Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

1.02.00 Invoerrechten: antidumpingrechten en compenserende rechten

5 Procedures en werkzaamheden Douane bij ingestelde maatregelen

5.1 Procedures en werkzaamheden algemeen.

Bij aangifte voor in het vrije verkeer brengen van producten waarop antidumpingmaatregelen en / of antisubsidiemaatregelen van toepassing zijn en in andere situaties waarin u de (juiste) toepassing van die maatregelen moet beoordelen, controleren of vaststellen, volgt u:

  1. de (procedure) aanwijzingen in het betreffende deel of hoofdstuk van dit Handboek en voert u de werkzaamheden uit die zijn voorgeschreven bij;

    en

  2. de (procedure)aanwijzingen in dit hoofdstuk en voert u de werkzaamheden uit zijn voorgeschreven bij:

    1. een aangifte voor in het vrije verkeer brengen van producten:

      • waarvoor een registratieplicht is ingesteld;

      • een voorlopig antidumpingrecht of voorlopig compenserend recht is ingesteld; of

      • een definitief antidumpingrecht of definitief compenserend recht is ingesteld

    2. de inning van voorlopige rechten;

    3. het niet innen van voorlopige rechten;

    4. de heffing van een definitief recht met terugwerkende kracht van producten waarvoor een registratieplicht is ingesteld;

    5. een controle na invoer van producten die met een aangifte in het vrije verkeer zijn gebracht;

    6. de inning van rechten anders dan bij een aangifte voor in het vrije verkeer brengen;

    7. de behandeling van een verzoek om teruggaaf van rechten omdat bij de invoer van de producten dumping niet heeft plaatsgevonden of geen subsidie is verleend;

    8. de behandeling van bezwaar en beroep met betrekking tot antidumpingrechten en compenserende rechten;

    9. de maandelijkse verslaglegging van de invoergegevens.
      en

  3. de bijzondere aanwijzingen in dit hoofdstuk over de controle van de producten, de maatstaf van heffing en andere relevante gegevens.

Naar boven

5.1.1 Overzicht onderzoeken en maatregelen

Het overzicht geeft aan:

  • in welke vorm een besluit tot instelling van een onderzoek of maatregel wordt vastgesteld;

  • in welk publicatieblad van de Europese Unie een verordening of besluit tot instelling van een onderzoek of maatregel wordt gepubliceerd;

  • of een verordening besluit tot instelling van een onderzoek of maatregel wordt verwerkt in AGS en DTV.

 

Verordening

Publicatie-blad EU

DTV en AGS

Heffing definitief recht met terugwerkende kracht van geregistreerde producten

Ja

L-serie

 

Inleiding procedure en opening onderzoek

Nee, bericht Commissie

C-serie

Nee

Instellen voorlopig recht

Ja

L-serie

Ja

Innen voorlopige recht

Ja

L-serie

 

Aangaan verbintenis

Ja en Besluit Commissie

L-serie

Ja

Intrekken verbintenis

Ja en Besluit Commissie

L-serie

Ja

Instellen definitief recht

Ja

L-serie

Ja

Opening nieuw onderzoek bij vervallen definitief recht

Nee bericht Commissie

C-serie

 

Opening tussentijds nieuw onderzoek of heronderzoek

Nee bericht Commissie

C-serie

 

Opening onderzoek naar ontduiking

Ja

L-serie

 

Beëindiging procedure of onderzoek

Ja of Besluit Commissie

L-serie

 

Instellen registratieplicht

Ja

L-serie

Ja

Verlenen van vrijstelling bij instellen registratieplicht

Ja of Beschikking Commissie

L-serie (verord.) of C-serie (beschik.)

Ja

Vervallen definitief recht zonder nieuw onderzoek

Mededeling Commissie

C-serie

Ja

Wijzigen, intrekken, uitbreiden en handhaven van definitief recht na nieuw onderzoek, tussentijds nieuw onderzoek, heronderzoek of onderzoek naar ontduiking

Ja

L-serie

Ja

Aanvragen van vrijstelling bij uitbreiding definitief recht wegens ontduiking

Mededeling Commissie

C-serie

Ja

Verlenen van vrijstelling bij uitbreiding definitief recht wegens ontduiking

Ja of Beschikking Commissie

L-serie (verord.) of C-serie (beschik.)

Ja

Schorsing van definitief recht

Ja

L-serie

 
Datum ingaan van ingestelde maatregelen

De verordening of het besluit waarbij maatregelen zijn ingesteld, vermeldt ook de datum van inwerkingtreding van de verordening of het besluit. De maatregelen zijn van toepassing met ingang van die datum tenzij in de verordening of het besluit anders is bepaald zoals bij heffing van een ingesteld antidumpingrecht met terugwerkende kracht.

Tijdstip bekend maken maatregelen

Ingestelde maatregelen worden gepubliceerd in de Publicatiebladen (L en C nrs.) van de Europese Unie, voordat ze in werking treden. DTV wordt dagelijks geactualiseerd. Alle AGS-aangiften gaan langs (het geactualiseerde) DTV voor validatie en voor juiste berekening van de douaneschuld/zekerheid.

Informatie op de website van de Commissie

Op de website http://trade.ec.europa.eu/tdi/notices.cfm vindt u een overzicht van alle producten waarop antidumpingrechten of compenserende rechten van toepassing zijn of waren en relevante informatie over onderzoeken, afloop van maatregelen en dergelijke.

Naar boven

5.1.2 Fouten in publicatiebladen, Taric en AGS

Bij de publicatie van antidumping- en antisubsidiemaatregelen, de verwerking daarvan in Taric of in AGS worden soms fouten gemaakt. In Unie-verband is vastgesteld hoe lidstaten moeten omgaan met fouten om er zeker van te zijn dat zij die op een uniforme wijze afhandelen. Hoe te handelen hangt of het een fout betreft op:

  1. Unie niveau bij de bekendmaking van een instellingverordening in een Publicatieblad of de verwerking van een ingestelde maatregel in Taric of

  2. nationaal niveau in AGS.

Te weinig recht geheven

Als door een fout op Unie niveau in een Publicatieblad of in Taric te weinig definitief recht is geheven of voorlopig recht is geïnd, geldt het vertrouwensbeginsel en dat houdt in niet boeken achteraf.

Bij een fout die op nationaal niveau is gemaakt in AGS moet een lidstaat het bedrag aan rechten dat te weinig is geheven, achteraf boeken. De communautaire wetgeving moet in alle lidstaten gelijke toepassing vinden en dat beginsel mag niet worden aangetast door een fout in AGS.

Teveel recht geheven

Als door een fout in een Publicatieblad, in Taric of AGS teveel definitief recht is geheven of voorlopig recht is geïnd, moeten de lidstaten het bedrag aan rechten dat teveel is geheven, terugbetalen. Belanghebbende moet daartoe een verzoek tot terugbetaling of kwijtschelding indienen.

Bekend maken fouten

Bij fouten in de publicatiebladen, Taric of AGS plaatst het Team Maatregelen van B/Centrale administratie in overleg met het Douane Landelijk kantoor een bericht op het Douanenet Portaal.

Hoe te handelen bij fouten elektronische aangifte

Het Landelijk Team Maatregelen verzamelt in samenwerking met DLTC met een query in de database AGS per douanekantoor de gegevens van aangiften voor in het vrije verkeer brengen waarvan de verificatie is beëindigd en door een fout in AGS te weinig antidumpingrecht of compenserend recht is geheven.

DLTC zendt de gegevens van de aangiften aan het betreffende douanekantoor. Dat kantoor handelt de fout af als een bevinding na invoer.

Hoe te handelen bij fouten aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte

Het team klantbehandeling (cluster periodieke aangifte) van het douanekantoor waar de aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte is gedaan, controleert of producten in het vrije verkeer zijn gebracht waarvoor door een fout in AGS te weinig antidumpingrecht of compenserend recht is geheven of geïnd.

Het team klantbehandeling handelt de fout af als een bevinding bij een controle na invoer.

Naar boven

5.1.3 Bevoegdheidssituatie per 1 augustus 2008

Situatie vanaf 1 augustus 2008

Met de inwerkingtreding van de Algemene douanewet is de Douane sedert 1 augustus 2008 bevoegd tot het vaststellen van de uitnodiging tot betaling voor verschuldigde antidumpingrechten of compenserende rechten, het afgeven van een beschikking tot terugbetaling of kwijtschelding en het behandelen van bezwaar- en beroepschriften met betrekking tot deze rechten.

De bevoegdheden zien op de situatie waarin producten met een invoeraangifte of op een onregelmatige manier in het vrije verkeer zijn gebracht op of na 1 augustus 2008. Vanaf deze datum handelt de Douane niet meer namens de Minister van Buitenlandse Zaken. Het Ministerie blijft wel beleidsmatig verantwoordelijk voor het totstandkomen van antidumping en antisubsidiemaatregelen. Tussen de bewindspersonen van Financiën en Buitenlandse Zaken zijn werkafspraken gemaakt over de betrokkenheid van Buitenlandse Zaken in de bezwaar- en beroepsfasen. Deze werkafspraken zijn opgenomen in bijlage 2.

Situatie tot 1 augustus 2008

Voor de inwerkingtreding van de Algemene douanewet op 1 augustus 2008 werden antidumpingrechten of compenserende rechten vastgesteld door de Minister van Economische Zaken of, voor zover het landbouwgoederen betreft, de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Op grond van de mandaatregeling was de inspecteur bevoegd om namens de Minister van Economische Zaken of de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een uitnodiging tot betaling vast te stellen, een beschikking tot terugbetaling of kwijtschelding af te geven en bezwaar- en beroepschriften te behandelen.

Zie voor een korte beschrijving van de voor 1 augustus 2008 geldende bepalingen en afspraken bijlage 3 van dit onderdeel.

Let op!

In situaties waarin producten met een invoeraangifte of op een onregelmatige manier in het vrije verkeer zijn gebracht vóór 1 augustus 2008 is artikel XVII Aanpassingswet Adw van toepassing. Dit houdt in dat voor die gevallen de oude bepalingen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Douanewet gelden voor het vaststellen van antidumpingrechten en compenserende rechten. De "oude" bevoegdheidsbepalingen en afspraken in bijlage 3 zijn dan van toepassing en de inspecteur moet handelen namens de Minister van Economische Zaken.

Naar boven

5.2 In vrije verkeer brengen van producten waarvoor registratieplicht is ingesteld

Bij een onderzoek naar invoer van bepaalde producten met dumping of subsidie kan de Commissie een registratieplicht instellen. De Douane moet de gegevens van die producten registreren bij in het vrije verkeer brengen met een elektronische aangifte of bij de ontvangst van een aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte voor in het vrije verkeer brengen.

Een definitief recht kan met terugwerkende kracht worden geheven van geregistreerde producten.

Vrijstelling van registratieplicht

De registratieplicht geldt niet voor producten die worden geleverd door een exporteur of die bestemd zijn voor een importeur aan wie vrijstelling van die plicht is verleend bij een onderzoek naar ontwijking.

Naar boven

5.2.1 Registreren van producten bij elektronische aangifte

Bij een aangifte voor in het vrije verkeer brengen in AGS gebeurt de registratie van de producten waarvoor een registratieplicht is ingesteld met:

  • het doen van de elektronische aangifte.

Een afzonderlijke registratie door het douanekantoor van aangifte is niet nodig. Bij een aangifte die is geselecteerd voor controle behoeft de verificatie niet te worden aangehouden vanwege de registratieplicht.

Bij een aangifte voor in het vrije verkeer brengen in AGS gebeurt de registratie van de producten waarvoor een registratieplicht is ingesteld met:

  • het doen van de elektronische aangifte.

Een afzonderlijke registratie door het douanekantoor van aangifte is niet nodig. Bij een aangifte die is geselecteerd voor controle behoeft de verificatie niet te worden aangehouden vanwege de registratieplicht.

DLTC publiceert maandelijks (uiterlijk de 15e) een overzicht van in de voorafgaande maand:

  • ingestelde (nieuwe) voorlopige antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen;

  • ingestelde (nieuwe) definitieve antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen, evenals de besluiten over de.

  • antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen.

Het overzicht wordt aangevuld door DLTC met de voor de verschillende maatregelen per kantoor van toepassing zijnde aangifteregels. Het kantoor draagt zorg voor heffing en inning.

Registreren van producten bij aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte

Naar boven

5.2.2 Registreren van producten bij aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte

DLTC publiceert maandelijks (uiterlijk de 15e) een overzicht van in de voorafgaande maand:

  • ingestelde (nieuwe) voorlopige antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen;

  • de besluiten over de. inning van de voorlopige antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen; en

  • ingestelde registraties voor antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen.

Het overzicht wordt aangevuld door DLTC met de voor de verschillende maatregelen per kantoor van toepassing zijnde aangifteregels. Het kantoor draagt zorg voor heffing en inning.

Naar boven

5.3 In vrije verkeer brengen van producten waarvoor voorlopig recht is ingesteld

Bij aangifte voor in het vrije verkeer brengen van een product waarvoor een voorlopig recht is ingesteld bij een onderzoek naar invoer met dumping of subsidie, moet aanvullende zekerheid zijn gesteld voor het bedrag van de rechten dat verschuldigd kan worden. U controleert of voldoende aanvullende zekerheid is gesteld bij een elektronische aangifte of een aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte.

Het is belangrijk dat er voldoende aanvullende zekerheid is gesteld omdat er aanzienlijke bedragen verschuldigd kunnen zijn als voorlopige rechten geïnd moeten worden.

Na de voltooiing van het onderzoek.

Verbintenis

Voorlopige rechten zijn niet van toepassing op producten die worden geleverd door een exporteur waarvan een verbintenis is aanvaard. Bij een aangifte voor producten van een exporteur met een verbintenis behoeft geen zekerheid te worden gesteld voor het voorlopige recht.

Als een verbintenis is ingetrokken door de Commissie zijn de voorlopige rechten en het stellen van aanvullende zekerheid wel van toepassing.

Naar boven

5.3.1 Elektronische aangifte voor producten waarvoor voorlopige recht is ingesteld

Procedure

Bij aangiften voor in het vrije verkeer brengen van producten waarvoor een voorlopig recht is ingesteld, selecteert AGS voor verificatie met een zogenoemd "blokkeringsprofiel". Als voldoende aanvullende zekerheid is gesteld, houdt het douanekantoor van aangifte de verificatie aan en geeft de goederen vrij tenzij er andere reden zijn om de goederen niet vrij te geven.

Bij contante zekerheid krijgt de aangever een mededeling dat hij zekerheid moet stellen in de vorm van een uitnodiging tot betaling. Nadat de zekerheid bij Inning is gesteld, krijgt AGS een bericht uit DOI. Bij voldoende zekerheid geeft het aangiftesysteem vervolgens de goederen vrij.

Naar boven

5.3.2 Aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aangifte voor producten waarvoor voorlopige recht is ingesteld

Procedure

Het team klantbehandeling (cluster periodieke aangifte) van het douanekantoor waar de aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte is gedaan, controleert of producten in het vrije verkeer zijn gebracht waarvoor een voorlopig recht is ingesteld. Als geen of onvoldoende aanvullende zekerheid is gesteld voor het bedrag van de voorlopige rechten, laat het kantoor alsnog de aanvullende zekerheid stellen of verhogen. Het maandelijks overzicht van DLTC kan hierbij een hulpmiddel zijn.

Maatregelen bij onvoldoende zekerheid

Het douanekantoor van aangifte meldt schriftelijk aan de aangever dat hij producten in het vrije verkeer heeft gebracht waarvoor voorlopige rechten zijn ingesteld maar geen of niet voldoende aanvullende zekerheid is gesteld. De aangever mag geen gebruik meer maken van de domiciliëringsprocedure voor het in het vrije verkeer mag brengen van deze producten als hij de doorlopende zekerheid niet verhoogt of een eenmalige zekerheid stelt. Het team klantbehandeling neemt dan passende maatregelen om te voorkomen dat de aangever voor deze producten gebruik blijft maken van de betreffende procedure.

Maatregelen bij onvoldoende zekerheid

Het douanekantoor van aangifte meldt schriftelijk aan de aangever dat hij producten in het vrije verkeer heeft gebracht waarvoor voorlopige rechten zijn ingesteld maar geen of niet voldoende zekerheid is gesteld. De aangever mag geen gebruik meer maken van de domiciliëringsprocedure voor het in het vrije verkeer mag brengen van deze producten als hij de doorlopende zekerheid niet verhoogt of een eenmalige zekerheid stelt. Het team klantbehandeling neemt dan passende maatregelen (zie het onderdeel 12.50.00, Vereenvoudigde procedures) om te voorkomen dat de aangever voor deze producten gebruik blijft maken van de betreffende procedure.

Naar boven

5.4 Inning van voorlopige rechten

Als ingestelde voorlopig rechten geïnd moeten worden voor producten die in het vrije verkeer zijn gebracht in de periode waarin het voorlopige recht van toepassing was, kunnen zich drie situaties voordoen. Het betreft een aangifte voor in het vrije verkeer brengen van een product waarvoor een voorlopig recht is ingesteld:

  1. dat is omgezet in een definitief recht en het voorlopige recht ook moet worden geïnd;

  2. dat niet wordt omgezet in een definitief recht maar het voorlopige recht wel moeten worden geïnd;

  3. maar het product wordt geleverd door een exporteur waarvan een verbintenis is aanvaard en de voorlopige rechten niet van toepassing zijn.

Als het voorlopige recht geïnd moet worden, maakt het douanekantoor van aangifte een UTB op voor een aangifte in AGS of een aanvullende aangifte.

Als een verbintenis is ingetrokken door de Commissie zijn de voorlopige rechten wel van toepassing.

Opheffen eenmalige zekerheid

De eenmalig gestelde zekerheid artikel 195 DWU en artikel 244 UVo.DWU wordt pas vrijgegeven nadat de UTB is betaald. Wanneer de aangever niet betaalt, gaat de Ontvanger over tot het uitwinnen van de zekerheid.

Naar boven

5.4.1 Inning voorlopige rechten elektronische aangiften

Procedure

Van elektronische aangiften voor in het vrije verkeer brengen van producten waarvoor een voorlopig recht is ingesteld, is de verificatie aangehouden. Als het voorlopige recht geïnd moet worden, maakt het aangiftesysteem de taak ‘Afhandelen aanpassing tariefmaatregel’ aan. In deze taak kan AB nog wijzigingen aanbrengen voor de juiste toepassing van het tarief. Het systeem berekent vervolgens het recht dat geïnd moet worden op basis van de aangifte- en tariefgegevens. Het maandelijks overzicht van DLTC kan hierbij een hulpmiddel zijn.

Werkzaamheden

Als het voorlopig recht geïnd moet worden, maakt AGS de taak ‘Afhandelen aanpassing tariefmaatregel’ aan.

  1. AB neemt de taak ‘Afhandelen aanpassing tariefmaatregel’ in behandeling door deze te selecteren vanuit de takenbak in AGS.

  2. In taak staat een lijst met de artikelen van aangiften waarvoor het voorlopig recht moet worden geïnd.

  3. Indien nodig kan AB de volgende vakken aanpassen om de aangiften in overeenstemming te brengen in het tarief:

    • Goederencode (vak 33 ED)

    • Voorgelegde stukken, certificaten en vergunningen (vak 44 ED)

    • Aanvullende eenheden (vak 41 ED)

    • Maatstaf (vak 47 ED)

4AB beëindigt de taak.

Naar boven

5.4.2 Inning voorlopige rechten bij aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte

Het team klantbehandeling (cluster periodieke aangifte) van het douanekantoor waar de aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte is gedaan, legt vast of producten in het vrije verkeer zijn gebracht waarvoor een voorlopig recht is ingesteld. Als het voorlopige recht geïnd moet worden, berekent dit kantoor het totaal verschuldigde bedrag aan voorlopige rechten en registreert de UTB in AGS. Het maandelijks overzicht van DLTC kan hierbij een hulpmiddel zijn.

DLTC publiceert maandelijks (uiterlijk de 15e) een overzicht van in de voorafgaande maand:

  • ingestelde (nieuwe) voorlopige antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen;

  • ingestelde (nieuwe) definitieve antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen, evenals de besluiten over de inning van de voorlopige antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen;

  • ingestelde registraties voor antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen.

Het overzicht wordt aangevuld door DLTC met de voor de verschillende maatregelen per kantoor van toepassing zijnde aangifteregels. Het kantoor draagt zorg voor heffing en inning.

Naar boven

5.5 Geen inning van voorlopige rechten

Als ingestelde voorlopige rechten niet worden geïnd voor producten die in het vrije verkeer zijn gebracht in de periode waarin het voorlopige recht van toepassing was, kunnen zich twee situaties voordoen. Het betreft een aangifte voor in het vrije verkeer brengen van een product waarvoor een voorlopig recht is ingesteld dat:

Naar boven

5.5.1 Geen inning voorlopig recht elektronische aangiften

Procedure

Van elektronische aangiften voor in het vrije verkeer brengen van producten waarvoor een voorlopig recht is ingesteld, is de verificatie aangehouden. Als het voorlopige recht niet wordt geïnd, maakt AGS een taak ‘afhandelen aanpassing tariefmaatregel’ aan. Deze kan worden beëindigd door AB.

Werkzaamheden

Als het voorlopig recht geïnd moet worden, maakt AGS de taak ‘Afhandelen aanpassing tariefmaatregel’ aan.

  1. AB neemt de taak ‘Afhandelen aanpassing tariefmaatregel’ in behandeling door deze te selecteren vanuit de takenbak in AGS.

  2. In taak staat een lijst met de artikelen van aangiften waarvoor het voorlopig recht moet worden geïnd.

  3. Indien nodig kan AB de volgende vakken aanpassen om de aangiften in overeenstemming te brengen in het tarief:

    • Goederencode (vak 33 ED)

    • Voorgelegde stukken, certificaten en vergunningen (vak 44 ED)

    • Aanvullende eenheden (vak 41 ED)

    • Maatstaf (vak 47 ED)

4AB beëindigt de taak

Naar boven

5.5.2 Geen inning voorlopig recht aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte

Procedure

Het team klantbehandeling (cluster periodieke aangifte) van het douanekantoor waar de aanvullende aangifteaangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte is gedaan, legt vast of producten in het vrije verkeer zijn gebracht waarvoor een voorlopig recht is ingesteld. Als het voorlopige recht niet geïnd wordt, legt het team dat vast in het aangiftedossier. Het maandelijks overzicht van DLTC kan hierbij een hulpmiddel zijn.

Naar boven

5.6 In vrije verkeer brengen producten waarvoor definitief recht is ingesteld

Definitieve rechten zijn van toepassing op in het vrije verkeer brengen van producten vanaf de datum waarop de verordening in werking treedt waarbij de rechten zijn ingesteld. Deze paragraaf en de hierbij behorende subparagrafen behandelen de procedures en werkzaamheden bij elektronische aangiften of aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte die worden gedaan na de instelling van het definitieve rechten.

Als een registratieplicht is ingesteld, kunnen definitief ingestelde rechten met terugwerkende kracht worden geheven van producten die in het vrije verkeer zijn gebracht vóór de inwerkingtreding van de verordening. In de paragraaf "Heffing definitief recht met terugwerkende kracht van geregistreerde producten" en de bij die paragraaf behorende subparagrafen leest u hoe dan te handelen.

De verordening waarbij een definitief recht is ingesteld, vermeldt ook of voorlopig ingestelde rechten voor producten die vóór de inwerkingtreding van de verordening in het vrije verkeer zijn gebracht, wel of niet geïnd moeten worden. In de paragrafen "Inning van voorlopige rechten", " Geen inning van voorlopige rechten" en de bij deze paragrafen behorende subparagrafen leest u hoe dan te handelen.

Verbintenis

Definitieve rechten zijn niet van toepassing op producten die worden geleverd door een exporteur waarvan een verbintenis is aanvaard.

