Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

200.00.00 Mededelingen

1 Mededeling 1 Overgangsbepalingen Douanewetboek van de Unie

1.1 Inleiding

Op 1 mei 2016 traden de meeste bepalingen van het DWU, GVo.DWU en UVo.DWU in werking. Ook de Algemene douanewet, het Algemeen douanebesluit en de Algemene douaneregeling zijn per 1 mei jl. aangepast. Naast het DWU is er de transitieverordening die een aantal zaken met betrekking tot het overgangsrecht regelt.

Tegelijkertijd zijn het CDW, de MCC en de TVo.CDW ingetrokken.

Naar boven

1.2 Algemeen vangnet oude verwijzingen

De hoofdregel met betrekking tot de overgang van “oud” naar “nieuw” is geformuleerd in artikel 286, lid 3 DWU. Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen (bedoeld zijn: CDW en MCC) gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabellen in de bijlage bij het DWU.

Let op!

De Bijlage bij het DWU bevat de concordantietabel van MCC naar DWU. De MCC bevat als bijlage de concordantietabel met de stap van CDW naar MCC. Voor een goede vergelijking is dus een tweetrapsraket nodig.

Voorbeeld: artikel 201 CDW is artikel 44 MCC, is artikel 77 DWU.

Let op!

Niet iedere verwijzing in de concordantietabellen kan één op één worden omgezet.

Voorbeeld: van artikel 78 CDW is alleen het tweede lid overgenomen in artikel 27 MCC, dat weer is vervangen door artikel 48 DWU.

Met betrekking tot “oude” vergunningen en beschikkingen gelden verder artikel 254 GVo.DWU en artikel 345, lid 3 UVo.DWU die bepalen dat verwijzingen naar het CDW en TVo.CDW overeenkomstig de concordantietabellen van bijlage 90 GVo.DWU worden gelezen.

Met betrekking tot nationale beschikkingen is in XVI, lid 1 van de Wet aanpassingen aan het Douanewetboek van de Unie (verder: Aanpassingswet DWU) bepaald dat beschikkingen die vóór inwerkingtreding van deze wet zijn genomen op grond van bepalingen bij of krachtens de Algemene douanewet tot wederopzegging, doch uiterlijk tot en met 1 mei 2019, worden aangemerkt als te zijn genomen op grond van de bepalingen bij of krachtens de bepalingen van de Algemene douanewet zoals die wet luidt na inwerkingtreding van deze wet. Ook hier geldt dus dat een oude verwijzing wordt geacht een nieuwe verwijzing te zijn.

Let op!

Het “vangnet” is op zich geen vrijbrief om ná 1 mei 2016 ook oude bepalingen te blijven gebruiken onder het motto van “een verwijzing naar oud is een verwijzing naar nieuw”. Een verwijzing naar de oude bepalingen is alleen dan mogelijk indien die bepaling ook ná 2016 in de desbetreffende situatie nog toepassing vindt. Zie voor een aantal voorbeelden de volgende paragrafen.

Naar boven

1.3 De overgang op 1 mei 2016, van oud naar nieuw

Op 1 mei 2016 zijn het CDW, TVo.CDW en MCC ingetrokken. Dat betekent dat vanaf die datum alleen de bepalingen van het DWU, de GVo.DWU en UVo.DWU gelden.

Beschikkingen, UTB’s daaronder begrepen kunnen vanaf 1 mei 2016 dus alleen nog op grond van de DWU bepalingen worden vastgesteld.

Hoe nu om te gaan met feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 mei 2016 (bijvoorbeeld een controle na invoer die ziet op een periode vóór 1 mei 2016) of verzoeken om terugbetaling ter zake van een aangifte gedaan vóór 1 mei 2016?

Met betrekking tot feiten die zich hebben voorgedaan voor 1 mei 2016 geldt als uitgangspunt dat:

  • Procedurele (formele) bepalingen gelden overeenkomstig het DWU;

  • Materiële bepalingen gelden overeenkomstig het CDW.

