Afschrijving van duurzame goederen

Duurzame goederen zijn goederen die een aantal jaren meegaan. Bijvoorbeeld een vleugel die u koopt tijdens uw conservatoriumopleiding. Van duurzame goederen mag u niet alle kosten aftrekken in het jaar van aankoop. In plaats daarvan trekt u in de jaren dat u het duurzame goed gebruikt, steeds een deel van de kosten af. U houdt daarbij rekening met de restwaarde en de levensduur. De restwaarde is de waarde die het duurzame goed vermoedelijk nog heeft op het moment dat u het niet meer gebruikt. Met levensduur bedoelen we de jaren waarin u het duurzame goed gebruikt.

U mag deze afschrijvingen alleen als studiekosten aftrekken als:

  • u het duurzame goed gebruikt voor uw studie of opleiding
  • het gaat om een duurzaam goed dat iemand niet snel zou kopen als hij deze studie of opleiding niet volgt
  • de (hogere) kosten niet zijn gemaakt door een persoonlijke voorkeur

Gebruikt u het duurzame goed voor een deel ook privé? Dan mag u het privégebruik niet als kosten aftrekken.

Voorbeeld 1. Berekening afschrijving elektrische gitaar

U studeert aan het conservatorium en koopt een elektrische gitaar voor € 2.600. De levensduur is 5 jaar. De restwaarde is € 100. U mag alleen de jaarlijkse afschrijving van € 500 ((€ 2.600 - € 100) : 5) bij uw scholingskosten optellen.

Voorbeeld 2. Berekening afschrijving vleugel

U studeert aan het conservatorium en koopt een vleugel voor € 25.000. De levensduur is 30 jaar. De restwaarde is € 2.500. U mag alleen de jaarlijkse afschrijving van € 750 ((€ 25.000 - € 2.500) : 30) bij uw scholingskosten optellen.

 

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.