Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten

5 Intellectuele Eigendomsrechten

5.1 De intellectuele eigendomsrechten

De IE-rechten maken het voor de rechthebbende mogelijk zijn voortbrengsel te beschermen. Deze rechten dienen verschillende doelen:

  • Rechtvaardigheid voor de bedenker/ontwikkelaar van een nieuw product. Hij behoort het ongestoorde genot hiervan en de vrije beschikking hierover te hebben en er zelf voor kiezen of hij het voortbrengsel al dan niet te gelde wil maken.

  • Stimulering van cultuur, onderzoek en ontwikkeling.

  • Ordenende taak doordat zij duidelijk aangeven wat wel en niet mag bij het exploiteren van een creatieve prestatie, uitvoering, merk, product, werkwijze of dienst.

De bescherming van de IE-rechten is vastgelegd in diverse nationale wetten en internationale verdragen. De bescherming van IE-rechten wordt bemoeilijkt door ontwikkelingen als globalisering, technologische vooruitgang en versnelling van handel- en dienstenstromen.

Op welke IE-rechten is de verordening van toepassing?

De verordening is van toepassing op goederen die worden beschermd door de volgende IE-rechten (artikel 2, lid 1):

  • Merkenrecht

  • Tekeningen- en Modellenrecht

  • Auteursrecht

  • Naburige rechten

  • Octrooirecht

  • Aanvullend beschermingscertificaat

  • Kwekersrecht

  • Benamingen van oorsprong of geografische aanduidingen

  • Geografische benamingen

  • Handelsnaam

  • Gebruiksmodel

  • Topografie van halfgeleiderproducten

  • Uniecertificeringsmerk.

Naar boven

5.2 Merkenrecht

Het merkenrecht is geregeld op:

  • Benelux niveau

  • Unie niveau

  • Internationaal niveau

Naar boven

5.2.1 Benelux niveau

Het merkenrecht is geregeld in het Benelux Verdrag inzake Intellectuele Eigendom (BVIE).

Merken moeten zijn gedeponeerd bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom. Het depot vindt plaats in bepaalde klassen van producten en diensten. Het depot en daarop volgende registratie bij dit bureau is een voorwaarde voor bescherming. Merkenbescherming is niet aan een termijn gebonden, mits de inschrijving iedere tien jaar wordt verlengd.

Het merkenrecht beschermt geregistreerde tekens die dienen om producten of diensten van een onderneming te onderscheiden. Onder deze tekens vallen ook driedimensionale tekens, zoals verpakkingen. Het recht beschermt deze tekens onder voorwaarden tegen gebruik door anderen. Hiervan is sprake wanneer een merk of een overeenstemmend teken voor dezelfde of soortgelijke producten wordt gebruikt als waarvoor het is gedeponeerd. Als dit gebeurt zonder dat de merkhouder daarvoor toestemming heeft gegeven, is er sprake van inbreuk op het merkenrecht.

De bescherming geldt alleen bij gebruik van het merk door anderen in het economische verkeer, dat wil zeggen voor een zakelijke activiteit waarmee economisch voordeel wordt beoogd.

Criteria voor merkinbreuk

Wanneer de merkhouder van mening is dat een ander inbreuk pleegt op zijn merkrecht, dan zal hij dit voor de rechter moeten stellen en zo nodig bewijzen. Er zijn diverse criteria voor merkinbreuk. (BVIE, artikel 2.20). De drie belangrijkste criteria zijn:

  • Namaak of plagiaat

  • Associatiegevaar

Namaak of plagiaat

Er is sprake van merkinbreuk wanneer een merk of teken in het economisch verkeer (commerciële doeleinden) wordt gebruikt voor precies dezelfde producten als waarvoor het merk is ingeschreven. Dit wordt ook wel namaak of plagiaat genoemd.

Associatiegevaar (verwarringsgevaar)

Er is sprake van merkinbreuk wanneer een merk of teken in het economisch verkeer wordt gebruikt voor dezelfde of soortgelijke producten en daardoor bij het publiek verwarring kan ontstaan in die zin dat daardoor een associatiegevaar ontstaat van het merk en het product. Dit associatiegevaar biedt een ruime bescherming aan de rechthebbende voor situaties waarin het gevaar bestaat dat men:

  • de merken of tekens zelf door elkaar haalt (direct verwarringgevaar).

  • door de gelijkenis van de merken of tekens meent dat er een verband tussen de producten bestaat. Zo kan men bijvoorbeeld denken dat de ondernemingen die de producten maken dezelfde zijn of dat deze met elkaar een of andere juridische (licentie) en/of economische (franchising) band hebben (indirect verwarringgevaar).

  • door de gelijkenis tussen de merken of tekens onbewust verbanden tussen de producten legt. Daarbij gaat het om situaties waarin de waarneming van het ene merk de herinnering aan het andere merk opwekt (zodanig dat geen direct of indirect verwarringgevaar optreedt).

Om te beoordelen of er een associatiegevaar bestaat, moet eerst zeker zijn dat er een gelijkenis is tussen twee merken of tekens. Deze gelijkenis kan op diverse manieren worden vastgesteld:

  • auditieve gelijkenis wanneer het uitgesproken klankbeeld van beide merken (bijna) gelijk is (bijvoorbeeld: Tikkels en Tikkis of Boss en Boos).

  • visuele gelijkenis als het beeld van beide merken en datgene wat er van dit beeld (woord en tekens) in het geheugen blijft hangen, (bijna) gelijk is. Hierbij spelen onder andere de kleuren van het merk een grote rol.

  • taalkundige gelijkenis tussen twee merken wanneer bijvoorbeeld in twee woorden grotendeels dezelfde letters voorkomen (Caron en Canon of Hugo en Hogo).

Om een merkinbreuk vast te stellen kan het al voldoende zijn als aan een van deze vormen van gelijkenis wordt voldaan. Overigens hoeft niet elke gelijkenis tot associatiegevaar te leiden.