Als een verbintenis is ingetrokken door de Commissie zijn de definitieve rechten wel van toepassing.

Vrijstelling

Definitieve rechten zijn niet van toepassing op producten die worden geleverd door een exporteur of die bestemd zijn voor een importeur aan wie vrijstelling is verleend bij uitbreiding van rechten wegens ontwijking.

Naar boven

5.6.1 Elektronische aangifte producten waarvoor definitief recht is ingesteld

Procedure

Bij een elektronische aangifte voor in het vrije verkeer brengen van een product waarvoor een definitief recht is ingesteld, berekent het systeem automatisch het bedrag van de verschuldigde rechten aan de hand van de aangegeven Taric-code of de aanvullende Taric-code en de bescheidcode (D008) en alle andere tariefgerelateerde gegevens in de aangifte. Het systeem maakt de UTB op. Die mededeling ontvangt de aangever elektronisch of reikt het douanekantoor uit aan de aangever bij een schriftelijke aangifte.

Naar boven

5.6.2 Aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte producten waarvoor definitief recht is ingesteld

Procedure

In de aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte voor in het vrije verkeer brengen van producten waarvoor een definitief recht is ingesteld, moeten de gegevens zijn vermeld die nodig zijn om het verschuldigde bedrag vast te stellen. De aangever berekent zelf het bedrag van de verschuldigde definitieve rechten en vermeldt het bedrag in de "Opgaaf belasting bij invoer". Voor dat bedrag registreert het team klantbehandeling (cluster periodieke aangifte) van het douanekantoor waar de aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte is gedaan, de UTB in AGS.

Het team klantbehandeling (cluster periodieke aangifte) controleert of producten in het vrije verkeer zijn gebracht waarvoor een definitief recht is ingesteld en de aangever de daarvoor verschuldigde rechten (juist) heeft opgegeven. Als de aangever geen (juiste) opgave heeft gedaan, berekent het team de verschuldigde rechten en maakt een voorstel tot boeking achteraf of teruggaaf. Het maandelijks overzicht van DLTC kan hierbij een hulpmiddel zijn.

Werkzaamheden

Bij een aanvullende aangifte voor in het vrije verkeer brengen van producten waarvoor een definitief recht is ingesteld, volgt u de aanwijzingen en verricht de werkzaamheden die zijn beschreven in:

  • de andere relevante delen van het Handboek;

  • deze paragraaf.

Handel bij een aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte als volgt:

  1. Volg de aanwijzingen en instructies bij de controle van de gegevens die van belang zijn voor het vaststellen:

  2. Stel vast of de aangever voor alle producten waarvoor een definitief recht is ingesteld, het (juiste) bedrag aan verschuldigde rechten heeft berekend.

  3. Als de aangever het bedrag aan verschuldigde rechten niet of niet juist heeft opgegeven, berekent u - na contact met de aangever - het bedrag aan de hand van:

    • de (gecontroleerde) aangiftegegevens;

    • het Gebruikstarief;

    • de informatie over de definitieve rechten, (ingetrokken) verbintenissen en vrijstellingen;

    • DTV

  4. Bij de daarvoor in uw douaneregio aangewezen unit doet u een voorstel: U:

    • tot boeking achteraf als de verschuldigde rechten niet of voor een te laag bedrag zijn opgegeven;

    • tot ambtshalve terugbetaling als de verschuldigde rechten voor een te hoog bedrag zijn opgegeven.

    • vermeldt in het voorstel de gegevens van de instellingsverordening, andere relevante gegevens, het door de aangever opgegeven bedrag en het door u berekende bedrag;

    • voegt bij het voorstel een afschrift van de betreffende aangifteregels, de Opgaaf belasting bij invoer en andere relevante bescheiden.

  5. In het controlerapport van de aanvullende aangifte:

    • legt u vast dat voor bepaalde producten een definitief recht is ingesteld en de aangever de verschuldigde rechten niet heeft opgegeven of voor een te hoog of een te laag bedrag;

    • neemt u een verwijzing op naar de verordening waarin het definitieve recht is ingesteld;

    • legt u vast dat een voorstel tot boeking achteraf of een voorstel tot ambtshalve terugbetaling is ingediend.

  6. Bewaar in het klantdossier een afschrift van:

    • een kopie van een voorstel tot boeking achteraf of een voorstel tot ambtshalve terugbetaling;

    • de bij een voorstel gevoegde afschriften van aangifteregels en andere bescheiden.

Naar boven

5.7 Heffing van definitief recht met terugwerkende kracht van geregistreerde producten

Een ingesteld definitief recht kan met terugwerkende kracht worden geheven van geregistreerde producten. De heffing vindt plaats over alle producten waarvoor in de registratieperiode een elektronische aangifte of een aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte is gedaan voor in het vrije verkeer brengen.

Zo spoedig mogelijk en binnen 2 maanden na publicatie van de verordening waarin is vastgesteld dat een definitief recht met terugwerkende kracht geheven moet worden, moet het bedrag zijn geboekt en de UTB zijn verzonden aan de aangever. Binnen de uiterlijke termijn van 2 maanden moeten de gegevens van de (aanvullende) aangiften worden verzameld en de gegevens die van belang zijn voor het vaststellen van het bedrag van de definitieve rechten zijn vastgesteld en gecontroleerd. De uiterlijke termijn dient ook om de aangever de gelegenheid te geven alsnog gegevens te verstrekken die niet in de geregistreerde (aanvullende) aangifte staan bijvoorbeeld de maatstaf van heffing.

(artikel 10, lid 2, Verordening (EU) 2016/1036 en artikel 105, lid 2, DWU)

Verbintenis

Definitieve rechten zijn niet van toepassing op producten die worden geleverd door een exporteur waarvan een verbintenis is aanvaard.

Als een verbintenis is ingetrokken door de Commissie zijn de definitieve rechten wel van toepassing.

Vrijstelling

Definitieve rechten zijn niet van toepassing op producten die worden geleverd door een exporteur of die bestemd zijn voor een importeur aan wie vrijstelling is verleend bij uitbreiding van rechten wegens ontwijking.

Naar boven

5.7.1 Heffing van definitief recht met terugwerkende kracht in AGS geregistreerde producten

Procedure

DLTC publiceert maandelijks (uiterlijk de 15e) een overzicht van in de voorafgaande maand:

  • ingestelde (nieuwe) voorlopige antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen;

  • ingestelde (nieuwe) definitieve antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen, evenals de besluiten over de inning van de voorlopige antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen;

  • ingestelde registraties voor antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen.

Het overzicht wordt aangevuld door DLTC met de voor de verschillende maatregelen per kantoor van toepassing zijnde aangifteregels. Het kantoor draagt zorg voor heffing en inning.

Werkzaamheden douanekantoor, team klantbehandeling (cluster CNI)

U verricht de werkzaamheden nadat een definitief recht is ingesteld dat met terugwerkende kracht wordt geheven van geregistreerde producten en u de gegevens van de elektronische aangiften heeft ontvangen van DLTC . U volgt de aanwijzingen en verricht u de werkzaamheden die zijn beschreven in:

  • de controleopdracht van DLTC ;

  • andere relevante delen van dit Handboek.

Opmerking
De verificatie van een aangifte behoeft niet te worden aangehouden vanwege een ingestelde registratieplicht. Tenzij de verificatie was aangehouden om een andere reden is de verificatie van de aangiften dus al beëindigd of handmatig afgedaan.

Handel bij een elektronische aangifte als volgt:

  1. Volg de aanwijzingen en instructies bij controle van de gegevens die van belang zijn voor het vaststellen:

  2. Bereken per aangifte het bedrag aan definitieve rechten dat met terugwerkende kracht is ingesteld. Doe dat aan de hand van:

    • de gegevens in de aangifte;

    • de informatie over de instelling van de registratieplicht en het definitieve recht, (ingetrokken) verbintenissen en vrijstellingen;

  3. Zo spoedig mogelijk en binnen 2 maanden na publicatie van de verordening waarin is vastgesteld dat een definitief recht met terugwerkende kracht geheven moet worden, u een UTB voor het totaal bedrag van de verschuldigde definitieve rechten in AGS.

  4. Maak een dossier op waarin u:

    • een uitdraai van de betreffende aangiftegegevens opneemt;

    • aantekent dat het geregistreerde producten betreft waarvoor met terugwerkende kracht een definitief recht is ingesteld;

    • een verwijzing opneemt naar de verordeningen waarbij de registratieplicht en het definitieve recht is ingesteld;

    • vastlegt dat een UTB is geregistreerd in AGS.

Naar boven

5.7.2 Heffing van definitief recht met terugwerkende kracht bij aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte geregistreerde producten

Procedure

DLTC publiceert maandelijks (uiterlijk de 15e) een overzicht van in de voorafgaande maand:

  • ingestelde (nieuwe) voorlopige antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen;

  • ingestelde (nieuwe) definitieve antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen, evenals de besluiten over de inning van de voorlopige antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen;

  • ingestelde registraties voor antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen.

Het overzicht wordt aangevuld door DLTC met de voor de verschillende maatregelen per kantoor van toepassing zijnde aangifteregels. Het kantoor draagt zorg voor heffing en inning.

Werkzaamheden team klantbehandeling, cluster periodieke aangiften/CNI

Handel bij een aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte als volgt:

  1. Volg de aanwijzingen en instructies bij controle van de gegevens die van belang zijn voor het vaststellen:

    • van het juiste bedrag van de definitieve rechten;

    • of een verbintenis van de exporteur of een vrijstelling voor de exporteur van toepassing is en het recht niet geldt.

  2. Bereken per aangifteregel het bedrag aan definitieve rechten dat met terugwerkende kracht is ingesteld. Doe dat aan de hand van:

    • de gegevens in de aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte voor in het vrije verkeer brengen;

    • de informatie over de instelling van de registratieplicht en het definitieve recht, (ingetrokken) verbintenissen en vrijstellingen;

    • het DTV.

  3. Zo spoedig mogelijk en binnen 2 maanden na publicatie van de verordening waarin is vastgesteld dat een definitief recht met terugwerkende kracht geheven moet worden, registreert u een UTB voor het totaal bedrag van de verschuldigde definitieve rechten in AGS..

  4. In het klantdossier:

    • neemt u een afschrift van de controleopdracht op met het overzicht van de verzamelde aangiftegegevens van de geregistreerde producten;

    • tekent u aan dat het geregistreerde producten betreft waarvoor met terugwerkende kracht een definitief recht is ingesteld;

    • neemt u een verwijzing op naar de verordeningen waarbij de registratieplicht en het definitieve recht is ingesteld;

    • legt u vast dat een UTB is geregistreerd in AGS.

Naar boven

5.8 Controle na invoer

In deze paragraaf en de bijbehorende subparagrafen staan aanwijzingen voor het uitvoeren van de werkzaamheden bij een CNI op de naleving van ingestelde antidumpingmaatregelen of antisubsidiemaatregelen.

Aan de hand van de aanwijzingen kunt u controleren of voor producten een juiste elektronische aangifte of juiste aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte voor in het vrije verkeer brengen is gedaan en ingestelde maatregelen zijn toegepast bij het doen van de aangifte. Stelt u vast dat producten niet juist zijn aangegeven dan zijn de volgende situaties mogelijk. Door de onjuiste aangifte;

  1. zijn de producten ten onrechte niet geregistreerd;

  2. is een definitief recht ten onrechte niet met terugwerkende kracht geheven;

  3. is voor een voorlopig recht ten onrechte geen zekerheid gesteld;

  4. is een voorlopig recht ten onrechte geïnd of niet (voor het juiste bedrag) geïnd;

  5. is een definitief recht ten onrechte geheven of niet (voor het juiste bedrag) geheven.

Onjuiste aangifte

Een onjuiste aangifte kan bijvoorbeeld zijn:

  • de omschrijving van de producten in de aangifte is niet juist;

  • de producten zijn aangegeven onder een onjuiste GN-code of Taric-code;

  • de aangegeven aanvullende Taric-code is niet juist;

  • het aangegeven land van oorsprong of herkomst is niet juist;

  • de maatstaf van heffing is niet aangegeven of niet juist aangegeven.

