Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

30.05.00 Intellectuele eigendomsrechten

9 Douaneoptreden zonder verzoek (ambtshalve optreden)

De Douane kan ook optreden voordat de houder van een IE-recht een verzoek heeft ingediend (artikel 18). De douanecontrole levert in dit geval voldoende aanwijzingen op dat de goederen vermoedelijk inbreuk maken op bepaalde IE-rechten. Als de Douane vermoedelijk inbreukmakende goederen aantreft die niet onder een besluit tot toewijzing van een verzoek vallen, kan de Douane ook de vrijgave van deze goederen schorsen of de goederen vasthouden. Dit noemen we “ambtshalve optreden van de Douane”.

Naar boven

9.1 Geen ambtshalve optreden voor bederfelijke goederen

Deze procedure kan niet worden gebruikt voor bederfelijke goederen (artikel 18, lid 1). Voor het optreden van de Douane bij het aantreffen van vermoedelijke inbreukmakende bederfelijke goederen, moet altijd eerst een verzoek zijn ingediend

Naar boven

9.2 Opschorting vrijgave of vasthouding begint met kennisgeving Team IER

De Douane geeft de goederen niet vrij en zet de controle voort. Er wordt in deze fase nog geen besluit genomen inzake opschorting of vrijgave. Bij de toepassing van de verordening doet de Douane dit op een later moment door de kennisgeving van Team IER. Team IER is de autoriteit die in het kader van een vermoedelijke inbreuk op een IE-recht het besluit neemt voor de opschorting op grond van de verordening. Team IER schrijft de rechthebbende en de aangever of houder van de goederen aan waarbij formeel de opschorting van de vrijgave start. De periode daarvoor is een douanecontrole.

Wat is de totale termijn in ambtshalve procedure?

Met de verschillende genoemde termijnen lijkt het dat in de ambtshalve procedure de termijn langer is dan de 10 werkdagentermijn in de procedure waar wel een verzoek om douaneoptreden is gedaan en toegekend. Het is niet de bedoeling dat de termijn voor een ambtshalve procedure langer is dan de termijn voor de procedure waarbij wel een verzoek is ingediend. Daar is ook geen rechtvaardiging voor. De rechthebbende kan namelijk op elk moment een verzoek om douaneoptreden indienen. Dat is ook wenselijk omdat daarmee de Douane eventueel informatie verkrijgt om de detectie te vergemakkelijken. Uit de verordening blijkt niet dat de ambtshalve procedure langer kan duren dan de normale procedure.

De termijn van 4 werkdagen voor het indienen van het verzoek en 2 dagen voor de beslissing door Team IER, betekent dus niet dat in de ambtshalve procedure de termijn 16 werkdagen bedraagt omdat de 10 werkdagentermijn pas ingaat na ontvangst van en de beslissing op het verzoek. Alle vereiste handelingen moeten binnen de termijn van 10 werkdagen plaatsvinden.

De rechthebbende kan vanaf het moment dat hij van Team IER een kennisgeving heeft ontvangen immers beoordelen of hij een verzoek zal indienen en of hij voornemens is ook de gehele procedure volgen na toekenning van het verzoek. Er is geen noodzaak voor een extra termijn. Er geldt slechts een nadere voorwaarde dat hij binnen 4 werkdagen het verzoek indient (en waarvoor geen verlenging geldt).

Stap 4 en verder: gelijk aan procedure met verzoek

Gelijktijdig met het verzoek kan de rechthebbende ook aangegeven of hij aan de voorwaarden van de normale procedure wenst te voldoen. Het is dus efficiënt om de rechthebbende meteen volledig hierover in te lichten zodat hij meteen aan Team IER kan aangegeven dat hij van oordeel is dat de goederen inbreuk maken op zijn IE-recht én dat hij instemt met de vernietiging. Hij hoeft dat niet te doen, het is aan de rechthebbende om dat moment (binnen de 10 werkdagentermijn) te bepalen. De houder van het besluit heeft dus –als hij wacht totdat Team IER een positieve beschikking heeft afgegeven- nog 4 werkdagen over om te voldoen aan de voorwaarden voor de verder procedure.

De verdere stappen voor een ambtshalve procedure zijn gelijk aan de normale procedure waarbij een besluit tot douaneoptreden voorhanden is.

Naar boven

9.3 Schematisch overzicht ambtshalve procedure

Fysieke controle van de goederen

Verordening

Na de constatering in de fysieke controle brengt de vraagbaak IER binnen 2 werkdagen de gegevens in in ZGR.

 

Na ontvangst van gegevens, moet Team IER binnen 1 werkdag rechthebbende achterhalen (en overige beoordelingen doen zoals FIOD inschakelen en kwaliteit melding beoordelen).

Artikel 18 lid 4 sub a

Wordt binnen 1 werkdag na ontvangst van de melding geen rechthebbende getraceerd voor het indienen van een verzoek, dan worden de goederen vrijgegeven.