Dit moet wel licht worden genuanceerd: wanneer de DWU-bepaling gelijk is aan de CDW-bepaling of in de DWU-bepaling sprake is van een louter interpretatieve nieuwe bepaling die ook toepassing kan vinden op een situatie van vóór inwerkingtreding van het DWU kan ook de DWU-bepaling worden gebruikt (mits het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel niet geschonden worden).

Dat betekent dat van geval tot geval moet worden beoordeeld welke situatie van toepassing is. Veelal zal de (procedurele) DWU-bepaling toepassing kunnen/moeten vinden, in een aantal gevallen de (materiële) CDW-bepaling.

Enkele voorbeelden:

  • Vaststelling douaneschuld; artikel 77 DWU is bijna letterlijk gelijk aan artikel 201 CDW; de formele en materiële bepaling lopen gelijk op. Artikel 77 DWU kan dus vanaf 1 mei 2016 worden toegepast, ook wanneer de douaneschuld vóór die datum is ontstaan.

  • Vaststelling douaneschuld; de artikelen 202, 203 en 204 CDW zijn nu samengevoegd in artikel 79 DWU. In de considerans bij het DWU is opgenomen dat dit is gedaan “teneinde problemen te voorkomen bij het vaststellen van de rechtsgrond”. Dat betekent dat de materiële bepalingen van DWU en CDW uiteen lopen en dat wanneer de douaneschuld is ontstaan vóór 1 mei 2016 de oude CDW-bepalingen materieel van toepassing blijven.

  • Toepassing van artikel 220, lid 2 letter b CDW leidt tot het niet boeken van een douaneschuld indien sprake is van een vergissing. In het DWU komt deze bepaling niet terug. Wel is de mogelijkheid gecreëerd om in geval van een vergissing om terugbetaling te verzoeken (artikel 119 DWU). Procedureel betekent dit, conform het DWU dat “afzien van boeking achteraf” niet meer bestaat en dat eerst wordt geboekt, waarna eventueel een terugbetaling kan volgen.

  • Artikel 78 CDW heeft, voor zover het ziet op herziening van de aangifte, geen directe opvolger in het DWU. Wel is in art. 173 lid 3 DWU een wijzigingsmogelijkheid (binnen drie jaar na aanvaarding van de aangifte) toegestaan: “zodat de aangever zijn verplichtingen inzake het plaatsen van goederen onder de desbetreffende douaneregeling kan nakomen”. Voor het overige zijn wijzigingen van een aangifte na de vrijgave niet meer mogelijk.

Kort samengevat: met betrekking tot vaststellingen die zich voordoen ná 30 april 2016 maar die zien op feiten die zich vóór 1 mei 2016 hebben voorgedaan volgen de procedurele regels (denk aan termijnen, formaliteiten, bepalingen met betrekking tot beschikkingen in het algemeen) het DWU.

Als het gaat om inhoudelijke criteria is het CDW bepalend, tenzij de DWU-bepaling daaraan gelijk is, of het DWU een nadere invulling geeft aan een criterium dat onder het CDW al bestond. In dat geval kan ook de DWU bepaling worden gehanteerd.

Let op!

Neem in geval van twijfel altijd contact op met de Vaco Formeel Recht

Naar boven

1.3.1 Rente op achterstallen

Met de komst van het DWU is de zogenoemde 'rente op achterstallen' ingevoerd. Dat is de rente die de Douane heft, als zij bij een controle achteraf vaststelt dat een douaneschuld is ontstaan. Of als een douaneschuld is ontstaan doordat de douanewetgeving niet is nageleefd.

Deze rente brengen we niet in rekening over de periode vóór 1 mei 2016.

Voorbeeld

Een douaneschuld wegens onttrekking ontstaat op 1 januari 2016 en wordt vastgesteld op 1 september 2016. Dan wordt rente op achterstallen in rekening gebracht over de periode vanaf 1 mei 2016.

Met de komst van het DWU is de zogenoemde compenserende rente vervallen. Die bestond in het CDW bij de douaneregeling actieve veredeling en tijdelijke invoer. Voor een douaneschuld die is ontstaan vóór 1 mei 2016 door actieve veredeling of tijdelijke invoer, brengen we nog wel compenserende rente in rekening tot 1 mei 2016.

