Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

11.00.00 Tijdelijke opslag van goederen

8 Tijdelijke opslag op aangewezen of goedgekeurde plaatsen

8.1 Tijdelijke opslag op aangewezen of goedgekeurde plaatsen

Naast de tijdelijke opslag in een RTO kunnen, in gerechtvaardigde situaties, niet-Uniegoederen in tijdelijk opslag worden opgeslagen op andere door de douaneautoriteiten aangewezen of goedgekeurde plaatsen (artikel 147, lid 1 DWU).

Van een ‘gerechtvaardigde situatie’ is sprake wanneer de behoefte aan tijdelijke opslag van goederen bestaat.

Een onderscheid moet worden gemaakt tussen een ‘aangewezen’ (douane-entrepot) en een ‘goedgekeurde’ (andere plaats dan een RTO of douane-entrepot) plaats voor tijdelijke opslag.

Tijdelijke opslag vindt plaats na binnenbrengen van goederen in het douanegebied van de Unie of na beëindigen van douanevervoer op een douanekantoor (de normale procedure) of bij een toegelaten geadresseerde (de vereenvoudigde procedure).

De tijdelijke opslag buiten een RTO wordt hierna toegelicht aan de hand van de situatie beëindigen van de regeling douanevervoer door een toegelaten geadresseerde (TG).

Beëindigen van het douanevervoer bij een toegelaten geadresseerde (TG)

In de vergunning toegelaten geadresseerde (TG) worden één of meer plaats(en) genoemd waar de goederen mogen worden ontvangen. Deze plaatsen zijn ‘aangewezen plaatsen’ op grond van artikel 315 lid 1 UVo.DWU. Deze plaatsen zijn geen ‘aangewezen plaatsen’ of ‘goedgekeurde plaatsen’ op grond van artikel 147, lid 1 DWU.

Let op!

Het feit dat een plaats is aangewezen als plaats waar het douanevervoer mag worden beëindigd, betekent niet automatisch dat deze plaats ook is aangewezen of goedgekeurd voor tijdelijke opslag.

Bij de in de vergunning toegelaten geadresseerde (TG) opgenomen plaatsen kan onderscheid gemaakt worden tussen plaatsen:

  • met Vergunning douane-entrepot

  • zonder Vergunning RTO of douane-entrepot.

Toegelaten geadresseerde plaats heeft vergunning douane-entrepot

Hier wordt gedoeld op de situatie dat betreffende plaats is opgenomen in een Vergunning douane-entrepot. De tijdelijke opslag dient hier met name om een gat tussen einde douanevervoer en plaatsing onder de opvolgende regeling te overbruggen (theoretisch altijd minimaal één ondeelbaar moment). Het is mogelijk om op de in de vergunningen genoemde plaatsen tijdelijke opslag toe te staan.

Als de betreffende plaats is opgenomen in een vergunning voor een andere bijzondere regeling (bijvoorbeeld actieve veredeling), dan moet vóór lossing een douaneaangifte gedaan worden (voor actieve veredeling).

Alle plaatsen die zijn opgenomen in de Vergunning douane-entrepot zijn aangewezen als plaats waar tijdelijke opslag mag plaats vinden. De vergunninghouder is verantwoordelijk gedurende de tijdelijke opslag (ook zonder opname in vergunning, want hij beheert de plaats). Zie voor informatie over deze mogelijkheid hoofdstuk 5 van onderdeel 15.50.00 van dit Handboek.

Bij tijdelijke opslag op een aangewezen plaats gelden de volgende bepalingen:

  1. Er moet een aangifte tot tijdelijke opslag (ATO) worden ingediend, deze aangifte moet alle gegevens bevatten die nodig zijn voor de toepassing van de bepalingen die gelden voor tijdelijke opslag. Dit mag ook een vervoersdocument betreffen mits deze de gegevens van een ATO bevat.

    (artikel 145 lid 1 en lid 11 DWU en artikel 2:5 lid 1 ADR)

  2. De persoon die opslaat:

    • is er voor verantwoordelijk dat de tijdelijke opslag goederen niet aan het douanetoezicht worden onttrokken

    • is er verantwoordelijk voor dat de verplichtingen die voortvloeien uit de tijdelijke opslag, worden nagekomen;

    • moet in de Unie zijn gevestigd;

    • moet de nodige waarborgen bieden voor het goed gebruik van de regeling;

Let op!

