Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

9.00.00 Douanewaarde

4 Niet in de douanewaarde te begrijpen elementen

In hoofdstuk 2 kunt u lezen hoe u de werkelijk betaalde of te betalen prijs vaststelt op basis van de transactiewaardemethode voor ingevoerde goederen.

In hoofdstuk 3 vindt u een toelichting op de verhogingen van de werkelijk betaalde of te betalen prijs.

In dit hoofdstuk kunt u nagaan welke elementen geen deel uit hoeven te maken van de douanewaarde.

Naar boven

4.1 Niet in de douanewaarde te begrijpen elementen

Als bij de werkelijk betaalde of te betalen prijs de hierna genoemde elementen zijn inbegrepen en zijn onderscheiden, kunt u voor het bepalen van de douanewaarde deze elementen op de werkelijk betaalde of te betalen prijs in mindering brengen. In artikel 72 DWU is dat omschreven als: “Bij het vaststellen van de douanewaarde volgens artikel 70 DWU (de transactiewaarde-methode) worden de volgende elementen niet inbegrepen”.

Naar boven

4.2 Kosten van vervoer na binnenkomst

Kosten van vervoer na binnenkomst in het douanegebied van de Unie en de aanverwante kosten.
(artikel 72, letter a, DWU)

In de paragrafen 3.19 en 3.20 vindt u aanwijzingen over de berekening van de kosten van vervoer die geen deel uit hoeven te maken van de douanewaarde.

Bij het bepalen van de hoogte van de kosten van vervoer in het douanegebied van de Unie, welke geen deel uit hoeven te maken van de douanewaarde, is het niet van belang welke persoon de betreffende kosten heeft betaald. Ook wordt niet gesteld dat de kosten van vervoer als voorwaarde deel uit moeten maken van de transactie die als basis wordt gebruikt voor het vaststellen van de douanewaarde. Hierbij wordt wel opgemerkt dat de in mindering te brengen kosten uiteraard wel in de werkelijk betaalde of te betalen prijs moeten zijn begrepen. Kosten die niet in de prijs zitten, die als basis wordt gebruikt om de douanewaarde te bepalen, kunt u ook niet in mindering brengen.

Onder de aanverwante kosten vallen onder meer:

  • de kosten van lossing vanaf de railing tot op de wal of het vervoermiddel (de zogenoemde buitenboordlossingskosten);

  • de kosten van handling;

  • de kosten voor het brengen in het vrije verkeer (documentkosten);

  • de kosten in verband met het laden van het vervoermiddel voor vervoer binnen de Unie.

Naar boven

4.3 Kosten van constructiewerkzaamheden, installatie, montage, onderhoud of technische bijstand

Kosten voor constructiewerkzaamheden, installatie, montage, onderhoud of technische bijstand welke met betrekking tot de ingevoerde goederen, zoals industriële installaties, machines of materieel, ná de binnenkomst van de betreffende ingevoerde goederen in het douanegebied van de Unie, zijn verricht.
(artikel 72, letter b, DWU)

Onderhoud kan worden omschreven als het bewaren of het in goede staat houden van goederen zoals industriële installaties, machines of materieel met inbegrip van normale reparaties die voor dat doel noodzakelijk worden geacht. Het betreft preventieve activiteiten waardoor de potentiële gebruikswaarde van de goederen gedurende de levensduur in stand kan worden gehouden. Garantie kan niet onder onderhoud worden gerangschikt. Garantie is een vorm van een borg voor goederen zoals motorvoertuigen, electrische apparaten en andere consumptiegoederen die de kosten dekt van het herstellen van defecten (onderdelen en/of arbeidsloon). Garantie heeft betrekking op verborgen gebreken, dat wil zeggen gebreken die niet behoren te bestaan en die het gebruik verhinderen of hun gebruikswaarde verminderen (zie ook paragraaf 2.10). De activiteiten voor onderhoud worden periodiek uitgevoerd en garantie is een regeling voor onvoorziene omstandigheden waarop een beroep kan worden gedaan in het geval de goederen niet of niet naar behoren functioneren. Er bestaat derhalve een fundamenteel verschil tussen onderhoud en garantie. De voorwaarde dat de werkzaamheden na de binnenkomst in het douanegebied van de Unie moeten zijn verricht past u soepel toe. In dit verband kunt u de kosten van de bedoelde werkzaamheden ook buiten de douanewaarde laten als deze werkzaamheden plaatsvinden voor de binnenkomst van de ingevoerde goederen. Deze werkzaamheden moeten worden verricht als onderdeel van de installatie van de goederen die worden ingevoerd.

