Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

12.20.00 Veiligheid

7 Blootstelling aan gassen en dampen in besloten ruimtes

In dit hoofdstuk onderscheiden we de volgende ‘besloten ruimtes’:

A. Containers met een lading

Hierbij kunnen we te maken hebben met actief ingebrachte gevaarlijke gassen of met gevaarlijke gassen uitdampende lading, daarnaast zijn er gassen die brandbaar zijn en/of een explosief mengsel kunnen vormen (LEL-norm). Zie 7.1 t/m 7.8.

B. Besloten ruimtes op zeeschepen die door de douane gevisiteerd of bemonsterd (bulk goederen) worden

Tijdens deze werkzaamheden worden regelmatig besloten ruimtes betreden, zoals tanks, ruimen of andere ruimtes. Ook hier kan de samenstelling van de lucht ongezond zijn. Zie 7.4 en 7.9.

C. Besloten ruimtes in de luchtvracht

Gereserveerd.

Naar boven

7.1 Inleiding

Veel goederen die van en naar de Europese Unie worden verzonden worden vervoerd in containers. Bij het fysiek opnemen van goederen die in containers worden vervoerd bestaat het risico dat de controlerende ambtenaar wordt blootgesteld aan gevaarlijke gassen, dampen of aan een verlaagd zuurstofgehalte. De aanwezigheid van deze gassen en dampen kan verschillende oorzaken hebben:

  • Om beschadiging van de lading door insecten en ander ongedierte tegen te gaan, worden zeecontainers vaak behandeld met bestrijdingsmiddelen. Vooral in ladingen die per schip uit het verre oosten en Afrika worden aangevoerd worden deze bestrijdingsmiddelen of restanten daarvan aangetroffen. Het is dus goed mogelijk dat u tijdens uw controlerende werkzaamheden te maken krijgt met containers waarin deze bestrijdingsmiddelen nog aanwezig zijn.

  • In geval van uitdampende lading en verpakkingen kunt u gevaarlijke concentraties gas in containers aantreffen. Met name producten die oplosmiddelen bevatten, zoals toegepaste lijmen, blijken tijdens de reis naar Nederland nog vaak uit te dampen. De stoffen van de uitdampende ladingen zijn meestal niet acuut bedreigend, maar kunnen wel degelijk risico’s opleveren omdat ze bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn. Containers die bewust zijn begast, moeten zijn voorzien van een sticker zodat gewaarschuwd wordt voor deze gassen. Maar in gevallen van onvoorziene uitdampende lading worden de werknemers niet gewaarschuwd.

  • Soms komt het voor dat de lading bestaat uit gevaarlijke stoffen. Tijdens het transport kunnen door beschadiging van de verpakking ook gassen vrijkomen

  • Er kan in containers te weinig zuurstof aanwezig zijn om normaal adem te kunnen halen, waardoor u in acute ademnood kunt geraken.

  • Mengsels van brandbare gassen en zuurstof kunnen in een bepaalde verhouding een explosieve damp vormen. Let hierbij wel op; de toename van het zuurstofgehalte verhoogt de risico op ontsteking. Normaal is het percentage zuurstof in lucht tussen >19% t/m 21%.

De ervaring leert dat bij Douane controles in 10 -12% procent van de te controleren containers gevaarlijke gassen wordt aangetroffen.

Het doel van het voorschrift is de controlerende ambtenaren een handvat te geven zodat controle van goederen in containers op een veilige en verantwoorde manier plaats kan vinden.

Hierbij zijn onderstaande uitgangspunten gebruikt:

  1. de veiligheid van de medewerker staat centraal

  2. de verantwoordelijkheid voor de afdekking van risico’s ligt primair bij het bedrijfsleven

  3. alle containers vormen een potentieel risico

  4. de Douane als werkgever en de medewerker zelf zijn samen verantwoordelijk voor zijn of haar veiligheid.

In dit onderdeel van het voorschrift wordt op verschillende situaties ingegaan en wordt aangegeven hoe de controlerende ambtenaren te werk moeten gaan om fysieke controles veilig uit te kunnen voeren.

