Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten

13 Aanvullende informatie

13.1 Kosten

Voor sommige ambtelijke werkzaamheden die de Douane verricht, worden aan belanghebbende kosten in rekening gebracht. Dit betreft met name kosten voor werkzaamheden die voor belanghebbende een toerekenbaar profijt inhouden of ingeval er dwingende redenen zijn om de kosten op grond van unie wetgeving door te berekenen. In het Handboek Douane, onderdeel 5.50.00 vindt u in welke gevallen kosten kunnen worden geheven en hoe dit moet gebeuren. Ook vindt u daar bepalingen over het tarief en de berekening van de kosten.

De kosten die gemaakt worden om een douanecontrole mogelijk te maken, zijn voor rekening van de aangever. Deze is verplicht medewerking te verlenen bij de fysieke controle wanneer de Douane dat noodzakelijk vindt. De kosten van de uitvoering van zijn plichten moet de aangever zelf dragen (o.a. artikel 189 lid 2 en 3 DWU).

Geen kosten toepassen verordening in Nederland

De kosten in verband met het toezicht van de Douane betreffende inbreukmakende goederen zijn voor rekening van de houder van het besluit (artikel 29). Het is de verantwoordelijkheid van de houder van het besluit om de eventuele kosten op de inbreukmaker te verhalen.

In Nederland is besloten dat de Douane (vooralsnog) geen kosten in rekening brengt voor het toepassen van de procedures uit de verordening.

Naar boven

13.2 Aansprakelijkheid en schadevergoeding

Als een verzoek om optreden wordt ingewilligd en de vermoedelijk inbreukmakende goederen niet als zodanig worden herkend en worden vrijgegeven, heeft de houder van het besluit geen recht op een schadeloosstelling, tenzij in nationale wetgeving anders is bepaald (artikel 27). Ook de uitoefening van de in de verordening verleende bevoegdheden om vermoedelijke inbreuken op een IE-recht te bestrijden, kan tot gevolg hebben dat de Douane aansprakelijk wordt gesteld voor geleden schade.

De aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van handelen van de Douane, wordt beheerst door de regels van het bestuursrecht en het civiele recht. Voor vergoeding van de schade bestaat slechts aanleiding als de schade het gevolg is van een onrechtmatige daad die aan de Douane kan worden toegerekend. Of hiervan sprake is zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld.

In het Voorschrift schadevergoeding (Handboek Douane, onderdeel 53.00.00) is geregeld hoe met een verzoek tot schadevergoeding moet worden omgegaan en welke medewerker dit beoordeelt.

Een verzoek om schadevergoeding is gericht tot de Staat. Daarom is de Staatssecretaris van Financiën in eerste instantie bevoegd een verzoek om schadevergoeding af te handelen. Deze werkzaamheden zijn voor het belangrijkste deel echter overgedragen aan de directeuren van de douanekantoren. Deze hebben bepaalde medewerkers aangewezen om verzoeken voor schadevergoeding te behandelen. Een ingediend verzoek tot vergoeding van de geleden schade als gevolg van het optreden door de Douane, wordt onmiddellijk ter beschikking gesteld aan deze aangewezen medewerker.

Naar boven

13.3 Ontstaan douaneschuld

Er zijn verschillende situaties mogelijk waarbij rekening moet worden gehouden met een douaneschuld. Deze ontstaat als goederen in het vrije verkeer worden gebracht. De verantwoordelijkheid voor een mogelijke douaneschuld ligt bij de aangever of de houder van de douanegoederen.

Naar boven

13.3.1 Douaneschuld teniet bij inbeslagname

De douaneschuld gaat teniet als de goederen strafrechtelijk in beslag worden genomen en direct, dan wel naderhand worden verbeurdverklaard (artikel 124 DWU). De verbeurdverklaring wordt door de rechter vastgesteld en niet op het moment van inbeslagname.

De goederen worden, nadat zij strafrechtelijk in beslag zijn genomen, geacht onder het stelsel van douane-entrepots te zijn geplaatst. De Douane schort de betalingsverplichtingen op. Om dat te kunnen beëindigen, moet worden vastgesteld dat de goederen hun douanebestemming hebben gevolgd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het OM het beslag opheft (Handboek Douane, onderdeel 28.00.00).

Naar boven

13.3.2 Douaneschuld en vernietiging

De douaneschuld gaat ook teniet als de goederen worden vernietigd (artikel 124 DWU). De douaneschuld is dan tenietgegaan (Handboek Douane, onderdeel 30.00.00). Wel kan sprake zijn van resten en afvallen die in het vrije verkeer worden gebracht en waarvoor douanerechten verschuldigd kunnen zijn.

Naar boven

13.4 Geen registraties in DFB

Bevindingen inzake vermoedelijke inbreukmakende goederen worden niet meer in DFB vastgelegd.

Alle vermoedelijke inbreuken op een IE-recht worden op grond van de procedures uit de verordening afgedaan, en alleen vastgelegd in ZGR.

DFB wordt nog wel gebruikt voor de registratie van die gevallen waarbij sprake is van vermoedelijk inbreukmakende goederen en welke strafrechtelijk worden afgehandeld.