Voorbeeld

Een voorbeeld hiervan zijn de kosten voor het leggen van een betonnen fundering voor machines, verricht vóór de binnenkomst van de machines. De kosten van deze werkzaamheden hoeven dus niet in de douanewaarde te worden meegenomen als deze betrekking hebben op de ingevoerde goederen.

Naar boven

4.4 Te betalen rente

Rente die moet worden betaald vanwege een door de koper aangegane financieringsovereenkomst in verband met de aankoop van ingevoerde goederen.
(artikel 72, letter c, DWU)

Onder rente vallen ook interesten die zijn verschuldigd omdat de verkoper aan de koper een betalingstermijn heeft verleend voor de betaling van de ingevoerde goederen. Zie ook Jurisprudentie(zaak C-21/91, Wünsche).

Voor het verlagen van de werkelijk betaalde of te betalen prijs met de interesten gelden de volgende voorwaarden:

  • De financieringsovereenkomst, die schriftelijk moet zijn gesloten, moet kunnen worden overgelegd. Als zodanig kunt u bijvoorbeeld een overeenkomst aanduiden waarbij is bepaald dat het bedrag dat volgens het verkoopcontract op de dag van levering betaald moet worden ook ná dat tijdstip kan worden voldaan tegen betaling van de prijs van de goederen, verhoogd met de interest. Deze overeenkomst kan deel uitmaken van het koopcontract. Een verklaring op de handelsfactuur kunt u ook als overeenkomst aanvaarden (zaak C-21/91, Wünsche). De financiering kan door de verkoper, een bank of een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon zijn verstrekt.

  • De aangever moet het bewijs leveren dat de koper de vrije keus heeft tussen directe betaling van de prijs die als werkelijk betaalde of te betalen prijs is aangegeven, dus zonder rente verschuldigd te zijn en latere betaling (bijvoorbeeld 60 dagen ná factuurdatum) tegen de hogere prijs, waarin de afgesproken rente is begrepen. Dit kan bijvoorbeeld plaatsvinden door de overlegging van een prijslijst van de verkoper die op de goederen betrekking heeft. (zaak C-21/91, Wünsche)

  • De interestvoet voor de prijs van de ingevoerde goederen moet op zijn beurt ook aan bepaalde voorwaarden voldoen. De aangever moet aantonen dat de interestvoet niet hoger is dan het percentage dat op het tijdstip gebruikelijk was bij dergelijke transacties in het land en in de valuta waarin de financiering heeft plaatsgevonden.

Naar boven

4.5 Kosten ter verkrijging van het recht tot verveelvoudiging

De kosten ter verkrijging van het recht tot verveelvoudiging van de in de Unie ingevoerde goederen;
(artikel 72, letter d, DWU).

De reikwijdte van het recht tot verveelvoudiging in de Unie strekt zich uit van de daadwerkelijke verveelvoudiging van de in het vrije verkeer gebrachte goederen tot het verveelvoudigen van een uitvinding, schepping, gedachte of idee die in de in het vrije verkeer gebrachte goederen is verwerkt.

Voorbeeld

Een voorbeeld van een daadwerkelijke verveelvoudiging is een monster dat in het vrije verkeer wordt gebracht, waarvan een matrijs wordt gemaakt en die wordt gebruikt voor het maken van exacte kopieën van het monster. Voorbeelden van de verveelvoudiging van een uitvinding, schepping, gedachte of idee zijn het verveelvoudigen van een diagram van een nieuw ontwikkeld schakelschema dat op een schakelbord moet worden geëtst (uitvinding), verveelvoudigen van een beeldhouwerk in de vorm van miniatuurversies die voor de wederverkoop zijn bestemd (schepping) en verveelvoudigen van een dia met daarop een cartoonachtige tekening op wenskaarten (gedachte of idee).

Het recht van verveelvoudiging kan ook verwijzen naar originelen en kopieën van wetenschappelijk werk (nieuwe bacteriestam voor de vervaardiging van vaccins), originelen van literaire werken (manuscript voor de vervaardiging van boeken), modellen (model op schaal van een nieuw autotype voor de vervaardiging van identieke modellen), prototypen (prototype van een nieuw stuk speelgoed voor de vervaardiging van exacte kopieën van dit nieuwe speelgoed) en species van dieren en planten (genetisch gemanipuleerd insect of plant die wordt verveelvoudigd voor het voorkomen van de verspreiding van de originele species).

Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat het recht van verveelvoudiging betrekking kan hebben op verschillende verschijningsvormen. Het is van belang dat in dat geval onderzoek wordt gedaan naar de mate waarin een idee of een origineel werk is verwerkt in de in het vrije verkeer gebrachte goederen. Verder moet worden vastgesteld of sprake is van een beschermd recht dat in het verkoopcontract dan wel in een afzonderlijk royalty-overeenkomst wordt overgedragen. Tot slot moet worden vastgesteld in hoeverre de koper betalingen moet verrichten voor het verkrijgen van het recht van verveelvoudiging.

Voorbeeld

Er worden geluids- en beeldopnamen op videomagneetbanden in het vrije verkeer gebracht. De videomagneetbanden zijn bestemd voor de distributie en/of uitzending door televisienetwerken en reclamebureaus. De importeur moet naast de waarde van de dragers ook zogenaamde uitzendrechten betalen. In dit geval kunnen de bedragen die door de importeur van audiovisuele programma's worden betaald voor het verkrijgen van het recht van uitzending en distributie worden beschouwd als bedragen voor het recht van verveelvoudiging. De douanewaarde van videobanden die zijn voorzien van audiovisueel materiaal (bijvoorbeeld speelfilms) en zijn bestemd voor de distributie en verkoop aan consumenten wordt vastgesteld op basis van de werkelijk betaalde of te betalen totale prijs ingeval er sprake is van een verkoopovereenkomst en er geen andere betalingen worden gedaan.

Als bij de werkelijk betaalde of te betalen prijs de betalingen voor het recht tot verveelvoudiging in de Unie zijn inbegrepen, kunt u deze op de prijs in mindering brengen onder voorwaarde dat de betalingen voor dat recht zijn onderscheiden van de werkelijk betaalde of te betalen prijs. (artikel 72, letter d, DWU)

Naar boven

4.6 Inkoopcommissies

Bij het vaststellen van de douanewaarde volgens artikel 70 DWU worden inkoopcommissies niet inbegrepen (artikel 72, letter e, DWU en artikel 71, lid 1, letter a, punt i, DWU (zie paragraaf 3.1)

Onder inkoopcommissie wordt verstaan: de door een importeur aan een agent betaalde vergoedingen voor zijn vertegenwoordiging bij de aankoop van goederen (artikel 5, onder 41, DWU). Door deze omschrijving zijn de inkoopcommissies die de importeur betaalt voor de vertegenwoordiging bij de aankoop van goederen van de douanewaarde uitgesloten.

Als bij de werkelijk betaalde of te betalen prijs inkoopcommissie is inbegrepen, kunt u de inkoopcommissie in mindering brengen op voorwaarde dat deze commissie onderscheiden is van de prijs (artikel 72 DWU). Als de inkoopcommissie niet van de werkelijk betaalde of te betalen prijs is onderscheiden, maakt zij deel uit van de transactiewaarde als bedoeld in artikel 70 DWU en bijgevolg kan zij niet op deze prijs in mindering worden gebracht. Zie Jurisprudentie (zaak C-379/00).

Vertegenwoordiging

Het vertegenwoordigen van de koper bij de aankoop houdt onder meer in:

  • het zoeken van leveranciers;

  • het nemen en/of verzenden van monsters;

  • het controleren van goederen;

  • (soms) het coördineren van de prijsonderhandeling, en

  • (soms) het verzorgen van de exportformaliteiten en de verzending;

  • administreren van orders, facturering en betalingen aan leveranciers;

  • bezoeken van beurzen en/of fabrikanten.

De aard van de diensten blijkt niet altijd uit handelsbescheiden. Om vast te stellen in welke gevallen de beloning die een koper aan een tussenpersoon betaalt als inkoopcommissie kan worden beschouwd, zal aanvullende informatie moeten worden verstrekt.

