Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

30.06.00 Strategische goederen

5 Goederen voor tweeërlei gebruik (dual-use)

Dit hoofdstuk behandelt de wetgeving die van toepassing is op de uitvoer, doorvoer en de overbrenging binnen de EU van goederen voor tweeërlei gebruik (dual-use).

Op goederen voor tweeërlei gebruik is de Verordening van toepassing en de nationale wetgeving in het Bsg en de Usg met de bepalingen ter uitvoering van de Verordening.

Naar boven

5.1 Tussenhandeldiensten

Tussenhandeldiensten bestaan uit het onderhandelen over of regelen van overeenkomsten met het oog op de koop, verkoop of levering van goederen voor tweeërlei gebruik. Dat geldt voor diensten m.b.t. goederen ongeacht of die zich in de Unie of buiten de Unie bevinden.

Voor tussenhandeldiensten (Verordening, artikel 5) in goederen voor tweeërlei gebruik is een vergunning vereist voor goederen die zijn opgenomen in bijlage I van de Verordening, als ze geheel of gedeeltelijk bestemd (kunnen) zijn voor:

  • projecten van chemische, biologische of nucleaire massavernietigingswapens of

  • raketten die deze wapens naar hun doel kunnen voeren.

Als een tussenhandelaar weet dat het deze goederen betreft, moet hij dit meedelen aan de bevoegde autoriteit.

De Verordening geeft in artikel 2, lid 5 en 6 een definitie van de begrippen tussenhandeldiensten en tussenhandelaar.

De Wet strategische diensten verbiedt het handelen in strijd met deze bepalingen uit de Verordening en wijst de bevoegde autoriteit aan. Team POSS is belast met het toezicht en de controle op de tussenhandeldiensten.

Naar boven

5.2 Wat zijn goederen voor tweeërlei gebruik

De Verordening geeft de definitie voor goederen voor tweeërlei gebruik. Voor goederen voor tweeërlei gebruik die zijn aangewezen in bijlage I van de Verordening is bij de uitvoer een vergunning vereist (Verordening, artikel 3).

Hoe is bijlage I opgebouwd

Bijlage I is onderverdeeld in categorie 0 t/m 9. De categorieën zijn weer verder onderverdeeld in vijf secties (onderdelen):

  1. systemen, apparatuur en onderdelen (sectie A)

  2. test-, inspectie- en productieapparatuur (sectie B)

  3. materialen (sectie C)

  4. programmatuur (sectie D)

  5. technologie (sectie E)

De secties zijn weer verder onderverdeeld met combinaties van cijfers en letters. Zie bijvoorbeeld onder categorie 1, sectie E, de onderverdelingen 1E001, 1E002 a of 1E002 c 1 a 2.

Noten

De lijst met goederen voor tweeërlei gebruik heeft een aantal 'noten':

  • de algemene noten voor alle categorieën

  • de nucleaire technologienoot voor categorie 0, sectie E

  • de algemene technologienoot voor categorie 1 t/m 9, sectie E

  • de algemene programmatuurnoot voor categorie 0 t/m 9, sectie D

  • de technische (sub)noten bij een categorie voor de indeling van goederen onder die categorie of een onderdeel van die categorie

Definities gebruikte termen

In de categorieën staan termen tussen dubbele aanhalingstekens. De betekenis van die termen is opgenomen in het overzicht met de definities in de lijst.

Naar boven

5.3 Wat is uitvoer en doorvoer bij goederen voor tweeërlei gebruik

Uitvoer

Onder uitvoer verstaat de Verordening (artikel 2, lid 2):

  • een uitvoerregeling in de zin van het DWU, artikel 269; dat is plaatsing onder de douaneregeling uitvoer

  • wederuitvoer in de zin van het DWU, artikel 270, maar met uitsluiting van doorvoer.

Doorvoer

Onder doorvoer verstaat de Verordening (artikel 2, lid 7): vervoer van niet-Unie goederen voor tweeërlei gebruik die in het douanegebied van de Unie worden binnengebracht en door dat gebied worden vervoerd met een bestemming buiten de Unie.

