Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

8.00.00 Preferentiele oorsprong en herkomst

7 Opslag onder douanetoezicht en vervangen van oorsprongsbewijzen

7.1 Opslag onder douanetoezicht en vervangen van oorsprongsbewijzen

In dit hoofdstuk zijn de voorwaarden opgenomen die van toepassing zijn bij het vervangen (en splitsen) van oorsprongsbewijzen. Tevens vindt u in dit Hoofdstuk de voorwaarden waaronder goederen, waarvoor in een partnerland of een begunstigd land een oorsprongsbewijs is afgegeven, kunnen worden opgeslagen onder douanetoezicht zonder dat de aanspraak op preferentie verloren gaat.

Naar boven

7.1.1 Vervangen van oorsprongsbewijzen

In de paragrafen 7.1.2 tot en met 7.1.23 worden de volgende onderwerpen behandeld:

  • Mogelijkheden tot vervangen (7.1.2);

  • Vervangen door certificaten inzake goederenverkeer EUR. en EUR-MED voor gebruik binnen de Europese Unie (7.1.3);

  • Vervangen van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en EUR-MED bij wederuitvoer (7.1.4);

  • Vervangen van certificaten van oorsprong FORM A (7.1.5);

  • Vervangen van attesten van oorsprong (7.1.6);

  • Achteraf vervangen (7.1.7);

  • Vervangen FORM A bij ompakken (7.1.8);

  • Vervangen bij mengen (7.1.9);

  • Geen vervangen indien goederen al in vrije verkeer zijn (7.1.10.);

  • Vervangen van vervangingscertificaten (7.1.11.);

  • Vervangen van certificaten van oorsprong FORM A die bij invoer in de Europese Unie geen recht geven op preferentie (7.1.12);

  • Vervangen van oorsprongsverklaringen (7.1.13);

  • Bijzonderheden met betrekking tot opslag onder douanetoezicht (7.1.14);

  • Identiteit van de goederen (7.1.15);

  • Gezamenlijke tankopslag (7.1.16);

  • Samenvoeging van niet-identieke goederen van dezelfde oorsprong die onder douanetoezicht zijn opgeslagen (7.1.17);

  • Voorkoming van het verstrijken van de geldigheidsduur tijdens opslag (7.1.18);

  • Vervanging van oorsprongsbewijzen voor verder vervoer of doorvoer (7.1.19);

  • Geen vervanging van oorsprongsbewijzen bij uitslag met bestemming invoer (7.1.20);

  • Preferentie bij invoer en gebruikelijke behandelingen (7.1.21);

  • Preferentie bij invoer en behandelingen onder douanetoezicht (7.1.22);

  • Afgeven verklaringen van non-manipulatie (7.1.23).

Naar boven

7.1.2 Mogelijkheden tot vervangen

Alle preferentiële regelingen bevatten een bepaling die het mogelijk maakt om een in een partnerland of begunstigd land afgegeven certificaat of opgestelde oorsprongsverklaring (factuurverklaring) te vervangen door één nieuw certificaat of te splitsen in meerdere nieuwe certificaten (zie bijvoorbeeld artikel 19 van aanhangsel I bij de Regionale Conventie).

Artikel 69 UVo. DWU geeft de kaders voor het vervangen in de Europese Unie van in partnerlanden afgegeven certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en oorsprongsverklaringen. (factuurverklaringen) Voorwaarden hierbij zijn dat de goederen waarop deze oorsprongsbewijzen betrekking hebben nog niet in het vrije verkeer zijn gebracht - en zich dus bevinden onder toezicht van een douanekantoor - en bestemd zijn om met een vervangend oorsprongsbewijs te worden overgebracht naar een plaats elders in de Europese Unie. Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan kan een in een partnerland afgegeven certificaat EUR.1 of oorsprongsverklaring (factuurverklaring) in de Europese Unie worden vervangen door:

  • een vervangende oorsprongsverklaring (factuurverklaring) opgesteld door een Toegelaten Exporteur die de goederen verder verzendt;

  • een vervangende oorsprongsverklaring (factuurverklaring) opgemaakt door een wederverzender van de goederen voor zover de totale waarde van de oorsprongsproducten in de te splitsen oorspronkelijke zending niet meer bedraagt dan € 6.000; (LGO: € 10.000)

  • een vervangende oorsprongsverklaring (factuurverklaring) opgemaakt door de wederverzender van de goederen en de totale waarde van de oorsprongsproducten in de te splitsen zending hoger is dan € 6.000 (LGO: € 10.000) mits de wederverzender een kopie bijvoegt van het oorspronkelijke oorsprongsbewijs;

  • een certificaat EUR.1 dat is afgegeven bij het douanekantoor dat toezicht houdt op de goederen en aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • de wederverzender geen Toegelaten Exporteur is en niet toestaat dat een kopie van het oorspronkelijke oorsprongsbewijs bij het vervangende oorsprongsbewijs wordt bijgevoegd;

  • de totale waarde van de oorsprongsproducten in de oorspronkelijke zending hoger is dan € 6.000 (LGO: € 10.000) waarboven de exporteur een Toegelaten Exporteur moet zijn om een vervangend oorsprongsbewijs te kunnen opstellen;

  • een vervangend attest van oorsprong (zie voor de vereisten Bijlage 22-20 UVo. DWU) opgesteld door een (geregistreerde) wederverzender (REX) die goederen van oorsprong uit een APS-land verder verzendt naar een plaats elders in de Europese Unie of doorvoert naar Zwitserland en/of Noorwegen. Zie voor meer informatie over het vervangen van een certificaat EUR.1 en een certificaat EUR-MED voor gebruik binnen de Europese Unie zie paragraaf 7.1.3 en paragraaf 7.1.4 voor het vervangen bij wederuitvoer naar een van de landen van de Pan-Euromediterrane zone. In paragraaf 7.1.5 vindt u meer informatie over het vervangen van een certificaat van oorsprong Form A en in paragraaf 7.1.6 over het vervangen van een attest van oorsprong door (geregistreerde) wederverzenders.

Indien er tot vervanging van een oorsprongsbewijs wordt overgegaan moet dit plaatsvinden binnen de kaders van de betreffende preferentiële regeling. Dit is van belang omdat producten die van oorsprong zijn in het kader van een bepaalde oorsprongsregeling dat niet automatisch ook zijn in het kader van een andere oorsprongsregeling. Dit wordt veroorzaakt door verschillende oorsprongsregels voor dezelfde producten in de verschillende oorsprongsregelingen en door de verschillende vormen van cumulatie in de verschillende oorsprongsregelingen. (zie paragraaf 2.3.13).

De preferentiële oorsprongsregelingen leggen de bevoegdheid tot het vervangen van oorsprongsbewijzen door een certificaat EUR.1 bij het douanekantoor dat toezicht houdt op de goederen. Naar Nederlandse maatstaven betekent dit dat inspecteur in wiens ambtsgebied de goederen zich bevinden is bevoegd. De inspecteur heeft deze bevoegdheid gedelegeerd aan het douanekantoor waar de goederen zich onder douanetoezicht bevinden.

De bevoegdheid van het douanekantoor beperkt zich noodzakelijkerwijs niet alleen tot de feitelijke vervanging van oorsprongsbewijzen maar heeft eveneens betrekking op de controle in de gevallen dat de vervanging plaats vindt in het kader van een aan een vergunninghouder verstrekte vergunning "vooraf viseren van vervangingscertificaten" (zie paragraaf 8.8).

Hierna volgen de algemene voorwaarden die zijn verbonden aan het vervangen van een oorsprongsbewijs.