  • Als een merk of teken aan één van de criteria voldoet, kan de rechthebbende de gebruiker van het merk o.a. verbieden om:

  • het merk of teken op de producten of op de verpakking aan te brengen

  • producten onder dit merk of teken aan te bieden, in de handel te brengen of daartoe in voorraad te hebben

  • producten onder dit merk of teken in- of uit te voeren

  • het merk of teken te gebruiken in teksten voor zakelijk gebruik en in advertenties

Naar boven

5.2.2 Verordening geldt niet voor alle merkinbreuken

De verordening ziet slechts op een deel van de juridische mogelijkheden voor een inbreuk op een IE-recht. De verordening gebruikt namelijk de volgende definitie van 'namaakgoederen' (artikel 2, lid 5):

  1. goederen waarmee inbreuk wordt gemaakt op een fabrieks- of handelsmerk in de lidstaat waar de goederen worden aangetroffen, en waarop zonder toestemming een teken is aangebracht dat identiek is aan het geldig geregistreerde fabrieks- of handelsmerk voor dergelijke goederen of daarvan niet wezenlijk kan worden onderscheiden;

  2. goederen waarmee inbreuk wordt gemaakt op een geografische aanduiding in de lidstaat waar de goederen worden aangetroffen, en die een naam of vermelding dragen dan wel met een naam of vermelding worden omschreven die beschermd is wat die geografische aanduiding betreft;

  3. verpakkingen, etiketten, stickers, brochures, gebruiksaanwijzingen, garantiebewijzen of andere soortgelijke voorwerpen, zelfs indien afzonderlijk gepresenteerd, waarmee inbreuk wordt gemaakt op een fabrieks- of handelsmerk of een geografische aanduiding, die een teken, naam of vermelding dragen die identiek is aan een geldig geregistreerd fabrieks- of handelsmerk of een beschermde geografische aanduiding, of die daarvan niet wezenlijk kan worden onderscheiden, en die kunnen worden gebruikt voor dezelfde soort goederen als waarvoor het fabrieks- of handelsmerk of de geografische aanduiding is geregistreerd.

Soortgelijkheid versus Niet-soortgelijkheid

Voor bovengenoemde criteria geldt dat een merk of teken slechts beschermd is als het wordt gebruikt voor dezelfde of soortgelijke producten als die waarvoor het merk is gedeponeerd. Wanneer het merk dus voor een totaal ander product wordt gebruikt waarvoor het merk niet is gedeponeerd (bijvoorbeeld een gedeponeerd automerk op een aansteker waarvoor geen depot heeft plaatsgevonden), is de verordening niet van toepassing. De verordening beperkt daarmee de taak van de Douane en de beschermingsomvang van het merkenrecht tot dezelfde of soortgelijke producten, (terwijl het merkenrecht in de regel ook bescherming kan bieden voor het gebruik van een merk op niet-soortgelijke producten waarvoor geen registratie heeft plaatsgevonden).

Auteursrecht bij niet-soortgelijkheid

Een merk is in veel gevallen echter ook een werk dat op grond van het Auteursrecht beschermd wordt. In die gevallen waarbij een merk wordt gebruikt op producten waarvoor het merk niet is geregistreerd, kan op grond van het Auteursrecht worden opgetreden (op verzoek of ambtshalve).

Naar boven

5.2.3 Unie niveau

De bescherming van unie merken binnen de EU is gebaseerd op Verordening 2015/2424.

Het unie merkensysteem maakt het mogelijk door middel van één enkele procedure een Uniemerk te verkrijgen dat geldt voor de hele EU. De Uniemerken genieten een eenvormige bescherming en kunnen rechtsgevolgen hebben op het gehele grondgebied van de EU.

Voorwaarde voor deze bescherming is de registratie van het Uniemerk bij het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie (EUIPO). Pas wanneer de inschrijving van het merk gepubliceerd is, kan de merkhouder een beroep doen op het recht dat aan het Uniemerk verbonden is.

Het Uniemerk geeft de houder, net als bij een Benelux-merk, een uitsluitend recht. Dit houdt in dat de rechthebbende iedere derde kan verbieden een bepaald merk of teken in het economisch verkeer (commerciële doeleinden) te gebruiken wanneer hij daar geen toestemming voor heeft verkregen. De criteria voor een inbreuk op een Uniemerk zijn gelijk aan die op Benelux niveau. Het Uniemerk geeft de houder een uitsluitend recht. De houder is gerechtigd elke derde het gebruik van een merk of een teken te verbieden.

Naar boven

5.2.4 Internationaal niveau

De internationale bescherming van merken is gebaseerd op het Protocol bij de Schikking van Madrid. Dit Protocol regelt de internationale inschrijving van merken. Wanneer men een merk internationaal wil inschrijven, moet men daarvoor een aanvraag indienen bij het nationale merkenbureau van het basisland. Dit bureau stuurt de aanvraag door naar de WIPO (World Intellectual Property Organisation). Internationale inschrijvingen zijn 10 jaar geldig en kunnen steeds weer met 10 jaar worden verlengd. Rechthebbenden kunnen bij de WIPO hun rechten wereldwijd vastleggen per land. Via de WIPO kan dit ook voor de gehele EU in een keer. Dit wordt digitaal doorgezet naar de EUIPO.

Naar boven

5.2.5 Databanken merkenrecht

Klik hier voor WIPO merkenregister

Klik hier voor een overzicht van merken en modellendatabanken

Naar boven

5.2.6 Inbreuk is strafbaar

Inbreuk op het merkenrecht is strafbaar (artikel 337 WvSr). Een inbreuk op het merkenrecht is echter niet strafbaar wanneer deze inbreuk betrekking heeft “op het in voorraad hebben van enkele stuks voor eigen gebruik”

Naar boven

5.3 Tekeningen en Modellenrecht

Het modellenrecht is geregeld op:

  • Benelux-niveau

  • Unie niveau

  • Internationaal niveau

Naar boven

5.3.1 Benelux-niveau

Het tekeningen en modellenrecht is geregeld in het Benelux Verdrag inzake Intellectuele Eigendom (BVIE). Dit verdrag beschermt tekeningen en modellen die gedeponeerd en vervolgens geregistreerd zijn bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom.