Het betreft een wat ruim geformuleerde definitie die ruimte biedt om in enkele (douane-technische) logistieke mogelijkheden te worden toegepast. Er is op basis van deze definitie ruimte om niet-Unie dual-use goederen die de Unie binnenkomen en vervolgens de Unie ook weer verlaten naar een bestemming buiten de Unie zonder dat er een vergunningplicht geldt. Waarbij dan geen andere feitelijke of rechtshandelingen mogen worden verricht dan vervoer of handelingen die op het vervoer gericht zijn.

Situaties die hieronder vallen betreffen niet-Unie dual-use goederen die:

  • onder een regeling extern douanevervoer worden geplaatst en die slechts over het douanegebied van de Unie worden doorgevoerd;

  • in ruimte tijdelijke opslag (RTO) worden opgeslagen en rechtstreeks uit het RTO worden verder vervoerd buiten de Unie;

  • in het douanegebied van de Unie worden binnengebracht met hetzelfde vaartuig of luchtvaartuig dat de producten zonder lossing uit dat gebied zal voeren.

Naar boven

5.4 Wanneer vergunningplicht of verbod

In de volgende gevallen geldt een vergunningplicht of verbod:

Bij kan een catch-all beschikking van toepassing zijn.

Uitvoer zonder vergunning of bij verbod is strafbaar

Het is verboden om goederen voor tweeërlei gebruik uit te voeren of door te voeren in strijd met de Verordening (Bsg, artikel 2). Dit is als economisch delict strafbaar gesteld in de Wed.

Het uitvoeren en doorvoeren van goederen voor tweeërlei gebruik in strijd met een door de minister voor BH&O via een Catch-all beschikking opgelegd verbod is ook een economisch delict (Bsg, artikel 4 en 4a).

Naar boven

5.4.1 Vergunningplicht bij uitvoer

Voor de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik uit de Verordening, bijlage I is een vergunning vereist (Verordening, artikel 3, lid 1).

Naar boven

5.4.2 Vergunningplicht bij intra-Unie overbrenging

Voor de overbrenging van uniegoederen voor tweeërlei gebruik genoemd in Verordening, bijlage IV naar een andere lidstaat is een vergunning vereist (Verordening, artikel 22, lid 1 ). Het doen uitgaan van deze goederen uit Nederland zonder vergunning is verboden (Bsg, artikel 2).

De lidstaten kunnen een vergunningplicht instellen voor de overbrenging van andere uniegoederen voor tweeërlei gebruik als wordt voldaan aan bepaalde eisen (Verordening, artikel 22, lid 2). In Nederland is de minister van Buza daartoe bevoegd (Bsg, artikel 4a, lid 3).

Team POSS is belast met het toezicht en controle op de overbrenging van vergunningplichtige Uniegoederen voor tweeërlei gebruik naar een andere lidstaat.

Naar boven

5.4.3 Catch-allbeschikking bij uitvoer

Bij uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik die niet voorkomen in de Verordening, bijlage I kan de lidstaat waar de exporteur is gevestigd, een zogenaamde catch-all-beschikking afgeven als er sprake is van:

  1. goederen die bestemd (kunnen) zijn voor projecten van chemische, biologische of nucleaire massavernietigingswapens en raketten die deze wapens naar hun doel kunnen voeren (Verordening, artikel 4, lid 1)

  2. voor het kopende land of het land van bestemming van de goederen een wapenembargo van toepassing is en de producten bestemd (kunnen) zijn voor militair eindgebruik (Verordening artikel 4, lid 2; dit lid geeft ook een toelichting op het begrip 'militair eindgebruik')

  3. de goederen bestemd (kunnen) zijn om te worden gebruikt als onderdelen van militaire goederen die:

    1. op de lijst van militaire goederen voorkomen

      en

    2. in een eerdere situatie zonder vergunning of met misbruik van een afgegeven vergunning zijn uitgevoerd (Verordening, artikel 4, lid 3).

Een exporteur die weet dat goederen niet voorkomen in de Verordening, bijlage I en bestemd zijn voor de bij a, b en c bedoelde doeleinden, moet dit meedelen aan de bevoegde autoriteit. Die beslist dan over een vergunningplicht voor de uitvoer (Verordening, artikel 4, lid 4).