  1. Alleen geldige oorsprongsbewijzen kunnen worden vervangen. Dit betekent dat een oorsprongsbewijs uitsluitend kan worden vervangen indien het origineel is (dit geldt niet voor oorsprongsverklaringen die zijn opgesteld door een Toegelaten Exporteur of een in Canada geregistreerde exporteur en voor attesten van oorsprong) en aan de gestelde eisen voldoet (zie voor deze eisen paragraaf 7.1.3 e.v.).

  2. De goederen moeten zich onder douanetoezicht bevinden in het ambtsgebied van het bevoegde douanekantoor.

  3. Het nieuwe oorsprongsbewijs (vervangend oorsprongsbewijs) wordt afgegeven in het kader van dezelfde preferentiële regeling. Dit houdt bijvoorbeeld in dat een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 niet kan worden vervangen door een certificaat van oorsprong FORM A of andersom. Evenmin kan - bijvoorbeeld - een oorsprongsbewijs afgegeven in het kader van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Centraal-Amerika niet worden vervangen door een oorsprongsbewijs in het kader van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de ANDES-landen.

  4. Het vervangende oorsprongsbewijs bevat dezelfde gegevens als het oorspronkelijke oorsprongsbewijs;

  5. De goederen mogen tijdens hun verblijf in de Europese Unie geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan naders dan die ter behoud van de goede staat en lossen en (her)laden.

Naar boven

7.1.3 Vervangen door certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en EUR-MED voor gebruik binnen de Europese Unie.

Uitgangspunt bij het vervangen van oorsprongsbewijzen is, dat een vervangingscertificaat EUR. 1 of EUR-MED dat bestemd is om elders in de Europese Unie bij invoer te worden gebruikt dezelfde gegevens bevat als het voorafgaande (te vervangen) oorsprongsbewijs. Bij de vervanging van oorsprongsbewijzen door certificaten EUR.1 of EUR-MED neemt de wederverzender voor de invulling van het vervangingscertificaat de volgende regels in acht:

  1. In vak 1 moeten de naam, adres en vestigingsplaats worden vermeld van degene die om het vervangingscertificaat heeft verzocht. (de wederverzender)

  2. In de vakken 2, 4 en in vak 5 moeten de vermeldingen van het oorspronkelijke (te vervangen) oorsprongsbewijs worden overgenomen.

  3. In vak 3 kunnen de gegevens worden vermeld van degene voor wie de goederen bestemd zijn. De invulling van vak 3 is optioneel.

  4. Vak 6 blijft leeg.

  5. In vak 7 moet de volgende aantekening worden gesteld: "replacement certificate (original EUR 1 of origin declaration no. ....., issued (datum)"
    Als er op het oorspronkelijke certificaat in vak 7 is vermeld: afgegeven à posteriori en/of duplicaat", neemt de wederverzender dit over op het nieuwe certificaat.

  6. In de vakken 8 en 9 neemt de wederverzender alle vermeldingen over die op het oorspronkelijke oorsprongsbewijs voorkomen. Uiteraard geldt dit niet voor de hoeveelheden, als deze afwijken van de hoeveelheden die op het oorspronkelijke oorsprongsbewijs zijn vermeld. Er mag echter nooit een grotere hoeveelheid op het certificaat staan, dan dat er op het te vervangen oorsprongsbewijs staat. Zie voor wijzigingen in verpakkingen en dergelijke, paragraaf 7.1.8.

  7. Bij het invullen van vak 10 mag men kiezen uit twee mogelijkheden:

    • men vermeldt de factuurgegevens, of

    • laat het vak leeg.

  8. Vak 11 is bestemd voor de Douane. Zie voor de te vermelden gegevens het onderwerp "ambtelijke werkzaamheden" hierna.

  9. In vak 12 vermeldt men de naam, het adres en een met de hand geplaatste handtekening van de wederverzender. Wanneer de handtekening te goeder trouw is geplaatst is de wederverzender niet verantwoordelijk voor de juistheid van de op het oorspronkelijke oorsprongsbewijs aangebrachte vermeldingen.

Ambtelijke werkzaamheden

Als aan bovenstaande criteria is voldaan, viseert u het nieuwe certificaat. U verricht daarbij de volgende ambtelijke werkzaamheden:

  1. Ga na of het nieuw af te geven certificaat EUR.1 of EUR-MED in tweevoud is ingediend. U neemt geen formulieren in enkelvoud in behandeling. Omdat de Kamer van Koophandel geen rol heeft bij het vervangen van certificaten is een vervangingscertificaat aan de achterzijde van het tweede exemplaar niet voorzien van de bevindingen van de Kamer van Koophandel.

  2. Vermeld in vak 11, na Uitvoerdocument: de soort, het nummer, de datum en het kantoor van afgifte van het vervoersdocument dat de goederen naar hun bestemming in de Europese Unie gaat begeleiden.

  3. Vermeld verder in dat vak op de daarvoor bestemde plaatsen:

    • de naam van het douanekantoor;

    • het land of gebied van afgifte (Nederland);

    • de plaats van afgifte van het certificaat;

    • de datum van afgifte van het certificaat;

    • uw handgeschreven handtekening met daaronder uw naam in blokletters.

  4. Plaats tot slot een duidelijke afdruk van de metalen dienststempel in het rechtergedeelte van vak 11.

  5. Teken op het voorafgaande oorsprongsbewijs per nieuw certificaat aan:

    • het nummer van het afgegeven vervangingscertificaat EUR.1 of EUR-MED;

    • de datum van afgifte;

    • het aantal colli;

    • het gewicht;

    • lidstaat van bestemming.

  6. Als een oorsprongsbewijs geheel (in eenmaal) wordt vervangen door één nieuw certificaat, volstaat u met de vermelding: "conform vervangen door certificaat EUR.1 nr....." of conform vervangen door certificaat EUR-MED nr……”.

  7. Plaats bij die aantekening(en) een afdruk van de metalen dienststempel, uw handgeschreven handtekening en uw naam in blokletters.

  8. Geef het geviseerde eerste exemplaar van het certificaat terug aan de wederverzender of diens gemachtigde.

  9. Geef het inmiddels vervangen oorsprongsbewijs terug aan de wederverzender ter archivering.

  10. Houd het tweede exemplaar van het nieuwe certificaat achter en bewaar dat tenminste drie jaar. Dit met het oog op eventuele controleverzoeken vanuit het buitenland.

Naar boven

7.1.4 Vervangen van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en EUR-MED bij wederuitvoer.

Certificaten EUR.1 en EUR-MED kunnen worden vervangen wanneer goederen van oorsprong uit een van de landen van de Pan-Euromediterrane zone (niet-Uniegoederen die onder toezicht zijn gesteld van een douanekantoor) worden weder uitgevoerd naar een ander land van de Pan-Euromediterrane zone. Uitgangspunt bij het vervangen van certificaten is, dat de vervangingscertificaten in beginsel dezelfde gegevens bevatten als het voorafgaande (te vervangen) certificaat. Zie hierna:

  1. Bij het invullen van vak 1 moeten de naam, adres en vestigingsplaats worden vermeld van degene die om het vervangingscertificaat heeft verzocht. (de wederverzender).

  2. Bij het invullen van de vakken 2, 4 en 5 moet men alle vermeldingen van het oorspronkelijke certificaat worden overgenomen.

  3. In vak 3 kunnen de gegevens worden vermeld van degene voor wie de goederen bestemd zijn. De invulling van vak 3 is optioneel.