Naar boven

13.5 Opslag en vervoer vermoedelijk inbreukmakende goederen

Het is toegestaan dat vermoedelijk inbreukmakende goederen, onder de douaneregeling douanevervoer en het stelsel van douane-entrepots te plaatsen. De goederen kunnen zo – bijvoorbeeld uit kostenoverwegingen - naar een andere opslaglocatie worden overgebracht.

Het toestaan van opslag op een andere locatie is dan afhankelijk van toestemming van de houder van het besluit. Deze moet op de hoogte worden gebracht van de nieuwe opslaglocatie. Hiervoor draagt Team IER zorg.

Tijdelijke opheffing opschorting of vasthouding

De aangever moet een verzoek indienen om de opschorting van vrijgave van de goederen of de vasthouding, tijdelijk op te heffen ten behoeve van het vervoer. Dit doet hij door middel van een aangifte voor het douanevervoer en plaatsing in entrepot.

Naar boven

13.5.1 Verzoek bij conservatoir beslag

Als conservatoir beslag is gelegd, kunnen de goederen alleen worden verplaatst met toestemming van de beslaglegger (de houder van het besluit of namens hem de gerechtsdeurwaarder). Team IER neemt daarvoor contact op met houder van het besluit. Als deze akkoord is, werkt u de aangifte af.

Wanneer blijkt dat de goederen moeten worden uit gesorteerd, moet de aangever hiertoe een schriftelijk verzoek bij het douanekantoor indienen (Handboek Douane, onderdeel 15.00.00). Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer niet alle goederen in de zending inbreuk makend zijn voor de houder van het besluit die het beslag heeft gelegd. Ook kunnen er andere houders of betrokkenen zijn. Bij het uitsorteren zal wellicht de gerechtsdeurwaarder of de houder van het besluit aanwezig zijn. De Douane is hierbij slechts aanwezig voor zover dat voor de uitoefening van het douanetoezicht noodzakelijk is.

Naar boven

13.5.2 Procedure

Bij vervoer en opslag van goederen is er sprake van een ‘kantoor van vertrek’ en een ‘controlekantoor’. Het controlekantoor is het douanekantoor in het ambtsgebied waar het entrepot is gevestigd of waar de hoofdadministratie van het entrepot wordt bijgehouden.

Het controlekantoor is belast met toezicht over de goederen die zich in het entrepot bevinden en over goederen die daarin worden ingeslagen dan wel uitgeslagen

Werkzaamheden

Kantoor van vertrek

  1. Controleer de rechtmatigheid van het verzoek: wie mag de aangifte doen en is toestemming noodzakelijk van de houder van het besluit?

  2. Stel de aangever van de goederen schriftelijk in kennis van de tijdelijke opheffing van de vasthouding/opschorting.

  3. Neem – indien noodzakelijk – identificatiemaatregelen zoals verzegeling.

  4. Breng het controlekantoor schriftelijk op de hoogte dat er een meldingsplicht bij aankomst moet worden opgelegd. Ook bericht u dat de vasthouding/opschorting van de goederen weer effectief moet worden.

  5. Breng Team IER en de vraagbaak IER schriftelijk (per mail) op de hoogte van de nieuwe opslaglocatie.

Controlekantoor

  1. Het controlekantoor legt een meldingsplicht op aan de entreposeur bij aankomst van de goederen.

  2. De opschorting van vrijgave, dan wel vasthouding van de goederen wordt weer effectief bij opslag in het entrepot. Dit gebeurt via een schriftelijke kennisgeving van het controlekantoor aan de entreposeur. Aan de goederen kan nu geen andere douanebestemming worden gegeven.

Naar boven

13.6 Vernietiging

13.6.1 Kosten vernietiging

Het vernietigen van de goederen brengt geen kosten voor de schatkist met zich mee. De belanghebbende is hiervoor kosten verschuldigd. De belanghebbende is de verzoeker tot vernietiging. Als een belanghebbende goederen wil vernietigen, moet hij daarvan schriftelijk mededeling doen aan de inspecteur. Op grond van de mededeling houdt de Douane toezicht op de vernietiging. Voor de schriftelijke mededeling wordt gebruik gemaakt van Mededeling Vernietiging douane-, accijns- en/of verbruiksbelastinggoederen.

Voor de ambtelijke werkzaamheden die verband houden met de vernietiging van niet-unie goederen, zijn kosten verschuldigd. Deze kosten zijn verschuldigd wanneer douaneambtenaren werkzaamheden verrichten die voortvloeien uit het vernietigen (of op andere wijze onbruikbaar maken) van goederen (Handboek Douane, onderdeel 5.50.00).