Naar boven

1.4 Verzoeken om terugbetaling/bezwaarschriften/verzoeken om herziening

1.4.1 Verzoeken om terugbetaling die zien op ontstane douaneschulden van vóór 1 mei 2016

Ook verzoeken om terugbetaling hebben een procedurele en een materiële kant. Met betrekking tot de procedurele kant gelden vanaf 1 mei 2016 de regels van het DWU. Dat betekent met name dat verzoeken worden behandeld volgens de procedurevoorschriften van artikel 22 DWU. Het betekent ook dat verzoeken moeten voldoen aan de vereisten die in Bijlage A, kolom 4c GVo.DWU zijn vastgesteld. Materieel betekent het dat een verzoek om terugbetaling wordt beoordeeld volgens de materiële bepalingen zoals die golden ten tijde van het CDW, tenzij de DWU bepaling daaraan gelijk is of slechts een codificatie bevat van inmiddels ontstane jurisprudentie. Voor de toepassing van artikel 236 CDW betekent dat dat gekeken wordt naar dit oude artikel, omdat het criterium “wettelijk verschuldigd” is veranderd in “te veel betaald”. Artikel 237 en 238 CDW zijn in het DWU gelijk gebleven. Ook artikel 239 CDW is in het DWU zo goed als onveranderd, zij het dat de zogenaamde “lijst-gevallen” van de artikelen 899-901 TVo.CDW in het DWU niet meer bestaan. Waren die van toepassing dan blijven deze materiële bepalingen van belang.

Naar boven

1.4.2 Bezwaarschriften die zien op ontstane douaneschulden en beschikkingen van vóór 1 mei 2016

Procedureel geldt vanaf 1 mei 2016 het DWU, en dan met name artikel 44 DWU. Doordat deze bepaling vervolgens koppelt aan de nationale wetgeving, blijven de regels die van toepassing zijn voor de bezwaar- en beroepsfase zoals termijnen, horen en uitspraak met ingang van 1 mei 2016 gelijk. Materieel geldt ook hier dat wordt getoetst aan de materiële bepalingen zoals die golden op het moment van het ontstaan van de douaneschuld respectievelijk het geven van de beschikking waartegen bezwaar wordt gemaakt.

Naar boven

1.4.3 Nationaal Recht

Voor het nationale recht (denk bijvoorbeeld aan boetes en strafbepalingen) bepaalt artikel XV van de Aanpassingswet DWU dat “De ingevolge deze wet gewijzigde wetten alsmede de daarop berustende bepalingen – met inbegrip van bepalingen van overgangsrecht – en onverlet artikel 286, derde lid, van het Douane-wetboek van de Unie – van toepassing blijven zoals zij golden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet voor zover zij betrekking hebben op:

  1. de heffing van belastingen en rechten bij invoer waarvan de feiten die aanleiding geven tot het ontstaan van de verschuldigdheid van die belastingen en rechten bij invoer zich hebben voorgedaan vóór de dag van de inwerkingtreding van deze wet;

  2. strafbare feiten en feiten die aanleiding kunnen zijn tot het opleggen van een bestuurlijke boete welke zich hebben voorgedaan vóór de dag van de inwerkingtreding van deze wet.

Met andere woorden: de normen van de oude bepalingen blijven van toepassing met betrekking tot feiten van vóór 1 mei 2016, ook indien ná 1 mei 2016 geconstateerd.

Enkele voorbeelden:

  • Voor de toepassing van artikel 103, lid 2 DWU (verlengde termijn voor het mededelen van een douaneschuld in geval van een strafrechtelijk vervolgbare handeling) is de groep van mogelijke schuldenaren met ingang van 1 mei 2016 uitgebreid door het vervallen van artikel 7:7, lid 2 Adw. Voor douaneschulden die zijn ontstaan vóór 1 mei 2016 gelden nog de criteria van artikel 7:7, lid 2 Adw (oud).

  • artikel 8:6 Adr (boekingsdrempel van €10) is met ingang van 1 mei 2016 vervallen. Voor douaneschulden die zijn ontstaan vóór 1 mei 2016 vindt deze bepaling nog wel toepassing.

