Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

Stappenplan

Stap 5 Premies werknemersverzekeringen berekenen

U moet premies werknemersverzekeringen betalen voor werknemers die verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Zie hoofdstuk 1 als u wilt weten wie wel en niet verzekerd zijn voor deze verzekeringen.

In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:

  • werknemersverzekeringen en premies (zie paragraaf 5.1)

  • premie WW-Awf (zie paragraaf 5.2)

  • sectorpremie (zie paragraaf 5.3)

  • Ufo-premie (zie paragraaf 5.4)

  • basispremie WAO/IVA/WGA (zie paragraaf 5.5)

  • gedifferentieerde premie Whk (zie paragraaf 5.6)

  • premies werknemersverzekeringen berekenen (zie paragraaf 5.7)

  • eigenrisicodragerschap werknemersverzekeringen (zie paragraaf 5.8)

Naar boven

5.1 Werknemersverzekeringen en premies

De werknemersverzekeringen verzekeren werknemers tegen het inkomensverlies als ze werkloos, arbeidsongeschikt of ziek worden. Nederland kent de volgende werknemersverzekeringen:

  • Werkloosheidswet (WW)

  • Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)

  • Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
    Deze wet bestaat uit de volgende regelingen:

    • Inkomensvoorziening volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA)

    • Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA)

  • Ziektewet (ZW)

Als werkgever betaalt u de volgende premies voor de werknemersverzekeringen:

  • premie WW-Awf (zie paragraaf 5.2)

  • sectorpremie (zie paragraaf 5.3)

  • Ufo-premie (zie paragraaf 5.4)

  • basispremie WAO/IVA/WGA (zie paragraaf 5.5)

  • gedifferentieerde premie Whk (zie paragraaf 5.6)

Zie voor de percentages voor de premies werknemersverzekeringen voor 2018 tabel 9, 10, 10a en 14 achter in dit handboek.

Let op!

Met ingang van 1 januari 2018 zijn de premiekortingen oudere werknemer, arbeidsgehandicapte werknemer en jongere werknemer en de premievrijstelling marginale arbeid afgeschaft. De premiekortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer zijn vervangen door de loonkostenvoordelen. Meer informatie daarover vindt u in hoofdstuk 26.

Naar boven

5.1.1 Sectoraansluiting

Voor de werknemersverzekeringen is het bedrijfsleven verdeeld in sectoren. Elke sector bestaat uit 1 of meer bedrijfs- of beroepstakken of gedeelten daarvan. U bent verplicht aangesloten bij 1 van de sectoren. Bij welke sector dat is, hangt af van uw werkzaamheden. Uitgangspunt is dat werkgevers met dezelfde werkzaamheden bij dezelfde sector zijn aangesloten.

U moet weten bij welke sector u bent aangesloten, omdat de sectoraansluiting de hoogte bepaalt van de sectorpremie en van invloed kan zijn op de hoogte van de gedifferentieerde premie Whk die u moet betalen (zie paragraaf 5.3 en 5.6).

Beoordeling sectoraansluiting

Als u zich bij ons aanmeldt als startende werkgever, geeft u aan welke werkzaamheden u uitvoert. Op basis daarvan beoordelen wij onder welke sector u valt. Binnen 8 weken na aanmelding krijgt u van ons een beschikking met de code en de naam van de sector waarbij u bent aangesloten. Tegen deze beschikking kunt u bezwaar maken. Zolang u geen beschikking hebt, houdt u rekening met de percentages van de sector waarbij u volgens uzelf hoort (zie tabel 10 achter in dit handboek).

Wijziging sectoraansluiting

Zolang uw ondernemingsactiviteiten niet structureel veranderen, blijft u aangesloten bij de vastgestelde sector. Als uw activiteiten structureel veranderen – bijvoorbeeld als u stopt met fabriceren en alleen nog maar als groothandel werkt –, moet u ons binnen 14 dagen schriftelijk om een nieuwe beoordeling van uw sectoraansluiting vragen. U krijgt dan een nieuwe beschikking. U past het nieuwe percentage voor de sectorpremie toe vanaf de datum die in de beschikking met de nieuwe sectoraansluiting staat.

Met ingang van 29 juni 2018, 17.00 uur, kunt u ons niet meer vragen om u met terugwerkende kracht bij een andere sector aan te sluiten. Te veel betaalde sectorpremie krijgt u dus ook niet meer terug. Als u ons om een andere sectoraansluiting vraagt, kan die alleen nog maar op een datum in de toekomst ingaan: de nieuwe sectoraansluiting geldt vanaf het 1e aangiftetijdvak na de datum van uw verzoek. Dus als u ons bijvoorbeeld op 17 augustus om een andere sectoraansluiting vraagt, gaat die in op 1 september als u per maand aangifte doet, en op 10 september als u per 4 weken aangifte doet.

Wij kunnen de aansluiting nog wel met terugwerkende kracht veranderen als u door een verkeerde indeling te weinig sectorpremie hebt betaald. Dat kan tot maximaal 5 jaar terug na afloop van het kalenderjaar. Dus in 2018 kunnen we u met terugwerkende kracht tot en met 2013 aansluiten bij een andere sector.

Let op!

Bent u een kleine of middelgrote werkgever? Dan hangt het premiepercentage van de gedifferentieerde premie Whk geheel of gedeeltelijk af van de sector waarbij u bent aangesloten (zie paragraaf 5.6). Maar als uw sectoraansluiting in de loop van 2018 verandert, verandert uw premiepercentage voor de gedifferentieerde premie Whk niet. U krijgt eind 2018 een nieuw premiepercentage Whk voor 2019 dat rekening houdt met de nieuwe sectoraansluiting.

Als uw werkzaamheden bij verschillende sectoren horen

Als uw werkzaamheden bij verschillende sectoren horen, sluiten wij u aan bij de sector waar het merendeel van uw werkzaamheden bij hoort. Hierbij is het werk waarvoor u het hoogste premieloon betaalt (of naar verwachting gaat betalen), doorslaggevend.

Tot 29 juni 2018, 17.00 uur, konden wij u op uw verzoek ook bij meer dan 1 sector aansluiten, een zogenoemde gesplitste aansluiting. Maar vanaf 29 juni 2018, 17.00 uur, kunt u geen gesplitste aansluiting meer aanvragen. Hebt u al een gesplitste aansluiting, dan houdt u deze zolang u aan de voorwaarden voldoet. Meer informatie over de voorwaarden krijgt u bij de BelastingTelefoon (0800 - 0543) of bij uw belastingkantoor.

Groepsaansluiting

Vormt u met andere werkgevers die verschillende werkzaamheden uitvoeren, een economische of organisatorische eenheid? Dan konden wij u tot 29 juni 2018, 17.00 uur, op uw verzoek toch bij 1 sector aansluiten, een zogenoemde groepsaansluiting. Maar vanaf 29 juni 2018, 17.00 uur, kunt u geen groepsaansluiting meer aanvragen. Elke werkgever wordt aangesloten bij de sector waar zijn werkzaamheden onder vallen.

Hebt u al een groepsaansluiting, dan houdt u deze zolang u aan de voorwaarden voldoet. Meer informatie over de voorwaarden krijgt u bij de BelastingTelefoon (0800 - 0543) of bij uw belastingkantoor.