De douane kan, indien de omstandigheden dit vereisen, bij hen aangebrachte goederen zelf doen vernietigen. Wanneer dit zich voordoet komen de aan de vernietiging verbonden kosten (voor ambtelijke verrichtingen en de vernietiging zelf) ten laste van de persoon die de goederen heeft aangebracht (artikel 197 DWU). Deze bepaling waarbij de Douane zelf vernietigd, moet niet worden verward met het hier genoemde verzoek van een belanghebbende om onder douanetoezicht staande goederen te (laten) vernietigen (het aan de goederen geven van de douanebestemming vernietiging, artikel 5 DWU). Dit kan vermoedelijk inbreukmakende (niet-unie) goederen betreffen die vernietigd moeten worden Voor zover deze vernietiging plaatsvindt in opdracht en voor rekening van belanghebbende zijn hieraan van douanezijde geen verdere kosten (voor ambtelijke verrichtingen) verbonden. Ook niet indien de douaneautoriteiten besluiten om de vernietiging te laten plaatsvinden onder ambtelijk toezicht.

Volgens de douaneprocedure draagt de persoon die het verzoek om vernietiging doet de kosten. Aan de verzoeker worden dan ook de kosten in rekening gebracht. Is de verzoeker niet dezelfde persoon als de houder, dan zal hij zelf de houder moeten aanspreken de kosten aan hem te vergoeden. De Douane staat hierbuiten.

Let op!

In het proces reizigers en bij post- en koerierzendingen draagt de Douane zorg voor de vernietiging.

Mededeling Vernietiging douane-, accijns- en/of verbruiksbelastinggoederen

Als een belanghebbende goederen wil vernietigen, moet hij daarvan schriftelijk mededeling doen aan de inspecteur. Op grond van de mededeling houdt de Douane toezicht op de vernietiging. Voor de schriftelijke mededeling wordt gebruik gemaakt van Mededeling Vernietiging douane-, accijns- en/of verbruiksbelastinggoederen. De mededeling wordt:

  • tijdig (minimaal 24 uur) voor de geplande vernietiging) gedaan

  • in drievoud ingediend bij de inspecteur die bevoegd is om het toezicht op de vernietiging uit te oefenen

  • door de belanghebbende ondertekend (hij kan zich laten vertegenwoordigen).

Een exemplaar is voor de Douane en twee exemplaren zijn voor de belanghebbende. De belanghebbende zorgt er voor dat de twee exemplaren de goederen begeleiden naar de plaats van vernietiging.

Met belanghebbende wordt de houder / eigenaar of de opslaghouder van de goederen bedoeld. De belanghebbende moet de feitelijke en juridische beschikkingsmacht (al dan niet krachtens volmacht) hebben over de te vernietigen goederen. Er kan om een volmacht gevraagd worden. De houder van het besluit wordt gelijkgesteld hiermee en dus ook als belanghebbende gezien.(Handboek Douane, onderdeel 22.00.00, paragraaf 3.3).

Wat is vernietigen?

De douanewetgeving kent geen begripsbepaling waarin wordt aangegeven wat precies onder vernietiging wordt verstaan, op welke wijze het moet gebeuren, of waar dit moet plaatsvinden. De verordening geeft evenmin een definitie van vernietigen.

Bij de toepassing van de douanewetgeving is er sprake van vernietiging als goederen onbruikbaar worden gemaakt voor het doel waarvoor deze waren gemaakt. Het mag hierbij niet meer mogelijk zijn om de goederen terug te brengen in de oorspronkelijke staat. Vanuit de verordening gelden ook eisen wanneer de rechter uitspraak doet in een civielrechtelijke procedure.

Wanneer de Douane toestemming heeft verleend op het formulier ‘Mededeling Vernietiging douane-, accijns- en/of Verbruiksbelastinggoederen’, kan de vernietiging (onder ambtelijk toezicht) plaatsvinden. Als de vernietiging niet gebeurt op de plaats waar de goederen zijn opgeslagen, vindt uitslag en vervoer plaats naar de locatie waar zij zullen worden vernietigd (artikel 25, lid 2). Dit gebeurt op vertoon van de verleende toestemming tot vernietiging ( Handboek Douane, onderdeel 22.00.00, paragraaf 3.2). Als de vernietiging niet kan gebeuren op de plaats waar de goederen zijn opgeslagen, vinden de feitelijke uitslag en het vervoer van de goederen naar de plaats waar zij zullen worden vernietigd plaats op vertoon en onder geleide van de geviseerde mededeling. Zo nodig wordt een identificatiemaatregel genomen.

Naar boven

13.6.2 Resten en afvallen (recyclen)

Wanneer goederen worden vernietigd, zijn er twee mogelijkheden:

  1. Er blijven geen goederen over na de vernietiging. De procedure vernietigen is in die situatie beëindigd.

  2. Er blijven nog producten over: resten en afvallen. Deze resten en afvallen (bijvoorbeeld verschredderde stukken kleding) moeten een douanebestemming krijgen.

Op het formulier zijn beide mogelijkheden aangegeven. Daarop is vermeld dat het afvalproduct (resten en afvallen) bestemd is voor recycling en wat de waarde van het afvalproduct is. Degene die het verzoek indient is verantwoordelijk voor het doen van douaneaangifte om deze resten en afvallen in het vrije verkeer te brengen. Daarbij kunnen douanerechten zijn verschuldigd.

Naar boven