Het BVIE beschermt de uiterlijke vormgeving van producten met een gebruiksfunctie. Producten die alleen decoratief zijn, zoals kunstvoorwerpen, vallen niet onder deze wet. Er is sprake van “tekeningen”, als het gaat om tweedimensionale dessins of patronen. Er is sprake van “modellen”, als het gaat om driedimensionale vormen, zoals apparaten, kleding en meubelen. De bescherming bedraagt maximaal 25 jaar.

Naar boven

5.3.2 Unie niveau

Op unie niveau worden modellen en tekeningen beschermd op basis van verordening 6/2002. Voorwaarde voor deze bescherming is de registratie van het model als zogenaamd Gemeenschapsmodel bij het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie (EUIPO).

Naar boven

5.3.3 Internationaal niveau

De internationale bescherming van modellen en tekeningen is gebaseerd op de Overeenkomst van ‘s-Gravenhage. Wanneer men een model of tekening internationaal wil inschrijven moet men een aanvraag indienen bij WIPO.

Naar boven

5.3.4 Inbreuk volgens verordening

Voor toepassing van de verordening zijn door piraterij verkregen goederen, goederen die gekopieerd zijn of kopieën bevatten, die zijn vervaardigd zonder toestemming van de houder van een recht inzake tekeningen of modellen (artikel 2, lid 6).

Naar boven

5.3.5 Inbreuk is strafbaar

Inbreuk op het modellenrecht is strafbaar (artikel 337 WvSr). Een inbreuk op het modellenrecht is echter niet strafbaar wanneer deze inbreuk betrekking heeft “op het in voorraad hebben van enkele stuks voor eigen gebruik”.

Naar boven

5.4 Auteursrecht

Het auteursrecht is geregeld op nationaal en internationaal niveau.

Naar boven

5.4.1 Nationaal niveau

Het auteursrecht is in Nederland geregeld in de Auteurswet 1912 (Aw). Het auteursrecht geeft de maker van een werk het exclusieve recht om zijn werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Dit betekent dat anderen dit niet mogen doen, althans niet zonder zijn toestemming of zonder betaling van een vergoeding. Aan het auteursrecht zijn geen formaliteiten verbonden: zodra iemand een werk gecreëerd heeft, kan hij een beroep doen op dit recht. Het auteursrecht vervalt zeventig jaar na de dood van de maker.

Naar boven

5.4.2 Wat is een werk?

De Aw verstaat onder een werk “in het algemeen ieder voortbrengsel op het gebied van letterkunde, wetenschap of kunst, op welke wijze of in welke vorm het ook tot uitdrukking zijn gebracht” (Aw, artikel 10). Dit komt erop neer dat werken voortbrengselen zijn met een eigen, oorspronkelijk karakter, die het persoonlijk stempel van de maker dragen. Boeken, films, cd’s, tekeningen, gedichten, kaarten, foto’s, beeldhouwwerken, architectuur, animaties, schilderijen en computerprogramma’s zijn allemaal voorbeelden van voortbrengselen die onder het auteursrecht kunnen vallen.

Naar boven

5.4.3 Openbaar maken, verveelvoudigen en reproduceren

  • Openbaar maken

    • Onder openbaar maken wordt een groot aantal handelingen verstaan waardoor het werk voor het publiek toegankelijk kan worden gemaakt, zoals bijvoorbeeld het uitgeven van een cd of boek, de onthulling van een beeld, de uitvoering van een muziekstuk, vertoning van een film enzovoorts.

  • Verveelvoudigen

    • Verveelvoudigen is het maken van identieke exemplaren van een werk. Hieronder vallen ook vertalingen, verfilmingen en toneelbewerkingen. In het algemeen gaat het hier om alle bewerkingen of nabootsingen in gewijzigde vorm die niet als een nieuw oorspronkelijk werk kunnen worden aangemerkt.

  • Reproduceren

    • Een van de manieren om een werk te verveelvoudigen is reproduceren. Reproduceren beperkt zich echter tot de “één-op-één” kopie, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, geheel of gedeeltelijk, ongeacht de middelen of vorm.

Naar boven

5.4.4 Wanneer geen inbreuk?

Er is sprake van een inbreuk op het auteursrecht, wanneer een ander een werk zonder toestemming van de maker, verveelvoudigt of openbaar maakt. Deze algemene regel gaat echter niet altijd op.

Er is geen inbreuk op het auteursrecht als (Aw, artikel 16b) als:

  • de verveelvoudiging van het werk beperkt blijft tot enkele exemplaren en

  • deze exemplaren uitsluitend dienen tot eigen oefening, studie of gebruik van een persoon en

  • de verveelvoudiging geen commercieel oogmerk heeft en

  • de persoon het werk eigenhandig verveelvoudigt of daartoe uitsluitend ten behoeve van zichzelf opdracht geeft.

Het gaat dan onder meer om het fotokopiëren, namaken of naknutselen van teksten of kunstwerken voor privédoeleinden.

Uitzonderingen op Aw, artikel 16 b

Er zijn twee belangrijke uitzonderingen:

  1. Kopiëren computerprogramma’s.
    Voor de verveelvoudiging van computerprogramma’s geldt dat een back-up alleen is toegestaan als deze is vervaardigd door de rechtmatige gebruiker (Aw, artikel 45k).

  2. Kopiëren cd’s en dvd’s.
    Reproduceren van audiovisuele middelen op blanco beeld- en geluidsdragers is alleen toegestaan als de natuurlijke persoon dit eigenhandig doet. Een persoon mag zelf een privé-kopie maken van bijvoorbeeld zijn (eigen of andermans) cd of dvd, maar hij mag dit niet door een ander laten doen. Doet hij dit toch, dan is er sprake van inbreuk op het auteursrecht (Aw, artikel 16c).

Voorbeeld

Tijdens een douanecontrole (bijvoorbeeld in postzendingen of in reizigersbagage) treft u gekopieerde cd’s of dvd’s met daarop auteursrechtelijk beschermde werken aan. In de regel zijn deze niet vervaardigd door de natuurlijke persoon zelf en vallen daarom niet onder de uitzondering (Aw, artikel 16c) omdat ze dus inbreuk maken op het auteursrecht. Het zonder toestemming van de maker (of diens rechtverkrijgende) afgeven van een privé-kopie is niet toegestaan, tenzij de afgifte plaats vindt ten behoeve van een rechterlijke of administratieve procedure (Aw, artikelen 16b, lid 4 en 16c, lid 7).