Naar boven

5.2 Premie WW-Awf

De premie WW-Awf is voor 2018 2,85% (zie tabel 9 achter in dit handboek).

Let op!

Overheidswerkgevers betalen voor overheidswerknemers geen premie WW-Awf. In plaats daarvan betalen zij de premie Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo-premie) (zie paragraaf 5.4).

Naar boven

5.3 Sectorpremie

De hoogte van de sectorpremie is afhankelijk van het werkloosheidsrisico in de bedrijfs- of beroepssector waarin u werkt (zie paragraaf 5.1.1 en tabel 10 achter in dit handboek).

Let op!

Overheidswerkgevers betalen voor overheidswerknemers geen sectorpremie. In plaats daarvan betalen zij de premie Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo-premie) (zie paragraaf 5.4).

De volgende sectoren hebben een hoger werkloosheidsrisico dan andere sectoren:

  • agrarisch bedrijf

  • bouwbedrijf

  • culturele instellingen

  • horeca algemeen

  • schildersbedrijf

Daarom gelden er voor deze sectoren 2 premiepercentages: een hoog en een laag percentage. Als u werkgever bent in 1 van deze 5 sectoren, bekijkt u per werknemer of u het hoge percentage of het lage percentage moet gebruiken. U gebruikt standaard het hoge percentage. Alleen in de volgende gevallen gebruikt u het lage percentage:

  • U sluit een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor ten minste een jaar of voor onbepaalde tijd met uw werknemer. In de arbeidsovereenkomst moet u het aantal arbeidsuren eenduidig vastleggen. U kunt de arbeidsuren per week of per maand vastleggen. U voldoet niet aan de voorwaarden bij een oproepcontract waarin u het aantal uren niet vastlegt, bij een nul-urencontract of bij een min/max-contract (een contract met een aantal vast en variabel te werken uren). U mag dan dus niet het lage percentage toepassen.

  • U sluit een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met uw werknemer waarin u het aantal arbeidsuren voor een heel jaar vastlegt. De werknemer hoeft niet elke week of maand evenveel uren te werken. U kunt samen afspreken hoe u de uren wilt spreiden over het jaar. De werknemer moet wel elk loontijdvak recht hebben op een evenredig deel van het loon.

  • U sluit een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor maximaal 8 aaneengesloten weken in een kalenderjaar met een scholier of student. Deze student heeft aan het begin van het kwartaal waarin u de overeenkomst sluit, een wettelijk recht op studiefinanciering of op vergoeding van studiekosten, of heeft aan het begin van dat kwartaal recht op kinderbijslag.

  • U neemt tijdelijk een buitenlandse student of scholier aan uit een ander land van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, Zwitserland of Liechtenstein. De student is maximaal 8 aaneengesloten weken per kalenderjaar bij u in dienst en is aan het begin van het kwartaal waarin u hem aanneemt, ingeschreven bij een onderwijsinstelling waar hij een voltijdse opleiding volgt.

  • U sluit een leer-werkovereenkomst met een mbo-leerling die de beroepspraktijkvorming van de beroepsbegeleidende leerweg volgt.

Als uw werknemer binnen 1 jaar nadat u hem in dienst hebt genomen, recht krijgt op een WW-uitkering omdat de dienstbetrekking bij u eindigt, moet u met terugwerkende kracht tot het begin van de dienstbetrekking alsnog het hoge premiepercentage betalen. Blijft de dienstbetrekking voor een deel in stand? Dan moet u ook met terugwerkende kracht het hoge premiepercentage betalen over het volledige loon: vanaf de datum van het begin van de dienstbetrekking tot het moment waarop recht ontstaat op een WW-uitkering. Zodra het recht op een WW-uitkering ontstaat, betaalt u weer het lage percentage.

Om het lage premiepercentage te mogen gebruiken moet u ook voldoen aan de volgende administratieve voorwaarden:

  • U legt het aantal arbeidsuren vast in de schriftelijke arbeidsovereenkomst. Een nul-urencontract is niet mogelijk.

  • U bewaart de schriftelijke arbeidsovereenkomst bij uw loonadministratie.

  • U bewaart voor een scholier of student het 'Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen (studenten- en scholierenregeling)' bij uw loonadministratie (zie ook paragraaf 16.16).

  • U bewaart voor een buitenlandse student of scholier een kopie van zijn International Student Identity Card (ISIC) bij uw loonadministratie.

  • U bewaart voor een werknemer op basis van een leer-werkovereenkomst een kopie van die overeenkomst bij uw loonadministratie.

Naar boven

5.4 Ufo-premie

Overheidswerkgevers betalen voor overheidswerknemers geen premie WW-Awf en geen sectorpremie. In plaats daarvan betalen zij de premie Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo-premie). De Ufo-premie is in 2018 0,78% (zie tabel 14).

Hebt u werknemers in dienst voor wie u Ufo-premie moet betalen en werknemers voor wie u premie WW-Awf en sectorpremie moet betalen? Dan mag u deze opnemen in dezelfde aangifte loonheffingen. In het werknemersdeel van de aangifte vult u de Ufo-premie of de premie WW-Awf en de sectorpremie in. In het collectieve deel neemt u het totaal op van de premie WW-Awf, het totaal van de sectorpremie en het totaal van de Ufo-premie.

Let op!

Het kan zijn dat u voor een werknemer voor het ene deel van de dienstbetrekking Ufo-premie moet betalen en voor het andere deel premie WW-Awf en sectorpremie. In dat geval neemt u deze dienstbetrekking als 2 afzonderlijke inkomstenverhoudingen in de aangifte op (zie paragraaf 3.4). U vult dus voor beide delen van de dienstbetrekking een werknemersdeel van de aangifte in.

Onder overheidswerknemer verstaan we:

  • de werknemer die valt onder artikel 2 Wet privatisering ABP

  • de beroepsmilitair die valt onder de Algemene militaire pensioenwet

  • de werknemer die werkt in de Koninklijke Hofhouding

Naar boven

5.5 Basispremie WAO/IVA/WGA

De basispremie WAO/IVA/WGA is voor alle werkgevers gelijk. De basispremie voor 2018 is 6,27%. De basispremie WAO/IVA/WGA heeft een opslag voor de kinderopvang, die voor alle werkgevers geldt. Deze opslag is voor 2018 0,50%.

De totale basispremie WAO/IVA/WGA inclusief de kinderopvangtoeslag is 6,77% (zie tabel 9 achter in dit handboek).

Naar boven

5.6 Gedifferentieerde premie Whk

Via de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) draagt u bij aan:

  • WGA-uitkeringen aan werknemers met een vast dienstverband en aan zogenoemde flexwerkers

  • ZW-uitkeringen aan zogenoemde flexwerkers

Flexwerkers

Met flexwerkers, of werknemers met een flexibel dienstverband, bedoelen we in dit verband:

  • werknemers die ziek uit dienst zijn gegaan, zoals uitzendkrachten, werknemers met een tijdelijk dienstverband of werknemers met een vaste dienstbetrekking aan wie ontslag is aangezegd

  • werknemers die binnen 4 weken na het einde van hun dienstverband ziek zijn geworden (de zogenoemde nawerking) en niet op andere gronden recht hebben op een ZW-uitkering

  • werknemers met een fictieve dienstbetrekking die ziek zijn, zoals thuiswerkers en provisiewerkers

Opbouw gedifferentieerde premie Whk

De gedifferentieerde premie Whk bestaat uit de volgende delen:

  • premiecomponent WGA

  • premiecomponent ZW voor flexibele dienstbetrekkingen (ZW-flex)

Met de premiecomponent WGA worden de WGA-lasten van alle werknemers betaald. De premiecomponent ZW is het gevolg van het doorbelasten van ZW-lasten voor flexwerkers. Ook overlijdensuitkeringen aan nabestaanden en re-integratiekosten worden doorbelast in de gedifferentieerde premie Whk.