Wanneer een lidstaat een catch-allbeschikking afgeeft (in Nederland is de minister voor BH&O bevoegd), is uitvoer alleen nog mogelijk als er een vergunning wordt overgelegd. In de meeste situaties zal geen vergunning worden afgegeven omdat uitvoer voor deze goederen/bestemming niet gewenst is. Vaak wordt een catch-all opgelegd om op basis van meer informatie een betere afweging te kunnen maken of export wel of niet gewenst is.

Melding gewijzigde bestemming

Bij de toepassing van een catch-all krijgt de exporteur een beschikking dat voor de uitvoer een vergunning is vereist. Als de exporteur identieke goederen een andere bestemming wil geven dan in de beschikking is vermeld, moet hij dit melden aan de CDIU (Bsg, artikel 3, lid 2). Een andere bestemming betekent hier dat de melding ook verplicht is bij de overbrenging naar een andere lidstaat (en zelfs binnen Nederland).

Informeren Douane over catch-all-beschikking

Als de minister voor BH&O een catch-allbeschikking oplegt, maakt het ministerie dit bekend aan de CDIU en team POSS. De CDIU licht de afdeling Handhaving in door een melding te plaatsen in de RDB. De RBO verwerkt de oplegging van een catch-allbeschikking in controleopdrachten en profielen.

Naar boven

5.4.4 Verbod of vergunningplicht openbare veiligheid of mensenrechten

Om redenen van openbare veiligheid of uit mensenrechtenoverwegingen kan bij ministeriële regeling een verbod of een vergunningplicht wordt ingesteld voor de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik die niet voorkomen op de lijst in bijlage I (Verordening, artikel 8 juncto Bsg, artikel 4).

Naar boven

5.4.5 Verbod of vergunningplicht bij doorvoer

De Verordening is ook van toepassing op niet-unie goederen voor tweeërlei gebruik die worden doorgevoerd over het grondgebied van de EU. Deze doorvoer valt niet onder de vergunningplicht bij wederuitvoer. Wel kan de bevoegde autoriteit van een lidstaat waar de doorvoer van niet-Uniegoederen voor tweeërlei gebruik die zijn opgenomen in de Verordening, bijlage I plaatsvindt:

  • de doorvoer verbieden als de goederen geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor de in de Verordening artikel 4, lid 1 genoemde doeleinden (Verordening, artikel 6, lid 1 en 3 en BSG, artikel 4a)

  • een vergunningplicht instellen in plaats van een verbod voordat zij een beslissing nemen over een bovengenoemd verbod (Verordening, artikel 6, lid 2)

  • de doorvoer verbieden als de goederen geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor militair eindgebruik of militaire bestemmingen als bedoeld in Verordening artikel 4, lid 2 (Verordening, artikel 6, lid 3 en BSG, artikel 4a)

Ook de doorvoer van niet-Unie goederen voor tweeërlei gebruik die niet zijn opgenomen in de Verordening, bijlage I kan verboden worden als de goederen geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor de in de Verordening artikel 4, lid 1 genoemde doeleinden (Verordening, artikel 6, lid 3 en BSG, artikel 4a).

Naar boven

5.5 Opschorten uitvoer in bijzondere situaties

Een lidstaat kan de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik, waarvoor al een vergunning is verleend, tien werkdagen opschorten bij een gegrond vermoeden dat (Verordening, artikel 16, lid 3 en 4):

  • bij het verlenen van de vergunning geen rekening is gehouden met relevante gegevens
    of

  • de omstandigheden wezenlijk zijn veranderd sinds de vergunning is verleend.

Voorbeeld

Nadat de vergunning is afgegeven, is een burgeroorlog ontstaan in het land van bestemming.

De betreffende lidstaat moet de schorsing melden aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de vergunning heeft verleend. Die autoriteit beslist of (Verordening, artikel 16, lid 4 en artikel 13, lid 1):

  • de goederen uitgevoerd mogen worden

  • de vergunning wordt ingetrokken, nietig verklaard, geschorst of wezenlijk beperkt.