Naar boven

5.8.1 CNI: producten ten onrechte niet geregistreerd

Deze subparagraaf beschrijft:

De aanwijzingen zien op elektronische aangiften en aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte die zijn gedaan voor producten waar een registratieplicht voor is ingesteld. Bij het uitvoeren van de CNI is die plicht nog niet beëindigd en is het onderzoek naar invoer met dumping of subsidie nog niet afgerond. Een verordening over een mogelijke heffing van een definitief recht met terugwerkende kracht is nog niet vastgesteld.

Vrijstelling van registratieplicht

Producten behoeven bij in het vrije verkeer brengen niet te worden geregistreerd als vrijstelling van de registratieplicht is verleend.

Werkzaamheden

Bij het uitvoeren en het afhandelen van de bevindingen bij de CNI volgt u de aanwijzingen en verricht u de werkzaamheden die zijn beschreven in:

  • de controleopdracht van Douane Landelijk kantoor Handhaving;

  • andere relevante delen van het Handboek;

  • deze paragraaf.

  1. Volg de aanwijzingen en instructies bij controle van de aangiftegegevens die van belang zijn om vast te stellen of voor producten:

    • een registratieplicht van toepassing is;

    • vrijstelling van de registratieplicht geldt.

  2. Stel vast of de registratieplicht of vrijstelling van toepassing is aan de hand van:

    • de gecontroleerde aangiftegegevens;

    • DTV;

    • de informatie over de ingestelde registratieplicht en vrijstelling van die plicht;

    • AGS(overzichten ► Tarief raadplegen).

  3. Heeft u vastgesteld dat onjuist aangifte is gedaan dan vermeldt u in het controlerapport en in de andere vastleggingen van de bevindingen:

    • dat de producten ten onrechte niet zijn geregistreerd;

    • dat de gegevens van de (aanvullende) aangiften zijn gezonden naar DLTC of het klantenteam die of dat de gegevens van die producten moet verzamelen;

    • de gegevens van de verordening waarbij de registratieplicht is ingesteld en de datum van ingang van die plicht.

    Als vrijstelling is verleend, vermeldt u:

    • dat voor de producten een registratieplicht is ingesteld maar niet van toepassing is omdat vrijstelling aan de exporteur is verleend;

    • de gegevens van de verordening of het besluit waarbij vrijstelling aan de exporteur is verleend van de registratieplicht.

  4. U zendt:

    • DLTC een overzicht van elektronische aangiften die ten onrechte niet zijn geregistreerd;

    • het betreffende klantenteam een overzicht van de regels in de aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte die ten onrechte niet zijn geregistreerd.

Geef aan wat de aanleiding is voor het toezenden van de overzichten en verwijs naar deze paragraaf en de verordening waarbij de registratieplicht is ingesteld.

Naar boven

5.8.2 CNI: definitief recht ten onrechte niet met terugwerkende kracht geheven

Deze subparagraaf beschrijft:

De aanwijzingen zien op elektronische aangiften en aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte die zijn gedaan voor producten waar een registratieplicht voor was ingesteld. Bij het uitvoeren van de CNI was die plicht beëindigd en was het onderzoek naar invoer met dumping of subsidie afgerond. Bij verordening is vastgesteld dat een definitief recht met terugwerkende kracht geheven moet worden van geregistreerde producten.

Verbintenis of vrijstelling

Een definitief recht hoeft niet geheven te worden met terugwerkende kracht als een verbintenis door de exporteur is aangegaan (die niet is ingetrokken) of vrijstelling aan de exporteur is verleend.

Werkzaamheden

Bij het uitvoeren en het afhandelen van de bevindingen bij de CNI volgt u de aanwijzingen en verricht u de werkzaamheden die zijn beschreven in:

  • de controleopdracht van DLTC;

  • andere relevante delen van dit Handboek;

  • deze paragraaf.

  • Volg de aanwijzingen en instructies bij controle van de aangiftegegevens die van belang zijn om vast te stellen of voor een product:

    • een registratieplicht is ingesteld;

    • een definitief recht is ingesteld dat met terugwerkende kracht geheven moet worden van geregistreerde producten;

    • een verbintenis van de exporteur of vrijstelling voor de exporteur van toepassing is en het recht niet geldt.

  • Stel vast of het een product betreft waarvoor een registratieplicht gold, een definitief recht met terugwerkende kracht geheven moest worden en bereken het juiste aan de hand van de:

    • de gecontroleerde aangiftegegevens;

    • DTV;

    • de informatie over de ingestelde registratieplicht, (ingetrokken) verbintenissen, vrijstellingen en de heffing met terugwerkende kracht bij instelling van een definitief recht, bij intrekking van een verbintenis, na een tussentijds nieuw onderzoek voor een nieuwe exporteur of bij uitbreiding van ingestelde rechten;

    • AGS (overzichten ► Tarief raadplegen).

  • Heeft u vastgesteld dat onjuist aangifte is gedaan dan vermeldt u in het controlerapport en in de andere vastleggingen van de bevindingen:

    • dat voor de producten een definitief recht is ingesteld dat ten onrechte niet met terugwerkende kracht is geheven;

    • de gegevens van de verordening waarbij de registratieplicht is ingesteld en de datum van ingang van de registratieplicht;

    • de gegevens van de verordening waarbij is vastgesteld dat een definitief recht met terugwerkende kracht geheven moet worden.

  • Als vrijstelling aan de exporteur is verleend of een verbintenis van een exporteur is aanvaard, vermeldt u:

    • dat voor de producten een definitief recht is ingesteld maar niet met terugwerkende kracht geheven hoeft te worden omdat een verbintenis van de exporteur of vrijstelling voor de exporteur van toepassing is;

    • de gegevens van de verordening of het besluit waarbij is vastgesteld dat een verbintenis van de exporteur is aangegaan of vrijstelling aan de exporteur is verleend.

Naar boven

5.8.3 CNI: ten onrechte geen aanvullende zekerheid gesteld voor voorlopig recht

Deze subparagraaf beschrijft:

De aanwijzingen zien op elektronische aangiften en aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte die zijn gedaan voor producten waar een voorlopig recht voor is ingesteld. Voor dat recht moet bij het doen van de aangifte zekerheid worden gesteld. Bij het uitvoeren van de CNI is het voorlopige recht nog van toepassing en is het onderzoek naar invoer met dumping of subsidie nog niet afgerond. Een verordening over inning of geen inning van de voorlopige rechten is nog niet vastgesteld.

Verbintenis

Bij in het vrije verkeer brengen behoeft geen aanvullende zekerheid te worden gesteld als een voorlopig recht niet van toepassing is omdat een verbintenis door de exporteur is aangegaan (die niet is ingetrokken).

Werkzaamheden

Bij het uitvoeren en het afhandelen van de bevindingen bij de CNI volgt u de aanwijzingen en verricht u de werkzaamheden die zijn beschreven in:

  • de controleopdracht van DLTC;

  • andere relevante delen van het Handboek;

  • deze paragraaf.

  • Volg de aanwijzingen en instructies bij controle van de aangiftegegevens die van belang zijn om vast te stellen of:

    • voor producten een voorlopig recht is ingesteld;

    • een verbintenis van toepassing is en het recht niet geldt.

  • Stel vast of een voorlopig recht of een verbintenis van toepassing is en bereken het juiste bedrag van de voorlopige rechten aan de hand van:

    • de gecontroleerde aangiftegegevens;

    • het DTV;

    • de informatie over het ingestelde voorlopige recht en (ingetrokken) verbintenissen;

    • AGS (overzichten ► Tarief raadplegen).

  • Heeft u vastgesteld dat onjuist aangifte is gedaan dan vermeldt u in het controlerapport en in de andere vastleggingen van de bevindingen:

    • dat voor de producten een voorlopig recht is ingesteld waar ten onrechte geen zekerheid voor is gesteld;

    • dat alsnog zekerheid is gesteld voor het voorlopige recht;

    • de gegevens van de verordening waarbij het voorlopige recht is ingesteld en de datum van ingang van het recht.

  • Als een verbintenis is aanvaard, vermeldt u:

    • dat voor de producten een voorlopig recht is ingesteld maar niet van toepassing is omdat een verbintenis is aangegaan;

    • de gegevens van de verordening of het besluit waarbij is vastgesteld dat een verbintenis is aangegaan;

    • de gegevens van de verordening waarbij is vastgesteld dat het voorlopige recht van toepassing omdat een verbintenis is ingetrokken (indien van toepassing).

  • In overleg met het douanekantoor waar de aangiften in DSI of de aanvullende aangiften zijn gedaan, laat u alsnog zekerheid stellen voor het voorlopige recht. U volgt de aanwijzing in de paragraaf "In vrije verkeer brengen van producten waarvoor voorlopig recht is ingesteld".

Naar boven

5.8.4 CNI: ten onrechte inning of geen inning van voorlopige rechten

Deze subparagraaf beschrijft:

De aanwijzingen zien op elektronische aangiften en aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte die zijn gedaan voor producten waar een voorlopig recht voor was ingesteld. Bij het uitvoeren van de CNI was het voorlopige recht beëindigd en het onderzoek naar invoer met dumping of subsidie afgerond. Bij verordening is vastgesteld dat de voorlopige rechten geïnd of niet geïnd moeten worden.

Verbintenis

Een voorlopig recht hoeft niet geïnd te worden als een verbintenis is aangegaan (die niet is ingetrokken).

Werkzaamheden

Bij het uitvoeren en het afhandelen van de bevindingen bij de CNI volgt u de aanwijzingen en verricht u de werkzaamheden die zijn beschreven in:

  • de controleopdracht van Douane Landelijk kantoor Handhaving;

  • andere relevante delen van het Handboek;

  • deze paragraaf.

  • Volg de aanwijzingen en instructies bij controle van de aangiftegegevens die van belang zijn voor het vaststellen of:

    • voor producten een voorlopig recht is ingesteld dat geïnd of niet geïnd moet worden;

    • een verbintenis van toepassing is en het recht niet geldt.

  • Stel vast of een voorlopig recht geïnd / niet geïnd moet worden of een verbintenis van toepassing is en bereken het juiste bedrag van de voorlopige rechten (van te innen voorlopige rechten) aan de hand van aan de hand van:

    • de gecontroleerde aangiftegegevens;

    • het DTV;

    • de informatie over het innen of niet innen van voorlopige rechten en (ingetrokken) verbintenissen;

    • AGS(overzichten ► Tarief raadplegen).

  • Heeft u vastgesteld dat onjuist aangifte is gedaan dan vermeldt u in het controlerapport en in de andere vastleggingen van de bevindingen:

    • dat voor de producten een voorlopig recht is ingesteld dat ten onrechte is geïnd of niet (voor het juiste bedrag) is geïnd;

    • de gegevens van de verordening waarbij is vastgesteld dat het voorlopige recht niet geïnd of geïnd moet worden;

  • Als een verbintenis is aanvaard, vermeldt u:

    • dat voor de producten een voorlopig recht is ingesteld maar niet geïnd hoeft te worden omdat een verbintenis van toepassing is;

    • de gegevens van de verordening of het besluit waarbij is vastgesteld dat een verbintenis is aangegaan;

    • de gegevens van de verordening waarbij is vastgesteld dat het voorlopige recht geïnd moet worden omdat een verbintenis is ingetrokken (indien van toepassing).

Naar boven

5.8.5 CNI: Ten onrechte heffing of geen heffing van definitieve rechten

Deze subparagraaf beschrijft:

De aanwijzingen zien op elektronische aangiften en aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte die zijn gedaan voor producten waar een definitief recht op van toepassing is (was) bij in het vrije verkeer brengen. De rechten moeten geheven worden van producten die in het vrije verkeer zijn gebracht na de inwerkingtreding van de verordening waarbij het recht is ingesteld.

Verbintenis of vrijstelling

Een definitief recht hoeft niet geheven te worden bij in het vrije verkeer brengen als een verbintenis door de exporteur is aangegaan (die niet is ingetrokken) of vrijstelling aan de exporteur is verleend.