Indeling in werkgeverscategorieën

Voor het vaststellen van uw gedifferentieerde premie Whk is het van belang of u een kleine, grote of middelgrote werkgever bent:

  • U bent voor 2018 een kleine werkgever als uw premieloon in 2016 maximaal € 328.000 was (zie paragraaf 5.6.1).

  • U bent voor 2018 een grote werkgever als uw premieloon in 2016 meer dan € 3.280.000 was (zie paragraaf 5.6.2).

  • U bent voor 2018 een middelgrote werkgever als uw premieloon in 2016 meer was dan € 328.000 en maximaal € 3.280.000 was (zie paragraaf 5.6.3).

In de volgende situaties gelden specifieke regels voor het gedifferentieerde Whk-premiepercentage dat u moet gebruiken:

  • U bent een startende werkgever (zie paragraaf 5.6.4).

  • U hebt een werknemer in dienst op grond van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) (zie paragraaf 5.6.5).

  • U hebt de beschikking of de mededeling van het gedifferentieerde premiepercentage Whk niet of te laat gekregen (zie paragraaf 5.6.6).

  • Er is sprake van een overgang van uw onderneming (zie paragraaf 5.6.7).

  • Er is sprake van regres (zie paragraaf 5.6.8).

U kunt een deel van de premie verhalen op uw werknemers (zie paragraaf 5.6.9).

Beschikking of mededeling

Wij stellen het gedifferentieerde premiepercentage Whk vast. U krijgt voor ieder premiejaar aan het eind van het voorgaande jaar een beschikking (als u een middelgrote of grote werkgever bent) of een mededeling (als u een kleine werkgever bent) met het totaalpercentage en de percentages van de 2 premiecomponenten die voor u gelden. Het totaalpercentage past u toe in de aangifte. Als u een middelgrote werkgever bent, staat in uw beschikking ook de berekening van het gewogen gemiddelde (zie paragraaf 5.6.3).

Naar boven

5.6.1 U bent een kleine werkgever

Voor kleine werkgevers stellen wij de percentages voor de gedifferentieerde premiecomponenten WGA en ZW-flex per sector vast. Zie tabel 10a voor een overzicht van de sectorale premiepercentages voor de Whk.

Naar boven

5.6.2 U bent een grote werkgever

Voor grote werkgevers stellen wij de percentages voor de gedifferentieerde premiecomponenten WGA en ZW-flex individueel vast. Het percentage is per premiecomponent afhankelijk van het arbeidsongeschiktheidsrisico in uw onderneming.

Voor het bepalen van het individuele werkgeversrisicopercentage delen wij per premiecomponent de som van de WGA- of ZW-uitkeringen aan uw (ex-)werknemers over 2016 door uw gemiddelde premieloon over 2012 tot en met 2016. Het totaal van de uitkeringen per premiecomponent en het gemiddelde premieloon waarmee wij hebben gerekend, staan in de beschikking.

Het totaal van de uitkeringen berekenen wij op de volgende manier:

  • Voor de premiecomponent WGA tellen wij bij elkaar op de WGA-uitkeringen die in 2016 zijn uitbetaald aan:

    • (ex-)werknemers die op de 1e ziektedag bij u in dienst waren en een WGA-uitkering hadden die inging op of na 1 januari 2007

    • flexwerkers die een WGA-uitkering hadden die inging op of na 1 januari 2012

  • Voor de premiecomponent ZW-flex tellen wij de ZW-uitkeringen die in 2016 aan flexwerkers zijn uitbetaald, bij elkaar op.

Het risicopercentage dat we op deze manier hebben berekend, vergelijken wij met het landelijke gemiddelde risicopercentage (het gemiddelde werkgeversrisicopercentage). Op grond van deze vergelijking stellen wij uw individuele percentage per premiecomponent hoger of lager vast. Dit gebeurt met een opslag of korting op het zogenoemde rekenpercentage. Het rekenpercentage is een gecorrigeerd gemiddeld percentage dat UWV jaarlijks voor elk van de premiecomponenten vaststelt.

Bij het vaststellen van de individuele premiepercentages gelden per premiecomponent nog de volgende grenzen:

  • voor de premiecomponent WGA: een minimumpercentage van 0,18% en een maximumpercentage van 3,00%

  • voor de premiecomponent ZW-flex: een minimumpercentage van 0,10% en een maximumpercentage van 1,64%

Voor sector 52 (Uitzendbedrijven) geldt een afwijkend maximumpercentage voor de premiecomponent ZW-flex van 8,03%.

Let op!

Bent u als grote werkgever eigenrisicodrager voor de WGA (geweest), maar bent u op enig moment na 1 juli 2015 weer publiek verzekerd bij UWV? Dan wordt bij het vaststellen van uw premiecomponent WGA voor 2018 rekening gehouden met uw totale WGA-uitkeringslasten voor uw (ex-)werknemers over 2016. Dit betreft dus niet alleen de uitkeringen door UWV, maar ook de uitkeringen uit de periode van eigenrisicodragerschap.

Naar boven

5.6.3 U bent een middelgrote werkgever

Voor middelgrote werkgevers stellen wij de percentages voor de gedifferentieerde premiecomponenten WGA en ZW-flex vast door per premiecomponent een gewogen gemiddelde te nemen van de individueel vastgestelde premiepercentages en de sectorale premiepercentages. Zie tabel 10a voor een overzicht van de sectorale premiepercentages. De hoogte van uw premieloon in 2016 bepaalt of het individuele premiepercentage of het sectorale premiepercentage in uw geval zwaarder weegt.

De percentages voor de gedifferentieerde premiecomponenten worden berekend met de volgende formule:

(1-C) x sectoraal premiepercentage + C x individueel premiepercentage

Daarbij is C:

uw premieloon 2016 – premieloongrens klein/middelgroot

____________________________________________________________

premieloongrens middelgroot/groot – premieloongrens klein/middelgroot

Let op!

Bent u als middelgrote werkgever eigenrisicodrager voor de WGA (geweest), maar bent u op enig moment na 1 juli 2015 weer publiek verzekerd bij UWV? Dan wordt bij het vaststellen van uw premiecomponent WGA voor 2018 rekening gehouden met uw totale WGA-uitkeringslasten voor uw (ex-)werknemers over 2016. Dit betreft dus niet alleen de uitkeringen door UWV, maar ook de uitkeringen uit de periode van eigenrisicodragerschap.

Naar boven

5.6.4 U bent een startende werkgever

U bent een startende werkgever als u – zonder dat er sprake is van een overgang van onderneming (zie paragraaf 5.6.7) – in 2016 of later werkgever bent geworden.