Op verzoek van de autoriteit die de vergunning heeft verleend, kan de schorsingstermijn tot maximaal 30 werkdagen worden verlengd. In Nederland is de minister voor BH&O bevoegd tot het opschorten van de uitvoer (Verordening, artikelen 13, lid 1 en 16, lid 3 en 4 ,Bsg, artikel 3).

Informeren Douane

Als de minister voor BH&O de uitvoer schorst of een beslissing neemt ten aanzien van goederen en de vergunning, maakt het ministerie dit bekend aan de CDIU en team POSS. De CDIU licht de RBO in via een melding in de RDB. Dat doet de CDIU ook als de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat een beslissing neemt. De RBO verwerkt de schorsingen en beslissingen in controleopdrachten en profielen.

Naar boven

5.6 Vervoer van goederen die douanegebied tijdelijk verlaten

Bij het vervoer van goederen voor tweeërlei gebruik van de ene plaats naar een andere plaats binnen het douanegebied van de EU waarbij die goederen het douanegebied tijdelijk verlaten (Verordening, artikel 18) zijn de bepalingen van DWU, artikel 155 van toepassing. Dat geldt voor Unie- en niet-Unie goederen voor tweeërlei gebruik.

Naar boven

5.7 Administratieve verplichtingen exporteurs

Exporteurs moeten gedetailleerde registers of dossiers bijhouden in hun administratie van de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik (Verordening, artikel 20 juncto Bsg, artikel 2).

Gegevens op vervoersbescheiden

Op bij de uitvoer gebruikte facturen, manifesten, vrachtbrieven of andere vervoersbescheiden moeten voldoende gegevens voorkomen over:

  • de omschrijving van de goederen voor tweeërlei gebruik

  • de hoeveelheid

  • naam en adres van de exporteur en van de ontvanger

  • (indien bekend) het eindgebruik en de eindgebruiker

Bewaarplicht en toonplicht

De exporteurs moeten op basis van de Verordening (art. 20, lid 3) de registers of dossiers en de bescheiden:

  • bewaren tot tenminste 3 jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de goederen zijn uitgevoerd

  • op verzoek voorleggen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de exporteur is gevestigd

In Nederland geldt een algemene bewaarplicht voor financiële administraties van 7 jaar.

Verplichting bij intra-unie handel

Bij overbrenging binnen de EU van goederen voor tweeërlei gebruik moet op de relevante handelsbescheiden worden vermeld dat voor de uitvoer van de goederen een vergunning is vereist (Verordening, artikel 22, lid 10 juncto Bsg, artikel 2).

Naar boven

5.8 Invoer lijst 2-stoffen

De (nationale) wetgeving voor strategische goederen heeft met name betrekking op uitvoer of doorvoersituaties. Het begrip invoer (in Nederland) ziet op één situatie en wel voor een bepaalde soort strategische goederen: de zogenaamde lijst 2-stoffen. Dit zijn allemaal goederen voor tweeërlei gebruik behalve de stof BZ: 3-chinuclidinylbenzilaat (cas nr. 6581-06-2). Deze stof is geen goed voor tweeërlei gebruik, maar is opgenomen in de lijst van militaire goederen (onder post ML7 onderdeel b, 3a).

Het is in een aantal gevallen verboden om lijst 2-stoffen in te voeren in Nederland. Meer informatie vindt u in hoofdstuk 7.

Naar boven

5.9 Uitvoer lijst 1-stoffen: ricine en saxitoxine

De stoffen ricine (cas nr. 9009–86–3) en saxitoxine (cas nr. 35523–89–8) zijn lijst 1-stoffen. Deze stoffen staan ook op de lijst van goederen voor tweeërlei gebruik onder bijlage I (post 1C351 d) en bijlage IV van de Verordening. Voor de uitvoer van ricine en saxitoxine gelden aparte regels.
Meer informatie vindt u in hoofdstuk 7.

Naar boven

5.10 Vergunningverlening goederen tweeërlei gebruik

Vier soorten vergunningen

Er zijn vier soorten vergunningen voor goederen voor tweeërlei gebruik voor de uitvoer en intra-unie overbrenging naar andere lidstaten:

Naar boven

5.10.1 Individuele vergunning

Een individuele vergunning wordt afgegeven voor de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik (Verordening, artikel 2, lid 8):

  • aan één specifieke exporteur

  • voor één of meer goederen voor tweeërlei gebruik

  • voor één eindgebruiker of ontvanger in een derde land

  • voor één specifieke transactie

Het is mogelijk om de hoeveelheid waarvoor de vergunning is afgegeven in meerdere zendingen uit te voeren.

