Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

Thema's

17 Werken over de grens: loonbelasting

Dit hoofdstuk is alleen voor u van toepassing als u in Nederland bent gevestigd en 1 van de volgende situaties geldt:

  • Uw werknemer woont in Nederland en werkt in het buitenland.

  • Uw werknemer woont in het buitenland en werkt in Nederland.

  • Uw werknemer woont en werkt in het buitenland.

In deze situaties gelden aparte regels voor het inhouden van loonbelasting en voor het betalen van premie volksverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en premies werknemersverzekeringen. In dit hoofdstuk leest u hoe u in deze situaties omgaat met de loonbelasting. Zie hoofdstuk 18 voor informatie over hoe u in deze situatie omgaat met de premie volksverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en de premies werknemersverzekeringen.

In dit hoofdstuk behandelen wij de volgende onderwerpen:

  • algemene uitleg over belastingheffing bij grensoverschrijdende arbeid (zie paragraaf 17.1)

  • meest voorkomende gevallen van grensoverschrijdende arbeid (zie paragraaf 17.2)

  • bijzondere situaties (zie paragraaf 17.3)

  • extraterritoriale kosten en de 30%-regeling (zie paragraaf 17.4)

  • de werkkostenregeling in buitenlandsituaties (zie paragraaf 17.5)

  • vrijstelling van aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor uw werknemers
    (zie paragraaf 17.6)

Werknemers met bijzondere status

Paragraaf 17.1 en 17.2 gelden niet voor een aantal werknemers met een bijzondere status. Dit zijn:

  • bestuurders en commissarissen (opting-in)

  • uitkerings- en pensioengerechtigden

  • artiesten en beroepssporters

  • studenten

  • hoogleraren en andere docenten

  • ambtenaren

  • werknemers in het internationaal transport en vliegverkeer

  • werknemers die worden uitgezonden door of namens de Nederlandse staat

Zie paragraaf 17.3 voor meer informatie over deze werknemers.

Naar boven

17.1 Algemene uitleg over belastingheffing bij grensoverschrijdende arbeid

Als er niets tussen landen zou zijn geregeld, zou een werknemer bij grensoverschrijdend werken 2 keer belasting betalen over zijn loon: in het werkland (loon)belasting en in het woonland inkomstenbelasting. Om dit te voorkomen zijn er belastingverdragen waarin wordt geregeld welk land wanneer belasting mag heffen (zie paragraaf 17.1.1). Heeft Nederland geen verdrag gesloten met het land waar uw werknemer gaat werken, dan is er voor werknemers die in Nederland wonen, nog de eenzijdige regeling (zie paragraaf 17.1.2).

Naar boven

17.1.1 Belastingverdragen en 183-dagenregeling

In de meeste belastingverdragen is bepaald dat het werkland van de werknemer het recht heeft belasting te heffen over het loon dat de werknemer daar verdient. Hierop is 1 uitzondering: het woonland van de werknemer heeft het recht om belasting te heffen als aan de volgende 3 voorwaarden wordt voldaan:

  • De werknemer verblijft binnen een bepaalde periode niet langer dan 183 dagen in het werkland. Binnen welke periode de 183 dagen moeten vallen, verschilt per verdragsland. Zie hiervoor de tabel hierna. Voor het tellen van de dagen voor de 183-dagenregeling gaat u uit van de verblijfsdagen: alle dagen waarop de werknemer in de werkstaat was. Ook dagen waarop de werknemer niet werkte, bijvoorbeeld weekenden of vakantiedagen, telt u dus mee. Een dagdeel telt als een volledige dag.

  • De werkgever die het loon betaalt, is niet gevestigd in het werkland en het loon wordt ook niet betaald door of namens een werkgever in het werkland, de zogenoemde materiële werkgever (zie hierna, onder 'Personeel uitlenen, uitzenden of detacheren').

  • Het loon komt niet ten laste van de winst van een vaste inrichting van de werkgever in het werkland, bijvoorbeeld een filiaal, of van een vast middelpunt van de werkgever in het werkland, bijvoorbeeld een verkooppunt van een fabrikant.

Deze 3 voorwaarden staan samen bekend als de 183-dagenregeling. Degene die deze regeling wil gebruiken – dit kan de werkgever, de werknemer of de Belastingdienst zijn – moet bewijzen dat er aan alle 3 de voorwaarden is voldaan. Wordt aan 1 van de voorwaarden niet voldaan, dan heeft het werkland het recht belasting te heffen.

Personeel uitlenen, uitzenden of detacheren

Hebt u te maken met situaties waarin personeel ter beschikking wordt gesteld, zoals uitlenen, uitzenden en detacheren? Dan kan het bij het beoordelen van de 2e voorwaarde van de 183-dagenregeling lastig zijn te bepalen of er sprake is van een materiële werkgever in het werkland. Er is in ieder geval sprake van een materiële werkgever in het werkland als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • De werknemer staat in een gezagsverhouding tot de opdrachtgever in het werkland: de opdrachtgever bepaalt hoe, wanneer en onder welke omstandigheden de werknemer werkt.

  • De werkzaamheden komen voor rekening en risico van de opdrachtgever in het werkland: de financiële voor- en nadelen van het werk komen voor rekening van de opdrachtgever.

  • Het loon wordt doorbelast aan het werkland. Van doorbelasten is al sprake als u de loonkosten globaal per tijdseenheid in rekening brengt, bijvoorbeeld een bedrag per uur of per dag.

Als er sprake is van een materiële werkgever in het werkland, wordt niet voldaan aan de 2e voorwaarde van de 183-dagenregeling. In dat geval mag het werkland belasting heffen over het loon dat de werknemer daar verdient.

Uitzending binnen concernverband

Bij uitzending van een werknemer binnen concernverband geldt het volgende:

  • werknemer woont in Nederland en wordt uitgezonden naar het buitenland
    U moet loonbelasting inhouden als deze werknemer in een bepaalde periode korter dan 183 dagen in het buitenland verblijft. Hoe lang die periode is, ziet u in de tabel 183-dagenregeling. Het kan voorkomen dat het werkland vindt dat u ook in het werkland loonbelasting moet inhouden. Deze situatie, waarbij sprake is van dubbele belasting, kunt u voorleggen aan uw belastingkantoor.

  • werknemer woont in het buitenland en wordt uitgezonden naar Nederland
    In deze situatie is er meestal sprake van een materiële werkgever in Nederland (zie hierboven voor de 3 voorwaarden). Nederland mag dan heffen en het buitenlandse concernonderdeel moet loonbelasting inhouden op het deel van het loon dat de werknemer hier verdient. U bent mogelijk geen materieel werkgever in Nederland als de uitzending naar Nederland korter duurt dan 60 werkdagen per 12 maanden. Over dit specifieke onderwerp is een besluit verschenen waarin het begrip 'werkgever' in belastingverdragen wordt uitgelegd, het besluit DGB2010/267M (Staatscourant 2010, 788). U vindt dit besluit op rijksoverheid.nl. Als u twijfelt wie als werkgever geldt, kunt u bellen met de BelastingTelefoon Buitenland: (055) 538 53 85.

Verleggingsregeling inhouding loonheffingen

Komt een werknemer van een buitenlands concern in Nederland werken en is het buitenlandse concern inhoudingsplichtig? Dan kan het Nederlandse onderdeel van dit concern de loonheffingen inhouden.

Voor het toepassen van de verleggingsregeling moeten u en het buitenlandse concernonderdeel gezamenlijk een verzoek doen bij het belastingkantoor van het Nederlandse concernonderdeel. In het verzoek vermeldt u de volgende gegevens:

  • naam, adres, vestigingsplaats en loonheffingennummer van het Nederlandse concernonderdeel

  • naam, adres en vestigingsplaats van het buitenlandse concernonderdeel en eventueel het loonheffingennummer, als het buitenlandse concernonderdeel dat heeft

  • de gewenste ingangsdatum van de beschikking

  • of u een algemene beschikking of een beschikking voor 1 of meer specifieke werknemer(s) wilt hebben

  • als u een beschikking voor 1 of meer specifieke werknemer(s) wilt hebben: naam, adres, woonplaats en burgerservicenummer van deze werknemer(s)

Het is niet mogelijk om een verzoek te doen voor meerdere concernonderdelen tegelijk. U moet per concernonderdeel een verzoek doen.