  4. In vak 6 moeten de gegevens van het oorspronkelijke certificaat gegevens worden overgenomen. Was het vak leeg, dan blijft het vak ook in het nieuwe certificaat (vervangingscertificaat) leeg.

  5. In vak 7 moet de volgende aantekening worden gesteld: "replacement certificate (original EUR 1 of EUR-MED no. ....., issued d.d. ....)"
    Als er op het te oorspronkelijk certificaat in dat vak 7 is vermeld: afgegeven à posteriori en/of duplicaat", neemt de wederverzender of diens gemachtigde dit over op het nieuwe certificaat.

  6. In de vakken 8 en 9 neemt de wederverzender of diens gemachtigde alle vermeldingen over die op het oorspronkelijke certificaat in die vakken voorkomen. Uiteraard geldt dit niet voor de hoeveelheden, als deze afwijken van de hoeveelheden die op het oorspronkelijke certificaat staan. Er mag echter nooit een grotere hoeveelheid op het nieuwe certificaat staan, dan dat er op het te vervangen certificaat staat. Zie voor wijzigingen in verpakkingen en dergelijke, paragraaf 7.1.8.

  7. Bij het invullen van vak 10 mag men kiezen uit drie mogelijkheden:

    • men neemt de gegevens van het oorspronkelijke certificaat over, of

    • men vermeldt de gegevens van de nieuwe factuur, of

    • laat het vak leeg.

  8. Vak 11 is bestemd voor de douaneautoriteiten. Zie voor de te vermelden gegevens het onderwerp "ambtelijke werkzaamheden" hierna.

  9. In vak 12 vermeldt men de naam, het adres en de handtekening van de wederverzender of diens gemachtigde.

Ambtelijke werkzaamheden

Als aan bovenstaande criteria is voldaan, viseert u het nieuwe certificaat. U verricht daarbij de volgende ambtelijke werkzaamheden:

  1. Ga na of het nieuw af te geven certificaat EUR.1 of certificaat EUR-MED in tweevoud is ingediend. U neemt geen formulieren in enkelvoud in behandeling. Omdat de Kamer van Koophandel geen rol heeft bij het vervangen van certificaten is een vervangingscertificaat aan de achterzijde van het tweede exemplaar niet voorzien van de bevindingen van de Kamer van Koophandel.

  2. Vermeld in vak 11, Na Uitvoerdocument: de soort, het nummer, de datum en het kantoor van afgifte van het vervoer- of doorvoerdocument dat de goederen naar hun bestemming gaat begeleiden.

  3. In geval van voortzetting van de opslag:

    Na Uitvoerdocument: de soort, het nummer, de datum en het kantoor van afgifte waarop de inslag plaatsvond.

  4. Vermeld verder in dat vak op de daarvoor bestemde plaatsen:

    • de naam van het douanekantoor;

    • het land of gebied van afgifte (Nederland);

    • de plaats van afgifte van het certificaat;

    • de datum van afgifte van het certificaat;

    • uw handgeschreven handtekening met daaronder uw naam in blokletters.

  5. plaats tot slot een afdruk van de metalen dienststempel in het rechtergedeelte van vak 11.

  6. teken op het voorafgaande certificaat per nieuw certificaat aan:

    • het nummer;

    • de datum van afgifte;

    • het aantal colli;

    • het gewicht;

    • land van bestemming.

  7. Als een certificaat geheel (in eenmaal) wordt vervangen door één nieuw certificaat, volstaat u met de vermelding: "conform vervangen door certificaat EUR.1 (of EUR-MED) nr.....".

  8. Plaats bij die aantekening(en) een duidelijke afdruk van de metalen dienststempel, uw handgeschreven handtekening en uw naam in blokletters.

  9. Geef het geviseerde eerste exemplaar van het certificaat terug aan de wederverzender.

  10. Geef het inmiddels vervangen certificaat terug aan de houder ter archivering.

  11. Houd het tweede exemplaar van het nieuwe certificaat achter en bewaar dat tenminste drie jaar. Dit met het oog op eventuele controleverzoeken vanuit het buitenland.

Let op!

Een oorsprongsbewijs kan niet worden vervangen in het kader van een preferentiële regeling tussen landen waarbij de Europese Unie geen partij is. Het gaat dan o.a. om oorsprongsbewijzen die zijn afgegeven in het kader van vrijhandelsovereenkomsten die zijn gesloten tussen de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA: Noorwegen, IJsland, Zwitserland (inclusief Liechtenstein) en landen zoals China, Japan, Chili en Mexico.

Naar boven

7.1.5 Vervangen van certificaten van oorsprong FORM A

Uitgangspunt bij het vervangen van certificaten is dat de vervangingscertificaten dezelfde gegevens bevatten als de voorafgaande (te vervangen) certificaten. Voor de uitzonderingen zie hierna.

Bij de vervanging van certificaten van oorsprong FORM A controleert u of de volgende regels in acht zijn genomen:

  1. In het ongenummerde vak, rechtsboven, moet "Nederland" zijn vermeld als land van afgifte.

  2. In vak 1 moet de naam zijn vermeld van degene die de goederen weder uitvoert of verzendt (wederverzender) naar een andere bestemming in de Europese Unie.

  3. Bij het invullen van vak 2 mag men kiezen uit drie mogelijkheden:

    • men neemt de gegevens van het oorspronkelijke certificaat over, of

    • men vermeldt de gegevens van de nieuwe geadresseerde, of

    • men laat het vak oningevuld. In dat geval streept u dit vak door.

  4. Als in vak 3 in het oorspronkelijke certificaat gegevens zijn opgenomen, moeten die in het nieuwe certificaat zijn overgenomen. Was het vak leeg, dan blijft het ook in het nieuwe certificaat leeg.

  5. In vak 4 moeten de volgende vermeldingen zijn geplaatst:

    • de aantekening: "certificat de remplacement" of "replacement certificate"“ ;

    • de datum van afgifte van het oorspronkelijke certificaat;

    • het volgnummer van het oorspronkelijke certificaat.

  6. Bovendien moeten alle gegevens zijn vermeld die ook op het oorspronkelijke certificaat voorkomen.

  7. In de vakken 5 tot en met 9 moeten alle vermeldingen zijn overgenomen die op het oorspronkelijke certificaat voorkomen in die vakken. Uiteraard geldt dit niet voor de hoeveelheden, als deze afwijken van de hoeveelheden die op het oorspronkelijke certificaat staan. Er mag echter nooit een grotere hoeveelheid op het nieuwe certificaat staan, dan dat er op het te vervangen certificaat staan.
    Zie voor wijzigingen in de verpakkingen en dergelijke, paragraaf 7.1.8.

  8. In vak 10 kan het nummer van de nieuwe factuur die voor de weder uitgevoerde goederen is opgesteld worden vermeld. Vak 10 mag ook leeg blijven.

  9. Vak 11 vult de Douane in. Zie voor de te vermelden gegevens het onderwerp "ambtelijke werkzaamheden" hierna.

  10. In vak 12 moet het land van oorsprong en het land van bestemming zijn vermeld, zoals aangegeven op het oorspronkelijke certificaat. Men mag die gegevens onder geen voorwaarde wijzigen. Als men dat toch doet, vervangt u het certificaat niet.

De wederverzender of diens gemachtigde vertegenwoordiger die de goederen weder uitvoert naar Noorwegen of Zwitserland (inclusief Liechtenstein) of vervoert naar een bestemming elders in de Europese Unie vermeldt in vak 12 zijn naam en adres (firmastempel) en ondertekent het certificaat FORM A.

Let op!