Naar boven

5.10.2 Globale vergunning

Een globale vergunning wordt afgegeven voor de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik (Verordening, artikel 2, lid 10):

  • aan één specifieke exporteur

  • voor een type of categorie goederen

  • voor een of meer met naam genoemde eindgebruikers en/of in een of meer met naam genoemde landen

Op deze vergunning vindt geen afschrijving plaats.

Naar boven

5.10.3 Uniale algemene uitvoervergunning (UAV)

Een uniale algemene uitvoervergunning (UAV) dient voor de uitvoer van bepaalde goederen voor tweeërlei gebruik naar bepaalde landen van bestemming door alle exporteurs die zich houden aan de gebruiksvoorwaarden. De uniale algemene vergunning wordt niet aan een individueel bedrijf toegekend maar zijn gepubliceerd in de Verordening (bijlagen II a tot en met II f). Voor elke uniale algemene vergunning is een afzonderlijke bijlage bij de Verordening van toepassing. Elk bedrijf dat gevestigd is in de EU kan hiervan gebruik maken, mits is voldaan aan de voorwaarden en voorschriften die aan de algemene vergunningen zijn verbonden.

Het is geen verplichting om van de algemene vergunning gebruik te maken. Er kan ook een individuele vergunning worden aangevraagd.

Registratie en melding voor eerste gebruik

Voor het eerste gebruik van een algemene vergunning moet gelijktijdig een verzoek tot registratie en een melding bij de bevoegde autoriteit (in Nederland de CDIU) plaatsvinden. De melding die hier wordt bedoeld betreft een eenmalige melding voorafgaand aan het eerste gebruik van een algemene vergunning. Door de registratie en de meldplicht wordt het mogelijk vooraf de gebruikers van de algemene vergunning in kaart te brengen en toezicht en controle uit te oefenen op het rechtmatig gebruik van algemene vergunningen.

De verordening kent 6 verschillende uniale algemene uitvoervergunningen. Elke vergunning heeft:

  • een eigen nummer en doel

  • vastgestelde bestemmingen

  • gebruikersvoorwaarden en eisen

Nummer en doel

Nummer:

Doel:

EU 001

Uitvoer naar Australië, Canada, Japan, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zwitserland met inbegrip van Liechtenstein, Verenigde Staten van Amerika

EU 002

Bepaalde producten naar bepaalde landen

EU 003

Reparatie/vervanging

EU 004

Tentoonstelling of beurs

EU 005

Telecommunicatie

EU 006

Chemicaliën

Vastgestelde bestemmingen

In de UAV wordt expliciet aangegeven voor welke bestemmingen (landen) de vergunning gebruikt mag worden.

Gebruikersvoorwaarden en eisen

Per vergunning worden de voorwaarden en eisen vermeld. Er zijn enkele vereisten die in elke uniale uitvoervergunning terugkomen.

  • De exporteur moet in vak 44 van het enig document het EU- referentienummer X002 vermelden en aangeven dat de betrokken producten worden uitgevoerd op grond van uniale algemene uitvoervergunning nr. EU00x.

  • De registratie en meldplicht voor het eerste gebruik bij de bevoegde autoriteit.

  • Beschrijving wanneer de vergunning niet mag worden gebruikt.

Naast deze “standaard”-voorwaarden en eisen zijn er voor iedere vergunning nog specifieke eisen opgenomen.

Vermelding code vergunning op aangifte

De exporteur ontvangt van de CDIU een bevestigingsbrief van de registratie en een registratienummer. In de rubrieken ‘Aanvullende gegevens / Bescheidgegevens’ van een elektronische aangifte (vak 44 van het Enig Document), vermeldt de exporteur dat hij gebruik maakt van een UAV door vermelding van:

  • de bescheidcode X002

  • het nummer van de UAV en

  • zijn registratienummer

De voorwaarden om van de uniale algemene uitvoervergunningen gebruik te maken, vindt u in bijlagen II a tot en met II f van de Verordening.