Naar boven

1.5 Vergunningen en andere aspecten

1.5.1 Communautaire overgangsmaatregelen vanaf 1 mei 2016

Er zijn overgangsbepalingen van toepassing waardoor vergunningen/ verleende inlichtingen die met toepassing van het CDW zijn afgegeven en waarvoor nog geen omzetting heeft plaatsgevonden naar een vergunning/ inlichting op basis van het DWU, ook na 1 mei 2016 nog hun werking behouden.

Er moet bij de vergunningen onderscheid worden gemaakt in:

  • Vergunningen met een onbeperkte geldigheidsduur. Deze blijven geldig tot de herbeoordeling door de douane.

  • Vergunningen met een beperkte geldigheidsduur. Deze blijven geldig tot het verstrijken van de geldigheidsduur of tot het moment van een eventuele herbeoordeling of tot 1 mei 2019, als deze datum eerder valt.

  • Nationale vergunningen

Overgangsbepalingen kunnen ook van toepassing zijn op goederen die voor 1 mei 2016 zijn geplaatst onder een bepaalde douaneregeling en waarvan de aanzuivering van deze douaneregeling of het nakomen van verplichte formaliteiten nog niet heeft plaatsgevonden op 1 mei 2016.

In de onderstaande twee schema’s is aangegeven wat de overgangsbepalingen betekenen voor danwel een bestaande vergunning/ inlichting , danwel voor de goederen geplaatst voor 1 mei 2016.

Naar boven

1.5.2 Vergunningen

Vergunning AEO

Blijven geldig tot herbeoordeling, maar uiterlijk tot 1 mei 2019

Vergunning doorlopende zekerheid zonder verhoogd frauderisico

Er is bepaald dat deze vergunningen geldig blijven totdat herbeoordeling heeft plaatsgevonden.

Na herbeoordeling vervangt de Douane de bestaande vergunning door een nieuwe vergunning met een nieuwe (KIS) vergunningcode.

Vergunning doorlopende zekerheid met verhoogd fraude risico

De huidige vergunning doorlopende zekerheid voor goederen met verhoogd frauderisico vervalt van rechtswege.

Het referentiebedrag van de vergunning doorlopende zekerheid voor goederen met verhoogd frauderisico wordt toegevoegd aan de vergunning voor doorlopende zekerheid voor goederen zonder verhoogd frauderisico.

Er wordt een nieuwe beschikking opgemaakt.

Vergunning lijndienst

Blijven geldig tot herbeoordeling, maar uiterlijk tot 1 mei 2019

Vergunning bananenweger

Blijven geldig tot herbeoordeling, maar uiterlijk tot 1 mei 2019

Beheer ruimten voor tijdelijke opslag

Deze vergunning blijft tot de herbeoordeling in werking.

Na de herbeoordeling wordt een vergunning op basis van het DWU afgegeven.

Vergunning vereenvoudigd aangifte doen d.m.v. een factuur of een ander aangewezen bescheid

Deze vergunning blijft tot herbeoordeling in werking.

Na de herbeoordeling kan deze vergunning niet meer worden verleend.

Vergunning Domproc, bestemd voor:

In het vrije verkeer brengen/tariefcontigent

Douane- entrepot

Tijdelijke invoer

Bijzondere bestemming

Actieve veredeling

Deze vergunning blijft tot de herbeoordeling in werking.

Na de herbeoordeling kan een vergunning inschrijving in de administratie van de aangever worden afgegeven.

De aanvullende aangifte blijft tot nader order plaatsvinden via de geautomatiseerde periodieke aangifte (GPA ) of via de schriftelijke periodieke aangifte (SPA ).

De tijdvakken en termijnen van indiening van de aanvullende aangifte blijven die zoals vastgelegd in de vergunning. De voorgeschreven wijze van aanbrengen in de vergunning blijven van kracht totdat de systemen zijn aangepast.

Een tariefcontingent wordt aangevraagd bij de periodieke aangifte maar kan ook worden aangevraagd bij de inschrijving in de administratie van de aangever voor zover het aangiftesysteem niet is aangepast.

Een tariefcontingent kan ook bij een standaardaangifte AGS worden aangevraagd.

