeer brengen van goederen is dat elke invoer een op zichzelf staand belastbaar feit vormt, waarop steeds het gebruikelijke recht moet worden toegepast.

De regeling deelzendingen maakt het mogelijk dat voor aangewezen goederen rekening wordt gehouden met het feit dat de handel of het vervoer soms vereisen dat de goederen in verscheidene zendingen worden aangevoerd. Het wordt toegestaan dat de aangifte voor het vrije verkeer voor de machine of het vervoermaterieel pas wordt gedaan na de eindmontage.

(artikel 18 Vo.( EU ) 113/ 2010 )

Voorbeeld:

Er wordt een kernreactor gebouwd, voor de regeling aan te merken als een fabrieksinstallatie.

Zonder de regeling deelzendingen zou er bij elke zending bestemt voor de bouw van een dergelijke kernreactor sprake zijn van delen van kernreactoren die onder vele post(onderverdeling)en zouden moeten worden ingedeeld.

Er wordt nu toegestaan dat er pas een aangifte wordt gedaan, als de bouw van de kernreactor is voltooid.

De regeling deelzendingen is gebaseerd op de volgende aanvullende aantekeningen:

  • aanvullende aantekening (GN) 3 op afdeling XVI voor de machines van de hoofdstukken 84 en 85 van de gecombineerde nomenclatuur;

  • aanvullende aantekening (GN) 2 op afdeling XVII voor het vervoermaterieel van de hierna genoemde GN-posten;

  • voor complete fabrieksinstallaties, hoofdstuk 98 van de gecombineerde nomenclatuur.

Naar boven

4.2.2 Toepassing van de regeling deelzendingen

Op verzoek van de belanghebbende kunnen in deelzendingen aangeboden fabrieksinstallaties, machines onder bepaalde voorwaarden en bepalingen in de nomenclatuur worden ingedeeld als gedemonteerde of als niet-gemonteerde fabrieksinstallaties en machines. Onder dezelfde voorwaarden en bepalingen is dit eveneens van toepassing op het vervoermaterieel van de GN posten 86.08, 88.05, 89.05 en 89.07.

De inspecteur willigt het verzoek slechts in als het de uitvoering betreft van een overeenkomst voor de levering van een fabrieksinstallatie, een machine (of vervoermaterieel) die als compleet in de zin van de nomenclatuur kan worden aangemerkt.

Voor een zodanige indeling komen slechts de goederen in aanmerking die in deelzendingen uit één of meer andere landen dan de lidstaten worden ingevoerd. Bij de indeling in de GN van de hiervoor genoemde fabrieksinstallaties, machines of van het desbetreffende vervoermaterieel worden de eventueel uit het vrije verkeer van de lidstaten ingevoerde goederen buiten beschouwing gelaten.

Let op!

Goederen waarvan vaststaat dat ze geen deel uitmaken van een complete fabrieksinstallatie, de te monteren machine of van het te monteren voertuig, maar die wel voor de montage van deze benodigd zijn ( gereedschappen, kranen etc. ). worden ingedeeld naar eigen aard en hoedanigheid in de gecombineerde nomenclatuur.

Naar boven

4.2.3 Vooraf toestemming vragen aan de douane

De regeling deelzendingen vindt alleen toepassing als aan belanghebbende een toestemming is verleend op een daartoe strekkend verzoek. In andere gevallen deelt u de goederen in (en berekent u de belasting) naar hun eigen aard en hoedanigheid.

Voor de te volgen procedure, zie Bijlage 2.

Naar boven

4.3 Bijzondere bestemmingen

4.3.1 Algemeen

Niet-unie goederen kunnen door hun aard of hun bijzondere bestemmingen in aanmerking komen voor een gunstige tariefbehandeling bij het in het vrije verkeer brengen. Het geven van een bijzondere bestemming is in het DWU ook een bijzondere regeling net als actieve veredeling en tijdelijke invoer. De bestemming van de goederen is, anders dan bij de andere bijzondere regelingen, vrije verkeer. Daarom behandelen we dit onderwerp in dit onderdeel van het Handboek.

De bijzondere bestemmingen zijn vermeld in voetnoten bij de betreffende posten in de Gecombineerde Nomenclatuur

Naar boven

4.3.2 Voorwaarden

Voor het verkrijgen van een gunstige tariefbehandeling op basis van de aard van de goederen of de bijzondere bestemming waarvoor ze zijn bestemd, is een vergunning vereist.

(artikel 211 lid 1 DWU )

Naar boven

4.3.3 Douanetoezicht

Algemene regel is dat na de vrijgave van de goederen voor de douaneregeling in het vrije verkeer brengen het douanetoezicht wordt beëindigd. Vanwege de gunstige tariefregeling moet, omdat bij het in het vrije verkeer brengen aanspraak op een bijzondere bestemming wordt gemaakt, na de vrijgave worden gecontroleerd of belanghebbende de goederen wel gebruikt in overeenstemming met de bijzondere bestemming.

(zie hiervoor verder onderdeel 17.,00.00 van dit Handboek)

Naar boven