Naar boven

7.2 Begripsbepalingen

Begrip

Omschrijving

Besloten ruimte

Een besloten ruimte is een ruimte die is afgesloten van de buitenlucht. Hierdoor bestaat de kans dat de samenstelling van de lucht afwijkt van de buitenlucht. Zie ook het begrip “Container”

Bestrijdingsmiddelen

Middelen die bewust in de lading worden aangebracht om deze tegen ongedierte te beschermen.

BGZ wegvervoer

Brancheorganisatie die het Arbo- en gezondheidsbeleid ontwikkelt voor bedrijven in het Nederlands beroeps goederenvervoer.

Certificate of fumigation

Certificaat waaruit blijkt dat er gassing met bestrijdingsmiddelen heeft plaatsgevonden en welk bestrijdingsmiddel (gas) daarbij is gebruikt.

Container

Een container of zeecontainer is een gestandaardiseerde metalen kist voor het transport van losse goederen. Door het gebruik van standaardafmetingen kan de container zowel via de weg, het water als per spoor worden vervoerd, zonder dat de goederen zelf hoeven te worden in- of uitgeladen. Als wordt gesproken over containers of zeecontainers, dan worden hiermee ook bedoeld laadruimten van zee- en binnenschepen, vrachtwagens (zoals kastenwagens), wagons en besloten ruimten (bijvoorbeeld opslagtanks) en dichte verpakkingsmiddelen.

Grenswaarde

De maximale concentraties van (gevaarlijke)stoffen waaraan werknemers beroepsmatig mogen worden blootgesteld. Deze grenswaarden zijn , voor zover deze zijn vastgesteld, gepubliceerd op de site van de SER.

ISPM 15

Internationale fytosanitaire standaard voor de behandeling van verpakkings- of stuwhout door gassing met methylbromide of hittebehandeling

LEL

Lower Explosion Level. Indien er minder gas in de ruimte is dan een bepaald percentage, dan is het mengsel te arm en is geen ontploffing mogelijk. Bij metingen dient men er altijd voor te zorgen dat men 10% onder de onderste explosiegrens – de L.E.L. – zit

Regiocontactpersoon voor de gasproblematiek.

De regiocontactpersoon voor de gasproblematiek behandelt de gasvrije logistiek en is tevens aanspreekpunt over gasproblemen in de regio.

TGG

Tijdgewogen Gemiddelden. Deze term wordt gebruikt in samenhang met de grenswaarde. Er bestaan twee soorten grenswaarden: één met een TGG over acht uur: dit is de concentratie waarin men, volgens de kennis van nu, een arbeidsleven lang kan verkeren zonder gezondheidsschade op te lopen. De andere grenswaarde is de TGG 15 min. Deze is bedoeld voor incidentele kortdurende blootstelling (15 min) aan een gas.

Uitdampende gassen

Deze gassen zijn niet bewust ingebracht maar komen voort uit de lading. Het betreft vaak oplosmiddelen die gebruikt zijn bij de fabrikage van het produkt en die tijdens de reis geleidelijk uitdampen.

WVP

Werk Verdeel Punt (voorheen Regiekamer) Het werkverdeelpunt zet de werkopdrachten voor de fysieke controles uit.

Naar boven

7.3 Achtergrondinformatie

7.3.1 Basis werkwijze Douane

De werkwijze van de Douane bij de fysieke contole van goederen in containers is gebaseerd op het stappenplan "Veilig openen en betreden van gegaste zeecontainers" en het bijbehorende protocol "Veilig omgaan met zeecontainers". Het stappenplan en het protocol zijn opgesteld door het BZG wegvervoer. Zowel het stappenplan en het protocol worden op hoofdlijnen gevolgd, maar zijn op onderdelen aangepast ten behoeve van de werkwijze van de Douane. De aangepaste werkwijze vloeit voort uit het aangescherpte beleid van de Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie).

Naar boven

7.3.2 Bestrijdingsmiddelen (actieve gassing van de containers)

Veel containers en/of goederen worden in het buitenland gegast en direct daarna verscheept. De redenen voor gassing zijn:

  • tegen gaan van beschadiging van de lading door insecten en ander ongedierte.

  • toepassing van de regeling ISPM 15 i. Deze (wereld)standaard is sinds maart 2005 van kracht voor laad-, stuw- en verpakkingshout dat vanuit andere landen dan Zwitserland de EU wordt binnengebracht. Volgens deze standaard is behandeling van verpakkings- of stuwhout door gassing met methylbromide of door hittebehandeling voorgeschreven. Bij een hittebehandeling moet het hout minstens 30 minuten een temperatuur van 56 °C ondergaan Andere methoden worden niet geaccepteerd.