U bent gestart in 2017 of 2018

Als u in 2017 of later bent gestart, beschouwen wij u altijd als startende kleine werkgever. Het gedifferentieerde premiepercentage Whk is het totaal van de sectorale premiepercentages voor de premiecomponenten WGA en ZW-flex. Zie tabel 10a voor de sectorale premiepercentages.

U bent gestart in 2016

Als u in 2016 bent gestart, delen wij u op grond van uw premieloon in 2016 in als een startende kleine, grote of middelgrote werkgever (zie paragraaf 5.6).

Als u een startende kleine werkgever bent, is uw gedifferentieerde premiepercentage Whk het totaal van uw sectorale premiepercentages voor de premiecomponenten WGA en ZW-flex. Zie tabel 10a voor de sectorale premiepercentages.

Als u een startende grote werkgever bent, is uw premiepercentage Whk het totaal van de rekenpercentages voor de premiecomponenten WGA en de ZW-flex. Voor 2018 is dit premiepercentage 1,22%.

Als u een startende middelgrote werkgever bent, is uw premiepercentage Whk het totaal van de gewogen gemiddelden van de rekenpercentages en de sectorale premiepercentages voor de premiecomponenten WGA en ZW-flex (zie tabel 10a). De hoogte van uw premieloon in 2016 bepaalt of de individuele premiepercentages of de sectorale premiepercentages in uw geval zwaarder wegen.

Naar boven

5.6.5 U hebt werknemers op grond van de WSW in dienst

Voor werknemers met een dienstbetrekking op grond van de Wet sociale werkvoorziening (WSW), geldt in plaats van de gedifferentieerde premie Whk een vervangende premie. Het vervangende premiepercentage is het totaal van de rekenpercentages voor de premiecomponenten WGA en ZW-flex. Voor 2018 is dit premiepercentage 1,22%.

Naar boven

5.6.6 Gedifferentieerd premiepercentage Whk niet of te laat gekregen

Het kan voorkomen dat u onze beschikking of mededeling met het gedifferentieerde premiepercentage Whk niet of te laat hebt gekregen. Hier leest u wat u dan moet doen.

Geen beschikking of mededeling met gedifferentieerd premiepercentage Whk 2018 gekregen

Als wij de gedifferentieerde premie Whk 2018 niet hebben kunnen vaststellen, krijgt u een adviesbrief. In deze brief vermelden wij een percentage gedifferentieerde premie Whk dat u voorlopig kunt toepassen. Het percentage dat wij adviseren is afhankelijk van uw indeling als kleine, middelgrote of grote werkgever.

Als u in de loop van 2018 uw beschikking of mededeling krijgt en het nieuwe gedifferentieerde premiepercentage niet afwijkt van het percentage dat u hebt gebruikt, hoeft u niets te doen. Is het premiepercentage hoger of lager, dan gebruikt u het nieuwe percentage vanaf de eerstvolgende aangifte. U moet ook de eerdere aangiften over 2018 corrigeren (zie hoofdstuk 12). Het bedrag dat u moet bijbetalen of dat u te veel hebt betaald, verrekent u met het bedrag dat u moet betalen over het aangiftetijdvak van die aangifte (zie hoofdstuk 12). Maar u kunt ons ook vragen om een teruggaaf of naheffing voor het verschil tussen het betaalde en het nieuwe premiebedrag. Gebruik daarvoor het formulier 'Verzoek om teruggaaf of naheffing (nieuw of te laat vastgesteld gedifferentieerd premiepercentage WGA/Whk)'. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.

Hebt u geen beschikking of mededeling gekregen en ook geen adviesbrief? Bel dan de BelastingTelefoon: 0800 – 0543.

U krijgt in 2018 een gedifferentieerd WGA-premiepercentage voor 2013, of een gedifferentieerd Whk-premiepercentage voor 2014, 2015, 2016 of 2017

Krijgt u in 2018 voor het eerst een gedifferentieerd WGA-premiepercentage voor 2013, of een gedifferentieerd Whk-premiepercentage voor 2014, 2015, 2016 of 2017? Of krijgt u bijvoorbeeld naar aanleiding van een bezwaar een nieuw percentage? Dan kan dat (nieuwe) percentage afwijken van het percentage dat u in uw aangiften loonheffingen hebt gebruikt. U hebt dan te veel of te weinig premie betaald. Dit kunt u op 2 manieren corrigeren:

  • U corrigeert de gedifferentieerde premie WGA of Whk in de aangiften loonheffingen die u hebt gedaan door het verzenden van correcties.

  • U vraagt ons om een naheffing of een teruggaaf voor het verschil tussen het betaalde en het nieuwe premiebedrag. Gebruik daarvoor het formulier 'Verzoek om teruggaaf of naheffing loonheffingen nieuw of te laat vastgesteld gedifferentieerd premiepercentage WGA/Whk'. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl. Als u dit formulier opstuurt, mag u voor het betreffende jaar voor dit verschil geen losse correcties versturen.

Naar boven

5.6.7 Overgang van een onderneming en gedifferentieerde premie Whk

Een overgang van een onderneming kan gevolgen hebben voor het gedifferentieerde premiepercentage Whk dat u moet gebruiken. Hierbij gaat het om een overgang van een onderneming door een overeenkomst, een fusie of een splitsing van een economische eenheid die haar identiteit houdt, of faillissement. Van een overgang van een onderneming is bijvoorbeeld ook sprake bij het inbrengen van een eenmanszaak of vennootschap onder firma in een bv.

De overdragende en de overnemende werkgever moeten de overgang van een onderneming bij ons melden. U doet dat met het formulier 'Melding loonheffingen overdracht van activiteiten'. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl. Bij een gedeeltelijke overname krijgen beide werkgevers dan een nieuwe beschikking. Wanneer het nieuwe premiepercentage geldt, hangt af van de situatie:

  • De overgang vindt plaats per 1 januari. Het nieuwe premiepercentage geldt in alle gevallen vanaf 1 januari.

  • De overgang vindt plaats in de loop van het kalenderjaar:

    • Als de overdragende en de overnemende partijen bestaande werkgevers zijn, geldt het nieuwe premiepercentage voor beide werkgevers vanaf 1 januari van het jaar na het jaar van de overgang.

    • Als de overnemende werkgever een nieuwe werkgever is, geldt zijn nieuwe premiepercentage vanaf de datum van de overgang. Voor de overdragende werkgever geldt het nieuwe premiepercentage vanaf 1 januari van het jaar na het jaar van de overgang.

Bij een volledige overname krijgt alleen de overnemende werkgever een nieuwe beschikking.

Overgang van een overheidswerkgever

Als een overheidswerkgever geheel of gedeeltelijk overgaat naar een andere werkgever, is er niet altijd sprake van een overgang van een onderneming door een overeenkomst, een fusie of een splitsing. Maar met ingang van 1 januari 2018 is er voor de gedifferentieerde premie Whk dan wel sprake van een overgang van een onderneming. Als een overheidswerkgever geheel of gedeeltelijk overgaat naar een andere werkgever, kunnen beide partijen dus te maken krijgen met een nieuw premiepercentage voor de gedifferentieerde premie Whk.