De maximale opslagtermijn op een aangewezen plaats voor tijdelijke opslag bedraagt 90 dagen.

Toegelaten geadresseerde plaats zonder Vergunning RTO of douane-entrepot

Hier wordt gedoeld op de situatie dat betreffende plaats niet is opgenomen in een RTO vergunning of in een vergunning douane-entrepot. In deze gevallen kan vergunninghouder toegelaten geadresseerde verzoeken om goedkeuring van de plaats voor de tijdelijke opslag van goederen. Het hierbij overleggen van een plattegrond is niet noodzakelijk maar kan van toegevoegde waarde zijn, zie hiervoor paragraaf 7.2 van dit onderdeel. De termijn van tijdelijke opslag in of op een goedgekeurde locatie is beperkt. Zie voor de termijn onderdeel 6.1 van dit onderdeel. Men mag niet-Uniegoederen kortdurend tijdelijk opslaan op 1 of meer goedgekeurde locaties. Men mag binnen de kortdurende termijn op deze locatie niet-Uniegoederen behandelen om ze in dezelfde staat te houden. Een goedkeuring kan worden aangevraagd met het model dat is opgenomen op douane.nl. De Douane verleent de goedkeuring met een ‘Toestemming kortdurende tijdelijke opslag op goedgekeurde locatie’. De goedgekeurde locatie wordt uitsluitend beheerd door de houder van de toestemming. Bij een ‘Toestemming kortdurende tijdelijke opslag op goedgekeurde locatie’ ligt de nadruk op de (fysieke) plaats van opslag en de mogelijkheid van douanetoezicht.

Ter zake van de kortdurende tijdelijke opslag dienen de nodige waarborgen voor het goede gebruik van de regeling en zekerheid te worden gesteld (artikel 148 lid 2 letter c DWU en artikel 115 lid 2 GVo.DWU). De zekerheid dient geldig te zijn gedurende de periode waarvoor de goedkeuring geldt. Wanneer sprake is van een goedkeuring kortdurende tijdelijke opslag met een geldigheidsduur van een jaar moet daaraan een doorlopende zekerheid (voor gedurende dat jaar) wordt gekoppeld. Is sprake van een goedkeuring kortdurende tijdelijke opslag voor één 'geval', dan kan worden volstaan met een éénmalige zekerheid voor die situatie.

Bij een kortdurende tijdelijke opslag geldt dat de douaneautoriteiten douanetoezicht moeten kunnen uitoefenen zonder daarvoor zelf zware administratieve maatregelen te moeten nemen die niet in verhouding staan tot de economische behoefte (artikel 148 lid 3 DWU en artikel 115 lid 2 GVo.DWU). De Douane houdt toezicht via de administratie van de ‘Toestemming kortdurende tijdelijke opslag op goedgekeurde locatie’. De (dossier)administratie moet daarom:

  • Door de Douane goedgekeurd zijn; en

  • Voor de Douane toegankelijk zijn.

Onder goedkeuring van de administratie wordt verstaan dat de vereiste gegevens in de administratie zijn opgenomen en de relevante documenten beschikbaar zijn. Bij het initieel onderzoek stelt de Douane vast dat dit het geval is. Doel van het initieel onderzoek is vast te stellen of belanghebbende de nodigde waarborgen kan bieden voor het goede gebruik van deze regeling. Het is gericht op de opslaglocatie, dossiers en gegevensgericht. De diepgang van het initieel onderzoek is afhankelijk van de te beoordelen aspecten en de al beschikbare informatie.

Voor de ‘Toestemming kortdurende tijdelijke opslag op goedgekeurde locatie’ moet de administratie aan de volgende eisen voldoen:

  • Er moet een duidelijk verband zijn tussen de gegevens van de niet‑Uniegoederen in de aangifte voor tijdelijke opslag én de gegevens in bijvoorbeeld de vrachtbrieven en kopiefacturen. Het gaat daarbij vooral om gegevens over het aantal en de soort van de colli en de soort en de hoeveelheid van de niet-Uniegoederen; en

  • De Douane moet eenvoudig kunnen vaststellen of de niet-Uniegoederen in tijdelijke opslag zijn, onder een douaneregeling zijn geplaatst, of zijn wederuitgevoerd. Uit de administratie moet ook blijken om welke douaneregeling het gaat; en

  • Van elke aangifte voor tijdelijke opslag maakt en bewaart men een dossier met daarin de (originele) bewijsstukken. Als men geen origineel bewijsstuk heeft, dan moet men minstens een kopie hebben.