  • Bij uitvoer kunnen de ontvangende landen voorschrijven dat de containers worden gegast.

In het algemeen wordt de hoeveelheid te gebruiken gas afgestemd op de inhoudsruimte van de container en de producten die gegast moeten worden.

  • Er zijn meerdere manieren waarop het gas of gasvormend middel in de laadruimte kan worden gebracht, bijvoorbeeld:.
    Gas wordt vanuit een cilinder in de ruimte gepompt.

  • Een tablet (plate) wordt in of tussen de lading aangebracht.

  • Een zakje met het bestrijdingsmiddel, bv fosfine, wordt in of tussen de lading gelegd dan wel aan deur of wand van de container aangebracht.

  • Serpentine-achtig materiaal gedrenkt in een bestrijdingsmiddel dat over de lading wordt gedrapeerd.

In de twee laatste voorbeelden wordt het gas gevormd onder invloed van vocht in de lucht en/of zuurstof. De snelheid van de gasontwikkeling is afhankelijk van de temperatuur en van de luchtvochtigheid in de container. Als een container op deze manier is gegast, bestaat de mogelijkheid dat er nog niet uitgewerkte restanten van de gasvormende middelen aanwezig zijn wanneer de container op de plaats van bestemming wordt geopend. Bij opening van de container of de verpakking kunnen deze restanten onder invloed van de atmosfeer opnieuw gas vormen.
Opmerking 1: Containers die in Nederland voor export worden geladen mogen alleen op vastgestelde plaatsen worden gegast. Na het gassen worden deze containers weer ontgast en pas daarna mogen de containers worden vervoerd.
Opmerking 2: Bij containers die vanuit andere EU-landen via Nederlandse havens worden verscheept, zal niet altijd duidelijk zijn of deze containers gas bevatten.

In het internationale goederenverkeer zijn de meest aangetroffen (gasvormige) bestrijdingsmiddelen; Fosforwaterstof (Fosfine, waterstoffosfide, PH3) en Methylbromide (CH3Br)

Fosforwaterstof, is een fosforverbinding. Dit is een zeer giftig gas. Het gas zelf is geurloos, kleurloos, brandbaar, en al in vrij lage concentraties dodelijk.

Methylbromide is een stof die de ozonlaag aantast, en het gebruik ervan is sedert 1 januari 2005 door het Montreal Protocol verboden. Vanaf 1 januari 2015 zou de productie ervan ook moeten stoppen. Het is een kleurloos, bijna reukloos en giftig gas, als waarschuwingsmiddel kan daaraan chloorpicrine (traanverwekkend) zijn toegevoegd.

Opmerking: Voor met gas behandelde containers wordt bij verscheping een hoger vrachttarief in rekening gebracht. De afhandeling zal meer tijd vergen vanwege het feit dat bij de behandeling bepaalde veiligheidsmaatregelen in acht moeten worden genomen.

Het bijbehorende kosten- en tijdaspect brengt met zich mee dat de internationaal opgestelde richtlijnen, zoals bij categorie A (zie 7.5.1.) is genoemd, niet altijd worden nageleefd. Ook is gebleken dat containers soms onnodig zijn gegast en dat containers soms niet of onvolledig voorzien zijn van de juiste etiketten en/of de noodzakelijke informatie op de transportpapieren ontbreekt

Naar boven

7.3.3 Uitdampgassen

Naast de genoemde bestrijdingsmiddelen (7.3.1) is in het verleden de aanwezigheid van andere gassen geconstateerd. Zo zijn er containers aangetroffen met vluchtige stoffen die waren vrijgekomen uit de lading. Voorbeelden van dergelijke stoffen zijn tolueen, benzeen, ammoniak en formaldehyde. Deze stoffen blijven vaak na het productieproces in de producten achter en komen tijdens het vervoer vrij.

Het zijn gassen waaraan een mens zonder bescherming niet langdurig blootgesteld mag worden omdat dat gezondheidsrisico's met zich meebrengt.

