Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

Thema's

26 Loonkostenvoordelen, lage-inkomensvoordeel (LIV) en jeugd-LIV

Sinds 1 januari 2017 is de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) van kracht. In deze wet staan 3 nieuwe tegemoetkomingen in de loonkosten voor werkgevers:

  • loonkostenvoordelen (zie paragraaf 26.1)

  • lage-inkomensvoordeel (LIV) (zie paragraaf 26.2)

  • jeugd-LIV (zie paragraaf 26.3)

Naar boven

26.1 Loonkostenvoordelen

Loonkostenvoordelen (LKV's) vervangen met ingang van 1 januari 2018 de premiekorting oudere werknemer en de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer. Net als de premiekortingen moeten de loonkostenvoordelen ervoor zorgen dat kwetsbare groepen werknemers betere kansen hebben op de arbeidsmarkt.

Er zijn 4 loonkostenvoordelen:

  • het LKV oudere werknemer

  • het LKV arbeidsgehandicapte werknemer

  • het LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden

  • het LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

Hebt u werknemers in dienst van 56 jaar of ouder? Werknemers die (deels) arbeidsongeschikt of werkloos zijn? Of werknemers die zijn opgenomen in het doelgroepregister voor de banenafspraak of scholingsbelemmerd zijn? Dan hebt u misschien recht op 1 van deze loonkostenvoordelen. Per loonkostenvoordeel verschillen de voorwaarden om ervoor in aanmerking te komen.

In deze paragraaf leest u:

  • welke voorwaarden voor de verschillende loonkostenvoordelen gelden (zie paragraaf 26.1.1)

  • hoe hoog de loonkostenvoordelen zijn (zie paragraaf 26.1.2)

  • wat u moet doen om de loonkostenvoordelen te krijgen (zie paragraaf 26.1.3)

  • wanneer u de loonkostenvoordelen uitbetaald krijgt (zie paragraaf 26.1.4)

  • hoe de overgangsregeling voor lopende premiekortingen werkt (zie paragraaf 26.1.5)

Naar boven

26.1.1 Voorwaarden voor de loonkostenvoordelen

In deze paragraaf leest u welke voorwaarden gelden voor:

  • het LKV oudere werknemer

  • het LKV arbeidsgehandicapte werknemer

  • het LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden

  • het LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

Voorwaarden LKV oudere werknemer

U hebt recht op het LKV oudere werknemer als u een werknemer in dienst neemt die voldoet aan 4 voorwaarden:

  • Hij is verzekerd voor 1 of meer van de werknemersverzekeringen.

  • Hij is 56 jaar of ouder, maar heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

  • Hij is in de 6 maanden voor u hem aanneemt, niet bij u in dienst geweest.

  • Hij had, in de kalendermaand voor hij bij u in dienst kwam, recht op 1 van de volgende uitkeringen:

    • werkloosheidsuitkering (WW, IOW)

    • arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA, Wet Wajong, Waz, Wamil)

    • inkomensondersteuning Wet Wajong

    • bijstandsuitkering (Participatiewet), IOAW en IOAZ

    • uitkeringen uit een EU-land, een EER-land of Zwitserland die hetzelfde doel hebben als de bovenstaande Nederlandse uitkeringen

Verder geldt:

  • U hebt voor de werknemer een doelgroepverklaring. Uit deze verklaring blijkt dat de werknemer voldoet aan de voorwaarden.

  • In uw aangifte loonheffingen geeft u aan dat u dit loonkostenvoordeel voor de werknemer wilt aanvragen.

Meer over het aanvragen van de doelgroepverklaring en het invullen van de aangifte leest u in paragraaf 26.1.3.

Voldoen u en de werknemer aan alle bovenstaande voorwaarden? Dan hebt u voor deze werknemer maximaal 3 jaar recht op het loonkostenvoordeel. Het recht begint te lopen vanaf het moment dat u de werknemer in dienst neemt.

Wordt het dienstverband tijdens de looptijd van het loonkostenvoordeel onderbroken? Dan kunt u daarna voor deze werknemer weer recht hebben op het loonkostenvoordeel. De voorwaarde dat de werknemer niet bij u in dienst is geweest in de 6 maanden voor u hem aanneemt, geldt dan niet. De looptijd van het loonkostenvoordeel wordt door de onderbreking niet verlengd.

Voorwaarden LKV arbeidsgehandicapte werknemer

U hebt recht op het LKV arbeidsgehandicapte werknemer als u een werknemer in dienst neemt die voldoet aan 4 voorwaarden:

  • Hij is verzekerd voor 1 of meer van de werknemersverzekeringen.

  • Hij heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

  • Hij is in de 6 maanden voor u hem aanneemt, niet bij u in dienst geweest.

  • Hij voldoet aan 1 van de volgende voorwaarden:

    • Hij had, in de kalendermaand voor hij bij u dienst kwam, recht op een WIA-uitkering of op een uitkering uit een EU-land, een EER-land of Zwitserland die hetzelfde doel heeft als de WIA-uitkering.

    • Hij komt bij u in dienst binnen 5 jaar na de dag waarop de wachttijd (of het tijdvak van de verlengde loondoorbetalingsverplichting) is geëindigd, en voldoet aan deze 2 voorwaarden:

      • UWV heeft in een arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat de werknemer op de 1e dag na afloop van de wachttijd van de WIA (of van het tijdvak van de verlengde loondoorbetalingsverplichting) voor minder dan 35% arbeidsongeschikt was en niet in staat zijn eigen of ander passend werk te doen bij de werkgever bij wie hij die dag nog in dienst was.

      • De werknemer was 11 weken voor het einde van de wachttijd van de WIA (of van het tijdvak van de verlengde loondoorbetalingsverplichting) nog in dienst bij dezelfde werkgever die hij had toen hij ziek werd.