Naar boven

5.4.5 Inbreuk volgens verordening

Voor toepassing van de verordening zijn door piraterij verkregen goederen, goederen die gekopieerd zijn of kopieën bevatten, die zijn vervaardigd zonder toestemming van de houder van een auteursrecht of naburig recht (artikel 2, lid 6).

Naar boven

5.4.6 Internationaal niveau

Buiten Nederland is het auteursrecht beschermd op grond van de Berner Conventie (1886) en, als aanvulling daarop, het Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom inzake auteursrecht (WCT).

Naar boven

5.4.7 Stichting Thuiskopie

Importeurs en fabrikanten van, en handelaren in blanco beeld- of geluidsdragers dragen de zogenaamde thuiskopievergoeding af aan Stichting de Thuiskopie. De thuiskopievergoeding wordt via de verkoopprijs van een blanco drager doorberekend aan de consument. Per 1 januari 2013 geldt de thuiskopieregeling voor de belangrijkste apparaten en media waarop of waarmee consumenten kunnen kopiëren. De thuiskopieregeling is van toepassing op gegevensdragers zoals blanco Cd’s en Dvd’s, smartphones, laptops, tablets en Pc’s, HDD-recorders, settopboxen, audio- en videospelers en externe harddisks. De Douane verstrekt de Stichting Thuiskopie informatie die van belang is voor het innen van de thuiskopievergoeding zodat de Stichting Thuiskopie fabrikanten en importeurs van die goederen in beeld krijgt.

Naar boven

5.4.8 Inbreuk is strafbaar

Inbreuk op het auteursrecht is strafbaar (Aw, artikelen 31 ev.). In deze artikelen is het opzettelijk in-, door- en uitvoeren van voorwerpen die inbreuk maken op het auteursrecht strafbaar gesteld.

Naar boven

5.5 Naburige rechten

Naburige rechten lijken op auteursrechten. Ze richten zich echter alleen op de prestaties van uitvoerend kunstenaars, producenten van fonogrammen (platenmaatschappijen), filmproducenten en omroeporganisaties. Het gaat hier bijvoorbeeld om de uitvoering van een muziekstuk of om de opname daarvan op een fonogram of film. Het muziekstuk zelf is beschermd door het auteursrecht, de uitvoering en de opname ervan door de naburige rechten.

Naburige rechten geven uitvoerend kunstenaars, producenten van fonogrammen, filmproducenten en omroeporganisaties een exclusief recht. Dit betekent dat alleen zij het recht hebben aan anderen toestemming te verlenen of te ontzeggen om:

  • hun prestaties op te nemen, vast te leggen, te reproduceren of uit te zenden
    en/of

  • met de vastgelegde prestaties handelingen te verrichten, zoals verhuur en verkoop

Naar boven

5.5.1 Nationaal niveau

De naburige rechten zijn in Nederland beschermd op basis van de Wet op de naburige rechten (Wnr). De beschermingsduur van de naburige rechten bedraagt vijftig jaar gerekend vanaf de openbaarmaking.

Naar boven

5.5.2 Internationaal niveau

Internationaal worden de rechten beschermd op basis van de Conventie van Rome (Trb. 1986, 182), de Conventie van Genève (Trb. 1986, 183) en het World Intellectual Property Organisation (WIPO)-verdrag inzake uitvoeringen en fonogrammen (Trb.1998, 248).

Naar boven

5.5.3 Inbreuk volgens verordening

Voor toepassing van de verordening zijn door piraterij verkregen goederen, goederen die gekopieerd zijn of kopieën bevatten, die zijn vervaardigd zonder toestemming van de houder van een auteursrecht of naburig recht (artikel 2, lid 6).

Naar boven

5.5.4 Inbreuk is strafbaar

Inbreuk op de naburige rechten is strafbaar (Wnr, artikelen 22, 24 en 29).

Naar boven

5.6 Octrooirecht

Het octrooirecht is geregeld op 3 niveaus:

  • nationaal

  • unie

  • internationaal

Naar boven

5.6.1 Nationaal niveau

Het octrooirecht is geregeld in de Rijksoctrooiwet (Row). Op basis van deze wet verleent het Octrooicentrum Nederland octrooien. Men kan octrooibescherming aanvragen voor zes of voor twintig jaar (gerekend vanaf de datum van indiening van de octrooiaanvraag).

Op grond van de Row kan een octrooi (ook wel “patent” genoemd) worden verleend aan degene die een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze heeft uitgevonden (Row, artikel 1a). Het octrooirecht beschermt uitvindingen die nieuw zijn en die toegepast kunnen worden op het gebied van de nijverheid. Daarnaast moeten de uitvindingen op “uitvinderswerkzaamheid” berusten, dat wil zeggen een bepaalde mate van inventiviteit hebben. De octrooihouder heeft het exclusieve recht de geoctrooieerde uitvinding te gebruiken en anderen te verbieden dat te doen.

Octrooien kunnen worden onderscheiden in:

  • product-octrooi: geeft producent alleenrecht om bepaald product te produceren

  • procedé-octrooi: geeft producent alleenrecht op bepaalde productiemethode en op daaruit voortvloeiende producten.

Naar boven

5.6.2 Unie niveau

Op unie niveau is het octrooirecht geregeld in het Europees Octrooiverdrag (EOV, München, 5 oktober 1973). Naast de EU-lidstaten heeft nog een aantal andere landen dit verdrag ondertekend. Dit verdrag geeft aan dat men bij het Europees Octrooiburo(in München en Rijswijk) een Europees octrooi aan kan vragen. Op dit moment is het nog niet zover dat door middel van één aanvraag voor alle lidstaten een geldig octrooi aangevraagd kan worden. Er dient dus nog steeds een nationale registratie plaats te vinden in de afzonderlijke lidstaten.

Een Europees octrooi wordt altijd getoetst op nieuwheid, inventiviteit en op industriële toepasbaarheid. Wordt het octrooi verleend dan valt het uiteen in net zoveel nationale octrooirechten als het aantal landen dat je hebt aangewezen. Voor elk land moet een vertaling worden ingeleverd. Bij inbreuk moet men in elk land apart naar de rechter.