Een certificaat FORM A mag niet worden vervangen of gesplitst bij de wederuitvoer van goederen met bestemming Turkije.

Ambtelijke werkzaamheden

Als aan bovenstaande criteria is voldaan, viseert u het nieuwe certificaat. U verricht daarbij de volgende werkzaamheden:

Vermeld in vak 11, afhankelijk van de situatie:

  1. in geval van vervoer of doorvoer:

    soort, nummer, datum en kantoor van afgifte van het vervoer- of doorvoerdocument.

  2. in geval van invoer:

    het woord "invoer" in rode inkt.

  3. in geval van voortzetting van de opslag:

    soort, nummer, datum en kantoor van afgifte van het document waarop de inslag heeft plaatsgevonden.

  4. viseer daarna het certificaat door middel van een afdruk van de metalen dienststempel, uw handgeschreven handtekening en uw naam in blokletters.

  5. teken op het voorafgaande certificaat per nieuw certificaat aan:

    - het nummer;

    - de datum van afgifte;

    - het aantal colli;

    - het gewicht;

    - land van bestemming..

  6. als het certificaat geheel (in eenmaal) wordt vervangen door één nieuw certificaat, volstaat u met de vermelding "conform vervangen door certificaat van oorsprong FORM A nr. ...."

  7. bij die aantekening(en) plaatst u een afdruk van de metalen dienststempel, uw handgeschreven handtekening en uw naam in blokletters.

  8. geef het geviseerde exemplaar aan de wederverzender terug.

  9. geef het inmiddels vervangen certificaat terug aan de wederverzender ter archivering.

  10. houd een kopie van het nieuwe certificaat achter en bewaar dat tenminste drie jaar. Dit met het oog op eventuele controleverzoeken vanuit het buitenland.

Naar boven

7.1.6 Vervangen van attesten van oorsprong

Een attest van oorsprong kan door een wederverzender door één of meer vervangende attesten van oorsprong worden vervangen wanneer de producten van oorsprong uit een begunstigd APS-land zich onder douanetoezicht bevinden en de producten worden overgebracht naar een bestemming elders in de Europese Unie. Wanneer de waarde van de oorspronkelijke zending meer bedraagt dan € 6.000 kan vervanging van het attest uitsluitend plaatsvinden indien de wederverzender beschikt een registratie als wederverzender (REX).

Let op!

Wederverzenders die niet zijn geregistreerd kunnen uitsluitend een vervangingsattest afgeven voor zendingen waarvan de waarde van de zending in het oorspronkelijke attest van oorsprong niet meer bedraagt dan € 6.000 of - indien de waarde van de zending in het oorspronkelijke attest van oorsprong hoger is - er bij het vervangende attest (vervangingsattest) een kopie van het oorspronkelijke attest van oorsprong bij het vervangingsattest wordt gevoegd.

Let op!

Geregistreerde wederverzenders mogen ook vervangingsattesten afgegeven wanneer de goederen in ongewijzigde staat worden weder uitgevoerd naar Zwitserland of Noorwegen.

De wederverzender controleert voorafgaand aan het vervangen na of het oorspronkelijke attest van oorsprong nog geldig is (12 maanden na afgifte) en voldoet aan het format volgens Bijlage 22-07 UVo. DWU. Voorts controleert de wederverzender of het oorspronkelijke attest - voor zover de waarde van de in de zending begrepen producten van oorsprong meer bedraagt dan € 6.000 - is afgegeven door een geregistreerde exporteur (REX). Het vervangende attest van oorsprong kan door de wederverzender worden gesteld op de factuur, de pakbon, de afleverbon of een ander commercieel document in overeenstemming met de eisen die zijn opgenomen in bijlage 22-20 UVo. DWU en heeft een geldigheid van 12 maanden te rekenen vanaf de datum dat het oorspronkelijke attest is afgegeven.

De wederverzender van de goederen moet op het oorspronkelijke attest van oorsprong de volgende gegevens vermelden:

  • de gegevens van de vervangende attest(en);

  • zijn naam en adres;

  • de geadresseerden in de Europese Unie of in voorkomend geval in Noorwegen of Zwitserland;

  • een van de volgende vermeldingen: “Replaced” of “Remplacée” of ”Sustituida”.

Op het vervangend attest van oorsprong vermeldt de wederverzender:

  • alle gegevens van de weder verzonden producten uit het oorspronkelijke bewijs;

  • de datum waarop het oorspronkelijk attest van oorsprong werd opgemaakt;

  • de gegevens van het oorspronkelijke attest van oorsprong met inbegrip van eventuele informatie over cumulatie;

  • indien de waarde van de oorspronkelijke zendingen meer bedraagt dan € 6.000 zijn registratienummer;

  • de naam en de adresgegevens van de geadresseerde in de Europese Unie of eventueel in Noorwegen of Zwitserland;

  • de plaats en datum van de vervanging en een van de volgende vermeldingen:

  • “ Replacement statement “,”Attestation de remplacement” of “Comunicación de sustitución “.

Vervangingsattesten van oorsprong behoeven door de wederverzender niet te worden ondertekend.

Let op!

Een attest van oorsprong kan niet worden vervangen of gesplitst bij wederuitvoer van goederen met bestemming Turkije.

Vervanging van vervangingsattesten

Vervangingsattesten van oorsprong kunnen eventueel opnieuw worden vervangen. Het gestelde in deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing. Houdt u wel rekening met de geldigheidsduur van 12 maanden te rekenen vanaf de datum van het oorspronkelijke - in het APS-land - afgegeven attest van oorsprong

Naar boven

7.1.7 Achteraf vervangen

In afwijking van paragraaf 7.1.2. kan de Douane bij wijze van uitzondering een certificaat EUR.1, EUR-MED of FORM A vervangen als de goederen zich inmiddels niet meer bevinden in het ambtsgebied van het bevoegde douanekantoor omdat ze al zijn weggevoerd naar hun bestemming. De houder van de goederen of diens gemachtigde vertegenwoordiger moet zich in voorkomend geval met een schriftelijk verzoek wenden tot het bevoegde douanekantoor dat tot vervanging kan overgaan indien men kan aantonen dat:

  • de goederen zich binnen het ambtsgebied van het bevoegde douanekantoor hebben bevonden en

  • de goederen vanuit het ambtsgebied van het bevoegde douanekantoor zijn verzonden naar een andere bestemming in de Europese Unie of (in geval van een certificaat FORM A) zijn doorgevoerd naar Noorwegen of Zwitserland (inclusief Liechtenstein) en

  • er sprake is van een vergissing, een onopzettelijk verzuim of van bijzondere omstandigheden.

Let op!

Het achteraf vervangen van certificaten kan uitsluitend indien de goederen in het land van bestemming nog niet in het vrije verkeer of onder douanetoezicht van de lokale douaneautoriteiten zijn gebracht en blijft beperkt tot uitzonderingsgevallen. Het mag geen regel worden.

Het schriftelijke verzoek van de houder van de goederen of diens gemachtigde vertegenwoordiger moet de volgende gegevens bevatten:

  • het douanekantoor waar de goederen zich hebben bevonden;

  • de naam van degene die om vervanging verzoekt en onder wiens beheer de goederen zich bevonden;

  • de identiteit van het vervoermiddel waarmee de goederen verder zijn vervoerd of doorgevoerd (bijvoorbeeld naam van het schip of het kenteken van het vervoermiddel);

  • de bestemming die de goederen hebben gevolgd;

  • soort, nummer en datum van afgifte van het douanedocument waarmee de goederen verder zijn vervoerd of doorgevoerd;

  • de omstandigheden waaraan te wijten is dat de vervanging achteraf wordt gevraagd.