Wanneer geldt de 183-dagenregeling niet?

De 183-dagenregeling geldt meestal niet voor bestuurders en commissarissen van vennootschappen, beroepssporters, artiesten, hoogleraren, docenten en ambtenaren (zie paragraaf 17.3).

Meer informatie over belastingverdragen

De meeste verdragen hebben een 183-dagenbepaling. Wilt u die bepaling goed toepassen, dan moet u het relevante verdrag raadplegen. Kijk daarvoor op verdragenbank.overheid.nl en zoek op het land en 'belasting'. Dan vindt u de belastingverdragen en wijzigingsprotocollen die Nederland met dat land heeft gesloten.

Tabel 183-dagenregeling

In de tabel hierna ziet u per land met welke periode u rekening moet houden bij de toepassing van de 183-dagenregeling. Voor het tellen van de dagen gaat u uit van de verblijfsdagen: alle dagen waarop de werknemer in de werkstaat was. Ook dagen waarop de werknemer niet werkte, bijvoorbeeld weekenden of vakantiedagen, telt u dus mee. Een dagdeel telt u als een volledige dag. Een verklaring voor de letters in de tabel vindt u direct na de tabel.

Werkland

Periode waarbinnen de werknemer maximaal 183 dagen in werkland mag zijn

Albanië

A

Argentinië

A

Armenië

A

Australië

B

Azerbeidjan

F

Bahrein

F

Bangladesh

D

Barbados

A

Belarus (Wit-Rusland)

A

België

A

Bermuda

F

BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius, Saba)

A

Bosnië-Herzegovina

C

Brazilië

B

Bulgarije

B

Canada

E

China 2013

A

Denemarken

A

Duitsland 2012

A

Egypte

F

Estland

G

Ethiopië

F

Filippijnen

B

Finland

A

Frankrijk

B

Georgië

A

Ghana

F

Griekenland

B

Hongarije

B

Hongkong

A

Ierland

B

IJsland

A

India

B

Indonesië

A

Israël

B

Italië

B

Japan

F

(voormalig) Joegoslavië

C

Jordanië

A

Kazachstan

A

Kirgizië

C

Koeweit

A

Kroatië

A

Letland

A

Litouwen

A

Luxemburg

B

Macedonië

A

Maleisië

C

Malta

C

Marokko

B

Mexico

A

Moldavië

A

Montenegro

C

Nederlandse Antillen (Aruba, Curaçao, Sint Maarten)

A

Nieuw-Zeeland

B

Nigeria

H

Noorwegen

A

Oeganda

A

Oekraïne

A

Oezbekistan

A

Oman

F

Oostenrijk

C

Pakistan

B

Panama

F

Polen

A

Portugal

A

Qatar

F

Roemenië

A

Rusland

A

Saudi-Arabië

F

Servië

C

Singapore

C

Slovenië

F

Slowakije

B

Spanje

B

Sri Lanka

A

Suriname

A

Tadzjikistan

C

Taiwan

A

Thailand

B

Tsjechië

B

Tunesië

B

Turkije

C

Turkmenistan

C

Venezuela

B

Verenigde Arabische Emiraten

G

Verenigd Koninkrijk

F

Verenigde Staten van Amerika

B

Vietnam

A

Zambia

H

Zimbabwe

B

Zuid-Afrika

A

Zuid-Korea

B

Zweden

A

Zwitserland

B

Periodes waarbinnen de werknemer maximaal 183 dagen in het werkland mag zijn:
A: 12 maanden
B: belastingjaar
C: kalenderjaar
D: belastingtijdvak of belastingjaar
E: 12 maanden begin of einde in kalenderjaar
F: 12 maanden begin of einde in belastingjaar
G: 12 maanden begin en einde in belastingjaar
H: belastingjaar of jaar van aanslag

Naar boven

17.1.2 Eenzijdige regeling

Als een werknemer die in Nederland woont, in een land werkt waarmee Nederland geen verdrag heeft gesloten, kunt u dubbele belastingheffing voorkomen op grond van de eenzijdige regeling. U hoeft dan voor het buitenlandse deel van het loon geen loonbelasting in te houden in 1 van de volgende situaties:

  • De werknemer werkt minder dan 30 aaneengesloten dagen in het niet-verdragsland en kan aantonen dat hij in het werkland belasting over zijn loon betaalt.

  • De werknemer werkt 30 aaneengesloten dagen of langer in het niet-verdragsland en maakt aannemelijk dat het werkland belasting heft op zijn loon. Hij hoeft dus niet aan te tonen dat hij ook belasting betaalt. Is de periode langer dan 3 maanden aaneengesloten, dan is daarmee aannemelijk gemaakt dat het werkland belasting heft op het loon.

Bij het bepalen van het aantal werkdagen in het buitenland, tellen de reguliere werkonderbrekingen, zoals weekenden en korte vakantiesluitingen, mee.

De eenzijdige regeling geldt ook voor loon uit vroegere dienstbetrekking.

Naar boven

17.2 Meest voorkomende gevallen van grensoverschrijdende arbeid

In deze paragraaf behandelen we de volgende 3 situaties:

  • Uw werknemer woont in Nederland en werkt in het buitenland (zie paragraaf 17.2.1).

  • Uw werknemer woont in het buitenland en werkt in Nederland (zie paragraaf 17.2.2).

  • Uw werknemer woont en werkt alleen in het buitenland (zie paragraaf 17.2.3).

Naar boven

17.2.1 Uw werknemer woont in Nederland en werkt in het buitenland

Voor werknemers die in Nederland wonen en (tijdelijk of deels) in het buitenland werken, vindt u hier informatie over het inhouden van de loonbelasting. Aan het eind van deze paragraaf vindt u een stroomschema waarmee u kunt bepalen of u loonbelasting moet inhouden voor uw werknemer.

Loonbelasting inhouden

Om te bepalen of u over het loon dat uw werknemer verdient in het buitenland, loonbelasting moet inhouden, kijkt u eerst of er een belastingverdrag is gesloten met het land waar uw werknemer werkt. Kijk hiervoor op verdragenbank.overheid.nl en zoek op het land en 'belasting'.

Er is een belastingverdrag

Als er een belastingverdrag is, gaat u als volgt te werk:

  1. Bepaal of het verdrag een 183-dagenregeling bevat. Zo nee, bel de BelastingTelefoon: 0800 - 0543. Zo ja, ga verder met stap 2.

  2. Bepaal of uw werknemer meer dan 183 dagen in het werkland zal zijn. Verwacht u dat, dan houdt u geen loonbelasting in op het salaris dat de werknemer daar verdient. Verblijft uw werknemer korter dan 183 dagen in het werkland? Ga verder met stap 3.

  3. Kijk of het salaris van uw werknemer ten laste komt van de winst van een vaste inrichting van u in het werkland, bijvoorbeeld een filiaal, of van een vast middelpunt van u in het werkland, bijvoorbeeld een verkooppunt van u. Is dat het geval, dan houdt u geen loonbelasting in op het buitenlandse salaris van uw werknemer. Is dat niet het geval, dan blijft u loonbelasting inhouden op het volledige salaris van uw werknemer, dus zowel het buitenlandse deel als het eventuele Nederlandse deel.

Er is geen belastingverdrag: eenzijdige regeling

Als uw werknemer gaat werken in een land waarmee Nederland geen belastingverdrag heeft, moet u bepalen hoe lang uw werknemer in het buitenland gaat werken:

  • Gaat uw werknemer 3 maanden of langer aaneengesloten in het niet-verdragsland werken, dan houdt u geen loonbelasting in op zijn salaris voor zijn werk in het niet-verdragsland.

  • Gaat uw werknemer korter dan 3 maanden, maar langer dan 30 aaneengesloten dagen in het niet-verdragsland werken en kunt u aannemelijk maken dat hij daar over zijn loon belasting moet betalen? Dan houdt u geen loonbelasting in op zijn salaris voor zijn werk in het niet-verdragsland. Uw werknemer hoeft niet daadwerkelijk belasting te betalen. Het is voldoende dat de werknemer voor zijn werk kan worden belast op grond van de lokale belastingwetgeving.

  • Gaat uw werknemer minder dan 30 dagen aaneengesloten in het niet-verdragsland werken en betaalt hij in dat niet-verdragsland belasting over het salaris dat hij daar verdient, dan houdt u geen loonbelasting in over dat salaris.