Soms verleent een inkoopagent ook diensten die buiten zijn gebruikelijke taken vallen. Deze verlening van extra diensten is van invloed op de beloning die bij de koper in rekening wordt gebracht. Zo kan het voorkomen dat een inkoopagent, in plaats van ervoor zorgen dat de goederen door derden van de fabriek naar de haven of de plaats van uitvoer worden vervoerd, de goederen zelf vervoert, en de kosten van vervoer in rekening brengt als onderdeel van zijn beloning. Zo kan het ook voorkomen dat een inkoopagent kosten in rekening brengt aan de koper van de ingevoerde goederen voor de toelevering van goederen/diensten, het beheer van grondstofvoorraden, het verlies van grondstoffen bij het vervaardigen van de ingevoerde goederen. Ook geen gebruikelijke taken van een inkoopagent zijn het ontwerpen van de ingevoerde goederen en/of het vaststellen van technische specificaties van deze goederen. In al deze gevallen kunt u de in rekening gebrachte gehele beloning niet als inkoopcommissie in aanmerking nemen; alleen het gedeelte waarvan duidelijk is dat het wordt berekend voor vertegenwoordiging bij de aankoop van de in het vrije verkeer gebrachte goederen, moet u als inkoopcommissie aanduiden.

Een verbondenheid tussen de inkoopagent en de koper is voor de vaststelling van de douanewaarde van belang ingeval de inkoopagent kosten in rekening brengt die normaal gesproken in de prijs van de verkoper zouden zijn inbegrepen (zie voor verbondenheid tussen de verkoper en koper de paragrafen 2.32 tot en met 2.34). Als de inkoopagent bijvoorbeeld kosten in rekening brengt voor niet met de ingevoerde goederen gerelateerde kosten, zoals managementfees of diensten die ten behoeve van de koper worden verleend, behoeft het daarvoor in rekening gebrachte gedeelte van de commissie niet bij de werkelijk betaalde of te betalen prijs te worden bijgeteld. Dit gedeelte van de commissie kan echter niet op grond van artikel 72 DWU in mindering worden gebracht van de werkelijk betaalde of te betalen prijs. Bij twijfel over verbondenheid tussen de inkoopagent en de koper wordt contact opgenomen met de belastingkantoren waar deze personen zijn gevestigd. Dan kunt u de in rekening gebrachte beloning niet geheel als inkoopcommissie beschouwen; alleen het gedeelte waarvan duidelijk is dat het wordt berekend voor diensten voor de aankoop van de in het vrije verkeer gebrachte goederen, moet u als inkoopcommissie aanduiden.

Een andere factor die van belang is bij de vraag of de commissie als inkoopcommissie kan worden beschouwd, is de verbondenheid tussen de partijen die bij een transactie betrokken zijn. Als de agent bijvoorbeeld met de verkoper is verbonden of met een derde persoon die met de verkoper is verbonden, stelt u vast of de agent wel in staat is het belang van de koper te vertegenwoordigen.

Ondanks het bestaan van een agentencontract heeft de douane de bevoegdheid het geheel van omstandigheden te onderzoeken om vast te stellen of degene die agent zou zijn, daadwerkelijk in het belang van de koper handelt en niet in het belang van de verkoper, of zelfs in zijn eigen belang.

In bepaalde branches komt het voor dat een tussenpersoon deels als inkoopagent op provisiebasis werkt en deels voor eigen rekening koopt en verkoopt. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval bij exportfirma's of zogenaamde zelfstandige agenten die soortgelijke diensten verlenen maar die, in tegenstelling tot inkoopagenten, een eigendomsbelang bij de goederen hebben en invloed uitoefenen op de transactie of op de prijs die de importeur betaalt. In dergelijke gevallen kunt u de zogenaamde tussenpersoon niet als inkoopagent beschouwen.

Partijen kunnen overeen zijn gekomen dat de agent het contract afsluit. De agent maakt in die gevallen een factuur op voor de importeur, waarin de agent als verkoper is vermeld, met een specificatie van de kosten en zijn provisie. Het feit dat een agent de factuur opmaakt, betekent nog niet dat u hem daardoor als verkoper van de goederen moet beschouwen.

In het algemeen is de aangever verplicht een factuur op basis waarvan de douanewaarde is aangegeven, aan de douane te overleggen. (artikel 145 UVo.DWU)

Als bij de aangifte voor het vrije verkeer de douanewaarde is gebaseerd op de factuur waarop de agent als verkoper is vermeld, kunt u deze factuur aanvaarden, zonder rekening te houden met de inkoopcommissie. Voorwaarde is dat de aangever ook de door de fabrikant of leverancier uitgereikte factuur kan overleggen, of een ander overtuigend bewijs van de verkoop van de ingevoerde goederen door bemiddeling van de agent.