    • De werknemer had voor 1 januari 2006 recht op een WAO- of Waz-uitkering en was daarom arbeidsgehandicapt op grond van de Wet REA. En hij zou in de kalendermaand voordat hij bij u in dienst kwam, om dezelfde reden arbeidsgehandicapt in de zin van de Wet REA zijn geweest als de Wet REA niet was ingetrokken.

Verder geldt:

  • U hebt voor de werknemer een doelgroepverklaring. Uit deze verklaring blijkt dat de werknemer voldoet aan de voorwaarden.

  • In uw aangifte loonheffingen geeft u aan dat u dit loonkostenvoordeel voor de werknemer wilt aanvragen.

Meer over het aanvragen van de doelgroepverklaring en het invullen van de aangifte leest u in paragraaf 26.1.3.

Voldoen u en de werknemer aan alle bovenstaande voorwaarden? Dan hebt u voor deze werknemer maximaal 3 jaar recht op het loonkostenvoordeel. Het recht begint te lopen vanaf het moment dat u de werknemer in dienst neemt.

Wordt het dienstverband tijdens de looptijd van het loonkostenvoordeel onderbroken? Dan kunt u daarna voor deze werknemer weer recht hebben op het loonkostenvoordeel. De voorwaarde dat de werknemer niet bij u in dienst is geweest in de 6 maanden voor u hem aanneemt, geldt dan niet. De looptijd van het loonkostenvoordeel wordt door de onderbreking niet verlengd.

Voorwaarden LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden

U hebt recht op het LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden als u een werknemer in dienst neemt die voldoet aan 4 voorwaarden:

  • Hij is verzekerd voor 1 of meer van de werknemersverzekeringen.

  • Hij heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

  • Hij is in de 6 maanden voor u hem aanneemt, niet bij u in dienst geweest.

  • In de kalendermaand voor u hem aanneemt, voldoet hij aan 1 van de volgende voorwaarden:

    1. Hij heeft recht op een uitkering of arbeidsondersteuning op grond van de Wet Wajong.

    2. Hij heeft een WSW-indicatie (Wet sociale werkvoorziening).

    3. Hij is volgens UWV niet in staat om 100% van het wettelijk minimumloon te verdienen en wordt onder verantwoordelijkheid van de gemeente naar werk begeleid. Of de gemeente heeft bij het beoordelen van de loonkostensubsidie vastgesteld dat hij niet in staat is om 100% van het wettelijk minimumloon te verdienen (de 'Praktijkroute'). In beide gevallen geldt dat u hem op of na 1 januari 2016 in dienst hebt genomen.

    4. Hij heeft een indicatie als arbeidsbeperkte. Hieronder vallen onder meer schoolverlaters van het Voortgezet Speciaal Onderwijs en schoolverlaters van het Praktijkonderwijs.

    5. Hij heeft een Wiw-baan (Wet inschakeling werkzoekenden) of een ID-baan (In- en doorstroombaan).

    6. Hij hoort niet tot de doelgroep banenafspraak, hij heeft door een ziekte of gebrek problemen gehad bij het volgen van onderwijs en hij komt binnen 5 jaar na afronding van dat onderwijs bij u in dienst.

    De werknemers bij voorwaarde a tot en met e zijn opgenomen in het doelgroepregister voor de banenafspraak. U kunt het doelgroepregister raadplegen via het werkgeversportaal op uwv.nl.

Verder geldt:

  • U hebt voor de werknemer een doelgroepverklaring. Uit deze verklaring blijkt dat de werknemer voldoet aan de voorwaarden.

  • In uw aangifte loonheffingen geeft u aan dat u dit loonkostenvoordeel voor de werknemer wilt aanvragen.

Meer over het aanvragen van de doelgroepverklaring en het invullen van de aangifte leest u bij 26.1.3.

Voldoen u en de werknemer aan alle bovenstaande voorwaarden? Dan hebt u voor deze werknemer maximaal 3 jaar recht op het loonkostenvoordeel. Het recht begint te lopen vanaf het moment dat u de werknemer in dienst neemt.

Wordt het dienstverband tijdens de looptijd van het loonkostenvoordeel onderbroken? Dan kunt u daarna voor deze werknemer weer recht hebben op het loonkostenvoordeel. De voorwaarde dat de werknemer niet bij u in dienst is geweest in de 6 maanden voor u hem aanneemt, geldt dan niet. De looptijd van het loonkostenvoordeel wordt door de onderbreking niet verlengd.

Voorwaarden LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

U hebt recht op het LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer als u een arbeidsgehandicapte werknemer herplaatst die voldoet aan 3 voorwaarden. Van herplaatsen is sprake als een arbeidsgehandicapte werknemer weer geheel of gedeeltelijk voor u gaat werken, in zijn eigen functie of in een andere. De 3 voorwaarden zijn:

  • De werknemer is verzekerd voor 1 of meer van de werknemersverzekeringen.

  • De werknemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

  • De werknemer voldoet aan 1 van de volgende voorwaarden:

    • Hij had in de kalendermaand voor herplaatsing recht op een WIA-uitkering of op een uitkering uit een EU-land, een EER-land of Zwitserland die hetzelfde doel heeft als de WIA-uitkering.

    • De werknemer had voor 1 januari 2006 recht op een WAO- of Waz-uitkering en was daarom arbeidsgehandicapt op grond van de Wet REA. En hij zou in de kalendermaand voor herplaatsing om dezelfde reden arbeidsgehandicapt in de zin van de Wet REA zijn geweest als de Wet REA niet was ingetrokken.