In alle andere gevallen blijft u loonbelasting inhouden op het volledige salaris van uw werknemer, dus zowel het buitenlandse deel als het eventuele Nederlandse deel.

Stroomschema

U kunt het volgende stroomschema gebruiken om te bepalen of u loonbelasting moet inhouden op het loon dat uw werknemer in het buitenland verdient. U past het schema per land toe: als u 1 of meer werknemers hebt die in verschillende landen werken, doorloopt u het schema dus voor elk land.

Let op!

Dit schema geldt niet voor bestuurders en commissarissen, uitkerings- en pensioengerechtigden, artiesten en beroepssporters, studenten, hoogleraren en andere docenten, ambtenaren, werknemers in het internationaal transport en vliegverkeer en werknemers die worden uitgezonden door of namens de Nederlandse staat.

Stroomschema 1: Uw werknemer woont in Nederland en werkt in het buitenland

 

Let op!

In belastingverdragen die Nederland met andere landen heeft afgesloten om dubbele belasting te voorkomen, is bepaald hoe Nederland dubbele belasting voorkomt. In sommige verdragen is afgesproken dat Nederland als woonland vrijstelling of aftrek geeft, als het werkland belasting heft. Als uw werknemer geen belasting betaalt in het werkland, raden wij u aan om toch loonbelasting in te houden. Daarmee voorkomt u dat uw werknemer inkomstenbelasting moet bijbetalen.

Naar boven

17.2.2 Uw werknemer woont in het buitenland en werkt in Nederland

Voor werknemers die in het buitenland wonen en (tijdelijk of deels) in Nederland werken, vindt u hier informatie over:

  • burgerservicenummer

  • loonbelasting inhouden

  • loonadministratie en aangifte loonheffingen

Aan het eind van deze paragraaf vindt u een stroomschema waarmee u kunt bepalen of u loonbelasting moet inhouden voor uw werknemer.

Burgerservicenummer

Om in Nederland te kunnen werken, moet een werknemer die in het buitenland woont, een burgerservicenummer hebben. Alleen voor artiesten en beroepssporters die in het buitenland wonen, geldt een uitzondering. De werknemer moet zich inschrijven bij 1 van de 19 gemeenten met een RNI-loket. Na inschrijving krijgt uw werknemer een kopie van de geregistreerde gegevens, waaronder zijn burgerservicecummer. Voor meer informatie over RNI kunt u terecht op rvig.nl.

Bij het aanvragen van een burgerservicenummer moet de werknemer:

  • zich kunnen legitimeren met een geldig en origineel identiteitsbewijs

  • een geldige verblijfsaantekening in zijn paspoort hebben waarop staat dat hij in Nederland mag werken, als hij uit een niet-EER-land of Kroatië komt
    Hoewel Zwitserland een niet-EER-land is, hebben werknemers uit Zwitserland geen verblijfsaantekening in hun paspoort nodig. Zie paragraaf 18.1.1 voor een overzicht van de EER-landen.

Loonbelasting inhouden

Om te bepalen of u over het loon van uw in het buitenland wonende werknemer loonbelasting moet inhouden, bepaalt u waar hij werkt voor u:

  • alleen in Nederland

  • voor 90% of meer in het buitenland

  • gedeeltelijk in Nederland en gedeeltelijk in het buitenland

Werknemer werkt alleen in Nederland

Werkt de werknemer alleen in Nederland voor u, dan moet u over zijn volledige salaris loonbelasting inhouden.

Werknemer werkt voor 90% of meer in het buitenland

Als uw werknemer voor 90% of meer in het buitenland voor u werkt en in een niet-verdragsland woont, moet u over het volledige loon loonbelasting inhouden. Maar als het volledige loon in het niet-verdragsland aan belasting is onderworpen, houdt u geen loonbelasting in. Uw werknemer hoeft dus niet aan te tonen dat het werkland feitelijk belasting inhoudt.

Als uw werknemer voor 90% of meer in het buitenland voor u werkt en in een verdragsland woont, houdt u geen loonbelasting in.

Werknemer werkt gedeeltelijk in Nederland en gedeeltelijk (voor minder dan 90%) in het buitenland

Als uw werknemer in een verdragsland woont en voor minder dan 90% in het buitenland werkt, moet u over het loon dat hij in Nederland verdient, loonbelasting inhouden. Over het loon dat uw werknemer in het buitenland verdient, houdt u alleen loonbelasting in als Nederland volgens het verdrag belasting mag heffen.

Als uw werknemer in een niet-verdragsland woont en voor minder dan 90% in het buitenland werkt, moet u over het volledige loon loonbelasting inhouden. Maar als het niet-verdragsland zelf belasting heft over (een deel van) het loon dat uw werknemer verdient, houdt u over dat deel geen loonbelasting in.

Loonadministratie en aangifte loonheffingen

In de loonadministratie behandelt u een werknemer die in het buitenland woont en in Nederland werkt, hetzelfde als uw Nederlandse werknemers.

Stroomschema

U kunt het volgende stroomschema gebruiken om te bepalen of u loonbelasting moet inhouden op het loon dat uw werknemer in Nederland verdient. U past het schema per land toe: als u meer werknemers hebt die in verschillende landen wonen, doorloopt u het schema dus voor elk land.

Let op!

Dit schema geldt niet voor bestuurders en commissarissen, uitkerings- en pensioengerechtigden, artiesten en beroepssporters, studenten, hoogleraren en andere docenten, ambtenaren, werknemers in het internationaal transport en vliegverkeer en werknemers die worden uitgezonden door of namens de Nederlandse staat.

Stroomschema 2: Uw werknemer woont in het buitenland en werkt in Nederland

10_loonbelasting schema 2 

Naar boven

17.2.3 Uw werknemer woont en werkt alleen in het buitenland

Als uw werknemer woont in het buitenland en alleen in het buitenland werkt, hoeft u geen loonbelasting in te houden op het salaris dat u hem uitbetaalt.

Naar boven

17.3 Bijzondere situaties

De volgende personen hebben een bijzondere status bij grensoverschrijdende werkzaamheden:

  • bestuurders en commissarissen (opting-in) (zie paragraaf 17.3.1)

  • uitkerings- en pensioengerechtigden (zie paragraaf 17.3.2)

  • studenten (zie paragraaf 17.3.3)

  • artiesten en beroepssporters (zie paragraaf 17.3.4)

  • hoogleraren en andere docenten (zie paragraaf 17.3.5)

  • ambtenaren (zie paragraaf 17.3.6)

  • werknemers in het internationaal transport en vliegverkeer (zie paragraaf 17.3.7)

  • werknemers die worden uitgezonden door of namens de Nederlandse staat (zie paragraaf 17.3.8)

Naar boven

17.3.1 Bestuurders en commissarissen (opting-in)

Heeft uw organisatie, bijvoorbeeld een nv of bv, een bestuurder of commissaris die in het buitenland woont? Dan houdt u loonbelasting in op het loon dat u hem voor zijn bestuurswerk of commissariaat betaalt. Dat doet u ook als de bestuurder of commissaris niet in Nederland werkt. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de BelastingTelefoon: 0800 – 0543.

Let op!

Voor een commissaris geldt bovenstaande alléén als gezamenlijk wordt gekozen voor opting-in. Zie voor meer informatie paragraaf 16.14.

Naar boven

17.3.2 Uitkerings- en pensioengerechtigden

Ook op loon uit vroegere dienstbetrekking moet u loonbelasting inhouden. Maar u hoeft geen loonbelasting in te houden op een Nederlandse (pensioen)uitkering van iemand die in het buitenland woont, als Nederland met het woonland van de uitkeringsgerechtigde een verdrag heeft gesloten dat de belastingheffing toewijst aan het woonland.

U moet zelf beoordelen of u wel of geen loonbelasting moet inhouden. Omdat het moeilijk is om dat aan de hand van een verdrag te bepalen, kunt u de uitkeringsgerechtigde vragen om bij Belastingdienst/kantoor Buitenland een zogenoemde verdragsverklaring aan te vragen. Wij geven deze verklaring af als Nederland op grond van een belastingverdrag geen loonbelasting mag inhouden.

Let op!