Geldigheidsduur uniale algemene vergunning

De UAV kent geen vastgestelde geldigheidsduur. Wanneer aan alle voorwaarden van de vergunning wordt voldaan is deze voor onbepaalde tijd geldig.

Naar boven

5.10.4 Nationale algemene uitvoervergunning (NAV)

5.10.4.1 Nationale algemene uitvoervergunning NL 002

Nederland heeft een nationale algemene uitvoervergunning NL 002 (NAV) ingesteld voor de uitvoer van bepaalde goederen voor tweeërlei gebruik die bestemd zijn voor bepaalde landen (Verordening, artikel 2, lid 11, artikel 9, lid 2 en 4, bijlage III quater en Staatscourant 2009 nr. 18172).

De nationale algemene uitvoervergunning NL 002 wordt niet aan een individueel bedrijf toegekend maar is gepubliceerd in de Staatscourant. Elk bedrijf dat gevestigd is in Nederland kan hiervan gebruik maken, mits is voldaan aan de voorwaarden en voorschriften die aan deze nationale algemene uitvoervergunning is verbonden.

Het is geen verplichting om van de algemene vergunning gebruik te maken. Er kan ook een individuele vergunning worden aangevraagd.

Registratie en melding voor eerste gebruik

Voor het eerste gebruik van een algemene vergunning moet er gelijktijdig een verzoek tot registratie en een melding bij de bevoegde autoriteit (in Nederland de CDIU) plaatsvinden. De melding die hier wordt bedoeld betreft een eenmalige melding voorafgaand aan het eerste gebruik van een algemene vergunning. Door de registratie en de meldplicht wordt het mogelijk vooraf de gebruikers van de algemene vergunning in kaart te brengen en toezicht en controle uit te oefenen op het rechtmatig gebruik van die vergunningen.

Vermelding code vergunning op aangifte

De exporteur die zich registreert, ontvangt van de CDIU een bevestigingsbrief van de registratie en een registratienummer. In de rubrieken 'Aanvullende gegevens / Bescheidgegevens' van een elektronische aangifte (vak 44 van het Enig Document), vermeldt de exporteur dat hij gebruik maakt van de NAV door vermelding van de bescheidcode X002, de NAV NL 002 en zijn registratienummer.

Geldigheidsduur nationale algemene vergunning

De vergunning is voor onbepaalde tijd geldig.

Naar boven
5.10.4.2 Nationale algemene Uitvoervergunning NL 010

Per 30 december 2017 is een nieuwe mogelijkheid voor het gebruik van een nieuwe nationale algemene vergunning (dual-use) van kracht geworden. Dit betreft de Nationale Algemene Uitvoervergunning NL 010

Deze Nationale Algemene Uitvoervergunning NL 010 beperkt zich tot een kleine groep dual-use producten (Paragraaf 1).

Het betreft de volgende producten die zijn opgenomen in Bijlage I van Verordening (EG) nr. 428/2009:
1.– Categorie 5A002a
a. Systemen, apparatuur en onderdelen voor cryptografische ‘informatiebeveiliging’;
2.– Categorie 5D002a
a.‘programmatuur’ speciaal ontworpen of aangepast voor de ‘ontwikkeling’, de ‘productie’ of het ‘gebruik’ van apparatuur bedoeld in 1. hierboven, of ‘programmatuur’ bedoeld in 3. hieronder;
3.– Categorie 5D002c:
a.‘programmatuur’ die de eigenschappen heeft of de functies uitoefent of simuleert van de apparatuur, bedoeld in 1.a. hierboven;
4.– Categorie 5E002:
a.‘technologie’ overeenkomstig de algemene technologienoot voor het ‘gebruik’ van items bedoeld zoals hierboven.

Deze vergunning mag enkel worden gebruikt voor de in de Nationale Algemene Uitvoervergunning NL 010 genoemde bestemmingen (Paragraaf 2).