Naar boven

5.6.8 Regres en gedifferentieerde premie Whk

Een derde kan aansprakelijk zijn voor de ziekte die heeft geleid tot de WGA-uitkering van uw (ex)werknemer in vaste dienstbetrekking. In dat geval kunt u deze derde aansprakelijk stellen (regresrecht) voor het loon dat u hebt doorbetaald tijdens de ziekte. Als u op grond van zo'n regresactie recht hebt op een schadevergoeding, kunt u ons vragen hiermee rekening te houden bij uw individueel vast te stellen gedifferentieerde premiepercentage Whk: uw premiecomponent WGA wordt hierdoor lager. Bij het bepalen van uw premiecomponent WGA laten wij dan de WGA-uitkering van deze werknemer volledig of deels buiten beschouwing vanaf het jaar waarin de schadevergoeding is vastgesteld.

U stuurt het verzoek naar uw belastingkantoor. Stuur daarbij bewijsstukken mee waaruit blijkt hoeveel loon u hebt doorbetaald tijdens de 104 weken die voorafgingen aan de WGA-uitkering. Ook moet uit de bewijsstukken blijken welk bedrag aan schadevergoeding is vastgesteld.

Als UWV een derde aansprakelijk stelt voor de ZW-lasten en op grond daarvan recht heeft op een schadevergoeding, houden wij daarmee rekening bij uw individueel vast te stellen gedifferentieerde premiepercentage Whk: uw premiecomponenten WGA en ZW-flex worden hierdoor lager.

Naar boven

5.6.9 Whk-premie verhalen op uw werknemers

U mag in 2018 maximaal 50% van de premiecomponent WGA verhalen op uw werknemers. Als u dit doet, moet u de premie inhouden op het nettoloon van uw werknemers. Als u de premie niet verhaalt, hoeft u over de niet-verhaalde premie geen loonheffingen te betalen. De premiecomponent ZW-flex kunt u niet verhalen op uw werknemers.

Naar boven

5.7 Premies werknemersverzekeringen berekenen

U berekent de premies werknemersverzekeringen over het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen. Daarop zijn een aantal uitzonderingen (zie paragraaf 4.1).

Bij het berekenen van de premies houdt u rekening met het maximumpremieloon. U berekent de premies per loontijdvak (zie paragraaf 5.7.2) en met voortschrijdend cumulatief rekenen (zie paragraaf 5.7.3).

Als u met een werknemer een nettoloon afspreekt, moet u eerst een berekening maken van nettoloon naar brutoloon (zie paragraaf 7.4).

Uitzonderingen en speciale regels

Sommige werknemers zijn niet of alleen voor bepaalde werknemersverzekeringen verzekerd (zie hoofdstuk 1). In die gevallen hoeft u dus geen of niet alle premies te berekenen.

Als u een aanvulling op een ZW-, WW- of WAO/WIA-uitkering van UWV betaalt, gelden speciale regels voor het berekenen van de premies (zie paragraaf 7.6).

Naar boven

5.7.1 Maximumpremieloon

De premies werknemersverzekeringen zijn een percentage van de aanwas van het cumulatieve premieloon in een loontijdvak (zie paragraaf 5.7.3). Het premieloon is het loon voor de werknemersverzekeringen (loon SV) waarbij u per werknemer per loontijdvak rekening houdt met het maximumpremieloon (zie tabel 11, 12 en 13 achter in dit handboek). Het maximumpremieloon is het maximumbedrag waarover u de premies berekent.

In de aangifte hoeft u alleen de aanwas van het premieloon sectorfonds of van het cumulatieve premieloon Ufo op te nemen. U moet wel alle premies werknemersverzekeringen apart in de aangifte opnemen.

Naar boven

5.7.2 Berekening per loontijdvak

U berekent de premies werknemersverzekeringen per loontijdvak, net als de andere loonheffingen. Het loontijdvak is de periode waarover uw werknemer het loon geniet (zie paragraaf 7.3.4). Vaak is dat 1 kalendermaand of een periode van 4 weken, maar het kan ook 1 week of 1 dag zijn. Als u bijvoorbeeld de maandtabel gebruikt voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, gaat u voor de berekening van de premies werknemersverzekeringen ook uit van 1 maand. En ook voor het maximumpremieloon gebruikt u de maandbedragen (zie tabel 11, 12 en 13 achter in dit handboek). Deze bedragen gelden voor alle werknemers, dus ook voor uw parttimewerknemers.

Genietingsmoment

Is een werknemer een deel van een loontijdvak verzekerd en een deel niet? Dan bepaalt het moment waarop de werknemer het loon geniet, of er een loontijdvak voor de werknemersverzekeringen is:

  • Is uw werknemer op het genietingsmoment verzekerd, dan is er een loontijdvak voor de werknemersverzekeringen. Dit is hetzelfde loontijdvak dat u ook voor de berekening van de loonbelasting gebruikt.

  • Is uw werknemer op het genietingsmoment niet verzekerd, dan is er geen loontijdvak voor de werknemersverzekeringen.

Let op!

Hetzelfde geldt voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (zie paragraaf 6.2.4) en de premie volksverzekeringen.

Voorbeeld 1

Uw fulltimewerknemer heeft een maandloon. In april heeft hij onbetaald verlof. Hij beschikt wel nog steeds over de auto van de zaak. Het privégebruik van de auto is loon voor de loonbelasting, de Zvw en de werknemersverzekeringen. Dit betekent dat u ook in april de maandtabel toepast. Voor de Zvw en de werknemersverzekeringen voegt u aan de 3 loontijdvakken (januari t/m maart) het loontijdvak van april toe.

Voorbeeld 2

Een verzekerde werknemer die op 23 maart zijn loon krijgt, wordt op 3 maart directeur-grootaandeelhouder (dga). Hij is daardoor niet meer verzekerd voor de werknemersverzekeringen op het moment dat hij het loon geniet en hij heeft dus in maart geen loontijdvak voor de werknemersverzekeringen. Als deze werknemer op 27 maart dga was geworden, dan had hij in maart nog wel een loontijdvak, maar vanaf april niet meer.

Nabetalingen

Doet u nabetalingen aan uw ex-werknemer? Dan moet u mogelijk nog wel premies werknemersverzekeringen betalen over de nabetalingen.

U moet de premies werknemersverzekeringen betalen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • De nabetaling is loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Hierbij kunt u denken aan nabetaald vakantiegeld of uitbetaalde vakantie-uren. Het gaat hier niet om ontslagvergoedingen. Die vallen onder loon uit vroegere dienstbetrekking.

  • Door voortschrijdend cumulatief rekenen (zie paragraaf 5.7.3) is er een toename in het cumulatieve premieloon.

De nabetalingen neemt u op in de aangifte over het tijdvak waarin u de betaling doet. Doet u aangifte met ons aangifteprogramma, dan vult u het scherm 'Loonbestanddelen en uitkeringen werknemer' als volgt in:

  • Kies 'Nee' bij de vraag 'Is de werknemer verzekerd voor 1 of meer werknemersverzekeringen?'.

  • Kies 'Ja' bij de vraag 'Moet u voor deze werknemer toch premies betalen voor 1 of meer werknemersverzekeringen?'.

  • Selecteer vervolgens de werknemersverzekeringen waarvoor u premies moet betalen.