Als u geen loonheffingen hoeft in te houden op grond van internationale regelgeving, moet u de pensioenuitkering toch in de aangifte loonheffingen opnemen.

Naar boven

17.3.3 Studenten

U moet loonbelasting inhouden op het loon dat een buitenlandse student bij u verdient. Dat hoeft niet als aan de volgende 4 voorwaarden wordt voldaan:

  • De student verblijft 6 maanden of korter in Nederland.

  • De student loopt stage voor zijn studie of beroepsopleiding.

  • U geeft alleen een vergoeding voor kosten van levensonderhoud en zakgeld.

  • U geeft ons na afloop van het kalenderjaar door welke bedragen u de student hebt betaald.

Voldoet u niet aan deze voorwaarden, dan zijn er belastingverdragen die regelen dat u geen loonbelasting hoeft in te houden als de student loon krijgt uit buitenlandse bronnen, bijvoorbeeld een buitenlandse universiteit of een buitenlands fonds. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.

Naar boven

17.3.4 Artiesten en beroepssporters

Artiesten en beroepssporters betalen belasting in het werkland. Het maakt niet uit of zij werknemer, zzp'er of ondernemer zijn. Huurt u een artiest, beroepssporter, artiestengezelschap of sportploeg in? Lees dan de 'Handleiding Loonheffingen artiesten- en beroepssportersregeling'. U kunt de handleiding voor 2017 in de loop van het jaar downloaden van belastingdienst.nl.

Naar boven

17.3.5 Hoogleraren en andere docenten

Als een onderwijsinstelling in Nederland een hoogleraar of een andere docent uitzendt, moet die instelling loonbelasting blijven inhouden op het loon van de uitgezonden docent.

Naar boven

17.3.6 Ambtenaren

Het loon van ambtenaren is belast in het land dat de ambtenaar uitzendt.

Naar boven

17.3.7 Werknemers in het internationaal transport en vliegverkeer

Voor werknemers in het internationale verkeer aan boord van schepen of luchtvaartuigen en voor binnenvaartschippers gelden aparte regels voor de loonbelasting. Meer informatie kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon Buitenland: (055) 538 53 85.

Naar boven

17.3.8 Werknemers die worden uitgezonden door of namens de Nederlandse staat

Voor werknemers die worden uitgezonden door of namens de Nederlandse staat – bijvoorbeeld leraren aan Nederlandse internationale scholen in het buitenland – geldt het volgende:

  • Werken deze werknemers in een land waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten, dan moet u het verdrag beoordelen om te bepalen of u voor hen loonbelasting moet inhouden.

  • Werken deze werknemers in een niet-verdragsland, dan gelden voor hen dezelfde regels als voor ambtenaren (zie paragraaf 17.3.6).

Naar boven

17.4 Extraterritoriale kosten en de 30%-regeling

Werknemers die tijdelijk naar het buitenland of naar Nederland worden uitgezonden, krijgen vaak een vergoeding voor de extra kosten van dat verblijf buiten het land van herkomst, de zogenoemde extraterritoriale kosten. Voor het vergoeden van die kosten kunt u kiezen: vergoeden van de werkelijke extraterritoriale kosten of, onder voorwaarden, toepassen van de 30%-regeling.

Vergoeden van werkelijke kosten

De vergoeding voor extraterritoriale kosten is een gerichte vrijstelling. Vergoedt u de werkelijke extraterritoriale kosten, dan moet u deze, in redelijkheid gemaakte, kosten aannemelijk maken. U houdt dan de vergoeding per werknemer in uw loonadministratie bij.

Vergoeden met 30%-regeling

Als u de 30%-regeling gebruikt, mag u, zonder nader bewijs, maximaal 30% van het loon inclusief de vergoeding onbelast geven (gerichte vrijstelling) voor de extraterritoriale kosten. In plaats daarvan mag u ook maximaal 30/70 van het loon exclusief de vergoeding geven als onbelaste vergoeding. Geeft u daarnaast ook nog een vergoeding of verstrekking voor de werkelijke extraterritoriale kosten, dan is deze vergoeding of verstrekking loon van uw werknemer. U mag dit loon ook aanwijzen als eindheffingsloon (zie paragraaf 8.1.3).

Zijn de werkelijke extraterritoriale kosten hoger dan de 30%-vergoeding, dan zijn de werkelijke kosten een gerichte vrijstelling. U mag de 30%-regeling dan niet meer gebruiken.

U vindt in deze paragraaf informatie over:

  • werknemers uitgezonden naar het buitenland (zie paragraaf 17.4.1)

  • werknemers die naar Nederland komen (zie paragraaf 17.4.2)

  • inhoud van de regeling (zie paragraaf 17.4.3)

Naar boven

17.4.1 Werknemers uitgezonden naar het buitenland

De 30%-regeling geldt voor de volgende werknemers:

  • werknemers die vanuit Nederland worden uitgezonden naar landen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en een aantal Oost-Europese landen

  • werknemers die vanuit Nederland worden uitgezonden om in een ander land wetenschap te beoefenen of onderwijs te geven

  • ambtenaren die Nederland vertegenwoordigen in het buitenland

  • ambtenaren, rechterlijke ambtenaren en militairen die worden uitgezonden naar de BES-eilanden, Curaçao, Sint Maarten of Aruba

  • militairen die worden uitgezonden naar landen buiten het Koninkrijk der Nederlanden

Wilt u gebruikmaken van de 30%-regeling voor deze werknemers? Dan moet de werknemer in een periode van 12 maanden ten minste 45 dagen in het buitenland verblijven. Uitzendingen van minder dan 15 dagen tellen hierbij niet mee. Maar als de werknemer eenmaal aan de 45-dagenvoorwaarde voldoet, dan mag u voor de berekening van het aantal dagen waarop u de 30%-regeling mag toepassen, ook alle uitzendingen van ten minste 10 dagen meetellen.

Voorbeeld 1

U zendt werknemer A op 1 februari 2017 uit naar Chili voor 50 dagen. Na afloop van het werk daar, komt de werknemer terug naar Nederland. In oktober zendt u deze werknemer opnieuw uit, nu voor 11 dagen naar Argentinië. Omdat deze werknemer aan de 45-dagenvoorwaarde voldoet, mag u ook de 11-daagse uitzending meetellen: u past de 30%-regeling voor deze werknemer toe op het loon dat hij tijdens de 61 dagen uitzending verdiende.

Voorbeeld 2

Op 8 maart 2017 zendt u werknemer B uit naar Tanzania. De uitzending duurt 20 dagen, waarna de werknemer weer naar Nederland komt. In de loop van 2017 zendt u werknemer B nog 2 keer uit: voor 14 dagen naar Mali en voor 20 dagen naar Kenia. Hoewel u werknemer B in een periode van 12 maanden in totaal 54 dagen hebt uitgezonden, voldoet deze werknemer niet aan de 45-dagenvoorwaarde, want de uitzending naar Mali (minder dan 15 dagen) telt niet mee. U mag voor deze werknemer de 30%-regeling niet toepassen.

Om van de 30%-regeling voor uitgezonden werknemers gebruik te kunnen maken, hebt u van ons geen beschikking nodig. Als u aan de voorwaarden voldoet, kunt u van de regeling gebruikmaken. Voor werknemers die u vanuit een ander land hebt geworven om in Nederland te komen werken, hebt u wel een beschikking nodig (zie paragraaf 17.4.2).

Naar boven

17.4.2 Werknemers komen naar Nederland

De 30%-regeling geldt ook voor werknemers die u uit een ander land hebt geworven of die vanuit een ander land zijn uitgezonden om in Nederland te werken. Sinds 1 januari 2012 is de 30%-regeling voor deze werknemers gewijzigd. De wijzigingen zijn ook van belang voor werknemers die al voor 1 januari 2012 bij u in dienst waren. Voor deze werknemers geldt overgangsrecht (zie verderop in deze paragraaf). Om van de 30%-regeling gebruik te kunnen maken, gelden de volgende voorwaarden:

  • De werknemer is bij u in dienst.

  • De werknemer beschikt over een specifieke deskundigheid (deskundigheidsvereiste).

  • De werknemer voldoet aan de definitie van ingekomen werknemer.

  • Wij hebben een beschikking afgegeven waaruit blijkt dat u van de 30%-regeling gebruik mag maken.
    U kunt deze beschikking aanvragen met het formulier 'Verzoek 2017 Loonheffingen 30%-regeling', dat u kunt downloaden van belastingdienst.nl.