Verder geldt:

  • U hebt voor de werknemer een doelgroepverklaring. Uit deze verklaring blijkt dat de werknemer voldoet aan de voorwaarden.

  • In uw aangifte loonheffingen geeft u aan dat u dit loonkostenvoordeel voor de werknemer wilt aanvragen.

Meer over het aanvragen van de doelgroepverklaring en het invullen van de aangifte leest u bij 26.1.3.

Voldoen u en de werknemer aan alle bovenstaande voorwaarden? Dan hebt u voor deze werknemer maximaal 1 jaar recht op het loonkostenvoordeel. Het recht begint te lopen vanaf het moment dat u de werknemer herplaatst.

Geen recht op loonkostenvoordelen

U hebt geen recht op de loonkostenvoordelen als de dienstbetrekking van de werknemer op grond van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) volledig gesubsidieerd is. Of als de dienstbetrekking valt onder zogenoemd beschut werk op grond van de Participatiewet.

Is de dienstbetrekking deels gesubsidieerd, dan kunt u voor de werknemer wél recht hebben op de loonkostenvoordelen. Als u en de werknemer aan alle voorwaarden voldoen.

Samenloop van meerdere loonkostenvoordelen en samenloop met LIV en jeugd-LIV

Bij samenloop geldt het volgende:

  • Hebt u voor dezelfde werknemer tegelijk recht op meer dan 1 loonkostenvoordeel? Dan vraagt u ze in uw aangifte allemaal aan. Per loonkostenvoordeel wordt dan berekend op welk bedrag u voor de werknemer recht hebt. U krijgt vervolgens alleen het hoogste bedrag uitbetaald. Zijn de berekende bedragen even hoog, dan krijgt u alleen het LKV oudere werknemer. Zie voor de hoogte van de loonkostenvoordelen paragraaf 26.1.2.

  • Hebt u voor dezelfde werknemer tegelijk recht op een loonkostenvoordeel en het LIV (zie paragraaf 26.2)? Dan betalen wij u 1 van beide uit. U krijgt het loonkostenvoordeel voor de werknemer als dat hoger of even hoog is als het LIV. Is het LIV hoger, dan krijgt u alleen dat uitbetaald.

  • Hebt u voor dezelfde werknemer tegelijk recht op een loonkostenvoordeel en het jeugd-LIV (zie paragraaf 26.3)? Dan betalen we u beide uit.

Let op!

Het recht op een loonkostenvoordeel begint te lopen vanaf het moment dat u de werknemer in dienst neemt of herplaatst. Vanaf dat moment hebt u er 3 of 1 jaar recht op. Die periode wordt niet verlengd. Ook niet als het dienstverband wordt onderbroken. Of als u het loonkostenvoordeel niet krijgt uitbetaald omdat u een ander loonkostenvoordeel krijgt.

U neemt een onderneming over

Neemt u een onderneming geheel of gedeeltelijk over? Dan gaat het recht op de loonkostenvoordelen niet naar u over. Dat is dus anders dan bij de premiekortingen. Die gingen voor de resterende periode wél over naar de overnemende werkgever.

Voor de overgenomen werknemers krijgt u ook geen nieuw recht op de loonkostenvoordelen. Want bij de overname van een onderneming zet u de dienstbetrekking van de werknemers voort. Er is dus geen sprake van in dienst nemen of herplaatsen van een werknemer. En dat is een voorwaarde voor de loonkostenvoordelen.

Let op!

Van overname van een onderneming is sprake bij een fusie of splitsing, maar bijvoorbeeld ook bij het inbrengen van een eenmanszaak of vennootschap onder firma in een bv. Bij een doorstart of overname na een faillissement is er geen sprake van overname van een onderneming. Dan kan er dus wel een nieuw recht op loonkostenvoordelen ontstaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.

Naar boven

26.1.2 Hoogte van de loonkostenvoordelen

Hebt u voor een werknemer recht op 1 van de loonkostenvoordelen? Dan krijgt u van ons een bedrag per verloond uur (zie paragraaf 26.4). Dat bedrag is niet voor alle loonkostenvoordelen gelijk.

Hoeveel loonkostenvoordeel u krijgt, hangt er dus vanaf: hoeveel verloonde uren heeft de werknemer en om welk loonkostenvoordeel gaat het?

Loonkostenvoordeel

Bedrag per verloond uur

Maximumbedrag per jaar

Aantal jaren dat u het LKV voor dezelfde werknemer mag aanvragen

Oudere werknemer

€ 3,05

€ 6.000

3

Arbeidsgehandicapte werknemer

€ 3,05

€ 6.000

3

Doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden

€ 1,01

€ 2.000

3

Herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

€ 3,05

€ 6.000

1

Heeft een werknemer 2 of meer inkomstenverhoudingen (zie paragraaf 3.4) bij u? Bijvoorbeeld omdat hij onder verschillende subnummers valt? Dan bepaalt het aantal verloonde uren van al zijn inkomstenverhoudingen samen op hoeveel loonkostenvoordeel u voor hem recht hebt.

Naar boven

26.1.3 Wat moet u doen om de loonkostenvoordelen te krijgen?

Neemt u een werknemer in dienst of herplaatst u een werknemer? En hebt u voor die werknemer volgens u recht op 1 of meer loonkostenvoordelen? Dan vraagt u het loonkostenvoordeel aan in uw aangifte loonheffingen. Dat kan zodra u een doelgroepverklaring van uw werknemer hebt.

In de doelgroepverklaring staat voor welk loonkostenvoordeel de verklaring is afgegeven en de voorwaarden waaraan uw werknemer voldoet. U hebt per loonkostenvoordeel een doelgroepverklaring nodig.

Hoe komt u aan een doelgroepverklaring?