Ook worden in de Nationale Algemene Uitvoervergunning NL 010 uitsluitingsgronden genoemd. Indien er sprake is van een van de daar genoemde gronden is het gebruik van deze vergunning niet toegestaan (Paragraaf 3).

Naar boven

5.10.5 Algemeen

Verplicht bescheid bij uitvoer

Bij doen van een aangifte voor de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik moet de exporteur aantonen dat een vergunning is verleend (Verordening, artikel 16). In de aangifte moeten in het vak Bijzondere vermeldingen / aanvullende gegevens:

  • de bescheidcodes “X002” (dat is de bescheidcode voor vergunningen voor goederen voor tweeërlei gebruik) zijn vermeld
    en

  • de identificatiegegevens van de vergunning (Algemene douaneregeling, bijlage VI, Toelichting enig document en Codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer).

Uit de bescheiden bij de aangifte en de vergunninggegevens op de aangifte moet blijken of wordt voldaan aan de nationale of EU wetgeving en vergunningvoorschriften. In een aantal gevallen bevat de vergunning zelf voorwaarden waaruit blijkt dat de houder van de vergunning deze bij de Douane moet overleggen (digitaal).

Overleggen vergunning via het systeem (AGS)

Bij het doen van een elektronische uitvoeraangifte in AGS controleert het systeem of:

  1. er een bescheidcode en vergunninggegevens zijn ingevuld op de aangifte
    en

  2. de gegevens in de aangifte worden afgedekt door de gegevens in het geautomatiseerde vergunningensysteem van de CDIU (duo-communicatie). Alleen voor door de CDIU afgegeven vergunningen.

Na akkoordbevinding door het systeem aanvaardt AGS de aangifte. Hierdoor verschijnt de omschrijving “akkoord derden” in het AGS-systeem. Dit houdt in dat de formaliteiten met betrekking tot het overleggen van de vergunning hiermee zijn vervuld.

Overleggen van de UAV of NAV

Bij de UAV en de NAV kan de exporteur volstaan met de vermelding van de bescheidcode X002, het nummer van de uniale of nationale algemene vergunning en het registratienummer van de exporteur op de aangifte.

Overleggen vergunning in niet-AGS situaties

De mogelijkheid bestaat (bijv. via vereenvoudigde douaneprocedures) dat de uitvoeraangifte niet via de elektronische wijze (AGS) wordt ingediend. In een dergelijke situatie kan ook een douanecontrole plaatsvinden. Bij deze controle kan de vergunning op de volgende wijze worden gecheckt:

  • door het overleggen van de (papieren) vergunning

  • door het overleggen van een uitdraai van de elektronische vergunning.

Bij onduidelijkheden of vragen kunt u altijd via de vraagbaak, de helpdeskfunctie van de CDIU gebruiken.

Bevoegde autoriteit

De Verordening verplicht lidstaten een bevoegde autoriteit aan te wijzen. De minister van BH&O heeft de CDIU genoemd als bevoegde autoriteit. In de bijlage is een overzicht opgenomen van alle bevoegde autoriteiten in de EU.

Aanvraag vergunning

De aanvraag voor een vergunning goederen voor tweeërlei gebruik wordt gedaan bij de CDIU (Usg, artikel 3, lid 2). De bevoegde autoriteit in de lidstaat waar de exporteur is gevestigd, geeft de vergunning af (Verordening, artikel 9, lid 2). In Nederland gevestigde exporteurs van goederen voor tweeërlei gebruik moeten de vergunning ook bij de CDIU aanvragen als de goederen zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevinden (Usg, artikel 3, lid 3).

Vergunning geldig in gehele EU

De vergunningen voor goederen voor tweeërlei gebruik kunnen binnen de gehele EU voor uitvoer worden gebruikt.

Vergunning niet overdraagbaar

De vergunningen zijn op naam gesteld en niet overdraagbaar. De uitvoer van in de vergunning vermelde goederen moet plaatsvinden door of namens degene die in de vergunning als exporteur is genoemd of een nader in de vergunning genoemde gebruiksgerechtigde.

Naar boven

5.11 Schema vergunningplicht goederen voor tweeërlei gebruik

In een bijlage is een schematisch overzicht opgenomen van de vergunningplicht voor strategische goederen.

Naar boven