De meeste van deze gassen zijn niet zintuiglijk waar te nemen.
Sommige van de genoemde gassen zijn kleur- en reukloos.

Sommige van deze gassen zijn wel zintuiglijk waar te nemen. Ze verspreiden b.v. een sterke knoflook-, uien-, amandel-, snoep- of chloorlucht.

Naar boven

7.3.4 Zuurstof

Bij betreding van een ruimte waarin te weinig zuurstof aanwezig is kan acute bewusteloosheid optreden.

Naar boven

7.3.5 Explosiegevaar

Mengsels van brandbare gassen en zuurstof kunnen in een bepaalde verhouding een explosieve damp vormen. Bij gasmetingen moet standaard gecontroleerd worden op explosiegevaar van het aanwezige gasmengsel Bij metingen dient men er altijd voor te zorgen dat men 10% onder de onderste explosiegrens (LEL) blijft.

Let op!

Elk gas heeft een eigen LEL waarde.

Naar boven

7.3.6 Grenswaarde

Werkgevers moeten er voor zorgen dat werknemers hun werk in een veilige omgeving (cq lucht) kunnen uitvoeren. Dit kan door de blootstelling aan gevaarlijke stoffen te vergelijken met de zogeheten grenswaarde van een stof. De grenswaarden zijn, voor zover deze zijn vastgesteld, gepubliceerd op de site van de SER. Blijft de concentratie gevaarlijke stof beneden de grenswaarde, dan zijn werknemers over het algemeen voldoende beschermd. Als de concentratie de grenswaarde nadert, dan is het goed om maatregelen te nemen (bv. eerst luchten). Is de concentratie hoger dan de grenswaarde, dan is de omgeving (cq lucht) onveilig.

Bijlage 1 vermeldt een lijst van de meest voorkomende stoffen die worden gebruikt om containers onder gas te brengen.
Bij de productie van sommige goederen worden stoffen gebruikt zoals lijmen (schoenen,tassen e.d.) en zogenaamde blaasmiddelen (matrassen) die tijdens het transport uitdampen uit de goederen. Ook deze dampen en gassen kunnen risico’s met zich meebrengen bij het betreden van een container.

Er zijn veel verschillende gassen die in de lading kunnen zitten.

Het is de taak van de gecertificeerde gasmeetdeskundige om de risico’s af te dekken en een gefundeerde uitspraak te doen of er al dan niet veilig gewerkt kan worden.

Naar boven

7.3.7 Gasmeetrapport

Een gasmeetrapport is een rapport dat opgesteld is door een gediplomeerd gasmeetdeskundige.

Om als gasmeetdeskundige te kunnen optreden moet er een opleiding zijn gevolgd om voor ARBO-doeleinden gassen te kunnen meten in containers en moet de kennis en vaardigheden up to date worden houden.

Douane stelt per 1 januari 2015 opleidingseisen aan de gasmeetdeskundige die meet voor dat de douanecontrole kan aanvangen.
Deze gasmeetdeskundige dient gediplomeerd te zijn als middelbare gasmeetdeskundige. Het PBNA bewaakt het niveau van deze opleiding en neemt de examens af.

Alle geslaagde kandidaten zijn opgenomen in MGK-diploma register:

http://www.vca-uitslag.nl/gmz.asp

  • De gasmeetdeskundige legt de meetresultaten vast in een gasmeetrapport, toetst de meetresultaten op mogelijke overschrijding van grenswaarden en vermeldt in het gasmeetrapport de conclusie of de container al dan niet veilig betreden kan worden.

  • Er dient minimaal gemeten te worden op:

    • Zuurstofgehalte

    • LEL

    • Gassen die op grond van de lading zijn te verwachten

Let op!

In het gasmeetrapport moet duidelijk zijn aangegeven op welke gassen is gemeten en wat de bevonden waardes zijn. Bij de gassen waarop niet is gemeten moet dit worden aangegeven door een liggend streepje (-) i.p.v met de aanduiding (0). Hierdoor wordt voorkomen dat de indruk wordt gewekt dat er wel op die gassen is gemeten maar dat de bevonden waarde 0 zou zijn.

Er is geen wettelijk vastgesteld model voor een gasmeetrapport.