Naar een unitair octrooi in nabije toekomst

Bij de aanvraag van een Europees octrooi, geeft men aan in welke landen men octrooibescherming wilt. Als men de octrooibescherming wenst in te roepen dan moet men dat nu nog in elk land afzonderlijk doen. Na jaren onderhandelen hebben de lidstaten besloten voor een unitair octrooi. Twee lidstaten (Spanje en Italië) doen daar vooralsnog niet aan mee. Met het Unitair octrooi verkrijgt men 1 octrooi voor bijna de hele EU. Het Europees Parlement is in 2012 akkoord gegaan met het voorstel voor 1 octrooi in de EU.

Naar boven

5.6.3 Internationaal niveau

Op internationaal niveau is het octrooirecht geregeld in het Internationaal Octrooiverdrag 1970 (Patent Coöperation Treaty).

Naar boven

5.6.4 Databanken Octrooirecht

Via de website van hetNL Octrooicentrum is er toegang tot diverse octrooiregisters:

  • Espacenet (wereldwijde octrooipublicaties)

    • Octrooidatabank ontwikkelt door het Europees Octrooibureau (EOB). Dit is een verzameling van octrooipublicaties (circa 60 miljoen) uit tientallen landen. U kunt in deze databank zoeken in ongeveer tachtig octrooicollecties. Het gaat om nationale en regionale collecties

    • In Espacenet staat niet wat de status is van een octrooi. U kunt dus niet zien of een octrooi verleend is en nog geldig is.

    • De hoofdschermen in de zoekfunctie zijn Nederlandstalig. Als u doorklik, kunt u ook (gedeeltelijk) Engelstalige schermen tegenkomen. U zoekt voornamelijk op Engelse woorden. Er is een handleiding beschikbaar.

  • IPC Nederlands Cooperative Patent Classification system (CPC): Nederlandse vertaling van de International Patent Classification. De Engelstalige classificatie, diepgaander dan de IPC.

  • Nederlands octrooiregister: Status van Nederlandse octrooien. Hier vindt u informatie over de status van alle gepubliceerde, in Nederland geldende octrooiaanvragen, octrooirechten en certificaten vanaf 1912, welke octrooien zijn verleenden of ze nog van kracht zijn.

  • Europees octrooiregister (status van Europese octrooien en aanvragen) Epoline® Dit is het octrooiregister van het Europees Octrooibureau. Hier vindt u informatie over de status van alle gepubliceerde Europese en internationale octrooiaanvragen.

Naar boven

5.6.5 Controlebeleid Douane

Controles door de Douane op mogelijke octrooischendingen worden uitsluitend uitgevoerd als de rechthebbende een verzoek om optreden door de Douane heeft ingediend.

Naar boven

5.6.6 Inbreuk is strafbaar

Inbreuk op het octrooirecht is strafbaar (Row, artikel 79).

Naar boven

5.7 Aanvullend beschermingscertificaat gewasbeschermings- en geneesmiddelen

Er is een aanvullende beschermingscertificaat mogelijk voor geneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen.

De reden hiervoor is dat bij deze middelen vaak een zeer lange periode verstrijkt tussen de aanvraag van het octrooi en de toekenning van de vergunning om de middelen in de handel te brengen. Hierdoor is de normale geldigheidsduur van het octrooi ontoereikend om de investeringen die in het onderzoek zijn gedaan af te schrijven of terug te verdienen. Op grond van artikel 90 Row en het Besluit certificaat gewasbeschermingsmiddelen kan men daarom voor deze middelen een aanvullend beschermingscertificaat aanvragen. Wanneer men zowel een octrooi als een certificaat bezit, kan men in aanmerking komen voor een exclusief octrooirecht van ten hoogste 15 jaar. Deze periode gaat in na de afgifte van de eerste vergunning om het product in de EU in de handel te brengen.

Naar boven

5.7.1 Controlebeleid Douane

Controles door de Douane op aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen worden uitsluitend uitgevoerd als de rechthebbende een verzoek om optreden door de Douane heeft ingediend.

Naar boven

5.8 Kwekersrecht

Het kwekersrecht is een recht dat kan worden toegekend aan de ontwikkelaar van een nieuw plantenras. Anderen mogen een nieuw plantenras niet ‘namaken’ zonder de toestemming van de rechthebbende. Het kwekersrecht voor een plantenras is vergelijkbaar met het octrooirecht voor industriële uitvindingen.

Naar boven

5.8.1 Nationaal en internationaal

In Nederland is het kwekersrecht geregeld in de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005. Op grond van deze wet kan de Raad voor plantenrassen, kwekersrechten toekennen. De bescherming van deze rechten is gebaseerd op grondbeginselen, die zijn vastgelegd in het ‘Internationale Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten’, ook wel de UPOV-conventie genoemd. De UPOV is de Union internationale pour la Protection des Obtentions Végétales, ofwel de Internationale Unie tot Bescherming van Kweekproducten. De houder van het kwekersrecht is exclusief bevoegd teeltmateriaal van het ras voort te brengen, te vermeerderen en te verhandelen. Hij kan het recht laten registreren in het Nederlandse Rassenregister bij de Raad voor plantenrassen. Het kwekersrecht biedt het ras 25 jaar bescherming.

Naar boven

5.8.2 Unie kwekersrecht

Sinds 1995 bestaat er een unie kwekersrecht. Op basis van verordening 2100/94 is het Communautair Bureau voor Plantenrassen (CPVO) bevoegd dit recht te verlenen. Deze unie regeling bestaat naast de nationale regelingen en maakt het mogelijk kwekersrechten toe te kennen die in de hele EU geldig zijn. De structuur van het rechtssysteem en de handhaving is gelijk aan die van de verordening voor de Uniemerken.