De volgende bescheiden moeten bij het verzoek zijn bijgevoegd:

  • een kopie van de verkoopfactuur;

  • een kopie van het vervoersdocument (cognossement, vrachtbrief, etc.);

  • een kopie van het douanedocument waarmee de goederen zijn vervoerd of doorgevoerd.

Als aan bovenstaande criteria is voldaan, willigt u het verzoek in. De ambtelijke werkzaamheden die u moet verrichten vindt in paragraaf 7.1.3 en 7.1.4. (EUR.1/EUR-MED) en paragraaf 7.1.5. (FORM A).

Let op!

Aan de in deze paragraaf gegeven mogelijk tot vervanging van certificaten EUR.1, EUR-MED of certificaten FORM.A nadat de goederen Nederland hebben verlaten (afgifte achteraf) liggen geen wettelijke bepalingen ten grondslag. Omdat de douaneautoriteiten in het land van bestemming een achteraf afgegeven vervangingscertificaat kunnen weigeren, kunnen aan deze in Nederland toegestane uitzondering op de regel door degene die om vervanging van een oorsprongsbewijs heeft verzocht - generlei rechten jegens de Nederlandse Douane worden ontleend.

Naar boven

7.1.8 Vervangen FORM A bij ompakken

In afwijking van het gestelde in paragraaf 7.1.5 kan de Douane toestaan dat de verpakking van de goederen wordt gewijzigd in het kader van de gebruikelijke behandelingen (artikel 220 DWU en bijlage 71-03 GVo. DWU). In een dergelijk geval wordt door de wederverzender op het vervangingscertificaat FORM A zowel de nieuwe verpakkingsvorm als de oorspronkelijke verpakkingsvorm vermeld.

Voorbeeld

Vruchtensapconcentraat, aangevoerd in 100 drums, wordt in bulk verder vervoerd. Bij de goederenomschrijving kan dan als verpakkingsvorm "in bulk" worden vermeld, aangevuld met " (ex 100 drums)".

In gevallen waarin een ander verpakkingsvorm leidt tot het van toepassing zijn van een andere oorsprongsregel staat u een dergelijke vervanging niet toe.

Let op!

Door het wijzigen van de verpakking is er niet voldaan aan de non-manipulatie clausule. Dit kan, indien de goederen worden weder uitgevoerd naar Noorwegen en Zwitserland (inclusief Liechtenstein) leiden tot het weigeren van de preferentie bij invoer in deze landen.

Naar boven

7.1.9 Vervangen bij mengen

Het mengen van deelpartijen identieke bulkgoederen van oorsprong uit hetzelfde land ter zake waarvan meerdere oorsprongsbewijzen werden afgegeven staat de afgifte van één enkel vervangingscertificaat voor de totale partij niet in de weg.

Geen vervanging kan plaatsvinden wanneer het mengen (of bijvoorbeeld het toevoegen van water) plaatsvindt met het oog op het verkrijgen van een goederenspecificatie die anders is dan de specificatie zoals vermeld op het oorspronkelijke (voorafgaande en te vervangen) oorsprongsbewijs.

Naar boven

7.1.10 Geen vervangen indien goederen al in vrije verkeer zijn

Wanneer de goederen al in het vrije verkeer zijn gebracht kan géén vervangend oorsprongsbewijs meer worden afgeven. Dit kan uitsluitend voor goederen die zich nog onder douanetoezicht bevinden (niet-Uniegoederen). Als u een daartoe strekkend verzoek ontvangt kunt u de belanghebbende er op wijzen dat in een dergelijk geval er sprake is van de gebruikelijke procedure voor de afgifte van een (nieuw) certificaat bij uitvoer (zie Hoofdstuk 5).

Naar boven

7.1.11 Vervangen van vervangingscertificaten

Het is mogelijk dat men u verzoekt een vervangingscertificaat opnieuw te vervangen. In een dergelijk geval is het gestelde in paragrafen 7.1.3 tot en met 7.1.5 van overeenkomstige toepassing. Er is echter één uitzondering en één aanvulling.

De uitzondering

Bij de aantekeningen in vak 4 (”for official use”) moeten de gegevens van het oorspronkelijke certificaat zijn vermeld.

De aanvulling

In de rechterbovenhoek van het certificaat, in het witte gedeelte, vermeldt u de aantekening:
"ex .... (letter en nummer van het voorafgaande certificaat)", zonder verdere toevoeging.

Naar boven

7.1.12 Vervangen van certificaten van oorsprong FORM A die bij invoer in de Europese Unie geen recht geven op preferentie

Zoals in paragraaf 7.1.5. al is vermeld, kunnen oorsprongsbewijzen uitsluitend worden vervangen als u ze ook bij een aangifte voor het in het vrije verkeer brengen voor de toepassing van het preferentiële tarief zou kunnen aanvaarden.

Dat houdt bijvoorbeeld in dat een certificaat van oorsprong FORM A dat door een andere dan de bevoegde instantie (zie bijlage 2) is afgegeven niet mag worden vervangen door een nieuw certificaat.
Met betrekking tot de certificaten van oorsprong FORM A (dus niet voor de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED) kan in de volgende gevallen wel worden overgegaan tot vervanging:

  • certificaten FORM A afgegeven in niet door de Europese Unie begunstigde landen (bijvoorbeeld Taiwan) en bestemd voor een land buiten de Europese Unie;

  • certificaten FORM A afgegeven in begunstigde landen met als land van bestemming een land buiten de Europese Unie, ongeacht de afgevende instantie;

  • certificaten FORM A afgegeven in niet door de Europese Unie begunstigde landen die zijn bestemd voor de invoer in Noorwegen en Zwitserland (inclusief Liechtenstein) mits afgegeven door de bevoegde instantie.

Controleer bij het vervangen van de certificaten of aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • Het land van bestemming dat in vak 12 op het te vervangen certificaat is vermeld moet zijn overgenomen op het vervangingscertificaat.

  • In vak 4 moet de aantekening "NOT VALID IN THE EU" zijn gesteld. Het doel van deze aantekening is te voorkomen dat het vervangingscertificaat abusievelijk toch elders bij invoer in de Europese Unie zou worden gebruikt.

  • U wijst de exporteur of zijn gemachtigde op het feit dat de Nederlandse Douane geen verantwoordelijkheid aanvaardt voor het af te geven vervangingscertificaat; de douaneautoriteiten van het (derde) land van invoer beoordelen of er een preferentieel tarief kan worden toegepast.

  • U stelt vast dat aan de overige criteria als genoemd in deze paragraaf is voldaan.

Naar boven

7.1.13 Vervanging van oorsprongsverklaringen

Onder dezelfde voorwaarden als hiervoor aangegeven en voor zover de te vervangen oorsprongsverklaringen alle voor het af te geven vereiste informatie bevatten, kunnen oorsprongsverklaringen worden vervangen door oorsprongsverklaringen in de situatie dat de goederen bestemd zijn om te worden overgebracht naar een andere lidstaat (zie voor de voorwaarden paragraaf 7.1.1). Bij wederuitvoer naar landen van de Pan-euromediterrane zone kan een oorsprongsverklaring alleen worden vervangen door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, oorsprongsverklaringen EUR-MED door een certificaat inzake goederenverkeer EUR-MED en - als gaat om een oorsprongsverklaring in het kader van het APS - door een certificaat van oorsprong FORM A. In vak 7 van het vervangende certificaat EUR.1 of EUR-MED of in vak 4 van het certificaat FORM A moet de volgende aantekening worden gesteld: "replacement certificate ("original origin declaration (of "original origin declaration EUR-MED") no…………… afgegeven d.d……………).