Herleidingsregels

Bij de berekening van de premies werknemersverzekeringen leidt u alle relevante bedragen (per dag, per week, per maand, per 4 weken en per jaar) af van een (maximum)jaarbedrag. Hierbij gaat u uit van de rekenregels die al gelden voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen. Dat wil zeggen dat u uitgaat van 260 dagen per jaar.

Let op!

Hetzelfde geldt voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (zie paragraaf 6.2.4).

Deze systematiek is verwerkt in de toelichting 'Loonberekening Voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR) en loontijdvakkensystematiek 2018'. De toelichting voor 2018 kunt u binnenkort downloaden van belastingdienst.nl.

Anonieme werknemers

Als u te maken hebt met een anonieme werknemer (zie hoofdstuk 2), dan past u het zogenoemde anoniementarief toe. Het anoniementarief betekent dat u 52% loonbelasting/premie volksverzekeringen inhoudt. U houdt geen rekening met de loonheffingskorting (zie ook paragraaf 23.1), het maximumpremieloon voor de premies werknemersverzekeringen en het maximumbijdrageloon voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw.

Naar boven

5.7.3 Berekening met voortschrijdend cumulatief rekenen

De premies werknemersverzekeringen berekent u op basis van het voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR). U past hierbij de grondslagaanwasmethode toe. Bij deze methode berekent u per werknemer het cumulatieve premieloon tot en met het tijdvak waarover u aangifte moet doen. Van dit bedrag trekt u af het bedrag van het cumulatieve premieloon van de werknemer tot dit tijdvak. Het verschil is de aanwas van het cumulatieve premieloon. Over deze aanwas berekent u de premies.

Let op!

VCR geldt ook voor de berekening van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, maar niet voor de berekening van de loonbelasting/premie volksverzekeringen. Daarvoor gebruikt u de tijdvaktabellen (zie paragraaf 7.3).

Voorbeeld

Voor de premies werknemersverzekeringen geldt een maximumpremieloon per maand van € 1.2001. Het loontijdvak is 1 maand. Volgens de grondslagaanwasmethode berekent u de aanwas als volgt:

Loontijdvak

Loon voor de werknemers-verzekeringen

Cumulatief loon voor de werknemers-verzekeringen

Cumulatief van de loontijdvak-bedragen

Cumulatief premieloon

Aanwas per loontijdvak

Januari

€ 1.500

€ 1.500

€ 1.200

€ 1.200

€ 1.200

Februari

€ 1.000

€ 2.500

€ 2.400

€ 2.400

€ 1.200

Maart

€ 1.000

€ 3.500

€ 3.6002

€ 3.500

€ 1.100

  1. Om de systematiek duidelijk te maken, gebruiken we in dit voorbeeld fictieve bedragen voor het maximumpremieloon.

  2. Het cumulatieve premieloon is het laagste van: het cumulatieve loon voor de werknemersverzekeringen en het cumulatief van de loontijdvakbedragen.

Toelichting VCR

Met de toelichting 'Loonberekening Voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR) en loontijdvakkensystematiek 2018' krijgt u inzicht in de methode van VCR. De toelichting voor 2018 kunt u binnenkort downloaden van belastingdienst.nl.

Naar boven

5.8 Eigenrisicodragerschap werknemersverzekeringen

In 2018 kunt u voor de WGA en de ZW eigenrisicodrager worden. In deze paragraaf leest u wat het eigenrisicodragerschap voor de WGA en de ZW betekent en hoe u dit kunt aanvragen en beëindigen.

Naar boven

5.8.1 Eigenrisicodragerschap voor de WGA

U kunt eigenrisicodrager worden voor de WGA. Dat betekent dat u vanaf de start van de WGA-uitkering maximaal 10 jaar zelf het risico draagt voor gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid en tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid van uw (ex-)werknemer, of dat u dit volledig of deels particulier verzekert. U draagt ook het risico voor overlijdensuitkeringen aan nabestaanden van werknemers met een WGA-uitkering die onder het eigen risico vallen.

Als eigenrisicodrager voor de WGA betaalt u niet de premiecomponent WGA van de premie Whk.

Geen inlooprisico's

Als u kiest voor het eigenrisicodragerschap, worden de zogenoemde staartlastuitkeringen niet aan u doorbelast. Staartlasten zijn:

  • de lasten voor WGA-uitkeringen die zijn ontstaan vóór u eigenrisicodrager werd

  • de lasten voor toekomstige WGA-uitkeringen aan werknemers van wie de 1e arbeidsongeschiktheidsdag ligt vóór uw overstap naar het eigenrisicodragerschap

Let op!

Bent u al vóór 1 juli 2015 eigenriscodrager geworden? Dan betaalt u als grote werkgever wél de lasten voor WGA-uitkeringen die zijn ontstaan vóór u eigenrisicodrager werd. Bent u een middelgrote werkgever, dan betaalt u een deel van deze uitkeringen en bijbehorende lasten. Kleine werkgevers hebben geen inlooprisico's.

Eigenrisicodragerschap WGA aanvragen

U moet een verzoek om eigenrisicodrager voor de WGA te worden bij ons doen. U kunt het eigenrisicodragerschap voor de WGA op 1 januari of op 1 juli laten beginnen. Uw aanvraag moet uiterlijk 13 weken vóór de ingangsdatum (dus voor 2 oktober of voor 1 april) bij ons binnen zijn. Wilt u eigenrisicodrager voor de WGA worden, dan moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • U hebt een garantieverklaring van een erkende bank of een erkende verzekeraar. U moet hiervoor onze modelgarantieverklaring gebruiken. Deze kunt u downloaden van belastingdienst.nl. De meeste overheidsinstellingen hebben geen garantieverklaring nodig. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met de BelastingTelefoon: 0800 – 0543.

  • Uw eigenrisicodragerschap voor de WGA is in de 3 jaar voor de ingangsdatum niet beëindigd of geëindigd (zie hierna onder 'Einde eigenrisicodragerschap voor de WGA'). Als uw garantieverklaring bijvoorbeeld is ingetrokken op 25 mei 2016, kunt u pas per 1 juli 2019 weer eigenrisicodrager worden.

U kunt het aanvraagformulier downloaden. Met de aanvraag stuurt u de garantieverklaring mee. Zodra uw aanvraag bij ons binnen is, krijgt u een beschikking van ons.

Als u een startende werkgever bent, kunt u ook eigenrisicodrager voor de WGA worden vanaf het moment waarop u werkgever bent geworden. U stuurt dan bij uw aanmelding als werkgever het aanvraagformulier voor het eigenrisicodragerschap WGA en de garantieverklaring mee. Het aanvraagformulier en de verklaring moeten bij ons binnen zijn uiterlijk op het moment waarop u een werknemer in dienst neemt voor wie u premies werknemersverzekeringen moet betalen. U hoeft nog geen loonheffingennummer te hebben om deze aanvraag te kunnen doen.

Op uwv.nl vindt u meer informatie over het eigenrisicodragerschap.

Let op!

U kunt geen eigenrisicodrager voor de WGA worden voor:

  • personeel dat op grond van de WSW bij u in dienst is

  • personeel dat in dienst is bij een verbonden rechtspersoon waaraan u de uitvoering van de WSW hebt overgedragen

Binnen 3 jaar opnieuw eigenrisicodrager voor de WGA worden: eenmalige mogelijkheid in 2018

Was u in 2016 eigenrisicodrager voor de WGA en wilde u dat in 2017 blijven, dan moest u ervoor zorgen dat wij op 31 december 2016 een nieuwe garantieverklaring van u hadden voor het hele WGA-risico.