De 30%-regeling is ook van toepassing op inwoners van de BES-eilanden, Aruba, Curaçao en Sint Maarten die aan de voorwaarden voldoen.

Deskundigheidsvereiste

Als u voor een werknemer die naar Nederland komt, van de 30%-regeling gebruik wilt maken, moet deze werknemer onder andere een specifieke deskundigheid hebben. Voor het aantonen van die specifieke deskundigheid geldt een inkomensnorm, die ieder jaar wordt geïndexeerd. In 2017 is er sprake van een specifieke deskundigheid als uw werknemer een belastbaar jaarloon heeft van minimaal € 37.000, exclusief de gerichte vrijstelling. Voor werknemers die in het wetenschappelijk onderwijs een Nederlandse mastertitel hebben behaald of een gelijkwaardige buitenlandse titel, en die jonger zijn dan 30 jaar, is deze inkomensnorm € 28.125, exclusief de gerichte vrijstelling.

Voor werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen bij bepaalde instellingen en artsen in opleiding tot specialist, geldt een uitzondering: zij hoeven niet aan een inkomensnorm te voldoen.

In uitzonderingsgevallen moet uw werknemer niet alleen aan de inkomensnorm voldoen (deskundigheidsvereiste), maar ook aan een schaarstevereiste: de deskundigheid van uw werknemer moet niet of nauwelijks te vinden zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt. Dat is het geval als vrijwel alle werknemers in een specifieke sector voldoen aan de inkomensnorm, bijvoorbeeld profvoetballers. In die gevallen moet u de schaarste op de gebruikelijke manier aantonen.

Bij de beoordeling van het schaarste- en deskundigheidsvereiste houden wij dan rekening met de volgende 3 factoren:

  • het opleidingsniveau van de werknemer

  • de ervaring van de werknemer die relevant is voor de functie
    Als een werknemer meer dan 2,5 jaar heeft gewerkt in een vergelijkbare functie, gaan wij ervan uit dat hij relevante ervaring voor de functie heeft.

  • de verhouding tussen het beloningsniveau voor de functie in Nederland en het beloningsniveau in het land van herkomst van de werknemer
    Het uitgangspunt is dat de nettobeloning in het land van herkomst niet lager is dan de nettobeloning voor de functie in Nederland. De vergoeding voor de extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst (extraterritoriale kosten) telt hierbij niet mee.

Definitie 'ingekomen werknemer'

Sinds 1 januari 2012 geldt er een beperking voor werknemers die uit de grensstreek van Nederland komen. De 30%-regeling voor werknemers die naar Nederland komen, de zogenoemde ingekomen werknemers, geldt alleen nog voor werknemers die in de 24 maanden voor hun 1e werkdag in Nederland, meer dan 16 maanden op een afstand van meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens woonden. U kunt de 30%-regeling dus niet gebruiken voor werknemers uit België en Luxemburg. Ook werknemers uit Noord-Frankrijk, uit grote delen van Duitsland en uit een klein deel van het Verenigd Koninkrijk komen niet in aanmerking voor deze regeling.

Uitzonderingen op de beperking

De beperking geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012 niet voor de werknemer die uit de Nederlandse grensstreek komt en die aan de volgende 3 voorwaarden voldoet:

  • De werknemer heeft eerder in Nederland gewerkt en komt na een verblijf in het buitenland weer in Nederland werken, waarbij de eerdere werkperiode maximaal 8 jaar geleden is begonnen.

  • Deze werknemer heeft in de 24 maanden vóór deze eerdere werkperiode in Nederland, meer dan 16 maanden op een afstand van meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens gewoond.

  • Tijdens deze eerdere werkperiode gold er een beschikking voor de 30%-regeling voor de werknemer. Als er geen beschikking was, kan hij aannemelijk maken dat hij aan de toen geldende voorwaarden voor de 30%-regeling voldeed.

Voor werknemers met een doctorstitel (gepromoveerden) die binnen 1 jaar na hun promotie voor u in Nederland gaan werken, geldt ook een uitzondering. Als een gepromoveerde aan beide volgende voorwaarden voldoet, beschouwen wij hem toch als een ingekomen werknemer:

  • Hij woonde tijdens het promotieonderzoek en tussen de promotie en de start van het werk in Nederland of binnen een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens.

  • Hij woonde in de 24 maanden vóór de start van zijn promotieonderzoek in Nederland meer dan 16 maanden op een afstand van meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens.

In de volgende situaties beschouwen wij een gepromoveerde ook als een ingekomen werknemer:

  • Hij deed promotieonderzoek in Nederland en had naast zijn promotieonderzoek een dienstbetrekking in Nederland.

  • Hij kreeg vóór zijn promotie een arbeidsovereenkomst van u. Het behalen van de doctorstitel was een voorwaarde voor u om hem in dienst te nemen.

De 30%-regeling gaat in deze gevallen pas in vanaf het moment dat de werknemer zijn doctorstitel behaalt.

Beschikking: geldigheid en toetsen voorwaarden

Beschikkingen voor de 30%-regeling hebben een looptijd van maximaal 8 jaar. Van die looptijd trekken wij af:

  • periodes van verblijf of werk in Nederland die meer dan 25 jaar voor de datum van aankomst in Nederland zijn begonnen en minder dan 25 jaar voor de datum van aankomst in Nederland zijn geëindigd

  • periodes van verblijf of werk in Nederland in de 25 jaar voor de datum van aankomst in Nederland
    Daarbij tellen we de volgende periodes niet mee:

    • periodes van maximaal 20 dagen per jaar waarin de werknemer in Nederland heeft gewerkt

    • periodes van maximaal 6 weken per jaar, of eenmalig maximaal 3 aaneengesloten maanden, waarin de werknemer in Nederland is geweest voor vakantie, familiebezoek of andere privéredenen

  • periodes waarin een werknemer in het buitenland werkte of verbleef, maar nog wel werknemer was

De uiterlijke einddatum staat in de beschikking die u van ons krijgt. De 30%-regeling eindigt in ieder geval op de laatste dag van het loontijdvak na het tijdvak waarin de laatste werkdag valt. Als bijvoorbeeld de laatste werkdag van uw werknemer 15 februari 2017 is, dan mag u bij een loontijdvak van een maand de 30%-regeling toepassen tot en met 31 maart 2017.

Toetsen inkomensnorm

U moet tijdens de looptijd van de beschikking toetsen of uw werknemer nog aan de inkomensnorm voldoet. Als het loon in een jaar lager is dan de geïndexeerde norm, vervalt de 30%-regeling met terugwerkende kracht tot 1 januari van dat jaar. U moet dan uw eerdere aangiften corrigeren. Als het arbeidscontract in de loop van een kalenderjaar begint of eindigt, herrekent u het loon naar een jaarloon. Voldoet de werknemer later wel weer aan de inkomensnorm, dan mag u de 30%-regeling niet meer toepassen.

Werknemers met een mastertitel

Werknemers die in het wetenschappelijk onderwijs een Nederlandse mastertitel hebben behaald of een gelijkwaardige buitenlandse titel, en voor wie de verlaagde inkomensnorm geldt, moeten vanaf de maand na de maand waarin zij 30 jaar worden, voldoen aan de hogere norm (belastbaar jaarloon van € 37.000 exclusief de gerichte vrijstelling).

Wisseling van werkgever

Als de werknemer binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen (zie ook paragraaf 3.6) van werkgever wisselt, blijft een beschikking voor de 30%-regeling geldig zolang de werknemer ook bij de nieuwe werkgever aan de voorwaarden van de regeling voldoet.

Voor een werknemer die gedurende de looptijd van de beschikking overstapt naar een nieuwe werkgever, kan onder voorwaarden de 30%-regeling van toepassing blijven. De nieuwe werkgever moet dan samen met de werknemer een nieuw verzoek indienen. Meer informatie hierover kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon Buitenland: (055) 538 53 85.

Bij een uitzending binnen het concern kan het zijn dat de werknemer formeel in dienst blijft bij de oude (buitenlandse) werkgever. Ook in die situatie kunt u onder voorwaarden gebruikmaken van de 30%-regeling, bijvoorbeeld door de werknemer op te nemen in de salarisadministratie van het Nederlandse concernonderdeel. Meer informatie hierover kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon Buitenland: (055) 538 53 85.

