Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

Stappenplan

Stap 1 Nagaan of er een dienstbetrekking is

We kennen verschillende soorten arbeidsrelaties:

  • een arbeidsovereenkomst (dienstbetrekking)
    Dit is een overeenkomst tussen een werkgever en een werknemer waarin zij afspraken maken over de voorwaarden waaronder de werknemer tegen betaling en in gezagsverhouding zal werken.

  • aanneming van werk
    Dit is een overeenkomst waarbij de opdrachtnemer zich verplicht om tegen een bepaalde prijs een bepaald (bouw)werk tot stand te brengen voor de opdrachtgever.

  • een overeenkomst van opdracht
    Dit is een overeenkomst waarbij de opdrachtgever een bepaalde dienst of prestatie opdraagt aan een opdrachtnemer. De opdrachtnemer voert deze dienst of de prestatie zelfstandig uit.

Bij de beoordeling van een arbeidsrelatie is het van belang wat partijen voor ogen staat bij het begin van de werkzaamheden en hoe zij dat vormgeven. Voor het uiteindelijk vaststellen van de soort arbeidsrelatie is niet 1 enkel kenmerk beslissend: alle omstandigheden bij de feitelijke uitvoering van de overeenkomst zijn in hun onderlinge samenhang beslissend. Want de feitelijke werkzaamheden moeten in overeenstemming met de overeenkomst zijn uitgevoerd.

Als er sprake is van een overeenkomst van opdracht of van aanneming van werk, hoeft u over de betalingen geen loonheffingen in te houden en te betalen. Alleen als een arbeidsrelatie een dienstbetrekking is, moet u loonheffingen inhouden en betalen.

Loonheffingen zijn:

  • de loonbelasting/premie volksverzekeringen

  • de premies werknemersverzekeringen

  • de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (werkgeversheffing Zvw en bijdrage Zvw)

Met inhouden en betalen van loonheffingen bedoelen we:

  • loonbelasting/premie volksverzekeringen inhouden op het loon van de werknemer en betalen

  • premies werknemersverzekeringen betalen

  • werkgeversheffing Zvw betalen of bijdrage Zvw inhouden op het loon van de werknemer en betalen

U moet dus eerst bepalen of de arbeidsrelatie een dienstbetrekking is (zie paragraaf 1.1). Een werknemer kan meer dan 1 dienstbetrekking bij u hebben. Hij heeft dan verschillende functies met elk hun eigen arbeidsvoorwaarden en beloning. U moet dan per dienstbetrekking een loonstaat aanleggen (zie paragraaf 3.2.1). In de aangifte loonheffingen moet u meerdere inkomstenverhoudingen aangeven (zie paragraaf 3.4).

Neemt u voor het eerst iemand in dienst, dan moet u zich als werkgever aanmelden (zie paragraaf 2.1).

Als u iemand betaalt die niet als ondernemer bij u werkt en ook niet bij u in (fictieve) dienstbetrekking is, moet u die betalingen aan ons doorgeven (zie paragraaf 1.2).

Naar boven

1.1 Wat is een dienstbetrekking?

Een dienstbetrekking is een arbeidsrelatie die is gebaseerd op een arbeidsovereenkomst tussen een werkgever en een werknemer. Met deze overeenkomst maken werkgever en werknemer afspraken over de voorwaarden waaronder de werknemer tegen betaling en in gezagsverhouding zal werken. Meestal leggen de werkgever en werknemer deze afspraken schriftelijk vast, maar zij kunnen dat ook mondeling of stilzwijgend doen.

Er is niet alleen sprake van een dienstbetrekking als iemand in vaste dienst is. Ook de omvang van het werk bepaalt niet of er een dienstbetrekking is. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een dienstbetrekking bij:

  • losse hulpkrachten en vakantiewerkers

  • huishoudelijke werkzaamheden (zie paragraaf 16.13.1)

  • een ambtelijke aanstelling (benoeming)

  • vrijwilligerswerk (zie paragraaf 16.20)

De wet kent 2 soorten dienstbetrekkingen:

  • echte dienstbetrekking (zie paragraaf 1.1.1)

  • fictieve dienstbetrekking (zie paragraaf 1.1.2)

Daarnaast kan iemand ook loon genieten uit een vroegere dienstbetrekking (zie paragraaf 1.1.3).

Sommige arbeidsrelaties zijn geen dienstbetrekking voor de werknemersverzekeringen (zie paragraaf 1.1.4). Artiesten en beroepssporters vallen als aparte groep onder de loonbelasting (zie paragraaf 1.1.5). Twijfelt u of er sprake is van een dienstbetrekking, dan kunt u uw belastingkantoor schriftelijk om een beslissing vragen. Bent u opdrachtgever en wilt u de zekerheid dat er geen sprake is van een dienstbetrekking, dan kunt u een modelovereenkomst gebruiken (zie paragraaf 1.1.6).