Om voor een unie kwekersrecht in aanmerking te komen, moet het betrokken ras zich duidelijk onderscheiden van elk ander ras dat algemeen bekend is op het moment van de aanvraag van het kwekersrecht (onderscheidbaarheid). Daarnaast moeten de essentiële eigenschappen van het ras voldoende homogeen en bestendig zijn (homogeniteit en bestendigheid). Deze vereisten noemt men ook wel de DUS-vereisten (Distinctness, Uniformity en Stability). Tot slot moet het ras nieuw zijn (nieuwheid) en moet het ras een naam krijgen (rasnaam). In het rassenregister zijn alle ingediende aanvragen en ingeschreven rassen opgenomen voor toelating en kwekersrechtverlening in Nederland. Informatie over eventueel geldige Europese kwekersrechten vindt u op de website van het CPVO.

Naar boven

5.8.3 Controlebeleid Douane

Controles door de Douane op mogelijke schendingen van het Kwekersrecht worden uitsluitend uitgevoerd als de rechthebbende een verzoek om optreden door de Douane heeft ingediend.

Naar boven

5.8.4 Inbreuk is strafbaar

Inbreuk op het kwekersrecht is strafbaar gesteld in de Wet op de economische delicten (Wed). Daarbij gaat het specifiek om de overtreding van artikel 40 Zaaizaad en Plantgoedwet en artikel 13, lid 2, etc. Verordening 2100/94. De bevoegde opsporingsdienst is de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Naar boven

5.9 Geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen

Vaak staan op de etiketten van levensmiddelen geografische aanduidingen vermeld. Te denken valt bijvoorbeeld aan Noord-Hollandse Edammer, Gouda kaas, Prosciutto di Parma, Jambon d’Ardenne en Tiroler Speck.

Naar boven

5.9.1 Unie niveau

Producenten kunnen alleen een gevarieerd scala aan kwalitatief hoogwaardige producten blijven produceren als zij een eerlijke beloning voor hun inspanningen ontvangen. Dit impliceert dat zij in staat moeten zijn de kenmerken van hun producten onder eerlijke concurrentievoorwaarden kenbaar te maken aan kopers en consumenten. Tevens vereist dit dat zij hun producten herkenbaar op de markt moeten kunnen afzetten. Op EU-niveau zijn maatregelen genomen om landbouwproducten en levensmiddelen productkenmerken kenbaar te maken aan afnemers en consumenten kenbaar maken. Deze maatregelen garanderen:

  • eerlijke concurrentie voor landbouwers en producenten van landbouwproducten en levensmiddelen met waard-toevoegende kenmerken en eigenschappen;

  • beschikbaarheid van betrouwbare consumenteninformatie over dergelijke producten;

  • eerbiediging van IE-rechten, en

  • integriteit van de interne markt.

Om in aanmerking te komen voor bescherming op het grondgebied van lidstaten, hoeven oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen alleen op unie niveau te worden geregistreerd. De bescherming is eveneens beschikbaar voor oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen van derde landen die aan de desbetreffende criteria voldoen en die bescherming genieten in hun land van oorsprong.

De bevordering van traditionele producten met specifieke kenmerken is belangrijk voor het platteland, met name voor probleemgebieden of afgelegen gebieden. Hierdoor wordt het inkomen van de landbouwers verbeterd en wordt voorkomen dat de bevolking uit die gebieden wegtrekt. Ook zijn steeds meer consumenten geneigd voor hun eten en drinken meer belang aan kwaliteit dan aan kwantiteit te hechten. De vraag naar specifieke producten leidt onder meer tot een vraag naar landbouwproducten of levensmiddelen waarvan de geografische oorsprong vaststaat. Gezien de verscheidenheid van de producten in de handel en de overvloedige informatie die erover wordt verstrekt, moet de consument, om zijn keuze beter te kunnen bepalen, over de oorsprong van het product duidelijk en bondig worden geïnformeerd.

Voor beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen zijn bepalingen voor etikettering vastgesteld, die producenten ertoe verplichten op de verpakking de juiste Uniesymbolen of vermeldingen te gebruiken. In het geval van Unienamen is het gebruik van die symbolen en vermeldingen verplicht. Enerzijds om de consument vertrouwd te maken met deze categorie producten en de daaraan verbonden waarborgen en anderzijds om de herkenbaarheid van deze producten op de markt te vergroten en daardoor controles te vergemakkelijken. De EU heeft daarom een systeem in het leven geroepen voor de bescherming van landbouwproducten en levensmiddelen en wijn. Dit systeem biedt een beschermingsmogelijkheid voor:

  • oorsprongsbenamingen

  • geografische aanduidingen

  • traditionele specialiteiten van landbouwproducten, levensmiddelen en wijn

Naar boven

5.9.2 Nationaal niveau

Op nationaal niveau is de registratie uitgewerkt in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007. De registraties kunnen worden aangevraagd via het Ministerie van Economische Zaken. Zij draagt de registraties over aan de EU-Commissie waarna deze worden gepubliceerd in het EU Publicatieblad.

Levensmiddelen en landbouwproducten

Een beschermde geografische aanduiding of oorsprongsbenaming van landbouwproducten en levensmiddelen overeenkomstig verordening 1151/2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen. Verordening 1151/2012 beschermt de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen. Dat gebeurt door middel van een registratieprocedure. De registratie zorgt ervoor dat de aanduiding beschermd is tegen misbruik ervan. Er is sprake van misbruik wanneer het product gemaakt wordt door producenten die niet in het geografische gebied gevestigd zijn of wanneer de producten niet aan de gestelde eisen voldoen.

Wijn

Een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding van wijn overeenkomstig verordening 1308/2013 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten.

Gearomatiseerde dranken op basis van wijnproducten

Een geografische aanduiding van gearomatiseerde dranken op basis van wijnproducten overeenkomstig verordening 251/2014 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwproducten.

Gedistilleerde dranken

Een geografische aanduiding van gedistilleerde dranken overeenkomstig verordening 110/2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken.

Naar boven

5.9.3 Label BOB en BGA

Aan producten kan een Beschermde Oorsprongsbenaming (BOB) of een Beschermde Geografische Aanduiding (BGA) worden toegekend. Daarvoor moeten de producten aan bepaalde eisen voldoen. Alleen producten die aan alle eisen voldoen komen in aanmerking voor het betreffende label.