Uw werknemer kan de doelgroepverklaring aanvragen bij UWV of de gemeente. Krijgt hij een uitkering uit een EU-land, een EER-land of Zwitserland, dan vraagt hij de doelgroepverklaring altijd aan bij UWV. Uw werknemer is niet verplicht om de doelgroepverklaring aan te vragen.

Als uw werknemer een doelgroepverklaring wil aanvragen, moet hij dat doen maximaal 1 maand voor de datum waarop u hem in dienst neemt of herplaatst, en niet later dan 3 maanden na de datum waarop u hem in dienst neemt of herplaatst. Doet hij dat niet of later, dan heeft hij geen recht meer op de doelgroepverklaring. En u hebt dan geen recht op het loonkostenvoordeel.

Uw werknemer kan bij het aanvragen van de doelgroepverklaring aangeven dat u automatisch een kopie moet krijgen. Hij kan ook zelf een kopie aan u geven.

Als uw werknemer u daarvoor machtigt, kunt u de doelgroepverklaring ook zelf aanvragen.

U bewaart de doelgroepverklaring bij de loonadministratie.

Meer informatie over het aanvragen van een doelgroepverklaring vindt u op uwv.nl/wtl.

Loonkostenvoordelen aanvragen in uw aangifte

In uw aangiften loonheffingen over 2018 kunt u aangeven welk loonkostenvoordeel u voor de werknemer wilt aanvragen. Dat kunnen er voor dezelfde werknemer ook meer dan 1 zijn. Hoe u dit precies aangeeft, hangt af van uw softwarepakket.

Zolang u voor een werknemer nog geen kopie van de doelgroepverklaring hebt, mag u voor deze werknemer het loonkostenvoordeel niet aanvragen in uw aangifte. Dat mag pas als u de verklaring hebt. Geldt de verklaring ook voor eerdere aangiftetijdvakken, dan moet u die tijdvakken corrigeren om te voorkomen dat u een deel van het loonkostenvoordeel misloopt. Want de periode van 3 of 1 jaar gaat lopen vanaf het moment dat u de werknemer in dienst neemt of herplaatst.

Let op!

UWV beoordeelt op basis van de polisadministratie en de afgegeven doelgroepverklaringen voor welke werknemers u recht hebt op het loonkostenvoordeel. Voor die werknemers krijgt u een bedrag per verloond uur, tot een maximumbedrag per jaar. Vul in uw aangifte dus het aantal verloonde uren goed in. Want anders loopt u het loonkostenvoordeel misschien voor een deel mis.

Naar boven

26.1.4 Wanneer krijgt u de loonkostenvoordelen uitbetaald?

Wij betalen de loonkostenvoordelen over 2018 in 2019 automatisch aan u uit. Als uit uw aangiften loonheffingen over 2018 en de afgegeven doelgroepverklaringen blijkt dat u er recht op hebt.

Dat uitbetalen gaat als volgt:

  1. U krijgt vóór 15 maart 2019 een voorlopige berekening van de loonkostenvoordelen waar u voor uw werknemers recht op hebt. De berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over 2018 die u tot en met 31 januari 2019 hebt gedaan.

  2. Bent u het niet eens met de berekening of vindt u dat u ten onrechte geen voorlopige berekening hebt gekregen? Dat kan komen doordat u onjuiste gegevens hebt aangegeven. In dat geval kunt u tot en met 1 mei 2019 correcties over 2018 sturen. Die nemen we nog mee in de definitieve berekening van uw loonkostenvoordelen. Correcties na 1 mei nemen we niet meer mee in de definitieve berekening, maar wel in de polisadministratie. Kloppen uw aangiften wel, neem dan contact op met UWV.

  3. Wij sturen u de definitieve berekening van uw loonkostenvoordelen. Dat doen wij vóór 1 augustus 2019, op basis van de gegevens die we van UWV krijgen.

  4. Wij betalen u uiterlijk op 12 september 2019 uw loonkostenvoordeel uit.

U krijgt 1 voorlopige en 1 definitieve berekening. Daarop staat een overzicht van al uw loonkostenvoordelen en de werknemers voor wie u er recht op hebt. Per werknemer ziet u ook of hij meer dan 1 inkomstenverhouding bij u heeft en of hij onder verschillende subnummers valt.

Hebt u voor meerdere werknemers recht op hetzelfde loonkostenvoordeel? Of voor verschillende werknemers op verschillende loonkostenvoordelen? Dan vindt u dat dus allemaal terug in de voorlopige en definitieve berekening.

U krijgt uw loonkostenvoordelen in 1 bedrag uitbetaald. We maken het bedrag aan ú over, niet aan uw werknemer. We gebruiken daarvoor het rekeningnummer dat hoort bij subnummer L01 van uw loonheffingennummer. Hebben wij bij dat subnummer geen rekeningnummer van u? Dan krijgt u van ons een formulier waarmee u dit rekeningnummer aan ons kunt doorgeven. Moet u nog bedragen aan ons betalen? Dan kunnen wij uw loonkostenvoordeel daarmee verrekenen.

Naar boven

26.1.5 Overgangsregeling lopende premiekortingen

Maakte u in 2017 gebruik van de premiekorting oudere of arbeidsgehandicapte werknemer? Dan hebt u vanaf 1 januari 2018 recht op 1 van de 4 nieuwe loonkostenvoordelen, voor de resterende periode dat u nog recht zou hebben op de premiekorting. De resterende periode is de maximale duur van de premiekorting (dus 1 of 3 jaar) min de tijd tussen het begin van de dienstbetrekking en 1 januari 2018. Het maakt niet uit of u in die tijd de premiekorting een tijd niet hebt toegepast.