Voor de Douane moet een gasmeetrapport minimaal de volgende gegevens bevatten:

  • nummer van de container

  • de datum en het tijdstip van de gasmeting

  • de gebruikte techniek(en) cq meetapparatuur (zoals PID/EX/OX/TOX, meetbuisjes, FTIR analyser of

  • een andere techniek)

  • naam en voorletters van de gasmeetkundige en geboortedatum (Deze gegevens zijn nodig om de controle in het hier boven genoemd register mogelijk te maken)

  • de handtekening van de gasmeetdeskundige

  • het zuurstofgehalte

de LEL-waarde

  • de meetresultaten

  • een duidelijke conclusie; veilig betreden / niet betreden

bij de conclusie ‘niet betreden’ de reden toelichten

Van een aantal gassen waarop gemeten kan worden, staan in bijlage 1 de door de SER gehanteerde grenswaarden.

Let op!

Een gasmeetrapport is maximaal twee uur geldig

Indien er twijfels zijn over een gasmeting wordt contact opgenomen met de regiocontactpersoon voor de gasproblematiek.

Naar boven

7.4 Metingen door de Douane

Soms vindt een niet aangekondigde controle plaats, of wordt een besloten ruimte gevisiteerd op een terminal, bij een uitgaande poort of onderweg (zgn. ambulante controle). Onder die omstandigheden wordt de gasmeting gedaan door douanepersoneel dat daarvoor is uitgerust en opgeleid. Deze meting is uitsluitend ten behoeve van het douane- of ander overheidspersoneel dat met de inspectie is belast.

Naar boven

7.5 Werkwijze

Het Werk Verdeel Punt (WVP) zet controleopdrachten voor fysieke controles uit en heeft bij verlegging van controles naar het binnenland contact met het bedrijf waarvoor de container bestemd is. Het WVP spreekt een controletijdstip en plaats af.

De werkwijze bij de controle is afhankelijk van de categorie container. Containers worden onderverdeeld in drie categorieën A, B en C.

Naar boven

7.5.1 Vaststellen gevaarscategorie zeecontainers

Categorie A: Een zeecontainer behoort tot categorie A, als duidelijk is dat de zeecontainer gevaarlijke hoeveelheden gas bevat (zgn. bekend risico).

  • uit de transport- en douanepapieren, behorend bij de zeecontainer, of uit onderzoek van de keten (producent, verlader, transporteur, etc.) blijkt dat de zeecontainer is gegast en welk(e) gas(sen) is (zijn) gebruikt.

  • de zeecontainers zijn voorzien van gevaaretiketten (doodshoofd, UN 3359) en/of een certificaat is afgegeven waarop staat: “Certificate of fumigation” (o.i.d.).

Categorie B: Een zeecontainer behoort tot categorie B, als niet duidelijk is of de zeecontainer gevaarlijke hoeveelheden gas bevat (onbekend risico).

  • er sprake is van verdachte omstandigheden. Een aantal verdachte omstandigheden staan genoemd in bijlage 4.

  • de lading bestaat uit producten waarbij de kans op gevaarlijke gassen door het uitdampen van productgassen groot is. Een aantal van dit soort ladingen staan genoemd in bijlage 5.

  • Koelcontainers. In koelcontainers wordt bij vervoer van vlees, vis, fruit en dergelijke gebruik gemaakt van stikstof en/of kooldioxide. Daarnaast kan het product, tijdens het transport als gevolg van chemische processen gassen als ethyleen en CO2 produceren. Het risico bestaat dat het zuurstofgehalte daalt tot onder de grenswaarde.

Categorie C: De zeecontainer bevat met een hoge mate van waarschijnlijkheid geen gevaarlijke gassen (verwaarloosbaar risico):

  • Vriescontainers. Deze containers maken het mogelijk om goederen diepgevroren (min 15 ºC of lager) te vervoeren. Ze zijn voorzien van een koelgasinstallatie. In veel gevallen is de temperatuur afleesbaar op een thermometer buiten de container. Omdat de overlevingskansen van organismen bij deze temperaturen nihil zijn, worden deze containers praktisch niet gegast. Om vast te stellen of deze containers ook gebruikt worden voor diepvriesvervoer, moet u indien mogelijk de binnentemperatuur op de thermometer aflezen.