Overgangsrecht

Voor ingekomen werknemers die voor 1 januari 2012 onder de 30%-regeling vallen, geldt overgangsrecht. De maximale looptijd van de 30%-regeling blijft onder het overgangsrecht 10 jaar. Bij het overgangsrecht speelt het moment waarop uw werknemer voor het eerst in Nederland voor een inhoudingsplichtige ging werken, een belangrijke rol. Die inhoudingsplichtige kan overigens ook een andere werkgever zijn. Er zijn 2 situaties mogelijk:

  • Uw werknemer werkt op 1 januari 2012 langer dan 60 maanden onafgebroken in Nederland. In dit geval blijven de voorwaarden van de 30%-regeling die golden op 31 december 2011, van toepassing. U hoeft dus niet te toetsen aan de inkomensnorm of aan de 150-kilometergrens.

  • Uw werknemer werkt op 1 januari 2012 korter dan 60 maanden onafgebroken in Nederland. In dit geval loopt de 30%-regeling door tot het zogenoemde tussentijdse toetsmoment: de dag waarop het 6e jaar van de looptijd van de regeling ingaat. Op dat moment toetst u of uw werknemer voldoet aan de inkomensnorm (zie hiervoor onder het kopje 'Deskundigheidsvereiste') en de definitie van ingekomen werknemer (zie hiervoor onder het kopje 'Definitie ingekomen werknemer') die per 1 januari 2012 gelden. Voldoet uw werknemer hieraan, dan toetst u vanaf dat moment jaarlijks of hij nog aan de inkomensnorm voldoet. Voldoet hij niet aan de inkomensnorm en de definitie van ingekomen werknemer, dan vervalt de 30%-regeling vanaf het tussentijdse toetsmoment definitief voor deze werknemer.

Naar boven

17.4.3 Inhoud van de regeling

De 30%-regeling houdt in dat u aan bepaalde werknemers, zonder nader bewijs, maximaal 30% van het loon inclusief de vergoeding onbelast kunt geven (gerichte vrijstelling) voor de extraterritoriale kosten. In plaats daarvan mag u ook maximaal 30/70 van het loon exclusief de vergoeding geven als onbelaste vergoeding. Hierbij moet u wel rekening houden met het deskundigheidsvereiste (zie paragraaf 17.4.2). Onder loon verstaan wij hier loon uit tegenwoordige dienstbetrekking waarvoor u aangifte loonheffingen doet.

Voorbeeld 1

Het loon inclusief de vergoeding is € 60.000. De onbelaste vergoeding van extraterritoriale kosten is maximaal 30% x € 60.000 = € 18.000.

Voorbeeld 2

Het loon inclusief de vergoeding is € 40.000. Omdat het inkomen exclusief vergoeding minimaal € 37.000 moet zijn, kunt u maximaal een vergoeding geven van € 40.000 - € 37.000 = € 3.000.

Voorbeeld 3

Het loon exclusief de vergoeding is € 40.000. De onbelaste vergoeding van extraterritoriale kosten is maximaal 30/70 x € 40.000 = € 17.143.

Als u meer dan het maximumbedrag vergoedt of verstrekt, dan is dit meerdere loon voor de loonheffingen.

Zijn de in redelijkheid gemaakte, werkelijke kosten hoger dan 30/70 van het loon, dan mag u er ook voor kiezen om de werkelijke kosten onbelast te vergoeden. U moet dan wel de kosten kunnen bewijzen.

Extraterritoriale kosten

De extraterritoriale kosten bestaan onder meer uit:

  • de extra kosten voor levensonderhoud door een hoger prijspeil in het werkland dan in het land van herkomst, zoals extra uitgaven voor maaltijden, gas, water en licht (cost of living allowance)

  • de kosten voor een kennismakingsreis naar het werkland, eventueel met het gezin, om bijvoorbeeld te zoeken naar een woning of een school

  • de kosten voor het aanvragen of omzetten van officiële persoonlijke papieren, zoals verblijfsvergunningen, visa en rijbewijzen

  • de kosten voor medische keuringen en vaccinaties voor het verblijf in het werkland

  • de dubbele huisvestingskosten, omdat de werknemer in het land van herkomst blijft wonen, bijvoorbeeld hotelkosten

  • de (1e) huisvestingskosten
    Als u huisvesting verstrekt, zijn alleen de (1e) huisvestingskosten die boven 18% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking uitkomen, extraterritoriale kosten. De rest van de kosten is loon. Als de werknemer zelf huurt, mag u de 18%-rekenmethode ook toepassen om het meerdere onbelast te verstrekken. In het algemeen kunt u de huisvestingskosten voor meubilair niet onbelast vergoeden of verstrekken.

  • de kosten voor opslag van het deel van de boedel dat niet wordt verhuisd naar het werkland

  • de reiskosten naar het land van herkomst, bijvoorbeeld voor familiebezoek of gezinshereniging

  • de extra kosten voor het laten invullen van de aangifte inkomstenbelasting als dat duurder is dan het laten invullen van de aangifte door een vergelijkbare belastingadviseur in het land van herkomst
    Hierbij geldt een maximum van € 1.000 per werknemer.

  • de cursuskosten om de taal van het werkland te leren voor de werknemer en voor de gezinsleden die bij hem verblijven

  • de extra (niet-zakelijke) gesprekskosten voor telefoneren met het land van herkomst

  • de kosten van een aanvraag vrijstelling sociale zekerheid, zoals een zogenoemde E101-verklaring of een formulier A1/certificate of coverage

  • de extra kosten voor schoolgelden voor een internationale school of voor een internationale afdeling van een gewone school
    Hiervan is sprake als:

    • de opleiding op de betreffende (afdeling van de) school is gebaseerd op een buitenlands stelsel

    • de school of de afdeling vooral bedoeld is voor kinderen van uitgezonden werknemers

De volgende kosten zijn geen extraterritoriale kosten en deze mag u dus niet onbelast vergoeden of verstrekken:

  • de uitzendtoelagen, bonussen en vergelijkbare vergoedingen (foreign service premium, expat allowance, overseas allowance)

  • de vermogensverliezen

  • de aan- en verkoopkosten van een woning (reimbursement expenses purchase house, brokers fee)

  • de compensatie voor hogere belastingtarieven in het werkland (tax equalization)

Let op!

Alleen als u aannemelijk maakt dat de totale extraterritoriale kosten méér bedragen dan 30% van het loon inclusief de vergoeding, mag u de werkelijk gemaakte kosten onbelast vergoeden. Daarvoor gelden geen normeringen of beperkingen.

Overige onbelaste vergoedingen en verstrekkingen

Als u gebruikmaakt van de 30%-regeling, kunt u daarnaast ook de volgende kosten onbelast vergoeden of verstrekken (gerichte vrijstelling):

  • de verhuiskosten en de kosten voor tijdelijke opslag en het overbrengen van de boedel (zie ook paragraaf 20.1.5)

  • de kosten voor een kennismakingsbezoek door de werknemer aan het bedrijf in het werkland

  • de kosten voor het aanvragen of omzetten van een tewerkstellingsvergunning

  • schoolgelden voor een internationale school of voor een internationale afdeling van een gewone school
    Hiervan is sprake als:

    • de opleiding op de betreffende (afdeling van de) school is gebaseerd op een buitenlands stelsel

    • de school of de afdeling vooral bedoeld is voor kinderen van uitgezonden werknemers

Let op!

De 30%-regeling geldt ook voor de premies werknemersverzekeringen. Als de werknemer in Nederland verzekerd is voor de werknemersverzekeringen, hoeft u over de gerichte vrijstelling volgens de 30%-regeling geen premies werknemersverzekeringen te berekenen.

Voor meer informatie over de 30%-regeling kunt u contact opnemen met de BelastingTelefoon: 0800 - 0543, of de BelastingTelefoon Buitenland: (055) 538 53 85.

Loonadministratie en aangifte loonheffingen

U hebt voor werknemers die gebruikmaken van de 30%-regeling, dezelfde administratieve verplichtingen als voor uw andere werknemers. Als u de 30%-regeling toepast, moet u wel extra aandacht besteden aan de vergoedingen en de verstrekkingen die u naast de 30%-regeling hebt betaald of verstrekt. Want het is niet toegestaan om naast de 30%-regeling ook de werkelijke extraterritoriale kosten onbelast te vergoeden of te verstrekken.