De administratie bevat minimaal de volgende gegevens:

  • een verwijzing naar de aangifte tot tijdelijke opslag van de opgeslagen niet-Uniegoederen (in dit geval is dat het geleidedocument van de aangifte voor douanevervoer); en

  • een verwijzing naar de douaneaangifte waarmee de tijdelijke opslag is beëindigd; en

  • de datum en gegevens van de douaneaangifte van de opgeslagen niet-Uniegoederen en alle andere documenten die betrekking hebben op de tijdelijke opslag van de niet-Uniegoederen; en

  • bijzonderheden, nummers, aantal en soort van de colli, de hoeveelheid en de gebruikelijke handelsomschrijving of technische beschrijving van de niet-Uniegoederen en, eventueel, de merktekens die op de containers of vervoermiddelen zijn aangebracht waarmee de niet-Uniegoederen kunnen worden geïdentificeerd; en

  • de plaats waar de niet-Uniegoederen zijn opgeslagen; en

  • indien van toepassing: informatie over de behandeling om de niet-Uniegoederen in dezelfde staat te houden en over de behandeling als ze beschadigd zijn; en

  • wanneer de administratie geen deel uitmaakt van de hoofdboekhouding voor douanedoeleinden: een verwijzing naar deze hoofdboekhouding.

Om in aanmerking te komen voor een goedgekeurde plaats gelden naast de administratieve eisen ook de volgende bepalingen:

  1. Er moet een aangifte tot tijdelijke opslag (ATO) worden ingediend, deze aangifte moet alle gegevens bevatten die nodig zijn voor de toepassing van de bepalingen die gelden voor tijdelijke opslag. Dit mag ook een vervoersdocument betreffen mits deze de gegevens van een ATO bevat.
    (artikel 145 lid 1 en 11 DWU en artikel 2:5 lid 1 ADR)

  2. De persoon die opslaat:

    • is er voor verantwoordelijk dat de tijdelijke opslag goederen niet aan het douanetoezicht worden onttrokken;

    • is er verantwoordelijk voor dat de verplichtingen die voortvloeien uit de tijdelijke opslag, worden nagekomen;

    • moet in de Unie zijn gevestigd;

    • moet de nodige waarborgen bieden voor het goed gebruik van de regeling;

    • moet zekerheid stellen.

  3. Opslag is alleen mogelijk als de douaneautoriteiten douanetoezicht kunnen uitoefenen zonder administratieve maatregelen te hoeven nemen die niet in verhouding staan tot de economische behoefte.

    (artikel 148, lid 3 DWU en artikel 115, lid 2 letter a GVo.DWU).

Let op!

In veel gevallen heeft de toegelaten geadresseerde (TG) de plaats die goedgekeurd moet worden niet zelf in beheer. Hij kan dan niet zelf om goedkeuring van die plaats vragen. Dat moet worden gedaan door de persoon die de plaats in beheer heeft. Een beheerder is een persoon die eigenaar of huurder is van een locatie. De locatie heeft voldoende voorzieningen om een adequate douanecontrole te kunnen uitoefenen en de douanemedewerkers en de personen die hen begeleiden moeten er veilig en onder aanvaardbare omstandigheden, conform de regels van de Arbeidsomstandighedenwet, hun werkzaamheden kunnen verrichten. De beheerder (niet de vergunninghouder TG) is verantwoordelijk voor zuivering van de Aangifte tot Tijdelijke Opslag (ATO).

Let op!

Een bijzondere situatie ontstaat als douanevervoer wordt beëindigd op een plaats die is opgenomen in een Vergunning actieve veredeling, tijdelijke invoer, bijzondere bestemming en er voor die plaats ook niet om goedkeuring is gevraagd (denk aan vrijmaken op vrachtauto). In dit geval moet de regeling douanevervoer onmiddellijk worden opgevolgd door een aangifte voor de douaneregeling actieve veredeling, tijdelijke invoer of bijzondere bestemming. Mocht een dergelijke aansluitende regeling ontbreken dan volgt strikte handhaving waarbij een douaneschuld ontstaat als goederen niet direct na beëindigen douanevervoer worden geplaatst onder een opvolgende regeling. Zie voor nadere informatie over deze bijzondere situatie hoofdstuk 3 van dit onderdeel.

Naar boven