Wij hebben soms buiten de schuld van de werkgever geen nieuwe garantieverklaring gekregen of niet op tijd. Voor deze werkgevers hebben wij het eigenrisicodragerschap voor de WGA per 1 januari 2017 beëindigd. Is dat bij u het geval, dan kunt u met ingang van 1 juli 2018 weer eigenrisicodrager worden. Wilt u van deze eenmalige mogelijkheid gebruikmaken, dan moet u aan 2 voorwaarden voldoen:

  • U moet kunnen aantonen dat u in 2016 (eventueel via uw intermediair) bij uw verzekeraar of bank hebt aangegeven dat u per 1 januari 2017 eigenrisicodrager wilde blijven.

  • U moet aannemelijk kunnen maken dat wij de nieuwe garantieverklaring buiten uw schuld niet of niet op tijd gekregen hebben.

Kunt u dat, zorg er dan voor dat wij uiterlijk op 31 maart 2018 een aanvraag met een garantieverklaring van u hebben. Stuur daarbij de bewijzen mee dat u voldoet aan de voorwaarden.

Einde eigenrisicodragerschap voor de WGA

Uw eigenrisicodragerschap voor de WGA eindigt in de volgende situaties:

  1. U wilt niet langer eigenrisicodrager zijn. Dan kunt u het eigenrisicodragerschap beëindigen per 1 januari of 1 juli. Uw aanvraag moet uiterlijk 13 weken vóór de beëindigingsdatum (dus voor 2 oktober of voor 1 april) bij ons binnen zijn. U kunt het aanvraagformulier voor het beëindigen van het eigenrisicodragerschap voor de WGA downloaden van belastingdienst.nl.

  2. Wij beëindigen per direct uw eigenrisicodragerschap. Dit gebeurt als de rechtbank de noodregeling van hoofdstuk 3.5 van de Wet op het financieel toezicht heeft uitgesproken over de verzekeraar of de bank waar u zich hebt verzekerd.

  3. Het eigenrisicodragerschap eindigt van rechtswege vanaf de datum waarop:

    • wij de schriftelijke mededeling van de bank of verzekeraar hebben gekregen waarin staat dat de bank of verzekeraar de garantie intrekt
      De garantie blijft dan nog wel gelden voor verplichtingen op grond van het eigen risico dat u, uw rechtsopvolger onder algemene titel of de verkrijgende werkgever blijft dragen voor de arbeidsongeschiktheidsuitkering van (ex-)werknemers die aan de volgende voorwaarden voldoen:

      • Zij zijn ziek geworden vóór de datum waarop wij de schriftelijke opzegging hebben gekregen.

      • Zij waren bij u in dienst op de datum waarop zij ziek werden.

    • u failliet bent verklaard

    • de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op u van toepassing is verklaard

    • u geen werkgever meer bent

Let op!

  • Als u niet langer eigenrisicodrager voor de WGA bent, betaalt u vanaf de beëindigingsdatum weer de premiecomponent WGA. U moet nog wel de WGA-uitkeringen betalen van (ex-)werknemers die ziek werden voordat u geen eigenrisicodrager meer was. Dit is het zogenoemde uitlooprisico.

  • Het eigenrisicodragerschap is niet overdraagbaar. Als u bijvoorbeeld een nieuwe bv opricht en de bestaande bv omzet in een beheer-bv, blijft de beheer-bv eigenrisicodrager. Wilt u dat ook de (nieuwe) werk-bv eigenrisicodrager wordt, dan moet u dat voor deze bv aanvragen.

Premieberekening voor de gedifferentieerde premie Whk bij terugkeer naar de publieke verzekering bij UWV

De premieberekening voor de Whk volgt de systematiek zoals beschreven in paragraaf 5.6.

Bent u als (middel)grote werkgever eigenrisicodrager (geweest), maar bent u op enig moment na 1 juli 2015 weer publiek verzekerd bij UWV? Dan wordt bij het vaststellen van uw premiecomponent WGA voor 2018 rekening gehouden met uw totale WGA-uitkeringslasten voor uw (ex-)werknemers over 2016. Dit betreft dus niet alleen de uitkeringen door UWV, maar ook de uitkeringen uit de periode van eigenrisicodragerschap.

WGA-lasten verhalen op uw werknemers

Als eigenrisicodrager voor de WGA kunt u een deel van uw WGA-lasten verhalen op al uw werknemers. Dit doet u door een bedrag in te houden op het nettoloon van uw werknemers. Hoeveel u kunt inhouden, hangt af van de vraag of u het WGA-risico zelf draagt of dit particulier hebt verzekerd.

Let op!

  • In 2018 mag u een deel van de kosten (maximaal 50%) van het eigenrisicodragerschap voor de WGA op uw werknemers verhalen.

  • Als u niets inhoudt op het nettoloon, hoeft u over het niet-verhaalde bedrag geen loonheffingen te betalen.

U draagt zelf het WGA-risico

Als u het WGA-risico zelf draagt en niet hebt herverzekerd, dan kunt u maximaal de helft van het zogenoemde fictieve premiepercentage toepassen op het premieloon van uw werknemers. Dit bedrag kunt u vervolgens inhouden op het nettoloon van uw werknemers. U kunt het fictieve premiepercentage op 2 manieren bepalen:

  • U schat de WGA-uitkeringen aan uw werknemers in 2018 en deelt dit bedrag door uw verwachte premieloon in 2018.

  • U deelt de WGA-uitkeringen die u in 2017 aan uw (ex-)werknemers hebt betaald, door uw premieloon in 2017.

Bij het bepalen van het fictieve premiepercentage houdt u bovendien rekening met de volgende maxima:

  • als u een kleine werkgever bent: 1,5 keer het sectorale premiepercentage voor de premiecomponent WGA dat voor u zou gelden als u geen eigenrisicodrager zou zijn (zie paragraaf 5.6.1)

  • als u een middelgrote of grote werkgever bent: 1,5 keer het percentage voor de premiecomponent WGA dat voor u zou gelden als u geen eigenrisicodrager zou zijn (zie paragraaf 5.6.3 en 5.6.4)

Als u het fictieve premiepercentage hebt gebaseerd op uw geschatte WGA-lasten in 2018 en uw verwachte premieloon in 2018, kan aan het eind van 2018 blijken dat de daadwerkelijke WGA-lasten en het premieloon afwijken van uw schatting. Het bedrag dat u te veel of te weinig hebt verhaald, kunt u in 2019 netto met uw werknemers verrekenen.

U hebt het WGA-risico particulier verzekerd

Als u het WGA-risico particulier hebt verzekerd, kunt u maximaal de helft van de premie voor het WGA-risico inhouden op het nettoloon van uw werknemers. Als de verzekering ook andere risico's dekt dan het WGA-risico, moet u bij uw verzekeraar nagaan welk deel van de premie betrekking heeft op het WGA-risico.