Werkzaamheden

Bij het uitvoeren en het afhandelen van de bevindingen bij de CNI volgt u de aanwijzingen en verricht u de werkzaamheden die zijn beschreven in:

  • de controleopdracht van Douane Landelijk kantoor Handhaving;

  • andere relevante delen van het Handboek;

  • deze paragraaf.

  • Volg de aanwijzingen en instructies bij controle van de aangiftegegevens die van belang zijn voor het vaststellen of:

    • voor producten een definitief recht is ingesteld dat geheven moet worden;

    • of een verbintenis of een vrijstelling van toepassing is en het recht niet geldt.

  • Stel vast of een definitief recht is ingesteld, een verbintenis of een vrijstelling van toepassing is en bereken juiste bedrag van de definitieve rechten aan de hand van:

    • de gecontroleerde aangiftegegevens;

    • DTV;

    • de informatie over de instelling van definitieve rechten, (ingetrokken) verbintenissen en vrijstellingen;

    • AGS (overzichten ► Tarief raadplegen).

  • Heeft u vastgesteld dat onjuist aangifte is gedaan dan vermeldt u in het controlerapport en in de andere vastleggingen van de bevindingen:

    • dat voor de producten een definitief recht is ingesteld dat ten onrechte is geheven of niet (voor het juiste bedrag) is geheven;

    • de gegevens van de verordening waarbij het definitieve recht is ingesteld.

  • Als een verbintenis van de exporteur is aanvaard of vrijstelling aan de exporteur is verleend, vermeldt u:

    • dat voor de producten een definitief recht is ingesteld maar niet geheven hoeft te worden omdat een verbintenis van de exporteur of vrijstelling voor de exporteur van toepassing is;

    • de gegevens van de verordening of het besluit waarbij is vastgesteld dat een verbintenis door de exporteur is aangegaan of een vrijstelling aan de exporteur is verleend.

Naar boven

5.9 Inning van rechten anders dan met aangifte vrije verkeer

Als een douaneschuld ontstaat anders dan door een aangifte voor in het vrije verkeer brengen, bijvoorbeeld door niet-zuivering van een aangifte of vermis in entrepot, kunnen er ook antidumpingrechten en/of compenserende rechten verschuldigd zijn of nog verschuldigd worden.

Werkzaamheden

Bij het vaststellen van het bedrag van de douaneschuld anders dan bij een aangifte voor in het vrije verkeer brengen, volgt u de aanwijzingen en verricht de werkzaamheden die zijn beschreven in:

  • Ontstaan van een douaneschuld van dit Handboek;

  • deze paragraaf.

Handel bij het ontstaan van een douaneschuld als volgt

  1. Controleer of het een product betreft waarvoor op het tijdstip dat de verschuldigdheid is ontstaan:

    • een registratieverplichting van toepassing was en:

    • een definitief rechtmet terugwerkende kracht geheven moet worden; of

    • een onderzoek naar invoer met dumping of subsidie nog niet is afgerond en een verordening over de heffing van een definitief rechtmet terugwerkende kracht nog niet is vastgesteld.

    • een voorlopig recht van toepassing was:

    • dat geïnd moet worden; of

    • een onderzoek naar invoer met dumping of subsidie nog niet is afgerond en een verordening over de inning van de voorlopige rechten nog niet is vastgesteld.

    • een definitief recht van toepassing was.

    • de (door schatting) vastgestelde gegevens van het product, producent/exporteur, land van uitvoer en importeur;

    • het DTV;

    • de informatie over registratieverplichting, voorlopige rechten, te innen voorlopige rechten en definitieve rechten;

    • AGS (overzichten ► Tarief raadplegen).

    • van het bedrag van de rechten;

    • of een verbintenis van toepassing is en het recht niet geldt;

    • of een vrijstelling van toepassing is en het recht niet geldt.

    • nog een definitief rechtmet terugwerkende kracht ingesteld kan worden; of

    • nog een verordening wordt vastgesteld met een besluit over de inning van de voorlopige rechten.

  2. Bereken, na contact met de beoogde schuldenaar, het bedrag aan rechten dat verschuldigd is of nog kan worden aan de hand van:

  3. Volg de aanwijzingen en instructies bij controle van de gegevens die van belang zijn voor het vaststellen:

  4. Deel de schuldenaar mee dat het bedrag van de ontstane douaneschuld op een later tijdstip wordt vastgesteld als:

    • op het moment van aangifte een registratieplicht is in gesteld en nog geen beslissing over de inning van het recht in die periode is genomen;

    • op het moment van aangifte een voorlopig recht is ingesteld en nog geen defintief recht is vastgesteld.

Naar boven

5.10 Passieve veredeling

Voorlopige en definitieve rechten zijn ook van toepassing op producten die na passieve veredeling in een derde land worden wederingevoerd in de Europese Unie. Dit betreft producten die zijn verkregen door bewerking (met inbegrip van het monteren, het assembleren en het aanpassen ervan aan andere goederen) of de verwerking van communautaire goederen die tijdelijk zijn uitgevoerd uit de Europese Unie. De maatregelen zijn van toepassing als:

  • door de bewerking of verwerking het derde land waar die handelingen hebben plaatsgevonden:

    1. het land van oorsprong is geworden voor de verkregen producten; en

    2. voor die producten van oorsprong uit dat land een recht is ingesteld;

  • voor de verkregen producten een recht is ingesteld dat van toepassing is als ze zijn verzonden uit het derde land waar de bewerking of verwerking heeft plaatsgevonden.

Bij het vaststellen van het bedrag van de voorlopige of definitieve rechten wordt:

  • de waarde of de hoeveelheid van de uitgevoerde communautaire goederen begrepen in de maatstaf van heffing;

  • rekening gehouden met de bepalingen in het DWU, GVO en UVo.DWU over berekening van de rechten bij invoer bij passieve veredeling. Dit houdt in dat er geen gehele of gedeeltelijk vrijstelling van de voorlopige of definitieve rechten wordt verleend bij invoer.

Naar boven

5.11 Terugbetaling en kwijtschelding van rechten

De bepalingen in het CDW (Titel VII Douaneschuld, hoofdstuk 5 Terugbetaling en kwijtschelding van rechten) en de TVo. CDW (Deel IV Douaneschuld, Titel IV Terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer of de rechten bij uitvoer) over terugbetaling en kwijtschelding gelden ook voor betaalde of te betalen voorlopige of definitieve rechten. Een toelichting op die bepalingen en een beschrijving van de procedure en werkzaamheden vindt u in het onderdeel 31.00.00, Terugbetaling van dit Handboek.

Bevoegdheid tot terugbetaling tot 1 augustus 2008

Heeft de terugbetaling of kwijtschelding betrekking op producten die met een invoeraangifte of op een onregelmatige manier in het vrije verkeer zijn gebracht vóór 1 augustus 2008 dan is de mandaatregeling nog van toepassing. In dat geval maakt u de beschikking tot terugbetaling of kwijtschelding op namens de Minister van Economische Zaken of de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Verzoek om terugbetaling invoer zonder (of met minder) dumping of subsidie

Een verzoek om terugbetaling op grond van artikel 11, Verordening (EG) nr. 1225/2009 of artikel 21, Verordening (EG) nr. 597/2009 moet zijn ingediend binnen 6 maanden:

  • na de datum van opmaak van de mededeling verschuldigdheid voor een definitief recht bij een elektronische aangifte;

  • nadat een UTB is verzonden voor een te innen bedrag aan voorlopige rechten of definitieve rechten (met terugwerkende kracht).

De importeur moet het verzoek indienen bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Als hij het verzoek bij het douanekantoor van boeking wordt ingediend, beoordeelt het kantoor of de betreffende aangiften, de daarop betrekking hebbende facturen, formulieren DV 1, mededelingen verschuldigdheid en UTB's bij het verzoek zijn gevoegd. Direct na ontvangst van het verzoek en zonodig aanvulling van het verzoek door belanghebbende, zendt het douanekantoor het verzoek voor verdere behandeling onverwijld naar het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Postbus 20201, 2500 EC Den Haag.

Naar boven

5.12 Bezwaar en beroep

Voordat de inspecteur beslist op een bezwaarschrift of een beroepschrift inzendt, vraagt hij in een aantal specifieke gevallen advies aan het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie omdat dit ministerie verantwoordelijk is voor het totstandkomen van antidumping- en antisubsidiemaatregelen. Over het vragen en geven van advies zijn werkafspraken gemaakt tussen de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de Staatssecretaris van Financiën. Deze afspraken zijn opgenomen in bijlage 2 van dit onderdeel van dit Handboek. In de afspraken is vastgelegd in welke gevallen de inspecteur advies moet vragen.

Bevoegdheid tot behandelen bezwaar en beroep tot 1 augustus 2008

Heeft het bezwaar of beroep betrekking op producten die met een invoeraangifte of op een onregelmatige manier in het vrije verkeer zijn gebracht vóór 1 augustus 2008 dan is de mandaatregeling nog van toepassing. In dat geval beslist de inspecteur op het bezwaar en voert verweer tegen het ingestelde beroep namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Over het beslissen op bezwaarschriften en het voeren van vervoer door de inspecteur op grond van de mandaatregeling zijn werkafspraken gemaakt tussen de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Financiën. Deze afspraken zijn opgenomen in bijlage 3 van dit onderdeel van dit Handboek.

Naar boven

5.13 Verstrekken van invoergegevens aan de Commissie

Maandelijks te verstrekken gegevens

De lidstaten moeten de Commissie maandelijks gegevens verstrekken over de invoer van producten waarvoor:

  • een onderzoek naar invoer met dumping of invoer met subsidie is ingesteld;

  • antidumpingmaatregelen of antisubsidiemaatregelen zijn ingesteld.

De plicht tot informatieverstrekking is opgenomen in het informatiecontract Douane en ziet op producten:

Soort maatregel

Code maatregel

Waarvoor een voorlopige antidumpingrecht is ingesteld

551

Waarvoor een definitief antidumpingrecht is ingesteld

552

Waarvoor een voorlopig compenserend recht is ingesteld

553

Waarvoor een definitief compenserend recht is ingesteld

554

Waarvoor vrijstelling door de importeur is aangevraagd

555

Waarvoor een onderzoek is ingeleid

561

Waarvoor de antidumpingrechten zijn geschorst

562

Waarvoor een registratieplicht is ingesteld

564

Die van oorsprong zijn uit andere landen dan waarvoor het recht is ingesteld

566

De te verstrekken aangiftegegevens zijn:

  • aanvaardingsdatum;

  • Taric-code;

  • aanvullend Taric-code;

  • code maatregel;

  • code van het land van oorsprong of land verzonden uit;

  • nettogewicht;

  • bijzondere maatstaf;

  • statistische waarde;

  • bedrag van de voorlopige of definitieve rechten.

De gegevens over het productiecertificaat behoeven vooralsnog niet te worden verstrekt.
(artikel 14, lid 6 Verordening (EG) nr. 1225/2009 en artikel 24, lid 6, Verordening (EG) nr. 597/2009)

Invoergegevens aangiften elektronische aangiften

Het Landelijk Team Maatregelen van B/Centrale Administratie verzamelt de invoergegevens van de elektronische aangiften

Invoergegevens aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte

De douanekantoren van de Douane waar de aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte wordt gedaan, moeten de invoergegevens verzamelen van producten die met toepassing van de domiciliëringsprocedure in het vrije verkeer zijn gebracht.

U verricht de werkzaamheden na ontvangst van de aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte.

Handel bij een aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte als volgt:

  1. Stel vast of producten in het vrije verkeer zijn gebracht waarvan de Douane gegevens moet verstrekken aan de Commissie. Doe dat aan de hand van:

    • de gegevens in de aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte (met gebruik van GPA - applicatie) of de schriftelijke aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte;

    • de informatie over de te verstrekken gegevens;

    • DTV.

  2. Registreer de gegevens van de producten per aangifteregel in de applicatie Antidumpingheffing. Raadpleeg voor de te registreren gegevens de Handleiding ADH.
    Volg de aanwijzingen en instructies bij controle van bepaalde te registreren gegevens.