Naar boven

5.9.4 Beschermde oorsprongsbenaming

De Beschermde Oorsprongsbenaming (BOB) (Protected Designation of Origin (PDO)) wordt verleend aan producten waarvan de productie, verwerking en bereiding plaatsvindt binnen een bepaald geografisch gebied en volgens een erkende en gecontroleerde werkwijze. Oorsprongsbenamingen beschermen het gebruik van de naam van een streek of plaats voor de producten die uit deze streek komen. Daarbij gaat het om producten waarvan de kwaliteit of kenmerken hoofdzakelijk zijn toe te schrijven aan het geografische milieu. Zowel de natuurlijke als de menselijke factoren van dit geografische milieu spelen daarbij een rol.

Naar boven

5.9.5 Beschermde geografische aanduiding

De Beschermde Geografische Aanduiding (BGA) (Protected Geographical Indication (PGI)) wordt verleend aan producten waarvan minimaal een van de productie-, verwerkings- of bereidingsstadia toegeschreven kan worden aan de geografische oorsprong. Verder dient het product een bepaalde faam te genieten binnen een afgebakend geografisch gebied.

De BOB gaat een stap verder dan de BGA. Producten moeten geproduceerd, verwerkt en bereid worden binnen een bepaald gebied volgens een erkende en gecontroleerde werkwijze. Onderhand zijn er meer dan 1000 producten beschermd vanwege hun oorsprong, samenstelling of traditionele productiemethode.

Voorbeelden buiten Nederland zijn Parmaham, Fetakaas, Kip en Hoen uit Spanje (Prat), gevogelte uit de regio Loué en Bresse (Frankrijk). Uit Nederland zijn bijvoorbeeld Noord-Hollandse Gouda en Edammer, Boeren Leidse kaas beschermd.

Een voorbeeld van een BGA is de Westlandse druif en Gouda en Edam Holland. Alleen in het Westland geteelde druiven mogen deze naam dragen, net zoals de beide genoemde kazen. Danablu is een voorbeeld uit Denemarken.

Naar boven

5.9.6 Databanken

Meer informatie over BGA en BOB vindt u op de website van de EU.

De database met registratie van de BOB en BGA levensmiddelen vindt u hier.

De database met registraties van BOB en BGA voor wijn vindt u hier.

Naar boven

5.9.7 Controlebeleid Douane

Controles door de Douane op mogelijke schendingen worden uitsluitend uitgevoerd als de rechthebbende een verzoek om optreden door de Douane heeft ingediend.

Naar boven

5.10 Topografie van halfgeleiderproducten.

5.10.1 Nationaal niveau

Een halfgeleiderproduct (een chip of geïntegreerde schakelingen) is een elektronische schakeling op een drager van halfgeleidermateriaal geprogrammeerd om een bepaalde functie uit te voeren. Het betreft het essentiële bestandsdeel van elk elektronisch toestel. Het is een dergelijke chip die de functionaliteit van het toestel regelt. Een dergelijke schakeling is opgebouwd uit een aantal bouwstenen zoals transistors, weerstanden, condensatoren etc. De functie van het halfgeleiderproduct volgt uit de lay-out van de elektronische schakeling: de plaatsing van de bouwstenen en hun onderlinge verbindingen bepalen wat de functie van het halfgeleiderproduct zal zijn. Voor een bepaald product bestaat er vaak enige vrijheid in het ontwerpen van de lay-out van de chip. Daardoor is de lay-out vaak uniek.

Halfgeleiders worden ook wel (geheugen-)chips, halfgeleiderproducten of microprocessors genoemd. Deze worden gebruikt in bijvoorbeeld rekenmachines, huishoudelijke apparaten, audio- en videoapparatuur, medische apparaten en industriële machines. De bescherming van de unieke lay-out van een halfgeleider-product is in Nederland vastgelegd in de Wet bescherming oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderproducten.

De uitvoering van deze wet is belegd bij het Octrooicentrum Nederland. Hier vraagt men het Nederlandse chipsrecht aan. Het “recht ontstaat door een depot: het indienen van een aanvraag met de gegevens van de unieke lay-out. Een depot biedt bescherming voor:

  • tien jaar, te rekenen na depot of eerste gebruik, waarbij de vroegste datum geldt

  • vijftien jaar, na schepping van de topografie als er nog geen depot of eerste gebruik is geweest

Naar boven

5.10.2 Controlebeleid Douane

Controles door de Douane op mogelijke schendingen worden uitsluitend uitgevoerd als de rechthebbende een verzoek om optreden door de Douane heeft ingediend.

Naar boven

5.10.3 Inbreuk is strafbaar

In het algemeen verbiedt de halfgeleiderwetgeving het importeren, verkopen, of anderszins commercieel distribueren van een beschermde halfgeleidertopografie. De bescherming loopt in principe gedurende 10 jaar vanaf de eerste commerciële exploitatie van de topografie of tien jaar vanaf de aanvraag tot registratie (waar ook ter wereld). Het opzettelijk inbreuk maken op het uitsluitend recht op een topografie is een misdrijf en strafbaar (Wet bescherming oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderproducten, artikel 24).

Naar boven

5.11 Gebruiksmodelbescherming

Een gebruiksmodel is een door de overheid verleend uitsluitend recht met betrekking tot een technisch product. Bescherming voor een gebruiksmodel wordt over het algemeen verleend voor technische producten zoals gereedschappen, machines of onderdelen hiervan, en soms ook voor chemische samenstellingen.

Een gebruiksmodel is iets anders dan modelbescherming. Het is ook anders dan een octrooi omdat een gebruiksmodel vaak verleend wordt zonder inhoudelijk technisch onderzoek van de aanvraag. De eisen die aan een gebruiksmodel gesteld worden zijn minder streng dan de eisen die aan octrooien gesteld worden. Zo is het voor een gebruiksmodel vaak voldoende als het model nieuw is, of wordt er geen of een kleine inventiviteits-eis gesteld.

Naar boven

5.11.1 Gebruiksmodelbescherming niet in alle landen

Gebruiksmodelbescherming bestaat niet in alle landen. Gebruiksmodelbescherming is bijvoorbeeld mogelijk in Oostenrijk, China, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Rusland, Zuid-Korea en Taiwan. Gebruiksmodelbescherming is in Nederland niet mogelijk (maar wel een nationaal Nederlands octrooi als het product aan de eisen voldoet voor een octrooiverlening).