  • Containers zonder enige lading

  • Gasvrije logistiek. Zeecontainers met steeds terugkerende containers van vaste afzenders met bekende lading kunnen onder deze categorie vallen. Een voorwaarde is dat er bij eerdere metingen geen gevaarlijke gassen aangetroffen zijn in deze containers. Met steekproefsgewijze metingen wordt aangetoond dat er niets is gewijzigd in de samenstelling. De Douane geeft in deze gevallen een schriftelijke verklaring “Protocol erkende gasvrije logistiek” af. Deze dient desgevraagd voorafgaande aan een douanecontrole te worden getoond

  • De eisen die aan dit protocol worden gesteld zijn:

    • Er zijn met leveranciers afspraken zijn gemaakt over het (niet) gebruiken van bestrijdingsmiddelen en de aard en samenstelling van de goederen in verband met het uitsluiten van de mogelijkheid van uitdamping

    • Het bedrijf heeft de gasvrije logistiek aangetoond middels het overleggen van de meetrapporten over een langere periode waaruit blijkt dat de betreffende containerstroom veilig is.

    • Het bedrijf heeft in zijn RI&E aangegeven hoe zij omgaat met nieuwe leveranciers, nieuwe goederen en bij een onverhoopte overschrijding van de grenswaarden...

    • Het bedrijf houdt middels een redelijke steekproefmeting de vinger aan de pols m.b.t. het aantonen van de gasvrije logistiek.

    • De aanvraag voor een Protocol Gasvrije Logistiek wordt ingediend bij de regio contactpersoon voor de gasproblematiek.
      De regiocontactpersoon betrekt klantmanagement bij de procedure.

Naar boven

7.5.2 Werkwijze bij Categorie A zeecontainer (container met een gevaarlijke concentratie gas)

  • Belanghebbende dient de container te laten ontgassen op een daartoe geschikte locatie (zie 7.6).

  • Belanghebbende laat een gasmeetrapport opstellen door een gasmeetdeskundige (zie 7.3.7). Verder wordt aangeraden de meetprocedure zoals bij categorie B zeecontainer beschreven staat (7.5.3), te volgen.

  • Indien de gasmeetdeskundige aangeeft dat de zeecontainer NIET veilig te betreden is, bijvoorbeeld omdat één of meer gassen boven de grenswaarden uitkomen, begin dan de procedure opnieuw vanaf het eerste gedachtestreepje.

  • Indien de gasmeetdeskundige aangeeft dat de zeecontainer veilig te betreden is, kan de container worden gecontroleerd of naar de loslocatie worden getransporteerd.

  • Zoals al bij 7.3.7 is vermeld, is de gasmeting twee uur geldig

Let op!

Ook als de container veilig is verklaard om te betreden bestaat altijd de mogelijkheid dat er restanten van eerder aangetroffen gas in afzonderlijke verpakkingseenheden binnen de container aanwezig zijn, bijvoorbeeld binnen plastic zakken.

Naar boven

7.5.3 Werkwijze bij Categorie B zeecontainer (container met een risico op gas)

  • (Laat een meetrapport opstellen door een gasmeetdeskundige zie paragraaf 7.3.7.voor de eisen die hieraan worden gesteld Indien de gasmeetdeskundige aangeeft dat de zeecontainer NIET veilig te betreden is, bijvoorbeeld omdat één of meer gassen boven de grenswaarden uitkomen, handel dan zoals bij 7.5.2 is beschreven.

  • indien de gasmeetdeskundige aangeeft dat de zeecontainer veilig te betreden is, kan de container

  • worden gecontroleerd of naar de loslocatie worden getransporteerd.

Naar boven

7.5.4 Zoals al bij paragraaf 7.3.7 is vermeld, is de gasmeting maximaal twee uur geldig

Naar boven

7.5.5 Werkwijze bij Categorie C zeecontainer

Vriescontainers die goederen vervoeren bij een temperatuur van min 15 ºC of lager kunnen zonder metingen worden geopend.

Containers uit de door de Douane erkende gasvrije logistiek (zie 7.5.1 voor nadere bijzonderheden over de erkende gasvrije logistiek) kunnen zonder metingen worden geopend. Desgevraagd moet deze erkenning voor aanvang van de controle worden getoond..