Naar boven

7.1.14 Bijzonderheden met betrekking tot opslag onder douanetoezicht

Goederen die met een oorsprongsbewijs zijn aangevoerd, kunnen onder douanetoezicht worden opgeslagen zonder dat het oorsprongskarakter van die goederen verloren gaat.
Hierbij moet men wel bedenken dat het voor kan komen dat een op zich geldig oorsprongsbewijs geen recht meer geeft op de toepassing van een preferentieel tarief op het moment dat de niet-Uniegoederen in het vrije verkeer worden gebracht. Dat is bijvoorbeeld het geval als de preferentie tijdens de opslag van de goederen beëindigd is of als het contingent is uitgeput.

Hierna zal worden ingegaan op de volgende onderwerpen:

  • identiteit (paragraaf 7.1.15.);

  • gezamenlijke tankopslag (7.1.16.);

  • samenvoeging van niet-identieke goederen van dezelfde oorsprong die onder douanetoezicht zijn opgeslagen (paragraaf 7.1.17.);

  • voorkoming van het verstrijken van de geldigheidsduur tijdens opslag (paragraaf 7.1.18.);

  • vervanging van oorsprongsbewijzen voor verder vervoer of doorvoer (paragraaf 7.1.19);

  • geen vervanging van oorsprongsbewijzen bij uitslag met bestemming invoer (paragraaf 7.1.20);

  • preferentie bij invoer en gebruikelijke behandelingen (paragraaf 7.1.21.);

  • preferentie bij invoer en behandelingen onder douanetoezicht (paragraaf 7.1.22);

  • afgifte verklaringen van non-manipulatie (paragraaf 7.1.23)

Naar boven

7.1.15 Identiteit van de goederen

De oorsprong van de goederen is onlosmakelijk verbonden met de specifieke producten waarvoor een oorsprongsbewijs is afgegeven. Bij opslag onder douanetoezicht moet de identiteit van de goederen dus gehandhaafd blijven. Gebeurt dat niet, dan kan bij controle van het oorsprongsbewijs niet worden vastgesteld of dat oorsprongsbewijs voor die goederen is afgegeven en kan bij het in het vrije verkeer brengen van de goederen geen preferentie worden verleend.

Als de goederen voorzien zijn van merken en/of nummers, zijn die gegevens ook op het oorsprongsbewijs vermeld. In dat geval biedt het oorsprongsbewijs voldoende waarborgen ten aanzien van de identiteit van de goederen.

Als de goederen niet voorzien zijn van merken en/of nummers, is het noodzakelijk dat u maatregelen neemt om de goederen bij uitslag te kunnen identificeren. U kunt bijvoorbeeld de volgende handelingen verrichten:

  • Laat merken en nummers of andere onderscheidingstekens aanbrengen op de goederen. Teken dergelijke aanvullende gegevens vervolgens aan op het oorsprongsbewijs.

  • Adviseer de houder van het oorsprongsbewijs - dat hij het oorsprongsbewijs al bij inslag aan u overlegt. U kunt dan het soort en nummer van het document waarmee de goederen zijn ingeslagen op het certificaat vermelden.

  • Als de houder van het oorsprongsbewijs het oorsprongsbewijs pas na de inslag aan u overlegt, stel dan ter vaststelling van de identiteit van de goederen een nader onderzoek in. Fysieke opneming van de goederen is veelal noodzakelijk.

Naar boven

7.1.16 Gezamenlijke tankopslag

Gezamenlijke tankopslag is de opslag onder douanetoezicht van identieke bulkgoederen van verschillende preferentiële oorsprong of van identieke bulkgoederen van (verschillende) preferentiële oorsprong met bulkgoederen niet van oorsprong.

In beginsel moeten daarbij de goederen van verschillende preferentiële oorsprong - en indien van toepassing van preferentiële oorsprong en van niet-oorsprongsgoederen gescheiden blijven (het principe van de fysieke scheiding, zie paragraaf 2.16). Toegestaan kan worden dat in het geval van tankopslag hiervan wordt afgeweken. In dat geval is voor het efficiënt benutten van de tankruimten een fysieke scheiding praktisch immers niet mogelijk. De goederen houden in dat geval hun oorsprong. (Conclusie Europese Hof van Justitie, zaaknr. C - 294/14, 10 september 2015).

Als de goederen worden uitgeslagen kent u daaraan de desbetreffende oorsprong toe tot de hoeveelheid die met het oorsprongsbewijs zijn opgeslagen.

Onder "identieke goederen" wordt verstaan: goederen die naar soort, hoedanigheid, technische en fysieke kenmerken exact gelijk zijn.

Naar boven

7.1.17 Samenvoeging van niet-identieke goederen van dezelfde oorsprong die onder douanetoezicht zijn opgeslagen

Indien niet-identieke goederen van dezelfde oorsprong worden samengevoegd ontstaat een nieuw product. U kunt dan dus geen vervangingscertificaat afgeven. U heeft immers geen voorafgaand certificaat voor het nieuwe product dat na samenvoeging is ontstaan.

Uitzondering

Er is op deze regel een uitzondering. Als het gaat om certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 afgegeven in de ACS-landen van Cariforum, de eilandstaten in de Stille Zuidzee, de OZA-staten, de SADC-staten, de andere ACS-landen of in de landen en gebieden overzee (LGO) waarop rum is omschreven en de rum wordt hier te lande in een entrepot geblend (= samenvoeging van rum van verschillende eigenschappen tot rum met een specifiek karakter), dan kunt u die certificaten EUR.1 onder de navolgende voorwaarden vervangen:

  1. Bij het blenden mag, behalve van water, slechts gebruik worden gemaakt van rum van oorsprong uit de hiervoor genoemde landen. De entrepothouder moet u daarvoor dus geldige certificaten EUR.1 overleggen.

  2. Iedere uitslag uit het entrepot, ook die waarvoor geen nieuw certificaat is afgegeven, schrijft u af op de oorspronkelijke certificaten die behoren bij de rum die bij het blenden is gebruikt.

  3. In vak 7 van het af te geven certificaat stelt u de aantekening "replacement certificate".

U verricht hierbij dezelfde ambtelijke werkzaamheden als genoemd in paragraaf 7.3.

Naar boven

7.1.18 Voorkoming van het verstrijken van de geldigheidsduur tijdens opslag

Om te voorkomen dat de geldigheidstermijn van een oorsprongsbewijs (zie paragraaf 6.4.) verstrijkt tijdens opslag van de goederen onder douanetoezicht, kan de geldigheid worden “bevroren”. Hiertoe overlegt de houder van het oorsprongsbewijs aan u bij de inslag van de goederen. Het komt ook voor dat de houder het oorsprongsbewijs pas na de inslag aan u overlegt. In beide gevallen handelt u - mits de oorsprongsbewijzen binnen de geldigheidstermijn aan u zijn overgelegd - als volgt.

Nadat u heeft geconstateerd dat de goederen daadwerkelijk zijn ingeslagen, voorziet u het oorsprongsbewijs van de volgende vermelding "certificaat (of oorsprongsverklaring of attest van oorsprong) aangeboden d.d. .....".

Deze vermelding plaats u in vak 7 van het certificaat EUR.1 (of EUR-MED) dan wel in vak 4 van het certificaat FORM A of - indien het een oorsprongsverklaring of attest van oorsprong betreft - op het betreffende handelsdocument. Waarmerk deze vermelding door een afdruk van de metalen dienststempel, uw handtekening en uw naam in blokletters.