Bij het indienen van de aanvraag moeten alle gegevens en bescheiden beschikbaar zijn bij de aangever.

Vergunning domproc uitvoer/ wederuitvoer met standaardaangifte

Deze vergunning blijft tot de volledige uitrol van aangiftesysteem AGS 3 in werking en de uitfasering van DSU.

Hierna worden deze vergunningen ingetrokken.

Praktisch gezien verandert er echter weinig. Er wordt nog steeds een volledige elektronische aangifte gedaan en de goederen mogen worden aangebracht op de eigen bedrijfslocatie. De locatie moet wel voldoen aan de volgende criteria:

  • De goederen moeten op de locatie gecontroleerd kunnen worden: er moeten laad- en losfaciliteiten zijn.

  • De Douane moet op een veilige manier zijn controlewerk kunnen doen."

Vergunning domproc passieve veredeling met standaardaangifte

Deze vergunning blijft tot de volledige uitrol van aangiftesysteem AGS 3 in werking.

Hierna worden deze vergunningen ingetrokken.

Vergunning domproc uitvoer met inschrijving in de administratie

Blijven geldig tot herbeoordeling, maar uiterlijk tot 1 mei 2019

Grensoverschrijdende vergunningen vereenvoudigde procedures (SASP )

Blijven in werking tot komst Unie- brede geautomatiseerde systemen.

Op termijn opgevolgd door vergunningen gecentraliseerde vrijmaking.

Vergunning Actieve veredeling/ schorsing

Deze vergunningen blijven tot einde geldigheidsduur of tot de herbeoordeling of tot uiterlijk 1 mei 2019 in werking.

Daarna wordt een vergunning Actieve veredeling op basis van het DWU afgegeven.

Let op!

Eindigt de vergunning eerder als dat herbeoordeling heeft plaatsgevonden en men wil de activiteiten voortzetten?

Dan moet een nieuwe aanvraag worden gedaan op grond van het DWU.

Vergunning Actieve veredeling/ Teruggaaf

Deze vergunningen blijven tot einde geldigheidsduur of tot de herbeoordeling of tot uiterlijk 1 mei 2019 in werking.

Daarna wordt een vergunning Actieve veredeling op basis van het DWU afgegeven.

Let op!

Eindigt de vergunning eerder als dat herbeoordeling heeft plaatsgevonden en men wil de activiteiten voortzetten?

Dan dient een nieuwe aanvraag te worden gedaan op grond van het DWU.

Vergunning Tijdelijke invoer

Deze vergunningen blijven tot einde geldigheidsduur of tot de herbeoordeling of tot uiterlijk 1 mei 2019 in werking.

Daarna wordt een vergunning op basis van het DWU afgegeven

Let op!

Eindigt de vergunning eerder als dat herbeoordeling heeft plaatsgevonden en men wil de activiteiten voortzetten?

Dan dient een nieuwe aanvraag te worden gedaan op grond van het DWU.

Vergunning Behandeling onder Douanetoezicht

Deze vergunningen blijven tot einde geldigheidsduur of tot de herbeoordeling of tot uiterlijk 1 mei 2019 in werking.

Daarna wordt een vergunning op basis van het DWU voor de regeling Actieve veredeling afgegeven.

Let op!

Eindigt de vergunning eerder als dat herbeoordeling heeft plaatsgevonden en men wil de activiteiten voortzetten?

Dan dient een nieuwe aanvraag te worden gedaan op grond van het DWU.

Vergunning particulier entrepot type C

Deze vergunning blijft tot de herbeoordeling in werking.

Na de herbeoordeling wordt een vergunning particulier entrepot afgegeven op basis van het DWU afgegeven

Vergunning particulier entrepot type D

Deze vergunning blijft tot de herbeoordeling in werking.

Na de herbeoordeling wordt een vergunning particulier entrepot op basis van het DWU afgegeven

Vergunning particulier entrepot type E

Deze vergunning blijft tot de herbeoordeling in werking.

Na de herbeoordeling wordt een vergunning particulier entrepot op basis van het DWU afgegeven

Vergunning publiek entrepot type B

Deze vergunning blijft tot de herbeoordeling in werking.