Gegevens naar Commissie

Het Landelijk Team Maatregelen van B/Centrale Administratie zorgt ervoor dat de benodigde gegevens naar de Commissie worden gestuurd.
Aan de hand van de door de lidstaten verzamelde gegevens evalueert en beoordeelt de Commissie de effecten van de ingestelde maatregelen en de reacties van de markt op het instellen van onderzoeken.

Gebruik gegevens door de RBO

DLTC gebruikt de verzamelde gegevens voor het vaststellen van risico-analyses en eventuele daaruit voortvloeiende controleopdrachten. Het is daarom van belang dat u de gegevens juist en volledig verzamelt.

Naar boven

5.14 Controleaanwijzingen

In de volgende subparagrafen vindt u aanwijzingen en instructies voor het controleren van:

Deze gegevens zijn vastgesteld in een instellingsverordening en verwerkt in DSI en het Gebruikstarief. Ze zijn van belang bij:

  • in het vrije verkeer brengen van een product waarvoor een registratieplicht, een voorlopig recht of een definitief recht is ingesteld;

  • het vaststellen of een verbintenis van de exporteur of een vrijstelling voor de exporteur van toepassing is;

  • bij het innen van voorlopige rechten voor producten die in het vrije verkeer zijn gebracht;

  • bij het innen van definitieve rechten met terugwerkende kracht voor producten die in het vrije verkeer zijn gebracht;

  • een controle na invoer van producten die met een aangifte in het vrije verkeer zijn gebracht;

  • het vaststellen van een douaneschuld anders dan bij een aangifte voor in het vrije verkeer brengen;

  • het beoordelen van een verzoek om terugbetaling van voorlopige of definitieve rechten;

  • het behandelen van bezwaar en beroep.

Gegevens in aangifte vrije verkeer

In de aangifte tot het in het vrije brengen van een product waarvoor een registratieplicht of een voorlopig of een definitief recht is ingesteld, moet de aangever de gegevens vermelden of bescheiden bijvoegen die nodig zijn voor de registratie of de vaststelling van het bedrag van het recht. Dit kunnen andere gegevens en andere bescheiden zijn dan nodig voor de douanerechten.

Mogelijke ontwijking van maatregelen

Bij verificatie van een elektronische aangifte of controle van een aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte constateert u dat er mogelijk sprake is van ontduiking (ontwijking) van ingestelde voorlopige of definitieve rechten of een ingestelde registratieplicht. U maakt daarvan rapport op en stuurt dat met afschriften van de aangiften, overgelegde bescheiden en andere relevante informatiebronnen naar het Douane informatiecentrum. In het rapport beschrijft u wat de aanleiding is om te vermoeden dat er mogelijk sprake is van ontduiking.

Het DIC zendt het rapport en de bijgevoegde bescheiden naar de Commissie. Die kan dan besluiten een onderzoek in te stellen naar het ontwijken van ingestelde maatregelen.

Naar boven

5.15 Controle goederenomschrijving, GN-code en Taric-code

Ingestelde antidumping- en antisubsidiemaatregelen zijn maatregelen van de Unie die worden verwerkt in het geïntegreerde douanetarief (Taric) van de Europese Unie.(art. 56 DWU). Producten waarop die maatregelen van toepassing zijn, worden ingedeeld onder een 10 cijferige Taric-code (de 8 cijfers van de GN plus 2 cijfers voor de onderverdeling in Taric). De Taric-code kan in bepaalde gevallen verder zijn onderverdeeld met een aanvullende Taric-code van vier tekens. Taric is opgenomen in DTV.

De omschrijving van het product of de producten waarop een maatregel van toepassing is, de GN-code en 10 cijferige Taric-code waaronder het producten of de producten zijn ingedeeld en eventuele aanvullende Taric-codes zijn vastgesteld in een instellingsverordening.

Let op!

AGS berekent het bedrag van de verschuldigde rechten op basis van de tariefgerelateerde gegevens van de aangifte. De indeling van goederen in het douanetarief is bepalend voor de toepassing van ingestelde rechten en andere maatregelen bij invoer in de Unie (art. 56 DWU) . Bij verschillen tussen de goederenomschrijving in Taric en de omschrijving van een product in de verordening waarbij de maatregel is ingesteld is de omschrijving in deze verordening bepalend voor de toepassing van ingestelde rechten en andere maatregelen. Het is dus van groot belang dat de goederenomschrijving en de goederencode in een aangifte juist zijn.

Handelingen bij verificatie/controle

U controleert of de goederenomschrijving en de goederencode juist is aangegeven. Laat alsnog een fysieke controle instellen als u bij verificatie van een in AGS oranje geselecteerde aangifte aan de hand van bescheiden:

  • vaststelt dat de aangegeven goederenomschrijving en/of goederencode (waarschijnlijk) niet juist is; of

  • ernstig gaat twijfelen aan de juistheid van de goederenomschrijving en/of goederencode.

Laat een controle na invoer bij de klant instellen als producten niet fysiek zijn gecontroleerd en u bij controle van een aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte:

  • vaststelt dat de aangegeven goederenomschrijving en/of goederencode (waarschijnlijk) niet juist zijn; of

  • ernstig gaat twijfelen aan de juistheid van de goederenomschrijving en/of goederencode

Bij die controle laat u de producten fysiek controleren als de aangever ze nog kan tonen en/of u laat aan de hand van de administratie controleren wat de juiste goederencode is.
(artikel 20 CDW, lid 1, 2 en 3)

Naar boven

5.16 Controle aanvullende Taric-code

De 10 cijferige Taric-code kan in een instellingsverordening verder zijn onderverdeeld met aanvullende Taric-codes. Dat kan een aanvullende code zijn voor producten:

  • van met name genoemde ondernemingen;

  • van niet met name genoemde ondernemingen;

  • die bestemd zijn voor importeurs aan wie vrijstelling is verleend of die vrijstelling hebben aangevraagd.

Aanvullende Taric-codes zijn verwerkt in AGS en DTV.

Wanneer geen aanvullende Taric-code

De 10-cijferige Taric-code wordt niet verder onderverdeeld als voor producten uit het land van uitvoer maar één bedrag (tarief) aan rechten (een residueel recht) of een registratieplicht is ingesteld en geen vrijstelling aan de exporteur is verleend of verbintenis van de exporteur is aanvaard.

Naar boven

5.16.1 Aanvullende Taric-code met name genoemde ondernemingen

De 10 cijferige Taric-code is verder onderverdeeld met een aanvullende Taric-code van 4 tekens voor producten die zijn geproduceerd of vervaardigd door met name genoemde ondernemingen in het land van uitvoer waarvoor:

  • een registratieplicht is ingesteld;

  • de registratieplicht niet geldt omdat vrijstelling is aan de exporteur verleend (bij onderzoek naar ontduiking van een ingestelde recht);

  • een individueel bedrag (tarief) aan recht is ingesteld;

  • een gemiddeld bedrag (tarief) aan recht is ingesteld;

  • het ingestelde recht niet geldt omdat een verbintenis van de exporteuris aanvaard;

  • het ingestelde recht niet geldt omdat vrijstelling aan de exporteur is verleend;

  • vrijstelling van het ingestelde recht is aangevraagd en de betaling is opgeschort.

Voor het gebruik van een aanvullende Taric-code voor een met name genoemde onderneming gelden bepaalde voorwaarden.

Opmerking

Het komt voor dat de aanvullende Taric-code geldt voor een met name genoemde exporteur die de goederen heeft verkocht voor uitvoer naar de Europese Unie namens een met name genoemde producent. Dat moet dan blijken uit de instellingsverordening ,en DTV.

Voorwaarden gebruik aanvullende code bij verbintenis van de exporteur of vrijstelling voor de exporteur

Bij een aangifte met een aanvullende Taric-code voor een onderneming waarvan een verbintenis van de exporteur is aanvaard, waaraan vrijstelling van de registratieplicht of een ingesteld recht is verleend aan de exporteur of waarvoor vrijstelling van het ingestelde recht door de exporteur is aangevraagd, geldt vrijwel altijd als voorwaarde dat die producent zijn producten zelf exporteert en rechtstreeks verkoopt aan een onafhankelijke importeur in de Europese Unie. In de instellingsverordening staat dan één van de volgende clausules:

  • geproduceerd/vervaardigd en uitgevoerd naar de Europese Unie door;

  • geproduceerd/vervaardigd en rechtstreeks uitgevoerd naar de Europese Unie door;

  • geproduceerd/vervaardigd en voor uitvoer naar de Europese Unie verkocht door;

  • geproduceerd/vervaardigd, uitgevoerd en rechtstreeks gefactureerd aan afnemers in de Europese Unie door.

Om aan te tonen dat aan deze voorwaarden is voldaan kan de verordening een factuur eisen met een specifieke verklaring of een verklaring eisen volgens een specifiek model. Zie hiervoor de informatie bij de aanvullende Taric-code in het DTV of de instellingsverordening. De verklaring op de factuur of het specifieke model moet zijn:

  1. opgesteld door de onderneming die is genoemd bij de aanvullende Taric-code; en

  2. ondertekend door een werknemer van die onderneming.

Let op!

Ingeval niet aan deze voorwaarden is voldaan, vervalt de vrijstelling en is het antidumping- of compenserend recht van toepassing. In de instellingsverordeningen is alleen de inhoud van de gegevens van de verbintenisfactuur voorgeschreven, niet de vorm. De gegevens mogen op traditionele of ambachtelijke wijze zijn vermeld, maar mogen ook op een moderne of geautomatiseerde wijze zijn aangebracht. De handtekening kan zijn gezet met een pen, stempel of een computer. Bij twijfel moet een nader onderzoek worden ingesteld.

Voorwaarden gebruik aanvullende code in overige gevallen

Bij een aangifte met een aanvullende Taric-code voor een met name genoemde onderneming waarvoor een registratieplicht geldt of waarop een een individueel of gemiddeld bedrag aan recht van toepassing is, moet de aangever een factuur overleggen waaruit blijkt dat de producten:

  1. door de bij de aanvullende Taric-code genoemde onderneming zijn geproduceerd of vervaardigd; en

  2. wanneer dit in de instellingsverordening is vastgesteld door die onderneming rechtstreeks of aan een tussenhandelaar zijn verkocht voor uitvoer naar de Europese Unie.

Als een individueel bedrag aan recht van toepassing is, moet de factuur soms zijn voorzien van een ondertekende specifieke verklaring over de producent en uitvoer naar de Europese Unie. Zie hiervoor de informatie bij de aanvullende Taric-code in het DTV of de instellingsverordening

De factuur mag zijn opgesteld door de onderneming die is genoemd bij de aanvullende Taric-code of een tussenhandelaar (ook als de factuur moet zijn voorzien van een specifieke verklaring).

Handelingen bij verificatie/controle aanvullende code

Er is een aanvullende Taric-code voorgeschreven voor de met naam genoemde onderneming. U controleert of is voldaan aan de voorwaarden voor het gebruik van die code.

U laat de aangever een factuur of eventueel ander handelsbescheid overleggen. Twijfel bestaat als de factuur of het bescheid:

  • niet is opgesteld door de onderneming in het land van oorsprong die is genoemd bij de aanvullende Taric-code;

  • niet voorzien is van een voorgeschreven verklaring, niet voldoet aan de gestelde eisen of waaruit niet blijkt dat de producten zijn verkocht voor uitvoer naar de Europese Unie;

  • wel voorzien is van een verklaring maar naar aanleiding van andere informatie, gegevens, bescheiden (bijvoorbeeld bill of lading, factuur, bewijs van levering producent), en/of fysieke kenmerken (bijvoorbeeld identificatiekenmerk, verpakkingkenmerk) de verklaring als onjuist moet worden aangemerkt.

Let op!