Naar boven

7.6 Werkwijze bij overschrijding grenswaarde (ontgassing)

Wanneer volgens het gasmeetrapport gasconcentraties boven de grenswaarden zijn gemeten, en/of er een sterke knoflook-, uien-, amandel-, snoep- of chloorlucht wordt waargenomen, schort de Douane de controle op. Het bedrijf moet bij het WVP een plan indienen waarin wordt aangegeven hoe de container wordt ontgast.

Voorkomen moet worden dat tijdens het ontgassen goederen kunnen worden onttrokken. Een middel om dat te verhinderen is het gebruik van zgn. ontgassingsdeuren.

Deze deuren vervangen een containerdeur en verhinderen de toegang tot de lading. Er zijn uitvoeringen die geforceerd ventileren en de uitstromende en mogelijk vervuilde lucht filteren. Vrijwillig gebruik van die deuren moet zo veel mogelijk worden bevorderd. Het gebruik kan echter niet dwingend worden opgelegd. Indien een bedrijf een deur aanschaft is het goed dat de douane de deur, in goed overleg, voor in gebruikname controleert op verzegelbaarheid. De container (met ontgassingsdeur) moet tijdens het gebruik van de ontgassingsdeur afdoende kunnen worden verzegeld.

Als er een controle moet plaatsvinden vanwege de stopfunctie en de atmosfeer in de container niet veilig is, kan Douane besluiten om vanwege urgente redenen, een controle in te stellen waarbij gebruik wordt gemaakt van ademlucht of perslucht. Deze controle mag alleen uitgevoerd worden door douanemedewerkers die daarvoor zijn opgeleid

Naar boven

7.7 Veiligheid

De beschreven veiligheidsmaatregelen moeten in acht worden genomen. Zowel medewerkers als leidinggevenden zijn hiervoor verantwoordelijk

Naar boven

7.7.1 Veiligheid en medewerker

De controlerende ambtenaar moet zich bewust zijn van de eventuele risico's en alle voorzorgsmaatregelen nemen ter bescherming van haar of zijn gezondheid.

Belangrijke veiligheidsfactoren zijn:

  • Ga niet in de container en voer de controles buiten de container uit.

  • Houdt minstens 5 meter afstand van de contaienr..Door verdunning neemt de concentratie van restgassen snel af.

  • open in principe t zelf geen verpakking. Laat, indien mogelijk de te controleren goederen aanreiken.

  • Laat, indien mogelijk de container openen met gebruik making van een vangketting.

Naar boven

7.7.2 Veiligheid en leidinggevende

Naast de eigen verantwoordelijkheid van de individuele douanemedewerker is het de taak van de leidinggevende aandacht te besteden aan arbeidsomstandigheden. Veiligheid is periodiek een onderwerp op het werkoverleg. De leidinggevende controleert de naleving van de veiligheidsvoorschriften uit het Handboek Douane.

Naar boven

7.8 Maatregelen na ongewenst contact met gassen

Ondanks alle veiligheidsmaatregelen en voorschriften, kan het toch voorkomen dat een controlerend ambtenaar in aanraking komt met gassen en/of dampen uit containers en/of ladingen. Als de controlerend ambtenaar is blootgesteld of denkt te zijn blootgesteld aan een gevaarlijke concentratie gassen of dampen, neemt zij/hij direct contact op met de dienstdoende leidinggevende en zonodig met een arts.

De leidinggevende maakt een “Melding van een Bijzonder Voorval” op.

Naar boven

7.9 Visitatie van besloten ruimtes op zeeschepen

7.9.1 Inleiding

In een besloten ruimte bestaat de gerede kans dat de samenstelling van de lucht afwijkt van de buitenlucht. Volgens de Arbowet (artikel 3.5g) mag een plaats waarvan wordt vermoed dat er gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging of brand niet worden betreden voordat uit onderzoek is gebleken dat er geen gevaar aanwezig is. Daarom moeten doeltreffende maatregelen genomen worden zodat de visiteur de besloten ruimte zonder gevaar kan betreden. Dit betekent dat de risico’s bekend moeten zijn, voor het betreden van een besloten ruimte

Naar boven

7.9.2 Hoe te handelen bij het betreden van een besloten ruimte

Zie X.4 en bijlage 8

Bij twijfel niet betreden tenzij gebruik wordt gemaakt van ademlucht of perslucht.

Naar boven