Naar boven

5.8.2 Eigenrisicodragerschap voor de ZW

U kunt eigenrisicodrager worden voor de ZW. Dat betekent dat u zelf het risico draagt voor arbeidsongeschiktheid van uw (ex-)werknemers die bij ziekte recht hebben op een ZW-uitkering, of dat u dit volledig of deels particulier verzekert.

Als eigenrisicodrager voor de ZW betaalt u een lagere gedifferentieerde premie Whk, omdat u de premiecomponent ZW-flex niet hoeft te betalen. Verder draagt u ook het risico voor overlijdensuitkeringen aan nabestaanden van (ex-)werknemers met een ZW-uitkering die onder het eigen risico vallen (zie paragraaf 5.6).

Let op!

Als u bij ziekte van een (ex-)werknemer 2 jaar lang loon doorbetaalt, wil dat niet zeggen dat u eigenrisicodrager voor de ZW bent. Deze doorbetalingsverplichting geldt namelijk voor iedere werkgever.

Het ziekengeld van uw (ex-)werknemers waarvoor u het eigen risico draagt, moet u verantwoorden in uw aangifte loonheffingen. In de aangifte moet u de premiepercentages gebruiken die voor u gelden. Dit geldt ook als u uw loonadministratie en het uitbetalen van het ziekengeld van uw zieke (ex-)werknemers uitbesteedt aan een ander. Als deze derde ook aangifte doet, moet hij dat voor uw zieke (ex-)werknemers onder uw loonheffingennummer doen en uw percentages gebruiken.

Eigenrisicodragerschap ZW aanvragen

U moet een verzoek om eigenrisicodrager voor de ZW te worden bij ons doen. U kunt het eigenrisicodragerschap voor de ZW op 1 januari of op 1 juli laten beginnen. Uw aanvraag moet uiterlijk 13 weken vóór de ingangsdatum (dus voor 2 oktober of voor 1 april) bij ons binnen zijn. Wilt u eigenrisicodrager voor de ZW worden, dan moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • U laat zich voor de verzuimbegeleiding van zieke (ex-)werknemers die onder het eigen risico vallen, bijstaan door een arbodienst die is gecertificeerd en toegelaten op grond van de Arbeidsomstandighedenwet of een bedrijfsarts die is geregistreerd en toegelaten in het BIG-register, en u hebt de afspraken rond deze verzuimbegeleiding schriftelijk vastgelegd.

  • Uw eigenrisicodragerschap voor de ZW is in de 3 jaar voor de ingangsdatum niet beëindigd of geëindigd (zie hierna onder 'Einde eigenrisicodragerschap voor de ZW').

U kunt het aanvraagformulier downloaden. Met de aanvraag stuurt u de afspraken over de verzuimbegeleiding mee. In plaats van de afspraken over de verzuimbegeleiding kunt u ook het 'Model arboverklaring eigenrisicodragerschap Ziektewet (ZW)' meesturen. U kunt dit model downloaden. Neem de tekst over, vul de verklaring samen met uw arbodienst of bedrijfsarts in en onderteken. Als u uw aanvraag hebt ingediend, krijgt u een beschikking van ons.

Als u een startende werkgever bent, kunt u ook eigenrisicodrager voor de ZW worden vanaf het moment waarop u werkgever bent geworden. U stuurt dan bij uw aanmelding als werkgever het aanvraagformulier voor het eigenrisicodragerschap ZW en de afspraken over de verzuimbegeleiding mee. Het aanvraagformulier en de afspraken moeten bij ons binnen zijn uiterlijk op het moment waarop u een (ex-)werknemer in dienst neemt voor wie u premies werknemersverzekeringen moet betalen. U hoeft nog geen loonheffingennummer te hebben om deze aanvraag te kunnen doen.

Einde eigenrisicodragerschap voor de ZW

Uw eigenrisicodragerschap voor de ZW eindigt in de volgende situaties:

  1. U wilt niet langer eigenrisicodrager zijn. Dan kunt u het eigenrisicodragerschap beëindigen per 1 januari of 1 juli. Uw aanvraag moet uiterlijk 13 weken voor de beëindigingsdatum (dus voor 2 oktober of voor 1 april) bij ons binnen zijn. U kunt het aanvraagformulier voor het beëindigen van het eigenrisicodragerschap voor de ZW downloaden van belastingdienst.nl.

  2. Wij beëindigen uw eigenrisicodragerschap. Dit gebeurt als u zich bij de verzuimbegeleiding van uw zieke (ex-)werknemers niet langer laat bijstaan door een deskundige of dienst die gecertificeerd is op grond van de Arbeidsomstandighedenwet 1998. Als u zich niet meer laat bijstaan, moet u dat aan ons en UWV doorgeven. Stuur een brief naar Belastingdienst/Limburg/ERD, Postbus 4486, 6401 CZ Heerlen. En een e-mail naar UWV: ERDZWControleteam@uwv.nl. Doe dat zodra u weet dat de verzuimbegeleiding eindigt. En doet dat zelf: alleen de werkgever mag de brief en de mail sturen. Laat u bijvoorbeeld uw administratiekantoor melden dat u geen arbodienst of bedrijfsarts meer hebt, dan doen wij en UWV daar niets mee. U blijft dan ten onrechte eigenrisicodrager. Geeft u het einde van de verzuimbegeleiding niet of niet zelf door, dan kunt u een boete krijgen van UWV. Bovendien moet u de te weinig betaalde gedifferentieerde premie Whk alsnog betalen.

  3. Het eigenrisicodragerschap eindigt van rechtswege vanaf de datum waarop:

    • u failliet bent verklaard

    • de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op u van toepassing is verklaard

    • u geen werkgever meer bent

Let op!

  • Als u niet langer eigenrisicodrager voor de ZW bent, betaalt u vanaf de beëindigingsdatum weer de premiecomponent ZW-flex. U moet dan nog wel de ZW-uitkeringen betalen van (ex-)werknemers die ziek werden in de periode dat u eigenrisicodrager was. Dit is het zogenoemde uitlooprisico.

  • Het eigenrisicodragerschap is niet overdraagbaar. Als u bijvoorbeeld een nieuwe bv opricht en de bestaande bv omzet in een beheer-bv, blijft de beheer-bv eigenrisicodrager. Wilt u dat ook de (nieuwe) werk-bv eigenrisicodrager wordt, dan moet u dat voor deze bv aanvragen.

Hogere premiecomponent ZW-flex bij einde eigenrisicodragerschap (terugkeerpremie)

Bent u een middelgrote of grote werkgever en eindigde uw eigenrisicodragerschap in 2017 of in 2018? Dan betaalt u in 2018 misschien een hogere premiecomponent ZW-flex (terugkeerpremie). De premiecomponent ZW-flex is dan minimaal de helft van de sectorale premie ZW-flex die geldt voor uw sector. Dit kan in sommige gevallen hoger zijn dan de premie die u anders zou betalen.

U betaalt de hogere premiecomponent ZW-flex in het jaar waarin u voor het eerst geen eigenrisicodrager meer bent en in het jaar daarna. Als u het eigenrisicodragerschap zelf hebt beëindigd, is dat dus 1,5 of 2 jaar, afhankelijk van het moment van beëindiging.

Meer informatie vindt u op de site van UWV door te zoeken op 'gedifferentieerde premies WGA en ZW 2018'.

Naar boven