Voorbeeld

Voor een werknemer die op 1 juli 2015 bij u in dienst is gekomen, past u sinds 1 augustus 2015 de premiekorting oudere werknemer toe. In mei en juni 2017 heeft deze werknemer onbetaald verlof.

U hebt maximaal 3 jaar recht op de premiekorting. De tijd tussen het begin van de dienstbetrekking en 1 januari 2018 is 2 jaar en 6 maanden. Met ingang van 1 januari 2018 hebt u dus nog 6 maanden recht op een loonkostenvoordeel, tot 1 juli 2018.

Om in aanmerking te komen voor de nieuwe loonkostenvoordelen, moet u wel aan deze 3 voorwaarden voldoen:

  • U geeft in uw aangifte over het laatste aangiftetijdvak van 2017 aan dat u voor een werknemer de premiekorting oudere werknemer of arbeidsgehandicapte werknemer toepast. Vergeet u dat of kunt u dat nog niet doen omdat de werknemer bijvoorbeeld net in dienst is en u nog geen doelgroepverklaring voor de premiekorting oudere werknemer hebt? Dan moet u dat uiterlijk op 1 mei 2018 corrigeren.

  • U vult in deze aangifte ook het bedrag aan premiekorting in waar u recht op hebt. Vergeet u dat of kunt u dat nog niet doen, dan moet u dat uiterlijk op 1 mei 2018 corrigeren.

  • U geeft in uw aangiften over 2018 aan dat u 1 of meer loonkostenvoordelen voor deze werknemer wilt aanvragen.

U vraagt voor de werknemer de loonkostenvoordelen aan die overeenkomen met de premiekortingen waarop u voor hem recht had in het laatste aangiftetijdvak van 2017. UWV beoordeelt op basis van onder andere de polisadministratie voor welke werknemers u recht hebt op een loonkostenvoordeel.

Geen doelgroepverklaring nodig

Voor werknemers die vallen onder de overgangsregeling, hebt u voor het aanvragen van het loonkostenvoordeel geen doelgroepverklaring nodig. Voor het toepassen van de premiekorting oudere werknemer in 2017 hebt u wel gewoon een doelgroepverklaring nodig.

Naar boven

26.2 Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Hebt u werknemers in dienst met een laag loon? Dan hebt u misschien recht op een tegemoetkoming in de loonkosten: het lage-inkomensvoordeel (LIV).

In deze paragraaf leest u:

  • welke voorwaarden voor het LIV gelden (zie paragraaf 26.2.1)

  • hoe hoog het LIV is (zie paragraaf 26.2.2)

  • wat u moet doen om het LIV te krijgen (zie paragraaf 26.2.3)

  • wanneer u het LIV uitbetaald krijgt (zie paragraaf 26.2.4)

Samenloop met loonkostenvoordelen

Hebt u voor dezelfde werknemer tegelijk recht op het LIV en een loonkostenvoordeel (zie paragraaf 26.1)? Dan betalen wij u 1 van beide uit. U krijgt het loonkostenvoordeel voor de werknemer als het bedrag waar u recht op hebt, hoger of even hoog is als het LIV waar u recht op hebt. Is het LIV hoger, dan krijgt u alleen dat uitbetaald.

Naar boven

26.2.1 Voorwaarden voor het LIV

U hebt recht op het LIV voor elke werknemer die voldoet aan deze 4 voorwaarden:

  • De werknemer is verzekerd voor 1 of meer van de werknemersverzekeringen.

  • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon van minimaal € 9,82 en maximaal € 12,29.

  • De werknemer heeft ten minste 1.248 verloonde uren (zie paragraaf 26.4) per kalenderjaar.

  • De werknemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

Heeft de werknemer 2 of meer inkomstenverhoudingen (zie paragraaf 3.4) bij u? Bijvoorbeeld omdat hij onder verschillende subnummers valt? Kijk dan naar het gemiddelde uurloon en de verloonde uren van deze inkomstenverhoudingen samen om te bepalen of u voor deze werknemer recht hebt op het LIV. Want UWV bepaalt op werkgeversniveau of u voor een werknemer recht hebt op het LIV en niet op subnummerniveau.

Met de 'Regelhulp Premiekortingen en LIV' kunt u controleren of u recht hebt op het LIV. U vindt de regelhulp op regelhulpenvoorbedrijven.nl.

Hierna gaan we verder in op de 2e en 3e voorwaarde.

Gemiddeld uurloon

De minimum- en maximumbedragen van het gemiddelde uurloon zijn gebaseerd op het wettelijk minimumloon voor werknemers van 22 jaar en ouder plus 8% vakantietoeslag. Dat geldt ook voor werknemers die jonger zijn dan 22 jaar. De uurloonbedragen zijn:

Percentage van het wettelijk minimumuurloon plus 8% vakantietoeslag

Uurloon-bedrag

Toelichting

100%

€ 9,82

Verdient de werknemer minder, dan hebt u voor hem geen recht op het LIV. Maar misschien hebt u voor werknemers die minder verdienen en jonger zijn dan 22 jaar, wel recht op het jeugd-LIV (zie paragraaf 26.3).

110%

€ 10,81

Verdient de werknemer meer, dan hebt u voor hem recht op een lager LIV-bedrag.

125%

€ 12,29

Verdient de werknemer meer, dan hebt u voor hem geen recht op het LIV.

De berekening van de uurloonbedragen gaat uit van een 40-urige werkweek. Daardoor wordt het minimumuurloon lager. Zo voorkomen we dat u voor werknemers met bijvoorbeeld een 38- of 36-urige werkweek, geen recht hebt op het LIV, omdat ze minder verdienen dan het laagste uurloonbedrag.