Naar boven

1.1.1 Echte dienstbetrekking

Een echte dienstbetrekking heeft de volgende kenmerken:

  • De werknemer heeft zich verplicht om persoonlijk voor de werkgever te werken.

  • De werkgever is verplicht om de werknemer voor het werk loon te betalen.

  • Tussen de werknemer en de werkgever bestaat een gezagsverhouding.

Gezagsverhouding

Er is een gezagsverhouding als u het recht hebt om opdrachten en aanwijzingen te geven voor het werk dat moet worden gedaan, of voor bijvoorbeeld werktijden, productie-eisen of omgang met klanten. De werknemer moet zich aan uw opdrachten en aanwijzingen houden. U kunt het geven van opdrachten en aanwijzingen ook overlaten aan een ander, bijvoorbeeld aan degene bij wie de werknemer eigenlijk werkt (bijvoorbeeld als u uw werknemer uitzendt of detacheert).

Er kan ook sprake zijn van een gezagsverhouding als u nauwelijks opdrachten en aanwijzingen geeft. Bijvoorbeeld als het om eenvoudig werk gaat of als de werknemer specifieke vaardigheden heeft. Zelfs als u helemaal geen opdrachten en aanwijzingen geeft, kan er sprake zijn van een gezagsverhouding. Bijvoorbeeld als u toezicht houdt op de werkzaamheden, het werk controleert of klachten over het werk behandelt.

Naar boven

1.1.2 Fictieve dienstbetrekking

Als er geen sprake is van een echte dienstbetrekking, kan de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer (en zelfs de hulpen van de opdrachtnemer) een fictieve dienstbetrekking zijn. Een fictieve dienstbetrekking en een echte dienstbetrekking worden voor de loonheffingen op dezelfde manier behandeld. U past voor het inhouden en betalen van loonheffingen dezelfde regels toe als bij echte dienstbetrekkingen.

De volgende arbeidsrelaties zijn fictieve dienstbetrekkingen voor alle loonheffingen:

  • aannemers van werk en hun hulpen (zie paragraaf 16.2)

  • agenten en subagenten (zie paragraaf 16.3)

  • bestuurders van coöperaties met werknemerszelfbestuur (zie paragraaf 16.7)

  • uitvoerende bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen met een one tier board en alle bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen met een two tier board (zie paragraaf 16.7)
    Dit geldt alleen voor overeenkomsten tussen bestuurders en beursgenoteerde nv's die zijn aangegaan vanaf 1 januari 2013. Is de overeenkomst aangegaan voor 2013, dan is sprake van een echte dienstbetrekking.

  • gelijkgestelden (zie paragraaf 16.9)

  • leerlingen en stagiairs (zie paragraaf 16.10)

  • sekswerkers die werken voor een exploitant (zie paragraaf 16.15)

  • thuiswerkers en hun hulpen (zie paragraaf 16.17)

  • topsporters met een A-status van NOC*NSF (zie paragraaf 16.18)

  • uitzendkrachten (zie paragraaf 16.19)

Voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw zijn de volgende arbeidsrelaties ook fictieve dienstbetrekkingen:

  • (partners van) aandeelhouders met een aanmerkelijk belang, tenzij ze al een echte dienstbetrekking hebben (zie paragraaf 16.1)

  • meewerkende kinderen (zie paragraaf 16.11)

  • pseudowerknemers (opting-in) (zie paragraaf 16.14)

Naar boven

1.1.3 Vroegere dienstbetrekking

Bij een vroegere dienstbetrekking is de dienstbetrekking beëindigd. De ex-werknemer heeft nog wel inkomsten uit die beëindigde (vroegere) dienstbetrekking. Bijvoorbeeld een pensioen- of een ontslaguitkering. Ook sommige soorten uitkeringen zijn loon uit vroegere dienstbetrekking, waarvoor de regels voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en soms ook de premies werknemersverzekeringen gelden (zie ook paragraaf 4.3).

Naar boven

1.1.4 Geen dienstbetrekking voor de werknemersverzekeringen

Sommige arbeidsrelaties zijn alleen voor de werknemersverzekeringen geen dienstbetrekking. U hoeft voor deze arbeidsrelaties geen premies werknemersverzekeringen te betalen. U moet wel loonbelasting/premie volksverzekeringen inhouden, en werkgeversheffing Zvw betalen of bijdrage Zvw inhouden.

