Vruchtgebruik eindigt bij overlijden eerste vruchtgebruiker

Dit voorbeeld gaat uit van de situatie waarin het vruchtgebruik of de periodieke uitkering afhangt van het leven van 2 of meer personen. Het vruchtgebruik eindigt bij het overlijden van de vruchtgebruiker die als eerste sterft.

Jaap (86 jaar) en Frits (76 jaar) krijgen samen het vruchtgebruik van een spaartegoed van € 100.000.

U berekent de waarde van het vruchtgebruik en de blote eigendom op de volgende manier:

Stap 1

6% rekenrente van € 100.000 = € 6.000.

Stap 2

In deze situatie telt u bij de leeftijd van de oudste vruchtgebruiker (Jaap, 86 jaar) 5 jaar op. Dat is 91 jaar. De factor in tabel 1 bij de leeftijd van 91 jaar is 2.

Stap 3

€ 6.000 x factor 2 = € 12.000. Dit is de waarde van het vruchtgebruik. Jaap en Frits moeten ieder erfbelasting betalen over de helft van € 12.000 = € 6.000.

Stap 4

De waarde van de blote eigendom is (€ 100.000 - € 12.000) = € 88.000.

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.