Na de herbeoordeling wordt een vergunning publiek entrepot type II op basis van het DWU afgegeven.

Vanaf 1 mei moet de houder van de vergunning een administratie voeren.

De houder van de regeling voert een administratie op basis van het Burgerlijk Wetboek.

Beheersvergunning vrije zone type II

Vervalt per 1 mei 2016.

In Nederland zal geen vergunning meer voor het beheer van een vrije zone worden afgegeven.

Deelnemersvergunning Vrije zone type II

Vervalt per 1 mei 2016.

Betreffende bedrijven hebben gekozen voor een vergunning beheer Ruimten voor Tijdelijke opslag (RTO )

Vergunning vrij entrepot

Vervalt per 1 mei 2016.

Betreffende bedrijven moeten voor 1 mei 2016 een keuze hebben gemaakt onder welk opslagregiem zij hun activiteiten willen voortzetten, RTO, publiek of particulier entrepot.

Veterinair entrepot

Dit entrepot blijft bestaan, omdat niet gebaseerd is op de Unie-douanewetgeving.

Wel kan na 1 mei 2016 het douane-entrepot, waarin het veterinair entrepot gevestigd is, een verandering hebben ondergaan.

Zo zal een veterinair entrepot gevestigd in een vrij entrepot, na 1 mei gevestigd zijn in danwel een publiek, danwel een particulier douane- entrepot.

Zie: het vrije entrepot

Vergunning Bijzondere Bestemmingen

Deze vergunningen blijven tot einde geldigheidsduur of tot de herbeoordeling of tot uiterlijk 1 mei 2019 in werking.

Daarna wordt een vergunning basis van het DWU afgegeven.

Let op!

Eindigt de vergunning eerder als dat herbeoordeling heeft plaatsgevonden en men wil de activiteiten voortzetten?

Dan dient een nieuwe aanvraag te worden gedaan op grond van het DWU.

Vergunningen in het kader van de regeling douanevervoer, inclusief TIR, zoals:

Vergunningen Toegelaten geadresseerde

Toegelaten afzender

Gebruik niveau I- procedure

Gebruik niveau II- procedure etc.

Deze vergunningen blijven tot de herbeoordeling in werking.

Na de herbeoordeling wordt een vergunning op basis van het DWU afgegeven

Vergunning gebruik Verzegeling bijzonder model

Gebruik van deze verzegelingen na 1 mei 2016 toegestaan tot de voorraad is uitgeput of tot 1 mei 2019, als deze datum eerder valt.

Daarna vergunning op basis van het DWU.

Douanewaarde

Bij het aangeven van de douanewaarde kan de verkoop worden gebruik die heeft plaatsgevonden voor de laatste verkoop die heeft plaatsgevonden onmiddellijk voordat de goederen het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht. De rechten en de plichten tussen de verkoper en de koper moeten zijn vastgelegd in een overeenkomst of contract voor 18 januari 2016. Deze overgangsmaatregel geldt gedurende de looptijd van de overeenkomst of het contract maar eindigt uiterlijk 31 december 2017.

Op het tijdstip van het aanvaarden van de douaneaangifte moet aan alle voorwaarden zijn voldaan. De verkoop moet controleerbaar zijn voor Douane.

Vergunning Vaststelling douanewaarde met gebruik van forfaits

Deze vergunningen blijven tot einde geldigheidsduur of tot uiterlijk 1 mei 2019 in werking. Daarna wordt een vergunning Vaststelling douanewaarde met gebruik van forfaits op basis van het DWU afgegeven.

BTI/BOI

De BTI’s en BOI’s blijven hun geldigheid(sduur) na 1 mei 2016 behouden.

De BTI’s moeten verplicht worden vermeld in de douaneaangiften dus in bijvoorbeeld de aangiften in het vrije verkeer brengen en de aangiften ten uitvoer.

De aanvraagformulieren en de afgifteformulieren zijn aangepast per 1 mei 2016. Het aanvraagformulier en het afgifteformulier BTI worden aangepast per 1 oktober 2017.

De aanvraag en de afgifte geschiedt op papier tot 1 oktober 2018. Daarna is voor BTI’s een elektronische procedure gepland.