Hof van Justitie te Luxemburg heeft in dit verband beslist dat bij het gebruik van de transactiewaarde-methode van ingevoerde goederen moet worden uitgegaan van de transactie tussen de fabrikant of de leverancier en de importeur. De douanewaarde moet daarom worden gebaseerd op de prijs die in die overeenkomst is vermeld. De inkoopcommissie moet daar niet bij worden geteld, zelfs niet wanneer de importeur de inkoopagent als verkoper heeft aangeduid en de door deze inkoopagent in rekening gebrachte prijs van de goederen heeft aangegeven. Zie Jurisprudentie C-299/90.

Naar boven

4.7 Rechten bij invoer en andere belastingen

Rechten bij invoer en andere belastingen die in de Unie vanwege de invoer of de verkoop van de goederen dienen te worden voldaan;
(artikel 72, letter f, DWU)

Voorbeelden hiervan zijn: accijns, omzetbelasting, belastingen bij invoer in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (zoals aanvullend recht bij de invoer van pluimveevlees) en antidumpingheffingen.

Naar boven

4.8 Recht tot distributie of wederverkoop

Onverminderd artikel 71, lid 1, letter c, DWU, dat handelt over royalty’s en licentierechten, de betalingen die de koper doet ter verkrijging van het recht tot distributie of wederverkoop, en die geen voorwaarde zijn van de verkoop voor uitvoer naar de Unie van de in het vrije verkeer gebrachte goederen, voegt u niet toe aan de werkelijk voor de goederen betaalde of te betalen prijs.
(artikel 72, letter g, DWU).

Als de betaling voor het recht tot distributie of wederverkoop een voorwaarde uitmaakt van de verkoop voor uitvoer van die goederen, neemt u de betaling voor dit recht wel in de douanewaarde op (zie ook paragraaf 3.13).

Als de in het vrije verkeer gebrachte goederen (onderdelen, grondstoffen, enzovoorts) echter bestemd zijn om door de koper te worden gebruikt voor de vervaardiging van andere goederen, dan kunt u ervan uitgaan dat het recht van distributie of wederverkoop, ook als het een voorwaarde uitmaakt van de verkoop voor uitvoer, voor het gefabriceerde eindproduct is verleend en de betaling ervoor geen betrekking heeft op de in het vrije verkeer gebrachte goederen.

Naar boven

4.9 Bijzondere regels

In het DWU is in hoofdstuk 1, afdeling 3 “gemeenschappelijke bepalingen voor douaneschuld bij invoer en bij uitvoer” in artikel 86 DWU bepaalt, dat indien voor onder een douaneregeling (zie definitie in artikel 5, onder 16, DWU) of in tijdelijke opslag in het douanegebied van de Unie geplaatste goederen kosten voor opslag of gebruikelijke behandelingen zijn ontstaan, deze kosten of de waardevermeerdering niet in de douanewaarde hoeven te worden begrepen, op voorwaarde dat de aangever afdoende bewijs levert van het bestaan van die kosten.

De waarde van niet-Unie goederen, die bij de behandelingen zijn gebruikt, moeten echter wel deel uitmaken van de douanewaarde van de ingevoerde goederen.

(zie ook paragraaf 2.27)

Naar boven

4.10 Onderscheiden

Elementen die deel uitmaken van de werkelijk voor de goederen betaalde of te betalen prijs en die in principe niet in de douanewaarde hoeven te worden begrepen, mogen alleen in mindering worden gebracht als zij onderscheiden zijn van de prijs. Om te voldoen aan deze voorwaarde is het noodzakelijk dat:

  • de aard van het element wordt vastgesteld;

  • de waarde ervan wordt bepaald, uitgedrukt in geld;

  • een verdeling hiervan wordt gemaakt in de aangifte voor de douanewaarde.

Met deze aangifte wordt niet alleen de aangifte van gegevens voor de douanewaarde (formulier D.V.1) bedoeld. Ook in de gevallen dat geen aangifte D.V.1 hoeft te worden gedaan, is het noodzakelijk dat het uit te sluiten bedrag wordt gespecificeerd. In hoofdstuk 11 is aangegeven in welke gevallen een aangifte D.V.1 moet worden ingediend.