Naar boven

17.5 Werkkostenregeling in buitenlandsituaties

Hebt u grensoverschrijdende werknemers of werknemers die in het buitenland wonen én werken? Dan vindt u in deze paragraaf informatie over:

  • werkkostenregeling en werknemers die wonen in Nederland en werken in het buitenland (zie paragraaf 17.5.1)

  • werkkostenregeling en werknemers die wonen in het buitenland en werken in Nederland (zie paragraaf 17.5.2)

  • werkkostenregeling en werknemers die wonen en werken in het buitenland (zie paragraaf 17.5.3)

  • werkkostenregeling en buitenlandse werknemers die zijn opgenomen in een Nederlandse salarisadministratie (zie paragraaf 17.5.4).

  • overzicht buitenlandsituaties en werkkostenregeling (zie paragraaf 17.5.5)

Zie hoofdstuk 8 en 20 voor meer informatie over de systematiek van de werkkostenregeling.

Naar boven

17.5.1 Werkkostenregeling en werknemers die wonen in Nederland en werken in het buitenland

Voor werknemers die wonen in Nederland en (ook) voor u werken in het buitenland, gelden dezelfde regels als voor werknemers die wonen en werken in Nederland: het loon en de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van deze werknemers vallen onder de werkkostenregeling.

Het kan zijn dat (een deel van) het loon van deze werknemers niet in Nederland belast is, bijvoorbeeld door een belastingverdrag ter voorkoming van dubbele belasting. Als dat het geval is, gaat u voor het berekenen van de eindheffing werkkostenregeling in 1e instantie toch uit van het volledige loon, inclusief de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen. Vervolgens past u op het loon van de werknemer dat in het andere land wordt belast, de regels ter voorkoming van dubbele belasting toe. Hiermee voorkomt u dat dit deel van het loon ook in Nederland wordt belast.

Als u de vrije ruimte overschrijdt, vervalt een deel van de eindheffing. Dit deel kunt u op 2 manieren berekenen:

  • met de collectieve methode

  • met de individuele methode

U moet voor alle werknemers met belast loon in het buitenland dezelfde methode gebruiken.

Let op!

Als u de regels ter voorkoming van dubbele belasting niet toepast, belast u het volledige loon. U houdt dan te veel loonbelasting in. Uw werknemer kan deze loonbelasting via zijn aangifte inkomstenbelasting terugvragen. In dit geval betaalt u wel de volledige eindheffing; er vervalt dus geen deel van de eindheffing.

Collectieve methode

Bij de collectieve methode berekent u het deel van de eindheffing dat vervalt, als volgt:

  1. Neem het deel van het totale fiscale loon van alle werknemers dat in Nederland niet is belast.

  2. Deel dit door het totale fiscale loon van alle werknemers.

  3. Vermenigvuldig de uitkomst van deze breuk met de eindheffing die u moet betalen.

Bij deze methode hoeft u de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen niet per werknemer bij te houden.

Voorbeeld

U hebt 2 werknemers:

  • Werknemer A woont in Nederland en werkt 50% van zijn tijd voor u in België. Hij verdient met zijn werk in België 50% van zijn loon. De vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die hij krijgt, zijn evenredig toe te rekenen aan zijn werk in Nederland en België. Deze werknemer heeft een loon van € 100, inclusief € 10 aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen. Daarvoor geldt geen gerichte vrijstelling of nihilwaardering. U wijst de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan als eindheffingsloon. Het belastbare loon van deze werknemer is dus € 90. Omdat de werknemer 50% van het loon verdient met werk in België en dit loon volgens het belastingverdrag daar belast is, is het loon van werknemer A dat u in Nederland moet belasten € 45.

  • Werknemer B woont en werkt in Nederland. Hij heeft een loon van € 100, inclusief € 5 aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen. Daarvoor geldt geen gerichte vrijstelling of nihilwaardering. U wijst deze vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan als eindheffingsloon. Het belastbare loon van deze werknemer is dus € 95.

Berekening van de eindheffing

  • Het totale fiscale loon van alle werknemers is € 185. Uw vrije ruimte is dus 1,2% van € 185 = € 2,22.

  • U overschrijdt uw vrije ruimte met € 12,78 (€ 15 - € 2,22). Hierover moet u 80% eindheffing betalen: € 10,22.

  • Het totale fiscale loon van alle werknemers dat in Nederland niet is belast, is € 45. € 45 gedeeld door het totale fiscale loon van alle werknemers (€ 185) is 24%.

  • Het deel van de eindheffing dat niet in Nederland is belast, is € 10,22 x 24% = € 2,45.

  • U betaalt een eindheffing van € 10,22 - € 2,45 = € 7,77.

Individuele methode

Bij de individuele methode berekent u het deel van de eindheffing dat vervalt, als volgt:

  1. Neem het deel van de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van de werknemer dat toe te rekenen is aan werk met loon dat niet in Nederland is belast.

  2. Deel dit door het totaalbedrag van de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van alle werknemers.

  3. Vermenigvuldig de uitkomst van deze breuk met de eindheffing die u moet betalen.

Bij deze methode moet u de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen per werknemer met belast loon in het buitenland bijhouden.

Voorbeeld

U hebt dezelfde 2 werknemers A en B als bij het voorbeeld van de collectieve methode hierboven.

Berekening van de eindheffing
  • Het totale fiscale loon van alle werknemers is € 185. Uw vrije ruimte is dus 1,2% van € 185 = € 2,22.

  • U overschrijdt uw vrije ruimte met € 12,78 (€ 15 - € 2,22). Hierover moet u 80% eindheffing betalen: € 10,22.

  • Het deel van de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van werknemer A dat toe te rekenen is aan werk met loon dat niet in Nederland is belast, is € 5.

  • Het totaalbedrag van de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van alle werknemers is € 15.

  • Het deel van de eindheffing dat niet in Nederland is belast, is € 10,22 x 33,3% = € 3,41.

  • U betaalt een eindheffing van € 10,22 - € 3,41 = € 6,81.

Naar boven

17.5.2 Werkkostenregeling en werknemers die wonen in het buitenland en werken in Nederland

Voor werknemers die wonen in het buitenland en voor u werken in Nederland, gelden dezelfde regels als voor werknemers die wonen en werken in Nederland: het loon en de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van deze werknemers vallen onder de werkkostenregeling.

Als de werknemer ook in een ander land voor u werkt

Werkt deze werknemer ook voor u in zijn woonland of in een ander land? Dan is misschien (een deel van) zijn loon niet in Nederland belast, bijvoorbeeld door een belastingverdrag ter voorkoming van dubbele belasting. Als dat het geval is, gaat u voor het berekenen van de eindheffing werkkostenregeling in 1e instantie toch uit van het volledige loon, inclusief de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen. Vervolgens past u op het loon van de werknemer dat in het andere land wordt belast, de regels ter voorkoming van dubbele belasting toe. Hiermee voorkomt u dat dit deel van het loon ook in Nederland wordt belast.

Als u de vrije ruimte overschrijdt, vervalt een deel van de eindheffing. Dit deel kunt u op 2 manieren berekenen: met de collectieve methode of de individuele methode (zie paragraaf 17.5.1).

Let op!

Als u de regels ter voorkoming van dubbele belasting niet toepast, belast u het volledige loon. U houdt dan te veel loonbelasting in. Uw werknemer kan deze loonbelasting via zijn aangifte inkomstenbelasting terugvragen. In dit geval betaalt u wel de volledige eindheffing; er vervalt dus geen deel van de eindheffing.

Naar boven

17.5.3 Werkkostenregeling en werknemers die wonen en werken in het buitenland

Voor werknemers die wonen en werken in het buitenland, bepaalt u op de gebruikelijke manier of ze werknemer zijn voor de loonbelasting (zie paragraaf 17.2.2, 17.2.3 en 17.3).

Geen werknemer

Is uw werknemer die in het buitenland woont en werkt, geen werknemer voor de loonbelasting? Dan betaalt u geen loonbelasting en vallen het loon en de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen niet onder de werkkostenregeling.