Vergunning Toegelaten exporteur

Vergunning Toegelaten exporteur ATR

De vergunningen onder het DWU of Besluit EU-Turkije worden centraal vervangen juni/juli 2016.

Naar boven
1.5.2.1 Goederen geplaatst voor 1 mei 2016

Goederen opgeslagen in een RTO

Lagen de goederen op 1 mei al in een RTO opgeslagen, dan wordt rekening gehouden voor de berekening van de 90 dagen termijn met de tijd dat de goederen zich al voor die datum in tijdelijke opslag hebben bevonden.

Bijvoorbeeld: op 1 mei al 40 dagen in tijdelijke opslag, dan na 1 mei nog 50 dagen opslagtermijn mogelijk.

Bedrijven, die voor 1 mei 2016 een vergunning RTO hebben en waarbij de Douane geen zekerheid van de vergunninghouder vroeg, hoeven geen zekerheid te stellen totdat herbeoordeling van de vergunning RTO heeft plaatsgevonden.

Goederen waarvoor een onvolledige aangifte voor gegevens of bescheiden is gedaan, waarvan de termijn van het indienen van de aanvullende aangifte op 1 mei nog niet is verstreken

Indienen van aanvullende aangifte met toepassing van de regels van het CDW.

Termijn op basis van het CDW.

Goederen waarvoor een vereenvoudigde aangifte is ingediend

Indienen van aanvullende aangifte met toepassing van de regels van het CDW.

Termijnen op basis van de vergunning.

Goederen waarvoor een aangifte ten uitvoer of wederuitvoeraangifte is gedaan, maar die nog niet zijn aangebracht op het kantoor van uitgang.

Formaliteiten op kantoor van uitgang toepassen op basis van het CDW.

Goederen geplaatst onder de regeling Actieve veredeling/ schorsing, op basis van danwel een vergunning op model, danwel een vergunning op aangifte.

De aanzuivering vindt plaats conform van de procedure van het DWU.

De aanzuiveringstermijn als opgenomen in de vergunning AV/S blijft volledig van toepassing.

Bij het in het vrije verkeer brengen mag de aangever een beroep doen op de heffingsgrondslagen van toepassing geldend op het moment van plaatsing, artikel 86 lid 3 DWU.

Bij het in het vrije verkeer brengen wordt de compenserende rente berekend tot 1 mei 2016.

Goederen geplaatst onder de regeling Actieve veredeling / teruggaaf, op basis van danwel een vergunning op model, danwel een vergunning op aangifte.

Voor deze goederen mag, na uitvoer of het kiezen van een toegestane andere opvolgende douaneregeling, nog een verzoek om terugbetaling worden ingediend.

De aanzuiveringstermijn als opgenomen in de vergunning AV / T blijft volledig van toepassing

Goederen geplaatst onder de regeling Tijdelijke invoer, op basis van danwel een vergunning op model, danwel een vergunning op aangifte.

De aanzuiveringstermijn als opgenomen in de vergunning blijft volledig van toepassing.

Bij het in het vrije verkeer brengen mag de aangever een beroep doen op de heffingsgrondslagen bij plaatsing onder de regeling op basis van het CDW.

Bij het in het vrije verkeer brengen wordt de compenserende rente berekend tot 1 mei 2016

Goederen geplaatst onder de regeling BOD, op basis van danwel een vergunning op model, danwel een vergunning op aangifte.

De aanzuiveringstermijn als opgenomen in de vergunning blijft volledig van toepassing.

Bij het in het vrije verkeer brengen mag de aangever een beroep doen op de heffingsgrondslagen van toepassing bij in het vrije verkeer brengen, artikel 85 lid 1 DWU.

Goederen geplaatst in een particulier douane- entrepot type C

Goederen worden geacht te zijn opgeslagen in een particulier douane- entrepot.

Aanzuivering via regels DWU.

Goederen geplaatst in een particulier douane- entrepot type D of in een particulier douane- entrepot E met D- modaliteit

Goederen worden geacht te zijn opgeslagen in een particulier douane- entrepot.