Artikel 18 lid 4 sub a

Wordt binnen 1 werkdag na ontvangst van de melding de rechthebbende getraceerd voor het indienen van een verzoek, dan wordt door Team IER de kennisgeving van een besluit tot opschorting van de vrijgave of vasthouding van de goederen genomen en verzonden naar de:

  • rechthebbende

  • aangever of houder van de goederen

Artikel 18 lid 3

De termijn van 4 werkdagen voor indienen van het verzoek start met de kennisgeving (dagtekening) aan de rechthebbende. De termijn wordt niet verlengd. Met deze kennisgeving start ook de algemene 10 werkdagentermijn.

Artikel 5 lid 3

Als geen verzoek binnen de 4 werkdagentermijn wordt ingediend, worden de goederen vrijgegeven.

Artikel 18 lid 4

Team IER besluit binnen 2 werkdagen na ontvangst van het verzoek tot een toewijzing of afwijzing.

Artikel 10 lid 2

Bij afwijzing verzoek stopt procedure en worden goederen meteen vrijgegeven.

Artikel 18 lid 4 sub b

Bij toewijzing verzoek wordt normale procedure vervolgd. De 10 werkdagentermijn is gestart met de kennisgeving en loopt door. De houder van het besluit (hij heeft nu een besluit dus noemen we hem geen rechthebbende meer) zal moeten voldoen aan voorwaarden binnen de 10 werkdagentermijn.

Vermoedelijk inbreukmakende goederen kunnen worden vernietigd wanneer de Douane binnen 10 werkdagen na de dagtekening van de kennisgeving schriftelijk in kennis is gesteld (artikel 23). De reactie aan Team IER kan zijn dat:

  1. de houder van het besluit aangeeft dat er sprake is van een inbreuk op een IE-recht én zijn instemming geeft met de vernietiging van de goederen

  2. de aangever of de houder van de goederen

    1. zijn instemming geeft met de vernietiging van de goederen of

    2. geen reactie binnen de termijn geeft of

    3. bezwaar maakt tegen de vernietiging

Artikel 23

Naar boven

9.4 Stap 1 en 2: gelijk aan verzoekprocedure

Stap 1 en stap 2 zijn gelijk aan de procedure wanneer wel een verzoek voor douaneoptreden is ingediend

Ook bij het ambtshalve optreden wordt door de vraagbaak IER in ZGR de bevinding onderbouwd en aangemeld bij Team IER. Team IER beoordeelt de melding en moet vervolgens de rechthebbende achterhalen zodat dat deze een verzoek om douaneoptreden kan indienen.

Net als in het geval wel een verzoek is ingediend, kan de Douane alvorens de vrijgave van de vermoedelijk inbreukmakende goederen te schorsen of ze vast te houden, aan iedere persoon of entiteit die mogelijkerwijs gerechtigd is een verzoek in te dienen, vragen om alle relevante informatie te verstrekken (artikel 18, lid 2). In die fase mag door de Douane geen andere informatie worden verstrekt dan het feitelijke of geschatte aantal goederen, de aard daarvan en afbeeldingen. Als Team IER de rechthebbende verzoekt informatie te verschaffen over de bevonden goederen, moet deze binnen 3 werkdagen reageren. Ontvangt Team IER niet binnen 3 werkdagen de gevraagde informatie, dan besluit Team IER of de goederen worden vrijgegeven of de procedure wordt voortgezet.

Naar boven

9.5 Stap 3: informeren rechthebbende

  1. Team IER moet binnen 1 werkdag de rechthebbende achterhalen.

  2. Team IER verzendt binnen deze termijn een kennisgeving aan de rechthebbende met de volgende informatie:

    • omschrijving van de aard van de goederen

    • reden van vermoeden van de inbreuk

    • aanduiding werkelijke of geraamde hoeveelheid van de goederen

    • digitale foto’s

    • informatie over verdere procedure

  3. Team IER licht ook de houder van de goederen of de aangever in over de procedure.

  4. Als binnen 1 werkdag niet lukt om een kennisgeving naar de rechthebbende te zenden, geeft Team IER opdracht voor vrijgave van de goederen.

  5. De rechthebbende moet binnen 4 werkdagen na de kennisgeving een verzoek om optreden door de Douane bij Team IER indienen.

Team IER beoordeelt de melding en moet vervolgens de rechthebbende achterhalen zodat dat deze een verzoek om douaneoptreden kan indienen. Het achterhalen en in kennisstellen van de rechthebbende dient binnen 1 werkdag plaats te vinden.

Als Team IER de rechthebbende binnen 1 werkdag achterhaalt:

  • Wordt de rechthebbende in kennis gesteld dat er goederen zijn aangetroffen die mogelijk inbreuk maken op een IE-recht.

  • Brengt Team IER gelijktijdig ook de aangever of houder van de goederen in kennis dat de procedure is aangevangen.