U toetst het gemiddelde uurloon van uw werknemer aan het laagste en het hoogste uurloonbedrag. Het gemiddelde uurloon van uw werknemer is zijn jaarloon gedeeld door het aantal verloonde uren. Het jaarloon is het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking dat u in een kalenderjaar aan de werknemer betaalt zolang hij bij u in dienst is en is verzekerd voor 1 of meer van de werknemersverzekeringen. Dat betekent dat geen onderdeel van het jaarloon zijn:

  • ziektewetuitkeringen die u als eigenrisicodrager na afloop van de dienstbetrekking betaalt aan een ex-werknemer

  • WGA-uitkeringen die u als eigenrisicodrager aan de werknemer betaalt

  • WAO-, WIA- en WW-uitkeringen die u de werknemer namens UWV betaalt (zie paragraaf 7.6.2 )

Als uitgangspunt voor het jaarloon neemt u kolom 8 van de loonstaat.

Let op!

Een werknemer met het minimumloon verdient soms toch minder dan 100% of meer dan 125% van dat minimumloon. Bijvoorbeeld als hij van u ook toeslagen of bonussen krijgt, zoals onregelmatigheidstoeslagen of prestatiebonussen. Dan verdient hij meer. Of als u een pensioenpremie inhoudt. Dan verdient hij minder. In die gevallen voldoet hij niet aan de voorwaarden en hebt u voor hem geen recht op het LIV.

1.248 verloonde uren per kalenderjaar

De voorwaarde van 1.248 verloonde uren per kalenderjaar is een harde voorwaarde. Deze geldt ook als de werknemer in de loop van het jaar bij u in dienst komt. De 1.248 uren worden dan niet evenredig verminderd. Voor werknemers die niet het hele jaar bij u in dienst zijn, is het dus lastiger om aan de voorwaarde van 1.248 verloonde uren te voldoen.

Neemt u een onderneming over? Dan tellen de verloonde uren bij de overdragende werkgever niet mee. Een werknemer moet bij ú 1.248 verloonde uren hebben. Anders hebt u voor hem geen recht op het LIV.

In het jaar waarin de werknemer de AOW-leeftijd bereikt, kunt u voor hem nog recht hebben op het LIV. Bijvoorbeeld als de werknemer pas laat in het jaar de AOW-leeftijd bereikt. Dan is de kans groter dat hij aan 1.248 verloonde uren komt. Als de werknemer na het bereiken van de AOW-leeftijd doorwerkt, dan mag u bij het bepalen of hij in het jaar 1.248 verloonde uren heeft, alle verloonde uren van dat jaar meetellen. Dus ook de verloonde uren na het bereiken van de AOW-leeftijd.

Naar boven

26.2.2 Hoogte van het LIV

Hebt u voor een werknemer recht op het LIV? Dan krijgt u van ons een bedrag per verloond uur. Wat verloonde uren zijn, leest u in paragraaf 26.4.

Hoeveel uw voordeel precies is, hangt dus af van het aantal verloonde uren van de werknemer. En van zijn gemiddelde uurloon (zie paragraaf 26.2.1). U krijgt:

Gemiddeld uurloon over 2018

LIV per werknemer per verloond uur

Maximale LIV per werknemer per jaar (bij een 38-urige werkweek)

€ 9,82 of meer, maar niet meer dan € 10,81

€ 1,01

€ 2.000

Meer dan € 10,81, maar niet meer dan € 12,29

€ 0,51

€ 1.000

Voorbeeld

Een werknemer voor wie u recht hebt op het LIV, heeft in 2018 1.500 verloonde uren en een jaarloon van € 15.625. Zijn gemiddelde uurloon is dan € 10,42 (€ 15.625 : 1.500). Uw LIV voor deze werknemer is € 1.515 (1.500 x € 1,01).

Als een werknemer meer dan 38 uur per week werkt

Werkt een werknemer meer dan 38 uur per week? Dan gelden nog steeds de maximale bedragen voor het LIV van € 2.000 en € 1.000. Die maximumbedragen worden dus niet herrekend.

Als een werknemer na het bereiken van de AOW-leeftijd doorwerkt

Werkt een werknemer na het bereiken van de AOW-leeftijd door, dan hebt u nog recht op het LIV voor de verloonde uren van het aangiftetijdvak waarin hij die leeftijd bereikt. Behalve als de werknemer de AOW-leeftijd bereikt op de 1e dag van het aangiftetijdvak.

Dus bereikt een werknemer bijvoorbeeld op 2 augustus 2018 de AOW-leeftijd en blijft hij voor u werken? Dan hebt u bij een aangiftetijdvak van een maand ook recht op het LIV-bedrag van € 1,01 of € 0,51 voor zijn verloonde uren in augustus. Uiteraard alleen als de werknemer aan alle voorwaarden voor het LIV voldoet. Maar bereikt de werknemer op 1 augustus de AOW-leeftijd? Dan hebt u in augustus bij een aangiftetijdvak van een maand geen recht meer op het LIV.

Calculator om uw LIV te berekenen

U kunt ook de calculator gebruiken. Dan hebt u snel een indicatie van uw LIV. Met de calculator berekent u op welk bedrag u per werknemer recht hebt. U vindt de calculator op regelhulpenvoorbedrijven.nl.

Naar boven

26.2.3 Wat moet u doen om het LIV te krijgen?

U hoeft het LIV niet aan te vragen. UWV beoordeelt op basis van de polisadministratie voor welke werknemers u recht hebt op het LIV. Vul in uw aangifte dus ook het aantal verloonde uren (zie paragraaf 26.4) goed in.

Kloppen de gegevens in uw aangifte niet? Dan loopt u het LIV misschien helemaal of voor een deel mis.