Voor goederen opgeslagen voor 1 mei 2016 mag bij het in het vrije verkeer brengen gebruik worden gemaakt van de heffingsgrondslagen als vastgesteld bij de plaatsing tot 1 januari 2019.

Voor goederen opgeslagen na 1 mei 2016 geldt dat bij in het vrije verkeer brengen de heffingsgrondslagen geldend op dat moment moeten worden toegepast

Goederen geplaatst in een particulier douane- entrepot type E.

Goederen worden geacht te zijn opgeslagen in een particulier douane- entrepot.

Aanzuivering via de regels van het DWU.

Goederen opgeslagen in een publiek entrepot type B

Goederen worden geacht te zijn opgeslagen in een publiek douane- entrepot type II.

Houder van de vergunning vermeldt de opgeslagen goederen in zijn administratie.

De houder van de regeling vermeldt de goederen ook in zijn administratie.

Aanzuivering via de regels van het DWU.

Goederen opgeslagen op locaties deelnemers in vrij zone type II

Goederen zijn op 1 mei opgeslagen in een RTO.

De volledige opslagtermijn van 90 dagen mag gehanteerd worden, gerekend vanaf 1 mei.

Goederen opgeslagen in een vrije entrepot

De goederen worden na 1 mei 2016, al naar gelang de keuze van de vergunninghouder, geacht te zijn opgeslagen in een RTO, een publiek of een particulier douane- entrepot.

De houder van de vergunning vermeldt de opgeslagen goederen in de administratie.

Aanzuivering via de regels van het DWU.

Goederen opgeslagen in een veterinair entrepot

gevestigd in een vrij entrepot, een particulier entrepot type C of een publiek entrepot.

Dit entrepot maakt na 1 mei 2016 deel uit van danwel een particulier danwel een particulier entrepot.

De opgeslagen goederen worden geacht zich na1 mei 2016 te bevinden onder het stelsel van een van bovenstaande douane- entrepots.

Aanzuivering via de regels van het DWU.

Goederen geplaatst onder een Bijzondere Bestemming; Bestemming nog niet bereikt.

De termijn voor het bereiken van de bestemming als opgenomen in de vergunning blijft volledig van toepassing.

Goederen geplaatst onder de douaneregeling douanevervoer en deze regeling is op 1 mei 2016 nog niet beëindigd en gezuiverd.

Beëindiging en aanzuivering volgens de regels van het CDW.

Naar boven

1.6 Nationale vergunningen

Voor nationale beschikkingen geldt zoals boven al aangegeven op grond van XVI, lid 1 van de Aanpassingswet DWU dat beschikkingen die vóór inwerkingtreding van deze wet zijn genomen op grond van bepalingen bij of krachtens de Algemene douanewet worden tot wederopzegging, doch uiterlijk tot en met 1 mei 2019, worden aangemerkt als te zijn genomen op grond van de bepalingen bij of krachtens de bepalingen van de Algemene douanewet zoals die wet luidt na inwerkingtreding van deze wet.

Naar boven

1.6.1 Bijzondere bepaling Toelating douane-expediteur

In de wijzigingsregeling van de Algemene douaneregeling is nog een bijzonder overgangsbepaling opgenomen met betrekking tot de toelating douane-expediteur die per 1 mei 2016 vervalt.

Artikel V bepaalt:

  1. De douane-expediteur die met toepassing van artikel 1:9 van de Algemene douanewet, zoals dat artikel luidde op 30 april 2016, door de inspecteur was toegelaten als douane-expediteur, wordt voor de toepassing van artikel 1:10 van die wet uiterlijk tot en met 1 mei 2019 geacht aan

    de criteria, bedoeld in dat artikel 1:10 te voldoen.

  2. Het eerste lid is niet langer van toepassing wanneer:

    1. de inspecteur getoetst heeft of belanghebbende aan de criteria, bedoeld in artikel 1:10van de Algemene douanewet, voldoet en al dan niet kan optreden als douanevertegenwoordiger;

    2. de toelating als douane-expediteur onherroepelijk is ingetrokken.

  3. Voor de toepassing van dit artikel blijft artikel 1:13 van de Algemene douanewet van toepassing zoals dat artikel luidde op 30 april 2016.

Naar boven