De arbeidsrelaties met de volgende personen zijn geen dienstbetrekking voor de werknemersverzekeringen:

  • vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf in Nederland houden

  • huispersoneel

  • vrijwilligers die vallen onder de vrijwilligersregeling

  • leden van de vrijwillige politie en brandweer

  • bepaalde directeuren-grootaandeelhouders van een nv of bv (zie paragraaf 16.1.1 en 16.7)

  • ministers en staatssecretarissen

  • commissarissen van de Koning en leden van Gedeputeerde Staten

  • burgemeesters, wethouders, raadsleden

  • Nationale Ombudsman en de substituut ombudsman

  • voorzitters van waterschappen

  • Rijksvertegenwoordigers voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

  • werknemers die wonen of werken in het buitenland en daar verzekerd zijn (zie hoofdstuk 18)

  • bepaalde werknemers in het internationaal vervoer

Een werknemer is vanaf de dag waarop hij de AOW-leeftijd bereikt en niet meer werkt, niet meer verzekerd voor de werknemersverzekeringen. U hoeft geen premies werknemersverzekeringen meer te betalen vanaf de 1e dag van de maand waarin de werknemer deze leeftijd bereikt (zie paragraaf 16.21). In 2018 is de AOW-leeftijd 66 jaar.

Een werknemer die de AOW-leeftijd heeft bereikt en ook na de AOW-leeftijd doorwerkt, is verzekerd voor de ZW. U betaalt voor deze werknemer geen premies werknemersverzekeringen. Als de werknemer ziek is, betaalt u hem maximaal 13 weken zijn loon door. Betaalt UWV het ziekengeld aan deze werknemer, dan verhaalt UWV het ziekengeld op u.

Twijfelt u of er voor de werknemersverzekeringen sprake is van een dienstbetrekking? Dan kunt u uw belastingkantoor schriftelijk vragen om een beslissing over het verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen.

Naar boven

1.1.5 Artiesten en beroepssporters: aparte groep voor loonbelasting

Artiesten en beroepssporters die niet in echte dienstbetrekking zijn en die ook niet hebben gekozen voor opting-in (zie paragraaf 16.14), vallen als aparte groep onder de loonbelasting. Dat geldt ook voor buitenlandse gezelschappen van artiesten en beroepssporters. Topsporters met een A-status van NOC*NSF hebben een fictieve dienstbetrekking voor alle loonheffingen (zie paragraaf 16.18).

Let op!

Artiesten zijn voor de werknemersverzekeringen in fictieve dienstbetrekking. Meer informatie vindt u in de 'Handleiding Loonheffingen artiesten- en beroepssportersregeling'. U kunt de handleiding voor 2018 in de loop van het jaar downloaden van belastingdienst.nl.

Naar boven

1.1.6 Modelovereenkomsten en de wet DBA

Als u werkt met een freelancer of zelfstandige zonder personeel en twijfelt of er sprake is van een dienstbetrekking, gebruik dan een modelovereenkomst. U hoeft geen loonheffingen in te houden en te betalen als u en uw opdrachtnemer volgens deze overeenkomst werken. De opdrachtnemer is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen en u houdt geen bijdrage Zvw in. Voor de inkomstenbelasting en de bijdrage Zvw krijgt de opdrachtnemer zelf een aanslag.

De modelovereenkomsten vervangen de 'Verklaring arbeidsrelatie' (VAR), die sinds 1 mei 2016 is afgeschaft. Meer informatie over het werken met modelovereenkomsten, de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (wet DBA) en de handhaving daarvan vindt u op belastingdienst.nl/dba.

Naar boven

1.2 Opgaaf van uitbetaalde bedragen aan een derde

Als u iemand betaalt die niet als ondernemer bij u werkt en ook niet bij u in (fictieve) dienstbetrekking is, moet u die betalingen aan ons aanleveren. Dat geldt voor betalingen in geld en voor betalingen in natura. Dit zijn de zogenoemde uitbetaalde bedragen aan een derde. Denk aan:

  • betalingen aan auteurs, sprekers en deelnemers aan medische proeven

  • medewerkers voor wie de fictieve dienstbetrekking niet geldt, omdat ze niet voldoen aan alle voorwaarden van bijvoorbeeld gelijkgestelden (zie paragraaf 16.9) of thuiswerkers (zie paragraaf 16.17)

Let op!

Betalingen aan vrijwilligers die onder de vrijwilligersregeling vallen, hoeft u niet aan ons aan te leveren. Meer informatie over vrijwilligers vindt u in paragraaf 16.20.

U levert gegevens over de uitbetaalde bedragen aan derden aan vóór 1 februari van het jaar na het jaar waarin u de bedragen hebt betaald. Betaalt u in 2018 bedragen aan derden? Dan moet u deze betalingen dus voor 1 februari 2019 aan ons aanleveren. Dat doet u digitaal.

Meer informatie over het digitaal aanleveren van de gegevens vindt u op belastingdienst.nl/ib47.

Naar boven