  • Met deze kennisgeving start de formele opschorting van de vrijgave of vasthouding van de goederen en beginnen de termijnen.

Als Team IER de rechthebbende niet binnen 1 werkdag achterhaalt:

  • Worden de goederen vrijgegeven (artikel 18 lid ).

  • Team IER bericht onmiddellijk na afloop van de termijn de vraagbaak IER daarover. Er behoeft dan ook niet naar de aangever of houder van de goederen een in kennisstelling worden verzonden. De procedure eindigt hier.

Naar boven

9.6 Stap 4: reactie rechthebbende

Rechthebbende dient verzoek in

  1. Als de rechthebbende binnen de 4 werkdagentermijn een verzoek tot optreden van de Douane indient, verloopt de procedure als volgt:

    • Team IER informeert de vraagbaak IER dat een verzoek is ingediend.

    • Team IER beoordeelt dit verzoek binnen 2 werkdagen na ontvangst en neemt een besluit inzake toewijzing of afwijzing van het verzoek.

    • Ingeval van afwijzing van het verzoek, geeft Team IER ook direct opdracht tot vrijgave van de goederen.

  2. De procedure wordt afgehandeld op dezelfde manier als de verzoekprocedure (zie stap 4 en verder).

Rechthebbende dient geen verzoek in

  1. Als rechthebbende binnen de 4 werkdagentermijn geen verzoek indient, geeft Team IER direct opdracht tot vrijgave van de goederen. De procedure is hiermee beëindigd.

  2. Team IER handelt conform de white/blacklist systematiek.

    • Team IER verzoekt de rechthebbende een minimumhoeveelheid op te geven waarbij de Douane in de toekomst een ambtshalve constatering zal doorzetten.

    • Team IER maakt duidelijk dat als de rechthebbende niet aan het verzoek voldoet, de Douane geen controle inspanningen meer zal uitvoeren gericht op het beschermen van zijn IE-rechten (plaatsing op de blacklist).

    • Team IER maakt duidelijk dat dit –omdat dit voor onbepaalde duur is- betekent dat feitelijk voor het IE-recht van deze rechthebbende geen ambtshalve meldingen meer worden gedaan totdat de rechthebbende zelf initiatief neemt voor een verzoek om douaneoptreden in te dienen.

    • Team IER verwerkt het resultaat in ZGR.

Binnen 4 werkdagen na de dagtekening van de kennisgeving van Team IER inzake de opschorting van de vrijgave of de vasthouding van de goederen, moet de rechthebbende een verzoek bij Team IER indienen (artikel 5, lid 3). Dit verzoek kan alleen een nationaal verzoek zijn.

Team IER moet binnen 2 werkdagen na ontvangst van het verzoek, de indiener in kennis stellen van de toewijzing of afwijzing van het verzoek (artikel 9).

  • Een positief besluit over het verzoek brengt Team IER ook ter kennis aan de aangever of houder van de goederen.

  • Een negatief besluit heeft tot gevolg dat Team IER meteen opdracht geeft tot vrijgave van de goederen zodat deze hun weg kunnen vervolgen.

Als Team IER binnen 1 werkdag de rechthebbende achterhaalt, dan wordt naar de aangever of houder van de goederen en de rechthebbende een kennisgeving verzonden. De aangever of houder van de goederen moet dan afwachten wat er gaat gebeuren: wordt wel of geen verzoek ingediend en hoe wordt door Team IER daarop besloten binnen 2 werkdagen. Als negatief wordt besloten zal alleen de rechthebbende in bezwaar gaan.

Geen verplichting om verzoek in te dienen bij ambtshalve optreden

Wanneer de rechthebbende niet binnen de 4 werkdagentermijn reageert of geen verzoek indient, levert dit geen schending van de verplichtingen op omdat dit geen verplichting is (artikel 16).

Geen hersteltermijn voor ambtshalve verzoeken die onvolledig zijn

De verordening kent voor het indienen van een verzoek tot douaneoptreden waarbij het verzoek onvolledig is, een hersteltermijn van 10 werkdagen (artikel 7). Deze hersteltermijn schort de beslistermijn dan op. Deze procedure is echter bestemd voor het geval dat er geen ambtshalve procedure wordt opgestart. De snelheid en korte termijn van de ambtshalve procedure worden gefrustreerd als bij de ambtshalve termijn –door het verzoek om douane optreden niet volledig in te dienen- en daardoor de beslistermijn van 2 werkdagen met 10 werkdagen wordt opgeschort. De verordening kent verder geen specifieke bepalingen hierover. Om deze reden bestaat er geen mogelijkheid om de termijn van 4 werkdagen te verlengen en de beslistermijn van 2 werkdagen op te schorten. Er is alleen een mogelijkheid een eventueel verzuim binnen de termijn van vier werkdagen te herstellen.

Naar boven