Naar boven

26.2.4 Wanneer krijgt u het LIV uitbetaald?

Wij betalen het LIV over 2018 in 2019 automatisch aan u uit als uit uw aangiften loonheffingen over 2018 blijkt dat u er recht op hebt. Eerder kan niet, omdat we pas in 2019 weten hoeveel verloonde uren een werknemer in 2018 had en wat zijn gemiddelde uurloon was.

Het uitbetalen gaat zo:

  1. U krijgt vóór 15 maart 2019 een voorlopige berekening van uw LIV. Die berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over 2018 die u tot en met 31 januari 2019 hebt gedaan.

  2. Bent u het niet eens met de berekening of vindt u dat u ten onrechte geen voorlopige berekening hebt gekregen? Dat kan komen doordat u onjuiste gegevens hebt aangegeven. In dat geval kunt u tot en met 1 mei 2019 correcties over 2018 sturen. Die nemen we nog mee in de definitieve berekening van uw LIV. Correcties na 1 mei nemen we niet meer mee in de definitieve berekening, maar wel in de polisadministratie. Kloppen uw aangiften wel, neem dan contact op met UWV.

  3. Wij sturen u de definitieve berekening van uw LIV. Dat doen wij vóór 1 augustus 2019, op basis van de gegevens die we van UWV krijgen.

  4. Wij betalen u uiterlijk op 12 september 2019 uw LIV uit.

U krijgt 1 voorlopige en 1 definitieve berekening. Daarop staan alle werknemers voor wie u recht hebt op het LIV. Per werknemer ziet u ook of hij meer dan 1 inkomstenverhouding bij u heeft en of hij onder verschillende subnummers valt.

Wij maken het bedrag aan u over, niet aan uw werknemer. We gebruiken daarvoor het rekeningnummer dat hoort bij subnummer L01 van uw loonheffingennummer. Hebben wij bij dat subnummer geen rekeningnummer van u? Dan krijgt u van ons een formulier waarmee u dit rekeningnummer aan ons kunt doorgeven. Moet u nog bedragen aan ons betalen? Dan kunnen wij uw LIV daarmee verrekenen.

Naar boven

26.3 Jeugd-LIV

Het jeugd-LIV compenseert de verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon per 1 juli 2017 voor werknemers van 18, 19, 20 en 21 jaar.

In deze paragraaf leest u:

  • welke voorwaarden voor het jeugd-LIV gelden (zie paragraaf 26.3.1)

  • hoe hoog het jeugd-LIV is (zie paragraaf 26.3.2)

  • wat u moet doen om het jeugd-LIV te krijgen (zie paragraaf 26.3.3)

  • wanneer u het jeugd-LIV uitbetaald krijgt (zie paragraaf 26.3.4)

Samenloop met loonkostenvoordelen

Hebt u voor dezelfde werknemer tegelijk recht op het jeugd-LIV en een loonkostenvoordeel (zie paragraaf 26.1)? Dan betalen wij u beide uit.

Naar boven

26.3.1 Voorwaarden voor het jeugd-LIV

U hebt recht op het jeugd-LIV voor elke werknemer die voldoet aan deze 3 voorwaarden:

  • De werknemer is verzekerd voor 1 of meer van de werknemersverzekeringen.

  • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon dat valt binnen de bandbreedtes van het jeugd-LIV die horen bij zijn leeftijd. Die bandbreedtes vindt u hieronder.

  • De werknemer is op 31 december 2017 18, 19, 20 of 21 jaar.

Heeft de werknemer 2 of meer inkomstenverhoudingen (zie paragraaf 3.4) bij u? Bijvoorbeeld omdat hij onder verschillende subnummers valt? Kijk dan naar het gemiddelde uurloon van deze inkomstenverhoudingen samen om te bepalen of u voor deze werknemer recht hebt op het jeugd-LIV. Want UWV bepaalt op werkgeversniveau of u voor een werknemer recht hebt op het jeugd-LIV en niet op subnummerniveau.

Hierna gaan we verder in op de 2e voorwaarde.

Gemiddeld uurloon

Het gemiddelde uurloon is het jaarloon gedeeld door het aantal verloonde uren. Het jaarloon is het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking dat u in een kalenderjaar betaalt aan een werknemer die nog bij u in dienst is en die verzekerd is voor 1 of meer van de werknemersverzekeringen. Dat betekent dat geen onderdeel van het jaarloon zijn:

  • ziektewetuitkeringen die u als eigenrisicodrager na afloop van de dienstbetrekking betaalt aan een ex-werknemer

  • WGA-uitkeringen die u als eigenrisicodrager aan de werknemer betaalt

  • WAO-, WIA- en WW-uitkeringen die u de werknemer namens UWV betaalt (zie paragraaf 7.6.2)

Als uitgangspunt voor het jaarloon neemt u kolom 8 van de loonstaat.

Verdient een werknemer meer dan het gemiddelde uurloon dat hoort bij zijn leeftijd? Dan hebt u voor hem geen recht op het jeugd-LIV, maar misschien wel op het LIV. De werknemer moet dan wel voldoen aan de voorwaarden voor het LIV (zie paragraaf 26.2.1 van het Handboek 2018).

Het gemiddeld uurloon moet in 2018 binnen deze grenzen vallen:

Leeftijd op 31 december 2017

Ondergrens gemiddeld uurloon

Bovengrens gemiddeld uurloon

18

€ 4,69

€ 6,04

19

€ 5,43

€ 7,69

20

€ 6,91

€ 9,34

21

€ 8,40

€ 9,82

Naar boven

26.3.2 Hoogte van het jeugd-LIV

Hebt u voor een werknemer recht op het jeugd-LIV? Dan krijgt u van ons een bedrag per verloond uur. Het bedrag per uur verschilt per leeftijd. Wat verloonde uren zijn, leest u in paragraaf 26.4.