De factuur en de verklaring moeten voldoen aan de de eisen die in de bijlage bij de betreffende verordening zijn gesteld. Als de verklaring niet exact dezelfde bewoording als in de verordening is voorgeschreven bevat, maar wel de essentiële elementen daarvan, kan deze worden geaccepteerd. Een verklaring waarbij de naam en de functie van de ondertekenaar ontbreekt, kan niet worden geaccepteerd. Verbintenisfacturen en/of verbinteniscertificaten mogen “ingescand” worden aangeboden. De originelen moeten in de bedrijfsadministratie worden opgenomen. Bij twijfel moeten het originele verbinteniscertificaat en de originele verbintenisfactuur bij de Douane worden overgelegd. Verbintenisfacturen en/of verbinteniscertificaten mogen niet achteraf worden afgegeven, zij moeten de goederen vergezellen naar de Europese Unie. In het kader van de onvolledige aangifte kan de verbintenisfactuur en/of het verbinteniscertificaat wel worden overgelegd na het tijdstip van het indienen van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer.

Als in de verordening geen eisen zijn vastgesteld ten aanzien van te overleggen facturen of andere handelsbescheiden, kan de aangever ook met een verklaring van een officiële (overheids)instantie aantonen wie de producent is die de producten heeft verkocht voor uitvoer naar de Europese Unie. Een officiële overheidsinstantie kan bijvoorbeeld de Douane of een Kamer van Koophandel zijn in het land van oorsprong.

Niet voldoen aan voorwaarden aanvullende Taric-code

Kan de aangever niet aantonen dat voldaan is aan de voorwaarden voor gebruik van een in deze subparagraaf bedoelde aanvullende Taric-code dan is:

  • het residuele bedrag (tarief) aan rechten van toepassing dat geldt voor de producten van niet met name genoemde ondernemingen in het land van uitvoer; of

  • de registratieplicht van toepassing voor producten uit het land van uitvoer (als niet is voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling van de registratieplicht).

Naar boven

5.16.2 Aanvullende Taric-code niet met name genoemde ondernemingen

De 10 cijferige Taric-code is verder onderverdeeld met een aanvullende Taric-code van 4 tekens voor producten van niet met name genoemde ondernemingen in het land van uitvoer waarvoor:

  • een residueel bedrag of bedragen aan recht is/zijn ingesteld; of

  • een registratieplicht is ingesteld.

Als meerdere residuele bedragen (tarieven) aan rechten zijn ingesteld, is voor elk bedrag een aanvullende Taric-code vastgesteld.

Voorbeeld
Er is een definitief antidumpingrecht ingesteld voor aangewezen producten van oorsprong uit land X, er zijn twee aanvullende Taric-codes mogelijk:

  1. Een aanvullende code voor niet met name genoemde ondernemingen die voldoen aan in de instellingsverordening genoemde voorwaarden. Voor deze ondernemingen is een bedrag (tarief) aan rechten van toepassing dat gelijk is aan het verschil tussen een minimuminvoerprijs en de nettoprijs franco grens van de Europese Unie als deze prijs lager is dan de minimuminvoerprijs. Is de nettoprijs gelijk aan of hoger dan de minimuminvoerprijs dan is het bedrag nihil;

Voorwaarden gebruik aanvullende code

De voorwaarden voor gebruik van een bij punt a. in deze subparagraaf bedoelde aanvullende Taric-code zijn verwerkt in het Gebruikstarief. Raadpleeg de betreffende instellingsverordening voor meer uitgebreide informatie.

Voorbeeld voorwaarden
De aangever moet een factuur overleggen die is opgesteld door een exporteur in het land van oorsprong en rechtstreeks is gericht aan een niet-verbonden afnemer in de Europese Unie.

Handelingen bij verificatie/controle aanvullende code

Er is een aanvullende Taric-code aangegeven voor producten van een niet met name genoemde onderneming bedoeld bij punt a. in deze subparagraaf. U controleert of is voldaan aan de voorwaarden voor gebruik van die code.

U laat de aangever een factuur overleggen die wel voldoet aan de gestelde voorwaarden als u een factuur aantreft die:

  • niet is opgesteld door een exporteur in het land van uitvoer;

  • aanleiding geeft om te twijfelen aan:

    • het rechtmatige gebruik van de aangegeven aanvullende Taric-code;

    • de naam en de plaats van vestiging van een exporteur;

    • de verkoop voor uitvoer naar de Europese Unie.

Niet voldoen aan voorwaarden aanvullende Taric-code

De aangever kan niet aantonen dat voldaan is aan de voorwaarden voor gebruik van een bij punt a. in deze subparagraaf bedoelde aanvullende Taric-code. In dat geval is het andere residuele bedrag (tarief) aan recht van toepassing dat geldt voor de producten van niet met name genoemde ondernemingen in het land van uitvoer.

Naar boven

5.16.3 Aanvullende Taric-code importeurs met vrijstelling

De 10 cijferige Taric-code is verder onderverdeeld met een aanvullende Taric-code van 4 tekens voor producten die bestemd zijn voor importeurs in de Europese Unie aan wie:

  • vrijstelling is verleend van de registratieplicht bij onderzoek naar ontduiking van een definitief recht door assemblage in de Europese Unie; of

  • vrijstelling is verleend of die vrijstelling hebben aangevraagd van een uitgebreid definitief recht dat is ingesteld wegens ontduiking door assemblage in de Europese Unie.

Voorwaarden gebruik aanvullende code

Een in deze subparagraaf bedoelde aanvullende Taric-code is alleen van toepassing als de aangifte voor in het vrije verkeer brengen voldoet aan de voorwaarden die in de instellingsverordening zijn vastgesteld. Die voorwaarden zijn verwerkt in het Gebruikstarief. Raadpleeg de betreffende instellingsverordening voor meer uitgebreide informatie.

Rijwielonderdelen uit China
Bijlage I behandelt de vrijstelling voor importeurs van het uitgebreide antidumpingrecht dat is ingesteld op de invoer van rijwielenonderdelen van oorsprong uit China.

Handelingen bij verificatie/controle aanvullende code

Er is een aanvullende Taric-code aangegeven voor producten die bestemd zijn voor een importeur waaraan vrijstelling is verleend of die vrijstelling heeft aangevraagd. U controleert of is voldaan aan de voorwaarden voor gebruik van die code.

U laat de aangever met andere handelsbescheiden aantonen dat de importeur voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van het ingestelde recht of de ingestelde registratieplicht als u een factuur of ander vereist bescheid aantreft:

  • waaruit niet blijkt dat de producten zijn bestemd voor een importeur waaraan vrijstelling is verleend of een importeur die vrijstelling heeft aangevraagd;

  • die of dat aanleiding geeft om te twijfelen aan:

    • het rechtmatige gebruik van de aangegeven aanvullende Taric-code;

    • de naam en de plaats van vestiging van een producent.

Niet voldoen aan voorwaarden aanvullende Taric-code

Kan de aangever niet aantonen dat voldaan is aan de voorwaarden voor gebruik van een in deze subparagraaf bedoelde aanvullende Taric-code dan is:

  • het residuele recht van toepassing dat geldt voor de producten van niet met name genoemde ondernemingen in het land van uitvoer; of

  • de registratieplicht van toepassing voor producten uit het land van uitvoer (als niet is voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling van de registratieplicht).

Naar boven

5.17 Controle land van uitvoer

Wat is het land van uitvoer?

Het land van uitvoer van een product waarvoor:

  1. (voorlopige) antidumpingrechten zijn ingesteld is:

    • het land van oorsprong;

    • het land van verzending ongeacht de oorsprong van het product bij uitbreiding van de rechten wegens ontduiking.

  2. (voorlopige) compenserende rechten zijn ingesteld is:

    1. het land van oorsprong als de overheid van dat land de subsidie heeft verleend;

    2. het land van verzending als dat niet het land van oorsprong is en de overheid van het land van verzending de subsidie heeft verleendhet land van oorsprong als de overheid van dat land de subsidie heeft verleend;

    3. het land van verzending ongeacht de oorsprong van het product bij uitbreiding van de rechten wegens ontduiking.

  3. een registratieplicht is ingesteld is:

    • het land van oorsprong;

    • het land van verzending ongeacht de oorsprong van het product bij onderzoek naar ontduiking.

Land van oorsprong

Het land van oorsprong is het land waar de producten zijn geproduceerd of vervaardigd. Voor het vaststellen van het land van oorsprong gelden de niet-preferentiële oorsprongsbepalingen.

Land van verzending

Volgens de toelichting bij vak 15 van het Enig Document is het land van verzending/uitvoer: het land van waaruit de goederen oorspronkelijk naar de invoerende lidstaat werden verzonden, zonder oponthoud of niet aan het vervoer inherente juridische handeling in een tussenliggend land. Indien een dergelijk oponthoud of een dergelijke handeling heeft plaatsgevonden, wordt het laatste tussenliggende land als land van verzending/uitvoer beschouwd. Het land moet zijn aangegeven met de betreffende code.

Als een (voorlopig) recht of registratieplicht is ingesteld voor een land van verzending geldt het recht of de registratieplicht ongeacht de oorsprong van het product. Het recht of de plicht geldt dus ook voor producten die niet in het land van verzending zijn geproduceerd of vervaardigd.

Handelingen bij verificatie/controle

U controleert of het juiste land van oorsprong of juiste land van verzending in de aangifte is vermeld.

U laat het land van oorsprong aantonen als u bij verificatie van een elektronische aangifte of bij controle van een aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte:

  • vaststelt dat het aangegeven land van oorsprong (waarschijnlijk) niet juist is; of

  • de verificatie of controle aanleiding geeft tot twijfel over de juistheid van het land van oorsprong.

U kunt u een onderzoek laten instellen naar de juistheid van een overgelegd bewijs van oorsprong door het Douanekantoor Nijmegen/Afdeling Oorsprongzaken.

U laat het land van oorsprong aantonen met een certificaat van oorsprong als u bij verificatie van een elektronische aangifte of bij controle van een aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte:

  • vaststelt dat het aangegeven land van oorsprong (waarschijnlijk) niet juist is; of

  • ernstig twijfelt aan de juistheid van het aangegeven land van oorsprong.

U laat het land van verzending aantonen met handelsbescheiden. als u bij verificatie van een elektronische aangifte of bij controle van een aangifte door inschrijving in de administratie met bijbehorende aanvullende aangifte:

  • vaststelt dat het aangegeven land van verzending herkomst (waarschijnlijk) niet juist is; of

  • ernstig twijfelt aan de juistheid van het aangegeven land van herkomst.

U laat een controle na invoer instellen bij de importeur als:

  • de aangever niet met bescheiden kan aantonen dat in de aangifte het land van herkomst juist is aangegeven; en

er voor het juiste land van herkomst een antidumpingmaatregel of antisubsidiemaatregel van toepassing is.

Let op!

Voor producten van herkomst uit het vrije verkeer van Turkije, maar van oorsprong uit een ander land dan Turkije, blijven antidumpingrechten en compenserende rechten van toepassing, indien voor het desbetreffende product van oorsprong uit dat derde land, bij rechtstreekse invoer in de EU een antidumpingrecht of een compenserend recht van toepassing is. Deze handelspolitieke maatregelen worden gehandhaafd totdat ook Turkije deze rechten bij invoer oplegt.

Naar boven

5.18 Controle maatstaf van heffing

De verordening waarbij een voorlopig of definitief recht is ingesteld, stelt vast wat de maatstaf van heffing is of de maatstaven van heffing zijn voor de toepassing van die verordening. Er zijn verschillende maatstaven van heffing van heffing mogelijk. De instellingsverordening stelt ook het tarief van de rechten vast dat bij een maatstaf hoort. Dat kan een individueel, gemiddeld of residueel tarief zijn.

DTV geeft aan wat de maatstaf en het tarief zijn bij de Taric-code(s) of de aanvullende Taric-code(s).

Waar moet de nettoprijs franco grens Europese Unie aan voldoen

De uitgangspunten waar de nettoprijs franco grens van de Europese Unie, niet ingeklaard (of de douanewaarde als die overeenkomt met de nettoprijs) aan moet voldoen, zijn vastgesteld in de Verordening antidumpingmaatregelen.

De Commissie hanteert deze uitgangspunten ook bij een onderzoek naar invoer met dumping of subsidie en het vaststellen van de hoogte van het tarief van in te stellen rechten.