Naast de specificatie in de aangifte voor de douanewaarde is het noodzakelijk dat de betalingen, inkoopcommissies of andere kosten ook in de handelsbescheiden zijn onderscheiden.

In een aantal gevallen zal dat onderscheid kunnen worden gemaakt aan de hand van contracten, facturen of andere bescheiden. In andere gevallen zal het vaak mogelijk zijn aan de hand van de door de aangever ter beschikking gestelde gegevens, bijvoorbeeld uit de boekhouding of uit kostprijscalculaties, het bedoelde onderscheid op redelijke wijze te maken. Om te bepalen welke kosten van vervoer binnen de Unie op de werkelijk betaalde of te betalen prijs in mindering kunnen worden gebracht kan de aangever bijvoorbeeld de factuur van de vervoerder aan de koper van de goederen overleggen en eventueel de bewijzen van betaling van die vervoerskosten.

Met het oog op een uniforme toepassing van het begrip "onderscheiden" bestaan verder nog de volgende aanwijzingen:

  • De aangever kan in gevallen voor het "onderscheiden" van de kosten van vervoer ook een verklaring overleggen die verwijst naar de gebruikelijke tarieven van vervoer met het gebruikte vervoermiddel waaruit blijkt hoe tot het bedrag van de aftrek is gekomen.

  • Voor het buiten de douanewaarde laten van interesten kan de financieringsovereenkomst worden gebruikt om het "onderscheiden" zijn aan te tonen.

Het Hof van Justitie heeft in het arrest van 18 april 1991 (zaak 79/89), bepaald dat montagekosten in de aangifte voor de douanewaarde onderscheiden moeten zijn van de prijs die werkelijk voor de goederen is betaald of zal worden betaald om te kunnen worden uitgesloten van de douanewaarde.

Het Hof van Justitie heeft in het arrest van 5 december 2002 (zaak 379/00), bepaald dat een inkoopcommissie die is opgenomen in de aangegeven douanewaarde en in de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer niet is onderscheiden van de verkoopprijs van de ingevoerde goederen, deel uitmaakt van de transactiewaarde als bedoeld in artikel 70 DWU.

De aangifte kan niet meer worden gewijzigd na het tijdstip waarop de goederen voor het vrije verkeer zijn vrijgegeven (artikel 173 DWU). Als de hoogte van de elementen pas na het in het vrije verkeer brengen bekend wordt, bestaat voor de aangever de mogelijkheid om deze op een later tijdstip te verstrekken. De uitspraak van het Hof is van overeenkomstige toepassing op de andere in dit hoofdstuk genoemde betalingen, inkoopcommissie en kosten die moeten zijn onderscheiden van de werkelijk betaalde of te betalen prijs van de goederen om te kunnen worden uitgesloten van de douanewaarde.

Het Hof van Justitie heeft in het arrest Gaston Schul van 15 juli 2010 (zaak C-354/09) bepaald dat rechten bij invoer ook “onderscheiden” zijn van de werkelijk betaalde of te betalen prijs voor de ingevoerde goederen, wanneer de contractpartijen overeengekomen zijn dat de goederen DDP („Delivered Duty Paid”) zullen worden geleverd en deze vermelding ook op de douaneaangifte hebben geschreven, maar zij door een vergissing over de oorsprong van die goederen geen bedrag aan rechten bij invoer hebben vermeld.

Voorbeeld

Vanuit IJsland zijn goederen verkocht voor een bedrag van € 5.000. Leveringsvoorwaarde is DDPRotterdam. Door de oorsprong is het douanerechtpercentage 0% waardoor er op de aangifte ten invoer geen douanerechten worden vermeld. Echter door een vergissing blijken de goederen niet de oorsprong IJsland maar de oorsprong Rusland te hebben. Hierdoor wordt het douanerechtpercentage 20% en het bedrag aan douanerechten € 833,33. Door de leveringsvoorwaarde DDPRotterdam komen deze extra kosten in principe voor rekening van de verkoper.

Het arrest Gaston Schul geeft aan dat, ondanks dat op de aangifte ten invoer € 0 aan douanerechten stond vermeld, het uiteindelijke bedrag van € 833,33 buiten de douanewaarde mag blijven. Dit terwijl het “te onderscheiden” bedrag niet op de aangifte was vermeld.

Naar boven