Omdat er bij de inslag van de goederen in het algemeen geen fysiek douanetoezicht aanwezig is kan de houder van het oorsprongsbewijs zelf een vermelding omtrent de inslag van de goederen op het oorsprongsbewijs stellen. Door deze vermelding is de geldigheidsduur van het oorsprongsbewijs bij fictie bevroren. De tekst van de te plaatsen vermelding luidt als volgt:
"goederen ingeslagen met document .... (soort), kantoor van afgifte ......, nr. .... (van het document) d.d. .... (van inslag).
De houder voorziet deze vermelding van zijn handtekening.

Oorsprongsbewijzen die worden gebruikt bij het doen van een douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen terwijl de geldigheidsduur al is verstreken kunnen worden gebruikt ter verkrijging van een preferentieel tarief mits de aangever kan aantonen dat de geldigheidsduur van het oorsprongsbewijs niet was verstreken op het moment dat de goederen onder douanetoezicht werden opgeslagen.

Voorzie de oorsprongsbewijzen in dat geval in de eerder genoemde vakken van de volgende vermeldingen:

  • "certificaat (of oorsprongsverklaring of attest van oorsprong) aangeboden d.d....." en

  • "goederen aangeboden d.d......".

"goederen aangeboden d.d......".

Waarmerk deze vermeldingen met een afdruk van de metalen dienststempel, uw handtekening en uw naam in blokletters.

Als de goederen en het oorsprongsbewijs worden aangeboden terwijl de geldigheidsduur van het oorsprongsbewijs al is verstreken kunt u het oorsprongsbewijs bij wijze van uitzondering aanvaarden mits de houder van het oorsprongsbewijs kan aantonen dat de niet-inachtneming van de termijn is te wijten aan overmacht of buitengewone omstandigheden.

Als de goederen en het oorsprongsbewijs worden aangeboden terwijl de geldigheidsduur van het oorsprongsbewijs al is verstreken kunt u het oorsprongsbewijs bij wijze van uitzondering tot maximaal 2 jaar na afgifte van het oorsprongsbewijs aanvaarden mits de houder van het oorsprongsbewijs kan aantonen dat de niet-inachtneming van de termijn is te wijten aan overmacht of buitengewone omstandigheden.

Let op!

Een oorsprongsbewijs - al dan niet achteraf afgegeven - waarvan de geldigheidsduur is verstreken kan bij invoer met aanspraak op preferentie, niet worden aanvaard indien het oorsprongsbewijs nog niet was afgegeven op het moment dat de goederen bij de Douane werden aangeboden (onder douanetoezicht zijn gebracht).

Naar boven

7.1.19 Vervangen van oorsprongsbewijzen voor verder vervoer of doorvoer

Zendingen goederen die onder douanetoezicht liggen opgeslagen, worden vaak in gedeelten uitgeslagen. In die gevallen moeten de deelpartijen die worden uitgeslagen worden afgeschreven van het oorspronkelijke certificaat.

Indien de goederen bestemd zijn om onder douanetoezicht te worden vervoerd naar een bestemming elders in de Europese Unie of - indien het een certificaat FORM A betreft - om te worden doorgevoerd naar Noorwegen en Zwitserland (inclusief Liechtenstein) kan het in het partnerland of begunstigd land afgegeven certificaat in één keer worden vervangen door een of meerdere nieuwe certificaten. Bij de eerste uitslag vervangt u het in het buitenland afgegeven dus:

- door een certificaat voor de eerste zending die wordt doorgevoerd of verder vervoerd en

- een certificaat voor de resterende partij in opslag.

Het oorspronkelijke, in het buitenland afgegeven certificaat kunt u desgewenst ter controle inzenden naar het douanekantoor Nijmegen/Landelijk Oorsprong Team. In andere gevallen wordt het certificaat ter archivering geretourneerd aan de houder van het certificaat.

Bij de volgende uitslagen schrijft u de hoeveelheden die uitgeslagen geworden af van het bij de eerste uitslag geviseerde vervangingscertificaat. U hecht daartoe een allonge achter het vervangingscertificaat. Op de allonge plaatst u de volgende vermeldingen:

- de datum waarop u het nieuwe vervangingscertificaat viseert;

- het nummer van het nieuwe vervangingscertificaat;

- de hoeveelheid goederen die op het certificaat zijn vermeld en die dus worden uitgeslagen;

- een afdruk van de metalen dienststempel, uw handtekening en uw naam in blokletters.

Zolang het bij de eerste uitslag geviseerde vervangingscertificaat niet volledig is vervangen door nieuwe certificaten geeft u het terug aan de houder van het certificaat. Ook na de laatste afschrijving geeft u het ter archivering terug aan de houder.
Het vervangingscertificaat evenals de allonge moeten door de houder van het certificaat gedurende 7 jaar voor controledoeleinden ter beschikking van de Douane gehouden. Indien de Douane daarom verzoekt moet de houder steeds bereid zijn het certificaat voor controle in te zenden

Naar boven

7.1.20 Geen vervanging van oorsprongsbewijzen bij uitslag met bestemming invoer

In afwijking van het gestelde in paragraaf 7.1.19 kan worden toegestaan dat, in geval een zending goederen in gedeelten wordt uitgeslagen met bestemming in het vrije verkeer brengen, de houder van het certificaat in het buitenland afgegeven certificaat zelf afschrijft voor de ten invoer uitgeslagen goederen. Een vergunning van de inspecteur is hiervoor niet nodig. De houder hecht daartoe een allonge achter het certificaat. Op de allonge moeten de volgende vermeldingen worden gesteld:

- de datum waarop de goederen zijn uitgeslagen met bestemming ten invoer;

- het nummer van de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen;

- hoeveelheid van de uitgeslagen en ten invoer aangegeven goederen.

Men mag nooit meer dan de op het in het buitenland afgegeven certificaat vermelde hoeveelheid afschrijven. Het certificaat evenals de allonge moeten door de houder gedurende 7 jaar worden bewaard. Indien de Douane daarom verzoekt moet de houder steeds bereid zijn het certificaat voor een controle in te zenden.

Het voorgaande geldt eveneens voor oorsprongsverklaringen en attesten van oorsprong (zie ook paragraaf 7.1.13 en paragraaf 7.1.6).

Naar boven

7.1.21 Preferentie bij invoer en gebruikelijke behandelingen

Goederen die zijn geplaatst onder de regeling douane-entrepot, onder een veredelingsregeling of in een vrije zone zijn geplaatst kunnen gebruikelijke behandelingen ondergaan (artikel 220 DWU). De gebruikelijke behandelingen zijn beschreven in bijlage 71-03 GVo. DWU.

Op welke manieren met het berekenen van de invoerrechten die onderworpen zijn geweest aan de gebruikelijke behandelingen moet worden omgegaan is aangegeven in artikel 86 DWU. Op basis van artikel 86, lid 2 DWU heeft belanghebbende een keuze voor het berekenen van de invoerrechten. Hierbij kan worden gekozen voor de heffingsgrondslagen die van toepassing zijn op de onbehandelde of die van de behandelde goederen.

Indien de behandelde goederen in het vrije verkeer worden gebracht met toepassing van de heffingsgrondslagen die gelden voor de onbehandelde goederen kan preferentie worden genoten voor zover een geldig preferentieel oorsprongsbewijs van de onbehandelde goederen wordt overgelegd.