Hoeveel uw voordeel precies is, hangt dus af van het aantal verloonde uren van de werknemer. En van zijn leeftijd. U krijgt:

Leeftijd op 31 december 2017

Jeugd-LIV per werknemer per verloond uur in 2018

Maximale jeugd-LIV per werknemer in 2018

18

€ 0,23

€ 478,40

19

€ 0,28

€ 582,40

20

€ 1,02

€ 2.121,60

21

€ 1,58

€ 3.286,40

De leeftijd op 31 december 2017 bepaalt het bedrag per verloond uur in 2018. Voor een werknemer die op 31 december 2017 19 jaar wordt, krijgt u € 0,28 per verloond uur. Maar voor een werknemer die op 1 januari 2018 19 jaar wordt, krijgt u € 0,23 per verloond uur.

Let op!

Het wettelijk minimumloon is op 1 juli 2017 verhoogd en het jeugd-LIV geldt pas vanaf 1 januari 2018. Daarmee is rekening gehouden bij het vaststellen van de bedragen per verloond uur in 2018. In 2019 zullen de bedragen dus lager zijn.

Naar boven

26.3.3 Wat moet u doen om het jeugd-LIV te krijgen?

U hoeft het jeugd-LIV niet aan te vragen. UWV beoordeelt op basis van de polisadministratie voor welke werknemers u recht hebt op het jeugd-LIV. Vul in uw aangifte dus ook het aantal verloonde uren (zie paragraaf 26.4) goed in.

Kloppen de gegevens in uw aangifte niet? Dan loopt u het jeugd-LIV misschien helemaal of voor een deel mis.

Naar boven

26.3.4 Wanneer krijgt u het jeugd-LIV uitbetaald?

Wij betalen het jeugd-LIV over 2018 in 2019 automatisch aan u uit. Als uit uw aangiften loonheffingen over 2018 blijkt dat u er recht op hebt. Eerder kan niet, omdat we pas in 2019 weten hoeveel verloonde uren een werknemer in 2018 had en wat zijn gemiddelde uurloon was.

Dat uitbetalen gaat als volgt:

  1. U krijgt vóór 15 maart 2019 een voorlopige berekening van uw jeugd-LIV. Die berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over 2018 die u tot en met 31 januari 2019 hebt gedaan.

  2. Bent u het niet eens met de berekening of vindt u dat u ten onrechte geen voorlopige berekening hebt gekregen? Dat kan komen doordat u onjuiste gegevens hebt aangegeven. In dat geval kunt u tot en met 1 mei 2019 correcties over 2018 sturen. Die nemen we nog mee in de definitieve berekening van uw jeugd-LIV. Correcties na 1 mei nemen we niet meer mee in de definitieve berekening, maar wel in de polisadministratie. Kloppen uw aangiften wel, neem dan contact op met UWV.

  3. Wij sturen u de definitieve berekening van uw jeugd-LIV. Dat doen wij vóór 1 augustus 2019, op basis van de gegevens die we van UWV krijgen.

  4. Wij betalen u uiterlijk op 12 september 2019 uw jeugd-LIV uit.

U krijgt 1 voorlopige en 1 definitieve berekening. Daarop staan alle werknemers voor wie u recht hebt op het jeugd-LIV. Per werknemer ziet u ook of hij meer dan 1 inkomstenverhouding bij u heeft en of hij onder verschillende subnummers valt.

Wij maken het bedrag dus aan ú over, niet aan de werknemer. We gebruiken daarvoor het rekeningnummer dat hoort bij subnummer L01 van uw loonheffingennummer. Hebben wij bij dat subnummer geen rekeningnummer van u? Dan krijgt u van ons een formulier waarmee u dit rekeningnummer aan ons kunt doorgeven. Moet u nog bedragen aan ons betalen? Dan kunnen wij uw jeugd-LIV daarmee verrekenen.

Naar boven

26.4 Verloonde uren

Voor de LKV, LIV- en jeugd-LIV is het belangrijk dat u in de aangifte het juiste aantal verloonde uren invult.

Verloonde uren zijn uren waarover u loon betaalt. Hieronder vallen:

  • de contracturen, dat wil zeggen de uren die u met de werknemer bent overeengekomen
    Daaronder vallen ook niet-gewerkte, maar wel volledig uitbetaalde uren. Bijvoorbeeld verlof of ziekte.

  • de uitbetaalde extra uren die een werknemer werkt, zoals uitbetaalde overuren
    Daaronder vallen ook niet-opgenomen, maar wel volledig uitbetaalde verlofuren.

Welke uren zijn geen verloonde uren?

  • niet-gewerkte onbetaalde uren
    Bijvoorbeeld onbetaald verlof.

  • wel gewerkte, maar onbetaalde uren
    Bijvoorbeeld adv-uren (arbeidsduurverkorting) of onbetaalde overwerkuren.

Voorbeeld

U hebt een aangiftetijdvak van 4 weken. En een werknemer die 40 uur per week werkt: 38 contracturen en 2 adv-uren.

Aangiftetijdvak

Gewerkte uren

Verloonde uren

Periode 1

160 (152 contracturen + 8 adv-uren)

152

Periode 2

177 (152 contracturen + 8 adv-uren + 12 uren uitbetaald overwerk + 5 uren onbetaald overwerk

164

Periode 3

0 (hele tijdvak betaald verlof)

152

Periode 4

120 (152 contracturen + 8 adv-uren - 40 uren ziek)

152

Periode 5

0 (hele tijdvak onbetaald verlof)

0

Meer informatie over verloonde uren vindt u in het memo over verloonde uren, dat u kunt downloaden van belastingdienst.nl.

Naar boven