Naar boven

5.11.2 Controlebeleid Douane

Controles door de Douane op mogelijke schendingen van het gebruiksmodel wordt uitsluitend uitgevoerd als de rechthebbende een verzoek om optreden door de Douane heeft ingediend.

Naar boven

5.12 Handelsbenaming

Bescherming van de handelsnaam is in Nederland geregeld in de Handelsnaamwet. De Nederlandse Handelsregisterwet verplicht ondernemingen in veel gevallen zich in te schrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, met vermelding van de statutaire naam en de handelsnaam.

De inschrijving van een handelsnaam in het handelsregister schept geen recht op de naam. Het recht ontstaat op het moment dat de handelsnaam rechtmatig wordt gebruikt in het handelsverkeer. Bijvoorbeeld door de handelsnaam te vermelden op briefpapier, facturen, visitekaartjes, bedrijfswagens, in het telefoonboek en in advertenties. De registratie is dus verplicht, maar levert op zichzelf geen rechten op - dat doet het gebruik van de handelsnaam. Aan de handelsnaam worden weinig eisen gesteld. Ook niet-ingeschreven, maar wel gebruikte, handelsnamen genieten bescherming in de Handelsnaamwet. Het recht op een handelsnaam beperkt zich tot Nederland en geldt voor het gebied waarin de naam wordt gebruikt of bekendheid geniet. Dat kan in heel Nederland zijn, maar het kan zich ook beperken tot een provincie of een stad.

Het is verboden om een handelsnaam te gebruiken voor een onderneming welke lijkt op een oudere handelsnaam indien er kans bestaat op verwarring tussen de twee ondernemingen waarbij onder andere rekening gehouden moet worden met de vestigingsplaats.

De mogelijkheid bestaat dat een handelsnaam in strijd is met het recht van een ander op een merk. De Handelsnaamwet verbiedt een handelsnaam te voeren die geheel overeenstemt met of slechts in geringe mate afwijkt van een reeds bestaand merk. Het gebruik van een handelsnaam die veel lijkt op / overeenkomt met een merk, is alleen verboden als daardoor kans op verwarring ontstaat (Handelsnaamwet, artikel 5). Centraal in het handelsnaamrecht staat het tegengaan van verwarring bij het publiek. De mate van gelijkenis wordt gezien als een van de factoren die het verwarringsgevaar bepalen. Andere factoren zijn de plaats van vestiging en aard van de onderneming.

Naar boven

5.12.1 Beperkingen handelsnaambescherming:

  • een handelsnaambescherming geldt lokaal/nationaal

  • een logo is geen naam en dus niet als handelsnaam beschermd

  • de Handelsnaamwet is niet van toepassing op producten (een ander kan dus de bedrijfsnaam gebruiken op goederen).

Wanneer een handelsnaam wordt gevoerd in strijd met de Handelsnaamwet kan een belanghebbende op grond van een onrechtmatige daad een vordering bij de rechter indienen met het verzoek, degene die de verboden handelsnaam voert dit te beëindigen.

Naar boven

5.12.2 Controlebeleid Douane

Controles door de Douane op mogelijke schendingen van het Handelsnaamrecht wordt uitsluitend uitgevoerd als de rechthebbende een verzoek om optreden door de Douane heeft ingediend.

Naar boven

5.12.3 Inbreuk is strafbaar

Het voeren van een handelsnaam in strijd met de Handelsnaamwet is een overtreding en wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie (Handelsnaamwet, artikel 7). Daarnaast het strafbaar om opzettelijk waren, die zelf of op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft, of waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst, in, door- en uit te voeren voert (artikel 337 WvSr).

Naar boven

5.13 Uniecertificeringsmerk

De Verordening (EU) 2017/1001 is in werking getreden op 1 oktober 2017. In deze Verordening wordt een nieuw intellectueel eigendomsrecht geïntroduceerd: het Uniecertificeringsmerk.

Het uniecertificeringsmerk wordt door een certificeringsinstantie – of organisatie – afgegeven aan een natuurlijk of rechtspersoon die voldoet aan de vereisten voor certificering en deze natuurlijk of rechtspersoon kan hiermee aangeven dat zijn goederen of diensten voldoen aan bepaalde vereisten.

Deze certificering kan betrekking hebben op het materiaal, de wijze van vervaardiging van waren of het verrichting van diensten, kwaliteit, nauwkeurigheid of een ander kenmerk (artikel 83 lid 1 Vo. 2017/1001). Hiermee kunnen deze gecertificeerde waren of diensten worden onderscheiden van waren en diensten die niet als zodanig zijn gecertificeerd. Geografische herkomst is geen grond voor een Uniecertificeringsmerk.

Op 1 oktober 20127 is het Uniecertificeringsmerk onderdeel van het EU intellectuele eigendomsrecht geworden. Daarmee valt het Uniecertificeringsmerk per 1 oktober 2017 onder het toepassingsgebied van de Verordening.

Hierdoor zijn de in artikel 3 Vo. 608/2013 genoemde personen of entiteiten gerechtigd om een verzoek tot optreden zoals bedoeld in artikel 6 en een verzoek ex officio (EO) zoals bedoeld in artikel 18 Vo. 608/2013 in te dienen bij de Douane, Team IER.

Voorbeeld

Omdat dit een nieuw IE recht is, heeft Nederland vragen gesteld aan de Commissie om met voorbeelden en nadere uitleg te komen.

Als voorbeeld is door de Commissie het Wolmerk genoemd.

Op de site van de EUIPO is nog nadere informatie te vinden

Naar boven

5.13.1 Controlebeleid Douane

Controles door de Douane op mogelijke schendingen van het Uniecertificeringsmerk worden uitsluitend uitgevoerd als de rechthebbende een verzoek om optreden door de Douane heeft ingediend.

Naar boven

5.13.2 Inbreuk is strafbaar

Inbreuk op het uniecertificeringsmerk is strafbaar (artikel 337 WvSr). Een inbreuk op het uniecertificeringsmerk is echter niet strafbaar wanneer deze inbreuk betrekking heeft “op het in voorraad hebben van enkele stuks voor eigen gebruik”.

Naar boven