Indien de behandelde goederen in het vrije verkeer worden gebracht met toepassing van de heffingsgrondslagen voor de behandelde goederen kan ook preferentie worden genoten. Hieraan is evenwel de voorwaarde gebonden dat de behandelde goederen niet onder een andere GS post worden ingedeeld dan die van de goederen toen zij nog niet waren behandeld en een geldig preferentieel oorsprongsbewijs van de onbehandelde goederen wordt overgelegd.

Naar boven

7.1.22 Preferentie bij invoer en behandelingen onder douanetoezicht

Indien niet-Uniegoederen onder de regeling actieve veredeling zijn gebracht en zij voldeden op het moment dat zij onder de regeling werden gebracht aan de voorwaarden om voor een preferentiële tariefbehandeling in aanmerking te komen dan kan preferentie worden verleend voor de veredelingsproducten. In dat geval moet worden voldaan aan drie voorwaarden:

1. De goederen (niet-Uniegoederen) voldeden op het moment van plaatsing onder douanetoezicht in Nederland aan de voorwaarden om voor het preferentiële tarief in aanmerking te komen;

2. Hetzelfde preferentiële regime (bijvoorbeeld APS) geldt ook voor producten die identiek zijn aan de veredelingsproducten;

3. De veredelingsproducten worden in Nederland in het vrije verkeer gebracht.

Wanneer aan deze drie voorwaarden is voldaan komen de verdelingsproducten voor preferentiële tariefbehandeling in aanmerking zonder dat voor deze goederen een preferentieel oorsprongsbewijs is overgelegd. Het oorspronkelijke oorsprongsbewijs dat voor de niet-Uniegoederen is afgegeven moet echter wel aan de Douane worden overgelegd om te bewijzen dat is voldaan aan de hierboven vermelde eerste voorwaarde: de niet-Uniegoederen voldeden op het moment van plaatsing onder de regeling actieve veredeling aan de voorwaarden om voor het preferentiële tarief in aanmerking te komen.

Naar boven

7.1.23 Afgifte verklaringen van non-manipulatie

Voor goederen die van het ene derde land via Nederland naar een ander derde land worden doorgevoerd of weder uitgevoerd - al dan niet met tussentijdse opslag onder douanetoezicht - kan door de belanghebbende om een certificaat of verklaring van non-manipulatie worden verzocht. In deze verklaring wordt aangegeven onder welke voorwaarden een goederenzending tijdens het verblijf in Nederland onder douanetoezicht is gebleven en of de goederen die deel uitmaken van de zending tijdens het verblijf in Nederland geen andere be-of verwerkingen hebben ondergaan dan die ter behoud van de goede staat en lossen en herladen. De verklaring wordt opgesteld door belanghebbende zelf en ter toetsing en waarmerking overgelegd op het douanekantoor waar de goederen zich bevinden.

Indien de verklaring een juiste weergave van de feiten bevat kan de verklaring worden voorzien van een datum, handtekening en een afdruk van het metalen dienststempel en aan belanghebbende worden geretourneerd. U kunt geen verklaring van non-manipulatie waarmerken indien u niet absoluut zeker bent van de feiten zoals deze in de verklaring zijn weergegeven (zie voor meer informatie over non-manipulatie clausule paragraaf 6.7 bij dit onderdeel van het Handboek).

Naar boven

7.2 Vervangen van certificaten inzake goederenverkeer A.TR.

Uitgangspunt bij het vervangen van certificaten inzake goederenverkeer A. TR. is dat een vervangingscertificaat A.TR. dat bestemd is om elders in de Europese Unie of in Turkije bij invoer te worden gebruikt dezelfde gegevens bevat als het voorafgaande (te vervangen) certificaat A.TR en de goederen in het vrije verkeer zijn van de douane-unie tussen de EU en Turkije. Bij de vervanging van certificaten A.TR. moeten voor de invulling van het vervangingscertificaat de volgende regels in acht worden genomen:

  • In vak 1 moeten de naam, adres en vestigingsplaats worden vermeld van degene die om het vervangingscertificaat heeft verzocht (de wederverzender en eventueel van diens gemachtigde).

  • In de vakken 2, 5 en in vak 6 moeten de vermeldingen van het oorspronkelijke (te vervangen) certificaat A.TR. worden overgenomen.

  • In vak 3 kunnen de gegevens worden vermeld van degene voor wie de goederen bestemd zijn. De invulling van vak 3 is optioneel.

  • In vak 8 moet de volgende aantekening worden gesteld: "replacement certificate (original A.TR. issued (datum))".
    Als er op het oorspronkelijke certificaat A.TR. in vak 8 is vermeld: afgegeven à posteriori en/of duplicaat", dan moet dit zijn overgenomen op het nieuwe certificaat.

  • In de vakken 9, 10 en 11 moeten alle vermeldingen zijn overgenomen die op het oorspronkelijke certificaat A.TR. voorkomen. Uiteraard geldt dit niet voor de hoeveelheden, als deze afwijken van de hoeveelheden die op het oorspronkelijke certificaat A.TR. zijn vermeld. Er mag echter nooit een grotere hoeveelheid op het certificaat staan, dan dat er op het te vervangen certificaat A.TR. staat.

  • Vak 12 is bestemd voor de Douane. Zie voor de te vermelden gegevens het onderwerp "ambtelijke werkzaamheden" hierna.

  • In vak 13 moet de naam, het adres (firmastempel) van de wederverzender en eventueel van diens gemachtigde zijn vermeld en een met de hand geplaatste ondertekening van de wederverzender of diens gemachtigde. Wanneer de handtekening te goeder trouw is geplaatst, is degene die zijn handtekening heeft geplaatst niet verantwoordelijk voor de juistheid van de van het oorspronkelijke certificaat A.TR. overgenomen vermeldingen.

Ambtelijke werkzaamheden

Wanneer aan bovenstaande criteria is voldaan, viseert u het vervangende certificaat A.TR. U verricht daarbij de volgende ambtelijke werkzaamheden:

  1. Ga na of het nieuw af te geven certificaat A.TR. in tweevoud is ingediend. U neemt geen formulieren in enkelvoud in behandeling.

    • Vermeld in vak 12, na Uitvoerdocument: de soort, het nummer, de datum en het kantoor van afgifte van het douanedocument.

  2. Vermeld verder in dat vak op de daarvoor bestemde plaatsen:

    • de naam van het douanekantoor;

    • het land of gebied van afgifte (Nederland);

    • de plaats van afgifte van het certificaat;

    • de datum van afgifte van het certificaat;

    • uw handgeschreven handtekening met daaronder uw naam in blokletters.

  3. Plaats tot slot een duidelijke afdruk van de metalen dienststempel in het rechtergedeelte van vak 12.

  4. Teken op het voorafgaande certificaat A.TR. per vervangende certificaat A.TR.:

    • het nummer van het afgegeven vervangingscertificaat A.TR;

    • de datum van afgifte;

    • het aantal colli;

    • het gewicht;

    • lidstaat van bestemming - of bij uitvoer naar Turkije - Turkije.

  5. Als een certificaat A.TR. geheel (in eenmaal) wordt vervangen door één nieuw certificaat A.TR., volstaat u met de vermelding: "conform vervangen door certificaat A.TR. nr....."

  6. Plaats bij die aantekening(en) een afdruk van de metalen dienststempel, uw handgeschreven handtekening en uw naam in blokletters.

  7. Geef het geviseerde eerste exemplaar van het vervangende certificaat A.TR. terug aan de wederverzender of diens gemachtigde.

  8. Geef het inmiddels vervangen certificaat A.TR. terug aan de wederverzender ter archivering.

Naar boven