De volgende subparagrafen geven aanwijzingen voor de controle van de nettoprijs franco grens van de Europese Unie, niet ingeklaard als die prijs:

  1. de maatstaf van heffing is;

  2. de maatstaf van heffing is in combinatie met een minimuminvoerprijs;

  3. (vermoedelijk) niet juist is aangegeven.

.

Douanewaarde is gelijk of niet gelijk aan nettoprijs

De nettoprijs franco grens van de Europese Unie, niet ingeklaard is gelijk aan de douanewaarde (zie ook het onderdeel 9.00.00, Douanewaarde) als:

  1. die waarde ook is gebaseerd op de transactie die gebruikt kan worden voor het vaststellen van de nettoprijs als maatstaf van heffing of als onderdeel van de maatstaf van heffing; en

  2. de douanewaarde dezelfde elementen omvat als de netto prijs.

Er ontstaan verschillen tussen de douanewaarde en de nettoprijs franco grens van de Europese Unie, niet ingeklaard als:

  • voor de vaststelling van de douanewaarde een andere verkoop voor uitvoer wordt gehanteerd; of

  • andere bepalingen gelden voor het vaststellen van de douanewaarde bij verbondenheid tussen de producent/exporteur en de importeur in de Europese Unie.

Vermelden nettoprijs in aangifte

Als de nettoprijs franco grens van de Europese Unie, niet ingeklaard niet gelijk is aan de douanewaarde moet de aangever in de (aanvullende) aangifte:

  • de douanewaarde aangeven voor het berekenen van het douanerecht; en

  • de nettoprijs aangeven als die prijs de maatstaf is of een onderdeel van de maatstaf voor het berekenen van het antidumpingrecht en/of compenserend recht.

Naar boven

5.18.1 Controle maatstaf is nettoprijs

De maatstaf van heffing is de nettoprijs franco grens van de Europese Unie, niet ingeklaard. Er zijn drie mogelijkheden. Het betreft een ingesteld voorlopig of definitief recht dat van toepassing is op producten die zijn:

  1. geproduceerd of vervaardigd door een met name genoemde onderneming in het land van oorsprong;

  2. geproduceerd of vervaardigd door een niet met name genoemde onderneming in het land van oorsprong; of

  3. verzonden uit een bepaald land, ongeacht de oorsprong van de producten.

a. Nettoprijs met name genoemde ondernemingen land van oorsprong

Volgens de aangegeven aanvullende Taric-code zijn de producten geproduceerd of vervaardigd door een met name genoemde onderneming in het land van oorsprong. Er is een individueel of gemiddeld tarief van toepassing.

U controleert aan de hand van de factuur, een ander vereist bescheid, de DV1 en andere bescheiden die u kunt opvragen of de aangegeven nettoprijs (of de douanewaarde):

  1. is gebaseerd op verkoop van het product vanuit het land van oorsprong voor uitvoer naar de Europese Unie (de afnemer is een onafhankelijke importeur in de Europese Unie); en

  2. gelijk is aan de uitvoerprijs die is betaald aan de met name genoemde onderneming die het product heeft vervaardigd of geproduceerd met inbegrip van de kosten van vervoer, verzekering, lossen, (over)laden en opslag tot het douanegebied van de Europese Unie.

Zijn de producten niet rechtstreeks door de producent verkocht aan een onafhankelijke importeur in de Europese Unie maar via een tussenhandelaar dan is de nettoprijs gelijk aan:

  • de prijs die door de tussenhandelaar is betaald aan de producent in het land van oorsprong plus;

  • de kosten van vervoer, verzekering, lossen, (over)laden en opslag tot het douanegebied van de Europese Unie.

De aangever moet in dit geval wel kunnen aantonen dat:

  1. de met name genoemde producent de producten aan de betreffende tussenhandelaar heeft verkocht voor uitvoer naar de Europese Unie; en

  2. de nettoprijs volgens de factuur van de tussenhandelaar aan de importeur niet lager is dan bij rechtstreekse uitvoer door de producent.

U stelt een controle na invoer in als de nettoprijs (vermoedelijk) niet juist is aangeven.

b. Nettoprijs niet met name genoemde ondernemingen land van oorsprong

Volgens de aangegeven Taric-code of de aanvullendeTaric-code zijn de producten geproduceerd of vervaardigd door een niet met name genoemde onderneming in het land van oorsprong. Er is een residueel tarief van toepassing.

U controleert aan de hand van de factuur, de DV1 en andere bescheiden die u kunt opvragen (zie ook het onderdeel 9.00.00, Douanewaarde) of de aangegeven nettoprijs (of de douanewaarde):

  1. is gebaseerd op verkoop van het product vanuit het land van oorsprong voor uitvoer naar de Europese Unie (de afnemer is een onafhankelijke importeur in de Europese Unie); en

  2. gelijk is aan de uitvoerprijs die is betaald aan de niet met name genoemde onderneming die het product heeft vervaardigd of geproduceerd met inbegrip van de kosten van vervoer, verzekering, lossen, (over)laden en opslag tot het douanegebied van de Europese Unie.

Zijn de producten niet rechtstreeks door de producent verkocht aan een onafhankelijke importeur in de Europese Unie maar via een tussenhandelaar dan is de nettoprijs gelijk aan:

  • de prijs die door de tussenhandelaar is betaald aan de producent in het land van oorsprong plus;

  • de kosten van vervoer, verzekering, lossen, (over)laden en opslag tot het douanegebied van de Europese Unie.

De aangever moet in dit geval wel kunnen aantonen dat:

  1. de producent de producten aan de betreffende tussenhandelaar heeft verkocht voor uitvoer naar de Europese Unie; en

  2. de nettoprijs volgens de factuur van de tussenhandelaar aan de importeur niet lager is dan bij rechtstreekse uitvoer door de producent.

U stelt een controle na invoer in als de nettoprijs (vermoedelijk) niet juist is aangeven.

c. Nettoprijs land van verzending ongeacht oorsprong producten

Het ingestelde recht is van toepassing is op producten die zijn verzonden uit een bepaald land, ongeacht de oorsprong van de producten. Er is een residueel tarief van toepassing. Dit tarief geldt voor iedere onderneming die de producten exporteert in het land van verzending.

U controleert aan de hand van de factuur, de DV1 en andere bescheiden die u kunt opvragen (zie ook het onderdeel 9.00.00 Douanewaarde, van dit Handboek) of de aangegeven nettoprijs (of de douanewaarde):

  1. is gebaseerd op verkoop van het product vanuit het land van verzending voor uitvoer naar de Europese Unie (de afnemer is een onafhankelijke importeur in de Europese Unie); en

  2. gelijk is aan de uitvoerprijs die is betaald aan een exporteur in het land van verzending met inbegrip van de kosten van vervoer, verzekering, lossen, (over)laden en opslag tot het douanegebied van de Europese Unie.

Zijn de producten niet rechtstreeks maar via een tussenhandelaar in een derde land verkocht aan een onafhankelijke importeur in de Europese Unie dan is de nettoprijs gelijk aan:

  • de prijs die door de tussenhandelaar is betaald aan een exporteur in het land van verzending plus;

  • de kosten van vervoer, verzekering, lossen, (over)laden en opslag tot het douanegebied van de Europese Unie.

De aangever moet in dit geval wel kunnen aantonen dat:

  1. de exporteur in het land van verzending de producten aan de betreffende tussenhandelaar heeft verkocht voor uitvoer naar de Europese Unie; en

  2. de nettoprijs volgens de factuur van de tussenhandelaar aan de importeur niet lager is dan bij rechtstreekse uitvoer door de de exporteur in het land van verzending.

U stelt een controle na invoer in als de nettoprijs (vermoedelijk) niet juist is aangeven.

Naar boven

5.18.2 Controle maatstaf is combinatie nettoprijs/minimumprijs

Volgens de aangegeven aanvullende Taric-code is de maatstaf van heffing de nettoprijs franco grens van de Europese Unie, niet ingeklaard in combinatie met een minimum invoerprijs. Er is een residueel bedrag (tarief) of een nihil bedrag aan recht van toepassing. Het recht kan zijn ingesteld voor producten uit een land van oorsprong en voor producten uit een land van verzending ongeacht de oorsprong van de producten. Het residuele bedrag of het nihil bedrag geldt voor iedere onderneming in deze landen die de producten exporteert.

U controleert aan de hand van de factuur die is opgesteld door een exporteur in het land waarvoor het recht is ingesteld, de DV1 en andere bescheiden die u kunt opvragen of de aangegeven nettoprijs:

  1. is gebaseerd op verkoop van het product vanuit dat land voor uitvoer naar de Europese Unie (de afnemer is een onafhankelijke importeur in de Europese Unie); en

  2. gelijk is aan de uitvoerprijs die is betaald aan de exporteur in dat land met inbegrip van de kosten van vervoer, verzekering, lossen, (over)laden en opslag tot het douanegebied van de Europese Unie.

Er mogen geen andere prijselementen of kostenelementen aan de nettoprijs zijn toegevoegd!

In bepaalde gevallen is deze maatstaf en het residuele tarief of het nihil bedrag alleen van toepassing als de aangever een factuur overlegt die is opgesteld door een exporteur in het land waarvoor het recht is ingesteld en die factuur rechtstreeks is gericht aan een onafhankelijke afnemer in de Europese Unie.

Zijn de producten niet rechtstreeks maar via een tussenhandelaar in een derde land verkocht aan een onafhankelijke importeur in de Europese Unie dan is de nettoprijs gelijk aan:

  • de prijs die door de tussenhandelaar is betaald aan de exporteur in het land van oorsprong of aan de exporteur in het land van verzending plus;

  • de kosten van vervoer, verzekering, lossen, (over)laden en opslag tot het douanegebied van de Europese Unie.

De aangever moet in dit geval wel kunnen aantonen dat:

  1. de producent in het land van oorsprong of de exporteur in het land van verzending de producten aan de betreffende tussenhandelaar heeft verkocht voor uitvoer naar de Europese Unie; en

  2. de nettoprijs volgens de factuur van de tussenhandelaar in het derde land aan de importeur niet hoger is dan bij rechtstreekse uitvoer door de exporteur in het land van oorsprong of het land van verzending.

U stelt een controle na invoer in als de nettoprijs (vermoedelijk) niet juist is aangeven.

Naar boven

5.18.3 Nettoprijs (vermoedelijk) niet juist

Nettoprijs is (vermoedelijk) niet juist

U laat een onderzoek instellen door het Landelijk Waarde Team naar de nettoprijs franco grens van de Europese Unie als u op basis van de overgelegde bescheiden heeft vastgesteld of vermoedt dat:

  • de producten vanuit het land van uitvoer niet zijn verkocht voor uitvoer naar de Europese Unie (er is dan geen uitvoerprijs in de zin van de Verordening antidumpingmaatregelen);

  • de uitvoerprijs is beïnvloed door verbondenheid of compensatie terwijl de aangever dat niet heeft aangegeven in de DV1;

  • de aangegeven nettoprijs niet de werkelijk betaalde of te betalen uitvoerprijs is overeenkomstig de uitgangspunten in de Verordening antidumpingmaatregelen;

  • de aangegeven nettoprijs niet is gebaseerd op een uitvoerprijs die mag worden gebruikt voor de nettoprijs francogrens van de Europese Unie, niet ingeklaard als maatstaf van heffing of als onderdeel van de maatstaf van heffing.

Dit onderzoek houdt in dat :

  • de verificatie van een aangifte in DSI wordt aangehouden;

  • een controle na invoer wordt ingesteld bij de aangever, de importeur, de leverancier of een derde;

Zo nodig bijstand wordt gevraagd aan de douaneautoriteiten in de andere lidstaten of derde landen.

Er is geen uitvoerprijs

Als geen uitvoerprijs beschikbaar is of de uitvoerprijs niet betrouwbaar is, dan moet de aangever de nettoprijs franco grens van de Europese Unie, niet ingeklaard samenstellen en berekenen met gebruik van de DV1.

Naar boven