Wel werknemer

Is uw werknemer die in het buitenland woont en werkt, wel werknemer voor de loonbelasting? Dan vallen het loon en de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen wel onder de werkkostenregeling. Maar misschien is (een deel van) zijn loon niet in Nederland belast, bijvoorbeeld door een belastingverdrag ter voorkoming van dubbele belasting. Als dat het geval is, gaat u bij het berekenen van de eindheffing werkkostenregeling in 1e instantie toch uit van het volledige loon, inclusief de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen. Vervolgens past u op het loon van de werknemer dat in het andere land wordt belast, de regels ter voorkoming van dubbele belasting toe. Hiermee voorkomt u dat dit deel van het loon ook in Nederland wordt belast.

Als u de vrije ruimte overschrijdt, vervalt een deel van de eindheffing. Dit deel kunt u op 2 manieren berekenen: met de collectieve methode of met de individuele methode (zie paragraaf 17.5.1).

Let op!

Als u de regels ter voorkoming van dubbele belasting niet toepast, belast u het volledige loon. U houdt dan te veel loonbelasting in. Uw werknemer kan deze loonbelasting via zijn aangifte inkomstenbelasting terugvragen. In dit geval betaalt u wel de volledige eindheffing; er vervalt dus geen deel van de eindheffing.

Naar boven

17.5.4 Werkkostenregeling en buitenlandse werknemers in Nederlandse salarisadministratie

Als uw bedrijf deel uitmaakt van het Nederlandse onderdeel van een internationale onderneming (multinational), dan mag u een buitenlandse werknemer die een arbeidsovereenkomst heeft met een ander concernonderdeel en dus niet bij u in dienst is, opnemen in uw Nederlandse salarisadministratie. Deze werknemer blijft dan formeel in dienst bij een buitenlands onderdeel van de multinational, maar u betaalt voor deze werknemer loonbelasting in Nederland. In dit geval geldt de werkkostenregeling voor deze werknemer, net als voor uw andere werknemers die in Nederland werken.

U houdt rekening met de eventuele vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die het buitenlandse onderdeel van de multinational aan de werknemer geeft. U beoordeelt of deze vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen in Nederland als vergoeding, verstrekking en terbeschikkingstelling gelden en of ze binnen de normbedragen blijven. Als dat niet het geval is, zijn deze vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen loon van de werknemer. Maar u kunt dit loon ook aanwijzen als eindheffingsloon (zie paragraaf 8.1.3).

Naar boven

17.5.5 Overzicht buitenlandsituaties en werkkostenregeling

In het schema hieronder ziet u in welke situaties u bij grensoverschrijdende werknemers gebruik kunt maken van de werkkostenregeling.

Situatie

Gevolg

De werknemer is geen werknemer voor de loonbelasting.

Het loon, de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen vallen niet onder de werkkostenregeling.

De werknemer is werknemer voor de loonbelasting en het loon is in Nederland belast.

Het loon, de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen vallen onder de werkkostenregeling.

De werknemer is werknemer voor de loonbelasting. Het loon is (gedeeltelijk) niet belast in Nederland, bijvoorbeeld door een belastingverdrag. U houdt wel loonbelasting in.

De vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen vallen onder de werkkostenregeling. Als u de regels ter voorkoming van dubbele belasting toepast, vervalt het deel van de eindheffing dat te maken heeft met het loon dat niet in Nederland is belast. U kunt dit deel berekenen met de collectieve of de individuele methode.

U betaalt de werkelijke extraterritoriale kosten voor uw werknemer of u vergoedt hem die kosten.

Voor de vergoedingen en verstrekkingen geldt een gerichte vrijstelling als u deze aanwijst als eindheffingsloon.

U maakt gebruik van de 30%-regeling en u vergoedt of verstrekt daarnaast ook nog werkelijke extraterritoriale kosten voor uw werknemer.

Voor de 30%-vergoeding geldt een gerichte vrijstelling. Voor de vergoedingen en verstrekkingen voor de werkelijke extraterritoriale kosten geldt het volgende:

  • Als ze lager zijn dan of gelijk aan de 30%-vergoeding, zijn ze loon van de werknemer.

  • Als ze hoger zijn dan de 30%-vergoeding, dan zijn ze gericht vrijgesteld. U mag de 30%-regeling dan niet meer gebruiken.

Naar boven

17.6 Vrijstelling van aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor uw werknemers

U mag onder bepaalde voorwaarden de loonbelasting/premie volksverzekeringen die u moet inhouden, afstemmen op de inkomstenbelasting en eventuele premie volksverzekeringen die uw werknemer moet betalen. Als u met uw werknemer een nettoloon hebt afgesproken, kunt u met deze werkwijze snel en definitief het juiste bedrag afrekenen. En uw werknemer hoeft dan geen aangifte inkomstenbelasting te doen. Deze vereenvoudigde werkwijze geldt voor:

  • een werknemer die in het buitenland woont en in Nederland werkt, en die alleen looninkomsten in Nederland heeft

  • een werknemer die uit een ander land is geworven of vanuit een ander land is uitgezonden om in Nederland te werken
    Als deze werknemer in Nederland woont en als hij van de 30%-regeling gebruikmaakt, kan hij kiezen voor de zogenoemde partiële buitenlandse belastingplicht. In dat geval wordt de werknemer voor de heffing in de inkomstenbelasting in box 2 en 3 behandeld als een niet-inwoner. Vaak kan de belastingheffing in Nederland daardoor beperkt worden tot het genoten loon.

Om deze vereenvoudigde werkwijze toe te kunnen passen, moet u afspraken met ons maken en moet u onze goedkeuring vastleggen in een (loonheffing)convenant.

Om onze goedkeuring te krijgen, moet u in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De werknemer heeft alleen inkomsten van u en geen andere inkomsten in Nederland.

  • U kunt en wilt de volledige loonberekening uitvoeren en u hebt daarvoor de benodigde deskundigheid – intern of extern – beschikbaar.

  • U hebt een informatiesysteem waarmee u op tijd en volledig (met alle loongerelateerde elementen) de loonadministratie voert.

  • U bent verantwoordelijk voor het volledig en juist verwerken van de loonadministratie en u kunt daarop worden aangesproken.

  • De werknemer verklaart schriftelijk met deze werkwijze in te stemmen en u bewaart deze verklaring bij de loonadministratie.

U mag deze werkwijze alleen toepassen nadat wij u goedkeuring hebben gegeven. Voor goedkeuring overlegt u met uw belastingkantoor.

Verwerking van het convenant in de loonadministratie

Hoe u het convenant in uw loonadministratie verwerkt, leest u hieronder.

Eind van het jaar: eenmalige berekening

Bij de uitvoering van het convenant kunt u in december of direct na afloop van het jaar een jaarberekening in de salarisadministratie maken. U stelt dan de loonbelasting/premie volksverzekeringen vast op het juiste bedrag aan inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen die u moet betalen. U neemt de loonbelasting/premie volksverzekering die u op deze manier berekent, mee in de laatste aangifte over het kalenderjaar.

In de loop van het jaar: loongegevens inschatten

Door het jaar heen moet u de loongegevens die u per loontijdvak nodig hebt voor de jaarberekening, zo goed mogelijk inschatten. Gegevens die redelijkerwijs later bekend zijn dan in het loontijdvak, mogen mee naar de hiervoor genoemde jaarberekening.

Corrigeren

In de volgende gevallen corrigeert u direct in het volgende belastingjaar:

  • U hebt fouten gemaakt, bijvoorbeeld door nagekomen informatie.

  • De dienstbetrekking met de werknemer eindigt in de loop van het jaar.

  • Er zijn nagekomen beloningen in het kader van de dienstbetrekking, zoals een bonus die u een jaar na het vertrek van de werknemer toekent.

Let op!

Sinds 2013 heeft uw werknemer alleen over de periode dat hij verzekerd is in Nederland, recht op het premiedeel van de heffingskortingen. Met ingang van 2016 geldt dit ook voor het belastingdeel: de werknemer heeft alleen over de periode dat hij in Nederland woonde, recht op het belastingdeel van de heffingskortingen. Woont de werknemer het hele jaar in het buitenland, dan houdt u bij het inhouden van de loonbelasting geen rekening met de heffingskortingen. Uw werknemer kan deze kortingen dan via zijn aangifte inkomstenbelasting terugvragen.

Naar boven